donderdag 26 mei 2022

Intermezzo – Maaspark Ooijen-Wanssum (3)

Nog maar eens over Maaspark Ooijen-Wanssum. Omdat ik het niet begrijp.


Meer dan tien jaar is gewerkt aan Maaspark Ooijen-Wanssum. Meer dan tweehonderd miljoen euro is erin geïnvesteerd. Het resultaat mag er zijn. Ontstaan is een gebied van een kleine vijfhonderd hectare dat bijdraagt aan de bescherming tegen Maasoverstromingen. Op de koop toe is ook nog eens een natuur- en landschapsparadijsje gecreëerd om je vingers bij af te likken. Een mes dat aan meerdere kanten snijdt. Beter kun je het niet hebben. Zuinig op zijn. Zou je denken.


Op de website van het Maaspark valt nog steeds te lezen dat de provincie Limburg, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer zorgen voor het natuurbeheer in het gebied: ‘Zij gaan samen het gebied als één grote begrazingseenheid beheren zoals in de plannen is vastgelegd.’ Of dat inderdaad zal gebeuren is inmiddels twijfelachtig. De machtige boerenlobby heeft namelijk bij de provincie Limburg weten af te dwingen dat ook boeren in aanmerking komen voor beheer van het gebied. Waarmee de in de plannen vastgelegde begrazingseenheid ineens op losse schroeven is komen te staan.


Stichting Maaspark Ooijen-Wanssum reageert ‘met ongeloof en verbijstering’ op de provinciale koerswending. Ze vreest versnippering van het gebied en definieert nog maar eens het begrip ‘beheer’: ‘Beheer is meer dan een paar dieren door een boer laten grazen. Het gaat ook om toezicht en handhaving, educatie, excursies, promotie, georganiseerde wandelingen, of wel het “'beleefbaar”' maken van dit unieke natuurgebied.’


Over de aard van het boerenbeheer hoeven we ons weinig illusies te maken. Provinciale Statenlid  Herman Nijskens (VVD), die zich zo’n beetje heeft ontpopt als spreekbuis van de boeren, zei onlangs al in De Limburger: ‘Ik kan me voorstellen dat je een bepaalde vorm van bemesting toestaat. Dat zou interessant kunnen zijn voor een grote teler van vleesvee.’ Het kind met het badwater weggooien. Of in de woorden van Keesjan van den Herik, vijftien jaar lang omgevingsmanager van het gebied: ‘Dan zet je de hele filosofie van dit gebied bij het grofvuil. Het gebied is af, geliefd en heeft zijn waarde in alle opzichten bewezen. Wat is dan je motief om de belevingswaarde, de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteiten om zeep te helpen? En hoe leg je uit dat het belastinggeld dat we hier in hebben gestopt voor niets is geweest?’


Inderdaad, hoe leg je het allemaal uit? Valt het wel uit te leggen? Ik begrijp er in elk geval geen snars van.


Overigens: uiteindelijk beslist de provincie Limburg over het beheer, de gemeente Horst aan de Maas heeft er geen zeggenschap in. Toch was het verheugend wethouder Eric Beurskens (Essentie) afgelopen dinsdag tijdens de raadsvergadering in reactie op vragen van de grote voorvechtster van Maaspark Ooijen-Wanssum, Eveline Baas (D66/GroenLinks), te horen zeggen:
‘Wij vinden dat het beheer uniform dient te gebeuren en dat het natuurdoeltype rivier- en moeraslandschap in stand moet worden gehouden. Het liefst hebben we ook één beheerpartij. Wel juichen we het toe als agrariërs een deelbeheer krijgen onder de paraplu van de grote regisseur van het gebied.’
Toch een duwtje in de juiste richting.

(Een kortere versie van dit stukje verscheen gisteren in Via Horst-Venray)

vrijdag 20 mei 2022

Intermezzo – De kaders

‘Dit plan zou moeten voldoen aan de kaders.’
‘We zijn scherper geworden op de kaders.’
‘De kaders moeten worden meegenomen.’


Inderdaad, de lucht was weer eens zwanger van de kaders, vorige week dinsdag tijdens de vergadering van de Horster gemeenteraad.


Ook in het concept van het coalitieakkoord van Horst aan de Maas is het kaders voor en kaders na. Afschrikwekkend voorbeeld: ‘Wel formuleren we heldere ambities en kaders aan de voorkant, in lijn met de afspraken uit het Masterplan Wonen.’


‘Heldere kaders aan de voorkant’: typisch zo’n moedeloos makende frase die je doet vermoeden dat althans in Horst aan de Maas ook in de komende periode de kloof tussen overheid en burger niet zal worden overbrugd. Maar dat geheel terzijde. Terug naar de kaders. Van Dale omschrijft een kader omslachtig als ‘wat iets als en tot een geheel omsluit’. Daar tegenover staat het synoniem dat Van Dale geeft voor kader: ‘raam’. Verhelderend: stel je een kader, dan is buiten de lijntjes kleuren er niet bij.


Je denkt: zo is het spel, zo zijn de regels. Maar niet in Horst aan de Maas. Daar kan het gemeentebestuur naar believen binnen of buiten de door de gemeenteraad gestelde kaders kleuren. Hoe vaak hebben we Horster wethouders de voorbije periode niet tegen de gemeenteraad horen zeggen ‘Ik zou het ook graag anders willen, maar het past nu eenmaal niet binnen de kaders die u heeft gesteld’? Vorige week dinsdag ging het plotseling andersom. Aan de orde was nieuwbouwplan Disselhof aan de Venloseweg (voormalig terrein houthandel Mol). Daarvoor gelden onder meer als kaders: bepaald percentage sociale huurwoningen, bepaalde hoeveelheid openbaar groen, maximaal toegestane bouwhoogte, maximaal toegestane geluidsbelasting. Maar verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) had in dit geval ineens lak aan al die kaders. En hij waarschuwde ook maar meteen: ‘Het gaat vaker voorkomen dat we moeten afwijken van de kaders.’  


Je denkt: de gemeenteraad voelt zich geschoffeerd door deze opgestoken wethouderlijke middelvinger richting de kaders. Maar niet in Horst aan de Maas. Daar likt een grote meerderheid van de gemeenteraad aan de opgestoken wethouderlijke middelvinger als was het een overheerlijke lolly. Van je gemeenteraad moet je het maar hebben.


Wat staat er trouwens in het concept van het nieuwe coalitieakkoord? ‘We versterken de kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol van de Raad.’

Om je te bescheuren.

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray)

woensdag 11 mei 2022

Intermezzo – Tegelwippen

Je kunt niet alles weten. Toen begin maart, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, in Sevenum banners verschenen met het opschrift ‘Tegels eruit, groen erin’, beschouwde ik dat als een originele verkiezingsleus, refererend aan CDA-lijsttrekker Rudy Tegels en de behoefte aan een groener beleid in Horst aan de Maas. Niet meer en niet minder. Twee maanden later is Tegels eruit (dat wil zeggen: er zelf uitgestapt) en ben ik er inmiddels achter dat ‘Tegels eruit, groen erin’ veel meer is dan een originele verkiezingsleus.


‘Tegels eruit, groen erin’ is een slogan van een beweging die vanuit Amsterdam langzaam Nederland aan het veroveren is. Een beweging die ook wel bekendstaat onder de naam Operatie Steenbreek. Leidende gedachte erachter: minder stoeptegels leiden tot een groener, gezonder, biodiverser en klimaatbestendiger land. Waaraan ik graag zou willen toevoegen: minder stoeptegels leiden ook tot meer olifantenpaadjes, tot minder gebruik van het onzalige Roundup, tot minder van die gekmakende azijnstank in trottoiromgevingen. Allemaal liever vandaag dan morgen.


Onder het motto ‘Elke tegel telt’ zijn de afgelopen jaren overal in den lande initiatieven ontstaan om tegenwicht te bieden aan de verregaande verstoeptegelingsdwang die Nederland al vele decennia lang teistert. Sinds vorig jaar is er zelfs een heus Nederlands Kampioenschap Tegelwippen. Deelname staat open voor zowel gemeenten als particulieren. Op de lijst van deelnemende gemeenten ontbreekt de naam van Horst aan de Maas. Zoals alle gemeenten die de Gezondste Regio vormen schitteren door afwezigheid.


