
De oorlogsschade is hersteld, de antenne heeft zijn intrede
gedaan, het gemeentehuis straalt als nooit tevoren – we zijn pas halverwege de
jaren vijftig, maar de Steenstraat is al klaar voor het volgende decennium. Alles
spic en span. De torenklok van de fonkelnieuwe Sint-Lambertuskerk heeft zojuist
kwart over vier geslagen. Zinderende augustushitte. De scholen zijn net uit.
Een meisje wacht bij de trap naar het bordes van het gemeentehuis op het
vriendinnetje met wie ze heeft afgesproken. Een jongen in korte broek is,
terwijl hij bij de kerk een auto zag naderen, rennend de straat overgestoken.
De verkeerszuilen in de bocht zien het gebeuren. Een dissonant, die auto: het
zijn fietsen die het straatbeeld domineren. Stalen rossen nog. Vier geparkeerd bij
kapper Van Heesch, waarvan drie slordig op een kluitje. Een jongen fietst,
staand op de trappers, richting fotograaf. Achter hem zet een moeder haar
zoontje op de bagagedrager, hij is al te groot voor een stoeltje. Drie vrouwen
vergapen zich aan de nieuwste aanwinsten in de etalages van manufacturenhandel
Van Well. Het zal niet lang meer duren voordat de winkelpui totaal wordt
gerenoveerd. In pand Wijnhoven, rechts op de voorgrond, brengt tien jaar later schrijver
dezes zijn eerste levensjaren door.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten