dinsdag 10 maart 2026

Intermezzo – Canadese woningen (4)

In december 1966 viel het besluit tot de bouw van zogeheten Canadese woningen in Horst. Precies een jaar later waren de 21 woningen aan Meterikseweg en Zegersstraat gereed. De officiële ingebruikname van de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd volgens de Canadese houtskeletbouwmethode vond plaats op 28 december 1967.


De gemeente Horst had flink uitgepakt voor deze plechtigheid. De dag begon om tien uur met een persconferentie in restaurant De Oude Lind, waarvoor onder meer het Journaal en alle actualiteitenrubrieken waren uitgenodigd. Een uur later volgde, eveneens in De Oude Lind, de ontvangst van de genodigden, onder wie minister Schut van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de per helikopter gearriveerde Canadese ambassadeur Bull en de Limburgse commissaris van de Koningin, Van Rooy.

Ambassadeur Bull stapt uit de helikopter
Daarna waren er toespraken van locoburgemeester Claassens (burgemeester Geurts kon vanwege ziekte niet aanwezig zijn), voorzitter Kluiters van de Studiegroep Houtskeletbouw en minister Schut.

Minister Schut (links) en ambassadeur Bull
De minister, die de woningen een Nederlandse ‘love-in’ ten opzichte van Canada noemde, ging vooral in op het landelijke volkshuisvestingsbeleid. Kluiters schetste de achtergronden van het proces dat had geleid tot de bouw van de woningen. Locoburgemeester Claassens onthulde de beweegredenen van de gemeente om de woningen te bouwen:
‘Met alle begrip voor de belangen van degenen, die in het welslagen van dit experiment zakelijk zijn geïnteresseerd, waren wij zo egoïstisch vooral de gelegenheid aan te grijpen een 20-tal woningen naar ons toe te halen, die vanwege een groter wooncomfort speciaal de doorstroming uit goedkopere woningwetbouw op gang zouden kunnen brengen.’
De minister in de bus, met naast hem locoburgemeester Claassens (foto: Historische Kring Horst)
Na de toespraken ging het gezelschap de bus in voor een ritje van twintig minuten door de gloednieuwe Norbertuswijk, van microfonische toelichting voorzien door Ludwig Greweldinger, directeur Openbare Werken van de gemeente. Om half een arriveerde de bus bij de Canadese woningen aan de Meterikseweg. Daar overhandigde minister Schut de sleutel van de woning met huisnummer 33 aan de toekomstige bewoner, J. Driessen, technisch opzichter bij de gemeentelijke Dienst van Volkshuisvesting. De minister: ‘Ik hoop dat u zich met uw gezin in dit nieuwe huis zeer gelukkig moogt voelen.’

De minister overhandigt de sleutel aan de heer Driessen. Naast Schut locoburgemeester Claassens en daarnaast gemeentesecretais Poels (foto: Historische Kring Horst)
De ceremonie werd vervolgens weer bij De Oude Lind afgesloten met een koud buffet, aangeboden door de British Columbia Lumber Manufacturers.

(Dit is de vierde aflevering in een serie van zes over de Canadese woningen in Horst. Klik hier, hier en hier voor de eerste drie afleveringen)

maandag 9 maart 2026

Intermezzo – Verkiezingskrant

Iemand vroeg me wat ik van de Verkiezingskrant Horst aan de Maas vond. Niks. Niet gelezen. Niet interessant, te voorspelbaar. Maar ik had de indruk dat die iemand waarde hechtte aan mijn opvatting. Dus alsnog gelezen.


Welnu, beste iemand, het overheersende geluid dat voor mij opklinkt uit de Verkiezingskrant is dat van bombastisch tromgeroffel, doorspekt met triomfantelijk trompetgeschal en opzwepende marsmuziek.

Het overheersende beeld dat oprijst uit de Verkiezingskrant is dat van een in zichzelf gekeerd Horst aan de Maas, huiverig voor wat buiten de gemeentegrenzen gebeurt en van buiten komt. Een beeld ook van een materialistisch, vooral economisch gedreven Horst aan de Maas dat de rode loper uitlegt voor ondernemers en dat onnoemelijk veel woningen gaat bouwen, allemaal voor onszelf, eigen volk eerst.


Wat meer inzoomend: ‘We handelen vanuit een visie, met realisme in plaats van idealisme’, zegt het CDA. Belang van Horst aan de Maas: ‘Geen papieren idealen.’ Laat ik nou altijd hebben gedacht dat politieke partijen juist handelen op basis van idealen. Het ‘Zet je in voor je idealen’ van Perspectief klinkt een stuk logischer.

‘We nemen besluiten met verstand’, zegt Essentie. Nogal wiedes. ‘Het belangrijkste uitgangspunt van Belang van Horst aan de Maas is gezond verstand.’ Nogal van de pot gerukt. Wat is ‘gezond verstand’ in godsnaam? Is gezond verstand beter dan alleen verstand? ‘Gezond verstand’ impliceert dat er ook ongezond verstand bestaat. Wat is dat dan?


‘Minder regels’, zeggen Belang van Horst aan de Maas, CDA en VVD. Mag ik eraan herinneren dat onze voormalige wethouder Rudy Tegels in 2015 een zetel bemachtigde in Provinciale Staten met de slogan ‘Voor minder regels stem Tegels’? Desgevraagd kwam hij vier jaar later op de proppen met welgeteld één regel die door zijn toedoen was afgeschaft (klik hier). ‘Minder regels’ is een grijsgedraaide plaat die toch telkens weer wordt opgezet als verkiezingen in aantocht zijn. ‘Minder regels’ is een illusie, zo heeft de praktijk uitgewezen.


Is het dan louter kommer en kwel? Natuurlijk niet. ‘We hebben elkaar nodig’, de overtuiging die voor de SP leidend is, vind ik in al zijn eenvoud mooi, zeker afgezet tegen de grote woorden en het tromgeroffel en trompetgeschal van anderen. Perspectief slaat ook een aangenaam afwijkende toon aan, met teksten als ‘Mensen boven winst’ en ‘Laten zien dat verschillende identiteiten welkom zijn’.


Tot zover, beste iemand, mijn gezond subjectieve opvatting over de Verkiezingskrant.

donderdag 5 maart 2026

Intermezzo – Stemwijzer

Over twee weken gemeenteraadsverkiezingen! Verkiezingen zijn vandaag de dag ondenkbaar zonder stemwijzer (ook wel kieswijzer of stemhulp genoemd). Dit speeltje heeft nu ook Horst aan de Maas bereikt met MijnStem (klik hier) en de Kieswijzer van De Limburger (klik hier, maar blijkbaar alleen toegankelijk voor abonnees). Over die laatste kan ik kort zijn: een zichzelf serieus nemende krant onwaardig. Verkiezingen laten zich niet reduceren tot vier stellingen waarop het enig mogelijke antwoord ‘eens’ of ‘oneens’ is. En al helemaal niet als er sprake is van tendentieuze stellingen, zoals deze: ‘De keuze om Klaver 7 bij Sevenum volledig te ontwikkelen wordt over twintig jaar als een van de grootste politieke fouten in de historie van Horst aan de Maas gezien.’


Nee, dan oogt MijnStem een stuk degelijker met dertig stellingen, uitvoerige uitleg en een schuifknop waarmee je kan aangeven in welke mate je het eens of oneens bent met elke stelling. Die knop staat garant voor enige nuance – politiek is meer dan het botte ‘eens’ of ‘oneens’ van de Kieswijzer van De Limburger. Evengoed valt ook op MijnStem, zoals op elke stemwijzer, het een en ander af te dingen. Zo zijn sommige stellingen te kort door de bocht en wordt het stemgedrag van partijen in de gemeenteraad in de voorbije periode niet meegewogen.


Wat zich zeker loont, is de uitleg te lezen van de partijen over hun standpunten. Zo verbaasde het me dat de SP het grotendeels eens is met de stelling ‘Gemeentelijk geld uittrekken voor extra handhaving op straat’. Maar wat blijkt? ‘De SP wil graag meer handhaving maar dan vooral op bedrijven, om erop toe te zien dat zij zich houden aan wet- en regelgeving.’ Wat iets heel anders is dan handhaving op straat.


Zelf zie ik stemwijzers, ook deze, als vermaak. Om te bepalen op welke partij ik stem, heb ik geen stemwijzer nodig. Ik zie een stemwijzer vooral als een hulpmiddel om de bevestiging te krijgen dat ik nog steeds links genoeg ben. Niet geheel onverwacht kreeg ik ook dit keer die bevestiging. Wel onverwacht: het CDA scoorde nóg slechter dan de VVD.

dinsdag 3 maart 2026

Intermezzo – Telefonalia

I
‘Eens kijken of we Twan aan de draad kunnen krijgen’, hoor ik de presentator van een podcast zeggen. Twan komt inderdaad aan de draad. Nooit eerder gehoord ‘iemand aan de draad krijgen’ als synoniem van ‘telefonisch contact met iemand opnemen’.

II


In een doos met op te ruimen spullen trof ik een dezer dagen een laatste-generatie-telefoontoestel aan, inclusief draad. Geen actieve herinneringen aan, in tegenstelling tot eerdere generaties telefoontoestellen. Desondanks moeilijk te bedwingen bewaarneigingen.

III
‘Een pluim voor de Horster telefoondienst’ luidt de kop boven een artikel in De Echo van Noord-Limburg van 27 juni 1953. Fragment daaruit:
‘Op zaterdag 20 juni hebben de telefoondames het druk gehad, druk met het doorgeven van de wisselende stand in de promotiewedstrijd Linne-Wittenhorst. Het was overbodig een bepaald nummer aan te vragen; een kort belletje van de aanvrager was reeds voldoende om in een oogwenk de juiste stand te weten, het was zelfs overbodig daarnaar te informeren; men vond het op ’t telefoonkantoor blijkbaar terecht een uitgemaakte zaak dat dit alleen van belang was en boven alles domineerde. De dames hebben het juist gezien en mede door deze bereidwilligheid gingen al direct na de wedstrijd de vlaggen uit. Vroeger nam men voor dit doel duiven mee, maar voor dit doel zijn deze gevleugelde bodes toch weer ouderwets.’
De telefonistes van het Horster postkantoor in 1955. Van links naar rechts: Kitty Haegens, Hennie Helmerich en Wilmi Boekesteijn (foto overgenomen uit Oud Horst in het nieuws 8 (Horst 1997) 

IV


Tijdens het schrijven van dit stukje rinkelt mijn vaste telefoon, een voorlaatste-generatie-toestel. Afspraak gemaakt met de beller. Ik vraag ‘m naar zijn 06-nummer. Hij: ‘Dat begint gemakkelijk, met 398.’ Inderdaad.

V
Uit de Venloosche Courant van 23 augustus 1890: ‘Thans is de thelephonische verbinding tusschen Horst en Venraai gereed en zal den 1n September in werking treden.’

VI
Ik ken alleen mijn eigen 06-nummer en dat van mijn zus uit m’n hoofd. Van vóór de 398-tijd, zeg maar de 04709-tijd, meer dan dertig jaar geleden, herinner ik me nog tal van abonneenummers en de bijbehorende abonnees: 1516, 1158, 2710, 1526, 5349, 5972 enz. 

zondag 1 maart 2026

Intermezzo – Werkelijkheidsverfraaiing

De zaken net een klein beetje anders voorstellen dan ze zijn of waren. Wie bezondigt zich er zo nu en dan niet aan een gevalletje werkelijkheidsverfraaiing? Betrekkelijk onschuldig, zo lang je maar uit de buurt blijft van de grens tussen werkelijkheidsverfraaiing en werkelijkheidsverdraaiing.


Ik kom hierop door een foto van de Canadese woningen aan de Zegersstraat in aanbouw die ik hier vrijdag publiceerde. Een zwart-witfoto uit 1967. Vanochtend zag ik dat iemand op de Facebookpagina Horst vroeger en nu een kleurenversie van deze foto had gepubliceerd (klik hier), naar ik veronderstel met behulp van AI of een fotobewerkingsprogramma.


‘Ah mooi, zo was het dus in werkelijkheid’, was mijn eerste gedachte bij het zien van de foto. Na nauwkeuriger bestudering wist ik wel beter. Dat het blauw (of grijs) links onder het raam van de eerste woning niet doorloopt onder de diagonale lat van het bouwhek is al een beetje raar. Maar kijk ook eens goed naar de auto links bij de lantaarnpaal.


Vind u ook niet dat die verdacht veel weg heeft van een moderne SUV en maar heel weinig van een jaren zestig auto? Bovendien: op de zwart-witfoto staat helemaal geen auto bij de lantaarnpaal. Wat er wel staat? Lastig te zien, vermoedelijk de aanhanger waarop de pannenlift, enkele meters verderop, heeft gestaan.


Achter de pannenlift staan nog twee auto’s. De tweede is op beide foto’s moeilijk te onderscheiden. De eerste oogt op de zwart-witfoto als een transportbusje, mogelijk een Volkswagen Transporter. Maar op de kleurenfoto is ook dit een hedendaags aandoend vehikel dat in de verste verte niet lijkt op het busje van de zwart-witfoto.

Héél erg dit? Nee. Werkelijkheidsverfraaiing of werkelijkheidsverdraaiing? Ik zou zeggen: een in dit geval betrekkelijk onschuldige vorm van werkelijkheidsverdraaiing. 

vrijdag 27 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (3)

Nadat de Horster gemeenteraad op 11 december 1966 had ingestemd met de bouw van 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en Zegersstraat gingen de ontwikkelingen in hoog tempo verder. Vijf dagen later al werden de namen van architect en aannemer bepaald. H. van Wetten jr. uit Helmond, een pionier in Nederland op het gebied van houtskeletbouw, werd architect, in samenwerking met de Nationale Woningraad. De keuze voor de aannemer viel op aannemingsmaatschappij Guelen uit Wijchen, een bedrijf dat eveneens enige ervaring had opgebouwd in houtbouw. Guelen nam het werk in januari 1967 aan voor 609.000 gulden en begon begin mei met de bouw.

De situering van de woningen (bron: gemeentearchief Horst)
Intussen was in maart op de Voorjaarsbeurs in Utrecht flink propaganda gemaakt voor Canadese woningen. Op het middenterrein van de beurs had de Canadese regering twee houten demonstratiewoningen laten bouwen. Ook professor Gout, hoofd van de afdeling bouwkunde van de Technische Hogeschool in Delft, probeerde de geesten rijp te maken voor Canadese woningen. Hij was ervan overtuigd dat ze een belangrijke bijdrage konden leveren aan het oplossen van de woningnood in Nederland. Gout wees daarbij op de lage bouwkosten, de brandveiligheid die de vergelijking met stenen huizen kon doorstaan, de korte bouwtijd en de lange levensduur.


Ben van der Woerd, de in Utrecht zetelende vertegenwoordiger van de British Columbia Lumber Manufacturers, bracht de Canadese houtbouw eveneens onder de aandacht. Hij was het ook die in juli 1967 een persbericht opstelde over de bouw van de woningen in Horst. Dit vormde de basis voor een artikel in de Volkskrant van 18 juli. Een fragment daaruit:

Het blok van zes woningen aan de Zegersstraat in aanbouw (foto: Historische Kring Horst)
‘Het Limburgse Peeldorp Horst krijgt dit jaar de primeur van de luxe woningwetwoning. Met Canadees hout en naar Canadese methoden worden daar 21 woningen in vier blokken gemonteerd waaraan de metselaar nauwelijks meer te pas komt. Zelfs de wanden tussen de woningen onderling worden niet meer gemetseld zonder dat dit iets afdoet aan de brandveiligheid of de geluidsisolering. De woningen krijgen dubbelbeglaasde schuiframen, een luxueuze keuken en centrale verwarming. De meerkosten hiervan worden goedgemaakt door de besparingen die zijn verkregen door de fabriekmatige aanmaak van de samenstellende delen en de vermindering van de bouwtijd.’
(Dit is de derde aflevering in een serie van vijf over de zogeheten Canadese woningen in Horst. Klik hier en hier voor de eerste twee afleveringen)

donderdag 26 februari 2026

Intermezzo – Raadsvergadering

Ook tijdens de laatste raadsavond van de huidige gemeenteraad van Horst aan de Maas regende het woorden die je in het wild nauwelijks hoort

maandag 23 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (2)

Als het Journaal afreist naar Horst, moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Precies dat was het geval op 28 december 1967: de officiële ingebruikname van 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en de Zegersstraat. ’s Avonds was deze plechtigheid goed voor een reportage van bijna anderhalve minuut.

De ingebruikname van de woningen was het sluitstuk van een proces dat nauwelijks een jaar eerder in gang was gezet en dat zijn wortels had in een bezoek van vijftien Nederlandse bouwkundigen aan Canada in de zomer van 1965. Dat bezoek, dat plaatsvond op uitnodiging van de Canadese regering, was bedoeld als een oriëntatie op de mogelijkheden van houtskeletbouw. Canada gold, net als de Verenigde Staten, als een voorloper op dit gebied.


De Nederlandse delegatie keerde enthousiast terug uit Canada. Twee ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die deel uitmaakten van de delegatie, adviseerden de minister ‘alle medewerking te verlenen voor het realiseren van een aantal ontwikkelingsobjecten in de woningbouw, opdat de nodige ondervinding kan worden opgedaan’. Ruim een jaar later kwam Horst in beeld voor zo’n ‘ontwikkelingsobject’.


Eind november 1966 benaderde de hoofdingenieur-directeur Volkshuisvesting van de provincie Limburg, ir. C.H. Kluiters, burgemeester Geurts met de vraag om medewerking te verlenen aan de bouw van woningwetwoningen in Canadese houtbouw. Dit leidde op 6 december tot een gesprek tussen Kluiters en de burgemeester. ‘Een prettig onderhoud’, aldus de burgemeester, die daarna met ongekende voortvarendheid aan de slag ging. Nog dezelfde dag lichtte hij zijn wethouders in. De volgende dag bracht hij samen met de gemeentesecretaris en twee ambtenaren een bezoek aan Guelen, een aannemersbedrijf in Wijchen met ervaring in houtbouw. Weer vier dagen later, op 11 december, stemde eerst het college van burgemeester en wethouders en daarna de gemeenteraad in met de bouw van 21 woningen als proefproject. Locaties waren ook al gevonden: aan de Zegersstraat één blok van acht en één van zes woningen, van elkaar gescheiden door de Prins Bernhardstraat, en driehonderd meter verderop aan de Meterikseweg één blok van drie en één van vier woningen.


(Dit is de tweede aflevering in een serie van vier over de zogeheten Canadese woningen in Horst. Klik hier voor aflevering 1)

vrijdag 20 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (1)

Precieze data vallen niet te achterhalen, maar van 1971 tot 1974 – zeg maar van mijn zesde tot mijn negende – woonde ik met mijn vader, moeder en zus aan de Zegersstraat in Horst, huisnummer 32. Tijdelijk vormde trouwens ook Bas, een cockerspaniël, onderdeel van ons gezin. Onhandelbare hond, die meer (vraat)sporen achterliet in onze verzameling boeken en langspeelplaten dan in mijn geheugen.


Wat me vooral bijstaat van die tijd in de Zegersstraat is het buiten spelen. In het voorjaar, als de dagen begonnen te lengen, trefballen op de grasstrook voor de rijtjeswoningen tot het donker werd. Op lange zomeravonden met kinderen uit de buurt en hun ouders volleyballen achter het huis van de familie P. Tijdens de eindeloze zomervakantie stoepranden (‘stoepránte’) met C. totdat we erbij neervielen. En overal en altijd voetballen. Met W. en E. op de grasstrook voor de woningen. Met anderen bij de vier garageboxen aan de overzijde van de straat, met een van die vier garageboxen als doel (maar niet die van meneer S.; meneer S. was op z’n zachtst gezegd geen voetballiefhebber). Met grotere groepen op het buurttrapveldje achter het huis.

Nog een herinnering: op de dag dat Stan Smith de Wimbledonfinale won (Google: 9 juli 1972) veranderde een wolkbreuk de Zegersstraat in een mum van tijd in een zwembad. Zwemmen op straat! De volgende dag had ik diarree. 


Een eigentijdse foto van het exterieur van Zegersstraat 32 is niet te vinden. Ik moet volstaan met een carnavalsfoto van een gemaskerd figuur in clownspak waarop een fragment van de voorgevel is te zien.

Zegersstraat 32 was (en is) de tweede (of zevende – het is maar van welke kant je het bekijkt) woning in een blok van acht. Huurwoning. Doorzon, semi-open keuken, vier slaapkamers, vlizotrap naar zolder. Verder niets bijzonders. Ware het niet dat het een Canadese woning was.

‘Waar woon je?’
‘In de Zegersstraat.’
‘Oh, die straat met de Canadese woningen.’

De Canadese woningen waren (zijn?) een begrip in Horst. Maar wat daar nu precies achter schuil ging, vroeg ik me vreemd genoeg nooit af. Tot vorig jaar. Toen ben ik het gaan uitzoeken. Van mijn bevindingen doe ik hier de komende tijd in enkele afleveringen verslag.

vrijdag 13 februari 2026

Intermezzo – Ganzen

Vanochtend vlogen ze weer over, ganzen. Zoals zo vaak. Hele zwermen ganzen, komend vanuit noordoostelijke richting, ogenschijnlijk onderweg naar het zuidwesten. Tegen het vallen van de avond vliegen ze vaak in tegengestelde richting over, zoals nu, terwijl ik dit stukje tik. Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naartoe? Vliegen ze van de Maas naar de Peel en vice versa? Vliegen ze heen om te gaan foerageren (een woord dat voedsel zoeken uittilt boven een alledaagse bezigheid) en terug om te gaan slapen? En bovenal: wat bezielt de gans?


Ik zie ze, ik hoor ze, ik merk ze op, ze fascineren me. Maar ganzen ontroeren me niet. Bij Rutger Kopland (1934-2012) was dat anders. Voor zijn serie Van de schoonheid en de troost sprak Wim Kayzer in 2000 met de dichter. ‘Wat zijn de momenten waarop je ontroerd wordt?’, vraagt Kayzer op een gegeven moment. Kopland probeert een antwoord te formuleren maar concludeert uiteindelijk: ‘Dit zijn vage dingen waar moeilijk over te praten valt. Je kunt het wat mij betreft nog het beste duidelijk maken met dichtregels.’ Daarop leest hij zijn gedicht Over diepte voor:

Wat bedoelde je toen je zei: diepte
dat is een woord voor wat ik nu voel – diepte.

Er vloog een kleine groep ganzen over,
een ijskoude glasheldere hemel in december.

Dat is wat ik bedoel zei je: ganzen
godvergeten hoog hun dunne geschreeuw
wat is het dat alleen zijn samen
dat blinde lot

weten van die diepte die we hemel noemen
et is een heel oud gevoel – soort medelijden
ouder dan ik

ik heb dit mijn leven lang gezien en gehoord
ik heb als kind gedroomd dat ze me mee wilden nemen
ik weet nu dat ik ergens zou worden achtergelaten.

We bleven kijken en luisteren.


Daarop vervolgt Kopland: ‘Je vraag was: laat nou eens zien wat zo’n moment van ontroering eigenlijk is. Nou, dat zijn ganzen die ’s winters door de hemel vliegen. En dat mompelende gejammer van die dieren die ergens vandaan komen, ergens heen moeten en daar door die ijskoude lucht achter elkaar aanvliegen, elkaar afwisselen en solidair zijn met elkaar, een soort saamhorigheid en een soort loyaliteit. En tegelijkertijd ook dat oude daarin, van god, hoe lang heb ik dit al gehoord? Dit is een geluid dat ik al zó lang ken. Dat ken ik al zo lang als ik besta, ik ken het eigenlijk al langer dan ik er ben. Ik zal het nóg horen als ik dood ben, bij wijze van spreken. Dat ontroert me, dat geschreeuw van die beesten. Dat probeer ik dan duidelijk te maken. Dat is een ander antwoord dan wanneer je daar heel veel woorden voor probeert te vinden. Kayzer: ‘Dit is een goed antwoord.’ Kopland: ‘Ontroering is ganzen. Luister maar.’


Ontroering is ook luisteren naar Kopland en Kayzer. Ontroering zijn ook al die afleveringen van Van de Schoonheid en de troost

N.B. Bekijk hier de aflevering met Kopland (het fragment over ganzen en ontroering is te zien van 52.18 tot 58.51 minuten):

woensdag 11 februari 2026

Intermezzo – Raadsvergadering

‘Je zult maar gewoon inwoner zijn van deze gemeente en dan het afgelopen uur dit debat hebben gevolgd. Stel je voor…’ Aldus burgemeester Ryan Palmen, enkele minuten na het aanbreken van deze dag, zo’n beetje aan het einde van de uren eerder begonnen raadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas.


Ik bén maar gewoon inwoner van deze gemeente en ik hád het debat het afgelopen uur gevolgd, misschien wel als enige inwoner van deze gemeente. Verwacht van mij geen samenvatting of analyse van dat uur, dat zou teveel eer zijn. Een kwalificatie dan? Laten we het er op houden dat het een beschamende vertoning was, van links tot uiterst rechts en alles wat daar tussen zit. Kleuters gaan volwassener met elkaar om dan dit zootje ongeregeld.

Al kijkend en luisterend kwam bij mij de vergelijking op met echtgenoten die in aanwezigheid van anderen ruzie met elkaar krijgen: een gevoel van plaatsvervangende schaamte bekruipt je, je kan het allemaal niet plaatsen omdat de achtergronden vaag blijven, je wil al die wederzijdse verwijten niet horen, je wil hier geen getuige van zijn, je vraagt je af waarom ze anderen hier zo nodig mee moeten belasten, waarom ze het niet achter gesloten deuren met elkaar uitvechten.

Mochten bij dit drama betrokkenen de behoefte voelen om op dit stukje te reageren, dan zou mijn welgemeend advies zijn: kijk eerst in de spiegel voordat je je eigen gelijk wilt gaan halen.

N.B. Dit stukje bevatte oorspronkelijk een link naar de betreffende discussie, maar de opname is inmiddels niet meer raadpleegbaar. Zodra dit wel weer het geval is, verschijnt die link hier weer.

Update 13 februari: beluister de discussie hier en ga naar 1.24.50 uur

maandag 9 februari 2026

Intermezzo – Missendinder

In een VPRO Marathoninterview uit 2005 met Marcel van Dam hoor ik de voormalig politicus praten over zijn – niet bijster positieve – ervaringen als misdienaar. Misdienaar? Missendinder zal je bedoelen!


Missendinder
. Behalve een mooi woord is het ook een lekker woord. Zonder er enige moeite voor te hoeven doen golft het uit je mond. Onweerstaanbaar ritme. Probeer maar eens. Missendinder. Rolt als vanzelf over je tong. Kan niet mis gaan, lukt zelfs niet-dialectsprekers, waarbij ze er wel op dienen te letten dat ze de n in ‘missen’ nadrukkelijk uitspreken.

Terwijl ‘mis’ en ‘dienaar’ in misdienaar vreemden zijn van elkaar, vormen ‘missen’ en ‘dinder’ in missendinder een onlosmakelijke twee-eenheid. Komt door dat ‘-sen’, dat de overgang tussen beide woorden vloeiend laat verlopen. Vergelijk het met fleshals en flessenhals, waar de brugfunctie van ‘-sen’ flessenhals tot een veel aangenamer woord maakt dan fleshals.

Wat missendinder verder qua lekkerte boven het merendeel der woorden doet uitsteken, is de dynamiek der d’s. ‘Dienaar’ is gaapgaap, ‘dinder’ ademt de wilde frisheid van limoenen. Het zijn de d’s die het ‘m doen. ‘Dienaar’ staat voor protocol, ‘dinder’ voor avontuur. Dat de inhoud van het missendinderschap die belofte niet kan waarmaken, dondert nu even niet.

‘Naodát de missendinder de klingelbuul háj klaorgelagd, pakte-n-ie in de sacristie de jerrycan mit feentwater um ’t feentwaterbekske te gaon beejvulle.’

donderdag 5 februari 2026

Top 5 – Gestileerde auto’s in De Echo

Wat ook een eeuwige bron van lering en vermaak blijft is De Echo van Horst. Onbegrijpelijk (met het oog op de lering) en zonde (met het oog op het vermaak) dat het in 2010 ter ziele gegane nieuwsblad voor de voormalige gemeente Horst nog altijd niet digitaal valt te raadplegen. Zo lang het nog niet zo ver is, moeten we het helaas doen met her en der verspreide snippers. Enkele van die snippers (voornamelijk afkomstig uit de collectie HH) zijn bij mij beland. Hieruit valt veel en van alles te destilleren, uiteenlopend van de logo’s van niet meer bestaande verenigingen tot een opsomming van kermisartiesten die de gemeente in de loop der jaren aandeden en van onvergetelijke slogans (‘Wees slim en trim’) tot de rabiaat rechtse ingezonden brieven van J.G.

Voor nu graag uw gewaardeerde aandacht voor gestileerde auto’s in De Echo. Vanwege het tijdsbeeld dat ze geven. Vanwege het poetry-in-motion-gevoel, het living-in-the-fast-lane-gevoel en het gouden-kettingen-en-fancy-cars-gevoel dat ze oproepen. Maar vooral ook vanwege de onvervalste nostalgie. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van gestileerde auto’s in De Echo:

5.


Deze Volvo’s van Fa. L. Kok en Zn. aan de Venrayseweg (‘Ook uw adres voor de betere occasion’) waren blijkbaar stoer genoeg om het zonder nadere aanbeveling te kunnen stellen. Advertentie uit 1977.

4.


‘BMW 2000: een synthese van overtuigende kracht en functionele schoonheid’, in 1968 verkrijgbaar bij Garage Janssen aan de Loevestraat.

3.


‘Kom eerst kijken, hoeveel Gestaalde Perfektie uw geld waard is.’ Mitsubishi-advertentie van Plot Quick Service BV aan de Gebroeders van Doornelaan (‘Rij vlot… tank Plot’) uit 1977.

2.


Wij mochten dan een Eend hebben, dé Norbertuswijkauto van begin jaren zeventig was naast de Opel Kadett de Ford Escort GT: ‘Stap in, schakel met dat lekkere pookje, accelereer, rem, stuur en kijk om U heen… deze wagen is gróter dan z’n prijs, véél groter!’ Aldus adverteerde automobielbedrijf L. van den Hombergh uit Venlo in 1968 in De Echo.

1.


In de ‘hypermoderne turbo autowas straat met o.a. onderkant wassen’ van Texaco Selfservicestation De Kamp komt het in 1988 allemaal samen: pooierbakken, stropdasmannen, gestaalde perfectie, glamourboys en overtuigende kracht. 

zaterdag 31 januari 2026

Intermezzo – De tijd kwijt

Sinds afgelopen dinsdag zijn de wijzers van de klokken op de Horster kerktoren verdwenen.


Het begin van het einde der tijden? Nee, naar verluidt worden de wijzers elders van een nieuwe verlichting voorzien.


Hoe anders was het een kleine honderd jaar geleden. Toen leek het er even op dat Horst de tijd wel degelijk echt kwijt was. Op 5 november 1932 luidde de Nieuwe Venlosche Courant de noodklok. Volgens de krant was het torenuurwerk van de kerk drie weken eerder ontdaan van zijn wijzerplaten en wijzers:
‘Een firma, die voorgaf te zijn V. uit Tilburg, kwam zich presenteeren om bij wijze van reclame gratis wijzerplaat en wijzers te vergulden. Het uurwerk werd door hem gedemonteerd en is thans niet meer te vinden. Ook laat de firma niets meer van zich hooren, terwijl de inwoners maar dag in dag uit, de eene week na de andere, tevergeefs naar boven staren, om te zien hoe laat of het in Horst is. Wel een eigenaardige manier van reclame maken.’
Nagenoeg elke zichzelf respecterende krant in Nederland nam dit bericht daarna over.


Was Horst het slachtoffer geworden van een ordinaire babbeltruc? Nee, eerder van een onvervalst staaltje sensatiejournalistiek. Op 9 november moest de Nieuwe Venlosche Courant z’n keutel intrekken:
‘Met zes man sterk is de firma welke beloofd had de wijzers en de wijzerplaats gratis te vergulden, verschenen om het gedemonteerde uurwerk weer in elkander te zetten. Er wordt dus geen moeite gespaard om de ongeruste Horstenaren tevreden te stellen.’
De krant deed er vervolgens het zwijgen toe. Andere kranten niet. Zij wierpen de Nieuwe Venlosche Courant voor de voeten in eerste instantie een bericht te hebben gepubliceerd dat ‘geheel op fantasie berust’ en deden uit de doeken hoe het precies zat:  
‘Het uurwerk bevindt zich met voorkennis en medeweten van den burgemeester in de garage van A.J. Josten, hotelhouder te Horst, waar daaraan de vereischte werkzaamheden worden verricht. Ook laat de firma wel degelijk van zich hooren en het werk is zoover gevorderd dat uiterlijk Zaterdag a.s. of in het begin der volgende week de wijzers etc, wederom zullen zijn aangebracht. De uitvoering van het bovenbedoelde werk is eenigermate vertraagd en zulks door ziekte van den heer V., alsook door de omstandigheid, dat men op bladgoud heeft moeten wachten.’
Kort voor de herinstallatie van de wijzerplaten en wijzers gingen vier jeugdige Horstenaren op de foto met de wijzers, van links naar rechts Harrie op de Laak, Jef Steeghs, Hoeijmakers (voornaam onbekend) en Camps (voornaam onbekend).


Misschien een idee om dit 94 jaar later opnieuw te doen? En over een eeuw weer?

N.B. Met dank aan respectievelijk Jarvin van de Ven en Eugenie Dings voor de eerste twee foto’s. De foto met de kinderen is overgenomen uit deel 4 van Oud Horst in het nieuws.

donderdag 29 januari 2026

Intermezzo – Carnavalsetalage (4)

Op een moment dat werkelijk niemand meer dacht dat het er nog van zou komen, heeft De Greef toch weer keihard toegeslagen met een carnavalsetalage om je vingers bij af te likken. De stoffenwinkel aan de Meterikseweg in Horst heeft werkelijk alle zeilen bijgezet om van haar etalage andermaal een bont spektakel te maken dat het oog streelt.


Zoals recentelijk te doen gebruikelijk pakt De Greef uit met een superbe ensemble dat geheel uit vrouwen bestaat. Geheel volgens de degreeffiaanse traditie gaan de vier carnavalistes ook deze keer weer ongeschoeid de drie dolle dagen in. Anders dan de voorbije jaren zijn het nu de traditionele carnavalskleuren rood en vooral geel en groen die domineren. Gebleven zijn de elegantie, het zelfbewustzijn en het oog voor detail, maar het pad der soberheid, dat de etaleur verleden jaar nog bewandelde, is ditmaal  verlaten. Nu voeren geserreerde uitbundigheid en een vleugje exclusiviteit de boventoon. Een breuk met het verleden vormen ook de flashy hoofdtooien van de drie volwassen dames.


Gezien het voorgaande mag het geen verrassing meer heten dat de vakjury De Greef opnieuw als winnaar heeft aangewezen van de jaarlijkse Horst-sweet-Horst-prijs voor de fraaist gedecoreerde carnavalsetalage van de gemeente.


De welgemeende felicitaties van de voltallige Horst-sweet-Horst-redactie gaan uit naar directie en personeel van de textielwinkel.