dinsdag 20 oktober 2026

Horsten (5) | Garbsen-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Eerst het grootstedelijke Hannover, daarna het kleinstedelijke Garbsen en dan bevind je je ineens in het dorpse Horst. Burgerlijk, zoals dorpen nu eenmaal zijn, zeker op het Nedersaksische platteland. Protestants ook. De lutherse kerk ligt aan de Lutherstrasse. Hoe luthers wil je het hebben? ‘Alles vergeht - Gott steht.’ Wie zit is een uit de kluiten gewassen gebeeldhouwde vrouw met handtas. Waarom ze hier zit blijft in nevelen gehuld. ‘An Gottes Segen ist alles gelegen. Dein Thun und Lassen, Gott befehl, mit Sorg und Schwermut dich nicht quäl. Gott sorgt für uns alle samt.’ Zou het?

Net buiten het dorp strokunst. De plaatselijke bakker belooft broodkunst. Verdere neringdoenden zijn schaars. Een pizzatent, een kapsalon, een aangekleed postkantoortje en een winkel met tweedehands spullen. Meer niet. Wel een aardappelenautomaat. 

Uitgestorven straten. Iedereen aan het werk dan wel achter de geraniums. Lege school, herfstvakantie waarschijnlijk. Midden in het dorp het complex van TSV Horst 1910. Twee voetbalvelden, een jeu-de-boulesbaan, een beachvolleybalveld en een beachvoetbalveld. ‘Wir bewegen uns.’ Ongetwijfeld met Gottes Segen. Of dat ook voor de TSV-drankenkar geldt?

Grauwe, fantasieloze garageboxen overal. Behalve die aan de Ackerstrasse. ‘Und Gott sah dass es gut war.’ Goed? Meesterlijk!









Horsten (4) | Mariental-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Als je uitstapt bij bushalte Mariental-Horst, heb je meteen in de gaten dat dit niet zomaar een Horst is. Naar sporen van de twintigste-eeuwse geschiedenis hoef je in Duitsland nooit ver te zoeken, maar hier ligt het er wel erg dik bovenop. 

Dit Horst is onderdeel van Mariental, een gemeente in de buurt van Helmstedt, nog net West-Duits ten tijde van de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR. De geschiedenis van dit Horst begint in 1937, als het naziregime op voormalige landbouwgrond een militair vliegveld uit de grond stampt. Vanaf 1940 is het operationeel, het wordt vooral gebruikt voor oefenvluchten. Tegelijkertijd komt een kazernecomplex tot stand met tal van gebouwen. 

In april 1945 veroveren de Amerikanen het vliegveld. Vanaf dat moment wordt er niet meer gevlogen. De kazerne is tussen 1945 en 1947 een doorstroomvoorziening voor in totaal een half miljoen mensen: voormalige dwangarbeiders, overlevenden van concentratiekampen en vluchtelingen uit de voormalige oostelijke Duitse gebieden (‘Heimatvertriebenen’). Daarna wordt het vliegveld zelf weer omgetoverd tot landbouwgrond. De voormalige onderkomens voor militairen blijven bestaan en behouden een woonfunctie: het worden huurappartementen. 

Wat dit Horst zo bijzonder maakt, is dat er sinds de jaren vijftig nauwelijks iets aan is veranderd, alleen aan de randen is er wat bebouwing bijgekomen. Met zijn statige gebouwen, zijn symmetrie, zijn strenge ritme, zijn ruimtelijkheid en zijn vele groen oogt het bijna als een idylle. Maar vergis je niet: dit Horst blijft schuldige architectuur in een schuldig landschap.






Horsten (3) | Peine-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Verlaat station Peine in zuidelijke richting, sla rechtsaf bij de Rote Jugend-graffiti (inclusief hamer en sikkel), doorkruis een monumentaal park, steek de Fuhse over, sla rechtsaf de lange Madamenweg in, waan je voor even in het buitengebied, bewonder een in de kleuren van Eintracht Braunschweig beschilderd elektriciteitskastje, loop door de tunnel onder de snelweg die Hannover en Berlijn met elkaar verbindt, bewonder een in de kleuren van VfL Wolfsburg beschilderd elektriciteitskastje en dan bevind je je ineens in Horst. Horst vor Peine welteverstaan, want twaalf kilometer verderop ligt nog een Horst. Dat was tot 1965 een zelfstandige gemeente, de kleinste van de hele regio, met in 1910 bijvoorbeeld 43 (!) inwoners. Om verwisseling met dát Horst te voorkomen, kreeg dít Horst de toevoeging ‘vor Peine’. 

Direct achter het in de clubkleuren van VfL Wolfsburg beschilderde elektriciteitskastje vind je meteen het helaas enige hoogtepunt van dit Horst: de uit 1739 stammende Sankt Nikolaikirche. Klein maar bijzonder fijn. Bovendien de oudste kerk van heel Peine. Ook de kerkklok is de oudste van Peine.
 
Afgezien daarvan maakt dit Horst een vrij troosteloze indruk. Snelweglawaai, een fabriek, wat onbestemde bedrijfjes, allerlei leegstaande bedrijfspanden. Daartussen wat verdwaalde vrijstaande woningen. Verder nog twee straten met louter vrijstaande woningen en dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Een plek in de top 5 van Horst’en lijkt te hooggegrepen voor dit Horst.






Horsten (2) | Horst (Duitsland, Schleswig-Holstein)


De overeenkomsten zijn talrijk. Het station op enkele kilometers van het dorp. Landelijke omgeving: bossen, weilanden, akkers. Paarden. Getrimde gazons, geharkte paden. Spruitjeslucht. Gespreide bedden. Behouden gebleven dorpspomp. Windmolens aan de horizon. Grote rivier een kilometer of tien verderop. Van oudsher christendemocratische dominantie. 

Toch zijn er ook verschillen tussen Horst (aan de Maas) en Horst (bijna aan de Elbe, Sleeswijk-Holstein, ruim een half uur met de trein vanuit Hamburg). Zoals het inwonertal: omstreeks vijftienduizend versus omstreeks zesduizend. Van oudsher katholiek versus van oudsher protestant. Levendig centrum versus centrum dat nauwelijks centrum te noemen valt. Horecaplein versus een zitje bij de plaatselijke bakker. Verkeersarm centrum versus centrum met razend autoverkeer en stoplicht. Met een naburig dorp gedeelde stationsnaam versus ongedeelde stationsnaam. In de Tweede Wereldoorlog verwoeste eeuwenoude kerk versus achttiende-eeuwse kerk die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Nauwelijks openbare liefdesverklaringen aan de regionale profvoetbalclub versus allerwegen openbare liefdesverklaringen aan de regionale profvoetbalclub. 

Oh ja, nog een overeenkomst: een textielverleden. En nog een verschil: geen eigen wolfabricage versus eigen wolmerk dat refereert aan de dorpsnaam.








Top 5 – Horster murals

‘Dinsdagmiddag sprak ik met Riceau, een inspirerende artiest die muziek, kunst en creativiteit op een bijzondere manier weet te combineren. We wisselden ideeën uit over kunst in de openbare ruimte en de mogelijkheden voor muurschilderingen binnen Horst aan de Maas. Een mooi eerste gesprek dat hopelijk een vervolg krijgt en misschien zelfs leidt tot een aantal prachtige murals in onze gemeente.’ Aldus Kay Thijssen, wethouder van kunst en cultuur, vrijdag op Facebook.

Goed om te lezen dat er voor het eerst in jaren weer wat lijkt te gaan gebeuren op het gebied van kunst in de openbare ruimte in Horst aan de Maas. Je mag wel hopen dat dit wordt ingebed in een beleid, niet hapsnap blijft en meer omvat dan louter murals.


Wat zijn murals? Grote muurschilderingen in de openbare ruimte. Kent Horst aan de Maas murals? Ja, zeker als je hier en daar wat foetelt. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horster murals:  


5. Bernadettestraat, Tienray, OJC Gaellus, Studio Giftig


Strikt genomen geen mural omdat deze schildering (of is het een print?) niet rechtstreeks op de muur is aangebracht. Vanwege enige stijlverwantschap met veel murals toch opgenomen in deze top 5. Zonde dat de mij meer aansprekende, maar eveneens niet rechtstreeks op de muur geschilderde Bernadette inmiddels is verdwenen.


4. Julianastraat, Horst, voormalige gymnastiekzaal basisschool Meuleveld, maker mij onbekend


Te zeer verwaarloosd om voor een eerlijke beoordeling in aanmerking te komen.

3. Pastoor Jeukenstraat, America, zijgevel appartementencomplex Aan De Brug, Niek Hermkens/Atelier MHP



Als je niet foetelt is De Peel in brand misschien wel de enige echte mural van Horst aan de Maas. Twee jaar geleden aangebracht. Grootste minpunt is dat je er nergens goed zicht op krijgt.


2. Het Vongdere, Sevenum, Niek Hermkens/Atelier MHP, 2023


Uit 2023. De naate daorslaâg, geweldige titel. Schildering had tikkeltje ondeugender gemogen.  


1. Station Horst-Sevenum, maker mij onbekend

 
Pareltje. Illegaliteit zegt niets over kwaliteit. En murals hoeven beslist niet altijd figuratief te zijn.

maandag 5 oktober 2026

Intermezzo – Weesfietsen

‘Vanaf maandag 12 oktober worden hier de fietsen zonder eigenaar verwijderd’, zo valt te lezen op borden bij de fietsenstallingen op station Horst-Sevenum. Borden met een bijzonder curieuze spatiëring.


Hoe stel je vast of een fiets geen eigenaar heeft? Aan de fiets kan je het niet vragen, fietsen praten doorgaans niet. Maar Nederland zou Nederland niet zijn als het geen 29 pagina’s tellend Handboek Weesfietsen zou hebben (klik hier). Dat zegt over het herkennen van weesfietsen (woord om te zoenen):
‘Het identificeren van te lang gestalde fietsen gebeurt door labeling. Het labelen gebeurt op momenten dat er weinig fietsen staan gestald. Alle fietsen in de rekken krijgen een label door de spaken. Fietsen die na het verstrijken van de maximale stallingsduur nog een label hebben, zijn weesfietsen. Aan deze fietsen wordt een kennisgeving bevestigd. De eigenaar krijgt dan nog enige dagen de tijd om zijn rijwiel te verwijderen. De labeling moet zo gebeuren dat de fiets niet kan rijden zonder dat het label wordt verbroken.’

Klinkt goed doordacht. Toch heeft de gemeente Horst aan de Maas dit protocol vakkundig in de wind geslagen in haar strijd tegen weesfietsen en fietswrakken op station Horst-Sevenum. Het heeft er namelijk alle schijn van dat ze afgelopen week de labelingsfase heeft geskipt en meteen is overgegaan tot de verwijderingskennisgevingfase. Daarbij is ze rigoureus te werk gegaan: honderden fietsen zijn voorzien van een aan het stuur gehangen flyer met de tekst ‘Deze fiets wordt verwijderd!’


Ook fietsen die overduidelijk geen weesfiets of fietswrak zijn, heeft dit wrede lot getroffen. Zelfs kan niet geheel worden uitgesloten dat álle op het moment van de operatie gestalde fietsen zo’n flyer omgehangen hebben gekregen.


Vergelijkingen met omgekeerde bewijslast en collectieve straffen dringen zich op. Hoe valt het kaf van het koren te scheiden als bij voorbaat alles tot kaf is bestempeld? Wat het nog irritanter maakt, is dat de flyers elke vorm van stevigheid ontberen en niet op een deugdelijke manier aan de fietsen zijn bevestigd. Met als gevolg dat ze tot in de verre omtrek rondslingeren.


Sad things are happening around the railway station.

zaterdag 3 oktober 2026

Horst in oude ansichten (15) | Villa Sonneheerdt

‘De villa Sonneheerdt (Venloseweg 9; circa 1950) is een goed voorbeeld van een naoorlogse villa in traditionalistische stijl.’ Te lezen op bladzijde 164 van het deel Limburg uit de reeks Monumenten in Nederland, uitgegeven in 2003. Waarmee de bouwstijl is geduid.

Sonneheerdt mist wat kleur op de wang. Het oogt ondanks de vele ramen enigszins hermetisch. Sonneheerdt zou gebaat zijn geweest bij enkele bomen. En bij meer ruimte. Dat vooral. Had Sonneheerdt twintig meter verder van de weg gelegen, met een perfect getrimd gazon ervoor en zonder dat witte optrekje ernaast dat z’n naam (Bagatelle) eer aandoet, dan was Sonneheerdt helemaal het mannetje geweest. Nu moet Sonneheerdt het vooral van z’n naam hebben. Sonneheerdt: ‘zonnige haard’, ‘zonnig huis’, zoiets. Hoewel een enkeling beweert dat Vondel het woord heeft gemunt, lijkt het niet veel ouder dan een eeuw. Geboren uit een hang naar nostalgie, naar verheerlijking van een verleden waarvan het de vraag is of het ooit heeft bestaan. Een hang van alle tijden, zie hedendaagse equivalenten als Heerstate en Kercke Veld State.

Alom schoten de Sonneheerdts en Sonnehaer(d)ts uit de grond. Bekendste Sonneheerdt: een blindeninstituut in Ermelo, geopend in 1926. Nauwelijks te geloven dat die naam niet cynisch was bedoeld.

woensdag 30 september 2026

Intermezzo – Canadese woningen (6)

Slotaflevering van de serie over de 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en Zegersstraat in Horst. Hoe was de indeling van deze houten woningen? Uit de Volkskrant van 18 juli 1967:
‘Elke woning bevat een woonkamer van 8.54 x 3.74 m, een flinke keuken met tussen beide een ruime, open doorgeef en ingebouwd buffet, een halletje met toilet en een kelderkast. Op de verdieping komen vier slaapkamers met ertussen onderling uitwisselbare kastenwanden en een ruime badkamer met douchecabine, wastafel en toilet.’
Die slaapkamerbrede houten kastenwanden met schuifdeuren staan mij – bewoner van een Canadese woning aan de Zegersstraat tussen 1971 en 1974 – nog helder voor de geest. Hetzelfde geldt voor de heteluchtverwarming en de schuiframen die de woningen onderscheidden van die van vriendjes in de buurt.

