Posts tonen met het label Broekhuizenvorst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Broekhuizenvorst. Alle posts tonen

vrijdag 7 juni 2024

Trapveldjesvoetballers (2)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Hanan Wael Al-Hawajri, Gaza, overleden op 13 mei 2024


Nuseirat is een in het midden van de Gazastrook gelegen vluchtelingenkamp dat in 1969 werd gesticht. Al voor het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hamas op 7 oktober van het afgelopen jaar verbleven tienduizenden vluchtelingen in Nuseirat. Het kamp was de afgelopen maanden zeer regelmatig slachtoffer van Israëlische bombardementen. Gisteren nog bombardeerde het Israëlische leger een school in Nuseirat. Daarbij vielen tientallen doden. Ook op 13 mei bombardeerde Israël Nuseirat. Hanan Wael Al-Hawajri, een jonge voetballer, was een van de tientallen mensen die daarbij werden gedood.


Hanan speelde in het meisjesteam van Ahli Club Nuseirat. Dit werd in 2022 opgericht, als eerste in dit deel van de Gazastrook en als derde in heel Gaza. Het team telde al snel twintig meisjes tussen de 10 en 14 jaar. Na het begin van de oorlog viel het team uit elkaar: de meeste meisjes belandden samen met hun families in vluchtelingenkampen in Khan Younis en Rafah.

Aya Al-Haj was medespeler van Hanan: ‘Ik herinner me dat we elkaar voor het eerst ontmoetten bij de club. Ze was blij en trots dat ze zich bij een meisjesvoetbalteam had aangesloten.’ Ook Alaa Nawfal was een medespeler van Hanan: ‘Ze was een van de eersten die zich bij het team voegde. Ze droomde van een kampioenschap.’ Aya Al-Haj: ‘Het eerste kampioenschap na de oorlog dragen we aan haar op.’

Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas. Ditmaal dat tussen de Kerkstraat en Op de Kamp in Broekhuizenvorst. Klik hier voor de bron voor het stukje over Hanan.

woensdag 16 juni 2021

Intermezzo – Kraamkamer (1)

Afgelopen weekend bijna twee dagen lang in een kraamkamer verbleven. Het was er bijzonder aangenaam vertoeven. Hartelijk welkom geheten, door alles en iedereen verwend, omgeven door warmte en vrolijkheid, slechts af en toe enig gekrijs.


U wist niet dat ik in blijde verwachting was? Kan ik me voorstellen. Met een nakend (groot)vaderschap had mijn tweedaags verblijf in die kraamkamer dan ook helemaal niets van doen. Wel met twee wandelingen. Op vrijdag in de Geijsterse Bossen en de Boschhuizerbergen en de volgende dag van Wanssum via Maaspark Ooijen-Wanssum, Broekhuizenvorst en Melderslo naar Horst. Op beide dagen in voortreffelijk gezelschap. Maar vanwaar dan die kraamkamer? Omdat beide wandelingen zich grotendeels afspeelden in bosgebieden. En die worden, blijkens op diverse plaatsen aangetroffen welkomstborden, aangeduid als ‘Kraamkamer van de natuur’. Moeder natuur die hier haar schatjes baart. Zoiets, vermoed ik.


Het was om je vingers bij af te likken, de majestueuze beuken in de Geijsterse Bossen, de jeneverbessen in Boschhuizerbergen, de waterpartijen in Maaspark Ooijen-Wanssum, de poelen in het Schuitwater, de zandverstuivingen op de Swolgender Heide. Allemaal prachtig en uitnodigend. Het leek wel een sprookje. Uiteindelijk ís het ook een sprookje. Want op de keper beschouwd is het toch een illusie. Te mooi om waar te zijn. Je dénkt dat de natuur het hier voor het zeggen heeft, maar als puntje bij paaltje komt is het de mens die de baas is. Dezelfde mens die heeft beschikt dat bever en vogelkers hier zijn geïntroduceerd, gaat met evenveel gemak over tot de verdelging van bever en vogelkers. Of het nu gaat om bomen die zijn voorzien van oranje stippen of om van mos ontdane bospercelen of om vernatting ter bestrijding van de droogte of om gemaaide paden of om hekken en prikkeldraad die moeten verhinderen dat je je buiten die gebaande paden begeeft: alles is door de mens bedacht en gecreëerd.