Gebeurt er hier dan helemaal niets op tegelwipgebied? Toch wel: vorig jaar organiseerde Groengroep Sevenum een Actie Steenbreek in Sevenum, Evertsoord en Kronenberg. En twee weken geleden begon Wijkplatform Noord-West in samenwerking met Wonen Limburg in Venray een Actie Tegelwippen. Als eerste werd de Bevrijdingsweg onder handen genomen. Hoe toepasselijk. Als aardoppervlak eindelijk bevrijd zijn van die ellendige stoeptegels boven je hoofd.


Op het moment zijn overal in Noord-Limburg nieuwe coalities in de maak. Minst gewild is traditiegetrouw de post Wethouder van Scheefliggende Stoeptegels. Het aanzien van deze wethouder zou in één klap een enorme boost krijgen als aan diens takenpakket voortaan ook het beleidsterrein Te Wippen Stoeptegels zou worden toegevoegd.


Alle stoeptegels de wereld uit, om te beginnen uit de Gezondste Regio. 

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 10 mei 2022

Intermezzo – Han

Iemand laten vallen als een baksteen betekent volgens Van Dale ‘onverwacht zijn handen ervan aftrekken, geheel in de steek laten’. Het CDA Horst aan de Maas heeft zijn wethouder Han Geurts laten vallen als een baksteen, zo werd gisteren bekend. En dat komt keihard aan. De wethouder schrijft zelf op zijn Facebookpagina: ‘Ik kreeg van het CDA de mededeling dat ze mijn kandidatuur als wethouder niet steunen. Ik ga niet over het besluit, maar dat de CDA-raadsleden dit besluit genomen hebben zonder eerst met mij in gesprek te gaan, doet me erg veel pijn.’ Van je vrienden moet je het maar hebben. Politiek is niet voor watjes, inderdaad. Maar politiek hoeft toch ook niet over lijken te gaan?  


Vier jaar lang liep Han zich het vuur uit de sloffen als wethouder namens het CDA. Wagonladingen vol kritiek kreeg hij over zich uitgestort, niet in de laatste plaats van mij. Omdat ik hem een zwak bestuurder vond, zoals ik op deze plaats regelmatig heb laten blijken. Kijk de laatste voorbereidende raadsvergadering terug en je begrijpt meteen wat ik bedoel. Ondanks alle kritiek bleef het CDA steeds achter zijn wethouder staan. En nu, twee maanden na de verkiezingen, serveert het CDA hem ineens af als kandidaat-wethouder. Broedermoord. Schunnig.


Weet je, dat het CDA het voor de buitenwacht deed voorkomen alsof het alle vertrouwen in Han had, terwijl het dat in feite niet had, kan ik nog enigszins begrijpen. Maar was de afgang die hem nu ten deel valt per se nodig? Had dit niet eleganter kunnen worden opgelost? Tuurlijk wel. Als het CDA Han ruim voor de verkiezingen in bedekte termen had laten weten dat zijn politieke rol was uitgespeeld, dan zou hij de stille wenk ongetwijfeld hebben begrepen. Knarsetandend, zeker, maar ernstig gezichtsverlies zou hem bespaard zijn gebleven.


Vooral het moment van afserveren roept vragen op. Zou het soms een vlucht naar voren zijn van het CDA? Han ligt al maanden onder vuur van een groot deel van de gemeenteraad over het beheer van gemeenschapshuis De Wingerd in Sevenum. Drie weken geleden werd hem tijdens de voorbereidende raadsvergadering de pis behoorlijk lauw gemaakt over De Wingerd. Niet uit te sluiten valt dat Han hierover binnenkort, wellicht vanavond al, in grote politieke moeilijkheden komt. Door zijn handjes al bij voorbaat van Han af te trekken, blijft het CDA salonfähig zal de gedachte zijn. Een onzinnige gedachte: een partij in verregaande staat van ontbinding heeft absoluut niets in het gemeentebestuur van Horst aan de Maas te zoeken. Zoals op 24 maart al geschreven: ‘Het CDA heeft heel veel betekend voor Horst aan de Maas, maar moet nu even de tijd worden gegund zijn wonden te likken, te reflecteren en te herbronnen.’ 

woensdag 4 mei 2022

Intermezzo – In America

Aan de wandel in het buitengebied. Hollandse hits klinken op uit een luidsprekertje. Drie dametjes van een jaar of tien zitten aan een tafeltje, een hondje aan hun voeten. Op mijn nadering beginnen ze te scanderen. ‘Bloe-men te koop! Bloe-men te koop! Bloe-men te koop!’

‘Wilt u ook bloemen?’
‘Dat is eigenlijk niet zo handig want ik ben pas aan het begin van mijn wandeling. Maar misschien blijven ze wel goed in mijn rugzakje.’ 
Gegrijns.
‘Ik hoop wel dat ik geld bij me heb.’
Stilte.
‘Oh ja, gelukkig wel.’
Gegrijns.
‘Dit zijn de duurste.’
‘Hoe duur zijn die dan?’
‘Twee euro.’
‘Dat is precies wat ik bij me heb. Dus dan wil ik die bloemen graag. Ze zijn ook heel mooi.’
Gegrijns.
‘En hebben jullie er al veel verkocht?’
‘Ja, héél veel.’
‘Mooi zo! Komen ze uit jullie eigen tuin?’
‘Ja. Vanmorgen hebben we nieuwe geplukt.’ 
‘Jullie zijn goed bezig!’
‘Die witte zijn lelietjes-van-dalen.’
‘Die ruiken toch heel lekker, dacht ik?’
‘Ja, héél lekker!’
‘Zo, dan loop ik weer eens verder.’
Stilte.
‘Veel succes nog!’
Gegrijns.

Nu alleen nog op een verantwoorde manier van die bloemen af zien te komen, mijn rugzakje wordt hun dood.
Gepeins.
Wacht eens. 4 mei. America. Griendtsveenseweg. Verzetsmonument.

Held.
Op sokken.

donderdag 28 april 2022

Intermezzo – Aldi (4)

Drie weken geleden vroeg ik lezers om verdere informatie over het pand in de Loevestraat dat oorspronkelijk zuivelfabriek St. Lambertus herbergde en daarna achtereenvolgens ketelfabriek Hocon, autogarage Janssen en supermarkt Aldi. Die oproep (klik hier) leidde tot drie mooie reacties.


Van Mart van den Munckhof ontving ik de vijf geweldige foto’s die dit stukje sieren. De enige context die Mart bij de foto’s wist te verschaffen was dat hij ze had gevonden in de papieren van z’n twee jaar geleden overleden vader. Op bovenstaande foto staan achterop twee stempels: ’10 mei 1954’ en ’30 mrt 1956’. 1954 of 1956? Afgaand op de vrachtwagen uiterst rechts op de foto zou ik denken in elk geval ergens in de jaren vijftig.


Of de foto’s van melkboer, melkkar en melkpaard eveneens uit de jaren vijftig dateren? Zou kunnen. Maar als iemand zou zeggen ‘jaren dertig’ zou ik het ook geloven. Vast staat dat ze op het Wilhelminaplein zijn gemaakt: op één foto is (rechts) nog net een fragment van het postkantoor te zien. De twee andere foto’s zijn gemaakt voor het pand waarin nu Blok 10 is gevestigd. Iemand misschien enig idee wie de melkboer is?


Van Jan Janssen ontving ik een verslag van een op 13 maart 1957 gehouden vergadering van coöperatieve zuivelvereniging Noord-Limburg. Daarin kwam de sluiting van de melkfabriek aan de orde:
‘Behalve het feit dat de nieuwe melkinrichting in Venlo (…) groot genoeg is om de hele productie van Horst over te nemen, heeft mede een rol gespeeld het feit dat de vermindering in de aanvoer van boerenmelk in Horst niet enkel een tijdelijk verschijnsel mag worden genoemd, maar wel degelijk een verschijningsvorm is van een pertinente structuurverandering. Een verdere terugloop van de boerenmelkaanvoer vanuit het gebied Horst ligt dan ook in de lijn der verwachtingen. (…) Het plan is nu dan ook om zodra het bedrijf in Venlo in werking zal zijn getreden (…) over te gaan tot het overbrengen van de gehele aanvoer en verwerking van de Horster melk naar Venlo.’

Jan voegde hier nog aan toe dat de melkproductie een jaar later naar Venlo werd verplaatst, maar dat delen van het complex daarna waarschijnlijk nog zijn gebruikt voor opslag van melkproducten.


Na de stillegging van de melkproductie nam ketelfabriek Hocon zijn intrek in het pand. Van Wiel Keijsers ontving ik hierover de volgende informatie:

‘In het woonhuis dat vroeger achter de Aldi stond woonde, eind jaren ’50, begin jaren ’60, de familie Vullings, eigenaar van de ketelfabriek e.d. Begin jaren ‘60 verhuisden bedrijf (met de naam Hocon) en familie naar de Industriestraat. Eigenaar Ger Vullings was nogal klein van postuur en werd daarom ‘Girke’ genoemd. Hij was in die tijd ook lid van de brandweer in Horst.’


Mart, Jan en Wiel: zeer hartelijk dank voor jullie foto’s en informatie! Reacties blijven welkom via horstsweethorst@gmail.com

woensdag 27 april 2022

Intermezzo – Ooijen-Wanssum (2)

Schrijf over boeren en je bent verzekerd van respons uit agrarische hoek. Vorige week schreef ik (klik hier) dat het me niet raadzaam leek het natuurbeheer in het gebied Ooijen-Wanssum in handen te geven van boeren. Omdat boeren nu eenmaal boeren zijn en geen natuurbeheerders – voor brood ga je doorgaans ook naar de bakker en niet naar de slager.


Inderdaad stroomden de reacties binnen. ‘Ik denk dat de boeren in het verleden altijd aan natuurbeheer hebben gedaan.’ ’De boeren hebben al eeuwen bewezen dat ze meer verstand hebben van natuur dan Staatsbosbeheer.’ ‘Agrariërs zijn zeker wel in staat om een gebied goed te beheren.’ Enzovoort.


Zoals altijd is het óók een kwestie van definitie. Van Dale definieert natuur als ‘wat de mens om zich heen ziet en wat beschouwd wordt als nog niet door de mens gewijzigd’. Als er één beroepsgroep is die door de eeuwen heen juist wel heeft gewijzigd ‘wat de mens om zich heen ziet’, dan zijn het wel boeren. Opgelet, potentiële reaguurders, dit is een constatering en geen veroordeling: de noodzaak voor de mens om voeding tot zich te nemen houdt automatisch in dat de mens ingrijpt in ‘wat de mens om zich heen ziet’.


Toch zou je kunnen zeggen dat natuur en cultuur eeuwenlang min of meer in balans waren. De introductie van kunstmest, ruim een eeuw geleden, heeft alles veranderd. Sindsdien is de landbouw steeds grootschaliger en intensiever geworden. Dit ging ten koste van natuur, ook als je natuur wat ruimer definieert dan Van Dale. De biodiversiteit is er minder op geworden, het milieu slechter, het landschap onaantrekkelijker. Meer monoculturen, verarming en uitputting van de grond, een veel minder gevarieerde flora en fauna, meer stikstof, grotere en zwaardere machines, immense bedrijfsgebouwen. Je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat deze ontwikkeling ondanks groeiende weerstand nog steeds geen halt is toegeroepen.


Allemaal de schuld van boeren? Nee, de schuld van ons, mensen, de maatschappij. Boeren voeren uit wat wij, de maatschappij, van ze vragen. En onze vraag leidt doorgaans tot aantasting van natuur. In het geval Ooijen-Wanssum betreft onze vraag nu voor de verandering eens geen aantasting van natuur, maar beheer van natuur. Ineens gaan we boeren vragen iets te doen dat indruist tegen hun natuur. Ik blijf het vreemd vinden dat juist de aantasters van natuur de eerst aangewezenen zouden zijn om natuur te beheren. Sowieso heeft natuur in de strikte betekenis van het woord helemaal geen beheer nodig. Echte natuur beheert zichzelf. Natuurbeheer is een correctie van de mens op de gevolgen van het handelen van de mens ten behoeve van de mens.

Een ingedikte versie van dit stukje verscheen vandaag in Via Horst-Venray.

vrijdag 22 april 2022

Intermezzo – Ooijen-Wanssum (1)

‘Ik was niet betrokken bij de deal, maar ik heb wel betrokkenheid gehad’, zei minister Hugo de Jonge op 7 april in het Kamerdebat over de zogeheten mondkapjesdeal. Nog geen 24 uur later deed Herman Nijskens, Statenlid namens de VVD, in de vergadering van Provinciale Staten van Limburg, Hugo de Jonge nog eens dunnetjes over: ‘In de lijst met toezeggingen staat het niet maar het is toegezegd.’ Dit nadat hij eerder had gerept van ‘Toezeggingen of in elk geval verwachtingen die zijn gewekt’.


Nijskens voerde het woord over het natuurbeheer in het gebied Ooijen-Wanssum. U weet wel, die gereactiveerde Maasarm. Ik heb nooit geloofd in maakbaarheid van natuur. Toch moet ik eerlijk bekennen dat de twijfel heeft toegeslagen sinds ik geregeld in het gebied Ooijen-Wanssum vertoef. Een karakterloos landschap is hier in enkele jaren omgetoverd in een paradijsje. Vijfhonderd hectare groot en het is er allemaal: bijzondere planten, zeldzame dieren, kleinschaligheid afgewisseld met majestueuze vergezichten.


Staatsbosbeheer is de tijdelijke beheerder van het gebied. Staatsbosbeheer leek ook de permanente beheerder te worden. Totdat Herman Nijskens op 8 april de zaak ineens kwam verpesten. Samen met het CDA, Forum voor Democratie, PVV, Lokaal-Limburg en SVL riep hij het provinciebestuur op het beheer van het gebied in handen te geven van lokale boeren. Op grond van eerdere toezeggingen. Of gewekte verwachtingen. De motie van Nijskens en consorten kreeg een ruime meerderheid. Nu is het woord weer aan het provinciebestuur.


Vreemde zaak. Ooit hebben boeren hun landbouwgrond verkocht aan de provincie voor de ontwikkeling van gebied Ooijen-Wanssum. Waarom zouden diezelfde boeren dan nu ineens beheerders van een natuurgebied moeten worden? Boeren is toch iets heel anders dan natuur beheren? Bovendien ligt het gevaar van versnippering levensgroot op de loer als boeren elk voor zich verantwoordelijk worden voor het natuurbeheer van een klein stukje van het gebied. En dat terwijl het gebied de afgelopen jaren nu juist zo’n mooie eenheid is geworden.


Verder is het maar de vraag in hoeverre de huidige natuurwaarden gegarandeerd zijn als Nijskens en consorten hun zin krijgen. Het huidige natuurdoeltype (een van de vreselijkste woorden die ik ken) voor het gebied is ‘rivier- en moeraslandschap’. Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas verzekerde wethouder Eric Beuskens (Essentie) afgelopen dinsdag: ‘Uitgangspunt is het beheerprofiel dat daar is neergelegd, namelijk moerasgrond en rivierenlandschap. Er worden dus geen concessies gedaan aan de natuurwaarden die we daar willen bereiken.’ Maar in de door Provinciale Staten aangenomen motie van Nijskens staat nu juist expliciet vermeld dat dit natuurdoeltype eventueel ook kan worden aangepast in ‘agrarisch natuurbeheer’. Natuur, maak je borst maar nat.

Een kortere versie van dit stukje verscheen afgelopen woensdag in Via Horst-Venray.

woensdag 20 april 2022

Intermezzo – Kasteelruïne (2)

I
Ik ontving een mail van Roel van den Bekerom: ‘Naar aanleiding van je artikel over de oude kasteelruïne heb ik in mijn archief gezocht. Ik heb heel veel foto's gemaakt in 2002-2003 toen de kaalslag is begonnen. Ook van ervoor. Als je wil kan ik je die doorsturen.’ Heel graag natuurlijk! Alle foto’s bij dit stukje komen dan ook uit de collectie van Roel. Waarvoor eeuwige dank!


II
Ik schreef maandag (klik hier) dat ik me nog uit mijn jeugd herinnerde hoe fantastisch de ruïne van kasteel Huis ter Horst erbij lag in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Foutje, zo blijkt uit de foto’s van Roel: de ruïne was tot en met 2002 een plaatje.


III
Ik besloot nog eens te bladeren in Huis ter Horst een toekomst voor een ruïne, het verslag van een in 1995 gehouden studiedag over de toekomst van de ruïne. Zomaar wat citaten:

‘Het “laten liggen en afblijven” is het meest ruïne-vriendelijk.’

‘Een ruïne is vaak beter beschermd als ze onder de grond zit. Vaak blijkt dat er pas problemen rondom ruïnes ontstaan als ze worden opgegraven.’

‘Bij het restaureren van ruïnes zal er, jammer genoeg, blijvend sprake zijn van een ad hoc-beleid. Uiteindelijk zal er een compromis ontstaan, dat voor alle partijen onbevredigend zal zijn.’


IV
Ik luisterde gisteravond naar de voorbereidende raadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas. Ik hoorde verantwoordelijk wethouder Han Geurts (CDA) over de ruïne zeggen (klik hier en ga naar 1.51.15 minuten): ‘De provincie kijkt niet naar wat voor extra leven er is gebracht. Ik vind het belangrijk dat de geschiedenis wordt verteld. Daarvoor heb je een ruïne nodig die gebruikt kan worden. Het is belangrijk om je erfgoed te gebruiken om het verhaal te vertellen waar we als gemeente vanaf komen. Dat is ook de functie van erfgoed. Als het puur gaat om het behoud van de stenen gaat het heel veel geld kosten en levert het weinig op. Dus laten we het vooral inzetten om meerwaarde te creëren voor onze inwoners.’


V
Ik werd moedeloos van de woorden van de wethouder. ‘Geld’, ‘meerwaarde’, ‘erfgoed gebruiken’, ‘extra leven’, ‘behoud van de stenen levert weinig op’: de totale ontkenning dat iets ook een intrinsieke waarde kan hebben. Is het dan soms niet ‘belangrijk dat de geschiedenis wordt verteld’? Jazeker wel! Maar daarvoor hoeft de geschiedenis toch geen geweld te worden aangedaan?  


VI
Ik besefte dat het niet eerlijk is de huidige wethouder alleenverantwoordelijk te maken voor de kermis die is ontstaan. Hij staat in een lange lijn van Horster bestuurders die de kermis hebben opgetuigd en aangekleed.


VII
Ik vroeg me af of de ruïne nog wel een ruïne valt te noemen na alles dat er de afgelopen twintig jaar aan is gebeurd. Ik kwam tot de conclusie dat dat niet het geval is. Een kasteel dan? Ook niet. Wat dan wel? Een aanzet tot een namaakkasteel. 


VIII
Ik las bovenstaande citaten uit het verslag van de studiedag in 1995 nóg een keer:
- ruïne laten liggen en afblijven: niet gebeurd;
- problemen ontstaan pas als een ruïne wordt opgegraven: gebeurd;
- restauratie leidt tot ad hoc-beleid: gebeurd;
- restauratie leidt tot een onbevredigend compromis voor alle partijen: gebeurd.


IX
Ik bladerde nogmaals door datzelfde verslag van diezelfde studiedag en zag ergens staan: ‘Hoe minder authentiek de ruïne, hoe meer er mee gedaan kan worden.’


X
Ik vroeg me af of dat misschien wel de achterliggende bedoeling is geweest de afgelopen twintig jaar: de ruïne steeds minder authentiek maken zodat er steeds meer mee gedaan kon worden.

maandag 18 april 2022

Intermezzo – Kasteelruïne

Ouder worden heeft nadelen. Maar ouder worden heeft ook voordelen. Zo heb ik het geluk dat ik me nog uit mijn jeugd herinner hoe het eeuwenoude kasteel Huis ter Horst erbij lag in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Namelijk als een fantastische ruïne.


Ik zie het nog zo voor me: een restant van een toren waarop een boom groeide en voor de rest wat afgebrokkelde muren, wilde begroeiing en vooral veel hoge bomen, ik vermoed populieren. Een idylle, het meest romantische plekje van Horst. Ontoegankelijk voor publiek, wat het voor opgeschoten jongeren natuurlijk tot een uitdaging maakte om toch toegang te krijgen.


In Engeland zouden ze een moord doen voor zo’n ruïne. Hier, in Horst, was het niet goed genoeg. Het kasteel moest in oude glorie worden hersteld. Hoe en waarom precies bleef onduidelijk. Deskundigen waarschuwden: bewaak de grens tussen gebruik en misbruik van de restanten van het kasteel, doe alleen het hoogst noodzakelijke en blijf verder zoveel mogelijk met je tengels van die ruïne af. En wat gebeurde? Precies het tegendeel: de grens tussen gebruik en misbruik werd grotelijks overschreden, er werden voornamelijk niet-noodzakelijke dingen gedaan en Jan en alleman zat met z’n tengels aan de ruïne.


De fantastische ruïne uit mijn jeugd heeft plaatsgemaakt voor een bespottelijk allegaartje, een kermis, ik kan het niet anders zeggen. Romantiek is er ver te zoeken. Historie heeft moeten wijken voor folklore. Karakter is verworden tot slappe hap. Functioneel moest het allemaal worden, een toeristische attractie die Horst op de kaart zou zetten. De inkt van het ene onhaalbare plan was nog niet opgedroogd of het volgende luchtkasteel werd alweer gebouwd. Aan enthousiaste vrijwilligers geen gebrek, aan visie en kundige bestuurders des te meer.


En nu zitten we met de gebakken peren. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed liet enkele jaren geleden al doorschemeren dat de ruïne haar status als Rijksmonument wel eens zou kunnen verliezen; archeoloog Xavier van Dijk heeft al enkele malen alarm geslagen; de Erfgoedwet is overtreden en de provincie Limburg heeft de gemeente Horst aan de Maas onder toezicht geplaatst als het gaat om de ruïne.  


In De Limburger beklaagde bestuurslid Jos Jenniskens van stichting Kasteel Huys ter Horst zich afgelopen week over alle kritiek: ‘Onze vrijwilligers werken zich uit de naad. Het wordt tijd dat ze een schouderklopje krijgen, in plaats van dat er steeds wordt geroepen dat er dingen fout gaan.’ Jos heeft het volste gelijk: inderdaad verdienen die vrijwilligers een schouderklopje voor al het werk dat ze doen. Wat Jos alleen vergeet te zeggen is dat de bestuurders, de mensen die het voor het zeggen hebben, een schop onder hun kont verdienen omdat ze de vrijwilligers opzadel(d)en met de verkeerde opdrachten. 


In hetzelfde artikel in De Limburger komt ook Han Geurts, wethouder van monumentenzorg en cultureel erfgoed, aan het woord. Hij geeft de provincie van onderuit de zak. Over het verwijt van de provincie dat de gemeente niet heeft ingegrepen toen er historisch waardevolle muren werden gesloopt zegt Han: ‘De provincie ziet dit te zwart-wit. Ze reageren enkel op klachten, maar zien niet hoe mooi vrijwilligers het kasteel in twintig jaar tijd hebben gemaakt. Het was een ruïne. Nu is het de populairste trouwlocatie van Horst aan de Maas. De geschiedenis van Horst wordt er verteld. Dat vind ik belangrijker dan een stapel stenen.’


Han betitelt historisch waardevolle muren, belangrijk cultureel erfgoed, als ‘een stapel stenen’. Wat feitelijk juist is. Zoals De Nachtwacht feitelijk ook een zooitje verfklodders is. En de Negende van Beethoven feitelijk een hoeveelheid noten is. En de Bijbel feitelijk een opeenstapeling van papier is. En de Atlantische Oceaan feitelijk een verzameling waterdruppels is. En wethouders feitelijk soms ook de weg kwijt kunnen zijn. Of zie ik het nu te zwart-wit?

Bron van de twee eerste foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / Documentnummers 302.816 en 302.818