zondag 1 november 2026

Intermezzo – Eliot

Handgeschreven vermistedierenbriefjes zijn vandaag de dag een schaars goed. Reden genoeg om er een foto van te maken als je er toevallig een tegenkomt. Zoals zojuist bij de splitsing Wittenhorststraat – Irenestraat in de Norbertuswijk in Horst.


Een vrouw met hond passeert bij het maken van de foto.
- Hallo.
- Hallo. Hebt u de kat misschien gezien?
- Nee, helaas niet. Is hij van u?
- Nee. Hij is van mijn buurvrouw. Ze is zó verdrietig.
- Begrijpelijk. Ik zal de foto op Facebook en Instagram zetten, misschien dat het helpt.
- Oh, dat is heel fijn! Ik zal het tegen mijn buurvrouw zeggen.

Eliot dus. Zou hij zijn vernoemd naar de Amerikaans-Britse dichter, toneelschrijver en cultuurfilosoof Thomas Sterns Eliot (1888-1965)? Kan haast niet anders. Van Eliot’s hand verscheen in 1939 Old Possum's Book of Practical Cats. Dit bevat gedichten over katten die Eliot vanaf 1930 voor zijn peetkinderen schreef. Het werd in 1987 in het Nederlands vertaald door Gerrit Komrij onder de titel Kobus Kruls parmantige kattenboek. De kattengedichten van Eliot vormden in 1981 ook de basis voor de musical Cats van Andrew Lloyd Webber.  

En onze Eliot? Zou hij misschien een beetje weg hebben van Bustopher Jones? Eerste strofe:

Bustopher Jones is not skin and bones—
In fact, he's remarkably fat.
He doesn't haunt pubs—he has eight or nine clubs,
For he's the St. James's Street Cat!
He's the Cat we all greet as he walks down the street
In his coat of fastidious black:
No commonplace mousers have such well-cut trousers
Or such an impeccable back.
In the whole of St. James's the smartest of names is

The name of this Brummell of Cats;
And we're all of us proud to be nodded or bowed to
By Bustopher Jones in white spats!

Oh lieve Eliot toch, keer alsjeblieft snel huiswaarts!

zaterdag 31 oktober 2026

Intermezzo – Raadsvergadering


Dinsdagavond, gekluisterd aan het beeldscherm, weer met veel plezier ruim tweeënhalf uur lang de dodelijk saaie raadsavond van de gemeente Horst aan de Maas gevolgd. Wat gemeenteraadsvergaderingen zo onweerstaanbaar maakt? Het taalgebruik. Meer specifiek: de gebezigde beeldspraak. Geef je daaraan over en je belandt in werelden waarvan je niet wist dat ze bestonden. 

Als je iemand hoort zeggen ‘Laten we ervoor zorgen dat extensieve teelten niet van het bord vallen’, dan zie ik ze gewoon bungelen, de extensieve teelten, zich met een uiterste krachtsinspanning vastklampend aan de opstaande rand van het bord om een val in peilloos diepe diepten te voorkomen.

‘De lucht hebben we uit de begroting gedrukt’, beweert wethouder Pieter Goedhart (VVD). Probeer dan maar eens te voorkomen dat een beeld op je netvlies verschijnt van rood aanlopende, bezwete wethouders die in hun colbertjes vol overgave met hun ellenbogen druk zetten op die vermaledijde begroting om ook het laatste restje lucht eruit te persen.

‘Heeft u niet een beetje achter de feiten aangelopen?’, vraagt iemand. Onmiddellijk fabriceert je geestesoog een beeld van met loeiende sirenes uitgerukte feiten en het voltallige college van burgemeester en wethouders dat daar met de tong op de schoenen achteraan sukkelt. ‘Wanneer gaan de centen lopen?’, vraagt weer iemand anders. Waarschijnlijk pas als de feiten de finish hebben bereikt: nieuwe ronde, nieuwe kansen. ‘We moeten het strategisch aanvliegen’, weet iemand. Vanuit het zuidwesten? Of toch maar liever vanuit zuidzuidoostelijke richting bij een aflandige wind?

Uiteindelijk heeft iemand de oplossing gevonden: ‘Je moet de puzzelstukken in gezamenlijkheid beschouwen.’ Sluit perfect aan bij een eerdere vaststelling: ‘Uiteindelijk dansen we deze wedstrijd niet alleen.’ Conclusie: ‘We gaan ‘m wat integraler pakken.’ 

Integraal dansende puzzelstukjes die de wedstrijd in gezamenlijkheid strategisch aanvliegen en de lopende centen weten te ontwijken zonder van het bord te vallen omdat de lucht eruit is gedrukt. Loopt wel los met Horst aan de Maas. Al helemaal als ook nog iemand bereid wordt gevonden de boomgaard te betreden om het laaghangend fruit te plukken. 

maandag 26 oktober 2026

Intermezzo – Wintertijd

‘Boven Keulen en Parijs, in 't gewest Limburg, ligt een dorp, beroemd tot op Sicilië. Het heet Sevenum en wordt geprezen, niet alleen omdat er geen dorpsveeten voorkomen, maar bovenal, omdat het in den zomer een eigen tijdrekening volgt, de Braatsche, ook wintertijd geheeten. Die blijft een uur achter bij den normalen tijd.’

Vandaag de dag is Sevenum bij de tijd. Tussen 1926 en 1933 was dat gedurende de zomermaanden niet het geval: Sevenum weigerde de klok een uur vooruit te zetten en liep ’s zomers een uur achter op de rest van Nederland. Dit leidde soms tot curieuze situaties. Zo moest ‘een vinnig boertje uit Sevenum’ (kwalificatie van de Nieuwe Venlosche Courant) in juli 1930 voor de rechter verschijnen omdat hij tegen de voorschriften in ’s nachts tussen twee en drie op het terras van een café een glaasje jenever had gedronken. ‘De snoodaard’ dacht slim te zijn door te wijzen op wat tegenwoordig een vormfout zou heten: ‘Op het uur, dat hij officieel bekeurd was, zat hij volgens zijn tijdrekening veilig en wel bij moeder de vrouw thuis.’ Waarna, aldus de krant, een ‘erg verward gesprek’ volgde over zomer- en wintertijd. Desondanks werd de man schuldig bevonden.


In ‘Waar de klok bleef stille staan’, een ‘moderne sage’, gepubliceerd in de Nieuwe Venlosche Courant van 9 juli 1927, wordt ook gespeeld met het gegeven van de afwijkende tijd in Sevenum: ‘Wanneer we nu een huis bouwen op de grens (…) der gemeenten Horst èn Sevenum, kun je in je kamer opblijven (Sevenumsch gedeelte) tot half twaalf, dan wip je over naar den Horster hoek der kamer: het is er al half één! Zoo ben je, klokslag middernacht, feitelijk nergens.’

Spotprent in het tijdschrift Uiltjes van 28 april 1923
Het citaat waarmee dit stukje begint, is afkomstig uit hetzelfde verhaal. Of Sevenum beroemd was tot op Sicilië? Twijfelachtig. Of Sevenum geen ‘dorpsveeten’ kende? Onzin. Anders is het met de bewering dat Sevenum de ‘Braatsche tijdsaanduiding’ volgde. Dit is een verwijzing naar Arend Braat (1874-1947), van 1919 tot 1933 namens de Plattelandersbond lid van de Tweede Kamer. Tot vijf keer toe diende de uit het Zuid-Hollandse Hekelingen afkomstige ‘Boer Braat’ een voorstel in om de zomertijd af te schaffen – vijf keer werd het verworpen. Of behalve Sevenum nog meer gemeenten zich aan de zomertijd onttrokken en de ‘Braatsche tijdsaanduiding’ hanteerden? Het lijkt er vooralsnog niet op.

N.B. Klik hier voor een eerder stukje over de Sevenumse weigering de klok te verzetten 

dinsdag 20 oktober 2026

Horsten (5) | Garbsen-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Eerst het grootstedelijke Hannover, daarna het kleinstedelijke Garbsen en dan bevind je je ineens in het dorpse Horst. Burgerlijk, zoals dorpen nu eenmaal zijn, zeker op het Nedersaksische platteland. Protestants ook. De lutherse kerk ligt aan de Lutherstrasse. Hoe luthers wil je het hebben? ‘Alles vergeht - Gott steht.’ Wie zit is een uit de kluiten gewassen gebeeldhouwde vrouw met handtas. Waarom ze hier zit blijft in nevelen gehuld. ‘An Gottes Segen ist alles gelegen. Dein Thun und Lassen, Gott befehl, mit Sorg und Schwermut dich nicht quäl. Gott sorgt für uns alle samt.’ Zou het?

Net buiten het dorp strokunst. De plaatselijke bakker belooft broodkunst. Verdere neringdoenden zijn schaars. Een pizzatent, een kapsalon, een aangekleed postkantoortje en een winkel met tweedehands spullen. Meer niet. Wel een aardappelenautomaat. 

Uitgestorven straten. Iedereen aan het werk dan wel achter de geraniums. Lege school, herfstvakantie waarschijnlijk. Midden in het dorp het complex van TSV Horst 1910. Twee voetbalvelden, een jeu-de-boulesbaan, een beachvolleybalveld en een beachvoetbalveld. ‘Wir bewegen uns.’ Ongetwijfeld met Gottes Segen. Of dat ook voor de TSV-drankenkar geldt?

Grauwe, fantasieloze garageboxen overal. Behalve die aan de Ackerstrasse. ‘Und Gott sah dass es gut war.’ Goed? Meesterlijk!









Horsten (4) | Mariental-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Als je uitstapt bij bushalte Mariental-Horst, heb je meteen in de gaten dat dit niet zomaar een Horst is. Naar sporen van de twintigste-eeuwse geschiedenis hoef je in Duitsland nooit ver te zoeken, maar hier ligt het er wel erg dik bovenop. 

Dit Horst is onderdeel van Mariental, een gemeente in de buurt van Helmstedt, nog net West-Duits ten tijde van de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR. De geschiedenis van dit Horst begint in 1937, als het naziregime op voormalige landbouwgrond een militair vliegveld uit de grond stampt. Vanaf 1940 is het operationeel, het wordt vooral gebruikt voor oefenvluchten. Tegelijkertijd komt een kazernecomplex tot stand met tal van gebouwen. 

In april 1945 veroveren de Amerikanen het vliegveld. Vanaf dat moment wordt er niet meer gevlogen. De kazerne is tussen 1945 en 1947 een doorstroomvoorziening voor in totaal een half miljoen mensen: voormalige dwangarbeiders, overlevenden van concentratiekampen en vluchtelingen uit de voormalige oostelijke Duitse gebieden (‘Heimatvertriebenen’). Daarna wordt het vliegveld zelf weer omgetoverd tot landbouwgrond. De voormalige onderkomens voor militairen blijven bestaan en behouden een woonfunctie: het worden huurappartementen. 

Wat dit Horst zo bijzonder maakt, is dat er sinds de jaren vijftig nauwelijks iets aan is veranderd, alleen aan de randen is er wat bebouwing bijgekomen. Met zijn statige gebouwen, zijn symmetrie, zijn strenge ritme, zijn ruimtelijkheid en zijn vele groen oogt het bijna als een idylle. Maar vergis je niet: dit Horst blijft schuldige architectuur in een schuldig landschap.






Horsten (3) | Peine-Horst (Duitsland, Niedersachsen)


Verlaat station Peine in zuidelijke richting, sla rechtsaf bij de Rote Jugend-graffiti (inclusief hamer en sikkel), doorkruis een monumentaal park, steek de Fuhse over, sla rechtsaf de lange Madamenweg in, waan je voor even in het buitengebied, bewonder een in de kleuren van Eintracht Braunschweig beschilderd elektriciteitskastje, loop door de tunnel onder de snelweg die Hannover en Berlijn met elkaar verbindt, bewonder een in de kleuren van VfL Wolfsburg beschilderd elektriciteitskastje en dan bevind je je ineens in Horst. Horst vor Peine welteverstaan, want twaalf kilometer verderop ligt nog een Horst. Dat was tot 1965 een zelfstandige gemeente, de kleinste van de hele regio, met in 1910 bijvoorbeeld 43 (!) inwoners. Om verwisseling met dát Horst te voorkomen, kreeg dít Horst de toevoeging ‘vor Peine’. 

Direct achter het in de clubkleuren van VfL Wolfsburg beschilderde elektriciteitskastje vind je meteen het helaas enige hoogtepunt van dit Horst: de uit 1739 stammende Sankt Nikolaikirche. Klein maar bijzonder fijn. Bovendien de oudste kerk van heel Peine. Ook de kerkklok is de oudste van Peine.
 
Afgezien daarvan maakt dit Horst een vrij troosteloze indruk. Snelweglawaai, een fabriek, wat onbestemde bedrijfjes, allerlei leegstaande bedrijfspanden. Daartussen wat verdwaalde vrijstaande woningen. Verder nog twee straten met louter vrijstaande woningen en dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Een plek in de top 5 van Horst’en lijkt te hooggegrepen voor dit Horst.






Horsten (2) | Horst (Duitsland, Schleswig-Holstein)


De overeenkomsten zijn talrijk. Het station op enkele kilometers van het dorp. Landelijke omgeving: bossen, weilanden, akkers. Paarden. Getrimde gazons, geharkte paden. Spruitjeslucht. Gespreide bedden. Behouden gebleven dorpspomp. Windmolens aan de horizon. Grote rivier een kilometer of tien verderop. Van oudsher christendemocratische dominantie. 

Toch zijn er ook verschillen tussen Horst (aan de Maas) en Horst (bijna aan de Elbe, Sleeswijk-Holstein, ruim een half uur met de trein vanuit Hamburg). Zoals het inwonertal: omstreeks vijftienduizend versus omstreeks zesduizend. Van oudsher katholiek versus van oudsher protestant. Levendig centrum versus centrum dat nauwelijks centrum te noemen valt. Horecaplein versus een zitje bij de plaatselijke bakker. Verkeersarm centrum versus centrum met razend autoverkeer en stoplicht. Met een naburig dorp gedeelde stationsnaam versus ongedeelde stationsnaam. In de Tweede Wereldoorlog verwoeste eeuwenoude kerk versus achttiende-eeuwse kerk die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Nauwelijks openbare liefdesverklaringen aan de regionale profvoetbalclub versus allerwegen openbare liefdesverklaringen aan de regionale profvoetbalclub. 

Oh ja, nog een overeenkomst: een textielverleden. En nog een verschil: geen eigen wolfabricage versus eigen wolmerk dat refereert aan de dorpsnaam.








Top 5 – Horster murals

‘Dinsdagmiddag sprak ik met Riceau, een inspirerende artiest die muziek, kunst en creativiteit op een bijzondere manier weet te combineren. We wisselden ideeën uit over kunst in de openbare ruimte en de mogelijkheden voor muurschilderingen binnen Horst aan de Maas. Een mooi eerste gesprek dat hopelijk een vervolg krijgt en misschien zelfs leidt tot een aantal prachtige murals in onze gemeente.’ Aldus Kay Thijssen, wethouder van kunst en cultuur, vrijdag op Facebook.

Goed om te lezen dat er voor het eerst in jaren weer wat lijkt te gaan gebeuren op het gebied van kunst in de openbare ruimte in Horst aan de Maas. Je mag wel hopen dat dit wordt ingebed in een beleid, niet hapsnap blijft en meer omvat dan louter murals.


Wat zijn murals? Grote muurschilderingen in de openbare ruimte. Kent Horst aan de Maas murals? Ja, zeker als je hier en daar wat foetelt. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horster murals:  


5. Bernadettestraat, Tienray, OJC Gaellus, Studio Giftig


Strikt genomen geen mural omdat deze schildering (of is het een print?) niet rechtstreeks op de muur is aangebracht. Vanwege enige stijlverwantschap met veel murals toch opgenomen in deze top 5. Zonde dat de mij meer aansprekende, maar eveneens niet rechtstreeks op de muur geschilderde Bernadette inmiddels is verdwenen.


4. Julianastraat, Horst, voormalige gymnastiekzaal basisschool Meuleveld, maker mij onbekend


Te zeer verwaarloosd om voor een eerlijke beoordeling in aanmerking te komen.

3. Pastoor Jeukenstraat, America, zijgevel appartementencomplex Aan De Brug, Niek Hermkens/Atelier MHP



Als je niet foetelt is De Peel in brand misschien wel de enige echte mural van Horst aan de Maas. Twee jaar geleden aangebracht. Grootste minpunt is dat je er nergens goed zicht op krijgt.


2. Het Vongdere, Sevenum, Niek Hermkens/Atelier MHP, 2023


Uit 2023. De naate daorslaâg, geweldige titel. Schildering had tikkeltje ondeugender gemogen.  


