maandag 23 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (2)

Als het Journaal afreist naar Horst, moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Precies dat was het geval op 28 december 1967: de officiële ingebruikname van 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en de Zegersstraat. ’s Avonds was deze plechtigheid goed voor een reportage van bijna anderhalve minuut.

De ingebruikname van de woningen was het sluitstuk van een proces dat nauwelijks een jaar eerder in gang was gezet en dat zijn wortels had in een bezoek van vijftien Nederlandse bouwkundigen aan Canada in de zomer van 1965. Dat bezoek, dat plaatsvond op uitnodiging van de Canadese regering, was bedoeld als een oriëntatie op de mogelijkheden van houtskeletbouw. Canada gold, net als de Verenigde Staten, als een voorloper op dit gebied.


De Nederlandse delegatie keerde enthousiast terug uit Canada. Twee ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die deel uitmaakten van de delegatie, adviseerden de minister ‘alle medewerking te verlenen voor het realiseren van een aantal ontwikkelingsobjecten in de woningbouw, opdat de nodige ondervinding kan worden opgedaan’. Ruim een jaar later kwam Horst in beeld voor zo’n ‘ontwikkelingsobject’.


Eind november 1966 benaderde de hoofdingenieur-directeur Volkshuisvesting van de provincie Limburg, ir. C.H. Kluiters, burgemeester Geurts met de vraag om medewerking te verlenen aan de bouw van woningwetwoningen in Canadese houtbouw. Dit leidde op 6 december tot een gesprek tussen Kluiters en de burgemeester. ‘Een prettig onderhoud’, aldus de burgemeester, die daarna met ongekende voortvarendheid aan de slag ging. Nog dezelfde dag lichtte hij zijn wethouders in. De volgende dag bracht hij samen met de gemeentesecretaris en twee ambtenaren een bezoek aan Guelen, een aannemersbedrijf in Wijchen met ervaring in houtbouw. Weer vier dagen later, op 11 december, stemde eerst het college van burgemeester en wethouders en daarna de gemeenteraad in met de bouw van 21 woningen als proefproject. Locaties waren ook al gevonden: aan de Zegersstraat één blok van acht en één van zes woningen, van elkaar gescheiden door de Prins Bernhardstraat, en driehonderd meter verderop aan de Meterikseweg een blok van zeven woningen.


(Dit is de tweede aflevering in een serie van vier over de zogeheten Canadese woningen in Horst. Klik hier voor aflevering 1)

vrijdag 20 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (1)

Precieze data vallen niet te achterhalen, maar van 1971 tot 1974 – zeg maar van mijn zesde tot mijn negende – woonde ik met mijn vader, moeder en zus aan de Zegersstraat in Horst, huisnummer 32. Tijdelijk vormde trouwens ook Bas, een cockerspaniël, onderdeel van ons gezin. Onhandelbare hond, die meer (vraat)sporen achterliet in onze verzameling boeken en langspeelplaten dan in mijn geheugen.


Wat me vooral bijstaat van die tijd in de Zegersstraat is het buiten spelen. In het voorjaar, als de dagen begonnen te lengen, trefballen op de grasstrook voor de rijtjeswoningen tot het donker werd. Op lange zomeravonden met kinderen uit de buurt en hun ouders volleyballen achter het huis van de familie P. Tijdens de eindeloze zomervakantie stoepranden (‘stoepránte’) met C. totdat we erbij neervielen. En overal en altijd voetballen. Met W. en E. op de grasstrook voor de woningen. Met anderen bij de vier garageboxen aan de overzijde van de straat, met een van die vier garageboxen als doel (maar niet die van meneer S.; meneer S. was op z’n zachtst gezegd geen voetballiefhebber). Met grotere groepen op het buurttrapveldje achter het huis.

Nog een herinnering: op de dag dat Stan Smith de Wimbledonfinale won (Google: 9 juli 1972) veranderde een wolkbreuk de Zegersstraat in een mum van tijd in een zwembad. Zwemmen op straat! De volgende dag had ik diarree. 


Een eigentijdse foto van het exterieur van Zegersstraat 32 is niet te vinden. Ik moet volstaan met een carnavalsfoto van een gemaskerd figuur in clownspak waarop een fragment van de voorgevel is te zien.

Zegersstraat 32 was (en is) de tweede (of zevende – het is maar van welke kant je het bekijkt) woning in een blok van acht. Huurwoning. Doorzon, semi-open keuken, vier slaapkamers, vlizotrap naar zolder. Verder niets bijzonders. Ware het niet dat het een Canadese woning was.

‘Waar woon je?’
‘In de Zegersstraat.’
‘Oh, die straat met de Canadese woningen.’

De Canadese woningen waren (zijn?) een begrip in Horst. Maar wat daar nu precies achter schuil ging, vroeg ik me vreemd genoeg nooit af. Tot vorig jaar. Toen ben ik het gaan uitzoeken. Van mijn bevindingen doe ik hier de komende tijd in enkele afleveringen verslag.

vrijdag 13 februari 2026

Intermezzo – Ganzen

Vanochtend vlogen ze weer over, ganzen. Zoals zo vaak. Hele zwermen ganzen, komend vanuit noordoostelijke richting, ogenschijnlijk onderweg naar het zuidwesten. Tegen het vallen van de avond vliegen ze vaak in tegengestelde richting over, zoals nu, terwijl ik dit stukje tik. Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naartoe? Vliegen ze van de Maas naar de Peel en vice versa? Vliegen ze heen om te gaan foerageren (een woord dat voedsel zoeken uittilt boven een alledaagse bezigheid) en terug om te gaan slapen? En bovenal: wat bezielt de gans?


Ik zie ze, ik hoor ze, ik merk ze op, ze fascineren me. Maar ganzen ontroeren me niet. Bij Rutger Kopland (1934-2012) was dat anders. Voor zijn serie Van de schoonheid en de troost sprak Wim Kayzer in 2000 met de dichter. ‘Wat zijn de momenten waarop je ontroerd wordt?’, vraagt Kayzer op een gegeven moment. Kopland probeert een antwoord te formuleren maar concludeert uiteindelijk: ‘Dit zijn vage dingen waar moeilijk over te praten valt. Je kunt het wat mij betreft nog het beste duidelijk maken met dichtregels.’ Daarop leest hij zijn gedicht Over diepte voor:

Wat bedoelde je toen je zei: diepte
dat is een woord voor wat ik nu voel – diepte.

Er vloog een kleine groep ganzen over,
een ijskoude glasheldere hemel in december.

Dat is wat ik bedoel zei je: ganzen
godvergeten hoog hun dunne geschreeuw
wat is het dat alleen zijn samen
dat blinde lot

weten van die diepte die we hemel noemen
et is een heel oud gevoel – soort medelijden
ouder dan ik

ik heb dit mijn leven lang gezien en gehoord
ik heb als kind gedroomd dat ze me mee wilden nemen
ik weet nu dat ik ergens zou worden achtergelaten.

We bleven kijken en luisteren.


Daarop vervolgt Kopland: ‘Je vraag was: laat nou eens zien wat zo’n moment van ontroering eigenlijk is. Nou, dat zijn ganzen die ’s winters door de hemel vliegen. En dat mompelende gejammer van die dieren die ergens vandaan komen, ergens heen moeten en daar door die ijskoude lucht achter elkaar aanvliegen, elkaar afwisselen en solidair zijn met elkaar, een soort saamhorigheid en een soort loyaliteit. En tegelijkertijd ook dat oude daarin, van god, hoe lang heb ik dit al gehoord? Dit is een geluid dat ik al zó lang ken. Dat ken ik al zo lang als ik besta, ik ken het eigenlijk al langer dan ik er ben. Ik zal het nóg horen als ik dood ben, bij wijze van spreken. Dat ontroert me, dat geschreeuw van die beesten. Dat probeer ik dan duidelijk te maken. Dat is een ander antwoord dan wanneer je daar heel veel woorden voor probeert te vinden. Kayzer: ‘Dit is een goed antwoord.’ Kopland: ‘Ontroering is ganzen. Luister maar.’


Ontroering is ook luisteren naar Kopland en Kayzer. Ontroering zijn ook al die afleveringen van Van de Schoonheid en de troost

N.B. Bekijk hier de aflevering met Kopland (het fragment over ganzen en ontroering is te zien van 52.18 tot 58.51 minuten):

woensdag 11 februari 2026

Intermezzo – Raadsvergadering

‘Je zult maar gewoon inwoner zijn van deze gemeente en dan het afgelopen uur dit debat hebben gevolgd. Stel je voor…’ Aldus burgemeester Ryan Palmen, enkele minuten na het aanbreken van deze dag, zo’n beetje aan het einde van de uren eerder begonnen raadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas.


Ik bén maar gewoon inwoner van deze gemeente en ik hád het debat het afgelopen uur gevolgd, misschien wel als enige inwoner van deze gemeente. Verwacht van mij geen samenvatting of analyse van dat uur, dat zou teveel eer zijn. Een kwalificatie dan? Laten we het er op houden dat het een beschamende vertoning was, van links tot uiterst rechts en alles wat daar tussen zit. Kleuters gaan volwassener met elkaar om dan dit zootje ongeregeld.

Al kijkend en luisterend kwam bij mij de vergelijking op met echtgenoten die in aanwezigheid van anderen ruzie met elkaar krijgen: een gevoel van plaatsvervangende schaamte bekruipt je, je kan het allemaal niet plaatsen omdat de achtergronden vaag blijven, je wil al die wederzijdse verwijten niet horen, je wil hier geen getuige van zijn, je vraagt je af waarom ze anderen hier zo nodig mee moeten belasten, waarom ze het niet achter gesloten deuren met elkaar uitvechten.

Mochten bij dit drama betrokkenen de behoefte voelen om op dit stukje te reageren, dan zou mijn welgemeend advies zijn: kijk eerst in de spiegel voordat je je eigen gelijk wilt gaan halen.

N.B. Dit stukje bevatte oorspronkelijk een link naar de betreffende discussie, maar de opname is inmiddels niet meer raadpleegbaar. Zodra dit wel weer het geval is, verschijnt die link hier weer.

Update 13 februari: beluister de discussie hier en ga naar 1.24.50 uur

maandag 9 februari 2026

Intermezzo – Missendinder

In een VPRO Marathoninterview uit 2005 met Marcel van Dam hoor ik de voormalig politicus praten over zijn – niet bijster positieve – ervaringen als misdienaar. Misdienaar? Missendinder zal je bedoelen!


Missendinder
. Behalve een mooi woord is het ook een lekker woord. Zonder er enige moeite voor te hoeven doen golft het uit je mond. Onweerstaanbaar ritme. Probeer maar eens. Missendinder. Rolt als vanzelf over je tong. Kan niet mis gaan, lukt zelfs niet-dialectsprekers, waarbij ze er wel op dienen te letten dat ze de n in ‘missen’ nadrukkelijk uitspreken.

Terwijl ‘mis’ en ‘dienaar’ in misdienaar vreemden zijn van elkaar, vormen ‘missen’ en ‘dinder’ in missendinder een onlosmakelijke twee-eenheid. Komt door dat ‘-sen’, dat de overgang tussen beide woorden vloeiend laat verlopen. Vergelijk het met fleshals en flessenhals, waar de brugfunctie van ‘-sen’ flessenhals tot een veel aangenamer woord maakt dan fleshals.

Wat missendinder verder qua lekkerte boven het merendeel der woorden doet uitsteken, is de dynamiek der d’s. ‘Dienaar’ is gaapgaap, ‘dinder’ ademt de wilde frisheid van limoenen. Het zijn de d’s die het ‘m doen. ‘Dienaar’ staat voor protocol, ‘dinder’ voor avontuur. Dat de inhoud van het missendinderschap die belofte niet kan waarmaken, dondert nu even niet.

‘Naodát de missendinder de klingelbuul háj klaorgelagd, pakte-n-ie in de sacristie de jerrycan mit feentwater um ’t feentwaterbekske te gaon beejvulle.’

donderdag 5 februari 2026

Top 5 – Gestileerde auto’s in De Echo

Wat ook een eeuwige bron van lering en vermaak blijft is De Echo van Horst. Onbegrijpelijk (met het oog op de lering) en zonde (met het oog op het vermaak) dat het in 2010 ter ziele gegane nieuwsblad voor de voormalige gemeente Horst nog altijd niet digitaal valt te raadplegen. Zo lang het nog niet zo ver is, moeten we het helaas doen met her en der verspreide snippers. Enkele van die snippers (voornamelijk afkomstig uit de collectie HH) zijn bij mij beland. Hieruit valt veel en van alles te destilleren, uiteenlopend van de logo’s van niet meer bestaande verenigingen tot een opsomming van kermisartiesten die de gemeente in de loop der jaren aandeden en van onvergetelijke slogans (‘Wees slim en trim’) tot de rabiaat rechtse ingezonden brieven van J.G.

Voor nu graag uw gewaardeerde aandacht voor gestileerde auto’s in De Echo. Vanwege het tijdsbeeld dat ze geven. Vanwege het poetry-in-motion-gevoel, het living-in-the-fast-lane-gevoel en het gouden-kettingen-en-fancy-cars-gevoel dat ze oproepen. Maar vooral ook vanwege de onvervalste nostalgie. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van gestileerde auto’s in De Echo:

5.


Deze Volvo’s van Fa. L. Kok en Zn. aan de Venrayseweg (‘Ook uw adres voor de betere occasion’) waren blijkbaar stoer genoeg om het zonder nadere aanbeveling te kunnen stellen. Advertentie uit 1977.

4.


‘BMW 2000: een synthese van overtuigende kracht en functionele schoonheid’, in 1968 verkrijgbaar bij Garage Janssen aan de Loevestraat.

3.


‘Kom eerst kijken, hoeveel Gestaalde Perfektie uw geld waard is.’ Mitsubishi-advertentie van Plot Quick Service BV aan de Gebroeders van Doornelaan (‘Rij vlot… tank Plot’) uit 1977.

2.


Wij mochten dan een Eend hebben, dé Norbertuswijkauto van begin jaren zeventig was naast de Opel Kadett de Ford Escort GT: ‘Stap in, schakel met dat lekkere pookje, accelereer, rem, stuur en kijk om U heen… deze wagen is gróter dan z’n prijs, véél groter!’ Aldus adverteerde automobielbedrijf L. van den Hombergh uit Venlo in 1968 in De Echo.

1.


In de ‘hypermoderne turbo autowas straat met o.a. onderkant wassen’ van Texaco Selfservicestation De Kamp komt het in 1988 allemaal samen: pooierbakken, stropdasmannen, gestaalde perfectie, glamourboys en overtuigende kracht.