Posts tonen met het label pompstation. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pompstation. Alle posts tonen

vrijdag 20 augustus 2021

Intermezzo – Dwarsdoornede (3)

Een wandeling van Heide naar de Lollebeek op Horst-sweet-Horst? Horst-sweet-Horst gaat toch over Horst aan de Maas? Klopt, maar deze wandeling is de derde etappe van een wandeltocht van Peel naar Maas, diagonaal door de gemeenten Venray en Horst aan de Maas, met als eindbestemming Grubbenvorst. Vandaar.

Verder maar weer, links in de verte Leunen, rechts, iets dichterbij, Heide. Akkers, weilanden zonder koeien, boerderijen. En boerderijen die geen boerderij meer zijn. Blaffende honden. Keurig getrimde gazons en ook maar meteen meegenomen bermen, keurig onderhouden tuinen, keurige erven. Alles schoon, alles keurig, mijnheer Kaktus is tevree. Wat een contrast met vroeger, enkele tientallen jaren geleden nog maar. Elk boerenerf was een ode aan de wanorde, een samenraapsel van machines, afgedankte machines, schuurtjes, stallen, hooibalen, loslopende kippen, katten. Nu lijkt alles gerationaliseerd. Ordnung muss sein.


De achterzijde van een vrachtwagen steekt deels boven een muur uit. Opschrift: Levende dieren. Daarboven: Ja-Trans. Daar weer boven het guitig lachende hoofd – waarom hebben paarden het alleenrecht onder de dieren op die benaming? – van een varken. Met z’n allen guitig lachend naar de slachtbank, kom er gezellig bij, join the club. Lachen jongen.


Op de kruising Lemmenweg en Steegse Peelweg onder een machtige eik een kapelletje. Afbladderende verf, restanten van een sterrenhemel, Christusbeeld. Daarboven, in een banderol: Sic deus delixit mundum. Dilexit zul je bedoelen, maar een kommaneuker die daarop let. Zo heeft god de wereld lief gehad. Verleden tijd. Als zelfs Hij er niet meer in gelooft?


Scheiweg. Een aaneenschakeling van varkensstallen. Allemaal dezelfde vormgeving, allemaal even lelijk. Overal spic en span. Overal even grote stank. Gedachten aan dat Horster gemeenteraadslid dat onlangs door zijn gemeente fietste en schreef: ‘Prachtige landschappen, weilanden, gebouwen, kleurrijke velden.’ En: ‘Het is maar hoe je de omgeving binnen onze gemeente ziet/beleeft.’ Al dat zwartkijken ook! Hup, die roze bril op en die wasknijper op je neus!


Oversteek van de Oostrumsche Beek. Breevennenweg, in de verte een immense hijskraan bij de bouwput die pompstation Breehei heet en die wordt beveiligd door BouWatch. Met de roze bril op nu niet gaan zeuren over die naam en de gesloopte monumentale gebouwen hier. Dan de aangename stilte van het bos. Oversteek van de Lollebeekweg en tweehonderd meter verderop de Lollebeek. Na 21,23 kilometer vanaf Vredepeel de grens van de gemeenten Venray en Horst aan de Maas bereikt. Halt.


(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray, zij het zonder foto’s. Klik hier en hier voor de eerste twee etappes van deze wandeling.)

vrijdag 5 februari 2021

Intermezzo – Pompstation

‘Foto’s aan het maken?’, vraagt de medewerker van het sloopbedrijf naar de bekende weg. ‘Inderdaad. Zonde dat zo’n mooi gebouw wordt afgebroken.’ ‘Mooi, mooi … het is maar wat je mooi noemt.’ Geen zin om de discussie aan te gaan, daarom onmiddellijke zelfcorrectie mijnerzijds: ‘Klopt. Je kunt erover twisten of het mooi was, maar het was in elk geval wel karakteristiek.’ Met een met-jou-valt-toch-niet-te-praten-blik loopt de medewerker van het sloopbedrijf verder.


Een troosteloze maandagmiddag. Het decor bestaat uit een gebouw dat in verregaande staat van ontbinding verkeert. Daarvoor zijn bulldozers druk in de weer met het afvoeren van puin. Plaats van handeling is Pompstation Breehei in Veulen, aan de rand van de bossen die de gemeenten Venray en Horst aan de Maas van elkaar scheiden. ‘Het vriendelijke gebouw waaruit door allerlei geheimzinnige manipulaties Venray van water voorzien wordt’, schreef Peel en Maas in 1950 bij de ingebruikname van het pompstation. Dat voorzag behalve Venray trouwens ook de Maasdorpen en de toenmalige gemeenten Horst en Sevenum van water.


De directeur-generaal van de Volksgezondheid noemde het bij de ingebruikname ‘een symbool van de wederopbouw en het herstel van deze zo zwaar getroffen streken’. Van dat vriendelijke gebouw, dat symbool van de wederopbouw resteert slechts puin. Het tien jaar later gerealiseerde aanpalende filtergebouw wacht hetzelfde lot.


Het inderdaad vriendelijke, als een boerderij ogende, horizontaal georiënteerde pompstation contrasteerde met het hoog oprijzende robuuste, ongenaakbare filtergebouw met zijn gepleisterde voorgevel. Landelijk versus industrieel. Het oog wil ook wat versus niet lullen maar poetsen. En toch vormden ze een fraai ensemble, voorbeeldig ingepast in de omgeving. Het pompstation een voortborduursel op vooroorlogse architectuuropvattingen, het filtergebouw een karakteristieke representant van de zakelijkheid van de wederopbouwarchitectuur.


Peel en Maas, 4 maart 1950:
‘Onbegrijpelijk is het voor een gewone sterveling, wanneer hij dit gebouw binnenkomt. Zware motoren brommen er hun lied, grote schakelborden staren u geheimzinnig aan en zwaar verzilverde ketels rijzen op uit de kelders en overal slingeren zich de buizen.’
Wat die medewerker van het sloopbedrijf er ook van mag vinden, voor mij is het gemis van het oorspronkelijke pompstation nauwelijks te verteren. Zoals eerder gezegd: laten WML en gemeente Horst aan de Maas alsjeblieft alsjeblieft zuinig zijn op het pompstation aan de Broekhuizerweg in Lottum (klik hier en hier).


(Dit stukje verscheen woensdag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)