dinsdag 9 juni 2026

Intermezzo – Donkerstraat

je begint bij de kerk
je loopt rechtdoor op het Lammebertusplein
je loopt rechtdoor in de Jan Steenstraat
je loopt even rechtdoor op het Wilhelmusplein
je gaat links naar de Veenmarkt
je kruist de Hertstraat
je belandt op de Scholstraat
je gaat links naar de Waterweg
je kruist de Wetstraat
je gaat rechts naar de Americaanselaan
je gaat rechts naar de Melanteweg
je gaat links naar de Rotventweg
je gaat rechts en bereikt ten slotte de Donkerstraat


maandag 8 juni 2026

Intermezzo – Trots!

‘Laten we blij zijn met elkaar! Laten we optimistisch zijn! Laten we zeggen: “Nederland kan het weer!” Die VOC-mentaliteit! Over grenzen heen kijken! Dynamiek! Toch?’
Aldus Jan Peter Balkenende in 2006. Dagen, weken, maanden, jaren zelfs, gingen voorbij zonder dat ik ook maar een moment aan onze voormalige minister-president (2002-2010) moest denken. Afgelopen week was het eindelijk weer eens zo ver. CDA, Essentie, Leef en VVD presenteerden hun bestuursakkoord voor Horst aan de Maas voor de komende vier jaar (klik hier). Trots! heet het – inclusief uitroepteken. En trots waren ze, de beoogde wethouders, Leon Litjens (CDA), Kay Thijssen (Essentie), Roy Bouten (Leef) en Pieter Goedhart (VVD). De trots klotste tegen de plinten, golven van trots overspoelden de raadszaal, de lucht was zwanger van trots. Ook de schriftelijke weerslag van het akkoord barst van de trots. Lees mee:
‘We zijn trots op ons verhaal en vertellen dat ook waar nodig om bij te dragen aan onze ambities. Horst aan de Maas is een trotse gemeente. We zijn trots op de tientallen evenementen die van onderop georganiseerd worden. We investeren in kunst, cultuur en erfgoed als onderdeel van kwaliteit van leven, identiteit en trots op onze dorpen. Ondernemerschap zit in ons DNA en wij zijn trots op onze ondernemers. Horst aan de Maas is van nature ondernemend en daar zijn we trots op.’
Is er iets op tegen om trots te zijn? Nee. Maar als je telkens uitspreekt hoe trots je wel niet bent, raakt het aan jezelf moed inpraten, aan jezelf overschreeuwen. Krijgt het iets potsierlijks. Iets balkenendiaans.


Honderdtwintig ronkende bladzijden telt het bestuursakkoord. Het getuigt van torenhoge ambities en bevat honderden voornemens, plannen en beloftes. Veel teveel om hier gedetailleerd te bespreken. Mijn globale indruk is dat natuur en landschap er nogal bekaaid vanaf komen in het geweld van economie en (agrarisch) ondernemerschap. Typerende zin: ‘Onze economie steunt op een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector. Dit is de basis voor ons ecosysteem en bepaalt ons DNA.’

Het lijkt erop alsof natuur en landschap vooral dienstbaar moeten zijn. Aan de economie, aan ondernemers, aan agrariërs, aan kwaliteit van leven, aan landbouw, aan recreatie, aan toerisme, aan gezondheid, aan leefbaarheid. Typerende zin: ‘Wij geloven in gebiedsgerichte aanpak waarin belangrijke natuur wordt beschermd, versterkt en verbonden, maar wel in samenhang met wonen en economie.’ Natuur en landschap onderworpen aan de wens van de mens – alsof natuur en landschap geen intrinsieke waarde hebben.


Enkele zaken die me wél aanspreken in het akkoord: openbaar vervoer vanuit elke kern naar station Horst-Sevenum, een pilot voor een burgerberaad, meer aandacht voor minderheden in de gemeenteraad, de ambitie om naoorlogse architectuur te behouden en te versterken, ruimte voor bijzondere architectuur, een onderzoek naar structurele bekostiging van kunst in de openbare ruimte.


Over vier jaar weten we hoe trots we kunnen zijn op dit college. Toch?

vrijdag 29 mei 2026

Glorieus verval (1) – ’t Kruuspunt

Café ’t Kruuspunt aan de Americaanseweg in Meterik, augustus 2017, begin van de avond. De stamgasten, een stuk of tien mannen, overwegend van middelbare leeftijd, hebben zich zoals te doen gebruikelijk verzameld op hun vaste barkrukpositie rondom de tap. Ze zitten collectief wat voor zich uit te zwijgen. Ineens gaat de deur open. Twee vrouwen van begin twintig treden binnen. Tien mannenhoofden van middelbare leeftijd draaien tegelijkertijd hun kant op. De vrouwen worden aangestaard alsof het verschijningen uit de hemel zijn, neergedaald op aarde. Na een halve minuut die wel een uur lijkt te duren, doorbreekt de kastelein het zwijgen én de betovering met de vraag wat de dames willen drinken. De mannenhoofden van middelbare leeftijd wenden zich weer zwijgend richting tap.

Onvergetelijke scène, westernachtige allure.


Ergens tussen toen en nu heeft ’t Kruuspunt niet langer uitsluitend op maandag maar voor altijd z’n deuren gesloten. Feesten, partijen en barbecuen in de Feestruimte – das war einmal. Jarenlang probeerde een strategisch op de kruising van Americaanseweg en Speulhofsbaan gepositioneerd makelaarsbordje de aandacht te trekken van potentiële nieuwe uitbaters. Zelfs dat is inmiddels verdwenen. Niemand zag nog brood in dit etablissement, bepaald geen toonbeeld van moderniteit. Waardoor het verval zijn kans schoon zag. ’t Kruuspunt verkeert in staat van ontbinding. Het stadium van verregaande staat van ontbinding is nog niet bereikt, het stadium van herstel-is-nog-mogelijk al een tijdje geleden gepasseerd. Haveloos, zo oogt het. Tastbare herinneringen aan het glorieuze verleden worden steeds schaarser, leggen het af in hun kansloze strijd tegen het verval en souvenirjagers. De bierbel en het bordje dat ernaar verwijst hebben manhaftig stand weten te houden. Hoe lang nog? De lantaarns zijn gedoofd. Een plantaardig bewind is in de maak, geen gehoor gevend aan de oproep om de inrit vrij te laten.












zondag 24 mei 2026

Intermezzo – Kasteel


24 mei, Dag van het Kasteel! Toevallig net een roman gelezen waarin een kasteel lange tijd een wezenlijk deel van het decor vormt. Het kasteel is naamloos, de roman heet Lázár, de auteur Nelio Biedermann. Zeer lezenswaardig. De piepjonge Zwitser schetst in Lázár het verval van een adellijke familie op het Hongaarse platteland tussen 1900 en 1960. Het verval van de familie gaat zo’n beetje gelijk op met het verval van het kasteel.


Een van de hoofdpersonages is baron Sándor von Lázár, omstreeks 1900 de kasteelheer. Sándor is een autoritaire figuur, kil en afstandelijk, gevreesd door zijn twee kinderen. Nadat zijn echtgenote Mária zelfmoord heeft gepleegd, begint Sándor te drinken, excessief te drinken: ‘Voor de middag al sleepte hij zich dronken door het kasteel, daarbij de Unicum steeds uit een porseleinen kopje drinkend om schijn en waardigheid te bewaren.’ Het kasteel raakt geleidelijk in verval. Van het personeel blijft alleen oudgediende Béla de baron trouw. In 1919 overlijdt Sandór bij het bestijgen van de trap naar zijn slaapkamer: ‘Plotseling wankelde hij een beetje opzij, vergiste zich bij de volgende stap in de hoogte van de laatste trede, stootte er met zijn voet tegen, verloor zijn evenwicht en viel achterwaarts alle achttien treden naar beneden.’


Als vanzelf gingen mijn gedachten bij het lezen van de passages over Sándor naar Franz Clemens von Fürstenberg (1755-1827), de laatste kasteelheer van Huis ter Horst. Hoewel Von Fürstenberg een eeuw eerder leefde dan Sándor, kon hij wel model voor hem hebben gestaan: ook baron, ook autoritair, ook bewoner van een kasteel in verval, ook gevreesd door zijn nageslacht (dochter Charlotte), ook vervreemd van zijn echtgenote (Sophie von Ascheberg; die hem na zeven jaar huwelijk verliet) ook slechts één personeelslid dat hem trouw bleef (Johanna Rosenboom), ook berooid aan zijn einde gekomen.



