Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

dinsdag 21 april 2026

Intermezzo – Klaver 7

(De begenadigd dichter Michael Theuns, tevens gedeputeerde van de provincie Limburg, heeft afgelopen vrijdag weer een pareltje van zestien strofen toegevoegd aan zijn imposante oeuvre. Omdat het betrekking heeft op Horst aan de Maas wil Horst-sweet-Horst het zijn lezers niet onthouden.)

Sonderend langskomen  

wij
hebben
klaver 7
opgenomen
als
logistieke
hotspot


de beleidsregel
die we hebben vastgesteld
geeft de mogelijkheid
om ontheffing
te verlenen bij
regionale meerwaarde


bij de verdere uitwerking
van de omgevingsverordening
zijn wij
tot de conclusie gekomen
dat wij
als gs
die beleidsregel
niet
kunnen toepassen
op onszelf


wij mogen
onszelf
geen ontheffing
verlenen


dat betekent dus
dat in de situatie
en ik zeg zeker niet
dat dat
aan de orde is
maar
stel wij willen
zelf
een grootschalige locatie
ontwikkelen
wij willen daar zelf
de projectbesluitprocedure
voor voeren
dan betekent dat
dat wij niet
kunnen gebruikmaken
van de beleidsregel
regionale meerwaarde
omdat wij niet ontheffing
mogen verlenen
aan onszelf


dus dat zou impliceren
dat wij als gs
alleen maar
bevoegd gezag
kunnen zijn
bij locaties
die kleiner zijn
dan die vijf hectare


dat leek ons
dan ook weer
onwenselijk


dus hebben wij ‘m
nu wel opgenomen
als
logistieke
hotspot
maar
de gemeente
horst aan de maas
is
nog steeds
zelf aan zet
als eerste
bevoegd gezag


en het staat
de gemeente
horst aan de maas
elke dag van de week
vrij
om een bestemmingsplan
in procedure
te brengen


in het geval
dat de provincie
zelf besluit
een projectbesluitprocedure
in gang te zetten
hebben wij met elkaar
gs ps
de afspraak
dat wij
in elk geval
sonderend
langs uw statencommissie
komen


dan ben ik mij
in ieder geval
als portefeuillehouder
voor de
portefeuille ruimte
zeer bewust
van de opvattingen
die in deze staten
daaromtrent
leven


en ik ben
niet voornemens
om iets
naar deze commissie
te brengen
als ik
bij voorbaat
weet
dat het niet
op een meerderheid
kan rekenen


is het daarmee
juridisch-technisch
helemaal uitgesloten


nee


hoe groot
schat u dan
dat risico in
dat er morgen
opeens
iets heel geks gebeurt


laat ik het
zo zeggen
ik denk
dat dat
beheersbaar
is

M.L.M. (Michael) Theuns

17-4-2026

vrijdag 13 februari 2026

Intermezzo – Ganzen

Vanochtend vlogen ze weer over, ganzen. Zoals zo vaak. Hele zwermen ganzen, komend vanuit noordoostelijke richting, ogenschijnlijk onderweg naar het zuidwesten. Tegen het vallen van de avond vliegen ze vaak in tegengestelde richting over, zoals nu, terwijl ik dit stukje tik. Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naartoe? Vliegen ze van de Maas naar de Peel en vice versa? Vliegen ze heen om te gaan foerageren (een woord dat voedsel zoeken uittilt boven een alledaagse bezigheid) en terug om te gaan slapen? En bovenal: wat bezielt de gans?


Ik zie ze, ik hoor ze, ik merk ze op, ze fascineren me. Maar ganzen ontroeren me niet. Bij Rutger Kopland (1934-2012) was dat anders. Voor zijn serie Van de schoonheid en de troost sprak Wim Kayzer in 2000 met de dichter. ‘Wat zijn de momenten waarop je ontroerd wordt?’, vraagt Kayzer op een gegeven moment. Kopland probeert een antwoord te formuleren maar concludeert uiteindelijk: ‘Dit zijn vage dingen waar moeilijk over te praten valt. Je kunt het wat mij betreft nog het beste duidelijk maken met dichtregels.’ Daarop leest hij zijn gedicht Over diepte voor:

Wat bedoelde je toen je zei: diepte
dat is een woord voor wat ik nu voel – diepte.

