woensdag 7 januari 2026

Intermezzo – Schravele

Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.


Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’ Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’


‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met onzekerheid.


Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele, dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.

Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten