zondag 30 maart 2025

Intermezzo – Puur schuur

Woorden vinden om te verklaren waarom je iets mooi of goed vindt, kan soms lastig zijn. Maar in het geval van de schuur aan de Swolgensedijk in Melderslo kost het me geen enkele moeite.


De schuur aan het oostelijke uiteinde van de Swolgensedijk in Melderslo is de mooiste schuur van Horst aan de Maas. Dat zit ‘m vooral in zijn puurheid, zijn eenvoud, zijn bescheidenheid, eerlijkheid zelfs. Hier worden geen spelletjes gespeeld, hier worden de zaken niet mooier voorgesteld dan ze zijn, hier wordt niets opgedirkt. Hier is alles wat het is. Pronken is niet nodig, de vrijstaande ligging te midden van onafzienbare blauwebessenplantages garandeert automatisch aandacht.


Hoe zalig dat het zicht op en de toegang tot de schuur niet worden verstoord door hekwerk. Een open mind in plaats van grimmigheid. ‘Kom hier even schuilen voor de regen.’ ‘Nou ja, als je echt niks anders hebt, kan je hier een nachtje doorbrengen, maar verwacht geen luxe.’  


De constructie van de schuur laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Form follows function. De visuele aantrekkingskracht schuilt bovenal in de vormgeving van de beide zijgevels. Met name de uitkragende planken aan het uiteinde van de voorgevel leiden tot een beeld van ongekende schoonheid.


De puurheid komt ook tot uiting in het materiaalgebruik: eenvoudige houten planken, onbeschilderd en op het oog ook verder nauwelijks bewerkt. Dat dit op sommige plekken tot reten leidt? Geen onoverkomelijk bezwaar.


Dat de westelijke zijgevel in vergelijking met de oostelijke een havelozer indruk maakt? Logisch gevolg van de overheersende wind-, regen- en zonrichting, moeten we te zijner tijd iets op verzinnen.


Valt op deze onovertroffen schuur dan werkelijk helemaal niets aan te merken? Toch wel: het detonerende golfplaten dak. ‘Ook dit getuigt van functioneel bouwen, eerlijkheid en utiliteitsdenken’, zou je kunnen zeggen. Inderdaad. Maar het oog wil ook wat. Hopelijk ontkomen de beide zijgevels in de toekomst aan dit wrede golfplatenlot.

donderdag 27 maart 2025

Intermezzo – Americaanse machtsovername

Terwijl de ogen van de wereld steeds meer zijn gericht op de Amerikaanse overname van Groenland, heeft zich hier in ons eigen Horst aan de Maas in alle stilte al zo’n vijandelijke machtsovername voltrokken. Wellicht geïnspireerd door de annexionistische neigingen van zijn grote overzeese broer heeft het nietige America namelijk zonder dat iemand het in de gaten had zijn territorium uitgebreid met Meterik en Swolgen. Daarmee heeft het zijn aantal inwoners meer dan verdubbeld: van 2.362 naar 5.195. Misschien van nog wel wezenlijker belang is dat America met deze annexatie zijn landbouwareaal aanzienlijk heeft vergroot.


Het Trumpiaans aandoende staaltje van Americaanse bravoure kwam gisteren aan het licht na de lancering van de Interactieve voetbalkaart. Deze kaart (klik hier) toont de verspreiding van seizoenkaarthouders van betaald voetbalclubs over Nederland. Inzoomend op de gemeente Horst aan de Maas blijkt dan bijvoorbeeld dat Lottum de kern is met de meeste VVV-seizoenkaarthouders (tachtig procent), dat Griendtsveen uitsluitend seizoenkaarthouders van PSV telt (namelijk vijf), dat Evertsoord als enige kern geen enkele seizoenkaarthouder van een betaald voetbalclub herbergt en dat in Horst het aantal seizoenkaarthouders van VVV dat van PSV maar net overstijgt.


Goed. Maar zoom je op de kaart in op Meterik, dan verschijnen deze gegevens in beeld:


En wil je weten hoe in Swolgen de seizoenkaarthouders zijn verdeeld, dan zie je dit:


Overtuigender bewijs van de Americaanse machtsovername is nauwelijks te vinden. Tegelijkertijd rijst de vraag welke kern van Horst aan de Maas het volgende slachtoffer van de Americaanse landhonger zal zijn.


Of zouden de begerige blikken van America verder reiken dan uitsluitend Horst aan de Maas? Venray, Venlo, Helmond: let op uw saeck!

P.S. Vandaag (vrijdag 28 maart) is de kaart in die zin aangepast dat ze uitsluitend nog de totaalcijfers voor de gemeente Horst aan de Maas toont: in totaal 411 seizoenkaarhouders waarvan 190 VVV, 164 PSV en 19 Ajax.

woensdag 26 maart 2025

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (3) | Heesbeemden

Soms is het ook wel eens fijn om bevrijd van al te veel kennis en onderzoek over iets te kunnen schrijven. Dat is bijvoorbeeld het geval met de voormalige vuilstortplaats in Kronenberg, in de Heesbeemden. JP heeft me ooit verteld dat hier een voormalige vuilnisbelt ligt en, betrouwbaar als JP doorgaans is, heb ik dat voor waar aangenomen.


Ik ben hier eind februari. Een week eerder ben ik door m’n rug gegaan. Lopen over een vlakke ondergrond gaat prima, maar elke oneffenheid in het oppervlak is goed voor een pijnscheut in m’n rug. Voor één keer hopen op gebaande paden. Uitbundige zonneschijn, fris windje. Een tussen twee paaltjes gespannen ketting moet de doorgang versperren. Aan de ketting bungelt aan twee ijzerdraadjes een prachtig verweerd bordje, ongetwijfeld ooit de toegang voor onbevoegden verbiedend.


De ketting vormt geen noemenswaardige barrière, ook niet voor de rug. Na honderd meter de restanten van een hek en dan buigt het gebaande, door hoge bomen geflankeerde pad ineens naar links af.


Een beklimming van Caubergiaanse proporties volgt. Aan het einde van de beklimming, als het gebaande pad weer naar rechts is afgebogen, ineens een hoogvlakte met een prairieachtig aanzien – America is niet ver weg.


Rechts enkele bijenkasten, links lonkt in de verte, hoog oprijzend boven de prairie, een jachthut. Een gevelde boom verspert het gebaande pad. Kruip door sluip door. Pijnscheut op pijnscheut. Voorbij de gevelde boom eindigt het gebaande pad. Het maakt plaats voor bedjes van gebroken rietstengels. Hippen van het ene oneffen bedje naar het andere oneffen bedje. Pijnscheut op pijnscheut. Omkeren, met die jachthut in greifbarer Nähe? Geen denken aan. Ontberingen lijden, de held uithangen, met een jachthut als beloning.


Het uitzicht hierboven leidt tot het inzicht dat het best hoog moet zijn hier. Metertje of vijftien? Atypisch om in een omgeving waar zo ongeveer alles bordwaardig wordt bevonden hier op de top geen houten bordje aan te treffen met daarop een hoogtevermelding van de Monte Corona. Maar goed, hippend van oneffen bedje naar oneffen bedje, pijnscheuten trotserend, afdalend over het gebaande pad en ook de ketting met het verweerde bordje overwinnend, bereik ik weer mijn verlossende fiets. Mission completed.


P.S. Vanwege lichte twijfel of het inderdaad de Heesbeemden heet, achteraf toch maar even gegoogled. Wikipedia: ‘De Heesbeemden omvat tevens De Blakt en De Haagens. De Blakt was tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw een vuilstortplaats. Waar de stortplaats was ligt nu een heuvel in het gebied.’

woensdag 19 maart 2025

Intermezzo – Zandweggetje weg

Mensen eigenen zich van alles en nog wat toe. Denk aan dieren, bossen, rivieren, zeeën, bergen, oerwouden, de ruimte. Deze entiteiten hebben met elkaar gemeen dat ze onmondig zijn. Dat betekent dat er altijd óver hen wordt gepraat, nooit mét hen. Gelukkig is er een trend gaande om ook hen een stem te geven, in de vorm van mensen die hen vertegenwoordigen. De Noordzee is een voorbeeld van zo’n entiteit die inmiddels een stem heeft.


Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen week met Ger Hermans over een zandweggetje liep in zijn woonplaats Melderslo. Een zandweggetje over het Melders Veld, een eeuwenoud complex van aaneengesloten akkers. Het lijkt een zandweggetje van niks: voor het grootste deel kaarsrecht, niet romantisch, niet omzoomd door bomen. In wezen doet het alleen wat een weg wordt geacht te doen, namelijk je van hier naar daar brengen, in dit geval van de Lottumseweg naar de Denenweg (en vice versa). Maar dit onopvallende zandweggetje draagt een geschiedenis met zich mee die op z’n minst twee eeuwen teruggaat. Het was de levensader die afgelegen boerderijen verbond met de wereld, aanvankelijk vooral met Horst en later, toen Melderslo zich vanaf het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde tot een dorp met een kerk en een school, ook met Melderslo. Vandaag de dag is het zandweggetje vooral onderdeel van een veel gelopen wandelroute.

Deze uitsnede geeft de situatie ter plekke rond 1840 weer. Linksboven de huidige Lottumseweg, rechtsonder de huidige Denenweg. Daartussen het groen gearceerde zandweggetje.
We zijn hier omdat de eigenaar, de gemeente Horst aan de Maas, het zandweggetje wil verkopen aan de eigenaar van de aangrenzende percelen – waardoor historisch erfgoed in commerciële handen komt en het voortbestaan ervan twijfelachtig wordt. Dat stemt Ger Hermans, bestuurslid van LGOG (Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap) Kring Ter Horst, verdrietig. ‘Dit is niet zomaar een lap grond. Het is een tastbare herinnering aan ons verleden, het weerspiegelt de ziel van dat verleden. Het verdwijnen van het weggetje zou een gat slaan in ons gemeenschappelijk erfgoed. Het zegt iets over onze voorouders, hun noeste arbeid, hun verbondenheid met het land. Als we oude wegen en paden verliezen, verliezen we een stukje van onszelf.’


In een week waarin ook al bedreigingen opdoemden voor de toekomst van de Kasteelse Bossen en kasteel Ooijen, komt het mogelijke verdwijnen van het weggetje extra hard aan bij Ger. ‘Het erfgoed van Horst aan de Maas gaat in de verkoop’, sombert hij.


Bezwaar indienen tegen het gemeentelijk voornemen om het zandweggetje te verkopen, is alleen mogelijk voor belanghebbenden. Zijn niet alle inwoners van Horst aan de Maas belanghebbenden? Of moeten we soms lijdzaam toezien hoe erfgoed verdwijnt? Is het onmondige zandweggetje zelf trouwens niet de allergrootste belanghebbende? Wordt het niet tijd dat ook ogenschijnlijk onbetekenende historische relicten een stem krijgen die opkomt voor hun belangen?

N.B. 1 Dit stukje verscheen vandaag in ingedikte vorm ook in Via Horst-Venray

N.B. 2 Ger Hermans maakte gisteren tijdens de raadsavond gebruik van het burgerpodium om de gemeenteraad te wijzen op het belang van een zorgvuldige omgang met historische infrastructuur. Bekijk en beluister zijn betoog hier (ga naar 2.03.10). Let overigens ook op de waarschuwing van burgemeester Ryan Palmen aan het adres van Ger Hermans nog voordat die ook maar een woord heeft gesproken. Een warm welkom klinkt bepaald anders.

Trapveldjesvoetballers (7)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Omar al Jmasy, Gaza-Stad, overleden 17 maart 2025, 15 jaar oud


Twee maanden lang was het relatief rustig in Gaza. Dinsdagochtend vroeg hervatte Israël de luchtaanvallen op Gaza. Onder de meer dan vierhonderd doden ook de vijftienjarige Omar al Jmasy. Zijn een jaar oudere zus Layan en zijn ouders behoorden eveneens tot de slachtoffers.


Ahmad Abu Rizik is initiatiefnemer van het onderwijsproject Gaza Great Minds. Hij kende broer en zus Jmasy als leerlingen van een van de tentscholen die hij een klein jaar geleden stichtte in Gaza-Stad. Hij omschrijft Omar als ‘erg slim’, een uitblinker op school en als iemand die gek was van voetbal.


Rizik is zelf vader van drie kinderen. Sinds 7 oktober 2023 heeft hij al zeven verblijfplaatsen gehad: ‘Ik woonde in een school, in een van de klassen, ik woonde in een tent, ik woonde letterlijk op straat. Ik woonde in een van de kampen in Gaza, in een heel klein tentje, ik woonde in een gedeeltelijk verwoest huis.’

Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas. Ditmaal dat tussen Blauwververstraat en Radmakerstraat in Horst. Klik hier voor de voornaamste bron voor dit stukje.

dinsdag 18 maart 2025

Intermezzo – Boodschappenbriefje (12)


Toen ik gisteren dit boodschappenbriefje aantrof in mijn AH-winkelkarretje beschouwde ik het aanvankelijk als een geschenk uit de hemel. Een dag eerder had ik me namelijk godsgruwelijk zitten te ergeren aan Ajax-AZ en dit briefje bood me een uitgelezen kans mijn gal te spuien. Want dat ‘Vak 211 rij 6 stoel 380 381’ kon toch niets anders betekenen dan dat de auteur van dit briefje twee kaartjes had weten te bemachtigen voor Ajax-AZ?


In mijn hoofd had ik de helft van het stukje al geschreven nog voordat ik het winkelkarretje weer had teruggezet in de winkelkarretjesstalling. Ik zou de man – ongetwijfeld een man, die auteur – in het stukje vragen of hij ook zo gedeprimeerd was door het lamlendige, van elke frivoliteit gespeende Ajax-voetbal. Vragen of hij het met me eens is dat Wouter Goes de meest irritante voetballer is die er momenteel rondloopt op de Nederlandse velden. Vragen of hij zich hopelijk toch ook wel vreselijk gestoord had toen hij na afloop thuis de wedstrijd nog eens terugkeek en al die elkaar napapegaaiende pseudodeskundigen hoorde beweren dat Higler langer na had moeten denken over die tweede gele kaart voor Penetra. Vragen of hij eveneens met stomheid was geslagen toen hij diezelfde elkaar napapegaaiende pseudodeskundigen hoorde beweren dat het een wedstrijd op topniveau was geweest.

Maar toen ging ik opzoeken waar de goede man en zijn metgezel ergens in het stadion hadden gezeten. En toen bleek dat de Arena wel een vak 111 en een vak 411 heeft, maar beslist geen vak 211. En toen kwam ik er achter dat de Ziggo Dome, honderd meter verderop, wel een vak 211 heeft, zelfs met rij 6 en de stoelen met de nummers 380 en 381. En toen vroeg ik me af of de man en zijn metgezel naar Lenny Kravitz gaan. Of naar Billie Eilish. Of naar Suzan & Freek. Of misschien toch in januari volgend jaar naar Frans Pollux en Lex Uiting?


En nu vraag ik me af of de partner van de man beschuit, bamigroente en bami op het briefje heeft geschreven. En of courget het werk is van de man of van zijn partner.

maandag 17 maart 2025

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (2) | Gasthoêskoel

Koel betekent in het Horster dialect niet alleen ‘koel’ en ‘kuil’ maar ook ‘poel’. Ook schuin tegenover het huidige Gasthoês bevond zich zo’n koel, die – hoe verrassend – Gasthoêskoel werd genoemd.


Op deze foto uit 1931, genomen vanaf de Bakensmolen, is links een deel van de Gasthoêskoel te zien. Verder op de voorgrond de textielfabriek van de gebroeders Rutten, daarachter het Gasthuis (nog zonder kapel) en daar weer achter het ursulinenklooster en de Sint-Lambertuskerk.


Op bovenstaande kaart uit 1895 is de koel ook al ingetekend. Getuige onderstaand krantenbericht uit 1908 werd de Gasthoêskoel in elk geval gebruikt om de was in te doen:


Terzijde: het bericht illustreert perfect de betekenis van het dialectwoord wâswiêf. Terug naar de Gasthoêskoel: er zal in en rondom de poel ongetwijfeld veel plezier zijn beleefd, toch is de koel in krantenberichten vrijwel uitsluitend terug te vinden als er sprake is van incidenten. Meestal hadden die een goede afloop, zoals hierboven en ook in 1906


en in 1911, toen een op de poel schaatsende jongen door het ijs zakte.


In 1918, toen opnieuw een jongen bij het schaatsen door het ijs zakte, liep het minder goed af:


De was doen, schaatsen, zwemmen misschien, maar hoe zit het dan met de Gasthoêskoel als vuilstortplaats? Het lijkt erop dat in de jaren twintig voor het eerst stemmen opgingen om de koel te dempen. In mei 1931 was het zover. Het dempen verliep op bijzonder praktische wijze: de gemeente wees de Gasthoêskoel samen met de Middelijksekoêl aan als locatie voor het storten van puin en huisvuil, zodat de koel geleidelijk zou verdwijnen.


Binnen twee jaar moet het karwei al zijn geklaard, blijkt uit krantenberichten waarin sprake is van ‘de gedempte Gasthuiskuil’. Een voorstel om het perceel vervolgens in te richten tot woonwagenkamp haalde het niet. Het duurde tot 1937 voordat een bestemming werd gevonden: op 18 maart van dat jaar besloot de gemeenteraad tot de bouw van een veemarkthal ter plekke. Die was nog voor het einde van het jaar gerealiseerd (kom daar nu nog maar eens om).

woensdag 12 maart 2025

Intermezzo – Maasresort Kasteel Ooijen (2)

Gisteravond op de agenda van de Horster gemeenteraad: de toekomst van kasteel Ooijen en omgeving. Zoals zondag al geschreven (klik hier) wil een ondernemer van het huidige Recreatiepark Kasteel Ooijen een vakantiepark maken met onder meer honderden recreatiewoningen en een jachthaven. Dit moet over een jaar opengaan onder de naam Maasresort Kasteel Ooijen.


De gemeenteraad toonde zich overwegend vol lof over de ondernemingszin en volharding van de initiatiefnemer. De kritiek van een deel van de raad had vooral betrekking op de voorgenomen bouw van een poortgebouw en twee torens van bijna twintig meter, pal voor het eeuwenoude kasteel. Essentie, Hart voor Horst aan de Maas, Perspectief en de VVD hekelden het feit dat het college van burgemeester en wethouders een negatief advies van de onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over het poortgebouw en de torens naast zich neer had gelegd, net als verontruste en verontwaardigde brieven van erfgoeddeskundigen. Ton Wismans (Perspectief): ‘Het kasteel verdwijnt zo in een soort themapark.’


BVNL, CDA, D66-GroenLinks, Doen en de PvdA waren aanzienlijk milder voor het college. Imke Emons (BVNL): ‘Er wordt niet aan het rijksmonument gezeten.’ Jan Wijnen (PvdA): ‘Het kasteelgevoel is er nu toch al niet te vinden. Ook wij hebben het beeld dat de ondernemer heel veel waarde hecht aan wat er nog staat.’ Maarten Voesten (D66-GroenLinks) volstond met de constatering dat het poortgebouw en de torens ‘op het randje van wenselijkheid zitten’.


En de verantwoordelijke wethouder, Robert Martens (D66-GroenLinks)? Die vergeleek het met De Efteling: ‘Bij aankomst rijd je daar tegen een poortgebouw aan. Dat is de eyecatcher. Dat wil deze initiatiefnemer hier ook. Omdat hij dit zo belangrijk vindt, zijn we op dit punt afgeweken van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.’ Nathalie Rozendaal (Hart voor Horst aan de Maas): ‘Begrijp ik het dan goed dat wat de initiatiefnemer wil uitstijgt boven het belang van het erfgoed?’ Robert Martens: ‘Ja.’


Uiteindelijk stemden alleen Hart voor Horst aan de Maas en Perspectief tegen het plan. Slotspreker Hilde Spreeuwenberg (Perspectief) zette de puntjes op de i:
‘Ik vind het een bijzondere gewaarwording hoe hier over erfgoed wordt gesproken. Dat sommige partijen zeggen “We hopen dat er naar het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, het LGOG en de Bond Heemschut wordt geluisterd, maar we stemmen wel vol vertrouwen in”. Jullie hebben de wethouder gehoord: hij vergelijkt een rijksmonument in onze gemeente met De Efteling, een vergelijking van erfgoed met een pretpark. Dat een meerderheid hier in de raad daar genoegen mee neemt, vind ik zeer ernstig.’
Geen speld tussen te krijgen. De zachte krachten leggen het weer eens af tegen het grote geld. Tijd om Henriëtte Roland Holst-van der Schalk er maar weer eens in te gooien: ‘De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind.’ Laten we ons daar aan vasthouden.

Intermezzo – Schuifplaatje

Zo nu en dan vraagt iedereen zich wel eens af waar ze op dat gemeentehuis van ons toch mee bezig zijn. Welnu, wethouder Eric Beurskens (Essentie) lichtte gisteravond tijdens de gemeenteraadsvergadering een tipje van de sluier op: schuifplaatjes maken!


Luister (klik hier en ga naar 2.13.37) of lees mee: ‘We moeten een schuifplaatje gaan maken op grond van alle gegevensomstandigheden in de Omgevingswet. Nu hebben we bijvoorbeeld geen vrije pachtgrond meer. Als je straks dus schuifplaatjes wil hebben, wil je ook agrariërs helpen om van a naar b te kunnen schuiven. Dat betekent dat we op dit moment onze grondpositie echt willen versterken, zowel voor woningbouw als voor dit soort schuifplaatjes. We moeten echt schuifplaatjes gaan maken voor de herstructurering van ons totale buitengebied.’

Zing mee:

Ge-meeeente-huis!
Ge-meeeente-huis!
Ge-meeeente-huis!

– het is al begonnen hoor, ik zou wel een beetje opschieten –
 
Laat je speelgoed staan
schuif gezellig mee
In het gemeentehuis
In het gemeentehuis

maandag 10 maart 2025

Intermezzo – Kasteelse Bossen

Soms vraag je je af waarom dingen zo moeilijk worden gemaakt. Neem nu de Kasteelse Bossen in Horst. Volgens de gemeente zijn daar ‘uitdagingen die om aandacht vragen’. En dus moest er een gebiedsprogramma komen. En dus gaf de gemeente Jan Jenneskens opdracht dat gebiedsprogramma op te stellen. Met als doel: ‘Gezamenlijk met stakeholders het gebied Kasteelpark ter Horst meer in balans brengen waardoor er een verbetering van sociale veiligheid, versterking van de groene kwaliteiten van het gebied en bevordering van de biodiversiteit ontstaat.’


Jan Jenneskens scheidde uiteindelijk een vier pagina’s tellend Gebiedsprogramma en een zes pagina’s tellend Uitvoeringsprogramma op (overigens zonder die te ondertekenen). Scherpe, duidelijke keuzes maakt hij daarin niet, er hangt eerder een geur van vlees noch vis omheen. Vreemd genoeg deed Jenneskens daarna op 20 februari in De Limburger in een interview met Eric Seuren wel allerlei ferme, kristalheldere uitspraken over de toekomst van de Kasteelse Bossen. Citaat:
‘Volgens Jenneskens moet het document voor balans zorgen in het bos- en parkgebied. Een plek waar mensen komen voor rust, groen en ontmoeten en niet voor groeiend toerisme met nieuwe initiatieven of evenementen. Van kasteelpark weer terug naar de Kasteelse Bossen. “De nieuwe uitbreiding van Mind Mystery past op basis van dit document niet, een box op de kasteelruïne of een uitbreiding van sportterreinen evenmin. En drie horecazaken in het gebied zijn echt genoeg”, somt Jenneskens op.’

Morgen bespreekt de gemeenteraad de toekomst van de Kasteelse Bossen aan de hand van het Gebiedsprogramma en het Uitvoeringsprogramma. Maar waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Neem niet die beide programma’s maar de uitspraken van Jan Jenneskens in De Limburger als uitgangspunt voor de bespreking. Zal je zien dat de voltallige gemeenteraad zich achter die uitspraken schaart. Ga vervolgens akkoord met de voorgestelde aanstelling van een gebiedsmanager die aan de slag gaat met de meest dringende zaken (denk onder meer aan aanpak verkeersproblemen, beheer strandbad, verlichting, toezicht, terugkeer afvalbakken). Beloof ten slotte plechtig om minimaal de komende tien jaar met je begerige vingers van de Kasteelse Bossen af te blijven. Bossen zijn bedoeld om bossen te zijn. Laat dat vooral zo blijven.


(En inderdaad: verban die naam Kasteelpark Horst nu eindelijk eens naar de eeuwige jachtvelden. Zoals Horst-sweet-Horst ruim vijftien jaar geleden al schreef (klik hier): ‘Er was een bos. Iemand (een hoteleigenaar) noemt dat park. Omdat hij het park noemt, gaan wij het ook park noemen. Vreemd.’)

zondag 9 maart 2025

Intermezzo – Maasresort Kasteel Ooijen (1)

Nu ligt het er nog wat vervallen bij, maar over een jaar moet Recreatiepark Kasteel Ooijen zijn herschapen in een eldorado met onder veel meer 90 luxe, 75 minder luxe en 30 drijvende recreatiewoningen, een jachthaven met aanlegplaatsen voor 123 boten, een drijvend restaurant, een paardenhal, allerlei torens, een bestaand kampeerterrein dat wordt uitgebreid en een nieuw kampeerterrein met 25 standplaatsen.


Dinsdag dient de gemeenteraad van Horst aan de Maas akkoord te gaan met wat Maasresort Kasteel Ooijen gaat heten. De gemeenteraad een beetje kennende gaat dat ook gebeuren. Wat niet wegneemt dat je de nodige vraagtekens kan zetten bij deze ontwikkeling. Hoe wenselijk is bijvoorbeeld zo’n grootschalige recreatieve voorziening in een gebied dat juist de afgelopen jaren is omgetoverd in een landschappelijk pareltje met hoogst bijzondere flora en fauna? Wat doet dit met de rust en stilte ter plekke? Zet deze ontwikkeling bij gebleken succes de deur niet open naar verdere expansie? Waarom die nep-historische façade-architectuur die de illusie van een havendorpje moet gaan wekken? Hoe kan het college van burgemeester en wethouders akkoord gaan met dit plan terwijl het zelf erkent dat ‘de ervaring leert dat de overlast op de dorpen op [sic] de omgeving zeker enorm negatief is’?


Misschien wel het meest onbegrijpelijk is dat het gemeentebestuur de onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en haar eigen ambtenaren op het gebied van erfgoed en stedenbouw zo onbarmhartig in hun hemd zet. Wat is het geval? Het plan voorziet in een poortgebouw met een toren van 18,5 meter hoog en een vrijstaande toren, eveneens 18,5 meter hoog, op enkele meters van kasteel Ooijen, een rijksmonument. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de betrokken ambtenaren hebben zich tegen dit onderdeel van het plan gekeerd. De overwegingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vallen niet te achterhalen omdat ze niet openbaar zijn. Het enige dat het burgemeester en wethouders erover kwijt willen: ‘Het advies van de CRK is bijna volledig overgenomen behoudens het poortgebouw en de vrijstaande toren.’ Vermoedelijk was de Commissie net als de ambtenaren bang voor ‘aantasting van de beeldkwaliteit, de uitstraling en de beleving van het monument’. Burgemeester en wethouders hebben het negatieve advies van de commissie en de ambtenaren vervolgens terzijde geschoven. Waarom? Het college: ‘De initiatiefnemer wilde graag de toren omdat dit naar zijn mening paste bij de recreatieve functie van het park. Het is een bestuurlijke afweging geweest.’ Met andere woorden: de wil van de initiatiefnemer is wet.


En passant heeft het college de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ook nog eens buitenspel gezet als het gaat om toekomstige ontwikkelingen op Maasresort Kasteel Ooijen.


Opnieuw dreigt historisch erfgoed het onderspit te delven. Ons gebouwd verleden staat sowieso al niet zo hoog in aanzien op het gemeentehuis. Maar met de draai om de oren die de gemeente kreeg over haar omgang met de ruïne van kasteel Huys ter Horst nog vers in het geheugen, had je in dit geval toch anders mogen verwachten. Een nieuwe oorwassing lijkt aannemelijk: de gemeente heeft de wettelijke taak om rijksmonumenten te beschermen. 


Lieve gemeenteraad, laat dinsdag je tanden zien, volg het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de betrokken ambtenaren wat betreft het poortgebouw en de torens, en maak het buitenspel zetten van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wat betreft toekomstige ontwikkelingen ongedaan. 

zaterdag 8 maart 2025

Intermezzo – Henriëtte Bels-Koning

Vandaag, op 8 maart, Internationale Vrouwendag, moet ik denken aan een vrouw die geregeld bij mijn opa en oma in hun bungalow aan de Julianastraat op bezoek kwam. In mijn herinnering was het een statige vrouw met een knotje, ongeveer van de leeftijd van mijn respectievelijk in 1906 en 1908 geboren opa en oma. Ze kwam altijd op de fiets, zoals het betaamt een statige fiets. Het bijzondere van die fiets waren de moffen aan beide uiteinden van het stuur. Nooit eerder gezien, later evenmin.

Wat de connectie was tussen de vrouw en mijn opa en oma, weet ik niet zeker. Mogelijk was de vrouw net als mijn opa – Meerssenaar van geboorte – afkomstig uit Zuid-Limburg. Vreemd genoeg heb ik dan weer niet het idee dat ze in dialect met elkaar spraken. De vrouw had ook een man, maar ik geloof niet dat ik die ooit heb gezien. Ze woonden in een bungalow aan de Paulus Potterstraat, als ik me niet vergis. Ze hadden geen kinderen, als ik me niet vergis. Wel een hond, als ik me niet vergis. Een herdershond, als ik me niet vergis. Een herdershond die Vosje heette, als ik me niet vergis. Verzorgde mijn opa Vosje misschien als de vrouw en haar man elders verbleven?

Mevrouw Bels (zittend tweede van links) en haar echtgenoot Pieter (staand uiterst links) bij de oprichting van het Proefstation op 27 juni 1957 (foto overgenomen uit Horster historiën deel 3)
De vrouw had iets te maken met champignons, zoveel begreep ik er wel van als kind. Pas veel later werd me duidelijk dat dr. Henriëtte Christina (‘Jet’) Bels-Koning een absolutie grootheid was op het gebied van onderzoek naar champignons. ‘Zij was de grondlegster van het wetenschappelijk onderzoek voor de bedrijfstak’ stond in de advertentie die Stichting Proefstation voor de Champignoncultuur plaatste bij het overlijden van ‘mevrouw Bels’ (zoals ze bij mij bekend stond) in 1993.

Mevrouw Bels (staand vierde van links) op Trafalgar Square in Londen, september 1958 (foto overgenomen uit De champignoncultuur, november 1958)
Wat informatie bij elkaar schrapend kom ik er nu achter dat mevrouw Bels inderdaad van de leeftijd van mijn opa en oma was en inderdaad net als mijn opa uit Zuid-Limburg kwam – ze werd in 1905 geboren in Houthem. Ze promoveerde in 1933 aan de universiteit van Utrecht. In 1944 huwde ze met de vijf jaar jongere bioloog Pieter Bels, ook al een beroemdheid op het gebied van de champignonteelt. Samen deden ze van 1944 tot 1952 onderzoek naar de samenstelling van champignoncompost in een laboratorium in Houthem. Toen dit onderzoekscentrum werd opgeheven, zetten ze hun onderzoek voort in het Canadese Quebec. In 1957 keerden ze terug naar Nederland toen in Horst de Stichting Proefstation voor de Champignoncultuur werd opgericht. Pieter werd aangesteld als directeur, zijn echtgenote als onderzoeker. Tot de opening van het Proefstation aan de Venrayseweg in 1959 deed hun woning aan de Meterikseweg dienst als kantoor, bibliotheek en laboratorium.

De heer en mevrouw Bels in de beginjaren van hun champignononderzoek (foto overgenomen uit Horster historiën deel 3)
Pieter Bels bleef tot 1968 directeur van het Proefstation. Hij overleed in 1983. In 1963 memoreerde hij in het Algemeen Dagblad: ‘Wij hebben elkaar leren kennen toen wij samen biologie studeerden in Utrecht. Ik heb het vak van mijn vrouw geleerd; die was al assistente van hoogleraren toen ik in Utrecht kwam.’ Mevrouw Bels in 1965 in Trouw:
‘Je praat over champignons, je staat er mee op en je gaat er mee naar bed. Interessant, dat ik de enige Nederlandse biologe ben die zich met de champignonteelt bezig houdt? Helemaal niet. Wat maakt het nu uit of je dit als man of als vrouw doet. Ik ben gewoon wetenschappelijk ambtenaar in het proefstation. Jaren geleden heb ik me met populierenziekten bezig gehouden. En bovendien, ik ben niet de enige vrouw, die hier werkt...’

In Horst is een straat vernoemd naar Pieter Bels. In Horst is geen straat vernoemd naar mevrouw Bels. Zo lang dit zomaar kan blijft Internationale Vrouwendag nodig.

(Dit stukje is mede gebaseerd op P.M. Schaper, ‘Van Houthem naar Horst. Onderzoek, voorlichting en onderwijs voor de champignonteelt’ in: Horster historiën 3 (Horst 1992) 269-290)