Behalve overeenkomsten zijn er ook verschillen. Zo was bij Franz Clemens bij mijn weten geen sprake van overmatig drankgebruik. En uit de verhalen die over hem de ronde doen, blijkt dat hij wel degelijk ook een sociale kant moet hebben gehad. Verder komt Franz Clemens uit die verhalen vooral naar voren als een zonderling. Of hij dat inderdaad was, zou ik niet met zekerheid durven te zeggen. Tien jaar geleden schreef ik (klik hier) dat ik het zou toejuichen als iemand het leven van Franz Clemens eens bestudeerde met in het achterhoofd de vraag of hij in bepaalde opzichten z’n tijd niet ver vooruit was. Zo lang niemand dat heeft gedaan onthoud ik me van een eindoordeel.

woensdag 20 mei 2026

Intermezzo – Wolf

Eind april werd in Sevenum een wolf gesignaleerd. De gemeenteraadsfracties van CDA en VVD waren er vervolgens als de kippen bij om vragen te stellen aan het college van burgemeester en wethouders. Gisteren voorzag verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) de vragen van antwoorden.


Zijn er al meldingen bekend van schade of gevaarlijke situaties veroorzaakt door de wolf?
‘Nee.’

Beschikt het college over een actueel en onderbouwd beeld van de risico’s die de wolf vormt voor inwoners, (huis)dieren en vee?
‘Ja, de gemeente maakt gebruik van de kennis en de ervaring van landelijke en provinciale instanties, waaronder BIJ12 en de Faunabeheereenheid.’

Heeft het college al eens contact gehad met gemeenten die al te maken hebben gehad met een actieve wolf?
‘Nee, de gemeente heeft geen contact gehad met andere gemeenten omdat nu en in de nabije toekomst niet wordt verwacht dat wolven zich hier gaan vestigen. Wat we wel meemaken zijn voorbijtrekkende wolven.’


Welke concrete maatregelen kan en wil het college op dit moment al nemen om bij te dragen aan een veilige leefomgeving voor onze inwoners?
‘De gemeente is indirect betrokken bij het faunabeheer. Dat is daarvoor aan zet. Gemeentelijke natuur is als begrazingsterrein ingericht. Grondgebruikers die die terreinen laten begrazen door schapen geven we aan daarbij rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van wolven in de regio en daarbij passende preventieve maatregelen te nemen om die dieren te beschermen, bijvoorbeeld door het realiseren van wolfwerende nachtelijke kralen in combinatie met goed beheer en toezicht op de dieren. Naast het beperken van eventuele risico’s geven we als gemeente invulling aan de verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn en een zorgvuldig beheer van onze eigen begrazingsterreinen. De gemeente staat daarom in nauw contact met de wildbeheereenheid en de Faunabeheereenheid Limburg.’

Gaat de gemeente inwoners actief attenderen op Wolvenmeldpunt BIJ12?
‘Nee, deze taak ligt primair bij de provincie en bij het rijk via BIJ12.’

Kan het college toelichten welke rol de gemeente hierin heeft ten opzichte van provincie en landelijke instanties?
‘De provincie is bevoegd gezag als het gaat om bescherming van diersoorten en bestrijding van eventuele schade veroorzaakt door die beschermde diersoorten, waaronder de wolf. De rol van de gemeente is inwoners bewust te maken over de wolf en hoe zij kunnen reageren als ze ooit een wolf tegenkomen. De gemeente hoeft geen vraagbaak te worden voor inwoners. Hiervoor is het Landelijk Informatiepunt Wolven opgericht.’

Is het college bereid de raad periodiek te informeren indien de aanwezigheid van de wolf toeneemt of tot incidenten leidt?
‘Jazeker.’


