Posts tonen met het label schuren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schuren. Alle posts tonen

zondag 30 maart 2025

Intermezzo – Puur schuur

Woorden vinden om te verklaren waarom je iets mooi of goed vindt, kan soms lastig zijn. Maar in het geval van de schuur aan de Swolgensedijk in Melderslo kost het me geen enkele moeite.


De schuur aan het oostelijke uiteinde van de Swolgensedijk in Melderslo is de mooiste schuur van Horst aan de Maas. Dat zit ‘m vooral in zijn puurheid, zijn eenvoud, zijn bescheidenheid, eerlijkheid zelfs. Hier worden geen spelletjes gespeeld, hier worden de zaken niet mooier voorgesteld dan ze zijn, hier wordt niets opgedirkt. Hier is alles wat het is. Pronken is niet nodig, de vrijstaande ligging te midden van onafzienbare blauwebessenplantages garandeert automatisch aandacht.


Hoe zalig dat het zicht op en de toegang tot de schuur niet worden verstoord door hekwerk. Een open mind in plaats van grimmigheid. ‘Kom hier even schuilen voor de regen.’ ‘Nou ja, als je echt niks anders hebt, kan je hier een nachtje doorbrengen, maar verwacht geen luxe.’  


De constructie van de schuur laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Form follows function. De visuele aantrekkingskracht schuilt bovenal in de vormgeving van de beide zijgevels. Met name de uitkragende planken aan het uiteinde van de voorgevel leiden tot een beeld van ongekende schoonheid.


De puurheid komt ook tot uiting in het materiaalgebruik: eenvoudige houten planken, onbeschilderd en op het oog ook verder nauwelijks bewerkt. Dat dit op sommige plekken tot reten leidt? Geen onoverkomelijk bezwaar.


Dat de westelijke zijgevel in vergelijking met de oostelijke een havelozer indruk maakt? Logisch gevolg van de overheersende wind-, regen- en zonrichting, moeten we te zijner tijd iets op verzinnen.


Valt op deze onovertroffen schuur dan werkelijk helemaal niets aan te merken? Toch wel: het detonerende golfplaten dak. ‘Ook dit getuigt van functioneel bouwen, eerlijkheid en utiliteitsdenken’, zou je kunnen zeggen. Inderdaad. Maar het oog wil ook wat. Hopelijk ontkomen de beide zijgevels in de toekomst aan dit wrede golfplatenlot.

zondag 30 juli 2017

Klein mysterie 746 – Meterikse White Cube

‘White Cube in de jungle’, kopte NRC Handelsblad op 27 april van dit jaar. Uit het bijbehorende artikel bleek dat The White Cube een spierwit, door architectenbureau OMA (Rem Koolhaas!) ontworpen kunstmuseum is in Lusanga, een plaats in de binnenlanden van Congo, op een dag reizen van hoofdstad Kinshasa (even googlen en u vindt meer informatie over dit ambitieuze en niet onomstreden project van de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens).
Meterik is geen Congo, het Meterikseveld is geen jungle, de Schadijkerweg is nog onontgonnen terrein voor architectenbureau OMA, een kunstmuseum in Meterik is wensdenken en een pentagonale constructie is geen kubus. En toch moest ik onmiddellijk aan The White Cube denken toen ik begin mei aan de Schadijkerweg in Meterik ineens werd geconfronteerd met deze stralend witte verschijning: 
Geen idee waar ze vandaan kwam, maar héél lang kon ze er nog niet staan: in de leegte van het Meterikseveld trok ze al van verre en van alle kanten de aandacht naar zich toe, een eyecatcher in de meest letterlijke zin van het woord. 
Ik viel als een blok voor de Meterikse White Cube. Zó zuiver, zó zelfbewust, zó onaangedaan, zó dominant, zó volmaakt. Zó intrigerend ook: geen ramen, deuren of andere tierlantijntjes te bekennen, niets dat afbreuk deed aan de volmaaktheid. Dat er op gezette tijden ook nog eens onbestemde geluiden uit weerklonken, vergrootte de aantrekkingskracht alleen maar. De enige dissonanten waren feitelijk het hek, de bomen en de aanpalende woning die een volkomen vrij zicht op de kubus die geen kubus was onmogelijk maakten.
Natuurlijk nam ik me voor een stukje over de Meterikse White Cube op Horst-sweet-Horst te publiceren. Natuurlijk kwam het er niet van. Toen, het zal eind juni, begin juli zijn geweest, was ie zomaar ineens verdwenen, even plotseling als ie was gekomen. Ik zal niet zeggen dat ik ontroostbaar was, maar het gevoel van een zeker gemis sleepte ik daarna toch steeds met me mee. Totdat afgelopen donderdag ’t Krèntje, ‘dorpsblad voor en door Meterik’, in de bus viel. Fragment uit de mededelingen van de dorpsraad: ‘De witte tent bij Driesven is tijdelijk en zal ieder jaar weer terugkomen voor het oppotten van planten.’ Kunt u zich voorstellen hoe gelukkig ik was? 
Dat het nog een klein jaar duurt voor de Meterikse White Cube weer te bewonderen valt, deert me niet, al was het maar omdat er nu ruimschoots de tijd is om het hek, de bomen, de aanpalende woning (en al het andere dat een vrij zicht op de kubus die geen kubus is verhindert) uit de weg te ruimen. 

maandag 15 mei 2017

Klein mysterie 741 – Verval (2)

Als betrokken lid van de Vereniging tot Instandhouding van het Verval beleefde ik vorige week dinsdag een zwarte dag. De gemeenteraad van Horst aan de Maas ging die dag namelijk bij hamerslag akkoord met het bestemmingsplan ‘Bondserf ongenummerd’ te Meterik. ‘WTF!’, zou u kunnen denken. Dat mag. Maar misschien reageert u wat genuanceerder als ik u vertel dat dit besluit het einde inluidt van een van de fraaiste staaltjes van verval in Horst aan de Maas.
‘Bondserf ongenummerd’ is een perceel van ongeveer achthonderd vierkante meter in het centrum van Meterik. Hoofdbestanddeel van het perceel is een champignonkelder die jaren geleden buiten werking is gesteld. Daarna heeft geen mens meer omgekeken naar het perceel. Dit heeft geresulteerd in een paradijsje. In oktober 2013 nam ik er voor het eerst een kijkje (klik hier). Wat ik toen zag? 
‘Ik zag jarenlange verwaarlozing die hier een klein paradijs heeft geschapen. Ik zag planten, struiken en bomen die zonder menselijk ingrijpen gewoon hun gang zijn kunnen gaan. Ik zag de grip die de tand des tijds langzaam begint te krijgen op de opstallen van de voormalige champignonkwekerij. Ik zag een gedroomd decor voor buitendingen, een gedroomd decor voor jongeren die zich voor even willen onttrekken aan het ouderlijk gezag, een gedroomd decor voor belevingstheater. Ik zag kortom fantastisch verval. In de Romantiek zouden ze er een moord voor hebben begaan.’
En nu, terwijl het er alleen maar mooier op is geworden, moet dit paradijsje wijken voor een paar woningen. Tot onuitsprekelijke vreugde van de Spießbürger. In het bestemmingsplan (klik hier) heet het: ‘Bovendien is het perceel in de loop der jaren verrommeld en een doorn in het oog voor de omgeving. Het slopen van de aanwezige bebouwing en het verwijderen van het ongewenste groen is een aanzienlijke verbetering voor de omgeving.’ Ook de Dorpsraad Meterik kraait van plezier: ‘De dorpsraad is erg blij dat er nu eindelijk daadwerkelijke stappen worden gezet om te komen tot het opruimen van deze lelijke puist.’
Zucht. Ik kan alleen maar herhalen wat ik in oktober 2013 schreef: ‘Erken nou verdorie toch eens dat ook in verval schoonheid kan schuilen. Omarm het verval, koester het! Verval hoort nu eenmaal bij de Werdegang van dingen. Waarom zou je je daarvoor schamen? Waarom zou je het verbergen? Is zo’n perceel in staat van ontbinding niet veel spannender, uitdagender, prikkelender dan de zoveelste steriele tuin, fantasieloze woning of eenvormige parkeerhaven?’
Intussen zet de Vereniging tot Instandhouding van het Verval haar strijd voor behoud van het verval onverminderd voort. Kent u nog vervallen plekjes in Horst aan de Maas die worden bedreigd in hun voortbestaan? Meld het via horstsweethorst@gmail.com en ik zorg ervoor dat uw melding op de juiste plaats belandt. 

maandag 3 april 2017

Klein mysterie 736 – Van Dijck Groenteproducties (4)

Als dagblad De Limburger drie weken na dato nog een keer terugkomt op een gemeenteraadsvergadering, mag Horst-sweet-Horst dat vier weken na dato natuurlijk ook. Onderwerp: andermaal de uitbreiding van Van Dijck Groenteproducties op de hoek Midden Peelweg – Peelheideweg in America. Eerder wijdde ik er al twee stukjes aan (klik hier en hier).
De Limburger schreef dinsdag: ‘De gemeenteraad van Horst besloot in 2012 dat uitbreiding van het bedrijf niet is toegestaan.’ Verantwoordelijk wethouder Paul Driessen schreef zelf op 7 februari van dit jaar in een brief aan de gemeenteraad (klik hier) dat de raad op 26 juni 2012 had uitgesproken dat ‘uitbreiding in de toekomst niet plaats mag vinden’. Diezelfde wethouder verklaarde in de gemeenteraadsvergadering van 7 maart vervolgens doodleuk: ‘In het raadsbesluit [van 26 juni 2012] vind ik niet terug dat het bedrijf niet mag uitbreiden.’ De sprekende wethouder beweert precies het tegenovergestelde van de schrijvende wethouder. Rrraarrrr. 
In diezelfde raadsvergadering van 7 maart nam ook Eric Beurskens (Essentie) het woord over Van Dijck, en wel over de landschappelijke inpassing van het bedrijf. Met trillende stem van woede:
‘Ik ben altijd geneigd even terug te kijken wat we in de stukken hebben staan, in dit geval de stukken uit 2012. Als ik daarin terugkijk en ik pak het landschappelijk inpassingsplan erbij dan moet ik zeggen dat het bedrijf volgens mij grotendeels voldoet aan het landschappelijk inpassingsplan, alleen aan de Midden Peelweg ontbreken een paar bomen.’
Zelf had ik het landschappelijk inpassingsplan uit 2012 er al in augustus vorig jaar bij gepakt (klik hier). Ik kwam toen tot een heel andere conclusie dan Eric Beurskens:
‘Niets, werkelijk helemaal niets, is terechtgekomen van alle landschappelijke inpassingsbeloftes. Horsten en slenken zijn in geen velden of wegen te bekennen. Oeververflauwing, plas-draszone, mantel- en zoomvegetatie, vruchtdragende heesters? Noppes. Een beukenhaag, niet meer en niet minder. Een rij notenbomen dan tussen bedrijfshal en Peelheideweg? Naar mijn beste weten zijn het gewoon eiken. “In plaats van een steile grondwal wordt een flauw oplopend talud aangelegd”, heette het in het advies. Flauw oplopend? Zelfs berggeiten zouden hier niet overleven! Het ”infiltratiegebeuren” opengesteld voor bezoekers Meerdal? Educatieve borden? Wandelpaden? Verbondenheid tussen het bedrijf en het landschap? Allemaal niks van waar. Allemaal holle woorden. Allemaal praatjes voor de vaak.’
Misschien wil Eric me een keer aanwijzen waar alles wat ik mis, zich bevindt. Dan mag hij me tegelijkertijd ook uitleggen hoe het nu precies zit met de werktuigenloods van het bedrijf. Op bladzijde 50 van het Bestemmingsplan Peelheideweg 12 (klik hier, ga naar agendapunt 10 en klik op 10d) staat daarover vermeld: ‘Aan de noordwestzijde wordt de werktuigenloods gerealiseerd. De loods wordt in de grondwal ingebed, enkel de bovenzijde is zichtbaar.’
Ook Eric zal toch niet kunnen ontkennen dat er tussen loods en wal een gat van een meter of twintig gaapt en dat de loods dus niet in de grondwal is ingebed?

woensdag 1 maart 2017

Klein mysterie 733 – Van Dijck Groenteproducties (3)

Vorige week woensdag vergaderde de gemeentelijke Commissie Ruimte. Op de agenda stond onder meer de vergunningverlening aan Van Dijck Groenteproducties (klik hier en ga vervolgens naar 2.40.16 uur). U weet wel, dat bedrijf aan de Midden Peelweg in America dat de vereiste landschappelijke inpassing van zijn bedrijfsgebouwen aan zijn laars lapte en van het gemeentebestuur nu als beloning mag gaan uitbreiden, hoewel de voltallige gemeenteraad dat in 2012 nog had uitgesloten (klik hier). 
Het werd vorige week woensdag een ontluisterende vertoning.

Ontluisterend omdat van de vijf in de gemeenteraad vertegenwoordigde partijen alleen D66, PvdA en SP nadrukkelijk hun onvrede ventileerden over de handelwijze van het gemeentebestuur.

Ontluisterend omdat CDA en Essentie en ook verantwoordelijk wethouder Bob Vostermans (CDA) deden alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat het gemeentebestuur de gemeenteraad schoffeert.

Ontluisterend omdat de gemeenteraad het hoogste orgaan is van een gemeente. Als het gemeentebestuur van plan is een besluit te nemen dat indruist tegen een uitspraak van de (voltallige) raad, dan gebiedt de hoffelijkheid dat het gemeentebestuur de raad hierover op voorhand inlicht (zoals ook Henk Kemperman, commissielid namens D66, betoogde). In het geval van Van Dijck heeft het gemeentebestuur op voorhand met jan en alleman gepraat en de gemeenteraad pas achteraf ingelicht.

Ontluisterend omdat een gemeenteraad die zonder boe of bah toestaat en zelfs toejuicht (CDA, Essentie) dat hij wordt gepiepeld waar hij bij staat, zichzelf buitenspel zet en elk gezag ontbeert.

Ontluisterend omdat op deze avond pijnlijk duidelijk werd dat in Horst aan de Maas landschappelijke inpassing een hol begrip is. Bedrijven maken de mooiste plannen, maar naar nu blijkt komt het zelden of nooit tot uitvoering. Niet alleen bij Van Dijck, nee, ook bij tal van andere bedrijven.

Ontluisterend omdat de wethouder verklaarde geen idee te hebben hoe hij die landschappelijke inpassing kan afdwingen (mocht dat werkelijk zo zijn dan zou het hem sieren als hij per direct terugtreedt uit z’n functie).
Eerder schreef ik (klik hier) dat het op 7 maart in de raadszaal zou gaan knallen zoals het nog maar zelden had geknald. Na vorige week weet ik welhaast zeker dat het op 7 maart niet zal gaan knallen en dat het zal blijven bij wat machteloos gepruttel van D66, PvdA en SP. Hoe treurig.  
N.B. Enigszins off topic, maar niet helemaal: Henk Weijs (CDA) kwalificeerde Van Dijck Groenteproducties in de commissievergadering als ‘een bedrijf met een prima uitstraling’. Dit roept bij mij de vraag op of hij behalve met de directie ook wel eens heeft gesproken met huidige en voormalige Poolse werknemers van het bedrijf.

dinsdag 21 februari 2017

Klein mysterie 732 – Van Dijck Groenteproducties (2)

‘Het mag duidelijk zijn: de gemeenteraad – en daarmee u en ik – is grotelijks betoept. Of voor wie dat laatste woord niet kent: grotelijks belazerd, bedot, bedonderd, bedrogen.’
Aldus geschreven op 23 augustus van het afgelopen jaar. Deze woorden hadden betrekking op de landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen van Van Dijck Groenteproducties, gelegen op de hoek Peelheideweg – Midden Peelweg in America. Over die landschappelijke inpassing waren in 2012 tal van beloften gedaan, de ene nog mooier dan de andere. Vier jaar later bleek daar niets van terecht te zijn gekomen – lees het stukje er voor de aardigheid nog maar eens op na (klik hier).
Wie zijn beloften niet nakomt, wordt daarvoor gewoonlijk bestraft of wordt er op z’n minst op aangesproken. Maar niet in Horst aan de Maas. Hier worden bedrijven die hun beloften niet nakomen doorgaans beloond. Zo ook Van Dijck Groenteproducties. Dat heeft de afgelopen jaren meer klanten gekregen. Hetgeen meer opslagruimte noodzakelijk maakt. ‘Opslag op een andere locatie (elders) is om financiële redenen géén optie’, zo schrijft het gemeentebestuur aan de gemeenteraad in een zogeheten raadsinformatiebrief (klik hier). Dus mag het bedrijf uitbreiden richting Midden Peelweg. De vergunning is verleend, de bouwwerkzaamheden zijn zelfs al begonnen. En, ik zou het bijna vergeten, uiteraard wordt ‘de landschappelijke inpassing aangepast en zal er natuurcompensatie plaats vinden’. Hoe geloofwaardig zijn die beloften, bezien in het licht van de (niet nagekomen) beloften uit 2012?
Wat het allemaal nog veel erger maakt, is dat de gemeenteraad op 26 juni 2012 raadsbreed heeft uitgesproken dat Van Dijck Groenteproducties helemaal niet mág uitbreiden. Het gemeentebestuur erkent dit ook in de raadsinformatiebrief. Dit roept de vraag op wat eigenlijk de waarde is van uitspraken van de gemeenteraad. Dat het gemeentebestuur het zelfs niet nodig heeft geacht de raad van te voren in te lichten over het aan z’n laars lappen van de raadsuitspraak over de uitbreiding van Van Dijck, maakt de schoffering helemaal compleet.
Ik mag aannemen dat het op 7 maart, als de gemeenteraad de raadsinformatiebrief over Van Dijck behandelt, gaat knallen in de raadszaal zoals het in de raadszaal nog maar zelden heeft geknald. Zo niet, dan verliest de raad ook zijn laatste restje geloofwaardigheid. Want, ik herhaal, het mag duidelijk zijn: de gemeenteraad – en daarmee u en ik – is grotelijks betoept.

dinsdag 23 augustus 2016

Klein mysterie 713 – Van Dijck Groenteproducties (1)

Waar je tegenwoordig ook nooit meer wat over hoort, is de landschappelijke inpassing van Van Dijck Groenteproducties, op de kruising Peelheideweg–Midden Peelweg in America. Waar zijn ze, de horsten en slenken, de educatieve borden, de houtwallen, de paden voor recreanten en toeristen, de bosstroken, de mantel- en zoomvegetatie, de struikbeplanting, de notenbomen, de oeververflauwing, de plas-draszone, de taluds met een hellinggraad van vijf à tien procent, de vruchtdragende heesters, de in de grondwal ingebedde werktuigenloods en ga zo maar door? Allemaal ooit beloofd – allemaal nooit gekomen.
Onder grote tijdsdruk ging de Horster gemeenteraad op 28 juni 2012 unaniem akkoord met de verplaatsing van Van Dijck Groenteproducties van Meterik naar de Peelheideweg. De daarmee gepaard gaande aantasting van het ontginningslandschap ter plekke nam de raad voor lief. De pijn werd verzacht door alle bovengenoemde beloften, gedaan in het dertien pagina’s – exclusief bijlagen – tellende advies ‘Landschappelijke inpassing Van Dijck Groenteproducties’ (klik hier, ga naar agendapunt 10 en klik op 10d). En inderdaad, wie zou niet onder de indruk raken van alle daarin opgenomen artist’s impressions? Wie zou niet onder de indruk raken van de ‘groene dooradering’ die het gebied zou gaan kenmerken? Wie zou niet onder de indruk raken van de ‘verbondenheid tussen het bedrijf en het landschap’ die zou ontstaan?
Op de koop toe bevestigde verantwoordelijk wethouder Leon Litjens: ‘Het infiltratiegebeuren wordt opengesteld voor mensen bij Meerdal.’ Hij verzekerde verder: ‘Er wordt ingestoken op de toerist: dat hij kan gaan kijken bij de boer, om het zo maar te noemen.’
Vier jaar later blijkt dat niets, werkelijk helemaal niets, is terechtgekomen van alle landschappelijke inpassingsbeloftes. Horsten en slenken zijn in geen velden of wegen te bekennen. Oeververflauwing, plas-draszone, mantel- en zoomvegetatie, vruchtdragende heesters? Noppes. Een beukenhaag, niet meer en niet minder.
Een rij notenbomen dan tussen bedrijfshal en Peelheideweg? Naar mijn beste weten zijn het gewoon eiken.
Een bosstrook evenwijdig aan de Midden Peelweg? Niet meer dan hier en daar wat armzalige boompjes. Houtwallen? Nergens. Wel ligt er langs de noord- en oostzijde een massieve, metershoge, honderden meters lange, onbegroeide wal.
‘In plaats van een steile grondwal wordt een flauw oplopend talud aangelegd’, heette het in het advies. Flauw oplopend? Zelfs berggeiten zouden hier niet overleven!
De werktuigenloods zou worden ingebed in de grondwal. Wat denk je?
Het ‘infiltratiegebeuren’ opengesteld voor bezoekers Meerdal? Educatieve borden? Wandelpaden? Verbondenheid tussen het bedrijf en het landschap? Allemaal niks van waar. Allemaal holle woorden. Allemaal praatjes voor de vaak.

Het mag duidelijk zijn: de gemeenteraad – en daarmee u en ik – is grotelijks betoept. Of voor wie dat laatste woord niet kent: grotelijks belazerd, bedot, bedonderd, bedrogen.

maandag 21 december 2015

Klein mysterie 686 – Hoëgers huuske (3)

Belangrijk nieuws over het Hoëgers huuske!
Om even uw geheugen op te frissen: aan de oneindige leegten van de Bloemvenweg in America staat een gebouwtje dat me al jaren intrigeert. Wie heeft het gebouwd? Welke functie had het? Vanwaar dat nummerbord? Vanwaar dat sierlijke windvaantje waarin een anker en het jaartal 1943 zijn uitgespaard?
Toen de voorzitter van de Werkgroep Oud America, Hay Mulders, me in januari 2012 opmerkzaam maakte op het windvaantje en bovendien onthulde dat het gebouwtje in de volksmond Hoëgers huuske heet, besloot ik er een stukje aan te wijden (klik hier). Daarop ontving ik een reactie van Joost Claassens die zich afvroeg of het misschien een Wehrmachthuisje was geweest (klik hier). Onderzoek in het gemeentearchief wees uit dat dit bijzonder onwaarschijnlijk was (wat een specialist op dit gebied onlangs bevestigde). Daarna bleef het stil. Totdat iemand twee jaar later, in januari 2014, helaas anoniem, reageerde op het stukje waarin ik inging op de suggestie van Joost. Hij of zij verschafte veel licht in de duisternis:
Hoëgers huuske werd door de vorige eigenaars Hoëgers Keet genoemd. Na de familie Hoogers was de aan de Bloemvenweg wonende familie Van den Munckhof de eigenaar. Benummering is waarschijnlijk omdat de familie Hoogers bij al haar zeer grote akkers in de omgeving een soortgelijke keet had. Die keet aan de Bloemvenweg had een bovenverdieping die er nou uit is doch men kan de balkgaten nog zien in de muren. In het voorjaar had de familie Hoogers een grote groep mannen die gingen ploegen met meerdere paarden en ploegen. Aangezien men lange dagen maakte en de afstand tot thuis groot was bleven de paarden en de mannen overnachten in de keet.’
En nu, wéér bijna twee jaar later, ontving ik via Hay Mulders een werkelijk prachtige reactie met wonderlijke details van Hay Geurts. Opnieuw vallen een aantal puzzelstukjes in elkaar. Lees en geniet mee: 
‘Omstreeks 1900 waren er in Horst verschillende bierbrouwerijen, waaronder die van de familie Hoogers. De familie Hoogers had een carréboerderij in het centrum van Horst (hoek Wilhelminaplein – Jacob Merlostraat). Nu staat hier het gemeentehuis.
Het woonhuis lag aan het Wilhelminaplein. Aan de Jacob Merlostraat, tegenover de Herstraat, was een ronde toegangspoort, waardoor men op de binnenplaats kwam. Deze binnenplaats was aan alle zijden bebouwd met huis en schuren.
Bierbrouwer Hoogers bracht zijn biervaten rond met paard en wagen. Om genoeg trekpaarden te hebben, fokte Hoogers ook met deze paarden. Zodoende hadden ze natuurlijk ook merries en veulens. Deze dieren werden ’s zomers geweid in de Reining in America. Hier bezat de familie 10 hectare grond. Dit werd toen de Raam genoemd. Tegenwoordig ligt hier de Bloemvenweg.
Het weiland was afgezet met betonnen palen met prikkeldraad. Bovenop deze palen stond een scheepsanker. Dit was een verwijzing naar de bierbrouwerij van Hoogers, die Het Anker heette. Ook in de ijzeren toegangshekken zat een smeedijzeren anker.
Het in beton gestukadoorde schuurtje aan de Bloemvenweg stamt af van de familie Hoogers, vandaar ook het vlaggetje met het anker erop. Wanneer dit schuurtje is gebouwd en of hier eerder ook een gebouwtje heeft gestaan, weet ik niet. Wel weet ik dat op het voorste perceel, dat hoger was, hoogstamappelbomen hebben gestaan. Hiertussen graasden de paarden. In de zomer werd hier ook gehooid. Uit verhalen van mijn familie weet ik dat de familie Hoogers in lange zwarte jassen met hoge hoeden op en witte boorden om, vanuit Horst kwam hooien. Jassen, hoeden en losse witte boorden werden aan een boom gehangen en daarna werd met de hooivork het hooi gedraaid. De kruiken bier die ze bij zich hadden koelden ze in de put. Regelmatig werd uit deze kruiken gedronken. Daardoor werd er gedurende de middag niet veel hooi meer gedraaid maar was het vooral goed slapen onder een appelboom.
Bij ruilverkaveling Reining heeft Jos Hoogers (hij was landbouwer en geen bierbrouwer) zijn grond in 1967 verkocht aan de ruilverkaveling. Deze grond is toen opgesplitst en verdeeld onder verschillende nieuwe grondeigenaren.’
Geweldig! Dank aan Hay en Hay! Ik denk dat we het kleine mysterie van het Hoëgers huuske hiermee wel als opgelost mogen beschouwen. Wéér een hoofdstuk(je) toegevoegd aan de toch al rijke geschiedenis van Horst aan de Maas.

maandag 8 juni 2015

Klein mysterie 654 – Meerlose schuur

En daar was-ie weer: die verdomde zelftwijfel.

Mijn voorliefde voor graffiti kennend wees E. me begin vorig jaar op een mogelijk interessante muurtekst op een schuur aan Den Staeling (ja, dat is een straatnaam), in het buitengebied van Meerlo. Op een koude februarizondag fietsten we er samen naar toe. De tekst was alleszins de moeite waard.
Toch intrigeerde de schuur zelf me misschien nog wel meer. Was ze in een vorig leven boerderij geweest? Of betrof het het laatste restant van een inmiddels verdwenen boerderij? Had ze nog een functie? Waarom was ze zo hermetisch gesloten? Vanwaar die opvallende, rode beschildering van schuurdeur, luiken en hek?
Ik nam me voor er een stukje over te schrijven, maar steeds waren er andere prioriteiten. Begin september achtte ik de tijd eindelijk rijp. Mijn eerste kennismaking met schuur en muurtekst was intussen zo lang geleden, dat een hernieuwd bezoek me wenselijk leek. In de tussentijd kon immers van alles zijn veranderd. Net zo laat was het: de luiken bleken te zijn opgeschilderd, met funeste gevolgen voor het opschrift.
Jammer van de tekst, maar daar stond ook wat tegenover: het opschilderen (in hetzelfde rood als dat van de schuurdeur) betekende dat iemand zich bekommerde om de schuur en ze vermoedelijk ook nog een functie had.
Ik nam me heilig voor er nu wel een stukje over te schrijven, maar weer waren er steeds andere prioriteiten. Vorige week achtte ik de tijd eindelijk rijp. Mijn hernieuwde kennismaking met schuur en muurtekst was intussen zo lang geleden, dat een derde bezoek me wenselijk leek. In de tussentijd kon immers van alles zijn veranderd. Net zo laat was het. Net zo laat was het? Ik ben Den Staeling twee keer op en neer gefietst, maar geen spoor van de schuur! Op de plaats waar ik haar vermoedde trof ik slechts een gapend gat aan.
En toen sloeg dus weer die verdomde zelftwijfel toe. Lag die schuur wel aan Den Staeling? Of was het misschien toch de Limietweg? Of de Meerlose Heideweg? Of de Veestraat? Of ligt ze nog steeds aan Den Staeling maar heb ik haar toch over het hoofd gezien? Of is die zelftwijfel nergens voor nodig en is de schuur tussen september vorig jaar en nu afgebroken (wat eeuwig zonde zou zijn)? Wie verlost me van m’n zelftwijfel?

maandag 7 oktober 2013

Klein mysterie 487 – Verval (1)

‘Verpauperd pand Bondserf doorn in het oog’, kopte Hallo Horst aan de Maas vorige week. Bewoners van het Bondserf in Meterik bleken zich te storen aan de staat waarin een voormalige champignonkwekerij aldaar verkeert. De plaatselijke dorpsraad trok bij de gemeente aan de bel en die gaat nu onderzoeken of ze maatregelen kan nemen en zo ja welke.
Dorpsraadslid Sjaak Jenniskens zegt in het artikel: ‘Zoals het er nu bijligt, is het in elk geval geen fraai gezicht, om het maar zacht uit de drukken.’ Hetgeen wordt beaamd door burgemeester Kees van Rooij: ‘We zijn het met de dorpsraad eens dat het er op dit moment niet uitziet.’
Omdat het altijd beter is te vertrouwen op je eigen oordeel dan op dat van anderen, heb ik me afgelopen week eens ter plekke begeven. Het zal wel weer aan mij liggen en ik verkeer misschien nog wat al te zeer onder invloed van William Christenberry, maar ik zag aan het Bondserf iets heel anders dan Sjaak Jenniskens, Kees van Rooij en de bewoners. Wat ik zag?
Ik zag jarenlange verwaarlozing die hier een klein paradijs heeft geschapen. Ik zag planten, struiken en bomen die zonder menselijk ingrijpen gewoon hun gang zijn kunnen gaan. Ik zag de grip die de tand des tijds langzaam begint te krijgen op de opstallen van de voormalige champignonkwekerij. Ik zag een eldorado voor een kat.
Ik zag een gedroomd decor voor buitendingen, een gedroomd decor voor jongeren die zich voor even willen onttrekken aan het ouderlijk gezag, een gedroomd decor voor belevingstheater. Ik zag kortom fantastisch verval. In de Romantiek zouden ze er een moord voor hebben begaan. En wat zeggen Sjaak en Kees: ‘Geen fraai uitzicht.’ ‘Het ziet er niet uit.’
Erken nou verdorie toch eens dat ook in verval schoonheid kan schuilen. Omarm het verval, koester het! Verval hoort nu eenmaal bij de Werdegang van dingen. Waarom zou je je daarvoor schamen? Waarom zou je het verbergen? Is zo’n perceel in staat van ontbinding niet veel spannender, uitdagender, prikkelender dan de zoveelste steriele tuin, fantasieloze woning of eenvormige parkeerhaven die Sjaak en Kees er ongetwijfeld graag voor in de plaats zouden willen zien? Waarom moet in godsnaam toch altijd alles ‘netjes’ zijn?
O ja, nog iets. Als daadwerkelijk een omheining rond het perceel nodig is, waarom dan niet op de manier zoals bij deze woning in aanbouw op de kruising Kraneveldweg – Kranestraat?
Ziet er minstens zo afschrikwekkend uit als het bouwhek en verspert bovendien niet het uitzicht op deze parel aan de kroon van Horst aan de Maas (even voor alle duidelijkheid: met 'deze parel' doel ik uiteraard op de champignonkwekerij en niet op het huis in aanbouw).