maandag 23 maart 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (2)

In zijn editie van 20 november 1953 portretteerde het Dagblad voor Noord-Limburg enkele bewoners van het twee jaar eerder geopende Molukse woonoord in Tienray. Het bloemrijke artikel maakt duidelijk dat de bewoners er het beste van probeerden te maken, maar dat de omstandigheden niet meehielpen.

Neem nu de op dat moment 24-jarige Frits Tumansery, ‘een man van weinig woorden en als hij wat zegt, heeft hij er eerst tweemaal, en misschien wel driemaal, over nagedacht’. Frits tuft dagelijks op zijn brommertje op en neer van Tienray naar Tegelen naar zijn werk bij ijzergieterij De Globe. Samen met zijn moeder bewoont hij in ‘het grauwe barakkenkamp’ een ‘verveloos barakkenvertrekje’ dat door een houten schot in twee kleine ruimtes is verdeeld. De krant karakteriseert de door onkruid omgeven barakken als ‘een houten monument van eenzaamheid’.


Op zijn van de Nederlandse regering cadeau gekregen gitaar tovert Frits ’s zondags speciaal voor zijn moeder een ‘tintelende waterval van klankendruppels’ tevoorschijn. Behalve zijn gitaar en zijn bromfiets die ‘blinkt van het chroom’ heeft Frits ook ‘een stel sjieke zondagse kleren’.


Maar laat je daar niet door misleiden, schrijft de krant:
‘Blinkende fietsen, polshorloges, armbandjes, radio’tjes en smetteloze zomercostuums zijn het schoonschijnende decor, waaraan deze verbannen kinderen van het land der zon weliswaar hun vreugde beleven, maar waarachter zij toch eigenlijk slechts de kleine tragiek verbergen van hun kleurloze en propere barakkenarmoede. Achter chroom, geperste zomerpantalons en fleurige dassen gaat de onmacht schuil van mensen, die weten, dat ze toch niet kunnen ontvluchten aan de barak. Misschien is het wel dit neerdrukkende gevoel van afhankelijkheid, dat Frits zo zwijgzaam maakt, op het achterdochtige af.’
De buurman van Frits en zijn moeder is een zestigjarige, niet bij naam genoemde voormalige sergeant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). ‘Hij deelt er twee vertrekjes van twee bij drie meter met zijn vrouw, die op Java jarenlang een gerieflijk huis met enkele bediendes had. Meubels zijn er bijna niet. Een kacheltje, een tafeltje en drie stoelen.’ Hij moet er met zijn vrouw rondkomen van elk drie gulden per week, ‘een schamele beloning voor een leven lang van trouwe dienst’, aldus de krant.

N.B. Dit is de tweede aflevering in een serie van vier over het Molukse woonoord in Tienray. Klik hier voor de eerste aflevering. Volgende keer meer over dit krantenartikel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten