Posts tonen met het label Molukkers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Molukkers. Alle posts tonen

maandag 6 april 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (4)

Verveling lag op de loer voor veel bewoners van het Moluks woonoord in Tienray. Muziek – maken en beluisteren – was een van de mogelijkheden om die verveling te bestrijden. Uit het Dagblad voor Noord-Limburg van 3 december 1952:
‘De bewoners van het Ambonezenkamp te Tienray hebben niet veel te doen. Het noodzakelijke levensonderhoud vinden ze daar, maar het zakgeld is niet hoog en bovendien zet hun aangeboren activiteit de Ambonezen aan om zich nuttig te maken. Van nature muzikaal en vrolijk van aard grijpt de Ambonees al gauw naar ’n muziekinstrument.’
Al kort na aankomst in Tienray richtten enkele bewoners van het woonoord - onder wie de in de tweede aflevering van deze serie al ter sprake gekomen Frits Tumansery - een orkestje op dat vooral Hawaïaanse muziek speelde. Het kwam onder meer onder de benamingen Tienrayse Boys, Mena Moeria, Molana Boys, Molana Singers en Rame Dendang bekend te staan. Een van de eerste optredens vond plaats op de jaarlijkse concert- en toneelavond van de Tienrayse fanfare. Baron De Weichs de Wenne, burgemeester van Meerlo-Wanssum, sprak zijn contacten aan om optredens voor het orkestje te arrangeren. Brandweercommandant en gemeenteopzichter Bertus Poels regelde daarna het vervoer.


Bijzonder veel indruk maakte Rame Dendang op 4 december 1952 tijdens de Horster Anjeravond. De bomvolle zaal schudde volgens het Dagblad voor Noord-Limburg op zijn grondvesten toen bekend werd dat Rame Dendang (‘vrolijke dans’) onder leiding van de heer Luhukay de meeste stemmen had vergaard om Horst en omgeving te vertegenwoordigen op een gala-avond in Maastricht.
‘Het zal deze Limburgse Ambonezen goed doen, dat juist zij zijn gekozen om dit deel van Noord-Limburg in de provinciale hoofdstad te vertegenwoordigen. Zij hebben het in artistiek opzicht volop verdiend, maar in deze ovationeel begroete stemmingsuitslag is ook begrepen een erkenning door ons volk van hun trouw voor vaderland en vorstin. Noord-Limburg is trots op deze mensen.’
In Maastricht behaalde Rame Dendang vervolgens twee weken later een eervolle negende plaats en weer twee weken later in Valkenburg met een identiek deelnemersveld zelfs een tweede plaats.

De Molukkers in Tienray hadden ook muzikale contacten met Molukkers die verbleven in woonoorden in Blerick, Gennep, Venray en Well. Daaraan kwam in 1954 een einde toen de groep Molukkers die in april 1952 in Tienray was gekomen, diende te verhuizen. Aanleiding hiervoor waren conflicten in woonoord Vught tussen aanhangers van twee Molukse politieke partijen, BPRMS en CRAMS. De aanhangers van CRAMS verhuisden naar Tienray. De bewoners van het woonoord in Tienray, aanhangers van BPRMS, namen hun plaats in Vught in.

N.B. 1 Met dank aan Sjeng Ewalds voor het verschaffen van aanvullende informatie voor dit stukje.
N.B. 2 Dit is de vierde aflevering in een serie van vijf over het Moluks woonoord in Tienray. Klik hier, hier en hier voor de eerste drie afleveringen.

woensdag 25 maart 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (3)

De volwassen bewoners van het Moluks woonoord in Tienray ontvingen drie gulden zakgeld per week en eenmaal per jaar kledingbonnen. Volgens dorpshistoricus Harrie Raaijmakers verdienden ze wat bij met seizoenswerk: aardappelen rapen, bonen, bessen en morellen plukken. Twee jongere bewoners, Frits Tumansery en Bram Heumassej, werkten bij ijzergieterij De Globe in Tegelen. Uit het Dagblad voor Noord-Limburg van 20 november 1953: ‘“Aardige jongens, waar iedereen best mee kan opschieten”, zeggen hun Tegelse collega’s ongevraagd.’ Bram had eerder in Echt gewerkt: ‘Toen hij in Tegelen kwam solliciteren, verbaasde hij zijn chefs met de laconieke verklaring, dat hij in Echt werkte en dat hij dagelijks van Tienray naar Echt en terug fietste (110 kilometer!).’

Behalve Bram en Frits werkten op dat moment nog negentien andere jonge Molukkers, die verbleven in de Molukse woonoorden in Well, Blerick en Heythuysen, bij De Globe. Ze deden hun werk tot wederzijds genoegen volgens de krant: ‘Zij verdienen er een weekloon, waarover zij zeer tevreden zijn en de fabrieksleiding is evenmin ontevreden over hun werk. Ze zijn natuurlijk niet geschoold, maar over het algemeen zijn ze vlug van begrip, ze leren hun werk even snel als andere ongeschoolden en verschillenden zijn zelfs bijzonder handig met hun vingers.”’

Frits (links) en Bram aan het werk bij De Globe
Wat aan de integratie van de jonge Molukkers in het bedrijf zal hebben bijgedragen, zijn hun muzikale kwaliteiten. Van de bedrijfsleiding kregen ze toestemming om muziek te maken in de bedrijfskantine, aldus het Dagblad voor Noord-Limburg:
‘Dat werd het geboorte-uur van het orkestje der “Molana-Minstrels”, door de Globe-krant na het debuut op een bedrijfsfeest “een ware sensatie” genoemd. Sindsdien dringt op stille zondagen het wisselende rhythme van een electrische Hawaiïan-gitaar en een batterij van andere snaar-instrumenten uit het Tegelse fabrieksgebouw naar buiten. Het is geen Ambonese muziek, evenmin als het allemaal Globe-mensen zijn, die in deze band meespelen.’

Optreden van de Molana Minstrels. Tweede van links Anton Pattinaya
Behalve Frits Tumansery en mogelijk ook Bram Heumassej maakte nog een in Tienray verblijvende Molukker deel uit van de Molana Minstrels: de 18-jarige Anton Pattinaya. ‘Een boom van een kerel, die elke dag van Tienray naar Roermond reist, waar hij op de derde H.B.S. zit, en die later naar de M.T.S. wil’, aldus de krant. Anton behoorde vermoedelijk ook tot Rame Dendang. Dit uit bewoners van het Moluks woonoord in Tienray samengestelde orkestje maakte enige tijd furore in Noord-Limburg. Hierover volgende keer meer.

N.B. Dit is de derde aflevering in een serie van vijf over het Molukse woonoord in Tienray. Klik hier en hier voor de eerste twee afleveringen.

maandag 23 maart 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (2)

In zijn editie van 20 november 1953 portretteerde het Dagblad voor Noord-Limburg enkele bewoners van het twee jaar eerder geopende Molukse woonoord in Tienray. Het bloemrijke artikel maakt duidelijk dat de bewoners er het beste van probeerden te maken, maar dat de omstandigheden niet meehielpen.

Neem nu de op dat moment 24-jarige Frits Tumansery, ‘een man van weinig woorden en als hij wat zegt, heeft hij er eerst tweemaal, en misschien wel driemaal, over nagedacht’. Frits tuft dagelijks op zijn brommertje op en neer van Tienray naar Tegelen naar zijn werk bij ijzergieterij De Globe. Samen met zijn moeder bewoont hij in ‘het grauwe barakkenkamp’ een ‘verveloos barakkenvertrekje’ dat door een houten schot in twee kleine ruimtes is verdeeld. De krant karakteriseert de door onkruid omgeven barakken als ‘een houten monument van eenzaamheid’.


Op zijn van de Nederlandse regering cadeau gekregen gitaar tovert Frits ’s zondags speciaal voor zijn moeder een ‘tintelende waterval van klankendruppels’ tevoorschijn. Behalve zijn gitaar en zijn bromfiets die ‘blinkt van het chroom’ heeft Frits ook ‘een stel sjieke zondagse kleren’.


Maar laat je daar niet door misleiden, schrijft de krant:
‘Blinkende fietsen, polshorloges, armbandjes, radio’tjes en smetteloze zomercostuums zijn het schoonschijnende decor, waaraan deze verbannen kinderen van het land der zon weliswaar hun vreugde beleven, maar waarachter zij toch eigenlijk slechts de kleine tragiek verbergen van hun kleurloze en propere barakkenarmoede. Achter chroom, geperste zomerpantalons en fleurige dassen gaat de onmacht schuil van mensen, die weten, dat ze toch niet kunnen ontvluchten aan de barak. Misschien is het wel dit neerdrukkende gevoel van afhankelijkheid, dat Frits zo zwijgzaam maakt, op het achterdochtige af.’
De buurman van Frits en zijn moeder is een zestigjarige, niet bij naam genoemde voormalige sergeant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). ‘Hij deelt er twee vertrekjes van twee bij drie meter met zijn vrouw, die op Java jarenlang een gerieflijk huis met enkele bediendes had. Meubels zijn er bijna niet. Een kacheltje, een tafeltje en drie stoelen.’ Hij moet er met zijn vrouw rondkomen van elk drie gulden per week, ‘een schamele beloning voor een leven lang van trouwe dienst’, aldus de krant.

N.B. Dit is de tweede aflevering in een serie van vier over het Molukse woonoord in Tienray. Klik hier voor de eerste aflevering. Volgende keer meer over dit krantenartikel.

zaterdag 21 maart 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (1)

Ook al heb ik dan geschiedenisonderwijs tot op het hoogste niveau genoten, ik kan me niet herinneren dat daarin ook maar één woord was gewijd aan de Molukse kwestie. Dit illustreert de verkrampte manier waarop Nederland omgaat met zijn niet bepaald glorieuze koloniale verleden. Een collectief bewustzijn is er niet, laat staan een collectief schuldgevoel.

Ik kom hierop omdat het vandaag 75 jaar geleden is dat de eersten van in totaal 12.500 Molukkers in Nederland arriveerden. Zij waren hun leven op de Molukken (een eilandengroep in het oosten van de Indonesische archipel) niet veilig omdat ze in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) hadden meegevochten aan Nederlandse zijde, in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Die Molukse militairen in Nederlandse dienst kwamen in 1951 met hun gezinnen naar Nederland met de belofte van een snelle terugkeer – een belofte die Nederland nooit zou inlossen. De Molukkers werden ondergebracht in door het hele land verspreide kampen, ook wel woonoorden geheten.


Eén van die woonoorden was het voormalige DUW-kamp aan de huidige Zwanenweg in Tienray. De Dienst Uitvoering Werken (DUW) had dit in 1946 laten bouwen met de bedoeling er arbeiders onder te brengen die werkten in het kader van de werkverschaffing. Toen dat er niet van kwam, functioneerde het kamp korte tijd als jeugdherberg. Vanaf het najaar van 1951 deed het dienst als woonoord voor Ambonezen, zoals de Molukkers destijds werden genoemd.

Dagblad voor Noord-Limburg 6 december 1951
Het is niet de bedoeling hier een complete geschiedenis van het woonoord in Tienray te schrijven. Ik volsta, in drie of vier afleveringen, met wat snippers, sommige aangenaam, andere minder aangenaam. Aangenaam voor de Molukse kinderen lijkt het te zijn geweest op de lagere school in Tienray als we dorpshistoricus Harrie Raaijmakers (1936-2023) mogen geloven. Hij schreef daarover op zijn website Mooi Tienray:
‘De integratie op school leverde geen problemen op, omdat de missiezusters het heel normaal vonden met buitenlandse kinderen te werken. Zij vormden het bestuur van de school en de leerkrachten waren veelal religieuzen. In tegenstelling tot elders, mochten hun (protestantse) kinderen gewoon in Tienray naar de katholieke school. Met Kerstmis heeft zelfs één van deze Molukse meisjes in een toneelstuk de rol van Maria gespeeld. Enkele jongens werden lid van de voetbalclub. De Tienrayse jongens waren kind aan huis in het kamp. De meisjes mochten er echter meestal niet komen van hun ouders.’
In een volgende aflevering aandacht voor minder aangename kanten van het verblijf in Tienray.