Niemand is onfeilbaar, ook ik niet. Op 4 december suggereerde ik hier dat Leon
Litjens als inspreker in de gemeenteraadsvergadering over de Omgevingsvisie zou
hebben gezegd ‘Minder gezondheid, meer economie’. Dit klopt niet. Wat hij wel
zei: ‘In deze visie ligt de focus sec op gezondheid. Echter om keuzes te
realiseren is ook een goede economie nodig. Het CDA pleit dan ook voor een
gezonde balans tussen gezondheid en economie.’ Waarvan akte.
Leon Litjens zei toen ook: ‘Als CDA vrezen we dat de economie een forse dreun
gaat krijgen door de eenzijdige keuzes.’ Maar teveel economie is ook weer niet
goed, zo bleek dinsdag toen de lijsttrekker van het CDA opnieuw insprak tijdens
de raadsvergadering, ditmaal over Greenport: ‘Ik heb het idee dat het alleen
nog gaat over economie en niet meer over ecologie, leefbaarheid en
duurzaamheid.’ Schuldbewust ging de voormalig wethouder verder: ‘Als je
terugkijkt zijn er dingen die we anders en beter hadden kunnen doen. Ik loop
daar niet voor weg, wat fout is, is fout, daar ga ik niet omheen draaien en
eventueel excuses voor maken.’
‘Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’, zo verwoordde Leon Litjens het
onlangs op z’n Facebookpagina. Beter laat dan nooit inderdaad, maar als we het
toch in de spreekwoorden en gezegdes gaan zoeken, zijn ‘Het berouw komt na de
zonde’ en vooral ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’ toepasselijker.
Want zelfs al wordt Klaver 7 bij Sevenum (het laatste nog te ontwikkelen onderdeel
van Greenport) groener en kleinschaliger dan de rest van Greenport (wat te
hopen valt), dan is dat niet meer dan een doekje voor het bloeden. Daarmee valt
de totale landschapsvernietiging en alle daaruit voortvloeiende ellende in het
gebied tussen Sevenum, Grubbenvorst, Venlo en Blerick niet weg te poetsen. En
als één partij hiervoor verantwoordelijk is, dan is het wel het CDA (inclusief
de nummers 1 en 49 op de kandidatenlijst voor de komende verkiezingen), dat in
Horst aan de Maas jarenlang in het college de portefeuille Greenport in handen
had. Daarom mag je van het CDA in dit opzicht nederigheid verlangen. Het gaf
dan ook geen pas dat Leon Litjens dinsdag dreigde andere partijen nadrukkelijk ter
verantwoording te roepen over hun standpunt en stemgedrag wat betreft Klaver 7.
Zoals het ook geen pas geeft dat hij wel pretendeert de oplossing voor
financiële problemen te hebben, maar weigert die oplossing openbaar te maken,
ook niet nadat Kay Thijssen (Essentie) daar dinsdag nadrukkelijk om vroeg.
Dit alles neemt uiteraard niet weg dat het een zegen voor Horst aan de Maas zou
zijn als het CDA zijn dwaalspoor inderdaad verlaat, niet langer eeuwig en
altijd het (agrarisch) ondernemersbelang voorop stelt en laat blijken dat ook andere
belangen kunnen prevaleren. En aantoont dat dit geen oude wijn in nieuwe zakken
is. Eerst zien, dan geloven – vertrouwen komt zoals bekend te voet.
Horst-sweet-Horst
Horst aan de Maas liefdevol, verontwaardigd, uitdagend, kritisch en verwonderd beschouwd
donderdag 22 januari 2026
dinsdag 20 januari 2026
Intermezzo – Voetbalplaatjes
-Koëpzegels?
-Nae.
-Knuffelzegels?
-Nae.
-Pannezegels?
-Nae.
-Voetbalpletjes?
-Jao! Die wal! Wát dóchte geej da?
(En het altijd zo uitkienen dat je uitkomt op een bedrag in de orde van grootte
van 10,23 of 20,31 euro enz. – niets zo frustrerend in de
voetbalplaatjesperiode als een bedrag in de orde van grootte van 9,98 of 19,76
euro enz. te moeten neertellen)
-Nae.
-Knuffelzegels?
-Nae.
-Pannezegels?
-Nae.
-Vershaldbekskeszegels?
-Nae.
-Hánddookzegels?
-Nae.
-Servieszegels?
-Nae.
-Kassabon?
-Nae.-Voetbalpletjes?
-Jao! Die wal! Wát dóchte geej da?
maandag 19 januari 2026
Intermezzo – Lantaarnopsteker
‘Het aansteken van de lantarens gebeurt ook altijd niet op tijd. Soms, als
de maan wat laat opkomt, zitten we tot acht of negen uur in het donker. We
moesten den aansteker per avond betalen.‘
‘Dan konden de lantaarns ook wel eens te dikwijls aangestoken worden. Me dunkt, het ware voldoende als de burgemeester hem er eens ter dege op wees het altijd goed te doen.’
Gedachtewisseling in de raadsvergadering van de gemeente Horst van 21 augustus 1905 tussen de raadsleden Hoogers en Van Daal, overgenomen uit De Zuid-Willemsvaart van twee dagen later. Ze illustreert perfect dat je het als lantaarnopsteker (ook wel lichtopsteker geheten) nooit goed kon doen. De lantaarnopsteker was de man die op olie of gas werkende straatlantaarns – althans in Horst – van september tot mei aanstak als het donker begon te worden en – althans in Horst – omstreeks elf uur ’s avonds weer doofde. Hij deed dat aanvankelijk met behulp van een ladder en later met behulp van een stok. Horst kreeg vermoedelijk omstreeks 1880 zijn eerste lantaarnopsteker. Dit was (en bleef) een bijbaantje.
Aan de eis van raadslid Van Daal aan de lantaarnopsteker ‘het altijd goed te
doen’ kón de goede man gewoonweg niet voldoen: rond 1905 telde de kern Horst
omstreeks dertig straatlantaarns. Er ging tijd overheen om die allemaal aan het
branden te krijgen en weer te doven. Die wetmatigheid scheen sommige raadsleden
te ontgaan, want bijna jaarlijks was er geëmmer over het te vroeg of te laat en
het te kort of te lang branden van de straatlantaarns.
De gedetailleerde geschiedenis van de straatverlichting en de lantaarnopstekers
in Horst is nog grotendeels in duisternis gehuld. Wat vaststaat: hoewel al in 1907
werd gesproken over de introductie van elektriciteit in Horst, duurde het tot eind
1918 voordat het daadwerkelijk zover was. De straatlantaarns werden vervolgens aangesloten
op elektriciteit en daarmee werd de functie van lantaarnopsteker overbodig. Jos
Lucassen, lantaarnopsteker sinds 1908, kreeg per 1 januari 1919 eervol ontslag.
‘Dan konden de lantaarns ook wel eens te dikwijls aangestoken worden. Me dunkt, het ware voldoende als de burgemeester hem er eens ter dege op wees het altijd goed te doen.’
Gedachtewisseling in de raadsvergadering van de gemeente Horst van 21 augustus 1905 tussen de raadsleden Hoogers en Van Daal, overgenomen uit De Zuid-Willemsvaart van twee dagen later. Ze illustreert perfect dat je het als lantaarnopsteker (ook wel lichtopsteker geheten) nooit goed kon doen. De lantaarnopsteker was de man die op olie of gas werkende straatlantaarns – althans in Horst – van september tot mei aanstak als het donker begon te worden en – althans in Horst – omstreeks elf uur ’s avonds weer doofde. Hij deed dat aanvankelijk met behulp van een ladder en later met behulp van een stok. Horst kreeg vermoedelijk omstreeks 1880 zijn eerste lantaarnopsteker. Dit was (en bleef) een bijbaantje.
donderdag 15 januari 2026
Intermezzo – Openbaar toiletteren
Loitering. Mij was dit Engelse begrip onbekend, totdat wethouder Eric
Beurskens het eergisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering in de mond nam.
Aan de orde was een motie om Horst aan de Maas op te tuigen met openbare
toiletunits. De wethouder bleek daar geen voorstander van, onder meer vanwege ‘misstanden
in het kader van drugs en loitering’. Loitering? ‘Gewoon, verblijf in zo’n toilet’,
voegde hij er meteen aan toe. Aha! Rondhangen!
Geen toiletunits dus. Wel eiste de voltallige gemeenteraad een onderzoek naar potentiële
openbare toiletlocaties in bestaande voorzieningen, inclusief kerken en
publieke gebouwen. Verder kreeg de wethouder opdracht de vindbaarheid van
bestaande openbare toiletten te vergroten, ook voor inwoners die geen gebruik
maken van digitale middelen, wat mij (en ook de wethouder) nog niet zo eenvoudig
lijkt. Aanleiding voor dit alles: de vette onvoldoende (2,7) en beschamende 222e
positie van Horst aan de Maas in de MDL Fonds-ranglijst van toiletvriendelijke
gemeenten in 2025 (klik hier) en de uiterst magere voldoende (5,7) en iets
minder beschamende 110e positie van Horst aan de Maas in de Hoge Nood-ranglijst
van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier).
Wethouder Beurskens achtte het uitgesloten dat de resultaten van het onderzoek en
de conclusies binnen een half jaar bekend zouden zijn, zoals de raad vroeg. Dit
leidde bij mij tot visioenen van de lange baan en herinneringen aan de urilift en
permanente plaskruisen (klik hier, hier en hier). Hoewel de gemeenteraad tussen
2011 en 2017 met grote regelmaat sprak over deze verzinkbare zeiktonnen, zijn
ze er nooit gekomen. Hoe anders was het een eeuw eerder: nadat hierover eind
1913 een besluit was genomen stond er binnen een half jaar een urinoir op de Veemarkt.
En in 1916 kreeg ook het huidige Sint-Lambertusplein een urinoir (mocht iemand
foto’s bezitten of kennen van deze urinoirs dan houd ik me aanbevolen).
woensdag 14 januari 2026
Horstensia (12) | Suikerzakje
Object: suikerzakje
Inhoud: kristalsuiker C.S.M.
Materiaal: papier
Afmetingen: 7,7 x 5 cm
Gewicht: 1 gram
Producent: W. v. Oordt & Co Rotterdam
Datering: tussen 1960 en 1963
“St. Lambert.” Uit te spreken op z’n Frans (‘Saint Lambèr’) – heeft toch net iets
meer cachet dan ‘Sint Lambertus’. Terwijl het er in mijn herinnering verder
toch vooral de gestampte pot was: Perzische tapijtjes op de tafels en eenvoudige
houten stoelen, al repte het Dagblad voor Noord-Limburg bij de opening
op 1 oktober 1959 van ‘een fris-moderne sfeer’. In datzelfde artikel heet het
dat ‘de heer H. Boots’ de eigenaar is. Hay Boots, de latere wethouder?
Uitbaters waren op dat moment Otto en Margriet Schachtschabel-van Leeuwen.
De tekening van Lambertus vertoont verdacht veel overeenkomsten met een door
pater Humbert Randag in 1946 ontworpen afbeelding van Lambertus. Randag, een vertrouweling
van pastoor-deken Debye, gaf een gekwelde Lambertus weer, gezeten op de resten
van de aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verwoeste Sint-Lambertuskerk. De
tekening werd gedrukt en aan de man gebracht om geld in het laatje te brengen
voor de nieuwbouw van de kerk. Op het suikerzakje zijn de resten van de
verwoeste kerk vervangen door de toren van de nieuwgebouwde kerk. Maar Lambertus
lijkt heel duidelijk te zijn geïnspireerd op de Lambertus van Randag (inclusief
het wapen van de gemeente Horst) met dien verstande dat Lambertus op het
suikerzakje in spiegelbeeld is weergegeven.
Inhoud: kristalsuiker C.S.M.
Materiaal: papier
Afmetingen: 7,7 x 5 cm
Gewicht: 1 gram
Producent: W. v. Oordt & Co Rotterdam
Datering: tussen 1960 en 1963
maandag 12 januari 2026
Intermezzo – Gehaktbal
Hoewel Horst aan de Maas het jammer genoeg nog steeds moet stellen zonder een
bloeiende graffiticultuur, vallen er als je goed kijkt toch enkele graffiti-hotspots
te ontdekken. Zoals station Horst-Sevenum, waar in de loop der jaren verschillende
graffiti zijn opgedoken die kunnen wedijveren met grootstedelijke graffiti.
Vooral het huisje achteraan op het eerste perron haalt regelmatig het beste
boven in graffitisten. Ik vrees dat de tekening die ik daar in maart 2010 op
een van de zijgevels aantrof voor eeuwig onovertroffen zal blijven:
Pal voor diezelfde zijgevel is jaren geleden helaas een hoog hek geplaatst. Het
verheugende is dat graffitisten zich hierdoor nooit hebben laten dwarsbomen:
hek of niet, zij gaan gewoon door met hun zegenrijke werk voor de Horster
samenleving. Onlangs is op deze gevel weer iets nieuws verschenen:
Een heus gedicht inderdaad:
Een heus gedicht inderdaad:
Je zou kunnen morren dat deze graffitist het gedicht van Lévi Weemoedt dat in
1978 verscheen in zijn bundel Geen bloemen (Ik vouw mijn handjes
samen / knijp mijn oogjes stevig dicht / en hoop dat na het amen / mijn
gehaktbal er nog ligt) geweld heeft aangedaan. Maar laten we onze oogjes
dichtknijpen voor deze zonde en in onze handjes knijpen dat het huisje
blijkbaar nog steeds in trek is bij graffitisten.
Overigens telt Horst aan de Maas nog heel veel andere blinde muren die schreeuwen om een gedicht.
Overigens telt Horst aan de Maas nog heel veel andere blinde muren die schreeuwen om een gedicht.
zondag 11 januari 2026
Intermezzo – Kloosterhof (4)
28 januari 1976 was de dag waarop de Europese voetbalbond aandrong op minder voetbalwedstrijden
op de televisie. 28 januari 1976 was de dag waarop in Oldehove een zwarte
kroonkraanvogel werd gevangen. 28 januari 1976 was de dag waarop een school
voor gehandicapte kinderen in Kampen dreigde met een kort geding tegen André
van Duijn vanwege diens carnavalslied Willempie. Maar woensdag 28 januari 1976
was toch in de eerste plaats de dag waarop burgemeester Toon Steeghs het
Horster winkelcentrum Kloosterhof officieel opende.
Op de plek van Kloosterhof had sinds de tweede helft van de negentiende eeuw klooster Nazareth gestaan. Na enkele jaren leegstand werd in februari 1975 begonnen met de sloop van het klooster. Het binnen een jaar geopende nieuwe winkelcentrum werd ontwikkeld door exploitatiemaatschappij Venrode uit Venray. Bij de opening bood het onderdak aan Coenen (huishoudelijke artikelen), Ron Kruytzer Optiek, de Nederlandse Credietbank, koffieshop Cox, Santecraem (bloemsierkunst), Bouw- en exploitatiemaatschappij Coppus, Jan Linders en Macoru (vermoedelijk een projectontwikkelaar).
Winkelcentra (shopping malls dien je tegenwoordig te zeggen) hebben altijd iets triests. Doods, wel willen maar niet kunnen, karakterloos, aangeharkt, goedkoop, grauwe middelmaat. Het betrekkelijk overzichtelijke winkelcentrumpje genaamd Kloosterhof vormde hierop geen uitzondering. Waarbij ter verdediging dient opgemerkt dat het ook moeilijk concurreren is als je de Sint-Lambertuskerk als buurman hebt. Deze ansichtkaart, enkele jaren na de opening uitgegeven door boek- en kantoorboekhandel en langjarig Kloosterhofhuurder Willems en Rietjens (later Willems, nog later Bruna), maakt het gebrek aan uitstraling pijnlijk duidelijk.
Verbouwingen die in de loop der jaren plaatsvonden maakten het er allemaal niet
beter op. Als Kloosterhof al enige allure had, dan was dat uitsluitend te
danken aan het mini platanenlaantje, evenwijdig aan de Kerkstraat.
Resteert een vraag die er niet echt toe doet, maar toch opkomt: bestaat winkelcentrum
Kloosterhof binnenkort vijftig jaar? Of is er sinds Kloosterhof enkele jaren geleden werd gesloopt geen sprake meer van een
winkelcentrum en dus ook niet van Kloosterhof? Ik zou zeggen dat laatste.
Op de plek van Kloosterhof had sinds de tweede helft van de negentiende eeuw klooster Nazareth gestaan. Na enkele jaren leegstand werd in februari 1975 begonnen met de sloop van het klooster. Het binnen een jaar geopende nieuwe winkelcentrum werd ontwikkeld door exploitatiemaatschappij Venrode uit Venray. Bij de opening bood het onderdak aan Coenen (huishoudelijke artikelen), Ron Kruytzer Optiek, de Nederlandse Credietbank, koffieshop Cox, Santecraem (bloemsierkunst), Bouw- en exploitatiemaatschappij Coppus, Jan Linders en Macoru (vermoedelijk een projectontwikkelaar).
Winkelcentra (shopping malls dien je tegenwoordig te zeggen) hebben altijd iets triests. Doods, wel willen maar niet kunnen, karakterloos, aangeharkt, goedkoop, grauwe middelmaat. Het betrekkelijk overzichtelijke winkelcentrumpje genaamd Kloosterhof vormde hierop geen uitzondering. Waarbij ter verdediging dient opgemerkt dat het ook moeilijk concurreren is als je de Sint-Lambertuskerk als buurman hebt. Deze ansichtkaart, enkele jaren na de opening uitgegeven door boek- en kantoorboekhandel en langjarig Kloosterhofhuurder Willems en Rietjens (later Willems, nog later Bruna), maakt het gebrek aan uitstraling pijnlijk duidelijk.
woensdag 7 januari 2026
Intermezzo – Schravele
Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord
van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die
inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst
niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis
overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.
Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker
klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich
onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’
Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker
lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’
‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn
opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen
me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken
met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met
onzekerheid.
Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele,
dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen
zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel
op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare
grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie
hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.
Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.
Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.
zondag 4 januari 2026
Intermezzo – Longing for Meterik
So near and yet so far. Meterik, met zijn molen, zijn kerk, zijn behaaglijkheid,
is binnen handbereik. Maar hij is neergezegen aan de Sint Maartensweg. Gisteren
of eergisteren moet-ie het leven hebben gezien. Navelstaren is ‘m vreemd, zijn
verwekkers hebben ‘m begiftigd met de brede blik: meneer heeft zijn vizier gericht
op het majestueuze Meterikseveld. Een verse lading sneeuw heeft de aandacht
afgeleid van z’n iele armpjes. Heeft ‘m van zijn scherpe kantjes ontdaan. Heeft
‘m molliger, lieflijker, aanraakbaarder gemaakt. Evengoed is-ie gedoemd binnen
enkele dagen te smelten. Het wrede lot van de sneeuwman.
vrijdag 2 januari 2026
Intermezzo – Iglo
‘Mooie iglo!’
‘Bedankt.’
En daar stokt het gesprek al. Een jaar of 7, 8, zijn ze. Voor small talk hebben
ze geen tijd. Dit zijn twee mannen met een missie. Geconcentreerd tot op het
bot, opperste toewijding. Geen lachje kan er vanaf. Hier wordt serious
business bedreven, een ambitie nagejaagd. Met succes. Architecten,
bouwvakkers of metselaars in de dop, deze mannen.
‘Bedankt.’
donderdag 1 januari 2026
Intermezzo – Landbouwschool Hegelsom
Mijn opa van moederskant was afkomstig uit Meerssen. Een klassieker uit zijn herinneringenrepertoire
was dat hij (1906-1997) in zijn jonge jaren had gedanst in het café-restaurant
in de top van de watertoren in het nabijgelegen Schimmert. Die ongenaakbare watertoren,
zo leerde ik later, was in 1926 ontworpen door Jos Wielders. Net als Alphons
Boosten (1893-1951) en Frits Peutz (1896-1974) behoorde Sittardenaar Wielders
(1883-1949) tot de meest vooraanstaande Limburgse architecten in de eerste helft
van de twintigste eeuw. Lange tijd verkeerde ik in de veronderstelling dat
Wielders geen sporen had nagelaten in Horst, in tegenstelling tot Boosten
(Sint-Lambertuskerk) en Peutz (Mèrthal). Totdat ik er enkele jaren geleden achter
kwam dat Wielders ontwerper is van de landbouwschool (de latere biologische
school) aan de Stationsstraat in Hegelsom.
Een dezer dagen las ik in het jongste nummer van De Maasgouw (‘tijdschrift
voor Limburgse geschiedenis en archeologie’) een bijdrage van Jos Pouls over de
Schoutenhof in Epen. Ontworpen door Jos Wielders. Pouls plaatst Wielders in
zijn artikel in een breder kader. Hij schetst hoe Wielders in het begin van
zijn loopbaan moderne, zakelijke bouwstijlen zoals de Amsterdamse School en het
Nieuwe Bouwen aanhing. Omstreeks 1930 bekeerde hij zich tot een meer
traditionalistische, minder rationalistische en meer romantische en decoratieve
stijl.
In de uit 1938 daterende landbouwschool met onderwijzerswoning in Hegelsom komt
duidelijk de bekeerde Wielders tot uiting, dunkt me.
‘De school is mooi
aangepast aan de landelijke omgeving’, schreef De Limburger na de officiële
opening op 24 november 1939. ‘Het lijkt wel een boerderij’, sprak burgemeester
Van Grunsven bij diezelfde gelegenheid. De Limburger Koerier noemde dat
vervolgens ‘het beste compliment’ dat Wielders kon krijgen. Wat allemaal niet wegneemt dat uit de prominente plaats
die Wielders het markante overkapte fietsenrek toebedeelde, beslist lef spreekt.
Zoals je ook zou kunnen zeggen dat het van enige eigenwijsheid getuigt om de
ingang van de school niet te centreren. Opmerkelijk genoeg is de ingang in het voorlopig ontwerp uit juni 1938 trouwens wel degelijk gecentreerd.
De latere aanbouw heeft het oorspronkelijke aanzien van het gebouw helaas danig
aantast. Ook de veel te nadrukkelijk aanwezige reclame-uitingen van de huidige gebruiker doen afbreuk aan het pand.
N.B. 1 Hoofd van de school was vanaf de stichting in 1938 tot 1958 Jan (‘meester’)
Achten. Recentelijk is aan de overzijde van de school een straat naar hem
vernoemd.
N.B. 2 Foto 1 en 2 en het fragment van de bouwtekening zijn afkomstig van de website van Heemkunde Hegelsom
N.B. 2 Foto 1 en 2 en het fragment van de bouwtekening zijn afkomstig van de website van Heemkunde Hegelsom
vrijdag 26 december 2025
Intermezzo – Kasteelruïne (3)
Voor de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis en de Archeologische Werkgemeenschap Nederland leidde Renaud ’s zomers opgravingskampen. Zo ook tussen 1969 en 1976 op de kasteelruïne in Horst. Deelnemers daaraan waren onder meer Jos Schatorjé en Gert Verheijen. Zij haalden in 2008 herinneringen op aan de een jaar eerder overleden Renaud.
Jos Schatorjé: ‘Bij zijn benoeming in Delft kreeg hij als opdracht archeologie en bouwhistorie te koppelen. Zijn studenten moest hij behalve theoretische ook praktische vaardigheden bijbrengen. De ruïne in Horst was daarvoor bij uitstek geschikt.’
Gert Verheijen: ‘Prof. Renaud was van huis uit onderwijzer. Dat was aan alles te merken, didactisch was hij heel goed. Hij was een echte gentleman. Buigen of barsten: om drie uur was het tea time, met citroen en melk. En bij opgravingen verscheen hij altijd keurig in het pak. Ik herinner me een zomer met een hittegolf. Terwijl de studenten in de brandende zon in hun zwemtenue aan het spitten waren, liep prof. Renaud nog met jas en das over het terrein rond. Maar op een gegeven moment trok hij zijn jasje uit, maakte het bovenste knoopje van zijn overhemd los en deed ook zijn stropdas wat losser. Dat was een heel uitzonderlijke concessie.’
donderdag 25 december 2025
Wandelvondst (3)
vondst: eencentsmunt
datering: 1967
materiaal: brons
diameter: 1,7 centimeter
gewicht: 2 gram
locatie: Horst, Reulsweg
datum: 15 december 2025
tijdstip: 11.04 uur
Daar lag je dan, veronachtzaamd, in het buitengebied van Horst op de onverharde
Reulsweg, dit jaar 58 geworden, nu alweer bijna 24 jaar geleden met pensioen
gegaan, uitgekotst slachtoffer van de monetaire unie, hier ooit van de wagen
gevallen onderweg naar De Grote Muntenpletter in Venlo, bewogen leven achter de
rug, op jonge leeftijd verschillende rondjes gedraaid in de volautomatische muntensorteerder
van de Boerenleenbank, van hot naar her gesleept, de grote jongen uitgehangen in
kokette damestasjes, de kleffe diepten van mannenbroekzakken verkend, gemaltraiteerd
in duistere kroegen, door een beverige oudevrouwenhand gedeponeerd in een
klingelbuil en vervolgens terechtgekomen in het criminele circuit, weer
opgedoken aan de Wilfred Berrystraat in Oldeholtpade, verfrissend lotgenotencontact
gehad in meerdere kruidenierskassa’s, teveel tijd doorgebracht in de krochten
van een hardplastic kinderspaarpot gespeend van ook maar het kleinste
flintertje daglicht, tijdje dienst gedaan in een muntenschuiver op de kermis,
beland in de aangename luwte van een snoepautomaat, uit een papieren collectezakje
ontsnapt, zo langzamerhand aangevreten door de tand des tijds, jaren over het
hoofd gezien op een ballastweg van niets naar nergens, opgeraapt door een
lokale wandelaar, en nu lig je hier dan, wachtend op wat komen gaat, op het
bureau van die lokale wandelaar die om wat voor reden dan ook de behoefte heeft
je uit de anonimiteit te halen met dit stukje.
datering: 1967
materiaal: brons
diameter: 1,7 centimeter
gewicht: 2 gram
locatie: Horst, Reulsweg
datum: 15 december 2025
tijdstip: 11.04 uur
woensdag 24 december 2025
Intermezzo – Corruptie
Palermo aan de Molenbeek? Nee, zover is het nog niet, zo diep is Horst aan de
Maas nog niet gezonken. Wat niet wegneemt dat ze een bijzonder wrange nasmaak
heeft, die affaire waarbij een gemeenteambtenaar bijna twee ton kreeg
toegeschoven van een lokale agrarisch ondernemer met wie hij als ambtenaar nauw
contact had. ‘Hij heeft de kluit belazerd’, reageerde burgemeester Ryan Palmen afgelopen
woensdag tegenover De Limburger na de openbaarmaking van het onderzoeksrapport
dat adviesbureau Berenschot in opdracht van de gemeente opstelde over de
kwestie.
Wie het onthutsende rapport leest (klik hier), kan alleen maar instemmen met de woorden van
de burgemeester. Maar de goede lezer zal ongetwijfeld óók tot de conclusie
komen dat de gemeente zelf eveneens flinke steken heeft laten vallen. Berenschot
rekent de gemeente drie zaken in het bijzonder aan. In de eerste plaats dat ze aanvankelijk
niet intensief genoeg heeft onderzocht of er sprake was van
belangenverstrengeling door de ambtenaar. Daarnaast verwijt Berenschot de
gemeente dat ze geen onderzoek heeft gedaan naar het mailverkeer tussen de
ambtenaar en de ondernemer nadat er alsnog een verdenking tegen de ambtenaar
was gerezen. Ten derde hekelt Berenschot het feit dat de gemeente de ambtenaar
heeft betrokken bij de beantwoording van vragen van De Limburger, nadat
de krant lucht had gekregen van de zaak.
Met name dit laatste, een variant op de slager die zijn eigen vlees keurt, is volkomen onbegrijpelijk. Burgemeester Palmen onderstreepte afgelopen week dat het belangrijk is vertrouwen te hebben in je ambtenaren. Klopt helemaal. Alleen is een ambtenaar tegen wie een bepaalde verdenking is gerezen er absoluut niet mee gediend als je hem zelf antwoorden laat formuleren op vragen van de krant die betrekking hebben op zijn functioneren. Die ambtenaar zou uitsluitend zijn gediend bij een onafhankelijk iemand die die vragen beantwoordt en zijn handelen beoordeelt.
‘Na het eerste signaal hebben we in onze ogen wel degelijk goed gehandeld’, zei burgemeester Palmen afgelopen week ook tegen De Limburger. Berenschot komt dus tot een ander oordeel. Het laatste woord is over drie weken aan de gemeenteraad. De burgemeester heeft op voorhand al aangekondigd dat de raad niet moet verwachten dat hij zich met het oog op dat debat inhoudelijk gaat verdiepen in alle dossiers die Berenschot noemt in het onderzoeksrapport. Het minste dat de gemeenteraad van Horst aan de Maas op 13 januari mag verlangen is een aanzienlijk deemoediger houding van de burgemeester.
