Posts tonen met het label Canadese woningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Canadese woningen. Alle posts tonen

dinsdag 10 maart 2026

Intermezzo – Canadese woningen (4)

In december 1966 viel het besluit tot de bouw van zogeheten Canadese woningen in Horst. Precies een jaar later waren de 21 woningen aan Meterikseweg en Zegersstraat gereed. De officiële ingebruikname van de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd volgens de Canadese houtskeletbouwmethode vond plaats op 28 december 1967.


De gemeente Horst had flink uitgepakt voor deze plechtigheid. De dag begon om tien uur met een persconferentie in restaurant De Oude Lind, waarvoor onder meer het Journaal en alle actualiteitenrubrieken waren uitgenodigd. Een uur later volgde, eveneens in De Oude Lind, de ontvangst van de genodigden, onder wie minister Schut van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de per helikopter gearriveerde Canadese ambassadeur Bull en de Limburgse commissaris van de Koningin, Van Rooy.

Ambassadeur Bull stapt uit de helikopter
Daarna waren er toespraken van locoburgemeester Claassens (burgemeester Geurts kon vanwege ziekte niet aanwezig zijn), voorzitter Kluiters van de Studiegroep Houtskeletbouw en minister Schut.

Minister Schut (links) en ambassadeur Bull
De minister, die de woningen een Nederlandse ‘love-in’ ten opzichte van Canada noemde, ging vooral in op het landelijke volkshuisvestingsbeleid. Kluiters schetste de achtergronden van het proces dat had geleid tot de bouw van de woningen. Locoburgemeester Claassens onthulde de beweegredenen van de gemeente om de woningen te bouwen:
‘Met alle begrip voor de belangen van degenen, die in het welslagen van dit experiment zakelijk zijn geïnteresseerd, waren wij zo egoïstisch vooral de gelegenheid aan te grijpen een 20-tal woningen naar ons toe te halen, die vanwege een groter wooncomfort speciaal de doorstroming uit goedkopere woningwetbouw op gang zouden kunnen brengen.’
De minister in de bus, met naast hem locoburgemeester Claassens (foto: Historische Kring Horst)
Na de toespraken ging het gezelschap de bus in voor een ritje van twintig minuten door de gloednieuwe Norbertuswijk, van microfonische toelichting voorzien door Ludwig Greweldinger, directeur Openbare Werken van de gemeente. Om half een arriveerde de bus bij de Canadese woningen aan de Meterikseweg. Daar overhandigde minister Schut de sleutel van de woning met huisnummer 33 aan de toekomstige bewoner, J. Driessen, technisch opzichter bij de gemeentelijke Dienst van Volkshuisvesting. De minister: ‘Ik hoop dat u zich met uw gezin in dit nieuwe huis zeer gelukkig moogt voelen.’

De minister overhandigt de sleutel aan de heer Driessen. Naast Schut locoburgemeester Claassens en daarnaast gemeentesecretais Poels (foto: Historische Kring Horst)
De ceremonie werd vervolgens weer bij De Oude Lind afgesloten met een koud buffet, aangeboden door de British Columbia Lumber Manufacturers.

(Dit is de vierde aflevering in een serie van zes over de Canadese woningen in Horst. Klik hier, hier en hier voor de eerste drie afleveringen)

zondag 1 maart 2026

Intermezzo – Werkelijkheidsverfraaiing

De zaken net een klein beetje anders voorstellen dan ze zijn of waren. Wie bezondigt zich er zo nu en dan niet aan een gevalletje werkelijkheidsverfraaiing? Betrekkelijk onschuldig, zo lang je maar uit de buurt blijft van de grens tussen werkelijkheidsverfraaiing en werkelijkheidsverdraaiing.


Ik kom hierop door een foto van de Canadese woningen aan de Zegersstraat in aanbouw die ik hier vrijdag publiceerde. Een zwart-witfoto uit 1967. Vanochtend zag ik dat iemand op de Facebookpagina Horst vroeger en nu een kleurenversie van deze foto had gepubliceerd (klik hier), naar ik veronderstel met behulp van AI of een fotobewerkingsprogramma.


‘Ah mooi, zo was het dus in werkelijkheid’, was mijn eerste gedachte bij het zien van de foto. Na nauwkeuriger bestudering wist ik wel beter. Dat het blauw (of grijs) links onder het raam van de eerste woning niet doorloopt onder de diagonale lat van het bouwhek is al een beetje raar. Maar kijk ook eens goed naar de auto links bij de lantaarnpaal.


Vind u ook niet dat die verdacht veel weg heeft van een moderne SUV en maar heel weinig van een jaren zestig auto? Bovendien: op de zwart-witfoto staat helemaal geen auto bij de lantaarnpaal. Wat er wel staat? Lastig te zien, vermoedelijk de aanhanger waarop de pannenlift, enkele meters verderop, heeft gestaan.


Achter de pannenlift staan nog twee auto’s. De tweede is op beide foto’s moeilijk te onderscheiden. De eerste oogt op de zwart-witfoto als een transportbusje, mogelijk een Volkswagen Transporter. Maar op de kleurenfoto is ook dit een hedendaags aandoend vehikel dat in de verste verte niet lijkt op het busje van de zwart-witfoto.

Héél erg dit? Nee. Werkelijkheidsverfraaiing of werkelijkheidsverdraaiing? Ik zou zeggen: een in dit geval betrekkelijk onschuldige vorm van werkelijkheidsverdraaiing. 

vrijdag 27 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (3)

Nadat de Horster gemeenteraad op 11 december 1966 had ingestemd met de bouw van 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en Zegersstraat gingen de ontwikkelingen in hoog tempo verder. Vijf dagen later al werden de namen van architect en aannemer bepaald. H. van Wetten jr. uit Helmond, een pionier in Nederland op het gebied van houtskeletbouw, werd architect, in samenwerking met de Nationale Woningraad. De keuze voor de aannemer viel op aannemingsmaatschappij Guelen uit Wijchen, een bedrijf dat eveneens enige ervaring had opgebouwd in houtbouw. Guelen nam het werk in januari 1967 aan voor 609.000 gulden en begon begin mei met de bouw.

De situering van de woningen (bron: gemeentearchief Horst)
Intussen was in maart op de Voorjaarsbeurs in Utrecht flink propaganda gemaakt voor Canadese woningen. Op het middenterrein van de beurs had de Canadese regering twee houten demonstratiewoningen laten bouwen. Ook professor Gout, hoofd van de afdeling bouwkunde van de Technische Hogeschool in Delft, probeerde de geesten rijp te maken voor Canadese woningen. Hij was ervan overtuigd dat ze een belangrijke bijdrage konden leveren aan het oplossen van de woningnood in Nederland. Gout wees daarbij op de lage bouwkosten, de brandveiligheid die de vergelijking met stenen huizen kon doorstaan, de korte bouwtijd en de lange levensduur.


Ben van der Woerd, de in Utrecht zetelende vertegenwoordiger van de British Columbia Lumber Manufacturers, bracht de Canadese houtbouw eveneens onder de aandacht. Hij was het ook die in juli 1967 een persbericht opstelde over de bouw van de woningen in Horst. Dit vormde de basis voor een artikel in de Volkskrant van 18 juli. Een fragment daaruit:

Het blok van zes woningen aan de Zegersstraat in aanbouw (foto: Historische Kring Horst)
‘Het Limburgse Peeldorp Horst krijgt dit jaar de primeur van de luxe woningwetwoning. Met Canadees hout en naar Canadese methoden worden daar 21 woningen in vier blokken gemonteerd waaraan de metselaar nauwelijks meer te pas komt. Zelfs de wanden tussen de woningen onderling worden niet meer gemetseld zonder dat dit iets afdoet aan de brandveiligheid of de geluidsisolering. De woningen krijgen dubbelbeglaasde schuiframen, een luxueuze keuken en centrale verwarming. De meerkosten hiervan worden goedgemaakt door de besparingen die zijn verkregen door de fabriekmatige aanmaak van de samenstellende delen en de vermindering van de bouwtijd.’
(Dit is de derde aflevering in een serie van vijf over de zogeheten Canadese woningen in Horst. Klik hier en hier voor de eerste twee afleveringen)

maandag 23 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (2)

Als het Journaal afreist naar Horst, moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Precies dat was het geval op 28 december 1967: de officiële ingebruikname van 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en de Zegersstraat. ’s Avonds was deze plechtigheid goed voor een reportage van bijna anderhalve minuut.

De ingebruikname van de woningen was het sluitstuk van een proces dat nauwelijks een jaar eerder in gang was gezet en dat zijn wortels had in een bezoek van vijftien Nederlandse bouwkundigen aan Canada in de zomer van 1965. Dat bezoek, dat plaatsvond op uitnodiging van de Canadese regering, was bedoeld als een oriëntatie op de mogelijkheden van houtskeletbouw. Canada gold, net als de Verenigde Staten, als een voorloper op dit gebied.


De Nederlandse delegatie keerde enthousiast terug uit Canada. Twee ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die deel uitmaakten van de delegatie, adviseerden de minister ‘alle medewerking te verlenen voor het realiseren van een aantal ontwikkelingsobjecten in de woningbouw, opdat de nodige ondervinding kan worden opgedaan’. Ruim een jaar later kwam Horst in beeld voor zo’n ‘ontwikkelingsobject’.


Eind november 1966 benaderde de hoofdingenieur-directeur Volkshuisvesting van de provincie Limburg, ir. C.H. Kluiters, burgemeester Geurts met de vraag om medewerking te verlenen aan de bouw van woningwetwoningen in Canadese houtbouw. Dit leidde op 6 december tot een gesprek tussen Kluiters en de burgemeester. ‘Een prettig onderhoud’, aldus de burgemeester, die daarna met ongekende voortvarendheid aan de slag ging. Nog dezelfde dag lichtte hij zijn wethouders in. De volgende dag bracht hij samen met de gemeentesecretaris en twee ambtenaren een bezoek aan Guelen, een aannemersbedrijf in Wijchen met ervaring in houtbouw. Weer vier dagen later, op 11 december, stemde eerst het college van burgemeester en wethouders en daarna de gemeenteraad in met de bouw van 21 woningen als proefproject. Locaties waren ook al gevonden: aan de Zegersstraat één blok van acht en één van zes woningen, van elkaar gescheiden door de Prins Bernhardstraat, en driehonderd meter verderop aan de Meterikseweg één blok van drie en één van vier woningen.


(Dit is de tweede aflevering in een serie van vier over de zogeheten Canadese woningen in Horst. Klik hier voor aflevering 1)

vrijdag 20 februari 2026

Intermezzo – Canadese woningen (1)

Precieze data vallen niet te achterhalen, maar van 1971 tot 1974 – zeg maar van mijn zesde tot mijn negende – woonde ik met mijn vader, moeder en zus aan de Zegersstraat in Horst, huisnummer 32. Tijdelijk vormde trouwens ook Bas, een cockerspaniël, onderdeel van ons gezin. Onhandelbare hond, die meer (vraat)sporen achterliet in onze verzameling boeken en langspeelplaten dan in mijn geheugen.


Wat me vooral bijstaat van die tijd in de Zegersstraat is het buiten spelen. In het voorjaar, als de dagen begonnen te lengen, trefballen op de grasstrook voor de rijtjeswoningen tot het donker werd. Op lange zomeravonden met kinderen uit de buurt en hun ouders volleyballen achter het huis van de familie P. Tijdens de eindeloze zomervakantie stoepranden (‘stoepránte’) met C. totdat we erbij neervielen. En overal en altijd voetballen. Met W. en E. op de grasstrook voor de woningen. Met anderen bij de vier garageboxen aan de overzijde van de straat, met een van die vier garageboxen als doel (maar niet die van meneer S.; meneer S. was op z’n zachtst gezegd geen voetballiefhebber). Met grotere groepen op het buurttrapveldje achter het huis.

Nog een herinnering: op de dag dat Stan Smith de Wimbledonfinale won (Google: 9 juli 1972) veranderde een wolkbreuk de Zegersstraat in een mum van tijd in een zwembad. Zwemmen op straat! De volgende dag had ik diarree. 


Een eigentijdse foto van het exterieur van Zegersstraat 32 is niet te vinden. Ik moet volstaan met een carnavalsfoto van een gemaskerd figuur in clownspak waarop een fragment van de voorgevel is te zien.

Zegersstraat 32 was (en is) de tweede (of zevende – het is maar van welke kant je het bekijkt) woning in een blok van acht. Huurwoning. Doorzon, semi-open keuken, vier slaapkamers, vlizotrap naar zolder. Verder niets bijzonders. Ware het niet dat het een Canadese woning was.

‘Waar woon je?’
‘In de Zegersstraat.’
‘Oh, die straat met de Canadese woningen.’

De Canadese woningen waren (zijn?) een begrip in Horst. Maar wat daar nu precies achter schuil ging, vroeg ik me vreemd genoeg nooit af. Tot vorig jaar. Toen ben ik het gaan uitzoeken. Van mijn bevindingen doe ik hier de komende tijd in enkele afleveringen verslag.