Posts tonen met het label Koude Oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koude Oorlog. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2022

Intermezzo – Modelwoning

De Limburger bevat vandaag een foto van een hoge stapel zandzakken voor de muren van het kinderziekenhuis in Lviv. Zestig jaar geleden lag er een hoge stapel zandzakken voor de voordeur van een woning in de Steffensstraat in Horst. Aanleiding voor de zandzakken, zowel nu in Lviv als toen in Horst: een mogelijke Russische aanval. Met dit verschil dat de Russische dreiging nu in Lviv aanzienlijk groter is dan toen in Horst.


De Steffensstraat ligt in de Norbertuswijk, het Neej Dörp dat in de jaren zestig van de vorige eeuw uit de grond werd gestampt om het hoofd te bieden aan het ook toen heersende woningtekort. De jaren zestig waren ook de tijd van de Koude Oorlog. Daarin lag steeds een conflict op de loer tussen het kapitalistische westen en het communistische oosten. Boven dit conflict – dat nooit daadwerkelijk tot uitbarsting kwam – zweefde een permanente dreiging van de inzet van kernwapens. Diezelfde dreiging toverde president Poetin afgelopen zondag ineens weer uit de hoge hoed.


Om de Nederlandse bevolking te beschermen tegen vijandelijke luchtaanvallen werd in 1952 de BB (Bescherming Bevolking) opgericht. In 1961 publiceerde de BB de huis-aan-huis verspreide folder Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf. Die bevatte het dringende advies in elke Nederlandse woning een schuilplaats in te richten met het oog op een mogelijke atoomaanval. Maar een folder is ook maar een folder, zo realiseerde de BB in Horst zich. En dus kwam ze op het geniale idee een zojuist gereedgekomen woning in de Steffensstraat (huisnummer 7) in te richten volgens de Wenken uit de folder.


Van 11 tot en met 19 mei 1963 werd de modelwoning opengesteld voor bezichtiging. Circa duizend bezoekers – veel meer dan verwacht – maakten van deze mogelijkheid gebruik. Wat ze aantroffen? Onder meer een met honderd zandzakken gebarricadeerde voordeur, geblindeerde ramen met wit geschilderde hardboardplaten (de witte verflaag zou de lichtflits van de atoomexplosie weerkaatsen), proviand voor drie weken, een noodtoilet, een nooddouche, noodverlichting en een alarmfluitje. Om het binnendringen van radioactieve stofdeeltjes te voorkomen, was de woning met tochtstrips, plakband en zachte zeep vrijwel luchtdicht afgesloten.


Aan de hand van maquettes kregen bezoekers van aanwezige BB’ers verdere tips hoe te handelen in geval van een atoomaanval. ‘Juist in deze tijd, nu het wereldfront nog rustig is, heeft men de gelegenheid om de nodige voorbereidingen te treffen.’ Met een investering van 350 gulden was je al een heel eind, zo hielden de BB’ers de bezoekers voor.


Of veel Horstenaren inderdaad 350 gulden zullen hebben uitgetrokken voor het atoomaanvalklaar maken van hun woning? Mwah. Of die investeringen van 350 gulden daadwerkelijk voldoende zouden zijn geweest om een atoomaanval te overleven? Mwah. Of de dreiging met een atoomaanval ditmaal wel ten uitvoer zal worden gebracht? Mwah. Of in dat geval een alarmfluitje veel soelaas zal bieden? Mwah.  

Dit stukje is vooral gebaseerd op een artikel in het Dagblad voor Noord-Limburg van 29 mei 1993. Ook de foto’s 1, 4 en 5 zijn daaruit overgenomen. Zijn er mensen die de modelwoning destijds hebben bezocht en er herinneringen aan hebben? Of zijn er lezers die vrijwilliger waren bij de BB? Dan zou ik graag met u in contact komen. Stuur een mail naar horstsweethorst@gmail.com en u hoort van mij.

donderdag 3 september 2015

Intermezzo – Luchtwachttoren (2)

Horst-sweet-Horst-diehards herinneren zich ongetwijfeld het stukje dat hier ruim vijf jaar geleden verscheen over de luchtwachttoren aan de Gerard Smuldersstraat in America. Eeuwig zonde dat de uit 1952 daterende toren er niet meer is. Ik ben een verklaard tegenstander van herbouw van verdwenen gebouwen, maar voor die uit geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen opgebouwde toren maak ik graag een uitzondering (met dank aan Hay Mulders van Stichting Werkgroep Oud America voor de foto).
Luchtwachttorens werden vanaf het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw gebouwd om vijandige (lees: Russische) vliegtuigen te kunnen traceren. Operationeel zouden ze nooit worden: de Koude Oorlog groeide niet uit tot een echte oorlog en bovendien bleek vliegtuigwaarneming met oor en oog binnen de kortste keren volkomen achterhaald. Het merendeel van de in totaal 138 torens raakte in verval en werd uiteindelijk gesloopt. Zo ook de toren in America, die vermoedelijk eind jaren zeventig het loodje legde.
De dichtstbijzijnde toren die wel wist te overleven, staat aan de Broekweg in Maashees. Deze toren, identiek aan die in America, heeft sinds kort een nieuwe bestemming: de perceeleigenaar, Atelier Tien, het Crimmitschauer Luftpostgesellschaft en de Nederlandse Luchtposterijen in de zuidelijke provincies hebben de toren uitverkoren als eerste proefbasis voor hernieuwde luchtpostactiviteiten. Luchtpost was in de jaren vijftig en zestig een bloeiende tak van de toenmalige PTT, maar raakte daarna in het slop.
In het persbericht van de initiatiefnemers heet het: ‘De Luchtpostwachttoren aan de Broekweg in Maashees stelt, vanaf zijn strategisch gekozen positie, het posten opnieuw centraal en wacht af of de hoeveelheid digitale data die met een snelheid van 2, 3 of 4G door het luchtruim snelt, te ver gaat en grenzen overschrijdt dan wel slecht.’
De Luchtpostwachttoren, in het persbericht geniaal omschreven als ‘een bouwwerk van aaneengeschakelde hashtags’, gaat dienst doen als luchtposterij met een wereldwijde dekking vanuit Maashees: ‘Met #8J2 wordt de communicatie in goede banen geleid en daar waar het zinvol is worden luchtbruggen aangelegd. Nu het IJzeren Gordijn al lang verleden tijd is en het gevaar niet meer uit het oosten komt maar vanuit alle richtingen kan opduiken is het verstandig beducht te zijn op de dreiging van ongecontroleerde samenscholingen van werkeloze wankelmoedige en inhoudsloze bits en bytes die wij zelf de wereld in hebben gestuurd.’
Enig idealisme (of moeten we zeggen luchtfietserij?) is de Luchtposterijen niet vreemd. Nogmaals het persbericht: ‘Luchtposterijen post vrij en onbevangen in luchtwachttoren 8J2 in Maashees en wil op een positieve en plezierige manier de wereld bewaken, verrijken en verfraaien. Luchtwachttoren 8J2 voor al uw luchtpost!’
Is dit op zich al een hartverwarmend initiatief, wat het helemaal fantastisch maakt is dat de Nederlandse Luchtposterijen de Luchtpostwachttoren eenmalig twee dagen openstellen voor (gratis) bezoek! Belangstellenden zijn komende zaterdag en zondag (5 en 6 september) tussen 12 en 6 uur van harte welkom in de toren aan de Broekweg 2 in Maashees. Mis dit unieke buitenkansje niet!

P.S. #8J2 is al enige tijd operationeel: klik hier. Klik hier voor meer informatie over de open dagen.

maandag 29 oktober 2012

Top 5 – Nieuwe gemeentenamen

Twan van Els, waar kenden we die naam ook alweer van? Juist, van het MIBO-magazijn aan de Grauwveenweg in Griendtsveen. Met dat overblijfsel uit de Koude Oorlogstijd als aanleiding wisselden Twan en ik dit voorjaar een aantal e-mails met elkaar uit. Zeer tot mijn genoegen moet ik zeggen, zijn wat laconieke stijl van schrijven en z’n onderkoelde humor spraken me bijzonder aan. Blijkbaar beleefde Twan ook plezier aan dat e-mailcontact, anders kan ik niet verklaren waarom ik een uitnodiging ontving voor de presentatie van een door hem geschreven boek.
Die presentatie vond afgelopen vrijdag plaats. In Venray, want Twan is een ras-Venraynaar. Ik moet altijd iets in mezelf overwinnen om me te vertonen in dat hol van de leeuw, maar in dit geval kon en wilde ik er toch niet omheen. En het moet gezegd: het viel alleszins mee. Twan bleek in het echt even welbespraakt en geestig als in z’n e-mails, ik werd ondanks m’n (Horster) afkomst niet met de nek aangekeken en zelfs een drankje werd me niet geweigerd. En dat in een zaal vol chauvinisten. Want laat dat duidelijk zijn: als er één chauvinistisch volkje is zijn het de Venraynaren wel. Dus hoe aangenaam de avond ook was, ik was aan het einde toch opgelucht de terugtocht naar Horst-sweet-Horst te kunnen aanvaarden.
‘Onbestaanbaar dat Horst aan de Maas en Venray ooit in een gemeente worden verenigd’, was vrijdag zo ongeveer m’n laatste gedachte voordat ik in slaap viel. Inmiddels zijn we drie dagen verder en is bekend geworden dat het nieuwe kabinet uitsluitend nog gemeenten van meer dan honderdduizend inwoners wil. In ons geval kan dat maar één ding betekenen: Horst aan de Maas en Venray samen. Nieuwe fusieruzies en stammenstrijden gloren aan de horizon, met ten slotte als onvermijdelijke uitkomst dat het onverenigbare toch wordt verenigd. Misschien is het daarom beter nu alvast een naam voor de nieuwe gemeente te bedenken. Mijn top 5 van nieuwe gemeentenamen:
5. Sycambrië
Twan van Els deed vrijdag uit de doeken dat de bewoners van het hertogdom Gelre in de zestiende eeuw ook wel Sicambri werden genoemd. Zowel Horst aan de Maas als Venray maakten deel uit van het hertogdom Gelre, dus waarom niet? Nou, omdat ‘een van Venrays grootste zonen’ (dixit Twan) de bijnaam Sycamber kreeg.

4. D’n Uuthoooook dan wel D’n oêoêoêoêthoēk
Jullie een beetje van dit, wij een beetje van dat.

3. Porkotopia
Horst aan de Maas heeft misschien de naam, maar vlak ook Venray niet uit qua intensieve landbouw.

2. Maessenchalet
Zodat meteen duidelijk is waar de werkelijke macht ligt.

1. Spinhof
Staat voor een gedeeld textielverleden, Bourgondische kneuterigheid en land- en tuinbouwglorie. En wat dacht u van de marketing? Spin-off in Spinhof.

N.B. Dit zijn in een vloek en een zucht bedachte namen. Ongetwijfeld heeft u veel betere suggesties. Mail ze (HorstsweetHorst@gmail.com) en ik maak er binnenkort een nieuwe top 5 van!

maandag 2 april 2012

Klein mysterie 331 – MIBO-magazijn (4)

Gezien de pijnlijke conclusie voortvloeiend uit mijn archiefbezoek van vrijdag zou ik verder het liefst het zwijgen hebben gedaan over het MIBO-magazijn. De sportiviteit gebiedt echter anders.
Vals als ik ben, hoopte ik links of rechts wel nog andere slachtoffers te maken. Twan van Els bijvoorbeeld, de Venraynaar die het verhaal de wereld in slingerde dat de loods aan de Grauwveenweg in de Koude Oorlogstijd als depot voor ziekenhuismateriaal (MIBO-magazijn) had gefungeerd.
Per mail deed ik Twan vrijdag verslag van de resultaten van m’n archiefbezoek. Ik schreef ’m dat de datering van zijn herinneringen aan het magazijn cruciaal was. Stamden die herinneringen namelijk van vóór het begin van de jaren zeventig dan leek me de conclusie onontkoombaar dat het MIBO-magazijn nooit aan de Grauwveenweg heeft gelegen. Zo zou ik Twan kunnen meesleuren in mijn val. Z’n reactie:
‘Ik pijnig mijn hersenen in welk jaar ik het magazijn heb bezocht. Ik meen me te herinneren dat dit midden jaren zeventig was. Ik ben er zeker van, dat het gebouwtje aan de Grauwveenweg als magazijn dienst heeft gedaan. Samen met de heren van het ministerie ben ik er zeker twee keer geweest.’
Ja, wie zou zoiets nu niet zeggen als het zwaard van Damocles boven z’n hoofd hing?
Met de afsluiting van z’n e-mail maakte Twan het er allemaal niet beter op:
‘Overigens, je begrijpt natuurlijk wel, dat ik dit allemaal vertel om een Horstenaar wat langer aan het lijntje te houden. Dat doen we in Venray altijd met Horstenaren. Veel Venraynaren kennen Horst alleen maar van de quiz “Ken uw land”. “Noem eens een plaats met zeven oos.” “Hooooooors”.’
Hoewel zo’n ongehoorde provocatie eigenlijk om een afstraffing vraagt, heb ik in al mijn edelmoedigheid besloten Twan het voordeel van de twijfel te gunnen. Mijn theorie luidt nu dat pluimveeslachterij Goossens het gebouw al kort na 1973 heeft gelaten voor wat het was en dat de BB het vervolgens als MIBO-magazijn in gebruik heeft genomen.
Enig eigenbelang is hieraan niet vreemd. Die theorie biedt me namelijk de mogelijkheid m’n vader ook nog een rol in het geheel te laten spelen. Dat zit zo: mijn vader (1939-1997) was in de jaren zestig en zeventig gemeenteraadslid in Horst. Hij was links, dus vóór het milieu, vóór dierenwelzijn en noem maar op. Toen hij er op een gegeven moment lucht van kreeg dat pluimveeslachterij Goossens voornemens was nota bene in het Grauwveen een groot biobedrijf (nu zouden we zeggen megastal) te gaan bouwen, was hij des duivels – mensen die hem gekend hebben, weten wat dat betekende. Zou het misschien zo kunnen zijn dat Goossens (mede) uit angst voor dat duivelse Horster raadslid uiteindelijk afzag van de plannen voor het biobedrijf en de opslagloods aan de Grauwveenweg verpatste aan de BB?
Een aardige anekdote nog in dit verband, óók tekenend voor m’n vader: z’n grote tegenstrever bij Goossens was Piet van Lier. Een grotere boef was er niet, zo begrepen wij. Totdat ik jaren later bij Helmond Sport kwam te voetballen en uitgerekend Piet van Lier daar voorzitter was.
Toen was het meneer Van Lier voor en meneer Van Lier na. Voor mijn carrière was m’n vader bereid al z’n principes opzij te zetten. Dat die carrière vrij spoedig daarna in het slop zou raken, valt hem dus niet te verwijten (en Piet van Lier, die gewoon een aardige man bleek te zijn, evenmin).

Klein mysterie 330 – MIBO-magazijn (3)

In reactie op het tweede artikel over het (vermeende) MIBO-magazijn schreef Ton Bukkems: ‘Het raadsel rond dit gebouw wordt eigenlijk alleen maar groter.’ Zo is het maar net. Zelfs een bezoek aan het Horster gemeentearchief heeft de mist niet doen oplossen. Wel valt er intussen een slachtoffer te betreuren. Een prominent slachtoffer. Wat de pijn voor hem verzacht is dat hij z’n vader een niet onbelangrijke bijrol in het hele verhaal kan laten spelen.
Maar laten we beginnen bij het begin van het vervolg op de twee stukjes (klik hier en hier) van vorige week. Vrijdag toog ik naar het gemeentearchief in de hoop daar de bouwvergunning voor het MIBO-magazijn op te sporen. IJdele hoop, bleek al snel. Wat ik wel tevoorschijn wist te toveren? Een in oktober 1972 aan pluimveeslachterij Goossens uit Asten verstrekte vergunning voor ‘de verbouwing van een open veldschuur tot een gesloten opslagruimte voor landbouwwerktuigmachines’. Plus een bouwvergunning van een jaar later, voor hetzelfde perceel, ook voor Goossens en ook voor het vernieuwen van een veldschuur. En daar bleef het bij: geen spoor van een eventueel MIBO-magazijn.
De bevindingen in het gemeentearchief combinerend met voornoemde reactie van Ton Bukkems kom ik tot de volgende reconstructie: in de jaren vijftig bouwt de Maatschappij Van de Griendt op het betreffende perceel aan de Grauwveenweg een open veldschuur.
Die wordt in 1972 door de firma Goossens verbouwd tot een gesloten opslagruimte. Die vertoont weliswaar grote gelijkenis met het huidige gebouw, maar is beslist niet identiek.
Een brand leidt er in 1973 toe dat de firma Goossens de opslagloods (deels) opnieuw (ver)bouwt, waarna het gebouw ontstaat dat er een kleine veertig jaar later nog min of meer hetzelfde bijstaat.
Ik zou niet durven beweren dat deze reconstructie tot in detail klopt. Zo moet de bouw van de open veldschuur misschien een decennium eerder of later worden gedateerd en is het een gissing dat een brand er de oorzaak van was dat Goossens in 1973 met een nieuw bouwplan kwam. Maar van één ding ben ik intussen wel rotsvast overtuigd: het gebouw aan de Grauwveenweg is niet als MIBO-magazijn gebouwd.
Waarmee we automatisch zijn aanbeland bij het eerste slachtoffer dat deze zaak heeft geëist. Dat is … eh … dat ben … eh … dat ben ik. Ik, ja. Ik en niemand anders heb vorige week de plank gruwelijk misgeslagen met mijn bewering dat de architectuur van MIBO-magazijnen elders in den lande grote overeenkomsten vertoont met het gebouw aan de Grauwveenweg en dat dat erop zou wijzen dat het gebouw aan de Grauwveenweg óók een MIBO-magazijn is geweest. Klotskop. Het gebouw kan best een MIBO-magazijn zijn geweest, maar uit de bouwvergunningen en –tekeningen valt niet anders te concluderen dan dat het nooit als MIBO-magazijn is gebouwd. Als het al op andere MIBO-magazijnen lijkt, berust die gelijkenis op toeval. Hierbij bied ik Jeroen van de Nieuwenhof m’n welgemeende excuses aan voor de gezaaide verwarring.
Afgaan als een gieter, noemen ze dat. Om jezelf voor het hoofd te slaan. Inderdaad, Ola Toivonen lässt grüβen.

Maar hoe zit het nu met het MIBO-magazijn? Sleur ik Twan van Els mee in mijn val? Wat heeft m’n vader met dit alles te maken? Klik hier voor een antwoord op deze prangende vragen.

maandag 26 maart 2012

Klein mysterie 328 – MIBO-magazijn (2)

Sommigen zullen zeggen: ‘Mooi dat we nu weten dat die loods aan de Grauwveenweg die zo middle of the road oogt in werkelijkheid een relict uit de Koude Oorlog is, maar laten we nu weer snel overgaan tot de orde van de dag.’
Twan van Els zegt: ‘Het is een mooi stukje geschiedenis. Leg het snel vast, anders weet straks niemand meer hoe het ook alweer zat.’
Ik zeg: ‘Met alle respect voor Twan, maar ik denk dat nu al bijna niemand meer weet hoe het zat. Reden te meer om vooral niet snel over te gaan tot de orde van de dag, maar goed na te denken over een vervolg.’

Hoe zou dat vervolg eruit kunnen zien? Eerst en vooral zou inderdaad de geschiedenis van het gebouw moeten worden gedocumenteerd. Wanneer is het gebouwd? Door wie is het ontworpen? Waarom is uitgerekend voor deze locatie gekozen? Had de gemeente Horst ook nog iets te zeggen? Lagen MIBO-magazijnen elders in den lande even geïsoleerd? Zo ja, waarom? Hoe lang heeft de loods gefungeerd als noodmagazijn? Wat is er met het gebouw gebeurd sinds het z’n oorspronkelijke functie verloor?
Verder zou het mooi zijn als een voormalig beheerder van het gebouw kon worden opgespoord. Hij (ik heb zo’n vermoeden dat het geen zij is) zou kunnen vertellen over het functioneren van het MIBO-magazijn. Wat lag er opgeslagen? Was er dagelijks personeel aanwezig? Werd er wel eens gebruikgemaakt van het opgeslagen materiaal? Vonden er in het gebouw oefeningen of andere activiteiten plaats? De vraag of het aanwezige materiaal regelmatig werd getest op deugdelijkheid moet in elk geval ontkennend worden beantwoord, getuige deze prachtige anekdote van Twan van Els: ‘Op zekere dag was er in Velden een grote BB-oefening gepland. Als aanvoerder van een of andere groep moest ik alles controleren. Er waren BB’ers die doden moesten identificeren. Je mocht alleen de dood vaststellen ‘als het hoofd gescheiden is van de romp’. Het was dus lachen, dat begrijp je wel. Want we hadden geen losse hoofden. Ook moest er een operatiekamer, een OKA, worden ingericht, met spullen uit het noodmagazijn. De kisten mochten echter niet geopend worden, maar dat vond ik nonsens. Van de manschappen die ik onder mijn hoede had, had niemand ooit een operatiekamer van binnen gezien. Dus liet ik toch een kist openmaken. Bijna de hele inhoud was aan het roesten. De BB-commandant gaf me een compliment voor mijn doortastend optreden in plaats van een uitbrander voor het niet opvolgen van een bevel.’
Literatuuronderzoek, archiefonderzoek, interviews: allemaal leuk en aardig, maar vanzelf zal ook de vraag wat er met het gebouw dient te gebeuren aan de orde moeten komen. Een architectonisch wonder is het niet. Bovendien detoneert het in de oneindige leegte van de Grauwveenweg.
Slopen dus? Dacht het niet. Want behalve architectonische betekenis bestaat er ook nog zoiets als historische betekenis.
En die bunker, die evenzeer detoneert als het voormalige MIBO-magazijn, is toch ook geconserveerd en zelfs van een nieuwe functie voorzien?
De bunker is zelfs een extra argument om sloop van het magazijn tegen te gaan: noem mij één andere locatie in Horst aan de Maas waar Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog elkaar bijna letterlijk raken. Last but not least: behoud van het MIBO-magazijn zou de pijn van de sloop van dat andere curiosum uit de Koude Oorlog, de luchtwachttoren in America (wél van architectonische betekenis; klik hier), enigszins verzachten.

MIBO-magazijn forever.

(Klik hier voor het vervolg)

Klein mysterie 326 – MIBO-magazijn (1)

Het begon allemaal met een kort artikel in Dagblad De Limburger van afgelopen woensdag. Daarin beweerde Venraynaar Twan van Els dat een gebouwtje aan de Grauwveenweg in Griendtsveen in het verleden als depot voor ziekenhuismateriaal had gefungeerd. Een depot voor ziekenhuismateriaal in the middle of nowhere? De bebouwing aan die eindeloze Grauwveenweg bestaat toch slechts uit een bunker (nummer 2 in de eerste top 5 van Horster oorlogsmonumenten) en schuin daarachter een landbouwloods die z’n beste tijd heeft gehad?
Duidelijk geval van een te vroeg gelanceerde 1-aprilgrap. Om alles uit te sluiten stuur ik die meneer Van Els toch maar een e-mail. Het zal toch niet zo zijn dat de loods die ik altijd een of andere rol in de landbouw heb toegedicht als depot voor ziekenhuismateriaal heeft gediend?
Net zo laat is het. Lees wat Twan van Els per kerende mail schrijft: ‘Het gebouwtje aan de Grauwveenweg was ten tijde van de Koude Oorlog een van de 39 noodmagazijnen in ons land. Deze noodmagazijnen ressorteerden onder het Ministerie van Buitengewone Omstandigheden en werden ook wel MIBO’s genoemd: Materieelvoorziening In Bijzondere Omstandigheden. Er lagen goederen opgeslagen voor het inrichten van noodhospitalen. Grote psychiatrische inrichtingen als Sint Servatius en Sint Anna waren aangewezen om in geval van oorlog of een grote ramp als noodziekenhuis te dienen.’
Hoe Twan aan deze kennis komt? ‘Ik was algemeen manager in deze inrichtingen en onderhield het contact met het ministerie. In die kwaliteit heb ik het magazijn wel eens bezocht. Er waren bedden opgeslagen, dekens, lakens, verbandstoffen etc. etc. Complete operatiekameruitrustingen waren in kisten verpakt. Heel bijzonder vond ik de ‘plastiek’ waterzakken van 40 liter en nog groter.’
Ai, klinkt allemaal behoorlijk overtuigend. Als dit een 1-aprilgrap is, dan is ie tot in de perfectie voorbereid. Voor de zekerheid breng ik nog een bezoek aan Forten Info, de uitputtende website over militair erfgoed in Nederland en België. Die bevestigt het verhaal van Twan slechts. Bovendien blijkt uit foto’s op Forten Info dat het gebouw aan de Grauwveenweg verdacht veel gelijkenis vertoont met MIBO-magazijnen.
Dus niks 1-aprilgrap, niks landbouwloods, maar een van de veertig magazijnen voor Materieelvoorziening In Bijzondere Omstandigheden in Nederland. De Koude Oorlog greifbar nah aan de Grauwveenweg in Griendtsveen. Er zijn dagen dat ik het met minder opzienbarend nieuws moet doen. Daarvoor neem je zelfs de ultieme vernedering voor een Horstenaar (te rade moeten gaan bij een Venraynaar) op de koop toe.

