Posts tonen met het label muren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muren. Alle posts tonen

maandag 12 januari 2026

Intermezzo – Gehaktbal

Hoewel Horst aan de Maas het jammer genoeg nog steeds moet stellen zonder een bloeiende graffiticultuur, vallen er als je goed kijkt toch enkele graffiti-hotspots te ontdekken. Zoals station Horst-Sevenum, waar in de loop der jaren verschillende graffiti zijn opgedoken die kunnen wedijveren met grootstedelijke graffiti. Vooral het huisje achteraan op het eerste perron haalt regelmatig het beste boven in graffitisten. Ik vrees dat de tekening die ik daar in maart 2010 op een van de zijgevels aantrof voor eeuwig onovertroffen zal blijven:

Pal voor diezelfde zijgevel is jaren geleden helaas een hoog hek geplaatst. Het verheugende is dat graffitisten zich hierdoor nooit hebben laten dwarsbomen: hek of niet, zij gaan gewoon door met hun zegenrijke werk voor de Horster samenleving. Onlangs is op deze gevel weer iets nieuws verschenen:


Een heus gedicht inderdaad:


Je zou kunnen morren dat deze graffitist het gedicht van Lévi Weemoedt dat in 1978 verscheen in zijn bundel Geen bloemen (Ik vouw mijn handjes samen / knijp mijn oogjes stevig dicht / en hoop dat na het amen / mijn gehaktbal er nog ligt) geweld heeft aangedaan. Maar laten we onze oogjes dichtknijpen voor deze zonde en in onze handjes knijpen dat het huisje blijkbaar nog steeds in trek is bij graffitisten.

Overigens telt Horst aan de Maas nog heel veel andere blinde muren die schreeuwen om een gedicht.

donderdag 6 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (13) | Bart Vissers

Voor de derde keer in deze reeks wandelingen iemand die ik niet ken. Spannend! Eindelijk eens iemand die me ongezouten de waarheid onder m’n neus zal wrijven? Die in het avonddonker van de eerste maandag van het nieuwe jaar de kachel aan gaat maken met mij en Horst-sweet-Horst? Nope. Binnen een halve minuut is me al duidelijk dat ik niets te vrezen heb van Bart Vissers (39), afkomstig uit Horst, woonachtig in Meerlo en werkzaam bij Sulzer in Lomm.



We parkeren onze fietsen bijna tegelijkertijd naast het Horster gemeentehuis.
Bart: ‘Jij moet Wim zijn!’
Ik: ‘Dan moet jij Bart zijn!’
Bart: ‘Ik lees al jaren jouw stukjes en nu wil ik eindelijk wel eens weten wie jij bent. Jij mag de route bepalen.’
Ik: ‘Mwah. Ik had gehoopt dat jij dat zou doen!’
Bart: ‘Maar eerst wil ik naar de muur der Horster muren. Of waar ooit de muur der Horster muren stond.’


De muur der Horster muren? Wat kan Bart daar in godsnaam mee bedoelen? Wacht! Wow! Ineens besef ik dat Bart refereert aan een stukje dat ik ruim tien jaar (!) geleden op Horst-sweet-Horst heb gepubliceerd (klik hier) over de kort tevoren afgebroken muur aan het begin van de Herstraat, tussen pand Stroucx en pand Seuren. Die verdwenen muur bestempelde ik destijds tot Muur der Horster muren.
Bart: ‘Hier woonden mijn opa en oma!’
Ik: ‘Schoenmaker en schoenverkoper Breur Stroucx! Die eigenlijk Arie Vissers heette!’
Bart: ‘Precies!’   


Door de ramen naar binnen glurend verbaast Bart zich erover dat aan de indeling van de woning van z’n inmiddels overleden grootouders nauwelijks iets is veranderd. Maar ja, wel zonde van die verdwenen muur inderdaad. De huidige kan daar echt niet aan tippen. Ook zonde trouwens dat de werkplaats van z’n opa er niet meer is.


Hoewel nog niet eens begonnen, kan onze wandeling nu al niet meer kapot. Als ze al een doel heeft, dan is het elkaar leren kennen. We lopen kriskras door Horst, geen moment is wat we onderweg zien onderwerp van gesprek. Bart vertelt dat hij niet hecht aan status, hij heeft z’n auto bijvoorbeeld de deur uitgedaan. Hij heeft geleidelijk een steeds grotere afkeer gekregen van materialisme, van het altijd maar meer en altijd maar groter. Hij vraagt zich steeds meer af of de commerciële sector (hij is afgestudeerd aan de HEAO) nog wel bij hem past. Is hij wellicht meer op z’n plaats in de sociale sector?


Bart vraagt of ik geen mening heb over corona, omdat ik daar nooit over schrijf. Antwoord: ik heb wel een mening over corona, maar niet de behoefte die digitaal te uiten.

Bart vraagt waarom ik zo weinig over Meerlo schrijf. Antwoord: goeie vraag, weet ik niet goed, misschien omdat het zo ver, relatief dan, van Horst verwijderd is.

Bart vraagt of ik het buitengebied van Meerlo niet ken. Antwoord: jawel, maar misschien niet goed genoeg. Bart vraagt of we een keer in het Sohr zullen gaan wandelen. Antwoord: ja, graag!

Misschien kunnen we dan ook eens wat dieper ingaan op de vraag waarom hij sinds enkele jaren een seizoenkaart van NEC heeft, want dat zit me eerlijk gezegd niet helemaal lekker.

Bart zit trouwens ook iets niet helemaal lekker, laat hij me weten nadat ik hem het concept van dit stukje ter goedkeuring heb toegestuurd: ‘Je hebt normaal niets te vrezen van mij maar door 2 keer “nek” ipv van “eniesee” te zeggen zat je eigenlijk wel op het randje. ;)’ 


Dit was aflevering 13 van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt.

maandag 29 december 2014

Klein mysterie 611 – Muur (4)

Op zondag 23 november geschoten:
Minder dan een maand later was dit al een historische foto.

Ik mag dan nog zoveel tegen hebben op al die Horster parkeerplaatsen, ze brengen soms ook juweeltjes aan het licht. Wat voorheen compleet werd veronachtzaamd of in het gunstigste geval de aandacht van de directe buren trok, komt ineens in het brandpunt van de belangstelling te staan. Het overkwam bijvoorbeeld dit bouwwerk, waarvan ik veronderstel dat het een loods van aannemersbedrijf Martens is geweest, bij de aanleg van de parkeerplaats achter het Patronaat.
En hoe weinigen slechts zouden weet hebben gehad van de prachtige achtergevel van het pand Van Rensch als de parkeerplaats aan het Cuppenpedje niet was vergroot?
Ook het onlangs opgeleverde Rode Kruisplein biedt een frisse blik op vaak al vele tientallen jaren aanwezige bebouwing. De grootste verrassing vormt de muur op bovenstaande foto. Of eigenlijk het ensemble van in elkaar overgaande muren. De totale lengte van de muur bedraagt naar schatting meer dan vijftig meter, maar hij bestaat uit vier afzonderlijke onderdelen, elk met z’n eigen karakter.
Het langste en karaktervolste is een uit donkerrode baksteen opgetrokken muur. Met hier en daar een breuklijn, met in de loop der tijden toegevoegde elementen, met sporen van in de loop der tijden verdwenen elementen. Kortom, een muur die al een lang en bewogen leven achter de rug heeft, die tegen een stootje kan en absoluut niet van plan lijkt het bijltje er voortijdig bij neer te gooien.  
Van de parkeerplaats richting Steenstraat gezien gaat deze muur over in een hogere muur, eveneens van baksteen, maar afgestreken met cement (zeg je dat zo?). Zijn charme ontleent dit deel van de muur vooral aan het feit dat het cement plaatselijk behoorlijk is afgebrokkeld. Maar dit is nog niet alles: doordat de bovenste helft van dit muurdeel vanaf een bepaald punt schuilgaat achter witte kunststofplaten is een fantastisch allegaartje ontstaan.
Verderop richting Steenstraat wordt de muur vervolgens steeds zakelijker: eerst een lager deel, eveneens met cement afgestreken en bekroond met witte kunststof platen en een grijsblauwe daklijst (zeg je dat zo?), en tenslotte de witgekalkte hoge zijgevel van kaaswinkel De Waag.
Resumerend: geen muur die wil pleasen, maar een muur waaraan valt af te zien dat hij menige storm heeft doorstaan – een muur met allure. En wat doen wij verdomme in Horst met een muur met allure? We zetten er (u zag het al op de foto’s) een lelijk hoog zwart hek voor! Een stelletje cultuurbarbaren, dát zijn we!
(En dan heb ik al het intrigerends dat zich achter de muur moet afspelen
nog onbesproken gelaten.)

maandag 8 december 2014

Top 5 – Horster blinde muren die schreeuwen om graffiti

Zo’n bezoekje aan Wuppertal, drie weken geleden, drukt je weer eens met de neus op de trieste feiten. En die zijn dat Horst aan de Maas gebukt gaat onder een schreeuwend gebrek aan graffiti. Graffiti kunnen je tot nadenken stemmen, graffiti kunnen je het bloed onder de nagels vandaan halen, graffiti kunnen je ontroeren, graffiti kunnen je irriteren, graffiti kunnen je aan het lachen krijgen, graffiti kunnen werelden voor je openen.
Kortom, graffiti zijn een onderdeel van de openbare ruimte, van ons leven, dat we moeten koesteren en waar nodig stimuleren. Vind ik dan alle graffiti mooi? Nee, integendeel, ik zou slechts een klein percentage graffiti als ‘mooi’ willen kwalificeren. Zoals ik ook slechts een klein percentage van de muziek, beeldende kunst, architectuur of literatuur als ‘mooi’ zou willen kwalificeren. Maar voor de zoveelste keer: mooi of lelijk doet er niet toe. Wat er dan wel toe doet? Nou, onder meer dat wat ik in de derde zin van dit stukje heb opgesomd.
Waar het aan ligt dat Horst aan de Maas zo karig is bedeeld qua graffiti? Geen idee. Het kan net zo goed de spreekwoordelijke gezagsgetrouwheid van de (Noord-)Limburger zijn als de afkeer van alles dat niet netjes is die hele volksstammen hier met de paplepel krijgen ingegoten. Of is het de eveneens wijdverbreide zuipcultuur die tot lethargie leidt? Waar het in elk geval niet aan kan liggen, is een gebrek aan geschikte locaties. Het stikt hier van de plekken waar een fraaie schildering, een belangwekkende mededeling, een grappige tekening, een cryptische tekst of een schunnig tafereeltje absoluut niet zou misstaan.
Eerder (klik hier) heb ik al eens geprobeerd de Horster graffiticultuur een duwtje in de juiste richting te geven met de mededeling dat initiatiefnemers in dezen altijd bij Horst-sweet-Horst kunnen aankloppen voor een bijdrage in de gemaakte onkosten. Dat aanbod blijft onverminderd van kracht, maar met de publicatie van de Horst-sweet-Horst top 5 van Horster blinde muren die schreeuwen om graffiti wil ik een nieuwe kans wagen potentiële Horster spuitgasten tot daden aan te zetten. Komt-ie:

5. naamloos verbindingspaadje tussen Venrayseweg en Gebroeders van Doornelaan:
Geringe betrappingskans, groot bereik bij Dendronleerlingen en hàckeyers.

4. Rode Kruisplein:
De zoveelste doodsaaie Horster parkeerplaats met de zoveelste doodsaaie blinde muur. Peper in de reet, dát is wat deze parkeerplaatsen nodig hebben.

3. Westsingel:
Zichtlocatie van de allerhoogste categorie. Hetgeen impliceert dat niet worden opgemerkt bij het aanbrengen van de verf hier lastig is. Hetgeen impliceert dat de bevrediging bij succes des te groter is.

2. parkeerplaats Cuppenpedje:
Nog zo’n doodsaaie parkeerplaats die wel een likje verf kan gebruiken. Auto’s worden hier zelden aangetroffen, dus met de zichtbaarheid zit het wel goed. En de muren zijn laag genoeg om het zicht op de wonderschone achterkant van het pand Van Rensch niet te bederven.

1. zijmuur politiebureau, Achter de Smaalbrug:
Als zesjarigen het doen heten het ‘kindertekeningen’ en vindt iedereen het vertederend, doen tieners het dan heten het ‘graffiti’ en staat iedereen op z’n achterste poten. Bullshit! En zou er een nog grotere uitdaging zijn voor een graffitist dan een politiebureaumuur?

maandag 24 december 2012

Klein mysterie 409 – Muur (3)