(Dit stukje verscheen vandaag ook in Via Horst-Venray)
Met name dit laatste, een variant op de slager die zijn eigen vlees keurt, is volkomen onbegrijpelijk. Burgemeester Palmen onderstreepte afgelopen week dat het belangrijk is vertrouwen te hebben in je ambtenaren. Klopt helemaal. Alleen is een ambtenaar tegen wie een bepaalde verdenking is gerezen er absoluut niet mee gediend als je hem zelf antwoorden laat formuleren op vragen van de krant die betrekking hebben op zijn functioneren. Die ambtenaar zou uitsluitend zijn gediend bij een onafhankelijk iemand die die vragen beantwoordt en zijn handelen beoordeelt.
‘Na het eerste signaal hebben we in onze ogen wel degelijk goed gehandeld’, zei burgemeester Palmen afgelopen week ook tegen De Limburger. Berenschot komt dus tot een ander oordeel. Het laatste woord is over drie weken aan de gemeenteraad. De burgemeester heeft op voorhand al aangekondigd dat de raad niet moet verwachten dat hij zich met het oog op dat debat inhoudelijk gaat verdiepen in alle dossiers die Berenschot noemt in het onderzoeksrapport. Het minste dat de gemeenteraad van Horst aan de Maas op 13 januari mag verlangen is een aanzienlijk deemoediger houding van de burgemeester.
(Dit stukje verscheen vandaag ook in Via Horst-Venray)
zondag 21 december 2025
Intermezzo – Locomobiel
Een locomotief? Ja, die ken ik uiteraard. Maar een locomobiel? Nooit van
gehoord. Tot gisteren dan, toen een briefkaart uit 1912 op mijn deurmat viel.
Een briefkaart van houthandel en stoomhoutzagerij Th. Litjens uit Horst,
gericht aan ‘Den Heer J. ten Horn, machinefabriek, Veendam’.
Tekst op de achterzijde: ‘Gelieven van de door u aangeboden locomobielen
eens den uiterste prijs op te geven, doch daar ik niet zeer genegen ben om een
oude te koopen, ook de prijs van een geheel nieuwe te zenden zonder wielen.’
Grasduinend op internet was ik de briefkaart tegengekomen. Ik had haar,
voor een luttel bedrag, besteld omwille van de opdruk van een Horster bedrijf.
Die locomobielen waren een onverwacht cadeautje. ‘Verplaatsbare stoommachine’ zegt
Van Dale over locomobiel. Verder lezend blijkt dat locomobielen vooral in gebruik
zijn geweest in de landbouw en de veenverwerking. Dat Litjens voor zijn
locomobiel terechtkwam bij Machinefabriek J. ten Horn aan het Oosterdiep in
Veendam is daarom niet zo verwonderlijk: Veendam bevindt zich in het centrum
van de Veenkoloniën. Ten Horn was van 1880 tot 1979 een gerenommeerd bedrijf,
dat onder meer locomobielen produceerde en die overal ter wereld leverde.
Geen idee of er ooit een locomobiel van Ten Horn in de stoomhoutzagerij van Litjens
in Horst is beland en zo ja, of het dan inderdaad een nieuw exemplaar zonder
wielen was. De houthandel en houtzagerij van de gebroeders Litjens verdient
sowieso meer aandacht.
Wat ik er nu in de gauwigheid over heb kunnen vinden is dat de gebroeders Litjens
al een houthandel hadden toen ze in 1906 een stoomhoutzagerij bouwden aan wat
nu de Dr. Van de Meerendonkstraat is, nabij de kruising met de Venloseweg. Met
haar zaagtanddak had de zagerij een voor Horst vrij atypische industriële
allure, zoals te zien is links op onderstaande foto (afkomstig uit het
gemeentearchief van Horst) uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Uiterst
rechts op de foto ook nog een fragmentje van de tegelijk met de zagerij
gebouwde opslagloods.
Ten slotte: een van de gebroeders Litjens, Theo (1876-1925), liet in 1909 bij
de zagerij een mogelijk zelf ontworpen, nog altijd bestaande woning met kantoor
bouwen, met als huidig adres Venloseweg 14.
Abonneren op:
Reacties (Atom)









.jpg)



























