Posts tonen met het label geuren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geuren. Alle posts tonen

zondag 21 februari 2021

Intermezzo – Stinkend rijk worden (2)

In mei vorig jaar schreef ik een stukje over mestverwerker Willems in America (klik hier). Citaat:

‘Die verwerkt jaarlijks meer dan drie keer zoveel mest als vergund, heeft een illegale mestsilo en een defect mestbassin. Bovendien ontbreken hier en daar luchtwassers. Omwonenden klagen over stank, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) maakt zich zorgen over de volksgezondheid.’
En nota bene dat bedrijf had een aanvraag gedaan bij de provincie Limburg om de mestverwerkingscapaciteit op te voeren van 80 duizend tot 450 duizend ton. Bijna zes keer zoveel! En de provincie vond het nog goed ook! Dat Willems de zaak in het verleden had bedonderd, leek verantwoordelijk gedeputeerde Ruud Burlet (toen nog Forum voor Democratie, nu JA21) niet te deren: ‘Het is ondernemers eigen dat ze vaak voor de muziek uitlopen.’


Intussen zijn we een klein jaar verder. De kranten hebben er vol over gestaan, de gemeenteraad heeft er talloze malen over gesproken. Ik deed er het zwijgen toe. Omdat het me allemaal te ingewikkeld en te ondoorzichtig werd. Over dat ingewikkelde: als ik goed heb opgelet draait alles om de vraag of een bepaald filter wel of niet in een bestemmingsplan is opgenomen en om de vraag of de gemeente al dan niet een verklaring van geen bezwaar dient af te geven. Over dat ondoorzichtige: gemeentebestuur en gemeenteraad zeiden de strijd aan te binden met de provincie over de gigantische uitbreiding van de mestcapaciteit, maar in hoeverre de CDA-vertegenwoordigers in gemeentebestuur en -raad ondertussen geen dubbelspel speelden, bleef me onduidelijk.


Helemaal doorzichtig zal het wel nooit worden, maar als gemeenteraadslid Henk Kemperman (D66+GroenLinks) – deze week in Hallo Horst aan de Maas – schrijft ‘Inmiddels is wel duidelijk dat de meerderheid van de raad (ook het CDA) de mening van het college deelt‘ neem ik aan dat dat klopt.


Resteert het ingewikkelde. Bij nader inzien heb ik het zelf te ingewikkeld gemaakt. Het is eigenlijk heel simpel: het zou volkomen van de pot gerukt en schandalig zijn en tegen elk rechtsgevoel ingaan als een ondernemer die willens en wetens allerlei regels aan zijn laars lapt en stankoverlast veroorzaakt als beloning zes keer zoveel stront zou mogen gaan verwerken. Zoals wethouder Thijs Kuipers in mei tegenover De Limburger verklaarde: ‘We worden beboet op de snelweg als we 5 procent te hard rijden, maar deze ondernemer doet 400 procent teveel.’


Komende dinsdag spreekt de gemeenteraad opnieuw over het Americaanse mestverwerkingsbedrijf. Wat zou mijn achting voor het CDA stijgen als de gemeenteraadsfractie zich dan zonder mitsen en maren luid en duidelijk keert tegen de uitbreiding. Zo luid en zo duidelijk dat het tot in Maastricht te horen is. 

zondag 24 mei 2020

Intermezzo – Stank (2)


als je continu in de stank zit
ruik je niet meer dat het stinkt

stront laat je van je afglijden
ja, je stinkt
maar niemand die het ruikt

je besmeurt je marionetten met stront
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je doet geen deksel op de beerput
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je stopt de beerput zo vol als je wilt
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je leegt de beerput nooit
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je legt de rode loper uit
voor de grootste stinkerd van allemaal
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes bedenk je plannetjes
om mensen in de stank te laten wonen
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes bedenk je plannetjes
om zelf goedkoper in de stank te gaan wonen
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes en je marionetten schreeuw je van de daken
dat het in 2025 nergens zo lekker stinkt als bij ons
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes en je marionetten geef je de grootste stinkerd van allemaal een prijs
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

tegen iemand die zegt dat het stinkt
zeg je dat hij het niet begrijpt
want je ruikt niet dat het stinkt

tegen iemand die zegt dat het niet stinkt
zeg je dat hij het tenminste begrijpt
want je ruikt niet dat het stinkt

want als je continu in de stank zit
ruik je niet meer dat het stinkt

donderdag 14 mei 2020

Intermezzo – Stinkend rijk worden

Henk Kemperman: ‘Iedereen voelt op zijn klompen (!) aan dat er een relatie is tussen intensieve veehouderij, corona en de volksgezondheid.’ Bart Cox: ‘De gezondheidseffecten van stank op de mens worden steeds manifester.’ Twan Hoeijmakers: ‘Er zijn volgens zogenaamde deskundigen al bewijzen dat Covid-19 harder toeslaat in gebieden met een hoge dierdichtheid.’ Eugenie Dings en Marc Vergeldt: ‘Er is een geitenstop in Limburg: en toch krijgt deze veehouder [in LOG Witveld] het voor elkaar om nog de vergunning te krijgen om geiten bij te plaatsen.’ Andries Brantsma: ‘Eigenlijk stinkt het bijna overal in Horst en het College van B&W vindt dat prima en wil het zo houden ook, want de ontwerp geurverordening houdt dit in stand.’


Allemaal citaten uit verschillende bijdragen in Hallo Horst aan de Maas van vandaag (klik hier). Het mag duidelijk zijn: de intensieve veehouderij beroert Horst aan de Maas. Niet alleen deze week, al jarenlang. En dan berichtte De Limburger gisteren en vandaag ook nog eens uitvoerig over de uitwassen bij mestverwerker Willems aan de Hoebertweg in America. Die verwerkt volgens de krant jaarlijks meer dan drie keer zoveel mest als vergund, heeft een illegale mestsilo en een defect mestbassin. Bovendien ontbreken hier en daar luchtwassers. Omwonenden klagen over stank, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) maakt zich zorgen over de volksgezondheid.


‘Het moet afgelopen zijn dat de provincie Limburg maar van alles toestaat zonder handhavend op te treden. De laatste tijd komt Willems met allerlei overtredingen weg’, aldus de RUD. Als Willems de overtredingen niet snel ongedaan maakt, hangt het bedrijf volgens gedeputeerde Robert Housmans (PVV) een boete boven het hoofd die kan oplopen tot 640 duizend euro. Een farce natuurlijk, als je bedenkt dat het bedrijf aan de illegale mestverwerking opgeteld 1,5 miljoen euro heeft verdiend. Minstens even erg: een collega van Housmans, gedeputeerde Ruud Burlet (Forum voor Democratie), zal vandaag volgens De Limburger zijn goedkeuring hechten aan de aanvraag van Willems om de mestverwerkingscapaciteit op te voeren van 80 duizend tot 450 duizend ton. Bijna zes keer zoveel! Dat Willems de zaak in het verleden heeft bedonderd, lijkt Burlet niet te deren: ‘Het is ondernemers eigen dat ze vaak voor de muziek uitlopen.’


Toch is nog niet alles verloren: weigert de gemeente Horst aan de Maas een verklaring van geen bezwaar af te geven, dan gaat het feestje niet door. Waar weer tegenover staat dat de gemeente(raad) al sinds jaar en dag op de eerste rij wil zitten bij welk feestje dan ook. Of dat ditmaal anders zal zijn? Laten we hoop putten uit de woorden van wethouder Thijs Kuipers (D66+GroenLinks) in De Limburger:
‘Ik heb moeite met ondernemers die zich niet aan de regels houden. We worden beboet op de snelweg als we 5 procent te hard rijden, maar deze ondernemer doet 400 procent teveel. Minstens drie jaar lang heeft hij veel meer mest verwerkt dan is toegestaan. Het gezegde stinkend rijk worden heeft nu wel een gezicht gekregen.’

woensdag 15 april 2020

Intermezzo – Vuile lucht (2)

Afgelopen zaterdag kreeg viroloog Marion Koopmans in De Limburger de vraag voorgelegd of ze voorstander is van het stoppen met megastallen. Haar reactie:
‘Je moet er in elk geval serieus naar kijken. Moet het wel zo? Kijken naar de prijs die we betalen voor het vooral gefocust zijn op het welzijn en de welvaart van mensen, van onszelf? Meer virus-uitbraken zoals we die nu beleven, is de prijs. Dat risico moet je dan willens en wetens gaan nemen. (…) Als je alleen maar vanuit de mens geredeneerd blijft groeien, steeds meer land inpikt, dan krijg je dat vroeg of laat op je bord.’

Diezelfde dag bepleitten 170 wetenschappers verbonden aan acht universiteiten een radicaal duurzamer en eerlijker Nederland. Eén van hun vijf voorstellen:
‘Overgang naar een circulaire landbouw, gebaseerd op het behoud van biodiversiteit, duurzame, veelal lokale voedselproductie, vermindering van vleesproductie en werkgelegenheid met eerlijke arbeidsvoorwaarden.’

Op Facebook (klik hier) reageerde John van Helden op een stukje dat ik hier afgelopen zaterdag publiceerde:
‘Wat ik mis in deze zurige discussie, is dat er echt vooruitgang gemaakt wordt als je die maar wil zien ook bij het Gemengd Bedrijf. Maak een afspraak om te gaan kijken! We hebben alles in onze handen of kunnen ervoor zorgen dat dingen verbeteren. En als je samen ontdekt wat beter kan gebeuren er mooie dingen. Zoals ook voor uitstoot van ammoniak en fijnstof door de IV. Er is toch niets leukers dan op zoek te gaan naar deze verbetering of verandering ... ander voer uit reststromen, zie en lees Kipster en Nijssen Granico mooie voorbeelden uit onze regio dat het anders kan, misschien nog niet helemaal zoals jullie willen Lotte en Wim dat begrijp ik maar wel een enorme verbetering. We leven met 17 miljoen mensen in Nederland en iedereen maakt keuzes voor of tegen IV, wereldwijd zie je een enorme toename van plantaardige vleesvervangers in alle geledingen dat betekent dat de vraagt toeneemt en er verandering op komst is, help mee als je in die verandering gelooft, want zurig zijn en zelfs blijven dat is het leven in mijn ogen niet waard, het is toch veel mooier om mee te werken aan de verandering waarin je zelf gelooft?’

De reactie van John maakt duidelijk dat ik blijkbaar niet duidelijk genoeg ben geweest. Zoals al vaker gezegd: ik geloof heel graag dat er bij het Nieuw Gemengd Bedrijf, bij Kipster, bij Nijssen Granico en ongetwijfeld op nog meer plaatsen vooruitgang wordt geboekt. Maar waar ik niet in geloof is het hele systeem. Ik geloof niet in het systeem waarin miljoenen dieren uitsluitend als product, als dingen met een economische waarde worden gezien. Ik geloof niet in een systeem dat dieren niet als levende wezens ziet. En ik geloof óók niet in een systeem dat mensen ziek maakt.


De verandering waarin John gelooft, beschouw ik als ‘minder van hetzelfde’. Minder van hetzelfde is inderdaad een vooruitgang ten opzichte van hetzelfde. Maar het is een misverstand van John om te denken dat ik net als hij geloof in minder van hetzelfde en dat ik het net als hij mooi zou vinden om daaraan mee te werken. Ik geloof namelijk niet in minder van hetzelfde. Ik geloof alleen in radicaal stoppen met deze waanzin. In díe verandering geloof ik en aan díe verandering wil ik graag meewerken.


Zie het als een pleister bij een wond. Die kun je stukje bij beetje lostrekken. Elk stukje en elk beetje dat je lostrekt doet pijn, de wond geneest niet en het duurt een eeuwigheid voor de hele pleister los is. Je kunt de pleister ook in één keer lostrekken. Dan ben je in één keer van de pijn af en de wond geneest veel beter en sneller.

dinsdag 7 april 2020

Intermezzo – Stank (1)

Met dat prachtige weer en de weldadige stilte op straat was het de afgelopen weken heerlijk fietsen en wandelen. Op plekjes geweest waar ik nooit eerder was geweest, dingen gezien die ik nooit eerder had gezien. Genoten van het niet langer door verkeerslawaai overstemde vogelgefluit en gezoem van de eerste bijen, van de stoepkrijttekeningen die op tal van trottoirs verschenen, van de openbare boekenkasten die ineens het leven zagen. Gegniffeld soms ook om de flarden van gesprekken die ik opving, om de veelheid aan geïmproviseerde briefjes die overal opdoken, om de koddige manoeuvres om elkaar te ontwijken.


Alles is plotseling anders. Alles? Gebleven is de stank. Bijvoorbeeld de stank van mest die dezer dagen in enorme hoeveelheden door immense machines over de Noord-Limburgse akkers wordt uitgespuugd, gisteren nog langs de Kabroeksebeek tussen Meterik en America. ‘Niet zeuren, is altijd zo geweest, hoort bij het voorjaar, hoort bij de regio’, hoor ik u denken. De vraag is of dat zo is. En als dat zo is, is de vraag of dat zo moet blijven.


Maar inderdaad, aan de strontstank in de lente zijn we hier zo langzamerhand wel een beetje gewend. Waaraan ik nog steeds niet kan wennen is de azijnstank. Minstens zo doordringend als de strontstank en misschien wel nóg alomtegenwoordiger. Schoonmaakazijn schijnt het te zijn, bedoeld om de tuin, het terras, de stoeptegels of de oprit van onkruid en groene aanslag te ontdoen. De azijnstank is een stank in opmars, is mijn stellige indruk. Als de veronderstelling klopt dat hieruit blijkt dat veel mensen zijn overgestapt van Roundup naar schoonmaakazijn, dan zou je die toename van de azijnstank als iets positiefs kunnen interpreteren. Want inderdaad: Roundup is veel schadelijker voor mens, dier en plant dan schoonmaakazijn. Wat niet wil zeggen dat schoonmaakazijn níet schadelijk is.


Grote vraag is natuurlijk waarom je überhaupt je tuin, terras, stoeptegels of oprit zou willen ontdoen van allerlei spontaan opkomende gewassen. Als íets verderfelijk is, is het wel de benaming ‘onkruid’. Als je als onkruid wordt geboren, ben je ten dode opgeschreven. Terwijl je net zo mooi, en soms nog wel mooier bent dan al die bloemen en planten die niet zijn geboren met het stempel ‘onkruid’. Te vrezen valt dat het nog wel enige tijd zal duren voordat ‘onkruid’ is verlost van zijn negatieve imago. Zo lang het nog niet zo ver is, dan toch maar aan het schoonmaakazijn? Om de dooie dood niet! Als het dan toch moet, zak dan maar door de knieën en val terug op het aloude handwerk. Tijd in overvloed toch dezer dagen?

(Dit stukje verscheen vorige week in licht gewijzigde vorm in Via Horst-Venray.)

vrijdag 17 januari 2020

Intermezzo – Schone lucht

Hallo Horst aan de Maas, 16 januari 2020, reactie van CDA-fractievoorzitter Loes Wijnhoven op het door negen provincies en 36 gemeenten (maar niet de gemeente Horst aan de Maas) ondertekende Schone Lucht Akkoord:


we omarmen
schone lucht
zeker
maar
gezien alle ontwikkelingen op dit vlak
die we met belangstelling volgen
wachten
we nader onderzoek af
voordat
we hier
verder
een standpunt
over
innemen


Vier bespiegelingen over We omarmen schone lucht

i

o schone lucht
we omarmen u
we koesteren u
we beminnen u
met alles wat we in ons hebben

al weten we dat niet helemaal zeker


ii

troebele lucht
zwanger van hypocrisie


iii

gezalfde spruitjes
met wijwater besprenkeld
stinkend op de mesthoop
van het gezond boerenverstand


iv

ik omarm
schone lucht
zeker
maar
van cda-gelul
gezuiverd

vrijdag 1 november 2019

Intermezzo – Ashorst

Enkele jaren geleden was ik een tijdje postbezorger. Mijn route was zo’n beetje het buitengebied van Horst-noord ten westen van de A73. Molengatweg, Molenveldweg, Veld-Oostenrijk, Venrayseweg, die omgeving zo’n beetje. Mooi werk, heerlijk in de buitenlucht. Het enige wat me eraan tegenstond was de bijna dagelijkse stank, bij westenwind (meestal dus) op de Venrayseweg, bij oostenwind (minder vaak) op Veld-Oostenrijk. Hoe vaak heb ik me niet gelukkig geprezen dat ik elders woon?


Bron van de stank was Ashorst, een groot varkensbedrijf aan Veld-Oostenrijk met een nog grotere mestverwerkingsinstallatie. Ashorst is sinds jaar en dag een hoofdpijndossier, letterlijk en figuurlijk. Het bedrijf stoot stelselmatig aanzienlijk meer kwalijke geuren uit dan toegestaan, met gezondheidsklachten bij de omwonenden tot gevolg. De provincie, bevoegd gezag in dezen, weigert vervolgens om handhavend op te treden en probeert legaal te maken wat illegaal is. De gemeente zegt steeds machteloos te staan. Intussen gebeurt er niets en zijn de buurtbewoners en de leefbaarheid ter plekke het slachtoffer.


Afgelopen dinsdag tijdens de gemeenteraadsvergadering deden de buurtbewoners bij monde van Mirjam Cuppen voor de zoveelste keer hun beklag over de situatie bij deze ‘stinkende geldmachine’ (klik hier en ga naar 23.00 minuten). Ook ditmaal speelde wethouder Vostermans het balletje vakkundig door naar de provincie. Tot ergernis van D66+GroenLinks, Essentie, PvdA en SP. Terwijl de oplossing toch vrij eenvoudig is, aldus Thijs Lenssen (D66+GroenLinks):
‘Volgens mij is de oplossing heel eenvoudig: dat bedrijf houdt zich aan de richtlijnen. Dat houdt in: in de omgeving is maximaal 14 odeur aanwezig. Wordt dat overschreden dan gaat het bedrijf dicht. Daarmee kiezen we een benadering die ook bij andere bedrijven gehanteerd wordt. Als er een overschrijding is van afspraken die we in Nederland gemaakt hebben, dan gaat de tent dicht tot nader order. Als het bedrijf meer produceert, dan gaat het zich maar aanpassen totdat het onder de 14 odeur zit. Volgens mij zou het een goede zaak zijn als het college van burgemeester en wethouders met de provincie in gesprek gaat om dit te realiseren.’
Even eenvoudig als briljant. De afgemeten reactie van wethouder Vostermans: ‘Op het moment dat daar wettelijke mogelijkheden toe zijn, moeten we dat zo snel mogelijk inreguleren in de visies die we hebben.’ Vrij vertaald: ‘Thijs jongen, wat ben je toch weer naïef, je wéét toch dat er geen wettelijke mogelijkheden zijn om dit bedrijf dat zich niet aan de wet houdt, aan de wet te houden?’


Soms begrijp ik de wereld niet meer.  

maandag 7 juli 2014

Klein mysterie 572 – Geurmanagement

Om het maar eens in goed Horster te zeggen: public viewing  van het WK is not my cup of tea. Dit geheel in tegenstelling tot het the day after the night before  betreden van de public viewing space. Alleen al daarom is het een goede zaak dat Nederland dit toernooi zo ver reikt. Mijn ding is op een verlaten Wilhelminaplein m’n weg zoeken tussen glasscherven, ernstig toegetakelde weesfietsen, plastic bekers en lege Flügelflesjes. Helemaal feestvreugdeverhogend: het heerlijke aroma dat – als je er maar vroeg genoeg bij bent – nog  boven het plein hangt en dat wordt gedomineerd door de geur van verschaald bier, maar waarin ook vaag een urinegeur in valt te herkennen.
Onwillekeurig gaan je gedachten dan terug naar 2010. Inderdaad, het jaar van het vorige WK. Maar óók het jaar waarin Dagblad De Limburger  op 18 september uitpakte met een lang en diepgravend artikel over geurmanagement (klik hier voor een verkorte versie). Het artikel was opgehangen aan het in geurmanagement gespecialiseerde bedrijf BellaBrisa, met vestigingen in Melderslo en Cuijk. BellaBrisa had geurapparatuur ontwikkeld die op leasebasis werd aangeboden aan bedrijven, uitvaartcentra en winkels. Een vorm van zendelingenwerk aldus de beide directeuren: ‘In Amerika en Japan is geurmanagement al ingeburgerd, maar in Nederland moet je ondernemers elke keer weer overtuigen dat ze met het inzetten van geur een bepaald doel kunnen bereiken: meer omzet, meer tevredenheid op de werkvloer of dat bezoekers van een ziekenhuis of hotel zich meer op hun gemak voelen.’
Een van de Nederlandse bedrijven die BellaBrisa wist te overtuigen was De Lange, horecagelegenheid aan het Wilhelminaplein in Horst. Daar werd, aldus de beide directeuren in Dagblad De Limburger, een apparaat geïnstalleerd met verschillende geuren: ‘Een sinaasappelgeurtje voor de vrijdagavond, zodat de bezoekers minder ongeremd en agressief zijn en een kokosgeur of zeelucht voor de tropical party’s. Die laatste heeft ook nog als voordeel dat de bezoekers door de zoute lucht meer dorst krijgen.’
Vroeg op de morgen rondstruinend op het Wilhelminaplein bekruipen je dan allerlei vragen. Hoe kan het eigenlijk dat ik destijds geen vraagtekens heb gezet bij het morele gehalte van het door BellaBrisa gepropageerde geurmanagement? Tot hoeveel meeromzet heeft het geurapparaat bij De Lange geleid? Functioneert het apparaat bij De Lange nog altijd? Hoeveel andere Nederlandse ondernemers heeft BellaBrisa weten te overtuigen?
Hangt er boven het Wilhelminaplein tijdens dit WK ook een door geurmanagement gedicteerd geurtje? Zo ja, welke eigenschappen heeft dat dan? Is het geurmengsel van verschaald bier en urine dat ik ’s ochtends op het Wilhelminaplein ruik wel zo natuurlijk als ik denk dat het is of is het een voortbrengsel van een geurapparaat, speciaal geproduceerd met het oog op the-day-after-the-night-before-Wilhelminapleintoeristen zoals ondergetekende?