De scholen hebben meivakantie. Dat is onder meer te merken aan het de afgelopen anderhalve week explosief gegroeide aantal stoepkrijttekeningen. Terugdenkend aan mijn eigen schoolvakanties herinner ik me eindeloos voetballen en een steeds bedrukter gemoed naarmate het einde van de vakantie naderde – school was voor mij vooral een hinderlijke onderbreking van de vakantie. Schoolvakanties herinner ik me ook als een tijd van ambitieuze bouwplannen. Maar bij gebrek aan motorische en technische vaardigheden gooide ik de hamer en de schroevendraaier er doorgaans al snel gefrustreerd bij neer. Dat is bij Gijs (8) wel anders.
‘Heb jij dit gebouwd?’
‘Ja.’
‘Ongelooflijk! Knap hoor, heb je echt heel mooi gemaakt.’
‘Die liggen er wel hoor.’
‘Oh ja, ik zie ze nu.’
‘Kan ik er dan misschien kopen?’, vraag ik.
‘Ja.’
‘Had je al een prijs bedacht?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Euhhh… ja… maar die ben ik weer vergeten.’
‘Een euro per kilo?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Oh ja.’
‘Dan wil ik graag een kilo’, zeg ik.
Gijs overhandigt mij twee zakjes; ik geef hem een euro en een fooi.







.jpg)









