Er vloog een kleine groep ganzen over,
een ijskoude glasheldere hemel in december.

Dat is wat ik bedoel zei je: ganzen
godvergeten hoog hun dunne geschreeuw
wat is het dat alleen zijn samen
dat blinde lot

weten van die diepte die we hemel noemen
et is een heel oud gevoel – soort medelijden
ouder dan ik

ik heb dit mijn leven lang gezien en gehoord
ik heb als kind gedroomd dat ze me mee wilden nemen
ik weet nu dat ik ergens zou worden achtergelaten.

We bleven kijken en luisteren.


Daarop vervolgt Kopland: ‘Je vraag was: laat nou eens zien wat zo’n moment van ontroering eigenlijk is. Nou, dat zijn ganzen die ’s winters door de hemel vliegen. En dat mompelende gejammer van die dieren die ergens vandaan komen, ergens heen moeten en daar door die ijskoude lucht achter elkaar aanvliegen, elkaar afwisselen en solidair zijn met elkaar, een soort saamhorigheid en een soort loyaliteit. En tegelijkertijd ook dat oude daarin, van god, hoe lang heb ik dit al gehoord? Dit is een geluid dat ik al zó lang ken. Dat ken ik al zo lang als ik besta, ik ken het eigenlijk al langer dan ik er ben. Ik zal het nóg horen als ik dood ben, bij wijze van spreken. Dat ontroert me, dat geschreeuw van die beesten. Dat probeer ik dan duidelijk te maken. Dat is een ander antwoord dan wanneer je daar heel veel woorden voor probeert te vinden. Kayzer: ‘Dit is een goed antwoord.’ Kopland: ‘Ontroering is ganzen. Luister maar.’


Ontroering is ook luisteren naar Kopland en Kayzer. Ontroering zijn ook al die afleveringen van Van de Schoonheid en de troost

N.B. Bekijk hier de aflevering met Kopland (het fragment over ganzen en ontroering is te zien van 52.18 tot 58.51 minuten):

maandag 12 januari 2026

Intermezzo – Gehaktbal

Hoewel Horst aan de Maas het jammer genoeg nog steeds moet stellen zonder een bloeiende graffiticultuur, vallen er als je goed kijkt toch enkele graffiti-hotspots te ontdekken. Zoals station Horst-Sevenum, waar in de loop der jaren verschillende graffiti zijn opgedoken die kunnen wedijveren met grootstedelijke graffiti. Vooral het huisje achteraan op het eerste perron haalt regelmatig het beste boven in graffitisten. Ik vrees dat de tekening die ik daar in maart 2010 op een van de zijgevels aantrof voor eeuwig onovertroffen zal blijven:

Pal voor diezelfde zijgevel is jaren geleden helaas een hoog hek geplaatst. Het verheugende is dat graffitisten zich hierdoor nooit hebben laten dwarsbomen: hek of niet, zij gaan gewoon door met hun zegenrijke werk voor de Horster samenleving. Onlangs is op deze gevel weer iets nieuws verschenen:


Een heus gedicht inderdaad:


Je zou kunnen morren dat deze graffitist het gedicht van Lévi Weemoedt dat in 1978 verscheen in zijn bundel Geen bloemen (Ik vouw mijn handjes samen / knijp mijn oogjes stevig dicht / en hoop dat na het amen / mijn gehaktbal er nog ligt) geweld heeft aangedaan. Maar laten we onze oogjes dichtknijpen voor deze zonde en in onze handjes knijpen dat het huisje blijkbaar nog steeds in trek is bij graffitisten.

Overigens telt Horst aan de Maas nog heel veel andere blinde muren die schreeuwen om een gedicht.

maandag 3 november 2025

Intermezzo – Joost Prinsen

En nu is Joost Prinsen verdomme ook al dood. Onvergetelijk, de Stratemakeropzeeshow (Lieve tante Greetje vraagt altijd aan mij / Wat wil je later worden in de maatschappij? / Word je later dokter, word je dominee? / Tante, lieve tante ik heb geen idee / Nachtwaker? Nee / Haringkaker? Nee / Maar stratemaker, ja stratemaker / Ja stratemakeropzee), begin jaren zeventig, ik was een jaar of 7, 8. Met Wieteke van Dort, Aart Staartjes en mijn grote favoriet Joost Prinsen. Alias Erik Engerd. Zó geweldig. Sketches en liedjes met en door Joost Prinsen die me ook ruim vijftig jaar later nog helder voor de geest staan. Frekie, Jongen eet nou door, Vandaag niet, Over de dood en noem maar op. Gecomponeerd door Harrie Bannink, veelal op tekst van Willem Wilmink.


Allemaal leuk en aardig, maar waarom figureert Joost Prinsen op een weblog over Horst aan de Maas? Vanwege Ben Ali Libi, de goochelaar. Aan de Zwarte Plakweg in America, van America uit gezien net aan de overzijde van de Midden Peelweg, staat sinds tien jaar de Kamiël van de Piël, een kunstwerk van Ruud van der Beele, dat tot stand kwam op initiatief van de stichting Cultureel Erfgoed Zwarte Plak, maar toch vooral van Jan Philipsen.


Je kunt de Kamiël van de Piël bestijgen via twee trappen. Aan de voet van elk van beide trappen staat een tekst. Aan het ene uiteinde Het herontdekken van je eigen pad en aan het andere Ben Ali Libi goochelaar.


Ben Ali Libi was de artiestennaam van de in 1895 in Groningen geboren Michel Velleman, een joodse goochelaar, die op 2 juli 1943 in het Duitse concentratiekamp Sobibor werd vermoord. Willem Wilmink maakte Velleman in 2003 postuum onsterfelijk met dit gedicht:

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.
Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.
Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.
Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.
En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Joost Prinsen maakte Ben Ali Libi in 2004 nog postuum onsterfelijker met zijn voordracht van het gedicht in een documentaire over Willem Wilmink. Knappe jongen of meisje die hier naar kan kijken en luisteren zonder tranen in de ogen te krijgen.


Actueler dan ooit.

maandag 25 augustus 2025

Top 5 – Gasthoêsherberglokversjes

Met het verdwijnen van de middenstand dreigt ook de betere middenstandspoëzie verloren te gaan. Een ernstig verlies. Ook Horster winkeliers waren van oudsher hoogst bedreven in dit poëtisch genre. Wat dacht u bijvoorbeeld van dit pareltje, aangetroffen in de in 1920 uitgegeven gids bij het eeuwfeest van de Koninklijke Harmonie van Horst?

Toon Bekkers in zijn winkel
verkoopt en maakt schoenen passend in den inkel
Ze sluiten vast en zijn sterk,
koopt dus Toon Bekkers zijn schoenwerk!

Iets minder vloeiend loopt dit versje uit dezelfde publicatie:

’t Is toch iets!!!
Zoo’n slechte Duitsche fiets!!!
Maar waarom koopt U dan ook niet een degelijk karretje bij
Th. Greve, Herstraat, Horst?

Inderdaad, rijmen en dichten zonder je hemd op te lichten klinkt anders. Bijvoorbeeld zo:

Wilt Ge iets fijn
Rookt een Robijn

Het verheugende nieuws is nu dat de herberg, de horecagelegenheid van ’t Gasthoês, in de voetsporen is getreden van deze vooroorlogse klassieker van sigarenfabrikant Rubie en van vergelijkbare onvervalste klassiekers. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Gasthoêsherberglokversjes:

5.

Of de iets mindere variant hierop:


4.

3.

2.

1.

maandag 23 maart 2020

Top 5 – Afgelopen week in Horst aan de Maas waargenomen stoepkrijttekeningen en -teksten (1)

Mondkapjes, beademingsapparatuur, steriele handschoenen, toiletpapier: waaraan is géén gebrek dezer dagen? Een gebrek dat in de berichtgeving tot dusverre wat onderbelicht is gebleven, is het gebrek aan deugdelijk stoepkrijt. Ik weet: het belang van stoepkrijt zinkt in het niet vergeleken bij dat van mondkapjes, beademingsapparatuur, steriele handschoenen en toiletpapier. Toch is het ook van niet te onderschatten belang dat kinderen en jongeren zich creatief kunnen blijven uiten. Deugdelijk stoepkrijt helpt daarbij. Maar er is een nijpend gebrek aan deugdelijk stoepkrijt, zo werd me  afgelopen week duidelijk tijdens mijn fietstochten door Horst aan de Maas.


