Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord
van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die
inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst
niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis
overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.
Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker
klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich
onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’
Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker
lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’
‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn
opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen
me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken
met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met
onzekerheid.
Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele,
dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen
zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel
op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare
grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie
hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.
Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.
Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten