So near and yet so far. Meterik, met zijn molen, zijn kerk, zijn behaaglijkheid,
is binnen handbereik. Maar hij is neergezegen aan de Sint Maartensweg. Gisteren
of eergisteren moet-ie het leven hebben gezien. Navelstaren is ‘m vreemd, zijn
verwekkers hebben ‘m begiftigd met de brede blik: meneer heeft zijn vizier gericht
op het majestueuze Meterikseveld. Een verse lading sneeuw heeft de aandacht
afgeleid van z’n iele armpjes. Heeft ‘m van zijn scherpe kantjes ontdaan. Heeft
‘m molliger, lieflijker, aanraakbaarder gemaakt. Evengoed is-ie gedoemd binnen
enkele dagen te smelten. Het wrede lot van de sneeuwman.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten