24 mei, Dag van het Kasteel! Toevallig net een roman gelezen waarin een kasteel
lange tijd een wezenlijk deel van het decor vormt. Het kasteel is naamloos, de
roman heet Lázár, de auteur Nelio Biedermann. Zeer lezenswaardig. De piepjonge
Zwitser schetst in Lázár het verval van een adellijke familie op het
Hongaarse platteland tussen 1900 en 1960. Het verval van de familie gaat zo’n
beetje gelijk op met het verval van het kasteel.
Een van de hoofdpersonages is baron Sándor von Lázár, omstreeks 1900 de
kasteelheer. Sándor is een autoritaire figuur, kil en afstandelijk, gevreesd
door zijn twee kinderen. Nadat zijn echtgenote Mária zelfmoord heeft gepleegd,
begint Sándor te drinken, excessief te drinken: ‘Voor de middag al sleepte hij
zich dronken door het kasteel, daarbij de Unicum steeds uit een porseleinen
kopje drinkend om schijn en waardigheid te bewaren.’ Het kasteel raakt
geleidelijk in verval. Van het personeel blijft alleen oudgediende Béla de
baron trouw. In 1919 overlijdt Sandór bij het bestijgen van de trap naar zijn
slaapkamer: ‘Plotseling wankelde hij een beetje opzij, vergiste zich bij de
volgende stap in de hoogte van de laatste trede, stootte er met zijn voet
tegen, verloor zijn evenwicht en viel achterwaarts alle achttien treden naar beneden.’
Als vanzelf gingen mijn gedachten bij het lezen van de passages over Sándor
naar Franz Clemens von Fürstenberg (1755-1827), de laatste kasteelheer van Huis
ter Horst. Hoewel Von Fürstenberg een eeuw eerder leefde dan Sándor, kon hij wel
model voor hem hebben gestaan: ook baron, ook autoritair, ook bewoner van een
kasteel in verval, ook gevreesd door zijn nageslacht (dochter Charlotte), ook
vervreemd van zijn echtgenote (Sophie von Ascheberg; die hem na zeven jaar
huwelijk verliet) ook slechts één personeelslid dat hem trouw bleef (Johanna
Rosenboom), ook berooid aan zijn einde gekomen.
Behalve overeenkomsten zijn er ook verschillen. Zo was bij Franz Clemens bij
mijn weten geen sprake van overmatig drankgebruik. En uit de verhalen die over
hem de ronde doen, blijkt dat hij wel degelijk ook een sociale kant moet hebben
gehad. Verder komt Franz Clemens uit die verhalen vooral naar voren als een
zonderling. Of hij dat inderdaad was, zou ik niet met zekerheid durven te
zeggen. Tien jaar geleden schreef ik (klik
hier) dat ik het zou toejuichen als iemand het
leven van Franz Clemens eens bestudeerde met in het achterhoofd de vraag of hij
in bepaalde opzichten z’n tijd niet ver vooruit was. Zo lang niemand dat heeft
gedaan onthoud ik me van een eindoordeel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten