Posts tonen met het label Zuringspeel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuringspeel. Alle posts tonen

donderdag 13 augustus 2026

Intermezzo – Zonsverduistering (2)

‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker.’ Gisteren opgevangen tijdens mijn eclipstoeristisch uitstapje. Dat ging naar de Zuringspeel. Want daar, op het hoogste punt van Noord-Limburg, zou toch de ultieme eclipservaring te beleven moeten zijn?


Van de zonsverduistering van 1999 herinner ik me dat ik vanaf de afslag van de A67 over de Weselseweg richting het centrum van Venlo reed en daar onder de indruk raakte van het gedempte zonlicht. Het oproepen van dat beeld is geen probleem. Het beschrijven ervan wel. Alsof over alles een schaduw lag, magisch. Veel verder kom ik niet. In elk geval viel het licht op dat moment niet te vergelijken met het licht op een dag met een bewolkte hemel.


De Zuringspeel moest de plek worden van het weerzien met dat gedempte zonlicht van 1999. Dat werd het niet. Domper. Ja, een half uur lang was het licht duidelijk anders dan anders, enigszins gedempt, maar het wow-effect van 1999 bleef uit. Te hooggespannen verwachtingen? Een herinnering aan 1999 die niet conform de werkelijkheid was? Zou allebei kunnen. De ook aanwezige JP kwam met een andere mogelijke verklaring: destijds was de zonsverduistering ongeveer op het moment dat de zon op z’n hoogst staat, gisteren net voor zonsondergang. En dat zou voor een andere lichtbeleving zorgen. Klinkt best aannemelijk.


Als ik niet had geweten dat er gisteren een zonsverduistering was, zou ik er dan iets van hebben gemerkt? De vraag stellen, is haar beantwoorden, vrees ik.


Spijt dus van dat eclipstoeristisch uitstapje? Geen denken aan. Dat ‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker’, had ik beslist niet willen missen. Die pijn en die hurt werden trouwens niet veroorzaakt door het met onbeschermde ogen naar de zon kijken, maar door het zitten op afgebroken halmen van het pijpenstrootje. Het pijnvrij maken moet succesvol zijn verlopen, anders valt niet te verklaren waarom even later uit dezelfde mond klonk: ‘Wijn, een stokkie, niemand kan me iets afpakken!’

(De foto’s zijn gemaakt om respectievelijk 19.50, 19.51, 20.11 en 20.12 uur)     

vrijdag 15 november 2024

Intermezzo – Bergen

Als kleuter was een bezoekje aan de Gaelen Bérg in de Schadijkse Bossen in Meterik een van mijn favoriete uitjes-binnen-handbereik. Zalige middagen heb ik er doorgebracht, berghutten bouwend van gevonden takken, van boven de boomgrens dalwaarts rollend, woeste bergrivieren creërend met behulp van een schepje en een fles water, imposante zandkastelen bouwend op de flanken van de berg.


Veel hoger dan een meter of tien is de Gaelen Bérg, die officieel Sint-Martinusberg heet en volgens mij ook wel eens Witten Bérg wordt genoemd, niet. Toen we enkele jaren later op vakantie gingen naar Luxemburg, moet voor het eerst tot me zijn doorgedrongen dat ‘berg’ een rekbaar begrip is.


Het afgelopen weekend bracht ik voor een groot deel door in het charmante Heerlen. Op het programma: een bezoek aan het Dutch Mountain Film Festival. Vijf documentaires en speelfilms gezien die zich in het hooggebergte afspelen. Maar zondag ook deelgenomen aan een onderdeel van het flankerend programma van het festival: een wandeling van ruim twintig kilometer van Aken naar Heerlen. Een stuk van de route voerde over de Dutch Mountain Trail. Deze langeafstandswandeling door Zuid-Limburg en het Belgische en Duitse grensgebied doet zeven bergen aan. De top van de hoogste, de Schneeberg, ligt 257 meter boven NAP. Terwijl ik de Wilhelminaberg (225 meter) beklom, werd ik me opnieuw bewust van de rekbaarheid van het begrip ‘berg’.


Is het hoogmoedswaanzin om een verhoging in het landschap van 10, 257 of 225 meter tot berg te bestempelen? Maar hoe hoog moet een berg dan wél zijn om ‘m berg te kunnen noemen? Valt een berg überhaupt te definiëren aan de hand van een bepaalde hoogte? In elk geval volgens Wikipedia niet. Dat noemt een berg ‘een landvorm die uit een beperkt gebied bestaat dat duidelijk hoger is dan de omgeving’. Als je het op die manier bekijkt, getuigt het juist van een minderwaardigheidscomplex als je niet elk bultje in een verder vlak landschap ‘berg’ zou noemen. Geen hoogmoedswaanzin dus maar gezond zelfbewustzijn.


Net voor het bereiken van de top van de Wilhelminaberg kwam ik zo ineens tot het waanzinnige inzicht dat ik, zonder het te beseffen, al mijn hele leven bewoner van een berggebied ben, met behalve de Gaelen Bérg, in mijn onmiddellijke nabijheid onder meer ook de Homberg, de Lichtenberg, de Reulsberg, de Peelbergen, de Kreitenberg, de Kronenberg (‘Monte Corona’), de Genenberg, de Nieuwenberg en niet te vergeten de Zuringsberg, waarvan de top op 56 meter boven NAP ligt.


En het mooie was: volgens een op aandringen van mijn medewandelaars geconsulteerde arts bleek ik als nieuwbakken bergbewoner niet aan hoogteziekte dan wel verstandsverbijstering te lijden.

(Dit stukje verscheen eerder deze week in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

woensdag 18 maart 2020

Top 5 – Rundumhausen-plekjes en-objecten

De Horst-sweet-Horst top 5 van plekjes en objecten in de gemeente Horst aan de Maas die je je hele leven al verdomde graag had willen bekijken en die je desondanks altijd links hebt laten liggen omdat je als puntje bij paaltje kwam toch weer de voorkeur gaf aan die prachtige middeleeuwse Italiaanse kathedraal, dat fantastische tropische zandstrand of die bedwelmende trektocht door de Andes, maar die nu van het ene moment op het andere binnen je bereik zijn komen te liggen vanwege je noodgedwongen verblijf in Rundumhausen en die je daarom een dezer dagen beslist met een bezoek zou moeten vereren:

5. De nep-kasteelruïne tussen Vlasvenstraat en Pastoor Teeuwenstraat in Melderslo. Gebouwd in de jaren dertig van de vorige eeuw maar ogend als de restanten van een imposante middeleeuwse burcht.


Niet van echt te onderscheiden. Als de wiedeweerga afzetten die VR-bril, dit is pas the real thing! Wel graag even die lantaarnpaal en die andere hoogst irritante paal wegdenken.
 
4. Het olifantenpaadje tussen Wittebrugweg en sportpark Ter Horst.


Misschien wel het oudste olifantenpaadje van Horst aan de Maas. En misschien ook wel het meest gebruikte. Willen jullie het alsjeblieft wel goed onderhouden nu het sportpark op slot zit? Neem je verantwoordelijkheid!

3. Het kruisbeeld op de kruising Americaanseweg – Speulhofsbaan in Meterik.


Waar elders op deze aardkloot vind je een gekruisigde Christus met zó’n lange lendendoek? Heeft zelfs meer weg van een driekwartbroek dan van een lendendoek. Nodigt uit tot vergelijkend lendendoekonderzoek onder de kruisbeelden in Horst aan de Maas, waarin behalve voor de lengte van de lendendoek ook plaats zou moeten zijn voor de plooival en de bevestigingswijze van de doek.

2. Het best bewaarde geheim van Horst aan de Maas: het Wiel Houwenplein. Je vindt het op de hoek Torenstraat-Hoofdstraat. Althans: het plein vind je niet (want dat bestaat niet), wel de naamaanduiding. Althans: als je heel goed kijkt.


Aangebracht in de jaren zeventig, vermoed ik. Was er niet iets met een steen? Die door een ruit werd gegooid?

1. De voormalige vuilstortplaats Zuringspeel in America.


De begroeide afvalberg is het hoogste punt van Noord-Limburg en daarmee tegelijkertijd ook zo ongeveer de meest kunstmatige plaats van heel Noord-Limburg.


De op deze plek evenmin van nature aanwezige jeneverbessen doen denken aan cipressen. Zeg je cipressen, dan zeg je Italië. En daarmee is het Italiëgevoel niet ver weg: Il Monte Zuringo: Piccola Italia in America!

(Dit stukje verscheen in een iets andere vorm vandaag ook in Via Horst-Venray – klik hier en ga naar pagina 3)

zondag 17 maart 2019

Intermezzo – Christiaan Hesen (‘Rowwen Hèze’) (2)

Wat ik van tevoren niet had kunnen bedenken: door m’n artikel in De Maasgouw over Christiaan Hesen (klik hier) werd ik een autoriteit op Christiaan Hesengebied. Dé autoriteit zelfs. Niet tot m’n hele grote vreugde (zacht uitgedrukt) werd ik de afgelopen twintig jaar met enige regelmaat gevraagd om op radio en televisie, in de krant en in boeken m’n licht te laten schijnen over het leven van Christiaan.


In 2014 was het weer eens zo ver: er was een documentaire in de maak over Christiaan. Of ik kon opdraven? Ok dan maar weer. De opnamen waren thuis bij Jan Philipsen in Kronenberg. Jan Philipsen, die een jaar eerder na 28 jaar uit de band Rowwen Hèze was gestapt. Onder meer – zo werd me toen duidelijk – om tijd te krijgen voor het schrijven van een roman over Christiaan.


Het bleef die middag bij handjes schudden met Jan. Pas twee jaar later leerden we elkaar echt kennen, eerst in een groepje mensen dat zich het lot van vluchtelingen aantrok, daarna als vrijwilliger bij VluchtelingenWerk. We raakten bevriend en maakten zo nu en dan een wandeling. Zo leerde Jan dankzij mij het centrum van Horst beter kennen en leerde ik dankzij Jan De Peel een beetje kennen. Het hyperboolduin op de Zwarte Plak, de vreemde hoek in het kanaal tussen Griendtsveen en Helenaveen, de Zuringsberg, de waterscheiding, de Kamiël vaan de Piël, twee bijna parallel lopende Peelkanalen: dat en nog veel meer liet Jan me de afgelopen jaren zien tijdens onze wandelingen. En hij onderwees me erover, dat vooral. Deskundig en gepassioneerd.


Onvermijdelijk kwam tijdens die wandelingen ook Christiaan Hesen wel eens ter sprake. Jan vertelde even deskundig en gepassioneerd over hem als over De Peel. Tegelijkertijd schepte hij er groot genoegen in zijn fantasie los te laten op het leven van Christiaan. Al proefde ik in dat laatste soms ook enige terughoudendheid. Ik, de man van de feiten, de archivalia, de documenten over Christiaan Hesen, zou die fantasieën immers maar niks vinden, zo veronderstelde hij. En zeker niet als die in boekvorm zouden verschijnen. Telkens weer probeerde ik hem duidelijk te maken dat hij van mij met Christiaan mocht doen wat hij wilde: in een roman mag alles. Nooit kreeg ik de indruk dat ik Jan helemaal wist te overtuigen. Grote kans dat hij nu met angst en beven zit te wachten op het moment dat ik hem op Horst-sweet-Horst met de grond gelijk maak vanwege het feit dat hij van Christiaan een (roman)held heeft gemaakt. Welnu, dat moment komt niet, al was het maar omdat ik Jan veel te dankbaar ben dat hij met de verschijning van Icoon voortaan - gewild of ongewild - dé autoriteit op Christiaan Hesengebied is.


(wordt binnenkort vervolgd)

maandag 17 december 2018

Intermezzo – Reaching for the stars met de 3 J’s

Afgelopen zomer was ik in het Poolse Torun, de geboortestad van Nicolaas Copernicus (1473-1543), de astronoom die bewees dat de aarde om de zon draait en niet andersom. In het naar hem vernoemde planetarium aldaar zag ik een spectaculaire show over de werking van sterrenstelsels. Geloof ik. Want ik snapte er eerlijk gezegd de ballen van.


Donderdagavond ga ik in de herkansing. En wel op een van de meest bijzondere plekken van Horst aan de Maas: de voormalige stortplaats Zuringspeel in America, met 56 meter boven NAP het hoogste punt van Noord-Limburg. Astronomieclub Aarde uit Horst en Jessica Bizzoni gaan daar samen op jacht naar sterren en naar het door de mens gecreëerde poollicht.


Jessica wie? Jessica Bizzoni! Trouwe lezers van Horst-sweet-Horst kennen haar van een stukje dat ik in september publiceerde over de apocalyptische, angstaanjagende schoonheid van assimilatieverlichting (klik hier). Jessica is kunstenaar, fotograaf en onderzoeker, geboren in Bergamo, opgegroeid in Rimini, afgestudeerd aan de Design Academy in Eindhoven, nu studerend in Antwerpen (klik hier voor haar website). Een belangrijk thema in haar werk is de invloed van kunstmatig licht op onze leefomgeving.  


Jessica is een van de deelnemers aan Altaarnatief. Ter voorbereiding daarop kwam ze de afgelopen maanden enkele keren naar Horst. Samen bezochten we twee keer de ‘Zuringsberg’, waar ze op een stervenskoude en winderige vrijdagavond


deze prachtige foto maakte van de assimilatieverlichting die Horst aan de Maas al decennia teistert.


Of het misschien iets zou zijn hier, als Altaarnatief-aperitief, een avondje te organiseren om naar de sterren te kijken en naar de invloed van de mens op de nachtelijke hemel, vroeg Jessica zich af. Natuurlijk was dat iets! John van der Heijden en Jos Hoebers van Astronomieclub Aarde zegden meteen alle medewerking toe.


Komende donderdag, 20 december, zo ongeveer de langste nacht, is het dan zover: Reaching for the stars op de Zuringsberg met de 3 J’s! Jessica, John en Jos heten belangstellenden voor dit evenement van harte welkom, zowel astronomische nitwits (zoals ondergetekende) als hemelbestormers als ander gepeupel. Aanvang 19.00 uur, voor iedereen gratis toegankelijk, aanmelding vooraf niet nodig. De berg is alleen te voet bereikbaar, zowel via de Kulbergweg als de Raamweg. De wandeling er naartoe duurt ongeveer tien minuten. Stevige schoenen, warme kleding en een zaklamp aanbevolen! Neem desgewenst ook een klapstoeltje en spiritualia mee.

Tot donderdag!

zondag 6 augustus 2017

Intermezzo – Little Italy in America

Alweer drie jaar geleden dat ik nog eens in Italië ben geweest. Veel te lang natuurlijk. Hoe dat komt? Ik zou kunnen zeggen ‘Die eeuwige hitte in Italië staat me tegen’ of ‘Het kost me steeds meer moeite Horst aan de Maas te verlaten’ of ‘Het supporterschap van VVV laat zich niet combineren met Italië bezoeken’ of ‘Ik zie op tegen de lange reis ernaartoe’. Daar zitten best kerntjes van waarheid in. Toch is er één factor die alle andere factoren overschaduwt: tegenwoordig volstaat een fietstochtje van een kwartier om me in Italië te wanen. Ik hoef er Horst aan de Maas niet voor te verlaten, ik heb de weersomstandigheden voor het uitzoeken, ik hoef er geen wedstrijd van VVV voor te missen en dat kwartiertje fietsen valt nog wel te overzien.
Italië is heel veel, maar Italië is vooral ook cipressen in een glooiend landschap. Toscane is onvoorstelbaar zonder cipressen, weet ik, zonder dat ik er ooit ben geweest. Zelfs in Verona, waar ik wel ben geweest, leveren cipressen een wezenlijke bijdrage aan het decor – ook een hijskraan kan daar niets aan veranderen:
Glooiende landschappen zijn in onze contreien even zeldzaam als Italiaanse cipressen. En toch is er dus een plek die telkens weer mijn Italiëgevoel weet wakker te roepen. Nog wel in mijn eigen gemeente en nog wel op de meest onwaarschijnlijke plaats van allemaal: de voormalige vuilstortplaats Zuringspeel in America. ‘Meest onwaarschijnlijke plaats’ omdat de begroeide afvalberg – 56 meter boven NAP en daarmee het hoogste punt van Noord-Limburg – zo ongeveer de meest kunstmatige plaats van heel Horst aan de Maas is (klik hier voor een eerdere Horst-sweet-Horst-ode aan de Zuringsberg). 
Wat bijdraagt aan die kunstmatigheid is de volstrekt bespottelijke beplanting van de voet van de berg. Die bestaat voornamelijk uit dennen, aangelengd met berken, hulst, jeneverbessen en een enkele eik. 
Waar het me om gaat, zijn de jeneverbessen. Die zijn in veel gevallen flink in de breedte uitgedijd. Dan krijg je dit beeld:
Ook mooi en bijzonder, maar tot een Italiëgevoel leidt dit bij mij niet. Anders is het met de (helaas minder talkrijke) jeneverbessen die rank zijn gebleven. Wat ze een cipresachtige allure verleent. Dan krijg je dit beeld: 
En dit:
Zeg nou zelf: je waant je toch in Italië? (En dan moet u ook nog in aanmerking nemen dat de foto’s slechts een slap aftreksel zijn van de werkelijkheid.) 
Il Monte Zuringo: Little Italy in America.

zaterdag 4 maart 2017

Klein mysterie 734 – Wonderbare Broodvermenigvuldiging

Ja, ook ik moest twee keer, wat zeg ik: wel tien keer, kijken toen ik er vanmiddag aan voorbijfietste, maar u ziet het goed: in de eindeloze leegten van een weiland aan de Zuringspeelweg, in het grensgebied tussen America en Kronenberg, ligt brood. Niet één brood, niet twee broden, nee, tientallen broden. Stokbroden, bruine broden, witte broden, volkorenbroden, ja zelfs carnavalsbroden. 
De Wonderbare Broodvermenigvuldiging! Na tweeduizend jaar is Hij eindelijk weer onder ons! En Hij heeft uitgerekend Horst aan de Maas, míjn Horst aan de Maas, uitverkoren voor Zijn glorious return! Nog wel aan de Zuringspeelweg! Waar hebben we het in vredesnaam aan te danken? Maar goed, als het is zoals het is, kan ik Hem meteen eens vragen waarom Hij het de laatste tijd allemaal zo gruwelijk uit de klauwen laat lopen. Dat waren mijn eerste gedachten. Al snel volgde de ontnuchtering. Bekijk je het tafereeltje van de andere kant, dan zie je namelijk dit:
Ook hier schier eindeloze leegten, met dit verschil dat die leegten in het midden van het beeld worden doorbroken door opvallend onopvallend struikgewas. Als doorgewinterd Horster buitengebied-Beobachter weet ik dat opvallend onopvallend struikgewas slechts één ding kan betekenen: hier wordt iets gecamoufleerd. En net zo laat is het:
Opvallend onopvallend struikgewas om je verdekt achter op te kunnen stellen. Waarom? Om héél goed van héél dichtbij te kunnen beobachten wat voor dieren er op al dat brood afkomen! Nogal wiedes! U moest eens weten hoeveel natuurliefhebbers Horst aan de Maas wel niet telt! Wat zegt u? Dat het ongetwijfeld niet zal blijven bij uitsluitend beobachten? U zegt het …

woensdag 17 augustus 2016

Klein mysterie 711 – Objectief Nederland (2)