Aangenaam nuchtere antwoorden die voldoende zouden moeten zijn om de hysterie te beteugelen. Of dat daadwerkelijk het geval zal zijn? De reacties op dit stukje geven wellicht een indicatie.

maandag 18 mei 2026

Intermezzo – Schoolstraat 2

Afgelopen week werd bekend dat de gemeente Horst aan de Maas de panden Schoolstraat 2 en 4 heeft aangekocht. Hen wacht de sloopkogel: de percelen worden onderdeel van een nieuw te ontwikkelen gebied rondom de voormalige Weisterbeekschool. Verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) verklaarde gisteren tegenover De Limburger dat beide panden geen bijzondere cultuurhistorische waarde hebben die behoud noodzakelijk maakt:
‘Je zou dat misschien bij het huidige gebouw van Flash Casino, waar vroeger discotheek Modern zat [Schoolstraat 2], kunnen denken, maar dat heeft niet de waarde die soms wordt vermoed. Zeker vanbinnen niet.’
Het lijkt erop dat de wethouder de begrippen ‘cultuurhistorische waarde’ en ‘architectonische waarde’ met elkaar verwart. Ik kan me voorstellen dat de architectonische waarde van Schoolstraat 2 mede door een aantal verbouwingen niet bijzonder groot is. Maar het cultuurhistorisch belang valt niet te onderschatten.


Vanaf de oplevering heeft het een rol gespeeld in het ontspanningsleven van generaties Horstenaren. Schoolstraat 2 is dan ook onderdeel van het collectieve Horster geheugen. De geschiedenis van het pand begint in 1897 toen bierbrouwer Piet Vullinghs besloot tot de bouw van een zaal die hij vervolgens verhuurde aan het Horster Mannenkoor. Dit hield er op 6 januari 1898 zijn eerste concert.

Gezicht vanaf de Veemarkt op de Mannenkoorzaal, vóór de bouw van pand Seuren (1912)
In 1934 werd Piet Mooren eigenaar van de Mannenkoorzaal. Mooren zocht naar uitbreiding van zijn winkel in fietsen, naaimachines en radio’s. Die vond hij deels in de Mannenkoorzaal. Hierin werden sinds de jaren twintig zo nu en dan ook films vertoond. Vanaf 1937 kregen die filmvoorstellingen een permanent karakter: elk weekend vertoonde exploitant en zaalhouder Piet Mooren er op meerdere tijdstippen een film. Daarmee had Horst ineens een heuse bioscoop, Centraal genaamd. Evengoed bleef het Mannenkoor tot 1945 repeteren en concerteren in de zaal.


Eind jaren zestig sloot de Centraal Bioscoop zijn deuren. In de jaren zeventig nam de roemruchte discotheek Modern zijn intrek in het pand. Daarna kreeg het zijn huidige bestemming als gokhal.

Aankondiging in de Nieuwe Venlosche Courant van 2 april 1937 van een van de eerste films in de Centraal Bioscoop
De cultuurhistorische betekenis van Schoolstraat 2 lijkt me daarmee voldoende aangetoond. Of dat behoud noodzakelijk maakt? Mwah. Misschien blijft het pand wel langer in het collectieve geheugen verankerd als de geschiedenis ervan en de herinneringen eraan worden onderzocht, vastgelegd en openbaar gemaakt in de vorm van een publicatie, documentaire, expositie of podcast.    

vrijdag 15 mei 2026

Intermezzo – Stoebe

In een podcast over de Deense schilder Laurits Andersen Ring (1854-1933) hoor ik Maarten van Rossem zeggen: ‘Ergens in die reeks over de dood is een schilderij van die stobben, in een moerasachtige situatie.’ Hij gaat verder, maar ik haak af, mijn gedachten blijven hangen bij het woord stobben. Zou hij misschien stoebe bedoelen? Als je vroeger Lodewijk H zaliger gedachtenis ergens in het buitengebied tegenkwam kon je er donder op zeggen dat hij op zoek was naar stoebe.
‘Wát binde án ’t doon?’
‘Ik bin stoebe án ’t zeuke. Vur de knien.’


Stoebe is de dialectbenaming voor de bladeren van de paardenbloem, die samen een rozet vormen. Nooit in de situatie geweest dat ik het Nederlandse equivalent van stoebe moest gebruiken. Ook nooit stilgestaan bij de vraag wat dat equivalent dan wel zou kunnen zijn. Stobben dus? Dat valt nog te bezien. Een stobbe is in het Nederlands een ander woord voor boomstronk. Zo bedoelde Maarten van Rossem het ook, blijkt als ik de podcast nogmaals beluister:
‘Ergens in die reeks over de dood is een schilderij van die stobben, in een moerasachtige situatie van elzen. Ik denk dat het elzenstobben zijn. (…) Kijk naar die elzenstobben. Een meesterlijk schilderij omdat het ook reflectie heeft, schitterend gebruikte reflectie van die elzenstobben in dat water.’

Waar ik ook zoek, nergens kom ik ‘stobbe’ tegen in de betekenis van het blad van een paardenbloem. Resteert dus de vraag of het Nederlands überhaupt een benaming kent voor de bladeren van de paardenbloem. Ja, molsla, maar als ik het goed begrijp worden alleen de jonge bladeren van de paardenbloem zo genoemd.


Iemand enig idee of er nog andere benamingen zijn?   

dinsdag 12 mei 2026

Horst in oude ansichten (12) – Hoofdstraat


Verzonden in 1957 volgens het poststempel. Alsof het poststempel nodig zou zijn om de kaart te identificeren als een jaren-vijftig-kaart. Alles ademt de jaren vijftig. De kleren, de fietsen, de kinderwagen, de lantaarnpalen. Het serene straatbeeld evenzeer. Geen enkele opsmuk. Zelfs de schaarse reclame-uitingen (‘Spaarbank’, ‘Meubels’) zijn bescheiden, alsof ze zijn aangebracht omdat het nu eenmaal moet, maar eigenlijk liever niet.

Statige huizen, bewoond door de hoge heren van het dorp. Ze ogen streng, hermetisch, in zichzelf gekeerd. Van het tweede pand van rechts wordt beweerd dat het in opdracht van de welgestelde ondernemersfamilie Thomeer zou zijn ontworpen door de grote Pierre Cuypers, beroemd architect uit Roermond. Ten tijde van de kaart is het de ambtswoning van de hoogste lokale vertegenwoordiger van het wereldlijk gezag: burgemeester Theo Gijsen. Een stuk verderop, voorbij meubelzaak Cuppen, woont zijn kerkelijke tegenhanger: de deken, op dat moment Leonard Debye.

Op de vrouw op de fiets na bevolken uitsluitend kinderen de straat. Babyboomers. Anders dan hun ouders torsen ze de last van een oorlog, dé oorlog, niet mee op hun schouders. Onbezorgd gaan ze de jaren zestig tegemoet. Het zal nog een halve eeuw duren voordat ze worden bespot om de boomerflap van hun telefoons.

donderdag 7 mei 2026

Intermezzo – Aardappels te koop

De scholen hebben meivakantie. Dat is onder meer te merken aan het de afgelopen anderhalve week explosief gegroeide aantal stoepkrijttekeningen. Terugdenkend aan mijn eigen schoolvakanties herinner ik me eindeloos voetballen en een steeds bedrukter gemoed naarmate het einde van de vakantie naderde – school was voor mij vooral een hinderlijke onderbreking van de vakantie. Schoolvakanties herinner ik me ook als een tijd van ambitieuze bouwplannen. Maar bij gebrek aan motorische en technische vaardigheden gooide ik de hamer en de schroevendraaier er doorgaans al snel gefrustreerd bij neer. Dat is bij Gijs (8) wel anders.


Fietsend over de Saarweg in America stuitte ik afgelopen vrijdag op een fantastisch stalletje in de wegberm. ‘Aardappels te koop’, was er met zwarte verf op gespoten. Afstappen en een foto maken natuurlijk. Toen ik weer verder wilde fietsen, kwam een jongen naar buiten lopen. Gijs.
‘Heb jij dit gebouwd?’
‘Ja.’
‘Ongelooflijk! Knap hoor, heb je echt heel mooi gemaakt.’


Ondertussen is de moeder van Gijs er ook bij komen staan. Ze vraagt Gijs waarom hij geen aardappels in het stalletje heeft liggen.
‘Die liggen er wel hoor.’
‘Oh ja, ik zie ze nu.’
‘Kan ik er dan misschien kopen?’, vraag ik.
‘Ja.’
‘Had je al een prijs bedacht?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Euhhh… ja… maar die ben ik weer vergeten.’
‘Een euro per kilo?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Oh ja.’
‘Dan wil ik graag een kilo’, zeg ik.
Gijs overhandigt mij twee zakjes; ik geef hem een euro en een fooi.


