maandag 9 februari 2026

Intermezzo – Missendinder

In een VPRO Marathoninterview uit 2005 met Marcel van Dam hoor ik de voormalig politicus praten over zijn – niet bijster positieve – ervaringen als misdienaar. Misdienaar? Missendinder zal je bedoelen!


Missendinder
. Behalve een mooi woord is het ook een lekker woord. Zonder er enige moeite voor te hoeven doen golft het uit je mond. Onweerstaanbaar ritme. Probeer maar eens. Missendinder. Rolt als vanzelf over je tong. Kan niet mis gaan, lukt zelfs niet-dialectsprekers, waarbij ze er wel op dienen te letten dat ze de n in ‘missen’ nadrukkelijk uitspreken.

Terwijl ‘mis’ en ‘dienaar’ in misdienaar vreemden zijn van elkaar, vormen ‘missen’ en ‘dinder’ in missendinder een onlosmakelijke twee-eenheid. Komt door dat ‘-sen’, dat de overgang tussen beide woorden vloeiend laat verlopen. Vergelijk het met fleshals en flessenhals, waar de brugfunctie van ‘-sen’ flessenhals tot een veel aangenamer woord maakt dan fleshals.

Wat missendinder verder qua lekkerte boven het merendeel der woorden doet uitsteken, is de dynamiek der d’s. ‘Dienaar’ is gaapgaap, ‘dinder’ ademt de wilde frisheid van limoenen. Het zijn de d’s die het ‘m doen. ‘Dienaar’ staat voor protocol, ‘dinder’ voor avontuur. Dat de inhoud van het missendinderschap die belofte niet kan waarmaken, dondert nu even niet.

‘Naodát de missendinder de klingelbuul háj klaorgelagd, pakte-n-ie in de sacristie de jerrycan mit feentwater um ’t feentwaterbekske te gaon beejvulle.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten