Posts tonen met het label hennevot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hennevot. Alle posts tonen

maandag 1 juli 2013

Klein mysterie 457 – Boor óp de kei

Boor óp de kei speelt de Horster schooljeugd dat nog altijd?’, vroeg m’n oom me laatst. (M’n oom is in Horst geboren en opgegroeid, om er omstreeks zestig jaar geleden uit te vertrekken en er behalve voor familiebezoek nooit meer terug te keren.)
‘Boor óp de kei’, reageerde ik, ‘wat is dat? Nooit van gehoord!’ (Ik ben in Horst geboren en opgegroeid, om er behalve voor familiebezoek en wat andere plichtplegingen nooit meer uit te vertrekken.)
Met mijn reactie had ik het verkorven bij m’n oom. Verontwaardigd voegde hij me toe dat het bij God onmogelijk was dat zo’n populair spel één generatie later alweer compleet uit beeld verdwenen was. Om hem niet verder te choqueren verzweeg ik maar dat ik, m’n eigen ervaring met hennevot indachtig, de stellige indruk heb dat populaire kinderspelletjes inderdaad niet langer dan één generatie meegaan (tikkertje, verstoppertje, knikkeren en hinkelen uitgezonderd – hoewel het me niet zou verbazen als die laatste twee hun langste tijd hebben gehad). In plaats daarvan vroeg ik hem naar een beschrijving van boor óp de kei.  
‘Nou … euhh … je stapelde een paar stenen op elkaar, daarop lag een kei en dan … dan moest je die kei eraf gooien, geloof ik … ja, inderdaad met een andere kei … of misschien ook wel niet …’
Met een schamper lachje had ik kunnen opmerken dat het toch bij God onmogelijk was dat hij zich de spelregels van zó’n populair spel niet meer voor de geest kon halen. Ik zag daar evenwel van af omdat niet geheel viel uit te sluiten dat hij, als trouw lezer van dit weblog, me dan om m’n oren zou slaan met m’n eigen hennevot. Poets wederpoets. Daarom stelde ik hem voor dat hij nog wat dieper in z’n geheugen zou graven en dat ik dan in de tussentijd een zoektocht op internet en in literatuur zou ondernemen.
Bij mij had googlen op ‘boer/boor op de kei/steen’ geen resultaat. Ook Die goeie ouwe tijd van de in 1911 in Horst geboren Sjang Hoeijmakers leidde tot niets, hoewel hij toch een aantal kinderspelletjes noemt. Ik had mijn hoop echter vooral gevestigd op Toon Nellen, geboren (1922) en opgegroeid in Melderslo. Toon heeft een fantastische verzameling beschrijvingen (in dialect) van kinderspelletjes nagelaten. Maar ook bij hem helaas geen woord over boor óp de kei. 

Het gegraaf van m’n oom in z’n geheugen was al evenmin erg vruchtbaar. In een van elke verontwaardiging gespeende e-mail berichtte hij me nederig: ‘Ik weet totaal niets meer van de spelregels, als die er al waren. Het was meen ik de bedoeling dat de bovenste steen eraf gegooid werd, maar dat is het dan ook. Wij speelden het alleen op het veldje tegenover het kerkhof, achter het patronaat. Misschien was het wel zo lokaal – en hadden wij het zelf verzonnen.’  

Hij liet z’n e-mail vergezeld gaan van deze tekening van eigen hand:
U bent het hopelijk toch met me eens dat zo’n prachttekening recht heeft op een adequate beschrijving? Nou dan: graaf in uw eigen geheugen naar boor óp de kei of laat uw vader/grootvader/overgrootvader ernaar graven en mail me het resultaat. En als u het niet voor mij wil doen, doe het dan voor m’n oom. Hij verdient het. 

maandag 5 september 2011

Klein mysterie 275 – Hennevot

Met z’n reactie op Containercrisis heeft Peter een lade in m’n geheugen weten open te trekken die jarenlang muurvast op slot zat. Peter schreef: ‘Bij ons op de Sint Jozefschool riepen we altijd “ruzie, hou um blauw”. Doet me trouwens denken aan het groepje jongens dat altijd gearmd over de speelplaats lopend “wie deut der mei soldutje” zong. Of “wie deut der mei pliesie en boef”.’
Hieruit blijkt dat er zelfs tussen lagere scholen die hemelsbreed misschien twee kilometer van elkaar verwijderd liggen, levensgrote verschillen in speelplaatscultuur kunnen bestaan. Ik ben wel jaloers op dat ‘ruzie, hou um blauw’. Klinkt toch net iets poëtischer en geciviliseerder dan ons Weisterbeekse hysterische gebrul (‘Ru-zie! Ru-zie! Ru-zie!’).
Anders ligt het met ‘wie deut der mei soldutje’ en ‘wie deut der mei pliesie en boef’. Nogal armzalig vergeleken met wat wij, gearmd over de speelplaats lopende Weisterbeekse jongens zongen (en wat dus dankzij Peter uit die stoffige geheugenlade opdook): ‘Wie deut der mei henne-vot-vot-vot?’ Met een lekker lang aangehouden eerste lettergreep van ‘henne’, gevolgd door een als mitrailleurvuur klinkend ‘vot-vot-vot’. Wat hennevot precies behelsde, staat me niet meer helder voor de geest, maar ik neem aan dat het een tikspelletje was. Wellicht kunnen generatiegenoten opheldering verschaffen?
De herontdekking van hennevot roept allerlei vragen op. Waar komt die curieuze benaming van het spel bijvoorbeeld vandaan? Is ze eeuwenoud of verzonnen door een (bijna) leeftijdsgenoot van mij? Is hennevot iets exclusiefs Weisterbeeks? Of is het misschien overgenomen uit het Duitse grensgebied waar het Henne-Arsch (‘Wer spielt mit Henne-Arsch-Arsch-Arsch?’) heet? Heeft hetzelfde spel elders andere benamingen? Hoe lang is hennevot gespeeld op de Weisterbeek? Alleen door mijn generatie of ook door generaties voor en na mij? Wat me in elk geval onwaarschijnlijk lijkt, is dat hennevot er tot op de dag van vandaag heeft weten voort te bestaan en al helemaal niet onder dezelfde benaming.
Voor de zekerheid zal ik het een dezer dagen toch eens aan m’n Weisterbeekiaanse nichtje (groep 6) en neefje (groep 5) vragen. En als ik dan toch met hen aan de praat ben, zal ik bovendien eens informeren of jongens dan wel meisjes überhaupt nog gearmd over de speelplaats lopen om al zingend anderen op te roepen mee te doen met een spelletje. En als ze dan nog altijd niet verveeld hun heil hebben gezocht bij hun Nintendo, zal ik hen ook eens confronteren met de vraag of er nog Horster kinderen zijn die dialect met elkaar spreken. Waarmee we dankzij hennevot zijn aanbeland bij een van de grote raadselen van de moderne tijd: waarom spreken Horster kinderen waartegen thuis uitsluitend in het dialect wordt gepraat doorgaans onderling Nederlands? Maar dat is iets voor een andere keer.