Posts tonen met het label America. Alle posts tonen
Posts tonen met het label America. Alle posts tonen

donderdag 13 augustus 2026

Intermezzo – Zonsverduistering (2)

‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker.’ Gisteren opgevangen tijdens mijn eclipstoeristisch uitstapje. Dat ging naar de Zuringspeel. Want daar, op het hoogste punt van Noord-Limburg, zou toch de ultieme eclipservaring te beleven moeten zijn?


Van de zonsverduistering van 1999 herinner ik me dat ik vanaf de afslag van de A67 over de Weselseweg richting het centrum van Venlo reed en daar onder de indruk raakte van het gedempte zonlicht. Het oproepen van dat beeld is geen probleem. Het beschrijven ervan wel. Alsof over alles een schaduw lag, magisch. Veel verder kom ik niet. In elk geval viel het licht op dat moment niet te vergelijken met het licht op een dag met een bewolkte hemel.


De Zuringspeel moest de plek worden van het weerzien met dat gedempte zonlicht van 1999. Dat werd het niet. Domper. Ja, een half uur lang was het licht duidelijk anders dan anders, enigszins gedempt, maar het wow-effect van 1999 bleef uit. Te hooggespannen verwachtingen? Een herinnering aan 1999 die niet conform de werkelijkheid was? Zou allebei kunnen. De ook aanwezige JP kwam met een andere mogelijke verklaring: destijds was de zonsverduistering ongeveer op het moment dat de zon op z’n hoogst staat, gisteren net voor zonsondergang. En dat zou voor een andere lichtbeleving zorgen. Klinkt best aannemelijk.


Als ik niet had geweten dat er gisteren een zonsverduistering was, zou ik er dan iets van hebben gemerkt? De vraag stellen, is haar beantwoorden, vrees ik.


Spijt dus van dat eclipstoeristisch uitstapje? Geen denken aan. Dat ‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker’, had ik beslist niet willen missen. Die pijn en die hurt werden trouwens niet veroorzaakt door het met onbeschermde ogen naar de zon kijken, maar door het zitten op afgebroken halmen van het pijpenstrootje. Het pijnvrij maken moet succesvol zijn verlopen, anders valt niet te verklaren waarom even later uit dezelfde mond klonk: ‘Wijn, een stokkie, niemand kan me iets afpakken!’

(De foto’s zijn gemaakt om respectievelijk 19.50, 19.51, 20.11 en 20.12 uur)     

vrijdag 7 augustus 2026

Intermezzo – Naar het wit neigende hert-achtigen

Soms geloof je je ogen niet. Lopend door de Schadijkse Bossen nabij het noordelijke uiteinde van de Silvesterweg meende ik enkele jaren geleden honderden meters verderop een wit ree of hert te zien. Ik geloofde m’n ogen niet. Op de foto die ik met m’n telefoon maakte was niet meer dan een vage schim te zien. Te grote afstand, te slechte telefoon. Ik hield het erop dat m’n ogen me hadden bedrogen, te meer omdat uit enig gegoogel bleek dat witte reeën of herten uiterst zeldzaam zijn.

Fietsend van America richting Meterik over het fietspad langs de Meteriksebaan geloof ik vanmorgen om twaalf uur opnieuw m’n ogen niet. Twee naar het wit neigende hert-achtigen op een meter of vijf afstand, grazend aan de bosrand. Kan toch niet? Zijn het niet twee opgeschoten honden? Nee. Ook op het tweede gezicht zijn het hert-achtigen. Van de eerste verbazing bekomen stap ik af, in de verwachting dat de dieren nog voordat m’n voeten de grond hebben geraakt, verdwenen zullen zijn in het bos. Dus niet. Onaangedaan grazen ze verder. Foto.


Terwijl twee fietsende dames naderen, maken ze aanstalten om de Meteriksebaan over te steken. Foto.


Doodgemoedereerd kuieren ze over het fietspad, de dames zijn inmiddels afgestapt. Foto.


Even doodgemoedereerd kuieren ze over de Meteriksebaan richting de bosrand aan de overzijde. Foto.


Een auto passeert stapvoets. Foto.


Langzaam verdwijnen ze uit beeld. Foto.


Het tafereel duurt nauwelijks een minuut. De vredigheid, de sereniteit, het al dan niet vermeende wegvallen van alle geluiden blijven me nog wel een tijdje bij. Betoverende, droomachtige sfeer, die me doet denken aan On body and soul, een van mijn favorietste films. Twee herten spelen er een belangrijke bijrol in. Andere gedachte die opkomt: was het wel gezichtsbedrog, enkele jaren geleden aan de Silvesterweg?
     
Ik fiets verder. ‘Gelukt met de foto’s?’, vraagt een van de dames als ze me elektrisch aangedreven inhaalt.
‘Volgens mij wel.’
‘Was bijzonder.’
‘Kan je wel zeggen, ja. Ze waren absoluut niet schuw, misschien zijn het exotische dieren die zijn ontsnapt uit een hertenweide.’
‘Zou je bijna denken, ja.’

Misschien iemand een andere, betere verklaring?

maandag 13 juli 2026

Intermezzo – Koeltekaart

Zitten we nu in de tweede? De derde? Of toch alweer de vierde? Hittegolven volgen elkaar tegenwoordig in zo’n hoog tempo op, dat het lastig is de tel bij te houden. Hoe dan ook neemt de behoefte aan koelte elke zomer toe. Wat mogen we ons dan toch weer gelukkig prijzen dat we in Nederland wonen. Want Nederland zou Nederland niet zijn als het niet over een heuse Afstand-tot-koeltekaart zou beschikken (klik hier).


Op de Afstand-tot-koeltekaart kan je van nagenoeg elke woning of gebouw in Nederland zien hoe groot de afstand is tot een koelteplek (hier vooral opgevat als een schaduwrijke plek). ‘Elk huis zou een aangename en aantrekkelijke koele plek moeten hebben binnen 300 meter loopafstand’, zeggen de kaartmakers. Koele plekken zijn paars gekleurd, woningen en gebouwen op een afstand tot 300 meter van een koele plek zijn groen gekleurd. Woningen en gebouwen die verder weg liggen, zijn rood of oranje gekleurd.


Op de kaart valt beslist het een ander af te dingen. Inzoomend op Horst aan de Maas zijn er evengoed globaal enkele voorzichtige conclusies te trekken. Zo valt op dat je als koeltezoekende inwoner van Sevenum beter in Sevenum-Oost dan in Sevenum-West kan wonen.


In Horst is het precies andersom: daar is nagenoeg het hele gebied tussen Van Douverenstraat, Hoofdstraat, Steenstraat, Jacob Merlostraat, Deken Creemersstraat en A73 rood of oranje gekleurd. Een reden te meer om van de voormalige Weisterbeeklocatie een groene oase te maken, mag je hopen.


Mijn favoriete Horster wijk, de Norbertuswijk, kleurt tot mijn grote genoegen nagenoeg helemaal groen.


In America en Tienray kunnen koelteminnaars eveneens hun hart ophalen: daar zijn in het centrum slechts enkele woningen te vinden die niet groen gekleurd zijn.


Tot de meest beklagenswaardige gemeentenaren behoren de bewoners van de Driekooienweg in Evertsoord. Slechts aan het begin en einde van deze ellenlange weg zijn wat woningen groen gekleurd.


De makers erkennen zelf overigens dat je de kaart niet te absoluut moet zien: ‘Er zijn meer definities van een koele plek.’ En:
‘De afstand-tot-koeltekaart geeft een eerste inschatting van de locatie van koele plekken en van de afstand tot deze plekken. Maar van deze koele plekken is niet bekend of het ook aangename plekken zijn. Daarvoor is verder onderzoek nodig.’
Dus wees alsjeblieft een beetje lief voor de kaart en haar makers, bewaar je koelte en bespaar ons verhitte klimaatdiscussies.

donderdag 7 mei 2026

Intermezzo – Aardappels te koop

De scholen hebben meivakantie. Dat is onder meer te merken aan het de afgelopen anderhalve week explosief gegroeide aantal stoepkrijttekeningen. Terugdenkend aan mijn eigen schoolvakanties herinner ik me eindeloos voetballen en een steeds bedrukter gemoed naarmate het einde van de vakantie naderde – school was voor mij vooral een hinderlijke onderbreking van de vakantie. Schoolvakanties herinner ik me ook als een tijd van ambitieuze bouwplannen. Maar bij gebrek aan motorische en technische vaardigheden gooide ik de hamer en de schroevendraaier er doorgaans al snel gefrustreerd bij neer. Dat is bij Gijs (8) wel anders.