(klik hier voor het vervolg)

maandag 15 februari 2010

Intermezzo – Luchtwachttoren (1)

Kent u die mop al van die Russische vliegtuigen die naar America kwamen? Nee? Die kwamen niet!Het lijkt zo dertien in een dozijn, dit bosperceeltje aan de Gerard Smuldersstraat in America, nabij de kruising met de Meteriksebaan. Toch is dat de schijn die bedriegt. Dit is een bosperceeltje met historische betekenis. Hier stond namelijk in een niet eens zo heel grijs verleden een luchtwachttoren. Toen na de Tweede Wereldoorlog de spanningen tussen het kapitalistische westen en het communistische oosten in hoog tempo opliepen, besloot de Nederlandse regering tot de oprichting van het Korps Luchtwachtdienst (met dank aan Sandra van Lochem-van der Wel voor de foto). Dat moest vijandige vliegtuigen traceren die lager vlogen dan vijftienhonderd meter. Die waren niet waarneembaar met de radar en moesten dus met oog en oor worden gesignaleerd. Op 276 plaatsen verspreid over het hele land werden luchtwachtposten ingericht: de ene helft op bestaande gebouwen, de andere helft op speciaal voor dit doel gebouwde torens. Een van de uitverkoren locaties voor een nieuwbouwtoren was het bosperceeltje aan de Gerard Smuldersstraat in America. De gemeente Horst verkocht de twee are in mei 1952 voor acht gulden aan het Rijk en enkele maanden later stond er een prachtige toren van 8,22 meter hoog. Zoals alle luchtwachttorens gebouwd uit een constructie van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen (met dank aan Hay Mulders van Stichting Werkgroep Oud America voor de foto). Operationeel zou de toren nooit worden. Luchtwachttorens werden namelijk alleen bemand in geval van oorlog of ernstige dreiging daarvan. Zo ver kwam het in de Koude Oorlog niet en dus waren de torens alleen in gebruik bij oefeningen (met dank aan Johan den Hollander voor de foto). Bovendien bleek vliegtuigwaarneming met oor en oog binnen de kortste keren volkomen achterhaald. Zo verloren de luchtwachttorens in 1964 alweer hun functie. Sommigen, zoals die in Maasheesen Westerbeek wisten te overleven, maar het merendeel verviel en werd op den duur gesloopt. Ook de toren in America was dit trieste lot beschoren: hij werd vermoedelijk eind jaren zeventig gesloopt. Daarmee verdween het waarschijnlijk enige tastbare restant van de Koude Oorlog in Horst. Eeuwig zonde natuurlijk. Het is dat ik me in het verleden enkele malen gekeerd heb tegen herbouw van verdwenen gebouwen (klik hier en hier), anders zou ik het wel weten …
De luchtwachttoren in America intrigeert me (bouwtekening afkomstig uit het gemeentearchief van Horst aan de Maas).Maar de luchtwachttoren in America irriteert me evenzeer. Over de geschiedenis ervan blijkt namelijk nagenoeg niets terug te vinden. Het beetje informatie dat ik heb achterhaald, is verwerkt in dit stukje en ook in een binnenkort te verschijnen artikel in Info LGOG Kring Ter Horst (mail, bel of schrijf me als u er belangstelling voor heeft). U mag me bij nacht en ontij wakker maken als u ook maar een snippertje informatie heeft over vragen als: wanneer werd de toren precies in gebruik genomen? Kent of kende u vrijwilligers van het Korps Luchtwachtdienst? Bestaan er meer foto’s van de toren? Welke functie(s) heeft de toren na 1964 gehad? Wanneer en waarom is de toren afgebroken?