Waar ik ook kwam, aan stoepkrijttekeningen en -teksten geen gebrek. Alleen: als ze niet meer helemaal vers van de pers zijn, is het vaak verdomde lastig ze überhaupt nog te kunnen onderscheiden. En dat is doodzonde, want het merendeel van die tekeningen en teksten verdient het niet om meteen weer in de vergetelheid te raken. Daarom bij dezen de oproep aan ouders en fabrikanten: voorziet ons kroost van deugdelijk stoepkrijt! Juist nu!


Een top 5 van afgelopen week in Horst aan de Maas waargenomen stoepkrijttekeningen en -teksten is geen sinecure. Ik wil namelijk geen enkele jeugdige stoepkrijttekenaar of -tekstschrijver voor het hoofd stoten. En ongetwijfeld is het aantal tekeningen en teksten dat ik níet heb gezien veel en veel groter dan het aantal dat ik wel heb gezien. Desondanks, met alle mogelijke voorbehouden: de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van afgelopen week in Horst aan de Maas waargenomen stoepkrijttekeningen en -teksten:

5. Monseigneur Verstraelenstraat, Sevenum


Kinderen mogen van mij (bijna) alles. Toch zou het zonde zijn als iemand op het idee zou komen deze tekening te gaan inkleuren.

4. Nieuwe Baan, Tienray


Dat bedoel ik nu met ondeugdelijk stoepkrijt: Myrthe en Jenne hebben een prachtige verbeelding gemaakt van De ruimte en een dag later resteert er slechts een slap aftreksel van het origineel.

3. Bosstraat, Hegelsom


ende
int
ziele
is
wei
dit
start

Een readymade op de Bosstraat in Hegelsom. Niet-Nederlandstalige kinderen die zich proberen te bekwamen in het Nederlands? Of Nederlandstalige kinderen die zich proberen te bekwamen in het niet-Nederlands?

2. Frans Woltersstraat, Leopold Haffmansstraat, Pieter Belsstraat en Waterstraat, Horst


‘Afhang 1’ heet deze buurt geloof ik officieel. Doet er niet toe. Wat er wel toe doet: hier heeft iemand een speurtocht uitgezet aan de hand van rekensommen. Op elke straathoek kom je er dit soort sommetjes tegen.


Ook mooi: dit is wél deugdelijk stoepkrijt, ook na vijf dagen is het merendeel nog zicht- en leesbaar.

1. Sint-Odastraat, Melderslo


Een feest voor de ogen. Absoluut meesterwerkje van Imke en Fenna.


Vrijdag gefotografeerd. Hopelijk is er nog iets van over.

P.S. Betere, andere, mooiere stoepkrijttekeningen en -teksten gezien? Stuur een foto naar horstsweethorst@gmail.com of reageer met een foto op Facebook.

donderdag 30 januari 2020

Intermezzo – Slagroom is niet arm

Gedichtendag vandaag. Horst-sweet-Horst brengt daarom een eerbetoon aan alle Horster betonpoëten. Kijken en luisteren valt te prefereren boven lezen.


slagroom is niet arm

pik
hardcore
sex
fuck
shag
zuipen en neuken
stop het in je aars

darkness over christianity
satan

ik ben kabouter plop
idioot
nee gek
gast alles gast?

we are
level
dope
broke
ruig
fijn
kapot

strüdel is minder kaal

spijbelsquad
bende van ellende

once we’ll rule the world

kanker
kanker lijer
kut waute
kut negers het land uit
kuus

eat pigs and be free

homo
hombre
ow mam

give us a future stop

donderdag 31 januari 2019

zondag 4 maart 2018

Intermezzo – Groene eieren en gedicht

Azijnpisserige stukjes schrijven en in ruil daarvoor een hörtje groene eieren én een gedicht krijgen, wie wil dat nou niet?


In reactie op de Horst-sweet-Horst top 5 van Hegelsomse bomen met tranen in hun ogen (klik hier) kwam Alex Janssen, nummer 8 op de kandidatenlijst van het CDA voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, me vanavond de eieren en het gedicht overhandigen. Ik heb beide in dankbaarheid aanvaard (de eieren natuurlijk pas nadat Alex me had bezworen dat ze geen fipronil bevatten). Mocht ik in de toekomst om eieren (of wie weet ook wel andere levensmiddelen) verlegen zitten, dan weet ik wat me te doen staat: een zuur stukje schrijven.


Enfin, hier het gedicht van Alex, dat ik met zijn toestemming publiceer:  

Hegelsom, 4 maart 2018

Bomen over eieren, eieren over bomen

Huilende bomen in Hegelsom gezien,
heb geluisterd volgens mij hebben ze nog geen pien.
Wellicht komt dat door datgene wat er hangt,
en van tevoren gevraagd en daarna bedankt.
Horstsweethorst altijd weer een grap paraat,
richting verkiezingen weet je hoe dat gaat.
De Hegelsommer ziet hiervan de grap wel in,
bedacht zich geen moment, en stapte naar Moorman’s Wim.
Mooie bomen mag je zeker niet vellen,
maar deze groene eieren, mag je gericht gaan pellen.
Laat ze lekker smaken en geniet van deze gezonde snack,
op naar goede sportieve verkiezingen, maak het niet te gek.
Na de verkiezingen zal ik de bomen van een pleister voorzien,
ik laat ze niet huilen, maar behandel ze zacht zonder pien.

Gr Alex oet d’n Haegelsum

maandag 24 oktober 2016

Klein mysterie 723 – Hedde dórst (3)

Had ik zo goed m’n best gedaan, word ik toch nog op m’n vingers getikt …
Eén van mijn conclusies na diepgaand onderzoek naar het rijmpje over het Hôrster Hundje (Hedde dórst?/ Dá godde nà Hôrst: / doa stiët en hundje / dát pist ow in ’t mundje; klik hier en hier) luidde afgelopen dinsdag:
‘De Horster variant is in zoverre uniek dat het de enige mij bekende is waarin de dorstige het advies krijgt zijn of haar dorst te lessen in een plaats. (En ga me nou niet vertellen dat er ook varianten bestaan waarin een Broekhuizenvorster, Grubbenvorster, Bronkhorster of weet ik wat voor –orster hondje voorkomt.)’
Deze woorden waren amper gepubliceerd of ik werd al terechtgewezen. En wel door Roel Sanders, op Facebook: ‘Ook De Horst bij Groesbeek kent een zelfde rijmpje en heeft zelfs een beeld van een hondje dat keurig zijn achterpoot optilt.’
Zowel wat betreft het rijmpje als het beeld heeft Roel het grootste gelijk van de wereld, zo toont nieuw (internet)onderzoek aan. Wikipedia zegt bijvoorbeeld over De Horst (klik hier): ‘In het gehele dorp en in heel Groesbeek kent men het rijmpje: “Hèdde doorst, dan got nor de Hoorst, dur stèt un hunje, die piest ow rècht ien ow munje”.’ Min of meer dezelfde tekst staat op een plaquette die op de sokkel van het bronzen beeld in De Horst is bevestigd. Het beeld staat al sinds 1990 op de speelplaats van basisschool Op De Horst. Het is gemaakt door Ellen Barendse (klik voor meer informatie en foto's hier, hier en hier). Verschillen met het Hôrster Hundje zijn dat de De Horster hond een hond met een ziel is (parmantig, eigenwijs, onaangedaan – geef het maar een naam) en dat deze hond niet zit maar staat en een achterpoot optilt. Een overeenkomst met de Horster hond is dat ook de De Horster hond na een druk op een knop een waterstraal produceert.
De reactie van Roel moet het effect van een mokerslag hebben gehad op de Hôrster Hundje chauvinisten: definitief is nu aangetoond dat het rijmpje niet iets exclusief Horsters is. En ook het beeld van de hond (inclusief waterstraal) is dus niet uniek. Sterker nog: in De Horst waren ze een kwart eeuw eerder al op precies hetzelfde idee gekomen.
Wat me nog wel interesseerde: hoe wist Roel eigenlijk van het bestaan van het De Horster hondje? Zijn reactie: 
‘Sommige dingen weet je gewoon zonder daar de herkomst van te weten. Toen voor mij onverwachts het beeld van het “Horster” hondje verscheen op het Lambertusplein was ik verbaasd over de slechte uitvoering en heb ik op het net het hondje van De Horst terug gezocht. Ik vond de uitvoering dermate slecht dat ik toen ook wat verder gaan zoeken naar mooie uitvoeringen van beelden van “pissende” honden. Brussel kent Zinnneke, een mooi bronzen beeld dat een drie-eenheid vormt met Manneke en Janneke Pis. Ook in de VS is een prachtig voorbeeld van hoe het ook kan.’ 
En nu we toch in gesprek waren: refereert het prachtige beeld dat Roel maakte van een man met een hondje en dat nu zo schandelijk is weggestopt in het Horster gemeentehuis, eigenlijk aan het Hôrster Hundje?
‘Mijn beeld van man met hondje heeft geen direct verband met het “Horster” hundje. Het tilt wel al heel voorzichtig een klein stukje een van zijn achterpootjes op.’ 
Waarvan akte. 

dinsdag 18 oktober 2016

Klein mysterie 722 – Hedde dórst (2)

‘Is het Hôrster Hundje nu geënt op Jan(tje) (de) Worst? Of Jan(tje) (de) Worst op het Hôrster Hundje? Of zit het toch nog net iets anders?’
Met die vragen eindigde het eerste stukje (klik hier) over het rijmpje over het Hôrster Hundje (Hedde dórst?/ Dá godde nà Hôrst: / doa stiët en hundje / dát pist ow in ’t mundje). Welnu, het zit toch nog net iets anders. Zo vermoed ik althans. Mijn hypothese is dat de bron van het rijmpje niet ligt bij Jan Worst, maar bij een telg van de Duitse tak van het geslacht der Worsten, en wel Hans. Over de grens bekendheid genietend als Hanswurst, hier als Hansworst. Hanswurst (Hans Wurst) is een wat sullige toneelfiguur, vanaf de zestiende eeuw in Duitsland opduikend in komedies die werden opgevoerd op bijvoorbeeld jaarmarkten. In Nederland was Hansworst behalve een personage in toneelstukken aanvankelijk ook de komische hoofdfiguur van de oud-Hollandse poppenkast. Pas toen Jan Klaassen ten tonele verscheen, moest Hansworst het veld ruimen. Toch is hansworst als synoniem voor een niet serieus te nemen, onhandig persoon tot op de dag van vandaag in het Nederlands blijven voortleven. En dat niet alleen, hij staat ook nog altijd bekend als bezitter van een hondje dat dorstigen in het mondje piest/pist/plast (klik bijvoorbeeld hier, hier en hier):

Heb je dorst
dan ga je naar Hansje Worst.
Die heeft een hondje
en die piest zo in je mondje.

Ligt het gezien het voorgaande niet heel erg voor de hand om te veronderstellen dat de excentriekeling Hansworst/Hans(je) Worst aan de bron staat van het rijmpje? En dat Jan(tje) (de) Worst, Berend Worst, Keessie van der Horst (Heb je dorst … / ga naar Keessie van der Horst / die heeft een hondje / en die piest zo in je mondje; klik hier) en al die anderen zijn geënt op Hans Worst? Zelfs het Hôrster Hundje?
Afsluitend: ik heb geen enkele aanwijzing gevonden wie wanneer het rijmpje over het Hôrster Hundje heeft bedacht en/of geschreven. En hoewel hard bewijs ontbreekt, lijkt het me waarschijnlijk dat het is afgeleid van een ouder rijmpje waarin Hansworst/Hans(je) Worst figureert. Ik besef dat deze veronderstelling een hard gelag moet zijn voor hardcore Horster chauvinisten, maar het is helaas niet anders.
Is er dan niets om de inborst van lokale chauvinisten op te vrolijken? Misschien toch wel. In alle varianten op het rijmpje die ik ben tegengekomen wordt de dorstige aangeraden naar een (mans)persoon te gaan. De Horster variant is in zoverre uniek dat het de enige mij bekende is waarin de dorstige het advies krijgt zijn of haar dorst te lessen in een plaats. (En ga me nou niet vertellen dat er ook varianten bestaan waarin een Broekhuizenvorster, Grubbenvorster, Bronkhorster of weet ik wat voor –orster hondje voorkomt.)     
Wat het Hôrster Hundje natuurlijk ook nog onderscheidt van Hans, Jan, Berend en alle andere Worsten: het is vereeuwigd in een beeld – hoe wanstaltig ook.