Horst-sweet-Horst is een weblog over Horst aan de Maas. Dus als Objectief Nederland (klik hier voor de eerste Horst-sweet-Horst-bijdrage hierover) geen foto’s uit Horst aan de Maas zou hebben bevat, was het hier nooit ter sprake gekomen. Goddank bevat Objectief Nederland wél foto’s uit Horst aan de Maas. Vier zelfs. Vier foto’s die me voor een raadsel stellen sinds ik het boek vrijdag met de post ontving. Waar zijn ze genomen? Beter: waar precies zijn ze genomen?
Zoals het merendeel van de foto’s in Objectief Nederland tonen ook de ‘Horster’ foto’s vooral veel leegte. Knappe jongen/meisje die de maakplaats van de foto’s (uit 1974, in zwart-wit en afgedrukt op klein formaat) zonder verdere duiding weet te identificeren. Gelukkig is die duiding er wel, kan ook nauwelijks anders gezien de welhaast wetenschappelijke manier waarop Reinjan Mulder te werk is gegaan bij zijn project. En toch: die duiding is wat mij betreft net niet exact genoeg.
Mulder bepaalde van 52 topografische kaarten het middelpunt en reisde vervolgens naar deze 52 plekken om er telkens vier foto’s te maken, één in elke windrichting. Eén van de kaarten die hij gebruikte was 52D Helenaveen. Zelf ben ik in het gelukkige bezit van de uitgave 2004 van 52D Helenaveen. Hoewel meetkunde nooit in mijn vakkenpakket heeft gezeten, ben ik er toch vrij zeker van dat het middelpunt van mijn 52D Helenaveen zich enkele tientallen meters ten westen bevindt van de plaats waar de Kulbergweg een bocht van negentig graden in oostelijke richting maakt (klik op de afbeelding om haar te vergroten).
We bevinden ons hier in het grensgebied van America en Kronenberg, enkele honderden meters ten zuidwesten van golfbaan De Golfhorst.
Is dit ook de plaats waar Reinjan Mulder op 9 mei 1974 zijn vier foto’s maakte? (Klik op alle volgende afbeeldingen om ze te vergroten.)
Moet in elk geval in de buurt zijn, met name gezien de in westelijke richting genomen foto, waarop onder meer de Midden Peelweg en twee hoogspanningsmasten vallen te onderscheiden.
Is het ook de precieze plaats? Daarover heb ik lichte twijfel. En wel hierom:
1. is het middelpunt van mijn 52D Helenaveen ook het middelpunt van de 52D Helenaveen die Reinjan heeft gebruikt?
2. de vier foto’s zijn getiteld ‘Horst’. Maar de Kulbergweg behoorde in 1974 tot de gemeente Sevenum – de grens met de toenmalige gemeente Horst lag honderd meter verder naar het noorden;
3. tweehonderd meter ten noordoosten van de Kulbergweg kwam vanaf het eind van de jaren zestig vuilstortplaats Zuringspeel tot ontwikkeling. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, valt op de in noordelijke richting genomen foto niets te herkennen dat aan een vuilstortplaats doet denken;
4. NRC Handelsblad berichtte vorige week woensdag uitvoerig over Objectief Nederland. Het artikel wordt geflankeerd door een kader met het kopje ‘Wat veranderde er op de punten van Mulder?’ Citaat: ‘Op de locaties nabij Horst en Rotterdam hebben koeien plaats gemaakt voor sportfaciliteiten.’ Sportfaciliteiten? Ongetwijfeld doelt de NRC op de golfbaan. Maar die ligt enkele honderden meters ten noordoosten van de bocht in de Kulbergweg.
Als er iemand is die duidelijkheid kan verschaffen, is het natuurlijk Reinjan Mulder zelf. Bij dezen nodig ik hem uit met mij (en eventuele andere belangstellenden) een keer de precieze plaats te bezoeken waar hij op 9 mei 1974 zijn vier foto’s maakte. Kulbergweg revisited?

maandag 6 januari 2014

Intermezzo – Mythische berg

De Olympus. De Kemmelberg. De Mont Ventoux. Mount Sinaï. Ararat. De Muur van Geraardsbergen. Fujiyama. De Kilimanjaro. Zomaar wat mythische bergen. Wat je moet doen om een mythische berg te worden? Er is bij mijn weten geen bureau of instantie waar je je als mythische berg kunt aanmelden of examen kunt doen. Maar ik zou denken dat de status van mythische berg al snel lonkt als je van boven kaal bent, je je omgeving domineert en een beetje sagenumwoben bent. Hóóg hoef je er in elk geval niet voor te zijn: de Kemmelberg en de Muur van Geraardsbergen zijn allebei nog geen tweehonderd meter hoog.   
Horst aan de Maas had tot voor kort geen bergen, laat staan mythische bergen. Ja, je hebt ‘de gaelen baerg’ in de Schadijkse Bossen (Stefania van Lieshout memoreerde ’m eerder deze week ook al). En in Grubbenvorst, Lottum of Swolgen zijn misschien eveneens zandverstuivingen te vinden waarvan de top enkele meters boven het maaiveld ligt en daarom door de locals ‘berg’ worden genoemd. Toch kun je de betreffende bultjes objectief bezien moeilijk als bergen betitelen. Anders is dat met de Zuringspeel. De Zuringspeel deed tussen 1969 en 1991 dienst als vuilstortplaats. Eerst voor America, daarna voor de voormalige gemeente Horst en ten slotte voor heel Noord-Limburg. Zo ontstond tussen de Midden Peelweg en America een afvalberg met een hoogte van enkele tientallen meters. Die ook na de sluiting van de stortplaats nooit is afgegraven, waardoor de Zuringspeel het hoogste punt is in de verre omtrek.
Maar daarmee ben je toch nog geen mythische berg? Klopt. Toch is de Zuringspeel – zullen we ’m vanaf nu gewoon Zuringsberg noemen? – een aardig eind op weg in die richting, zo ontdekte ik gisteren. Sinds de metamorfose van de stortplaats in een golfcourse was ik er nooit meer geweest – ik houd me het liefst verre van golfcourses. Maar nu er vorige week een houten brug én een kunstwerk waren geplaatst kon ik er niet meer omheen.
Om te beginnen de brug. Een geheide kandidaat voor een hoge klassering in een nieuwe versie van de Horst-sweet-Horst top 5 van rustieke Horster houten bruggetjes. Toch was ik meer onder de indruk van het kunstwerk. En misschien nog wel het meest van de locatie van het kunstwerk. Het staat namelijk op de kale (!) top (56 meter boven NAP) van de Zuringsberg en is al van verre te zien.
Het betreft een door Ruud van der Beele vervaardigde offertafel van cortenstaal en koper. In de tafel is een schaakbord verwerkt met daarop een schaal.
Tafel, schaakbord en schaal hebben allerlei symbolische betekenissen (lees er bijvoorbeeld hier over), maar die doen in mijn ogen slechts afbreuk aan het kunstwerk: dat is sterk genoeg om het ook zonder prietpraat eromheen te kunnen bolwerken. Laat iedereen er desgewenst zelf maar een betekenis aan toekennen.
Ook een verklarend tekstbordje zou in deze leegte bepaald detoneren. Niet doen dus. En ook geen rustiek bankje. En geen afvalemmer. Helemaal niets. Mooi zo kaal laten zoals het nu is. Liefst ook nog de dennen op de berghellingen kappen en die golfbaan er meteen bij opdoeken. Laat voor het sagenumwobene die Peelkabouters, de kruidenvrouwtjes en de rituele midzomernachtfeesten dan maar komen. Zul je ervan versteld staan hoe snel de Zuringsberg uitgroeit tot een mythische berg.
(Trouwens: al interesseert dat hele kunstwerk u geen ene moer, dan nog is een bezoek aan de Zuringsberg een aanrader, zeker op een heldere dag: de uitzichten zijn werkelijk majestueus.)