Over Maaspark Ooijen-Wanssum hoorde ik gisteren iemand zeggen, doelend op het feit dat nog steeds geen beheerder voor het gebied is gevonden. ‘Het ligt er allemaal nogal natuurlijk bij.’ Het was bedoeld als een verzuchting. Mij klonk het als muziek in de oren.


Ik ben grootgebracht met de tegenstelling natuur – cultuur. Natuur: ongerept, geen menselijk ingrijpen. Cultuur: aangeraakt door mensenhand. Mijn twee dagen wandelen hebben me definitief met de neus op de feiten gedrukt. Die aloude tegenstelling bestaat niet meer. Natuur in zijn oorspronkelijke betekenis bestaat niet meer. Althans niet hier in Noord-Limburg. Kraamkamer van de natuur? Speeltje van de mens zul je bedoelen. 

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm in Via Horst-Venray. Foto’s 2 en 3 zijn gemaakt door Agata Siwek.)  

donderdag 18 maart 2021

Intermezzo - De stemming

Horst-sweet-Horst maakte gisteren een rondje langs alle 23 stembureaus van Horst aan de Maas en peilde er de stemming. Ziehier het resultaat:

10.41 uur – Meterik, De Meulewiek
En?
‘Waat dóchte geej da, kel? CDA natuurlijk! Daat zit beej ôs al sinds 1471 in de femilie.’


11.27 uur – Horst, De Leste Geulde
Piratenpartij neem ik aan?
‘Nee, SGP.’
Hoe dat zo?
‘Vanwege de bescherming van het ongeboren leven.’


11.43 uur – Horst, De Schuilplaats
En?
‘Geen commentaar.’


12.04 uur – Horst, Frans Theelen
En?
‘Sigrid! Without a shadow of a doubt!’


12.11 uur – Horst, De Berkel
En?
‘De Berkel mót blieve!’
Nee, op wie heeft u gestemd?
‘Lijst 4, nummer 52.’
Wie is dat?
‘Zoek dat zelf maar uit.’


12.21 uur – Horst, De Beurs
En? GroenLinks neem ik aan?
‘Om de dooie donder niet. Never never nooit niet zal ik daarop stemmen.’
Wat dan?
‘BBB. Back to basics. Power to the farmers.’


15.42 uur – Horst, Dendron
En, wat gaat het worden?
‘Geen idee, ik ben nog zwevend.’


15.57 uur – Tienray, Zonnehof
En? CDA? ChristenUnie? SGP?
‘De Feestpartij! Gaan met die banaan! Zuipen tot we er bij neervallen.’


16.05 uur – Meerlo, ’t Brugeind
En?
‘Lijst 22: Splinter.’
Verrassend!
‘Is een strategische stem, hoor. Eigenlijk is Volt mijn partij.’


16.24 uur – Swolgen, Wilhelmina
En?
‘Jesse rules!’


16.36 uur – Broekhuizenvorst, De Schakel
En?
‘Forum voor Democratie. Ik ben het kotsmoe dat ze ons de mond snaren.’
Snoeren.
‘Wat nou “snoeren”?’
De mond snoeren en niet snaren.
‘...’
Waarom loop je nu weg?


16.43 uur – Broekhuizen, Het Brouwershuis
En?
‘Partij voor de Dieren natuurlijk. Of zijn die niet voor de paarden?’


16.58 uur – Lottum, De Smetenhof
En?
‘Ik had nog wel zo gehoopt dat de Aardbeienpartij zou meedoen.’
Nee, die doet dit keer niet mee. Wat is het dan geworden?
‘De PvdA. Vanwege de rozen.’


17.15 uur – Grubbenvorst, ’t Haeren
En?
‘Streuzekes!’
Sorry, wat zeg je?
‘Kreuzetes!’
‘...’
‘Zeuterkers ... euhh ... ik bedoel treukezes ... nee ... keuzestress! Keuzestress! Hè hè.’


17.24 uur – Grubbenvorst, Saldersbron
En?
‘Wat dacht u?’
Geen idee.
‘Lijst 16.’
Welke partij is dat?
‘Code Oranje.’
Oh zo!


17.48 uur – Sevenum, De Kruisweide
En?
‘Forum voor Democratie.’
Omdat?
‘Omdat zij zelf hebben gezegd: “FVD is bij uitstek de jachtpartij van Nederland, en ziet de jacht als noodzakelijk goed.”’


17.54 uur – Sevenum, De Gaper
En?
‘CDA.’
Want?
‘Sevenum is een schuttersdorp en gedeputeerde Ger Koopmans is president van de Oud Limburgse Schuttersfederatie en hij zei dat we op het CDA moesten stemmen.’


17.59 uur – Sevenum, De Wingerd
En?
‘Rutte! Geschikte kaerel. Maar nu moet ik waer snel aan de slag.’


18.08 uur – Kronenberg, De Torrekoel
En?
‘Lijst 17, nummer 1, Laurens Dassen.’
Volt!
‘Inderdaad, u bent goed op de hoogte.’
Waarom Volt?
‘Zij willen een Ministerie van Digitale Zaken.’


18.18 uur – America, Aan De Brug
En?
‘Ach was die goeie ouwe Rooms-Katholieke Partij Nederland van Klaas Beuker er nog maar.’
Wat is het uiteindelijk geworden?
‘Blanco.’


18.29 uur – Hegelsom, Zaal Debije
En?
‘Een ortolaan! Daar! Ik geloof m’n ogen niet!’
Maar op wie heeft u gestemd?
‘Op ôzze Raymond natuurlijk. Iedereen voor Raymond, Raymond voor iedereen.’


18.48 uur – Melderslo, De Zwingel
En?
‘De Libertaire Partij.’
Om een bepaalde reden?
‘Die zijn tegen de corona en voor XTC.’


21.51 uur – Griendtsveen, De Zaal
En?
‘Teringzooi. Te laat. Wekenlang door de sneeuw lopen baggeren en nu ben ik godverdegodver 51 minuten te laat.’
Op wie had u willen stemmen?
‘De nummer 24 van de PVV, Daniëlle de Winter.’

zaterdag 13 maart 2021

Intermezzo – Horster voetballandschap 1965

Wijnandia. Heilust. Amicitas. Kakertse Boys. Palemig. Sanderbout. Heksenberg. I.A.S.O.N. Minor. Waubach. Leonidas. Kluis. Weltania. Laura. Havantia.


In de jaren zeventig en tachtig was je voor de Limburgse amateurvoetbaluitslagen aangewezen op de radio. Meer bepaald op de Regionale Omroep Zuid, de ROZ. Of Omroep Zuid, zoals mijn opa, trouw luisteraar, zei. Zo herinner ik het me: elke zondag klonk om zes uur de van het Limburgs volkslied afgeleide ROZ-begintune (klik op de pijl om de tune te starten). 


Daarna een uur lang het sportprogramma. Iets voor half zeven de even irritante als karakeristieke jingle die de amateurvoetbaluitslagen aankondigde: ‘D’amatörs, d’amatörs, d’amatörs voetballe.’ Waarna we konden vertrekken voor een reis door het onmetelijke Limburgse voetballandschap. Die begon met de hoofdklasse C, daarna de eerste klasse F en vervolgens de twee tweede klassen, de drie derde klassen en de acht vierde klassen. Na een reis van een minuut of twintig was de vierde klasse H, waarin ‘mijn’ Wittenhorst doorgaans uitkwam, het eindstation. Onderweg waren we de meest ondoorgrondelijke en exotische clubnamen gepasseerd. Elke zondag opnieuw zat ik aan de radio gekluisterd.

Ik kom hierop omdat ik deze week van Judith Evers de Adreslijst voor het seizoen 1965-1966 van de afdeling Limburg van de KNVB cadeau kreeg (waarvoor zeer hartelijk dank). Taaie kost, zou je denken. Maar niet voor mij. Voor mij was het een feest der herkenning. Ik waande me terug in de jaren zeventig. Al bladerend reisde ik opnieuw door het Limburgse voetballandschap van toen. En stopte bij clubs waarvan ik het bestaan al lang vergeten was. En ook bij clubs waarvan het bestaan al lang verleden is. 

Speciale haltes waren natuurlijk de clubs uit de zestien kernen die nu de gemeente Horst aan de Maas vormen. Elk van die kernen had in 1965 nog een eigen voetbalclub, ook Broekhuizen, ook Griendtsveen en zelfs Evertsoord. Opvallend: bijna alle clubs uit Horst aan de Maas zijn in de loop der jaren verhuisd naar een ander sportpark. Verder valt op dat F.C.E.B. (Broekhuizenvorst), Griendtsveen en Kronenberg klaarblijkelijk niet over een geestelijk adviseur beschikten, iets dat destijds nog wel te doen gebruikelijk was.

De verleiding is groot om herinneringen op te halen aan al die zestien clubs en hun accommodaties, maar dan zou het sentimental journey-karakter van dit stukje pas echt tot onaanvaardbare hoogten stijgen. Andere keer misschien. (Laat u trouwens vooral niet weerhouden om zelf wel die herinneringen op te halen). 

De adresgids vermeldt over elke club de volgende informatie: 

De informatie over de Horster voetbalclubs heb ik gebundeld in één afbeelding (klik om te vergroten):  

dinsdag 9 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (3)

Na mijn eerste stukje van een week geleden (klik hier) en de reactie daarop van Floor Hermans (klik hier) nu een derde bijdrage over Rein Bril. Of eigenlijk niet zozeer over Rein Bril als wel over de kunstscene in Broekhuizen(vorst) in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Jan Janssen wees me op enkele publicaties over die kunstscene (waarvoor dank). In de eerste plaats op een passage uit Broekhuizen toen, een publicatie van Joeps van Hees uit 1984:

‘Het zijn ook de jaren ’50, ’60 en ’70 wanneer Broekhuizen “ontdekt” wordt door een aantal kunstenaars: diverse beeldende kunstenaars, beroepsmusici, weefsters, acteurs en theatermensen. (…) Deze “culturele bloeitijd” speelde zich af rond het Broekhuizense theatertje Mikro Skoop, een idee van de Venlonaren Hans Conen en Wilmy Peeters. Het theatertje bestond overigens slechts van 1968 tot 1975.’

Links het zogeheten Pelgrimhuis, rechts het pand waarin de Mikro Skoop was gevestigd (bron foto: Broekhuizen toen)
Jan attendeerde me ook op een interview van Thijs Lenssen in Buun 2003 met Wilmy Peeters. Daarin zegt ze over Mikro Skoop:
‘Het was het eerste minitheater van Limburg, we hadden een podium voor talent op het gebied van toneel, cabaret, muziek, dans en poëzie. Landelijk bekende artiesten zaten in ons programma: Boudewijn de Groot, Freek de Jonge en Bram, Liesbeth List, Ramses Shaffy, Lenny Kuhr, Joost Nuissl en zo kan ik nog even doorgaan. (…) Freek de Jonge heeft eens in zijn blootje door ons huis gerend. Joost Nuissl woonde een tijd lang bij ons, samen met zijn vriendin, evenals Theu Boermans.’

Hoe keken de dorpsbewoners eigenlijk tegen de hippie-enclave aan? Wilmy Peeters:
‘Voor het dorp was het schokkend wat er zich allemaal bij ons afspeelde, wij vonden het normaal, leefden ons leven. Zou het in de Randstad zijn geweest, dan was het allemaal nooit zo opgevallen.’
Dagblad De Limburger 2001
Een van de toenmalige buren verklaarde in 2001 tegenover Dagblad De Limburger:
‘Ik ben nooit binnen geweest. Ik wist dat het vreemde mensen waren. Na een feestje gingen ze met z’n allen naakt in de Maas zwemmen. En het schaap waar Wilmy de wol vanaf haalde om te weven (ze maakte onder andere wandtapijten, waarvan enkele in het gemeentehuis hingen) liep blatend door de straten.’

