Posts tonen met het label zonsverduistering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zonsverduistering. Alle posts tonen

donderdag 13 augustus 2026

Intermezzo – Zonsverduistering (2)

‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker.’ Gisteren opgevangen tijdens mijn eclipstoeristisch uitstapje. Dat ging naar de Zuringspeel. Want daar, op het hoogste punt van Noord-Limburg, zou toch de ultieme eclipservaring te beleven moeten zijn?


Van de zonsverduistering van 1999 herinner ik me dat ik vanaf de afslag van de A67 over de Weselseweg richting het centrum van Venlo reed en daar onder de indruk raakte van het gedempte zonlicht. Het oproepen van dat beeld is geen probleem. Het beschrijven ervan wel. Alsof over alles een schaduw lag, magisch. Veel verder kom ik niet. In elk geval viel het licht op dat moment niet te vergelijken met het licht op een dag met een bewolkte hemel.


De Zuringspeel moest de plek worden van het weerzien met dat gedempte zonlicht van 1999. Dat werd het niet. Domper. Ja, een half uur lang was het licht duidelijk anders dan anders, enigszins gedempt, maar het wow-effect van 1999 bleef uit. Te hooggespannen verwachtingen? Een herinnering aan 1999 die niet conform de werkelijkheid was? Zou allebei kunnen. De ook aanwezige JP kwam met een andere mogelijke verklaring: destijds was de zonsverduistering ongeveer op het moment dat de zon op z’n hoogst staat, gisteren net voor zonsondergang. En dat zou voor een andere lichtbeleving zorgen. Klinkt best aannemelijk.


Als ik niet had geweten dat er gisteren een zonsverduistering was, zou ik er dan iets van hebben gemerkt? De vraag stellen, is haar beantwoorden, vrees ik.


Spijt dus van dat eclipstoeristisch uitstapje? Geen denken aan. Dat ‘Effe mezelf pijnvrij maken want dat hurts als een motherfocker’, had ik beslist niet willen missen. Die pijn en die hurt werden trouwens niet veroorzaakt door het met onbeschermde ogen naar de zon kijken, maar door het zitten op afgebroken halmen van het pijpenstrootje. Het pijnvrij maken moet succesvol zijn verlopen, anders valt niet te verklaren waarom even later uit dezelfde mond klonk: ‘Wijn, een stokkie, niemand kan me iets afpakken!’

(De foto’s zijn gemaakt om respectievelijk 19.50, 19.51, 20.11 en 20.12 uur)     

woensdag 12 augustus 2026

Intermezzo – Zonsverduistering (1)

Vanavond dus de zon voor negentig procent verduisterd. Bijzonder. Maar niet zo bijzonder als op woensdag 17 april 1912, twee dagen na de ondergang van de Titanic. Toen was er sprake van een nagenoeg complete zonsverduistering: 99 procent in Maastricht, een procentje minder hier in Noord-Limburg.


Net als nu regende het waarschuwingen. Bijvoorbeeld van de Gezondheidscommissie in Venlo, die daags tevoren met een advertentie in de Nieuwe Venlosche Courant aandacht vroeg voor ‘het groote gevaar bij de aanstaande zonsverduistering met het onbeschutte oog te zien naar de zon’. De commissie waarschuwde voor ‘sterke ongeneeslijke vermindering van het gezichtsvermogen en zelfs blindheid’. Hoe je ogen te beschermen? ‘Bijv. door een donker glas dat weinig licht doorlaat.’


Daags na de zonsverduistering deed de Nieuwe Venlosche Courant uitvoerig verslag: ‘Nog nimmer, zelfs niet in de snikheetste maanden van een ouderwetschen zomer of in de koudste dagen der strenge winters had de zon zooveel bekijks gehad. ‘t Was of de menschen aan een soort zonnekramp leden, die hen dwong, midden op den weg, op straat of marktplein plots stil te staan en op te zien naar de zon.’


Om negentien over elf begon het spektakel: ‘Gedurende dien tijd tuurde het geheele menschdom naar den hemel, naar het voor ruim 98 pct. verduisterde gedeelte der zon, dat achter de maan verborgen ging. Men keek door ramen en deuren, men loerde achter de gordijnen, men tuurde uit zolderluikjes, men staarde van balkonnen, van pleinen en binnenplaatsjes aldoor en overal naar datzelfde doel: de van haar licht beroofde, de overwonnene, de in rouw en schande gedompelde zonneschijf.’ Hoe? ‘Men keek door zwart gemaakte brillen, door gekleurde en beroete glazen, door kartonnetjes met gaatjes.’ Toch waren er ook mensen die alle waarschuwingen in de wind sloegen, nota bene in ons eigen Horst. Ruim een week na de zonsverduistering berichtte de krant uit Horst: ‘Naar wij vernemen zijn ook hier enkele personen die met onbeschermde oogen de zonneclips hebben gadegeslagen en thans nog veel last hebben om te kunnen zien.’ Hoe het hen verder verging, is helaas in nevelen gehuld.