Of ik misschien een stukje mag schrijven over het stalletje? Dat mag van Gijs. En van zijn moeder, die ook nog vertelt dat Gijs het stalletje tijdens de vakantie in twee dagen heeft gebouwd en bij het spuiten van de teksten hulp heeft gekregen van zijn broer Teun (9) en diens vriendje Bart (10). Waarvan akte.


Of ik nog wat meer foto’s mag maken? Natuurlijk. Als ik weg wil fietsen, benadrukt Gijs dat ik niet moet vergeten in het stukje ook het adres te noemen: ‘Dan komen er misschien wel heel veel mensen.’ Agrarisch ondernemer in de dop. Welnu: Saarweg 19 in America is the place to be!  

woensdag 6 mei 2026

Intermezzo – Peelbrand

Op 1 maart 1932 woedde in de Peel bij Griendtsveen een grote brand. Het Algemeen Handelsblad berichtte een dag later:
‘Terwijl de Peel op verschillende plaatsen in vollen gloed stond, heerschte in de dorpjes aan den rand diepe rust. Dit is niet zoo onverklaarbaar als het voor buitenstaanders lijkt. Er gaat immers geen jaar voorbij zonder ten minste een flinken Peelbrand, ofschoon het zelden of nooit zoo hevig heeft gebrand als gisteravond en in den afgeloopen nacht.’
Ook in Horst lag niemand wakker van de brand, aldus het Algemeen Handelsblad:
‘In de Dorpsstraat van Horst kregen wij een boer in het licht van den schijnwerper. “Baas, waar brandt de Peel?” vroegen wij kort. “Is-t-er weer Peelbrand? Niks van ‘eheurd.”’

De Limburger Koerier bespeurde eveneens weinig opwinding:
‘Horst weet weinig van den peelbrand af, tenminste een late wandelaar, die zich naar huis spoedde, stond er verwonderd van te kijken, dat er zooiets als een peelbrand in de Peel aan den gang was.’
Afgelopen vrijdag woedde in de Peel bij Griendtsveen een brandje dat de brandweer in een mum van tijd onder controle had. Geen ‘vollen gloed’ dus. Toch heerste in ‘de dorpjes aan den rand’ ditmaal geen diepe rust. Althans niet bij Facebookend Horst aan de Maas. Dat stond in lichterlaaie. ‘Aangestoken’, was de eensluidende conclusie. Maar waarom? En door wie? ‘De roverheid zelf’, suggereerde iemand. Waarom dan? ‘Ze moeten iets doen om de mensheid meer belasting te laten betalen om de natuur te redden. Allemaal bewust... kijk maar eens wat onderhoud kost, en daarbij kunnen ze mooi angstzaaien zodat je nog meer belasting gaat betalen.’ Zou de overheid echt geen effectievere manieren weten om meer belastinggeld binnen te harken?


Nee, het was niet de roverheid, meenden anderen. Wie dan wel? Activisten! ‘Geeft toch te denken nu we worden gebrainwashed over de opwarming van de aarde, dit is geen toeval. Misschien eens rondkijken bij die klimaatactivisten, die gaan heel ver om hun zin te krijgen.’ Dus klimaatactivisten gaan in de Peel een fikkie stoken om de opwarming van de aarde te bevorderen? Zodat hun gelijk des te eerder wordt bevestigd?


Ja, het moeten wel activisten zijn geweest, denkt iemand anders, maar dan activisten uit een andere hoek. ‘Mensen geven defensie de schuld maar denk dat ze alle branden maar eens goed moeten onderzoeken. Is een groep die erachter zit. Activisten bijv!!’ Spijker op de kop volgens weer een ander: ‘Ook mijn gedachten. Mensen die een hekel aan defensie hebben.’ Ah zo! Dus mensen die een hekel hebben aan defensie stichten brand om defensie zo een slechte(re) naam te bezorgen?


Gruwelijk heimwee naar de nuchterheid van 1932.

woensdag 29 april 2026

Intermezzo – De Wilgert

- Naast De Berkel is een redelijk groot gat in de grond. Nieuw buitenbad voor Horst?
- Haha, lijkt me onwaarschijnlijk…
- Mij ook, maar miss leuk voor een blog?
- Wie weet! Ik ga er een dezer dagen eens kijken. Bedankt voor de tip!


Messenger-dialoog tussen Sanne Cox-Groenewegen en Horst-sweet-Horst, afgelopen zaterdag. De kijkoperatie volgde twee dagen later. Levensgroot gat ja, maar inderdaad moeilijk te verkopen dat hier een nieuw Horster buitenbad in aanbouw zou zijn. Starend naar dat gat kwam wel een Horster-buitenbad-herinnering bovendrijven. Zwemles met de hele klas in De Wilgert, medio jaren zeventig. Winterse kou in het vroege voorjaar. Net geen ijs op het water maar de strenge badjuffen waren onverbiddelijk: erin! Bibberen en kippenvel. En een levenslange hekel aan zwemmen.


Anderen hebben ongetwijfeld aangenamere herinneringen aan De Wilgert, het onoverdekte betonnen zwembad met café en badhuis dat stroopfabrikant Sjang Hesen in 1951 liet aanleggen op de plek waar nu sporthal De Berkel ligt. De naam van het door Mart Keijsers ontworpen complex was bepaald na een prijsvraag. Uit 74 inzendingen koos Sjang Hesen die van Mia Nelissen, die de voornamen van de twee jongste dochters van Sjang, Wil en Gert, had samengevoegd tot Wilgert.

Bert Hesen (rechts) en aannemer Lei Coppus bekijken De Wilgert in aanbouw
Bij de opening op 8 juli 1951 roemde burgemeester Van Grunsven de ondernemingsgeest van Sjang Hesen. Met het zwembad was volgens de burgemeester een belangrijke stap gezet ‘op de weg naar de urbanisatie van Horst’. De Horstenaren vonden snel de weg naar De Wilgert. Was het niet om te zwemmen, dan wel om te douchen: in de eerste naoorlogse jaren beschikte lang niet iedereen thuis over een douche.

Advertentie in het Dagblad voor Noord-Limburg van 17 mei 1952. Mannen en vrouwen zwommen nog op verschillende tijdstippen
Nadat Bert Hesen De Wilgert in 1957 van zijn vader had overgenomen, kreeg het bad door een uitbreiding van tien bij vijftien meter een L-vorm. Ook kwam er een vrijstaande loods met kleedkamers. In 1966 werd de gemeente eigenaar van het complex. Nadat in 1971 pal naast De Wilgert een binnenbad gereedkwam, was het met de populariteit van het buitenbad snel gedaan, ondanks de aanleg van een pierenbad. Daarnaast kreeg De Wilgert er met natuurbad De Kasteelse Bossen nog een andere concurrent bij. Tel daar de oplopende onderhoudskosten bij op en het kan geen verrassing zijn dat de gemeente in 1977 besloot tot sluiting en afbraak van bad en café.

maandag 27 april 2026

Intermezzo – Het Athletic Bilbao van de vierde divisie C

‘“Het Athletic Bilbao van de vierde divisie C” wankelt’, kopte De Limburger gisteren, nadat Wittenhorst in eigen huis had verloren van Achilles Veen en daardoor nog niet verzekerd is van een langer verblijf in de vierde divisie. Zorgwekkend. Toch maakte ik een vreugdesprong bij het lezen van die kop: eindelijk weer eens een vergelijking van iets in Horst aan de Maas met het archetype van dat iets.


Een kleine greep uit eerder gesignaleerde Horster archetypische vergelijkingen: Afslag 10 ‘Het Valencia van het noorden’, de toren bij de kasteelruïne ‘De Eiffeltoren van Horst’, Griendtsveen ‘Het Venetië van het zuiden’, Horst aan de Maas ‘Het Volendam van Limburg’ en het strandbad in de Kasteelse Bossen ‘De Rivièra van Horst’. En nu dus Wittenhorst ‘Het Athletic Bilbao van de vierde divisie C’.


Ik hoopte uiteraard dat aan de vergelijking van Wittenhorst met het roemruchte Athletic Bilbao ten grondslag lag dat Wittenhorst expliciet zijn solidariteit met het Palestijnse volk had uitgesproken. Net zoals Athletic Bilbao dat als een van de weinige voetbalclubs meerdere malen op indrukwekkende wijze heeft gedaan. Maar het bleek toch iets anders te liggen. Bestuurslid Antoine Driessen in De Limburger:
‘We willen als Wittenhorst een regionale uitstraling hebben. Athletic Bilbao is een Baskische club, waar ook heel veel spelers uit de regio onder contract staan. Bij ons staat vast dat minimaal tachtig procent van de selectiespelers uit Horst aan de Maas of uit onze eigen opleiding moet komen. Dat is de identiteit die we willen behouden en daarin zijn we wel anders dan veel clubs uit de competitie.’

Gezond uitgangspunt, waarin ook trainer Harrie Gommans zich kan vinden:
‘Athletic Bilbao komt ook regelmatig ver in de beker en speelt geregeld mee om de eerste vijf plekken in de competitie. Dat willen wij ook. Ik ben overigens nog nooit in Bilbao geweest. Maar ik ga nu wel tegen Antoine zeggen dat hij me er maar eens mee naartoe moet nemen dan.’

Dan wil ik ook graag mee. Nooit geweest, terwijl ik toch heel erg houd van robuuste industriesteden, majestueuze hangbruggen, deconstructivistische musea met hedendaagse kunst en wispelturig weer. En natuurlijk van indrukwekkende stadions, San Mames wordt niet voor niets gekarakteriseerd als ‘Het sportpark Ter Horst van het Zuiden’.

zondag 26 april 2026

Trapveldjesvoetballers (20)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Aus Hamdi Al-Nassan, 14 jaar, overleden op 21 april 2026 in Al-Mughayyir, bezette Westelijke Jordaanoever


Terwijl de wereld wegkijkt, wordt op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever het vernietigende Israëlische werk in versneld tempo voortgezet. Moord en doodslag zijn er aan de orde van de dag. Zo ook deze week, op dinsdag 21 april, in Al-Mughayyir, een Palestijns dorp dertig kilometer ten noordoosten van Ramallah.

Even na de middag werden Israëlische kolonisten gesignaleerd bij de plaatselijke jongensschool. Eerder die dag hadden ze zich volgens ooggetuigen gericht tegen het vee van de lokale bewoners. In de buurt van de school zouden ze volgens het Israëlische leger zijn bekogeld met stenen. Een van de inzittenden, een geüniformeerde reservist, zou uit de auto zijn gestapt en uit zelfverdediging het vuur hebben geopend. Maar videobeelden spreken dit tegen: de schutter stond op een heuvel en nam rustig de tijd om te richten. Hij nam tientallen leerlingen van de school onder vuur, onder wie de 14-jarige Aus Hamdi Al-Nassan. Evenals de vader van een andere leerling overleefde Aus Hamdi deze aanslag niet. Hij werd aan zijn hoofd geraakt en overleed ter plekke.


Zoals zoveel van zijn leeftijdgenoten droomde Aus Hamdi ervan om profvoetballer te worden. Dagelijks voetbalde hij op straat met buurtgenoten. Hij zat ook op karateles: hij was bezig met het behalen van de zwarte band. Een van zijn andere favoriete bezigheden was gamen. Vele uren bracht hij door in zijn roodzwarte gamestoel, vooral bezig met het spelen van FIFA. Hij had een editie met Kylian Mbappé op de cover.

Daags nadat hij was doodgeschoten werd Aus Hamdi begraven. Tijdens de begrafenisplechtigheid vuurden Israëlische strijdkrachten traangas af op de aanwezigen. Aus Hamdi had geen vader meer: die werd in 2019, ongeveer op dezelfde plek als zijn zoon, doodgeschoten, eveneens door een kolonist. Al-Mughayyir is bijna dagelijks doelwit van aanvallen door Israëlische kolonisten.

Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon – allemaal door toedoen van Israël. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas, waar trapveldjesvoetballers weinig te vrezen hebben. Ditmaal een foto van het trapveldje bij het biologisch station van Staatsbosbeheer in Evertsoord. Klik hier en hier voor de voornaamste bronnen voor dit stukje.