dinsdag 20 januari 2026

Intermezzo – Voetbalplaatjes

-Koëpzegels?
-Nae.
-Knuffelzegels?
-Nae.
-Pannezegels?
-Nae.
-Vershaldbekskeszegels?
-Nae.
-Hánddookzegels? 
-Nae.
-Servieszegels?
-Nae. 
-Kassabon?
-Nae.
-Voetbalpletjes?
-Jao! Die wal! Wát dóchte geej da?


(En het altijd zo uitkienen dat je uitkomt op een bedrag in de orde van grootte van 10,23 of 20,31 euro enz. – niets zo frustrerend in de voetbalplaatjesperiode als een bedrag in de orde van grootte van 9,98 of 19,76 euro enz. te moeten neertellen)

maandag 19 januari 2026

Intermezzo – Lantaarnopsteker

‘Het aansteken van de lantarens gebeurt ook altijd niet op tijd. Soms, als de maan wat laat opkomt, zitten we tot acht of negen uur in het donker. We moesten den aansteker per avond betalen.‘
‘Dan konden de lantaarns ook wel eens te dikwijls aangestoken worden. Me dunkt, het ware voldoende als de burgemeester hem er eens ter dege op wees het altijd goed te doen.’

Gedachtewisseling in de raadsvergadering van de gemeente Horst van 21 augustus 1905 tussen de raadsleden Hoogers en Van Daal, overgenomen uit De Zuid-Willemsvaart van twee dagen later. Ze illustreert perfect dat je het als lantaarnopsteker (ook wel lichtopsteker geheten) nooit goed kon doen. De lantaarnopsteker was de man die op olie of gas werkende straatlantaarns – althans in Horst – van september tot mei aanstak als het donker begon te worden en – althans in Horst – omstreeks elf uur ’s avonds weer doofde. Hij deed dat aanvankelijk met behulp van een ladder en later met behulp van een stok. Horst kreeg vermoedelijk omstreeks 1880 zijn eerste lantaarnopsteker. Dit was (en bleef) een bijbaantje.  


Aan de eis van raadslid Van Daal aan de lantaarnopsteker ‘het altijd goed te doen’ kón de goede man gewoonweg niet voldoen: rond 1905 telde de kern Horst omstreeks dertig straatlantaarns. Er ging tijd overheen om die allemaal aan het branden te krijgen en weer te doven. Die wetmatigheid scheen sommige raadsleden te ontgaan, want bijna jaarlijks was er geëmmer over het te vroeg of te laat en het te kort of te lang branden van de straatlantaarns.


De gedetailleerde geschiedenis van de straatverlichting en de lantaarnopstekers in Horst is nog grotendeels in duisternis gehuld. Wat vaststaat: hoewel al in 1907 werd gesproken over de introductie van elektriciteit in Horst, duurde het tot eind 1918 voordat het daadwerkelijk zover was. De straatlantaarns werden vervolgens aangesloten op elektriciteit en daarmee werd de functie van lantaarnopsteker overbodig. Jos Lucassen, lantaarnopsteker sinds 1908, kreeg per 1 januari 1919 eervol ontslag.

donderdag 15 januari 2026

Intermezzo – Openbaar toiletteren

Loitering. Mij was dit Engelse begrip onbekend, totdat wethouder Eric Beurskens het eergisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering in de mond nam. Aan de orde was een motie om Horst aan de Maas op te tuigen met openbare toiletunits. De wethouder bleek daar geen voorstander van, onder meer vanwege ‘misstanden in het kader van drugs en loitering’. Loitering? ‘Gewoon, verblijf in zo’n toilet’, voegde hij er meteen aan toe. Aha! Rondhangen!


Geen toiletunits dus. Wel eiste de voltallige gemeenteraad een onderzoek naar potentiële openbare toiletlocaties in bestaande voorzieningen, inclusief kerken en publieke gebouwen. Verder kreeg de wethouder opdracht de vindbaarheid van bestaande openbare toiletten te vergroten, ook voor inwoners die geen gebruik maken van digitale middelen, wat mij (en ook de wethouder) nog niet zo eenvoudig lijkt. Aanleiding voor dit alles: de vette onvoldoende (2,7) en beschamende 222e positie van Horst aan de Maas in de MDL Fonds-ranglijst van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier) en de uiterst magere voldoende (5,7) en iets minder beschamende 110e positie van Horst aan de Maas in de Hoge Nood-ranglijst van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier).


Wethouder Beurskens achtte het uitgesloten dat de resultaten van het onderzoek en de conclusies binnen een half jaar bekend zouden zijn, zoals de raad vroeg. Dit leidde bij mij tot visioenen van de lange baan en herinneringen aan de urilift en permanente plaskruisen (klik hier, hier en hier). Hoewel de gemeenteraad tussen 2011 en 2017 met grote regelmaat sprak over deze verzinkbare zeiktonnen, zijn ze er nooit gekomen. Hoe anders was het een eeuw eerder: nadat hierover eind 1913 een besluit was genomen stond er binnen een half jaar een urinoir op de Veemarkt. En in 1916 kreeg ook het huidige Sint-Lambertusplein een urinoir (mocht iemand foto’s bezitten of kennen van deze urinoirs dan houd ik me aanbevolen).

woensdag 14 januari 2026

Horstensia (12) | Suikerzakje

Object: suikerzakje
Inhoud: kristalsuiker C.S.M.
Materiaal: papier
Afmetingen: 7,7 x 5 cm
Gewicht: 1 gram
Producent: W. v. Oordt & Co Rotterdam
Datering: tussen 1960 en 1963


“St. Lambert.” Uit te spreken op z’n Frans (‘Saint Lambèr’) – heeft toch net iets meer cachet dan ‘Sint Lambertus’. Terwijl het er in mijn herinnering verder toch vooral de gestampte pot was: Perzische tapijtjes op de tafels en eenvoudige houten stoelen, al repte het Dagblad voor Noord-Limburg bij de opening op 1 oktober 1959 van ‘een fris-moderne sfeer’. In datzelfde artikel heet het dat ‘de heer H. Boots’ de eigenaar is. Hay Boots, de latere wethouder? Uitbaters waren op dat moment Otto en Margriet Schachtschabel-van Leeuwen.


De tekening van Lambertus vertoont verdacht veel overeenkomsten met een door pater Humbert Randag in 1946 ontworpen afbeelding van Lambertus. Randag, een vertrouweling van pastoor-deken Debye, gaf een gekwelde Lambertus weer, gezeten op de resten van de aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verwoeste Sint-Lambertuskerk. De tekening werd gedrukt en aan de man gebracht om geld in het laatje te brengen voor de nieuwbouw van de kerk. Op het suikerzakje zijn de resten van de verwoeste kerk vervangen door de toren van de nieuwgebouwde kerk. Maar Lambertus lijkt heel duidelijk te zijn geïnspireerd op de Lambertus van Randag (inclusief het wapen van de gemeente Horst) met dien verstande dat Lambertus op het suikerzakje in spiegelbeeld is weergegeven.

maandag 12 januari 2026

Intermezzo – Gehaktbal

Hoewel Horst aan de Maas het jammer genoeg nog steeds moet stellen zonder een bloeiende graffiticultuur, vallen er als je goed kijkt toch enkele graffiti-hotspots te ontdekken. Zoals station Horst-Sevenum, waar in de loop der jaren verschillende graffiti zijn opgedoken die kunnen wedijveren met grootstedelijke graffiti. Vooral het huisje achteraan op het eerste perron haalt regelmatig het beste boven in graffitisten. Ik vrees dat de tekening die ik daar in maart 2010 op een van de zijgevels aantrof voor eeuwig onovertroffen zal blijven:

Pal voor diezelfde zijgevel is jaren geleden helaas een hoog hek geplaatst. Het verheugende is dat graffitisten zich hierdoor nooit hebben laten dwarsbomen: hek of niet, zij gaan gewoon door met hun zegenrijke werk voor de Horster samenleving. Onlangs is op deze gevel weer iets nieuws verschenen:


Een heus gedicht inderdaad:


Je zou kunnen morren dat deze graffitist het gedicht van Lévi Weemoedt dat in 1978 verscheen in zijn bundel Geen bloemen (Ik vouw mijn handjes samen / knijp mijn oogjes stevig dicht / en hoop dat na het amen / mijn gehaktbal er nog ligt) geweld heeft aangedaan. Maar laten we onze oogjes dichtknijpen voor deze zonde en in onze handjes knijpen dat het huisje blijkbaar nog steeds in trek is bij graffitisten.

Overigens telt Horst aan de Maas nog heel veel andere blinde muren die schreeuwen om een gedicht.

zondag 11 januari 2026

Intermezzo – Kloosterhof (4)

28 januari 1976 was de dag waarop de Europese voetbalbond aandrong op minder voetbalwedstrijden op de televisie. 28 januari 1976 was de dag waarop in Oldehove een zwarte kroonkraanvogel werd gevangen. 28 januari 1976 was de dag waarop een school voor gehandicapte kinderen in Kampen dreigde met een kort geding tegen André van Duijn vanwege diens carnavalslied Willempie. Maar woensdag 28 januari 1976 was toch in de eerste plaats de dag waarop burgemeester Toon Steeghs het Horster winkelcentrum Kloosterhof officieel opende.

Op de plek van Kloosterhof had sinds de tweede helft van de negentiende eeuw klooster Nazareth gestaan. Na enkele jaren leegstand werd in februari 1975 begonnen met de sloop van het klooster. Het binnen een jaar geopende nieuwe winkelcentrum werd ontwikkeld door exploitatiemaatschappij Venrode uit Venray. Bij de opening bood het onderdak aan Coenen (huishoudelijke artikelen), Ron Kruytzer Optiek, de Nederlandse Credietbank, koffieshop Cox, Santecraem (bloemsierkunst), Bouw- en exploitatiemaatschappij Coppus, Jan Linders en Macoru (vermoedelijk een projectontwikkelaar).
   
Winkelcentra (shopping malls dien je tegenwoordig te zeggen) hebben altijd iets triests. Doods, wel willen maar niet kunnen, karakterloos, aangeharkt, goedkoop, grauwe middelmaat. Het betrekkelijk overzichtelijke winkelcentrumpje genaamd Kloosterhof vormde hierop geen uitzondering. Waarbij ter verdediging dient opgemerkt dat het ook moeilijk concurreren is als je de Sint-Lambertuskerk als buurman hebt. Deze ansichtkaart, enkele jaren na de opening uitgegeven door boek- en kantoorboekhandel en langjarig Kloosterhofhuurder Willems en Rietjens (later Willems, nog later Bruna), maakt het gebrek aan uitstraling pijnlijk duidelijk.


Verbouwingen die in de loop der jaren plaatsvonden maakten het er allemaal niet beter op. Als Kloosterhof al enige allure had, dan was dat uitsluitend te danken aan het mini platanenlaantje, evenwijdig aan de Kerkstraat.


Resteert een vraag die er niet echt toe doet, maar toch opkomt: bestaat winkelcentrum Kloosterhof binnenkort vijftig jaar? Of is er sinds Kloosterhof enkele jaren geleden werd gesloopt geen sprake meer van een winkelcentrum en dus ook niet van Kloosterhof? Ik zou zeggen dat laatste.    

woensdag 7 januari 2026

Intermezzo – Schravele

Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.


Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’ Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’


‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met onzekerheid.


Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele, dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.

Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.

zondag 4 januari 2026

Intermezzo – Longing for Meterik


So near and yet so far. Meterik, met zijn molen, zijn kerk, zijn behaaglijkheid, is binnen handbereik. Maar hij is neergezegen aan de Sint Maartensweg. Gisteren of eergisteren moet-ie het leven hebben gezien. Navelstaren is ‘m vreemd, zijn verwekkers hebben ‘m begiftigd met de brede blik: meneer heeft zijn vizier gericht op het majestueuze Meterikseveld. Een verse lading sneeuw heeft de aandacht afgeleid van z’n iele armpjes. Heeft ‘m van zijn scherpe kantjes ontdaan. Heeft ‘m molliger, lieflijker, aanraakbaarder gemaakt. Evengoed is-ie gedoemd binnen enkele dagen te smelten. Het wrede lot van de sneeuwman.   

vrijdag 2 januari 2026

Intermezzo – Iglo

‘Mooie iglo!’
‘Bedankt.’


En daar stokt het gesprek al. Een jaar of 7, 8, zijn ze. Voor small talk hebben ze geen tijd. Dit zijn twee mannen met een missie. Geconcentreerd tot op het bot, opperste toewijding. Geen lachje kan er vanaf. Hier wordt serious business bedreven, een ambitie nagejaagd. Met succes. Architecten, bouwvakkers of metselaars in de dop, deze mannen.

donderdag 1 januari 2026

Intermezzo – Landbouwschool Hegelsom

Mijn opa van moederskant was afkomstig uit Meerssen. Een klassieker uit zijn herinneringenrepertoire was dat hij (1906-1997) in zijn jonge jaren had gedanst in het café-restaurant in de top van de watertoren in het nabijgelegen Schimmert. Die ongenaakbare watertoren, zo leerde ik later, was in 1926 ontworpen door Jos Wielders. Net als Alphons Boosten (1893-1951) en Frits Peutz (1896-1974) behoorde Sittardenaar Wielders (1883-1949) tot de meest vooraanstaande Limburgse architecten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Lange tijd verkeerde ik in de veronderstelling dat Wielders geen sporen had nagelaten in Horst, in tegenstelling tot Boosten (Sint-Lambertuskerk) en Peutz (Mèrthal). Totdat ik er enkele jaren geleden achter kwam dat Wielders ontwerper is van de landbouwschool (de latere biologische school) aan de Stationsstraat in Hegelsom.


Een dezer dagen las ik in het jongste nummer van De Maasgouw (‘tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en archeologie’) een bijdrage van Jos Pouls over de Schoutenhof in Epen. Ontworpen door Jos Wielders. Pouls plaatst Wielders in zijn artikel in een breder kader. Hij schetst hoe Wielders in het begin van zijn loopbaan moderne, zakelijke bouwstijlen zoals de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen aanhing. Omstreeks 1930 bekeerde hij zich tot een meer traditionalistische, minder rationalistische en meer romantische en decoratieve stijl.


In de uit 1938 daterende landbouwschool met onderwijzerswoning in Hegelsom komt duidelijk de bekeerde Wielders tot uiting, dunkt me.


‘De school is mooi aangepast aan de landelijke omgeving’, schreef De Limburger na de officiële opening op 24 november 1939. ‘Het lijkt wel een boerderij’, sprak burgemeester Van Grunsven bij diezelfde gelegenheid. De Limburger Koerier noemde dat vervolgens ‘het beste compliment’ dat Wielders kon krijgen. Wat allemaal niet wegneemt dat uit de prominente plaats die Wielders het markante overkapte fietsenrek toebedeelde, beslist lef spreekt.


Zoals je ook zou kunnen zeggen dat het van enige eigenwijsheid getuigt om de ingang van de school niet te centreren. Opmerkelijk genoeg is de ingang in het voorlopig ontwerp uit juni 1938 trouwens wel degelijk gecentreerd.


De latere aanbouw heeft het oorspronkelijke aanzien van het gebouw helaas danig aantast. Ook de veel te nadrukkelijk aanwezige reclame-uitingen van de huidige gebruiker doen afbreuk aan het pand.


N.B. 1 Hoofd van de school was vanaf de stichting in 1938 tot 1958 Jan (‘meester’) Achten. Recentelijk is aan de overzijde van de school een straat naar hem vernoemd.

N.B. 2 Foto 1 en 2 en het fragment van de bouwtekening zijn afkomstig van de website van Heemkunde Hegelsom