Vanavond dus de zon voor negentig procent verduisterd. Bijzonder. Maar niet zo
bijzonder als op woensdag 17 april 1912, twee dagen na de ondergang van de
Titanic. Toen was er sprake van een nagenoeg complete zonsverduistering: 99
procent in Maastricht, een procentje minder hier in Noord-Limburg.
Net als nu regende het waarschuwingen. Bijvoorbeeld van de Gezondheidscommissie
in Venlo, die daags tevoren met een advertentie in de Nieuwe Venlosche
Courant aandacht vroeg voor ‘het groote gevaar bij de aanstaande
zonsverduistering met het onbeschutte oog te zien naar de zon’. De commissie
waarschuwde voor ‘sterke ongeneeslijke vermindering van het gezichtsvermogen en
zelfs blindheid’. Hoe je ogen te beschermen? ‘Bijv. door een donker glas dat
weinig licht doorlaat.’
Daags na de zonsverduistering deed de Nieuwe Venlosche Courant uitvoerig
verslag: ‘Nog nimmer, zelfs niet in de snikheetste maanden van een
ouderwetschen zomer of in de koudste dagen der strenge winters had de zon
zooveel bekijks gehad. ‘t Was of de menschen aan een soort zonnekramp leden,
die hen dwong, midden op den weg, op straat of marktplein plots stil te staan
en op te zien naar de zon.’
Om negentien over elf begon het spektakel: ‘Gedurende dien tijd
tuurde het geheele menschdom naar den hemel, naar het voor ruim 98 pct.
verduisterde gedeelte der zon, dat achter de maan verborgen ging. Men keek door
ramen en deuren, men loerde achter de gordijnen, men tuurde uit zolderluikjes,
men staarde van balkonnen, van pleinen en binnenplaatsjes aldoor en overal naar
datzelfde doel: de van haar licht beroofde, de overwonnene, de in rouw en
schande gedompelde zonneschijf.’ Hoe? ‘Men keek door zwart gemaakte
brillen, door gekleurde en beroete glazen, door kartonnetjes met gaatjes.’ Toch
waren er ook mensen die alle waarschuwingen in de wind sloegen, nota bene in
ons eigen Horst. Ruim een week na de zonsverduistering berichtte de krant uit
Horst: ‘Naar wij vernemen zijn ook hier enkele personen die met onbeschermde
oogen de zonneclips hebben gadegeslagen en thans nog veel last hebben om te
kunnen zien.’ Hoe het hen verder verging, is helaas in nevelen gehuld.
Horst aan de Maas liefdevol, verontwaardigd, uitdagend, kritisch en verwonderd beschouwd
woensdag 12 augustus 2026
vrijdag 7 augustus 2026
Intermezzo – Naar het wit neigende hert-achtigen
Soms geloof je je ogen niet. Lopend door de Schadijkse Bossen nabij het
noordelijke uiteinde van de Silvesterweg meende ik enkele jaren geleden honderden
meters verderop een wit ree of hert te zien. Ik geloofde m’n ogen niet. Op de
foto die ik met m’n telefoon maakte was niet meer dan een vage schim te zien.
Te grote afstand, te slechte telefoon. Ik hield het erop dat m’n ogen me hadden
bedrogen, te meer omdat uit enig gegoogel bleek dat witte reeën of herten uiterst
zeldzaam zijn.
Fietsend van America richting Meterik over het fietspad langs de Meteriksebaan geloof ik vanmorgen om twaalf uur opnieuw m’n ogen niet. Twee naar het wit neigende hert-achtigen op een meter of vijf afstand, grazend aan de bosrand. Kan toch niet? Zijn het niet twee opgeschoten honden? Nee. Ook op het tweede gezicht zijn het hert-achtigen. Van de eerste verbazing bekomen stap ik af, in de verwachting dat de dieren nog voordat m’n voeten de grond hebben geraakt, verdwenen zullen zijn in het bos. Dus niet. Onaangedaan grazen ze verder. Foto.
Terwijl twee fietsende dames naderen, maken ze aanstalten om de Meteriksebaan
over te steken. Foto.
Doodgemoedereerd kuieren ze over het fietspad, de dames zijn inmiddels
afgestapt. Foto.
Even doodgemoedereerd kuieren ze over de Meteriksebaan richting de bosrand aan
de overzijde. Foto.
Een auto passeert stapvoets. Foto.
Langzaam verdwijnen ze uit beeld. Foto.
Het tafereel duurt nauwelijks een minuut. De vredigheid, de sereniteit, het al
dan niet vermeende wegvallen van alle geluiden blijven me nog wel een tijdje
bij. Betoverende, droomachtige sfeer, die me doet denken aan On body and
soul, een van mijn favorietste films. Twee herten spelen er een belangrijke
bijrol in. Andere gedachte die opkomt: was het wel gezichtsbedrog,
enkele jaren geleden aan de Silvesterweg?
Ik fiets verder. ‘Gelukt met de foto’s?’, vraagt een van de dames als ze me elektrisch aangedreven inhaalt.
‘Volgens mij wel.’
‘Was bijzonder.’
‘Kan je wel zeggen, ja. Ze waren absoluut niet schuw, misschien zijn het exotische dieren die zijn ontsnapt uit een hertenweide.’
‘Zou je bijna denken, ja.’
Misschien iemand een andere, betere verklaring?
Fietsend van America richting Meterik over het fietspad langs de Meteriksebaan geloof ik vanmorgen om twaalf uur opnieuw m’n ogen niet. Twee naar het wit neigende hert-achtigen op een meter of vijf afstand, grazend aan de bosrand. Kan toch niet? Zijn het niet twee opgeschoten honden? Nee. Ook op het tweede gezicht zijn het hert-achtigen. Van de eerste verbazing bekomen stap ik af, in de verwachting dat de dieren nog voordat m’n voeten de grond hebben geraakt, verdwenen zullen zijn in het bos. Dus niet. Onaangedaan grazen ze verder. Foto.
Ik fiets verder. ‘Gelukt met de foto’s?’, vraagt een van de dames als ze me elektrisch aangedreven inhaalt.
‘Volgens mij wel.’
‘Was bijzonder.’
‘Kan je wel zeggen, ja. Ze waren absoluut niet schuw, misschien zijn het exotische dieren die zijn ontsnapt uit een hertenweide.’
‘Zou je bijna denken, ja.’
Misschien iemand een andere, betere verklaring?
maandag 3 augustus 2026
Horst in oude ansichten (13) | Kasteelse Bossen
Schön war die Zeit, das Paradies, das wir besessen
Ich werd’ es nie vergessen, wir glaubten, dass uns keiner daraus vertreibt
L‘enfer, c’est les autres
Van paradijs tot hel. Het paradijs, waaruit niemand ons zou kunnen verdrijven, is ons toch afgepakt. Door de anderen. Altijd weer die anderen, die vermaledijde anderen. De hel, dat zijn de anderen.
Nee, dan wij. Wíj zijn bovenste beste brave borsten. Wíj kleuren uitsluitend binnen de lijntjes. Wíj hangen de vuile was niet buiten. Wíj knijpen de katjes niet in het donker. Wíj pissen niet buiten het potje. Wíj hangen niet de beest uit. Wíj laten de boel niet de boel. Wíj kennen geen ongelikte beren. Wíj maken er geen potje van.
Wij hebben groener gras dan de buren. Wij zagen van dik hout planken. Wij vegen onze eigen straatjes schoon. Wij vinden altijd een stok om de hond mee te slaan. Wij weten dat het in troebel water goed vissen is.
Wij wassen onze handen in onschuld. Wij zijn het beste jongetje van de klas.
De hel, dat zijn wijzelf.
L’enfer, c’est nous-mêmes
zondag 2 augustus 2026
Top 5 – Olifantenpaadjes
1. Niet steeds in herhaling willen vervallen.
2. Almaar op zoek zijn naar nieuwe dingen.
3. Ervoor waken om niet uit te groeien tot de lokale epigoon van Jan Dirk.
Zomaar drie redenen waarom olifantenpaadjes er zo bekaaid vanaf komen op Horst-sweet-Horst. Slechts drie bijdragen in de afgelopen tien jaar (plus een aantal uitsluitend op Facebook en Instagram gepubliceerde signaleringen, maar die beklijven niet). Beschamend. Hoogste tijd voor een nieuwe exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horster olifantenpaadjes (allemaal afgelopen week vastgelegd, waardoor meteen ook de momentane prachtige geeltinten van de Horster steppen zijn vastgelegd). Komt-ie:
5. Meldersloseweg, Horst
Het levende bewijs van een verkeersovertreding: heb je bij Inter Chalet weer
eens niet gevonden wat je zocht, dan pak je de kortste weg naar huis en zou je
wel van lotje getikt zijn om driekwart van de rotonde te nemen.
4. Hagelkruisweg – Stationsstraat, Hegelsom
Met een afstotelijk hekwerk, een afzichtelijk bedrijfspand, een onafzienbaar maisveld en dreigende kassen
op de achtergrond oogt het decor van dit kaarsrechte olifantenpaadje bepaald
niet sexy. Wat het dan toch bijzonder maakt? De lengte van naar schatting
tweehonderd meter. Plus de enorme afstandswinst, die wel eens tot een kilometer
zou kunnen oplopen.
3. Nieuwe Hegelsomseweg – Stationsstraat, Hegelsom
New kid on the block. Verbindt de nieuwe wijk in Hegelsom-Zuid met het
fietspad richting station. Aanzienlijke afstandsbesparing die maakt dat de stationganger
z’n slaap met een minuut of drie kan verlengen. En slechts een minuut of
anderhalf eerder thuis is, gezien de noodzaak om de drukke Stationsstraat over
te steken.
2. Gastendonkstraat – Wittebrugweg, Horst
Karakteristieke vorkachtige uitmonding op het roodgrijze fietspad, flankerend
chillbankje, graffitivriendelijke elektriciteitskast, schaduwrijke bomen, lonkend
viaduct. Wat wil je nog meer?
1. Zuster Olgahof, Horst
2. Almaar op zoek zijn naar nieuwe dingen.
3. Ervoor waken om niet uit te groeien tot de lokale epigoon van Jan Dirk.
Zomaar drie redenen waarom olifantenpaadjes er zo bekaaid vanaf komen op Horst-sweet-Horst. Slechts drie bijdragen in de afgelopen tien jaar (plus een aantal uitsluitend op Facebook en Instagram gepubliceerde signaleringen, maar die beklijven niet). Beschamend. Hoogste tijd voor een nieuwe exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horster olifantenpaadjes (allemaal afgelopen week vastgelegd, waardoor meteen ook de momentane prachtige geeltinten van de Horster steppen zijn vastgelegd). Komt-ie:
5. Meldersloseweg, Horst
1. Zuster Olgahof, Horst
donderdag 30 juli 2026
Intermezzo – Lourdesgrot
woensdag 29 juli 2026
Trapveldjesvoetballers (22)
Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Fadi Hamdallah
al-Nassan, 17 jaar, overleden op 18 juli 2026 in Al-Mughayyir
op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever
De zeventienjarige Fadi Hamdallah al-Nassan was een talentvolle
voetballer, die speelde bij Al-Mughayyir Club en behoorde tot het Palestijnse
nationale jeugdteam. Fadi woonde in Al-Mughayyir, een
afgelegen Palestijns dorp op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, dertig
kilometer ten noordoosten van Ramallah. Sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 bezet
Israël de Westelijke Jordaanoever. Het bouwde er meer dan honderd nederzettingen.
Daarnaast stichtten individuele Israëlische kolonisten er honderden zogeheten
buitenposten. Zowel de nederzettingen als de buitenposten zijn illegaal volgens
het internationaal recht.
Het geweld dat de Israëlische kolonisten gebruiken tegen de Palestijnse
bevolking neemt hand over hand toe en wordt onbestraft gelaten door Israël. Fadi Hamdallah al-Nassan is een van de recente
slachtoffers. Hij werd op zaterdag 11 juli neergeschoten bij een aanval door Israëlische
kolonisten op Al-Mughayyir. Amputatie van een been was
noodzakelijk, maar desondanks overleed hij een week later aan zijn verwondingen.
Twee andere inwoners van Al-Mughayyir werden bij dezelfde aanval geraakt door
rubberkogels van Israëlische troepen, terwijl een tienjarige jongen een
flitsgranaat op zijn hoofd kreeg.
Het wrange noodlot wil dat Fadi op 21 april van dit jaar als eerste ter plekke
was toen zijn neef Aus Hamdi Al-Nassan eveneens in Al-Mughayyir werd doodgeschoten door een Israëlische
kolonist. Net als Fadi was Aus een talentvolle voetballer. Hij figureerde
eerder al in deze serie (klik hier).
Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon – allemaal door toedoen van Israël. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas, waar trapveldjesvoetballers weinig te vrezen hebben. Ditmaal een foto van het trapveldje tussen de A73 en de Van Merwijckstraat in Horst. Klik hier, hier en hier voor de voornaamste bronnen voor dit stukje.
Labels:
Israël,
oorlog,
Palestina,
trapveldjes,
voetbal
dinsdag 21 juli 2026
Intermezzo – Kevin Keegan
Kevin Keegan overleden. Dé verpersoonlijking van het Engelse voetbal van de
jaren zeventig is niet meer. Het overlijden van een voetballer is doorgaans
niet iets om op Horst-sweet-Horst bij stil te staan. Het overlijden van Kevin
Keegan is dat wel. Waarom? Vanwege diens al dan niet vermeende connectie met
Horst aan de Maas, en meer in het bijzonder met Melderslo.
Jongetjes van nu willen Messi, Lamine Yamal, Haaland, Mbappé of Olise zijn.
Jongetjes in het midden van de jaren zeventig wilden Cruijff, Keizer, Neeskens,
Van Hanegem (ik) of Krol zijn. Of Kevin Keegan.
Best kans dat Keegan tot mijn buitenlands idool zou zijn uitgegroeid als ik
hem ooit live in actie had gezien. Helaas is mijn trieste lot dat ik Keegan
tot drie keer toe net ben misgelopen: in Amsterdam, in Mönchengladbach en in
Melderslo. In Amsterdam zag ik Ajax in augustus 1977 aantreden tegen Liverpool.
Liverpool dat in mei onder aanvoering van Keegan voor de tweede keer op rij
Engels kampioen was geworden. Maar een maand later was de vogel gevlogen: King
Kev verkaste naar HSV. In Mönchengladbach zag ik de lokale trots, Borussia,
begin jaren tachtig spelen tegen HSV. Borussia moest het toen al vele jaren stellen
zonder mijn buitenlandse idool, Günter Netzer. Bijna net zo erg was dat Keegan
Hamburg inmiddels had verruild voor Southampton.
Keegan missen in Amsterdam en Mönchengladbach is nog tot daaraan toe. Maar in
Melderslo? Op vijf minuten rijden, tien minuten fietsen, een half uurtje lopen
van mijn huis? Onvergeeflijk! Eerlijk gezegd heb ik lange tijd niet geweten dat
Mighty Mouse Melderslose voetbalgrond heeft gekust. Ja, dat Frank Rijkaard, Johan
Neeskens, Sjaak Swart, Gerrie Mühren en John Rep de Paradijsvogels ooit
vereerden met een bezoek (klik hier en hier) was me niet ontgaan. Dat de
tweevoudig Europees voetballer van het jaar in zijn Hamburgse periode eveneens
Melderslo aandeed, hoorde ik pas enkele jaren geleden. Van een door en door
betrouwbare Horstenaar. Hij, een jaar of tien, was er zelf bij geweest. Sterker
nog: hij had die middag een handtekening gekregen van Kevin. Alleen zó zonde
dat die handtekening op een bepaald moment was kwijtgeraakt…
maandag 13 juli 2026
Intermezzo – Koeltekaart
Zitten we nu in de tweede? De derde? Of toch alweer de vierde? Hittegolven
volgen elkaar tegenwoordig in zo’n hoog tempo op, dat het lastig is de tel bij
te houden. Hoe dan ook neemt de behoefte aan koelte elke zomer toe. Wat mogen
we ons dan toch weer gelukkig prijzen dat we in Nederland wonen. Want Nederland
zou Nederland niet zijn als het niet over een heuse Afstand-tot-koeltekaart
zou beschikken (klik hier).
Op de Afstand-tot-koeltekaart kan je van nagenoeg elke woning of gebouw
in Nederland zien hoe groot de afstand is tot een koelteplek (hier vooral opgevat als een schaduwrijke plek). ‘Elk huis zou een
aangename en aantrekkelijke koele plek moeten hebben binnen 300 meter
loopafstand’, zeggen de kaartmakers. Koele plekken zijn paars gekleurd,
woningen en gebouwen op een afstand tot 300 meter van een koele plek zijn groen
gekleurd. Woningen en gebouwen die verder weg liggen, zijn rood of oranje
gekleurd.
Op de kaart valt beslist het een ander af te dingen. Inzoomend op Horst aan de
Maas zijn er evengoed globaal enkele voorzichtige conclusies te trekken. Zo
valt op dat je als koeltezoekende inwoner van Sevenum beter in Sevenum-Oost dan
in Sevenum-West kan wonen.
In Horst is het precies andersom: daar is nagenoeg het hele gebied tussen Van
Douverenstraat, Hoofdstraat, Steenstraat, Jacob Merlostraat, Deken Creemersstraat
en A73 rood of oranje gekleurd. Een reden te meer om van de voormalige
Weisterbeeklocatie een groene oase te maken, mag je hopen.
Mijn favoriete Horster wijk, de Norbertuswijk, kleurt tot mijn grote genoegen
nagenoeg helemaal groen.
In America en Tienray kunnen koelteminnaars eveneens hun hart ophalen: daar zijn
in het centrum slechts enkele woningen te vinden die niet groen gekleurd zijn.
Tot de meest beklagenswaardige gemeentenaren behoren de bewoners van de
Driekooienweg in Evertsoord. Slechts aan het begin en einde van deze ellenlange
weg zijn wat woningen groen gekleurd.
De makers erkennen zelf overigens dat je de kaart niet te absoluut moet zien: ‘Er
zijn meer definities van een koele plek.’ En:
‘De afstand-tot-koeltekaart geeft een eerste inschatting van de locatie van koele plekken en van de afstand tot deze plekken. Maar van deze koele plekken is niet bekend of het ook aangename plekken zijn. Daarvoor is verder onderzoek nodig.’Dus wees alsjeblieft een beetje lief voor de kaart en haar makers, bewaar je koelte en bespaar ons verhitte klimaatdiscussies.
Labels:
America,
Evertsoord,
hitte,
klimaat,
koelte,
Norbertuswijk,
Sevenum,
Tienray,
warmte
zondag 12 juli 2026
Intermezzo – Scholekster
Als kind ging ik op zondagochtend steevast en rundje ri-je met m’n vader.
We hadden een min of meer vaste route: de Paes, de Schaak, het gebied waar nu Loohorst
ligt (waar het stikte van de konijnen), het Grauwveen en ten slotte de Peel tussen
Griendtsveen en Helenaveen. Stapvoets over onverharde wegen die inmiddels alweer
decennialang ontoegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer. We zagen vogels
die je in deze regio tegenwoordig niet of nauwelijks meer ziet. Denk aan de wulp,
de grutto, de patrijs. Andersom kan ik me niet herinneren dat we toen ook maar
één keer een grote zilverreiger (‘witte reiger’), een ooievaar of een raaf zijn
tegengekomen, vogels die vandaag de dag in deze contreien redelijk algemeen
zijn.
Een zeldzame verschijning in die tijd was de Haematopus ostralegus ofwel scholekster. Waarschijnlijk vanwege z’n zeldzaamheid én z’n oranjerode snavel was de scholekster – samen met de wulp (vanwege z’n naam en z’n gekromde lange snavel) – mijn favoriete vogel. Hoewel de scholekster hier tegenwoordig in groteren getale voorkomt en intussen de raaf voor mij aan de top van het vogelrijk staat, is mijn fascinatie voor de scholekster nooit verdwenen.
Wat bijdraagt aan mijn sympathie voor de scholekster, is dat ik altijd een beetje
met ‘m te doen heb. Misschien ontmoet ik ‘m op de verkeerde momenten, maar in
mijn nabijheid brengt-ie doorgaans een luid, schel, hoog, piepend geluid voort.
Laatst ook weer toen een luidruchtig koppel me op de Spoorweg in Hegelsom hoog
in de lucht passeerde. Wat was er aan de hand? Had het te maken met mijn
aanwezigheid? Waren ze boos, bang, verontrust, nerveus? Of is dit een te menselijke
interpretatie? Kan het zijn dat wat ik voor een klaagzang houd voor een
scholekster juist een uiting van welbehagen is?
Een tweede reden waarom ik een beetje te doen heb met de scholekster, is dat ik
‘m tegenwoordig vaak aantref op of in de nabijheid van oerlelijke akkers.
Akkers met een vloerbedekking van zwart landbouwplastic waarop gewassen worden
geteeld. Het beeld van kinderen die ver weg in een arm land dag in dag uit op
een onafzienbare vuilnisbelt rondscharrelen in een poging te overleven, is dan
nooit ver weg. Waaraan hebben die kinderen dat te danken? Waaraan heeft zo’n
mooie, statige vogel dat te danken? Je gunt ‘m toch een sappig weiland of
plasdrasgebied? Of is de scholekster net zo’n opportunist als de mens? Gaat ook
hij liever voor snel gewin? Dient het gemak niet alleen de mens maar ook de
scholekster?
Een zeldzame verschijning in die tijd was de Haematopus ostralegus ofwel scholekster. Waarschijnlijk vanwege z’n zeldzaamheid én z’n oranjerode snavel was de scholekster – samen met de wulp (vanwege z’n naam en z’n gekromde lange snavel) – mijn favoriete vogel. Hoewel de scholekster hier tegenwoordig in groteren getale voorkomt en intussen de raaf voor mij aan de top van het vogelrijk staat, is mijn fascinatie voor de scholekster nooit verdwenen.
donderdag 9 juli 2026
Intermezzo – Franz Clemens op bezoek bij Napoleon (1)
Gevleugelde uitdrukking dezer dagen: Parijs is nog ver. Vroeger was Parijs nog
veel verder. Toch haalde de laatste bewoner van kasteel Huis ter Horst, Franz Clemens von Fürstenberg
(1755-1827), Parijs. En wel in 1804. Samen met z’n broer Theodor. Om er de kroning van
Napoleon tot keizer van Frankrijk bij te wonen, een 8,5 miljoen frank kostende ceremonie
met meer dan twintigduizend gasten.
![]() |
| Napoleon in 1806 op de keizerlijke troon, geschilderd door Jean-Auguste-Dominique Ingres |
Als president van het kanton Weiden ontving Theodor Hermann von Fürstenberg
(1772-1828) begin november 1804 een uitnodiging om aanwezig te zijn bij de
kroning in de Notre-Dame op 2 december. Waarom de niet genodigde Franz Clemens hem
vergezelde? Vermoedelijk vooral omdat Theodor zijn broer, ondanks hun slechte
persoonlijke verhoudingen, als een geschikte persoon zag om de reis van
tweeënhalve maand naar Parijs vast te leggen.
Franz Clemens kweet zich met verve van deze taak. Dit resulteerde in een (niet
gepubliceerd) dagboek van zeventig bladzijden. Het bestrijkt de periode tussen
19 november 1804 en 4 februari 1805, is in het Frans gesteld en heeft als titel
Voyage de Paris pour le couronnement de l’empereur Napoleon.![]() |
| Eerste bladzijde van het dagboek |
Ik ontleen deze informatie aan Das Paris des napoleonischen Kaiserreichs in
der Wahrnehmung rheinischer Adeliger, de voorbeeldige masterscriptie van
Ulrike Schmitz uit 2014 (klik hier). Daarin schenkt ze ruim aandacht aan het
dagboek van Franz Clemens. Wat ik daaruit opmaak is dat de gebroeders tal van toeristische
hoogtepunten in en om Parijs aandeden. Zo bezochten ze het paleis van Versailles,
het Louvre en het Panthéon. Opera en theater konden beide broers maar matig
bekoren: het bleef bij enkele bezoekjes waaraan Franz Clemens slechts een paar
woorden wijdt. Meer plezier beleefden ze in café Frascati, place to be
voor de jetset: ‘We gingen naar Frascati, waar de hele beau monde van Parijs
op elkaar lijkt, en om drie uur 's nachts gingen we naar bed: we hadden
dringend behoefte aan rust.’
![]() |
| De galerijen van het Palais-Royal in 1800 |
Hoogtepunt van de beschrijvingen van Franz Clemens noemt Schmitz diens gedetailleerde
schets van het Palais-Royal. Dit voormalige koninklijk paleis was ten tijde van
het bezoek van de Fürstenbergs een winkelcentrum, inclusief cafés, restaurants
en bordelen. Franz Clemens: ‘De drukte is er in elk jaargetijde enorm. Het is
net een permanente kermis. Je ziet er allerlei curiositeiten. (…) De deuren
gaan om 2.00 uur dicht. (…) Om 17.00 uur trekken de respectabele vrouwen zich
terug, want dan beginnen de courtisanes zich te vertonen.’ Zijn conclusie: ‘Wie
Parijs heeft gezien zonder het Palais Royal te bezoeken, heeft eigenlijk niets
gezien.’
En de kroning van Napoleon, waar het uiteindelijk allemaal om te doen was?
Daarover in een volgende aflevering meer. Dan ook ruimere aandacht voor de
indruk die Parijs en de kroning op beide broers maakten.dinsdag 7 juli 2026
Trapveldjesvoetballers (21)
Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Saleem Al-Ashqar, 32
jaar, overleden op 29 juni 2026 in Al-Qarara, Gaza
Op de dag dat Paraguay in de Verenigde Staten Duitsland uit het WK
knikkerde en FIFA-voorzitter Gianni Infantino in levenden lijve in Houston Brazilië-Japan
aanschouwde en zag dat een laat doelpunt van Gabriel Martinelli het voortijdige
vertrek van Brazilië nog even uitstelde, kwam in de Gazastrook een einde aan
het leven van Saleem Al-Ashqar, de 32-jarige keeper van Khadamat Khan Younis.
Al-Ashqar, die eerder voor verschillende andere Gazaanse clubs uitkwam, werd doodgeschoten door het Israëlische leger in Al-Qarara (enkele kilometers ten noordoosten van Khan Younis) terwijl hij op zijn motor onderweg was om een gasfles om op te koken te halen. Vanuit tanks openden Israëlische soldaten het vuur op hem. Daarbij werd hij in zijn buik geraakt. Enkele uren later overleed hij in een ziekenhuis aan zijn verwondingen. Al-Ashqar trad op 26 januari van dit jaar in het huwelijk. Zijn echtgenote is in verwachting van hun eerste kind.
De wereldvoetbalbond FIFA weigert intussen nog altijd actie te ondernemen
tegen Israël. Jibril Rajoub, de voorzitter van de Palestijnse voetbalbond,
ontving wel een uitnodiging van de FIFA om het WK bij te wonen en was in Mexico
aanwezig bij de openingswedstrijd van het WK, maar de Verenigde Staten weigerden
Rajoub een visum te verlenen. De FIFA deed er vervolgens het zwijgen toe.
Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon – allemaal door toedoen van Israël. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas, waar trapveldjesvoetballers weinig te vrezen hebben. Ditmaal een foto van het trapveldje aan de Patersstraat in Evertsoord. Klik hier en hier voor de voornaamste bronnen voor dit stukje.
Al-Ashqar, die eerder voor verschillende andere Gazaanse clubs uitkwam, werd doodgeschoten door het Israëlische leger in Al-Qarara (enkele kilometers ten noordoosten van Khan Younis) terwijl hij op zijn motor onderweg was om een gasfles om op te koken te halen. Vanuit tanks openden Israëlische soldaten het vuur op hem. Daarbij werd hij in zijn buik geraakt. Enkele uren later overleed hij in een ziekenhuis aan zijn verwondingen. Al-Ashqar trad op 26 januari van dit jaar in het huwelijk. Zijn echtgenote is in verwachting van hun eerste kind.
Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon – allemaal door toedoen van Israël. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas, waar trapveldjesvoetballers weinig te vrezen hebben. Ditmaal een foto van het trapveldje aan de Patersstraat in Evertsoord. Klik hier en hier voor de voornaamste bronnen voor dit stukje.
Labels:
Evertsoord,
Gaza,
Israël,
oorlog,
Palestina,
trapveldjes,
voetbal
zondag 5 juli 2026
Intermezzo – 6.9 op de schaal van Lkkrr
Zondag 28 juni 2026, 10.09 uur, Donkstraat te Meterik:
zaterdag 27 juni 2026
Intermezzo – Petrichor
Weerstation Horst vandaag het weerstation met het hoogste maximum van heel
Nederland. Fijn. Evengoed is het fijnste van zo’n hittegolf dat er een eind aan
komt. Of het nu vanavond, morgen of overmorgen is: het einde is nakend. Ik kan
niet wachten tot het eindelijk zover is. Vanwege het gevoel van een last bevrijd
te zijn. Maar meer nog vanwege de beloning die hopelijk volgt voor al dat lijden.
De ultieme beloning, de beloning aller beloningen: petrichor!
Petrichor is net zo oud als de aarde. Toch heeft het tot 1964 geduurd voordat het een naam kreeg. Daarna duurde het nog 47 jaar, om precies te zijn tot woensdag 13 juli 2011, voordat die naam uiteindelijk ook mij bereikte. Die dag las ik in Alledaagse kunst, een bundel met columns uit de Volkskrant. Op pagina 105 en 106 brengt Koen Schouten daarin een ode aan regen, aan het geluid van regen en uiteindelijk ook de geur van regen:
Overigens is petrichor onlosmakelijk verbonden met De Piel in brand, het wat mij betreft allermooiste nummer van Rowwen Hèze:
Langoet ligge in ‘t graas
Ge rookt d’n asfalt en de zwaj
Als 't pas geraegend haj
Raegen + graas + d’n asfalt + de zwaj = petrichor!
Halde we ’t druëg? Hopelijk niet. Laat die buien maar komen. Ik geloof
dat ik daar in de verte al een schoor zie naderen.
Petrichor is net zo oud als de aarde. Toch heeft het tot 1964 geduurd voordat het een naam kreeg. Daarna duurde het nog 47 jaar, om precies te zijn tot woensdag 13 juli 2011, voordat die naam uiteindelijk ook mij bereikte. Die dag las ik in Alledaagse kunst, een bundel met columns uit de Volkskrant. Op pagina 105 en 106 brengt Koen Schouten daarin een ode aan regen, aan het geluid van regen en uiteindelijk ook de geur van regen:
‘Als het lang droog is, scheiden planten een olieachtige stof af om de groei van hun zaden te vertragen: petrichor. Die blijft op de bodem liggen. Als het gaat regenen, dan ruik je hem. Een van de lekkerste geuren die bestaan. En net als een goede zomerbui niet na te maken.’Inderdaad een van de lekkerste geuren die bestaan. En een van de vluchtigste: dagen, weken heb je er naar uitgekeken, maar voordat je er erg in hebt, is ie foetsie en moet je opnieuw de lijdensweg van een hittegolf doorstaan om ‘m te kunnen vangen. Al vormen die zeldzaamheid en dat vluchtige natuurlijk ook een deel van de bekoring.
Overigens is petrichor onlosmakelijk verbonden met De Piel in brand, het wat mij betreft allermooiste nummer van Rowwen Hèze:
Langoet ligge in ‘t graas
Ge rookt d’n asfalt en de zwaj
Als 't pas geraegend haj
Raegen + graas + d’n asfalt + de zwaj = petrichor!
vrijdag 26 juni 2026
Top 5 – Horstensiaverpakkingen
Een van de meer aangename bijverschijnselen van de hedendaagse hittegolven zijn
de hortensiaverpakkingen die overal opduiken in het straatbeeld. De hitte maakt
loom? Dan toch niet de hortensiaverpakkers. Hun laatste resterende sprankjes energie
stoppen ze – iets doet me vermoeden dat het overwegend mannen zijn – in het
beschermen van hun oogappels. Uit de diepste laden van de linnenkasten van
moeder de vrouw toveren ze reeds lang verloren gewaande tafellakens, dekens,
badhanddoeken, beddenspreien en wat dies meer zij tevoorschijn om er vervolgens
met uiterste toewijding hun geliefde hortensia’s in te verpakken. Driewerf hulde!
Als klein eerbetoon aan deze voortuinhelden is een top 5 meer dan gepast. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horstensiaverpakkingen van deze hittegolf (disclaimer: deze top 5 heeft een door de hitte gedicteerde enigszins beperkte geografische reikwijdte):
5. Melderslo
Blau blau blau blüht die Horstensieverpackung
4. Horst
De roepende in de woestijn heeft gehoor gevonden
3. Meterik
Groene oase
2. Horst
Van alle egards voorzien
1. Meterik
De Molen keek en de Molen zag dat het goed was
P.S.
Hulde overigens ook aan de bikkels, de onverstoorbaren, de diehards, de
onaanraakbaren, de ijzeren Heinen onder de horstensia’s die verstoken blijven
van de zegen van verpakking en de verschroeiende zonnestralen op eigen houtje
moeten zien te trotseren. Stuk voor stuk kanjers van de bovenste plank die ons
opperste respect verdienen.
Als klein eerbetoon aan deze voortuinhelden is een top 5 meer dan gepast. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horstensiaverpakkingen van deze hittegolf (disclaimer: deze top 5 heeft een door de hitte gedicteerde enigszins beperkte geografische reikwijdte):
5. Melderslo
Blau blau blau blüht die Horstensieverpackung
4. Horst
De roepende in de woestijn heeft gehoor gevonden
3. Meterik
Groene oase
2. Horst
Van alle egards voorzien
1. Meterik
De Molen keek en de Molen zag dat het goed was
P.S.
Abonneren op:
Posts (Atom)




















































