Als hij nog had geleefd, zou mijn opa van moederskant morgen 120 zijn geworden.
Op verkiezingsdag. Daar zou hij zeer verguld mee zijn geweest, mijn opa was bijzonder
politiek bewust. Geboren in 1906 in Meerssen trad hij op 13-jarige leeftijd als
leerling-meterijker in dienst bij de Stroom Verkoop Maatschappij (de latere PLEM)
in Maastricht. Nadat hij zijn opleiding had voltooid, trok hij als meterijker
door de hele provincie. In Horst leerde hij mijn oma kennen. In 1932 trouwden
ze. Sindsdien woonde mijn opa in Horst.
Nadat hij in Maastricht een toespraak had bijgewoond van Willem Vliegen, voorman van de SDAP (een voorloper van de PvdA), had mijn opa zijn hart verpand aan de sociaaldemocraten. Anders gezegd: mijn opa was ‘enne roëje’. Daarmee was hij een uitzondering in het homogeen katholieke Limburg, waar achtereenvolgens RKSP, KVP en CDA een enorme overmacht hadden. Ter illustratie: bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1937 behaalde de RKSP in de gemeente Horst 3280 van de 3455 uitgebrachte stemmen. Mijn opa was een van de 14 SDAP-stemmers. In 1952 was er weinig veranderd: 4584 van de 4923 stemmen gingen naar de KVP, de PvdA bleef op 90 steken. Twee jaar later, in 1954, werd het katholieken verboden lid te zijn van socialistische organisaties. Met dit zogeheten Bisschoppelijk Mandement werd de overtuiging van mijn opa danig op de proef gesteld. Toch bleef hij de sociaaldemocratie trouw.
Vanaf eind jaren zestig gloorde er hoop. Het kabinet-Den Uyl trad aan en Horst kreeg in 1976 een afdeling van de PvdA. Mijn opa was een van de eerste leden. In 1978 kwam de PvdA voor het eerst in de gemeenteraad, met drie zetels nog wel. Bij de volgende verkiezingen, in 1982, prijkte mijn opa op de voorzijde van een verkiezingsfolder van de PvdA.
In 1986 vielen de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart, de naamdag van de heilige Jozef, naar wie mijn opa was vernoemd. Elke stemgerechtigde inwoner van de gemeente Horst vond op de verkiezingsdag dit lichtelijk provocerende kaartje in zijn brievenbus:
Desalniettemin (of juist daardoor?) behaalde de PvdA bij deze verkiezingen een nooit
meer overtroffen score van 24 procent van de stemmen. Daarna ging het
geleidelijk minder, zowel met mijn opa als met de PvdA. Dat Wim Kok de PvdA in
de jaren negentig ontdeed van haar ideologische veren drong gelukkig niet meer
helemaal tot hem door – hij overleed in 1997.
‘Wij geloven in die droom van die andere samenleving en die droom zal nooit sterven’, zei de door mijn opa bewonderde Joop den Uyl ooit. Nee, die droom zal hopelijk inderdaad nooit sterven. Maar die droom lijkt wel jaar na jaar verder af te brokkelen. Begrippen als ‘streng’, ‘keihard’, ‘eigen verantwoordelijkheid’, ‘ondernemers’ en ‘realisme’ voerden deze verkiezingscampagne in Horst aan de Maas de boventoon. Idealen zijn verdacht, idealisme is verworden tot een scheldwoord. Het CDA beroept zich erop dat solidariteit een van zijn beginselen is. Vervolgens lees je tot drie keer toe in het verkiezingsprogramma ‘Solidariteit is niet onbeperkt’. Kraaide de haan ook niet driemaal?
Als mijn opa in een graf lag, zou hij zich er ongetwijfeld in hebben omgedraaid.
Nadat hij in Maastricht een toespraak had bijgewoond van Willem Vliegen, voorman van de SDAP (een voorloper van de PvdA), had mijn opa zijn hart verpand aan de sociaaldemocraten. Anders gezegd: mijn opa was ‘enne roëje’. Daarmee was hij een uitzondering in het homogeen katholieke Limburg, waar achtereenvolgens RKSP, KVP en CDA een enorme overmacht hadden. Ter illustratie: bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1937 behaalde de RKSP in de gemeente Horst 3280 van de 3455 uitgebrachte stemmen. Mijn opa was een van de 14 SDAP-stemmers. In 1952 was er weinig veranderd: 4584 van de 4923 stemmen gingen naar de KVP, de PvdA bleef op 90 steken. Twee jaar later, in 1954, werd het katholieken verboden lid te zijn van socialistische organisaties. Met dit zogeheten Bisschoppelijk Mandement werd de overtuiging van mijn opa danig op de proef gesteld. Toch bleef hij de sociaaldemocratie trouw.
Vanaf eind jaren zestig gloorde er hoop. Het kabinet-Den Uyl trad aan en Horst kreeg in 1976 een afdeling van de PvdA. Mijn opa was een van de eerste leden. In 1978 kwam de PvdA voor het eerst in de gemeenteraad, met drie zetels nog wel. Bij de volgende verkiezingen, in 1982, prijkte mijn opa op de voorzijde van een verkiezingsfolder van de PvdA.
In 1986 vielen de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart, de naamdag van de heilige Jozef, naar wie mijn opa was vernoemd. Elke stemgerechtigde inwoner van de gemeente Horst vond op de verkiezingsdag dit lichtelijk provocerende kaartje in zijn brievenbus:
‘Wij geloven in die droom van die andere samenleving en die droom zal nooit sterven’, zei de door mijn opa bewonderde Joop den Uyl ooit. Nee, die droom zal hopelijk inderdaad nooit sterven. Maar die droom lijkt wel jaar na jaar verder af te brokkelen. Begrippen als ‘streng’, ‘keihard’, ‘eigen verantwoordelijkheid’, ‘ondernemers’ en ‘realisme’ voerden deze verkiezingscampagne in Horst aan de Maas de boventoon. Idealen zijn verdacht, idealisme is verworden tot een scheldwoord. Het CDA beroept zich erop dat solidariteit een van zijn beginselen is. Vervolgens lees je tot drie keer toe in het verkiezingsprogramma ‘Solidariteit is niet onbeperkt’. Kraaide de haan ook niet driemaal?
Als mijn opa in een graf lag, zou hij zich er ongetwijfeld in hebben omgedraaid.
































kl.jpg)