Joeps van Hees ziet het allemaal een tikkeltje anders:
‘Opvallend is, dat de echte Broekhuizense mensen zich nooit echt verzet hebben tegen de komst van die “buitendorpsen”: integendeel. De gemeenschap toonde zich, mits de nieuweling niet te excentriek deed of zichzelf buitensloot, zeer tolerant; aanvankelijk wat afstandelijk vriendelijk, maar uiteindelijk op een aangename wijze nieuwsgierig.’
Jan Janssen wees me overigens ook op de betekenis van multitalent Hans Conen (1944-2019), de voormalige echtgenoot van Wilmy Peeters, die na zijn Mikro Skoop-periode vooral in Duitsland naam maakte (klik bijvoorbeeld hier en hier). Daarover misschien een andere keer meer, maar nu nog even terug naar de man waarmee het begon: Rein Bril. Toen ik vorige week ontdekte dat er een door Maarten Beks geschreven publicatie over hem bestaat heb ik die natuurlijk meteen besteld. Rein Bril bevat negen zwartwit afbeeldingen van uit 1969 daterende werken van Bril. 


De begeleidende tekst van Maarten Beks is voor mij vaak tamelijk ondoorgrondelijk. Ter illustratie en ter afsluiting van dit stukje:
‘Het lukt weinig schilders om de ene partij een ergernis, de andere een dwaasheid te zijn, maar Bril slaagde daar geruime tijd wel in en dat voornamelijk, dacht ik, door zich te specialiseren in de vervaardiging van schilderijen, die hij noch iemand anders op dat moment zou kunnen maken.’

zondag 7 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (2)

‘Heeft iemand meer informatie over Rein Bril en meer in het bijzonder over zijn Noord-Limburgse tijd?’ Zo besloot ik afgelopen dinsdag het stukje (klik hier) over de ooit in Castenray en Broekhuizen woonachtige kunstenaar Rein Bril. Vaak komt er op zo’n vraag geen antwoord. Ditmaal wel, meerdere antwoorden zelfs. Van Floor Hermans, Jan Janssen en Arie Stas. Laatstgenoemde herinnerde zich dat hij Rein Bril eind 1978 of begin 1979 in Broekhuizen thuis had bezocht en maakte woensdag deze foto van dat pand in zijn huidige staat (waarvoor dank):


De reacties van Floor en Jan hebben met elkaar gemeen dat ze niet héél veel extra informatie over Rein Bril verschaffen, maar wel de broodnodige context. Om hun reacties recht te doen én om te voorkomen dat dit stukje veel te lang wordt, verpak ik ze in twee afzonderlijke posts. Een dezer dagen aandacht voor hetgeen waarop Jan Janssen me attendeerde. Vandaag maak ik de weg vrij voor Floor, die in een uitvoerige mail en uit de eerste hand een prachtig beeld schetste van de kunstscene in Broekhuizen(vorst) in de jaren zestig en zeventig:

‘Rein Bril is mij wel bekend. Ik heb hem leren kennen toen hij in Broekhuizen woonde, in een heel groot oud huis op de grens met Broekhuizenvorst. In Broekhuizen woonden toen meerdere beeldende kunstenaars en andere alternatievelingen die zich bezighielden met muziek en er was zelfs een heus theatertje waar de crème de la crème van de Nederlandse kleinkunst regelmatig acte de présence gaf. Dit theatertje met de naam Mikro Skoop werd gerund door Hans Conen en zijn vrouw Wilmy Conen-Peeters. Wilmy maakte ook enorme abstracte wandkleden van schapenwol die ze zelf geverfd had met natuurlijke kleurstoffen. Hans gaf les in Venlo, runde het theater en initieerde diverse kunstprojecten die nogal opzien baarden. Zo reed hij bijvoorbeeld rond in een auto die er uitzag als een ruimteschip met grote glazen koepels op het dak. Behalve uit Rein Bril bestond het contingent beeldend kunstenaars uit meerdere personen die ik me op dit moment niet allemaal herinner maar waarvan Mathieu Knippenbergh en Toon van de Ven de bekendsten zijn. In Broekhuizenvorst hadden Lydia Luyten (naaldkunstenares) en Joop Sorky (beroepsactivist en provo van het eerste uur) zich gevestigd in een onbewoonbaar verklaarde woning op de grens met Swolgen. Zij kwamen uit Amsterdam.

Lydia Luyten met haar zoon Milo voor haar onbewoonbaar verklaarde woning aan de Krienestraat in Swolgen (foto afkomstig uit een dagboekje van Lydia Luyten)
Bijna iedereen maakte gebruik van de toentertijd geldende contraprestatieregeling voor beeldende kunstenaars die voorzag in een uitkering op bijstandsniveau. Om voor deze regeling in aanmerking te komen werd je werk beoordeeld door een commissie en als die haar fiat gaf bepaalde die tevens hoeveel daarvan je moest inleveren bij de gemeente om die uitkering min of meer te compenseren (contraprestatie). Op het gemeentehuis en bij de sociale dienst kwam je het overal tegen en de rest verdween in de kelders van het gemeentehuis. Ik acht het zeer waarschijnlijk dat zich in het depot van de gemeente Horst aan de Maas ook werk van Rein Bril bevindt.

Rein Bril (foto afkomstig uit Maarten Beks, Rein Bril)
Verder noem ik Joost Nuissl (hij woonde in Broekhuizenvorst) die enorm veel succes had met ‘Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben’, dat tot stand kwam in samenwerking met de Vorster fanfare en Martijn Alsters, de fluitist, alsmede Nard Reijnders, saxofonist bij Herman van Veen, componist en muziekproducent.’

dinsdag 2 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (1)

Het oneindige laagland tussen Leunen en Castenray is niet bepaald het mooiste wat Noord-Limburg te bieden heeft. Akkers, stallen en her en der wat boerderijen, dat is het wel zo’n beetje. Geen omgeving waar je moderne kunst verwacht. Toch zou het zomaar kunnen zijn dat hier mijn eerste kennismaking met dit fenomeen heeft plaatsgevonden. 

Zo is het verankerd in mijn geheugen: begin jaren zeventig, ik ben een jaar of 6, rijd ik met mijn vader over de doorgaande weg van Leunen naar Castenray. Iets voorbij bushalte Het Schoor staat aan de rechterkant van de weg een bordje met het opschrift ‘Expositie’. We volgen het bordje en komen uit bij een oude boerderij. Daar woont Rein Bril, kunstenaar. Daar ook eindigt mijn herinnering. Hebben we de expositie bezocht? Hebben we Rein Bril gesproken, zijn werk gezien? Of kwamen we aan een gesloten deur? Soms zou je willen dat je herinneringen wat minder vaag zijn.

Balans-beelden, 2004; klik hier voor bron foto

Ik kon die boerderij daarna nooit meer passeren zonder de gedachte aan Rein Bril. Daar bleef het dan vervolgens ook bij. Totdat ik er laatst weer eens aan voorbijkwam. Na thuiskomst besloot ik een internetonderzoekje aan Rein Bril te wagen. Wie is of was Rein? Wat voor werk maakt(e) hij? Hoe raakte hij in die boerderij verzeild? Waarom en wanneer vertrok hij er weer? Exposeerde hij er inderdaad begin jaren zeventig?

Klik hier voor bron foto

Mijn hoop op internet zijn volledige levensverhaal aan te treffen bleek ijdel. Ik moet het doen met wat snippers. Samengevat: Rein Bril werd in 1945 geboren in het Groningse Usquert en overleed in 2012 in het Friese Twijzel, waar hij een beeldentuin had. Hij heeft op een aantal plaatsen gewoond, zo ook in Castenray, waar hij in 1970 of 1971 ‘mijn’ in vervallen staat verkerende boerderij (‘Vens Pláts’) kocht van Mia Weijs. In 1976 zou hij in Broekhuizenvorst hebben gewoond. 1978: ‘In Galerie Libra in Broekhuizen exposeert schilder-tekenaar Rein Bril. De galerie wordt gerund door zijn vrouw.’ 

Hij maakte driedimensionaal werk, schilderijen, aquarellen en pentekeningen. Zijn werk werd vanaf 1965 op tal van plaatsen geëxposeerd. In het Franse Gondrin vond in 2016 zelfs een postume solo-expositie plaats, een voortvloeisel uit een lang verblijf in Frankrijk. Twee jaar eerder was werk van hem te zien op een expositie in het Venrays Museum. 

De vader / warrior, 2005; klik hier voor bron foto

Heeft iemand meer informatie over Rein Bril en meer in het bijzonder over zijn Noord-Limburgse tijd? Laat het me svp weten via horstsweethorst@gmail.com!

(Dit stukje verscheen op 16 september 2020 in iets andere vorm in Via Horst-Venray)

maandag 4 mei 2020

Intermezzo – Pieter Litjens

Zeker de afgelopen weken met al dat wandelen passeer ik het straatnaambordje vrijwel dagelijks.


Ik zie het – de betekenis laat ik nooit tot me doordringen. Oorlogsslachtoffer, ja. Maar hoe, wat, waar, waarom? Toch eens een digitaal mini-onderzoekje aan wagen. Ziehier het resultaat.


Piet (Peter Johannes) Litjens werd op 18 maart 1905 in Meterik geboren. De boerenknecht, vrijgezel, zwaaide in 1926 af als dienstplichtig militair. Toen in 1939 de oorlogsdreiging almaar toenam, ontkwam ook Piet niet aan de mobilisatie. Met tegenzin meldde hij zich bij zijn bataljon, nadat hij een dag eerder nog de hele avond met zijn schoonzus had gedanst op de Horster kermis.  


Wat er al een tijdje aan zat te komen gebeurde in de vroege ochtend van 10 mei 1940: Duitse troepen vielen Nederland binnen. Piet bevond zich met zijn bataljon van een infanterieregiment in Katwijk aan de Maas, nabij de spoorbrug die Cuijk met Mook verbindt. De brug was een Duits doelwit. Op de Mookse oever probeerden Duitse militairen de brug in handen te krijgen, op de Cuijkse oever probeerden Nederlandse militairen dit te voorkomen. Dit gebeurde vanuit de bewaard gebleven kazemat 115S en de loopgraven in de nabijheid daarvan. Piet Litjens bevond zich in een loopgraaf. Tot tweemaal toe wisten de Nederlanders een Duitse aanval af te slaan. Omstreeks elf uur kreeg de bunker een voltreffer van een 8,8 cm granaat te verwerken. In de bunker werd sergeant Pierre Clevis uit Broekhuizenvorst gedood en in de aanpalende loopgraaf werd Piet zwaar getroffen. Hij overleed nog dezelfde dag aan zijn verwondingen.


Piet werd begraven op het kerkhof van Meterik. Zijn nicht Truus van Rensch-Litjens in 2013 in Trouw: ‘We gingen een paar keer per jaar naar zijn graf om er een bloemetje op te zetten en het verder te verfraaien. Eerst deed ik dat samen met mijn moeder en later met mijn man en mijn zusje. Ome Piet leefde bij ons voort als een echte militair, die voor het vaderland en onze vrijheid heeft gevochten. Hij heeft er niet om gevraagd om op deze wijze te sterven. Daarom blijven wij hem eren. Maar wij worden ouder en kunnen het graf niet eindeloos blijven onderhouden.’ Op verzoek van zijn familie kreeg Piet daarom in 2013 een herbegrafenis op het Militaire Ereveld Grebbeberg in Rhenen. Truus van Rensch-Litjens: ‘Dat vinden wij eervol, zo wordt hij nooit vergeten.’


Op zijn gedachtenisprentje staat vermeld: ‘Al is het waar dat het roemvol is dapper en strijdend te sterven voor zijn dierbaar vaderland, toch wekt zulk een sneuvelen in de beste jaren des levens droefheid en deernis.’

(Gebaseerd op de websites van Stichting Heemkunde Meterik, het Ministerie van Defensie, de Oorlogsgravenstichting en Trouw. Ook de tweede, derde en laatste afbeelding zijn afkomstig uit deze bronnen.)