1. Station Horst-Sevenum, maker mij onbekend

 
Pareltje. Illegaliteit zegt niets over kwaliteit. En murals hoeven beslist niet altijd figuratief te zijn.

maandag 5 oktober 2026

Intermezzo – Weesfietsen

‘Vanaf maandag 12 oktober worden hier de fietsen zonder eigenaar verwijderd’, zo valt te lezen op borden bij de fietsenstallingen op station Horst-Sevenum. Borden met een bijzonder curieuze spatiëring.


Hoe stel je vast of een fiets geen eigenaar heeft? Aan de fiets kan je het niet vragen, fietsen praten doorgaans niet. Maar Nederland zou Nederland niet zijn als het geen 29 pagina’s tellend Handboek Weesfietsen zou hebben (klik hier). Dat zegt over het herkennen van weesfietsen (woord om te zoenen):
‘Het identificeren van te lang gestalde fietsen gebeurt door labeling. Het labelen gebeurt op momenten dat er weinig fietsen staan gestald. Alle fietsen in de rekken krijgen een label door de spaken. Fietsen die na het verstrijken van de maximale stallingsduur nog een label hebben, zijn weesfietsen. Aan deze fietsen wordt een kennisgeving bevestigd. De eigenaar krijgt dan nog enige dagen de tijd om zijn rijwiel te verwijderen. De labeling moet zo gebeuren dat de fiets niet kan rijden zonder dat het label wordt verbroken.’

Klinkt goed doordacht. Toch heeft de gemeente Horst aan de Maas dit protocol vakkundig in de wind geslagen in haar strijd tegen weesfietsen en fietswrakken op station Horst-Sevenum. Het heeft er namelijk alle schijn van dat ze afgelopen week de labelingsfase heeft geskipt en meteen is overgegaan tot de verwijderingskennisgevingfase. Daarbij is ze rigoureus te werk gegaan: honderden fietsen zijn voorzien van een aan het stuur gehangen flyer met de tekst ‘Deze fiets wordt verwijderd!’


Ook fietsen die overduidelijk geen weesfiets of fietswrak zijn, heeft dit wrede lot getroffen. Zelfs kan niet geheel worden uitgesloten dat álle op het moment van de operatie gestalde fietsen zo’n flyer omgehangen hebben gekregen.


Vergelijkingen met omgekeerde bewijslast en collectieve straffen dringen zich op. Hoe valt het kaf van het koren te scheiden als bij voorbaat alles tot kaf is bestempeld? Wat het nog irritanter maakt, is dat de flyers elke vorm van stevigheid ontberen en niet op een deugdelijke manier aan de fietsen zijn bevestigd. Met als gevolg dat ze tot in de verre omtrek rondslingeren.


Sad things are happening around the railway station.

zaterdag 3 oktober 2026

Horst in oude ansichten (15) | Villa Sonneheerdt

‘De villa Sonneheerdt (Venloseweg 9; circa 1950) is een goed voorbeeld van een naoorlogse villa in traditionalistische stijl.’ Te lezen op bladzijde 164 van het deel Limburg uit de reeks Monumenten in Nederland, uitgegeven in 2003. Waarmee de bouwstijl is geduid.

Sonneheerdt mist wat kleur op de wang. Het oogt ondanks de vele ramen enigszins hermetisch. Sonneheerdt zou gebaat zijn geweest bij enkele bomen. En bij meer ruimte. Dat vooral. Had Sonneheerdt twintig meter verder van de weg gelegen, met een perfect getrimd gazon ervoor en zonder dat witte optrekje ernaast dat z’n naam (Bagatelle) eer aandoet, dan was Sonneheerdt helemaal het mannetje geweest. Nu moet Sonneheerdt het vooral van z’n naam hebben. Sonneheerdt: ‘zonnige haard’, ‘zonnig huis’, zoiets. Hoewel een enkeling beweert dat Vondel het woord heeft gemunt, lijkt het niet veel ouder dan een eeuw. Geboren uit een hang naar nostalgie, naar verheerlijking van een verleden waarvan het de vraag is of het ooit heeft bestaan. Een hang van alle tijden, zie hedendaagse equivalenten als Heerstate en Kercke Veld State.

Alom schoten de Sonneheerdts en Sonnehaer(d)ts uit de grond. Bekendste Sonneheerdt: een blindeninstituut in Ermelo, geopend in 1926. Nauwelijks te geloven dat die naam niet cynisch was bedoeld.