Blok van vier Canadese woningen aan de Meterikseweg anno 2026
Een van de woningen aan de Zegersstraat werd vanaf januari 1976 bewoond door Joop en Anneke Vossen en hun kinderen. Toen het Algemeen Dagblad op 11 december 1982 een artikel wijdde aan houtskeletbouw, kwam ook Anneke Vossen aan het woord: ‘Omdat we van tevoren niet goed waren geïnformeerd over houtskeletbouw hadden we er niet zoveel vertrouwen in. Andere huizen zijn tenslotte van steen. Ik dacht steeds: vandaag of morgen komt het plafond naar beneden. Maar het plafond is nog nooit naar beneden gekomen.’ Vergeleken met traditionele woningen sprong vooral het lagere gasgebruik in het oog. Anneke: ‘Ik verstook voor nog geen honderd gulden per maand.’ Daar tegenover stond een grotere gehorigheid: ‘Als je boven in bed ligt en goed luistert, kun je bijna woordelijk horen wat ze in de woonkamer tegen elkaar zeggen.’

Met behulp van AI bewerkte foto van Anneke en zoon Joep uit het Algemeen Dagblad, waarbij AI van de houten planken tussen beneden- en bovenverdieping bakstenen heeft gemaakt.
‘We kregen te horen dat zo’n houtskeletwoning twaalf jaar mee zou gaan’, zegt Anneke Vossen ook nog in het artikel. Inmiddels bedraagt de levensduur al bijna zestig jaar. In die zin klopt wat het Dagblad voor Noord-Limburg enigszins gewaagd al daags na de officiële ingebruikname van de woningen op 28 december 1967 kopte: ‘Experiment van Canadese woningen in Horst geslaagd.’ Maar dat de Canadese woningen in Horst een doorbraak voor de houtbouw in Nederland zouden betekenen is een ijdele hoop gebleken.

Blok van acht Canadese woningen aan de Zegersstraat anno 2026
Lees de eerdere afleveringen van deze serie hier, hier, hier, hier en hier.

zondag 27 september 2026

Intermezzo – Afvalbakpoëzie


Het kappen van de monumentale bruine beuk aan het begin van de toegangsweg tot station Horst-Sevenum, begin deze maand, blijkt pas het begin van een kaalslagoperatie in de stationsomgeving zonder weerga te zijn geweest. Minimaal vijftien andere bomen, minder monumentaal dan de rode beuk maar evengoed eerbiedwaardig, zijn de afgelopen weken geveld. Ziek, net als de bruine beuk? Of sta-in-de-wegs bij de herinrichting van het stationsgebied? Hoe dan ook resteren van de ooit zo imposante laan slechts zeven bomen.


Het ligt in de lijn der verwachting dat deze abri eveneens het veld zal moeten ruimen. Geen groot verlies, inderdaad. Te vrezen valt dat met de abri ook de groene afvalbak die hem flankeert zijn langste tijd heeft gehad. En dat is wel zonde. Niet dat die afvalbak nu zo mooi is, maar hij bevat toevallig wel een afvalbakpoëtisch hoogstandje.


Lees mee:

K!
thanks voor
de gratis
telefoons
many kisses
tsjuusie!!
Ben met trein
terug na
venlo pik!!
grapje!

Van mijn poëziegoeroe heb ik geleerd dat je een gedicht niet altijd moet willen begrijpen. Daardoor ben ik van een last verlost en is mijn voorheen wat moeizame verhouding met poëzie aanzienlijk verbeterd. Het maakt ook dat ik dit afvalbakgedicht onbevangen tegemoet kan treden. Hoewel ik het niet begrijp, kan ik het hooglijk waarderen. Vooral dat grapje!, dat al het voorgaande in twijfel trekt, vind ik meesterlijk. Is ze (vermoed ik) toch gebleven en niet met trein terug na Venlo? Heeft ze hem alleen aan het schrikken willen maken met die gratis telefoons? Tsjuusie, jeukwoord bij uitstek, had niet per se gehoeven, pik is in dit verband dan weer helemaal op z’n plaats.


Hogeschoolpoëzie zal het vermoedelijk niet zijn. Geen probleem. Dat het je voor een moment uit je evenwicht brengt, dat het een grijns oproept, is al genoeg.

Meer afvalbakpoëzie graag.