Fietsend over de Saarweg in America stuitte ik afgelopen vrijdag op een fantastisch stalletje in de wegberm. ‘Aardappels te koop’, was er met zwarte verf op gespoten. Afstappen en een foto maken natuurlijk. Toen ik weer verder wilde fietsen, kwam een jongen naar buiten lopen. Gijs.
‘Heb jij dit gebouwd?’
‘Ja.’
‘Ongelooflijk! Knap hoor, heb je echt heel mooi gemaakt.’


Ondertussen is de moeder van Gijs er ook bij komen staan. Ze vraagt Gijs waarom hij geen aardappels in het stalletje heeft liggen.
‘Die liggen er wel hoor.’
‘Oh ja, ik zie ze nu.’
‘Kan ik er dan misschien kopen?’, vraag ik.
‘Ja.’
‘Had je al een prijs bedacht?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Euhhh… ja… maar die ben ik weer vergeten.’
‘Een euro per kilo?’, vraagt de moeder aan Gijs.
‘Oh ja.’
‘Dan wil ik graag een kilo’, zeg ik.
Gijs overhandigt mij twee zakjes; ik geef hem een euro en een fooi.


Of ik misschien een stukje mag schrijven over het stalletje? Dat mag van Gijs. En van zijn moeder, die ook nog vertelt dat Gijs het stalletje tijdens de vakantie in twee dagen heeft gebouwd en bij het spuiten van de teksten hulp heeft gekregen van zijn broer Teun (9) en diens vriendje Bart (10). Waarvan akte.


Of ik nog wat meer foto’s mag maken? Natuurlijk. Als ik weg wil fietsen, benadrukt Gijs dat ik niet moet vergeten in het stukje ook het adres te noemen: ‘Dan komen er misschien wel heel veel mensen.’ Agrarisch ondernemer in de dop. Welnu: Saarweg 19 in America is the place to be!  

maandag 13 april 2026

Intermezzo – Boompieper

‘Hij zegt weer boompieper’, zegt de vrouw tegen haar man en hun hondje, terwijl ze op het pad aan de rand van een door bossen omgeven Americaanse akker op haar smartphone kijkt. Ze zegt niet ‘wéér’ en ze zegt ook niet ‘verdomme’. Toch lijkt een zweem van teleurstelling door te klinken in haar stem. Waarop had ze dan gehoopt? Of misschien wel gerekend? De ortolaan? De kuifleeuwerik? De nachtegaal?


Alsof er iets mis is met de boompieper. Ja, z’n naam deugt niet, piepers staan niet hoog aangeschreven, misschien een trede hoger dan de mauwers en de mekkeraars, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Terwijl het ‘m ook maar gewoon is aangedaan, de boompieper, die naam. Geen misverstand: hij piept. Soms. Verder zingt-ie vooral. Melodieus en krachtig. Krachtiger dan je zou verwachten bij een vogeltje dat niet groter is dan een kleine hand. Vandaar dat Hij ‘m beter hoort dan de wat bescheidener zangers.

Hij is trouwens pas sinds een week of drie weer back in town: de boompieper brengt de winter door in Afrika. Als het nieuwe schooljaar is begonnen, vliegt-ie weer terug. Ergens ten zuiden van de Sahara strijkt-ie neer: Mali, Soedan, Ethiopië, die kanten, maar ook zuidelijker, zelfs tot in het noorden van Zuid-Afrika, ruim tienduizend kilometer verderop. Niet uitgesloten dat we ‘m daar ooit om gaan benijden, je weet maar nooit met die stijgende kerosineprijzen. Hij wel, wij niet meer.

donderdag 9 april 2026

Intermezzo – Opheffing blokkade Straat van Zoeaaf

America, 9 april – Een resultaat van de onderhandelingen dat tot dusverre enigszins onderbelicht is gebleven, is dat de Americanen ermee akkoord zijn gegaan de blokkade van de Straat van Zoeaaf de komende twee weken op te heffen. De Straat van Zoeaaf, die de Schikse Laagten doorsnijdt, verbindt de Golf van Smulders met de Kannegietse Bocht en is een belangrijke doorvoerroute voor de internationale scheepvaart.


De eerste schepen die meer dan een maand voor anker lagen in de Golf van Smulders hebben inmiddels koers gezet richting Kannegietse Bocht. Premier Jetten heeft verklaard dat Nederland bereid is de scheepvaart in de Straat van Zoeaaf te beveiligen. Jetten zei anti-piraterijmissies met Nederlandse deelname te overwegen: ‘De stremming van de scheepvaart raakt de hele wereld. De vrije doorvaart van de Straat van Zoeaaf is van groot belang, ook voor het internationaal recht.’

donderdag 2 april 2026

Oliecrisis (1) | Top 5 – Tankstations

Oliecrisis. Geschikt moment om eindelijk eens de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van tankstations in Horst aan de Maas erin te gooien. In twee van mijn meest favoriete films aller tijden – O melissokomos (The Beekeeper) en Paris, Texas – spelen tankstations een belangrijke bijrol. Wat me zo aanspreekt in die tankstations? De onbestemde tristesse, het desolate, de leegte, het niet-alleen-maar-toch-eenzaam-gevoel dat ze uitstralen. Urenlang door het niets rijden, verlangend uitzien naar dat baken van licht in de verte om er bij aankomst achter te komen dat dat baken een voortzetting van het niets is.  


Naar tankstations met zo’n filmische allure is het in Horst aan de Maas tevergeefs zoeken – wist ik al bij voorbaat. Utiliteit in plaats van zwaarmoedigheid, functionaliteit in plaats van romantiek, zoals bij het tankstation hierboven aan de Midden Peelweg in Sevenum. Desalniettemin zijn ook de tankstations van Horst aan de Maas een top 5 waard. Komt ie:

5. Venloseweg, Sevenum


Overwegend dertien-in-een-dozijn-tankstations in Horst aan de Maas. Dit is daar een treffend voorbeeld van. Kraak noch smaak, zelfs geen huisstijl herkenbaar.

4. Californischeweg, Grubbenvorst


Ook al geen architectonisch wonder. Je zal maar op de eerste verdieping werken en de hele dag tegen die immense overkapping aan moeten kijken.
 
3. Lottumseweg, Broekhuizen


Waar vind je dat nog, een tankstation met, bij gebrek aan menselijke bemanning, een potige kip die een oogje in het zeil houdt?


2. Zwarte Plakweg, America


De Peel binnen handbereik. Enige tankstation in Horst aan de Maas dat enigszins het eind-van-de-wereld-gevoel oproept.


1. Stationsstraat, Horst


Het oog wil ook wat – en het oog krijgt wat. Tankstation Vissers staat op eenzame hoogte in het Horster tankstationlandschap. Hier geen allesbepalende corporate identity, maar architecten (Ben Keijsers en Huub Branderhorst) die hun eigenwijze gang zijn gegaan. De imposante dakconstructie, met een tot de hemel reikende mast, overheerst alles en verbindt alle onderdelen met elkaar. Van de voorkant bekeken zou je er een schip in kunnen zien, van de zijkant doet het zowaar denken aan een kerk.


N.B. Morgen hier aandacht voor enkele pareltjes uit de Horster tankstationhistorie, waaronder De Kamp.

maandag 3 november 2025

Intermezzo – Joost Prinsen

En nu is Joost Prinsen verdomme ook al dood. Onvergetelijk, de Stratemakeropzeeshow (Lieve tante Greetje vraagt altijd aan mij / Wat wil je later worden in de maatschappij? / Word je later dokter, word je dominee? / Tante, lieve tante ik heb geen idee / Nachtwaker? Nee / Haringkaker? Nee / Maar stratemaker, ja stratemaker / Ja stratemakeropzee), begin jaren zeventig, ik was een jaar of 7, 8. Met Wieteke van Dort, Aart Staartjes en mijn grote favoriet Joost Prinsen. Alias Erik Engerd. Zó geweldig. Sketches en liedjes met en door Joost Prinsen die me ook ruim vijftig jaar later nog helder voor de geest staan. Frekie, Jongen eet nou door, Vandaag niet, Over de dood en noem maar op. Gecomponeerd door Harrie Bannink, veelal op tekst van Willem Wilmink.


Allemaal leuk en aardig, maar waarom figureert Joost Prinsen op een weblog over Horst aan de Maas? Vanwege Ben Ali Libi, de goochelaar. Aan de Zwarte Plakweg in America, van America uit gezien net aan de overzijde van de Midden Peelweg, staat sinds tien jaar de Kamiël van de Piël, een kunstwerk van Ruud van der Beele, dat tot stand kwam op initiatief van de stichting Cultureel Erfgoed Zwarte Plak, maar toch vooral van Jan Philipsen.


Je kunt de Kamiël van de Piël bestijgen via twee trappen. Aan de voet van elk van beide trappen staat een tekst. Aan het ene uiteinde Het herontdekken van je eigen pad en aan het andere Ben Ali Libi goochelaar.


Ben Ali Libi was de artiestennaam van de in 1895 in Groningen geboren Michel Velleman, een joodse goochelaar, die op 2 juli 1943 in het Duitse concentratiekamp Sobibor werd vermoord. Willem Wilmink maakte Velleman in 2003 postuum onsterfelijk met dit gedicht:

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.
Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.
Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.
Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.
En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Joost Prinsen maakte Ben Ali Libi in 2004 nog postuum onsterfelijker met zijn voordracht van het gedicht in een documentaire over Willem Wilmink. Knappe jongen of meisje die hier naar kan kijken en luisteren zonder tranen in de ogen te krijgen.


Actueler dan ooit.

vrijdag 18 juli 2025

Intermezzo – Sleurhut

Ineens stond het er, vorig weekend, aan de Meteriksebaan in America. Geparkeerd aan de bosrand, onder een paar overhangende takken. Niet schreeuwend om aandacht, maar één met zijn omgeving. Alsof het er al jaren stond. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat het er stond. Opvallend door zijn onopvallendheid. Wat het was? Van afstand deed het denken aan een sleephut, een gemakkelijk verplaatsbare kleine jachthut op wielen die je soms bij een akker- of bosrand ziet staan: óók op wielen (geel in dit geval, mogelijk kinderwagenwielen), vergelijkbare locatie, vergelijkbare afmetingen, vergelijkbare schutkleur. 


Van dichterbij had het toch meer weg van een sleurhut, een vreselijk woord, maar in dit uitzonderlijke geval toch te verkiezen boven caravan omdat caravan een grootte en een mate van luxe suggereert die het object aan de Meteriksebaan volkomen vreemd waren.

Wat sleurhut tot een meer geschikte benaming maakt dan sleephut, is dat dit object sterk de indruk wekte een (geïmproviseerde) mobiele woning of op z’n minst een mobiele slaaplocatie te zijn, inclusief puntdak met in de nok een ruitvormig raam. Daarom is de op het eerste oog eveneens in aanmerking komende benaming fietskar(retje) ongeschikt: een fietskar is doorgaans niet bedoeld om in te slapen.


Achter de sleurhut stond zo nu en dan een damesfiets geparkeerd, met een aan het stuur bevestigd rieten mandje. Aan de voorzijde van de hut zat iets dat je een deur zou kunnen noemen. Daarin was iets dat je een raampje zou kunnen noemen uitgespaard. Achter dat iets dat je een raampje zou kunnen noemen hing iets dat je vitrage zou kunnen noemen. Het geheel oogde als een vredig, huiselijk tafereeltje, zelfs op die momenten dat de damesfiets met het rieten mandje er niet stond en dat dat iets dat je een deur zou kunnen noemen was afgesloten met een hangslot.

Op 7 juli was er op dat iets dat je een raampje zou kunnen noemen een geprint briefje geplakt met het opschrift 7 juli ’25. Een dag later hing er een geprint briefje met het opschrift 8 juli ’25.


De sleurhut aan de Meteriksebaan prikkelde zowel de nieuwsgierigheid als de verbeelding. Toegeven aan de nieuwsgierigheid en overgaan tot ontraadseling van het raadsel lag op de loer, maar zou dodelijk zijn voor de verbeelding.

Na enkele dagen was de sleurhut weer verdwenen. Die verdwijning voorkwam de ontraadseling. Waardoor de verbeelding gewoon haar werk kan blijven doen. Laat de sleurhut aan de Meteriksebaan voor altijd een raadsel blijven.

(Dit stukje verscheen eerder deze week in Via Horst-Venray)

zaterdag 21 juni 2025

Horst aan de Maas in oude ansichten (10) | Groene Kruisgebouw America


‘Kunnen die woningwetwoningen er ook op?’
‘Geen probleem.’
‘En een gedeelte van de woning rechts naast de woningwetwoningen?’
‘Kan, maar dan vallen links wat meters van het Groene Kruisgebouw weg.’
‘Doe maar, dat gebouw is al lang genoeg.’

Lang inderdaad, dat Groene Kruisgebouw. En ondiep, je kijkt er zo doorheen. Transparantie – maar dan echt, lang voordat dat woord tot een hol begrip was verworden. Eindelijk weg met dat bedompte gedoe! Gooi open die ramen en deuren! Licht, meer licht! Wolkjes aan de lucht? Niet miepen, de zon schijnt! Altijd dat optimisme, dat vooruitgangsgeloof dat spreekt uit jaren zestigansichtkaarten. Trots ook. Trots dat zo’n hypermodern gebouw zomaar in America is geland. Trots op die woningwetwoningen, met hun vijf betonnen blokjes boven de voordeur en hun antennes als parasolletjes op de taart. Kleine tegemoetkoming, die blokjes, ter onderdrukking van de nooit verstommende roep om decoratie. Is de overdadig aanwezige, gesloten vitrage in het Groene Kruisgebouw soms een vooruitwijzing? Naar het begin van het einde van de transparantie? Ja, het gebouw staat er nog. Geen schim meer van wat het was. Hermetisch, log, moe en der dagen zat, verstopt achter hagen.

Zou het Nel Kleuskens zijn die daarbinnen loopt, links naast de ingang?

dinsdag 20 mei 2025

Intermezzo - Haspelosaurus

Dinsdag 20 mei 2025, 14.04 uur, Nieuwe Peeldijk te America (afspelen met geluid):

zondag 18 mei 2025

Trapveldjesvoetballers (9)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Noah al-Saqa, Gaza-Stad, overleden 7 mei 2025, 10 jaar oud


Noah al-Saqa woonde met zijn ouders en broers in de wijk al-Talateni in het centrum van Gaza-Stad, totdat een Israëlische aanval in 2023 hun huis verwoestte. Daarna verhuisden ze op bevel van Israëlische troepen naar de wijk Rimal omdat die in een veilige zone zou liggen. Maar ook in Rimal stopten de bombardementen niet.


Te midden van familieleden en vrienden vierde Noah al-Saqa vorige week dinsdag, 6 mei, zijn tiende verjaardag. Alle aanwezigen genoten van de verjaardagstaart, waarvoor moeder Faten (38) met veel pijn en moeite alle benodigde ingrediënten had weten te bemachtigen. Van zijn ouders kreeg Noah een voetbal cadeau en van zijn ooms en tantes in totaal 170 sjekel (iets meer dan veertig euro) – Noah was aan het sparen voor een fiets.


Een dag later, woensdag 7 mei, verliet Noah zijn ouderlijk huis om met zijn vrienden te gaan voetballen. Omstreeks drie uur die middag voerde Israël luchtaanvallen uit op een restaurant en een markt in Rimal. Meer dan dertig mensen kwamen om het leven en er vielen tientallen gewonden. Op het moment van de aanvallen was de vader van Noah, Daoud al-Saqa (43), samen met zijn oudste zoon, Mohammed (15), aan het werk op de markt. Ze renden naar de plek van de aanslag om de gewonden te helpen. Daoud maakte zich zorgen om Noah, zeker toen uit een telefoontje met zijn echtgenote bleek dat Noah niet thuis was. Zijn zoektocht naar Noah bleef zonder resultaat. Uiteindelijk begaf hij zich naar het ziekenhuis, tweehonderd meter verderop. Daar trof hij Noah aan, liggend op de grond, om hem heen een plas bloed. Tevergeefs probeerden toegesnelde artsen zijn leven te redden.

Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas. Ditmaal dat aan de Gerard Smuldersstraat in America. Klik hier voor de voornaamste bron voor dit stukje. De foto van de vader van Noah is van Ahmed Dremly/MEE.

donderdag 27 maart 2025

Intermezzo – Americaanse machtsovername

Terwijl de ogen van de wereld steeds meer zijn gericht op de Amerikaanse overname van Groenland, heeft zich hier in ons eigen Horst aan de Maas in alle stilte al zo’n vijandelijke machtsovername voltrokken. Wellicht geïnspireerd door de annexionistische neigingen van zijn grote overzeese broer heeft het nietige America namelijk zonder dat iemand het in de gaten had zijn territorium uitgebreid met Meterik en Swolgen. Daarmee heeft het zijn aantal inwoners meer dan verdubbeld: van 2.362 naar 5.195. Misschien van nog wel wezenlijker belang is dat America met deze annexatie zijn landbouwareaal aanzienlijk heeft vergroot.


Het Trumpiaans aandoende staaltje van Americaanse bravoure kwam gisteren aan het licht na de lancering van de Interactieve voetbalkaart. Deze kaart (klik hier) toont de verspreiding van seizoenkaarthouders van betaald voetbalclubs over Nederland. Inzoomend op de gemeente Horst aan de Maas blijkt dan bijvoorbeeld dat Lottum de kern is met de meeste VVV-seizoenkaarthouders (tachtig procent), dat Griendtsveen uitsluitend seizoenkaarthouders van PSV telt (namelijk vijf), dat Evertsoord als enige kern geen enkele seizoenkaarthouder van een betaald voetbalclub herbergt en dat in Horst het aantal seizoenkaarthouders van VVV dat van PSV maar net overstijgt.


Goed. Maar zoom je op de kaart in op Meterik, dan verschijnen deze gegevens in beeld:


En wil je weten hoe in Swolgen de seizoenkaarthouders zijn verdeeld, dan zie je dit:


Overtuigender bewijs van de Americaanse machtsovername is nauwelijks te vinden. Tegelijkertijd rijst de vraag welke kern van Horst aan de Maas het volgende slachtoffer van de Americaanse landhonger zal zijn.


Of zouden de begerige blikken van America verder reiken dan uitsluitend Horst aan de Maas? Venray, Venlo, Helmond: let op uw saeck!

P.S. Vandaag (vrijdag 28 maart) is de kaart in die zin aangepast dat ze uitsluitend nog de totaalcijfers voor de gemeente Horst aan de Maas toont: in totaal 411 seizoenkaarhouders waarvan 190 VVV, 164 PSV en 19 Ajax.

woensdag 26 maart 2025

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (3) | Heesbeemden

Soms is het ook wel eens fijn om bevrijd van al te veel kennis en onderzoek over iets te kunnen schrijven. Dat is bijvoorbeeld het geval met de voormalige vuilstortplaats in Kronenberg, in de Heesbeemden. JP heeft me ooit verteld dat hier een voormalige vuilnisbelt ligt en, betrouwbaar als JP doorgaans is, heb ik dat voor waar aangenomen.


Ik ben hier eind februari. Een week eerder ben ik door m’n rug gegaan. Lopen over een vlakke ondergrond gaat prima, maar elke oneffenheid in het oppervlak is goed voor een pijnscheut in m’n rug. Voor één keer hopen op gebaande paden. Uitbundige zonneschijn, fris windje. Een tussen twee paaltjes gespannen ketting moet de doorgang versperren. Aan de ketting bungelt aan twee ijzerdraadjes een prachtig verweerd bordje, ongetwijfeld ooit de toegang voor onbevoegden verbiedend.


De ketting vormt geen noemenswaardige barrière, ook niet voor de rug. Na honderd meter de restanten van een hek en dan buigt het gebaande, door hoge bomen geflankeerde pad ineens naar links af.


Een beklimming van Caubergiaanse proporties volgt. Aan het einde van de beklimming, als het gebaande pad weer naar rechts is afgebogen, ineens een hoogvlakte met een prairieachtig aanzien – America is niet ver weg.


Rechts enkele bijenkasten, links lonkt in de verte, hoog oprijzend boven de prairie, een jachthut. Een gevelde boom verspert het gebaande pad. Kruip door sluip door. Pijnscheut op pijnscheut. Voorbij de gevelde boom eindigt het gebaande pad. Het maakt plaats voor bedjes van gebroken rietstengels. Hippen van het ene oneffen bedje naar het andere oneffen bedje. Pijnscheut op pijnscheut. Omkeren, met die jachthut in greifbarer Nähe? Geen denken aan. Ontberingen lijden, de held uithangen, met een jachthut als beloning.


Het uitzicht hierboven leidt tot het inzicht dat het best hoog moet zijn hier. Metertje of vijftien? Atypisch om in een omgeving waar zo ongeveer alles bordwaardig wordt bevonden hier op de top geen houten bordje aan te treffen met daarop een hoogtevermelding van de Monte Corona. Maar goed, hippend van oneffen bedje naar oneffen bedje, pijnscheuten trotserend, afdalend over het gebaande pad en ook de ketting met het verweerde bordje overwinnend, bereik ik weer mijn verlossende fiets. Mission completed.


P.S. Vanwege lichte twijfel of het inderdaad de Heesbeemden heet, achteraf toch maar even gegoogled. Wikipedia: ‘De Heesbeemden omvat tevens De Blakt en De Haagens. De Blakt was tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw een vuilstortplaats. Waar de stortplaats was ligt nu een heuvel in het gebied.’