Wat in het vat zit verzuurt niet en belofte maakt schuld. Een half jaar later
dan gepland daarom vandaag het eerste van twee nieuwe stukjes over de zogeheten
Canadese woningen in Horst, de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd
volgens de Canadese houtskeletbouwmethode.
In de laatste aflevering van deze serie binnenkort aandacht voor de indeling van de woningen en over het ervaren woongenot van twee bewoners. Klik hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen in deze serie.
![]() |
| Afb 1 Foto van de woningen aan de Meterikseweg in De Nieuwe Limburger van 29 december 1967 |
Zoals eerder geschreven werden de 21 woningen aan de Meterikseweg en
Zegersstraat op 28 december 1967 officieel in gebruik genomen. Een dag later berichtte
De Nieuwe Limburger over het bouwproces: ‘De skeletten werden
vervaardigd op de woningfabriek van de firma Guelen uit Wychen, die de woningen
tevens ter plaatse in elkaar zette. De gehele douchecel met polyester vloer en
leidingen evenals w.c. met meterkast werden in hun geheel geprefabriceerd. De
Canadese woningen zijn aan voor- en achterzijde afgewerkt met rood cederhout en
aan de binnenzijde bekleed met gipsplaten. Het enige metselwerk, dat er aan te
pas komt, is het plaatselijk bekleden van het skelet met een halfsteens
muurtje.’
![]() |
| Afb 2 Cartoon uit Cobouw van 16 december 1967 |
De Studiegroep Houtskeletbouw, die de bouw begeleidde, betitelde vooral het
feit dat de woningen niet van elkaar werden gescheiden door metselwerk als ‘revolutionair’.
In plaats daarvan bestond de wand tussen twee woningen uit twee lagen
gipsplaten, een houtskelet en houtwolcementplaten. De brandveiligheid daarvan
was gelijk aan die van gemetselde wanden. De gehorigheid was zelfs duidelijk
minder dan die bij een doorsnee gemetselde tussenmuur.
De Nieuwe Limburger was overigens ook lovend over het comfort van de
woningen: ‘Zo bevatten ze dubbel beglaasde ramen. Er zijn isolatiedekens
aangebracht in de buitenwanden en het plafond van de verdieping. Hiermee wordt
een warmte-isolerend vermogen verkregen, dat driemaal zo groot is als dat van een
traditionele spouwmuur. De woningen zijn voorzien van vloerverwarming. De
houten gevels zijn beschermd met een afwerkmiddel, dat om de 4 à 5 jaar
verfrist moet worden. Maar ook zonder behandeling is het hout weervast.’
Nog enkele cijfers: de woningen hadden een inhoud van 420 kubieke meter, de
bouwkosten bedroegen 29 duizend gulden per woning en de huurprijs werd
vastgesteld op 158 gulden per maand.
In de laatste aflevering van deze serie binnenkort aandacht voor de indeling van de woningen en over het ervaren woongenot van twee bewoners. Klik hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen in deze serie.

















