Precies een maand geleden constateerde ik dat het er verdacht veel op leek dat met het plaatsen van een heuse poort
de nieuwe Muur van Stroucx na meer dan twee jaar van nijvere arbeid dan toch was voltooid. Dit heuglijk feit moest hier natuurlijk worden gemarkeerd met een stukje, al was het maar omdat ik de afgelopen jaren al tweemaal eerder (klik hier en hier) aandacht aan de muur had geschonken.
Maar daarna liep ik vast.
Moest ik weer teruggrijpen op de Grands Travaux van het vorige stukje? Toch maar niet: één keer is misschien nog een heel klein beetje leuk, een tweede keer wordt het echt vervelend.
Moest ik een lofzang houden op de oude Muur van Stroucx? Nee, had ik de eerste keer al gedaan, ik zou slechts in herhaling vervallen.
Moest ik een boos stukje schrijven waarin ik voor eens en voor altijd uit de doeken deed dat de nieuwe muur van Stroucx symbool stond voor de architectonische vertrutting die Horst de afgelopen decennia heeft getroffen? Ook niet, ofschoon dat van die architectonische vertrutting natuurlijk wel klopt. Maar de Muur van Stroucx is te klein om er het Horster neotraditionalisme aan op te hangen.
Moest ik het oneindige bouwproces van de nieuwe muur in verband brengen met het begrip ‘geduld’ en er vervolgens een filosofische duiding aan geven? Beslist niet: ik houd me het liefst verre van filosofische duidingen.
Moest ik een vergelijking trekken met het voetbalmuurtje en daarbij refereren aan de geitenkaas van Cruijff als hij gatenkaas bedoelt? Eigenlijk wel, maar misschien moest ik er ook maar eens van af om werkelijk alles in verband te brengen met voetbal.
Moest ik een badinerend stukje schrijven waarin ik me afvroeg of het niet mooi zou zijn om op die abaci nog wat nepklassiek beeldhouwwerk van bijvoorbeeld Europa Stock Tuindecoratie uit Siebengewald te zetten? Hoewel mijn vingers jeukten, besloot ik er toch vanaf te zien omdat me niet duidelijk is of die zuilen van de Ionische, Dorische of Korinthische orde zijn en ik zeker als gymnasiast genadeloos door de mand zou vallen bij een verkeerde inschatting.
Moest ik het stukje dan ophangen aan de twee vrouwen die terwijl ik er foto’s van aan het maken was tegen elkaar zeiden dat die muur toch zo’n prachtige poort had? Misschien wel, maar weet u, eigenlijk heb ik helemaal geen zin meer om ook nog maar iets over die stomme muur te schrijven.

maandag 15 oktober 2012

Klein mysterie 387 – Muur (2)

Grands Travaux (‘Grote Werken’) is de benaming voor een aantal monumentale Parijse bouwwerken die tot stand kwamen op initiatief van president François Mitterand (1981-1995). Denk daarbij aan het Musée d’Orsay, de glazen piramide voor het Louvre, de Grande Arche de la Défense en de Bibliothèque nationale de France. Ook Horst heeft z’n Grands Travaux. Meest in het oog springende voorbeelden zijn De Librije en De Smidse, gebouwen die hun prestige in de eerste plaats ontlenen aan hun massaliteit.
Wat minder bekend is, is dat in het centrum van Horst al enkele jaren een Grand Travail van een andere orde gaande is. Ik doel op wat ik maar ‘de muur van Stroucx’ zal noemen.
Ooit stond aan het begin van de Herstraat, tussen pand Stroucx en pand Seuren, een blinde muur. Meter of tien lang, roodpaarse baksteen, net hoog genoeg om je af te vragen wat zich erachter allemaal afspeelde. Aan het linker uiteinde een bruin opgeschilderde houten deur, omstreeks een meter breed. Met gespeelde overdrijving bestempelde ik de muur op 30 augustus 2010 tot ‘muur der Horster muren’. Waarom? ‘Die muur was Horst en Horst was die muur. Geen franje, geen opsmuk, geen dikdoenerij.’ Die evenmin van enige overdrijving gespeende woorden zagen het licht een week nadat de muur – zó gewoon dat ik er nooit een foto van heb gemaakt – was afgebroken.

De sloop van de muur stemde me destijds verdrietig: toch weer een karakteristiek stukje Horst naar de verdommenis. Had ik toen geweten wat er voor in de plaats zou komen, dan had ik me dat verdriet kunnen besparen. Ruim twee jaar later dringt langzaam het besef tot me door dat hier in alle stilte wordt geboetseerd aan een Grand Travail. Een van de kenmerken van de Grands Travaux is namelijk hoe weloverwogen er te werk wordt gegaan. Niks snelsnel, nee, er rustig de tijd voor nemen, je niet achter de vodden laten zitten. Met die wetenschap in het achterhoofd valt onmogelijk aan de conclusie te ontkomen dat de muur van Stroucx een waar Grand Travail is. Oordeel zelf maar aan de hand van de foto’s, let daarbij ook op de datering en duidelijk wordt dat de bouwers niet over een nacht ijs gaan.

28 augustus 2010:
23 januari 2011:
11 september 2011:
7 oktober 2012:
Nu alleen nog dat plastic scherm vervangen door een deugdelijke poort
en Horst heeft er een Grand Travail bij dat de vergelijking met De Librije en De Smidse grandioos kan doorstaan. Wanneer? Zullen we het houden op het derde decennium van deze eeuw?

zondag 23 januari 2011

Klein mysterie 225 – Tufbuis

Popelend om ‘m op Horst-sweet-Horst de grond in te kunnen boren, zit ik al maanden te wachten op de voltooiing van de Nieuwe Muur van Stroucx. Maar het lijkt er verdacht veel op dat de verantwoordelijke(n) geen zin heeft (hebben) op deze plek aan de schandpaal te worden genageld. Hoe valt anders te verklaren dat na een veelbelovend begin waarop Anton Pieck trots zou zijn, het mes in het varken is blijven steken? Of anders gezegd: de tufbuizen in de pijlers. Of nog anders gezegd: de blaaspijpen in de pijlers. Tufbuizen? Blaaspijpen?
Terug naar het begin van de jaren zeventig. Ik was een jaar of zes, zeven en woonde in het Sjemdörp. Heile Welt. Je had er meisjes en jongens. Meisjes speelden met poppen (vermoed ik). Bij de jongens was het wat ingewikkelder. Jongens voetbalden of jongens speelden soldaatje. Twee gescheiden werelden, John S. is de enige van wie ik me kan herinneren dat hij op beide fronten actief was. De soldaatjes waren altijd in de weer met zo’n gelige pvc-buizen, waarschijnlijk buitgemaakt bij een onverhoedse aanval op een bouwplaats. De buizen gebruikten ze om van leesmaptijdschriftenpapier gemaakte pijlen mee af te schieten. Op ons, argeloze voetballers. Meestal vormden die beschietingen de opmaat tot een bestorming van ons trapveldje, nadat eerst de strijdkreet Attacke had weerklonken. En dan brak de hel los. En rende ik, pacifist (of schijterd?) in de dop, zo hard als ik kon naar huis.
Hoe ik hier op kom? Niet door die buizen in de Nieuwe Muur van Stroucx. Wel door een (voor niet-abonnees helaas nog niet digitaal verschenen) column van Ewoud Sanders in NRC Handelsblad van 17 januari. Daarin heeft hij het over die pvc-buizen waarmee je pijltjes (en ook wittebesjes en erwten) weg kan blazen. Volgens een lezer die hem hierop wees, werd zo’n buis eind jaren zestig, begin jaren zeventig in Baarn en omgeving een tufbuis genoemd. In Capelle aan de IJssel, waar Sanders opgroeide, hadden ze het over een blaaspijp. Sanders wil nu weten ‘waar, in welke streken, het woord tufbuis(je) nog meer werd gebruikt en of er nog andere woorden bestaan voor deze blaaspijp en voor het “pijltje schieten”.’ Heren soldaatjes, ja ook jullie uit het Kroëtdörp en uit weet ik veel waar nog meer, hoe noemden jullie die buizen? Pvc-buizen (‘pvc-buuze’)? Blaaspijpen (‘bloaspiepe’)? Tufbuizen (‘tufbuuze’)? Schietbuizen (‘scheetbuuze’)? Hadden ze überhaupt een naam? Laat het me weten en ik ben bereid jullie je oorlogsmisdaden van veertig jaar geleden te vergeven. Mochten jullie de witte vlag nog altijd niet hebben gehesen, dan wens ik – eens een pacifist, altijd een pacifist – buiten het strijdgewoel te blijven en kunnen jullie Ewoud beter rechtstreeks mailen: post@ewoudsanders.nl

maandag 20 september 2010

Actualisatie - Top 5 – Vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, streken, gebouwen en wijken (1)

Raak! Aan het rijtje vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, gebouwen en wijken kan een nieuwe worden toegevoegd:Gevonden in de bijlage van vorige week woensdag van Dagblad De Limburger ter gelegenheid van 25 jaar Rowwen Hèze. Urheber: burgemeester Kees van Rooij.Ik heb het trouwens wel een beetje gehad met die vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, streken, gebouwen en wijken. Weg met dat Calimero-gedoe! Enig zelfbewustzijn kan beslist geen kwaad. Horst vergelijken met Volendam? Waarom niet Volendam vergelijken met Horst? Zelf archetype worden, dat zou voortaan het streven moeten zijn. Potentie genoeg. Tienray zou zich niet meer tevreden moeten stellen met het predicaat Klein Lourdes, nee, Lourdes zou het Tienray van het zuiden moeten worden. Giethoorn het Griendtsveen van het noorden. De Camargue de Peel van Frankrijk. De Sixtijnse kapel de Risseltkapel van Vaticaanstad. De Costa del Sol de Schatberg van Spanje. De Gazastrookmuur de Voor-Americaanse Muur van het Midden-Oosten.Het Lago Maggiore het Vlasven van Italië. De British Library de Librije van Engeland. De Jordaan de Afhang van Amsterdam.