maandag 30 januari 2012

Klein mysterie 313 – Boodschappenbriefje (4)

Mijn zondag in vier woorden samengevat: ein Wechselbad der Gefühle.

Laat me met de negatieve gevoelens beginnen, hebben we die tenminste gehad. Kort en krachtig: wat een aanfluiting daar in dat stervenskoude Waalwijk.
En als je érgens niet wil afgaan, is het uitgerekend in dat in- en intrieste Wolluk met dat in- en intrieste stadion met die in- en intrieste naam Mandemakers Stadion. Alleen Heracles uit was misschien nog erger. Hoogste tijd dunkt me om de verguisde voetbalgod Michael Uchebo uit de mottenballen te halen.
En ik was nog wel zo überglücklich naar de Langstraat afgereisd. Omdat ik ervan overtuigd was dat VVV eindelijk weer eens een uitwedstrijd zou winnen, maar vooral vanwege een ganz tolle vondst, eerder op de dag.

In mijn hoedanigheid van boodschappenbriefjesopraper had ik me al vaak afgevraagd hoe het nou toch mogelijk was dat hoewel Polen een niet onaanzienlijk deel van de Horster bevolking uitmaken, ik nog nooit een in het Pools gesteld boodschappenbriefje had gevonden. Schreven Polen geen boodschappenbriefjes of gooiden ze ze niet weg? Om leukerds voor te zijn: dat Polen het zonder briefje kunnen stellen omdat ze toch slechts één (bier) of twee (bier en sigaretten) boodschappen hoeven te onthouden, lijkt me in elk geval geen steekhoudende verklaring. De noodzaak van een verklaring is er gelukkig ook niet langer: er blijken warempel toch boodschappenbriefjesschrijvende Polen te zijn. Of op z’n minst één. Want zijn dan wel haar briefje vond ik gisterochtend onder de catalpa voor de ingang van de supermarkten Plus en Lidl.
Geen afkortingen, kraakheldere blokletters, tien of elf items, géén mary (bier) en geen papierosy (sigaretten). Wat dan wel?
Met behulp van diverse online-woordenboeken heb ik een en ander proberen te vertalen. Dat leidde tot het volgende resultaat:
Boter
Worst
Melk, koffiemelk
?, room
Vlees
Harde kaas
Boursin – kaas
Broodje, taart (?)


Beslist een briefje waarmee je voor de dag kunt komen. Was het in het Nederlands gesteld, dan had ik het vermoedelijk laten liggen: te veel dertien in een dozijn, te weinig dat er uitspringt. Te weinig gespecificeerd ook: wélk vlees? Wélke worst? Even dacht ik met die mij volstrekt onbekende ‘harde kaas’ toch iets buitenissigs gevonden te hebben. Blijkt ‘harde kaas’ een begrip te zijn dat ook in het Nederlands wordt gebruikt en ‘snijdbare kaas’ betekent. Maar dit alles deed niets af aan de opgetogenheid over de vondst van m’n eerste Poolse boodschappenbriefje. Daaraan kwam dus pas een (ruw) einde toen VVV zich in Waalwijk de harde dan wel zachte kaas (twardych i miękkich serów) van het brood (chleb) liet eten.
Ik zei het toch: ein Wechselbad der Gefühle (rollercoaster emocji – anglicismen hebben blijkbaar ook in het Pools hun intrede gedaan, dan klinkt ‘achtbaan van emoties’ toch beter).

maandag 23 januari 2012

Klein mysterie 311 – Pisbloas

Een niet nader te noemen persoon wiens voornaam met een P begint, hoorde ik de voorbije week een niet nader te noemen persoon wiens voornaam eveneens met een P begint, afserveren als ‘ennen pisbloas’. Van het vervolg van de conversatie kreeg ik weinig meer mee – ik bleef hangen bij die pisbloas. Lang geleden dat ik iemand dat woord had horen uitspreken. Misschien was m’n vijftien jaar geleden overleden vader wel de laatste geweest. Hij was een frequent pisbloas-gebruiker. Te stellen dat hij de wereld indeelde in pisbloaze en niet-pisbloaze zou overdreven zijn. Maar wilde je al z’n Horster pisbloaze de kost geven, dan diende je toch te beschikken over een klein fortuin.
Verder mijmerend vroeg ik me af of ‘pisblaas’ in het Nederlands eveneens wordt gebruikt als een negatieve kwalificatie voor een persoon. Maak ik me onsterfelijk belachelijk als ik iemand in een gezelschap ABN-sprekers bestempel als een pisblaas? Of zal er instemmend ‘ja’ worden geknikt dan wel afkeurend ‘nee’ worden geschud? De na thuiskomst geraadpleegde Van Dale komt niet verder dan de letterlijke betekenis (‘urineblaas, vlezige zak in de onderbuik waarin de urine opgezameld en enige tijd bewaard wordt vóór het lozen’). En tik op Google ‘pisblaas’ in en de eerste zestig resultaten hebben ook allemaal betrekking op bovenstaand onderdeel van het menselijk lichaam. Voorlopige conclusie: om serieus genomen te worden als Nederlands-spreker, is het niet aan te raden iemand te karakteriseren als ‘pisblaas’.
Wat betekent het woord in het Horster dialect eigenlijk precies? Ja, ‘vaerkesbloas’, zoals E maes inne taes zegt. Maar als diskwalificatie? Om even in de buurt van de pisblaas te blijven: is een pisbloas een zeikerd? Een klootzak? Een eikel? Een lul wellicht? Of toch eerder een azijnpisser?

Het kan natuurlijk ook zijn dat we het in een heel andere richting moeten zoeken. Toen leren ballen nog geen gemeengoed waren, werd de pisblaas van een varken vaak opgeblazen om dienst te doen als bal. Met die wetenschap in het achterhoofd kom je misschien eerder uit bij ‘blaaskaak’, ‘windbuil’ of ‘praatjesmaker’ als synoniem van pisbloas.
Daar zitten we dan. ‘Met de gebakken peren’, zou m’n vader zeggen. Hem kan ik helaas niet meer uithoren over de definitie van pisbloas. De beide Horster woordenboeken bieden evenmin uitkomst. U mogelijk wel?
Of dit nou allemaal zo belangrijk is? Vind ik wel, ja. Als je dan toch iemand uitscheldt, doe het dan ook meteen goed. Zoals je een hond geen kat noemt, maak je een lul niet uit voor klootzak en een pisbloas niet voor geitenneuker. Tenzij een pisbloas een geitenneuker is natuurlijk. Help!

Actualisatie – Reclameborden (1)

Voor de volledigheid, en ook omdat anderen het nieuws bij mijn weten hebben laten liggen: het onlangs verwijderde (klik hier en hier) bord van Behoud De Parel langs de A73 is weer terug:
Wilt u mij als tegenprestatie onmiddellijk waarschuwen du moment dat de sterke arm pogingen onderneemt het weer te verwijderen? Ge zijt reeds bij voorbaat bedankt.

Klein mysterie 310 – Rolstoel

Niet dat ik er al aan toe ben, maar weet u waar ik altijd van heb gedroomd? Van een rolstoel van flessen en verpakkingen. Is nog eens wat anders dan zo’n dodelijk saai grijs karretje dat elke frivoliteit ontbeert. Met zo’n rolstoel van flessen en verpakkingen kun je tenminste de blits maken. Ben je de talk of the town. Ja, ik weet dat zo’n ding flink rammelt en dat er wel eens wat van af valt, maar je krijgt er ook wat voor terug. Aandacht bijvoorbeeld. En respect. En aanzien. En levensvreugde. En jaloerse blikken.
Nee, als het eenmaal zo ver is, dan doe mij maar een rolstoel van flessen en verpakkingen. Graag geen handbewogen of duwrolstoel, maar een elektrische rolstoel van flessen en verpakkingen. En dan liefst zo’n stoere off-roadrolstoel met vierwielaandrijving. Zodat ik er ook lekker mee kan rossen door de bossen. Kicken, man!

‘Dream on’, hoor ik u denken. Nu moet ik direct bekennen dat ik nooit ook maar een seconde heb gedacht dat mijn droom van een rolstoel van flessen en verpakkingen ooit werkelijkheid zou worden. Tot gisteren. Een onzichtbare hand dreef mij naar de gats (of grats) tussen parkeerplaats Patronaat en de Kerkstraat.
Normaliter geen plek waar je voor je plezier vertoeft. Maar kijk eens welk een vreugdevolle mededeling ik daar aantrof op een van de ruiten van het PlasticPunt:
Helaas staat er niet bij hoeveel doppen je nodig hebt om je te verzekeren van die rolstoel van flessen en verpakkingen. Voor de zekerheid heb ik gisteren maar alvast de twee kratjes bier die er nog stonden leeg gezopen. Zijn toch mooi 48 doppen. Ik vermoed dat ik daarmee al een aardig eind op weg ben. Maar uiteraard heb ik er ook geen enkel bezwaar tegen als u mij uw overtollige doppen bezorgt. Het zou u toch deugd moeten doen dat u op die manier bij kunt dragen aan de realisatie van een droom. En voorkomt dat ik in alcoholisme verval.

Intermezzo – Pop-up spelers

Zo, dat armzalige Feyenoord gisteren mooi de bietenbrug opgestuurd. Nu achtereenvolgens RKC, Excelsior, FC Groningen en De Graafschap aan de zegekar binden en VVV kan de blik weer richten waarnaar ie gericht moet worden: Europa.
Tijdens de rust van VVV-Feyenoord liep ik gisteren een oud-Horstenaar tegen het lijf die inmiddels misschien wel veertig jaar in Nijmegen woont. Hij bleek Feyenoordaanhanger te zijn. Z’n tweede liefde: Vitesse. Hij verheugde zich er al op hoe hij vandaag in z'n woonplaats NEC-supporters op de kast kon krijgen met sarcastische opmerkingen over de traditionele nederlaag tegen de aartsrivaal uit Arnhem. Oei! Hij was dus nog onwetend van het feit dat Vitesse de derby een uurtje eerder met een 1-0 nederlaag had afgesloten! Ik besloot het maar zo te laten. En toen moest Feyenoord dus nog verliezen van VVV – ik kan me voorstellen dat Sjors wel eens vrolijker dagen heeft beleefd.

Hoe had hij als oud-Horstenaar en import-Nijmegenaar die voorliefde voor Feyenoord en Vitesse trouwens ontwikkeld? ‘Door de voetbalplaatjes’, luidde z’n verrassende antwoord. Als voetbalplaatjes verzamelend jongetje was hij als een blok gevallen voor het magische Feyenoordshirt.
Ook z’n antipathie tegen NEC vindt haar oorsprong in de voetbalplaatjes: het groen-rood-zwart had meteen z’n weerzin opgewekt.
Omdat de rust op z’n einde liep kwamen we niet meer te spreken over z’n Vitesse-sympathie, maar ik vermoed dat die voortkomt uit een zwak voor het klassieke geel-zwarte shirt en een lichte neiging tot provoceren.
Het gesprekje herinnerde me aan de voetbalplaatjesactie van Plus. Vandaag begonnen. De benaming ‘pop-up spelers’ voor de plaatjes voorspelde weinig goeds,
maar ik kan u verklappen dat de schade nog enigszins binnen de perken is gebleven. Helaas geen stickers of plakplaatjes, nauwelijks spelersinformatie en vergeet alsjeblieft dat pop-uppen, maar letzten Endes zijn het wel voetbalplaatjes.
Want ik was erbij toen vanochtend om acht uur de draaideur van de Plus openging. In opdracht van neef Tom uiteraard; als man van middelbare leeftijd laten die voetbalplaatjes mij helemaal koud, zoals u begrijpt. Nou ja, als Tom me wat dubbelen aan zou bieden, zou ik ze vanzelfsprekend niet weggooien (of had ik dat al eens eerder gezegd?).
En dat album dan? Eh … dat heb ik alleen gekocht omdat je er een abonnement op Eredivisie Live bij cadeau krijgt.
Ik sluit af met m’n intussen jaarlijkse oproep: mocht u de komende tijd in het bezit komen van voetbalplaatjes en u weet er geen raad mee, dan houd ik, excuses, dan houdt Tom zich aanbevolen.

Intermezzo - Beschavingsoffensief

Beschavingsoffensief 1701-01-31
Op 31 januari 1701 verordonneert Cecilia Catharina van Hoensbrouck, vrijvrouwe van Horst, dat niemand zich na negen uur in een herberg mag bevinden. Verder is het niemand, en ‘principaelijck ionckmans ende ionghens’, toegestaan na tien uur langs straten en huizen te ‘swieren’. Wie zich niet aan dit verbod houdt, krijgt een boete van tien gulden. Aanleiding voor de maatregel zijn de dagelijkse ‘insolentien, slaegherijen ende andere hooghstraffbaere ongeregeltheden’, bedreven door ‘lichtveerdighe iongens’.

Beschavingsoffensief 1845-12-27
Naar aanleiding van een groot aantal klachten legt het gemeentebestuur onder aanvoering van burgemeester Neujean de Horster jeugd op 27 december 1845 een achttal verboden op. Zo is het voortaan niet meer toegestaan ramen, deuren en muren te bekladden, op straat om geld te spelen, met stenen te gooien en de kerkdiensten te verstoren. De onderwijzers dienen de leerlingen te vermanen, maar ‘de ouders [worden] voor hunne kinderen verantwoordelijk gesteld’.

Beschavingsoffensief 1910-10-30
In de zaal van het Patronaat wordt op 30 oktober 1910 de Horster afdeling van het Kruisverbond opgericht. Dit stelt zich teweer tegen drankmisbruik. Gastspreker Leopold Haffmans (inderdaad die van de straat) ageert tegen drankgebruik door jongeren: ‘Voor jongelieden is de drank de dood van het zedelijke gevoel, men verliest de achting voor zich zelf en kent geen schande meer. De bedronkene drinkt om het dierlijke op te wekken. Hij doet zijn meisje drinken om het schaamtegevoel weg te nemen en het tot onzedelijkheid over te halen.’

Beschavingsoffensief 1947-06-07
In de uitgave van 7 juni 1947 klaagt de redactie van lokaal weekblad De Echo over de verwildering van de jeugd: ‘Veel kinderen tonen ’n brutaliteit tegenover ouderen, die alle perken te buiten gaat. Zo gaat onze jeugd onherroepelijk ten gronde. Vooral de ouders en het onderwijzend personeel hebben hier een grote verantwoordelijkheid. Dat de overheid der gemeente en politie hierbij gaarne alle medewerking zullen verlenen, daaraan valt niet te twijfelen.’

Beschavingsoffensief 2012-01-20
De gemeente Horst aan de Maas verbiedt met ingang van 20 januari 2012 het gebruik van alcohol en softdrugs op openbare plekken in de zestien kernen, in de Kasteelse Bossen, bij speeltuin Roeffen Mart in Grubbenvorst en bij de Loswal in Broekhuizen. Op overtreding staat een boete van 85 euro. Ouders van beboete jongeren ontvangen een brief van de politie met een verwijzing naar het drinkgedrag van hun kroost. De maatregelen moeten overlast voorkomen. Wijkagent Hans van Vulpen in Dagblad De Limburger: ‘Daarbij gaat het niet alleen om herrie op straat, maar ook over wildplassen, kapotte flessen op straat en vernielingen.’

En nog zijn er mensen die durven te beweren dat de geschiedenis zich niet herhaalt.
En nog zijn er mensen die durven te beweren dat beschavingsoffensieven enig effect hebben.
En nog zijn er mensen die durven te beweren dat de jeugd van tegenwoordig haar gelijke niet kent.

maandag 16 januari 2012

Klein mysterie 309 – Twin Domes (1)

Laat die afvalperikelen voor wat ze zijn! Weg met die grauwsluier die al weken over Horst aan de Maas hangt! Licht aan het einde van de tunnel! Want: we hebben eindelijk weer iets dat ons doet gloeien van trots, iets dat ons danig ingedeukte gevoel van eigenwaarde een enorme boost geeft, iets dat – ik aarzel niet het te zeggen – ons op de kaart zet! Het verbaast me hogelijk dat andere media het nieuws hebben laten liggen, maar omdat het niet anders is, pakt Horst-sweet-Horst die primeur gewoon.
Horst aan de Maas, hooggeachte lezers, is namelijk een nieuw wereldwonder rijker. Aan de
dan wel
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, is het hier de afgelopen maanden verrezen, schijnbaar zonder dat iemand er acht op sloeg. Maar nu het z’n voltooiing nadert, kan niemand er meer omheen. Wie zich echt wil laten verrassen, adviseer ik om het bouwwerk te benaderen via de Molengatweg. Laat de Kempweg en de Campsbosweg links liggen en maak de scherpe bocht naar rechts als de Molengatweg inmiddels is overgegaan in de Australiëweg. En dan ineens … tussen de bomen door zie je ze in de verte liggen, majestueus uittorenend boven de zompige uitlopers van de Paes: twee gigantische koepels (helaas werkt de zoomfunctie op m’n fototoestelletje niet meer).
Hoe dichter je ze nadert hoe imposanter ze worden.
Eenmaal gearriveerd op de Veld(-)Oostenrijk heb je vrij zicht op deze architectonische briljantjes, ongetwijfeld geïnspireerd op de Sint-Pieter in Rome. Architectuur van het grote gebaar.
Zoveel is wel zeker: Horst heeft er een baken, een landmark, een icoon bij. Het enige dat er nog aan ontbreekt is een naam. Beter gezegd een bijnaam, want als bouwwerk stel je pas echt iets voor als je een bijnaam hebt. Denk aan het ING-gebouw langs de Ringweg in Amsterdam (onder meer De Poenschoen) en de Erasmusbrug (onder meer De Zwaan) en het Feyenoordstadion (De Kuip) in Rotterdam.
En kom me voor die twee koepels aan de Veld(-)Oostenrijk nu asjeblieft niet aanzetten met De Twee Tieten, De Horster Tieten of iets dergelijks. Die bijnaam is al vergeven (aan het ministerie van VWS in Den Haag) en getuigt bovendien van wel verdomde weinig originaliteit.
Refererend aan het Superdome, de beroemde thuishaven van de New Orleans Saints, zou Superdomes kunnen. Wat me daaraan tegenstaat, is dat het begrip ‘super’ geen meervoud om zich heen verdraagt. Nee, wat dacht u daarom van de Twin Domes? Kunnen we internationaal ook mee voor de dag komen en verwijst bovendien subtiel naar het mooiste gebouw van Horst, in de volksmond vaak de Twin Towers genoemd.
Overigens sta ik, zoals altijd, open voor betere suggesties.

Intermezzo – Afvalscheiding

Het wekenlange gediscussieer, ge-opinieer, gejeremieer en geprovoceer over de nieuwe wijze van afvalinzameling hing me plotseling zo de keel uit, dat ik besloot een daad te stellen: ik begaf me afgelopen week naar het gemeentehuis. Niet om de ruiten in te gooien. Ook niet om de verantwoordelijke wethouder of ambtenaren voor rotte vis uit te maken. Wél om in het gemeentelijk archief nu eens op zoek te gaan naar feiten. Historische feiten. Binnen een uur vond ik een antwoord op een karrenvracht aan vragen. Slechts één vraag bleef onbeantwoord.
Sinds wanneer wordt in Horst van gemeentewege huisvuil opgehaald?
Sinds 1 januari 1934.
Wie gaf de aanzet hiertoe?
Gemeenteraadslid Jacques Toma.
Hoezo?
Hij vroeg in de gemeenteraadsvergadering van 10 april 1933 of het niet mogelijk was het huisvuil in het centrum van Horst tegen betaling te laten ophalen.
Hoe reageerde het college van burgemeester en wethouders?
Dat beloofde de mogelijkheden te bekijken.
Met als resultaat?
Een verordening op ‘de heffing van rechten voor het ophalen van haardasch en huisvuil’. Die werd besproken en unaniem goedgekeurd in de raadsvergadering van 20 juni 1933 (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Wat waren de overwegingen van het college?
In de verordening genoemde argumenten voor een vuilnisophaaldienst waren de steeds dichtere bebouwing in het centrum van Horst, de aanzienlijke afstand tot de stortplaats, de volksgezondheid en de openbare orde.
Volksgezondheid en openbare orde?
Inderdaad. In de overwegingen bij de verordening ging het college hier verder niet op in, maar uit een verslag van de raadsvergadering in de Nieuwe Venlosche Courant van 22 juni blijkt waarom ook de volksgezondheid en openbare orde in het geding waren: ‘Soms [wordt] tot ergernis der omwonenden op een buurtweg het vuil gestort, wat uit een oogpunt van gezondheid en openbare orde is af te keuren. Ook is zulke handelwijze strafbaar maar moeilijk te constateeren.’
Was deelname aan de vuilnisophaaldienst verplicht?
Nee. Wie wenste dat z’n huisvuil werd opgehaald, moest zich bij de gemeenteontvanger melden en tegelijkertijd het verschuldigde bedrag voldoen.
Hoe hoog was dat bedrag?
Vier gulden per jaar per huisadres. Volgens wethouder Thomeer was aanvankelijk gedacht aan vijf gulden per jaar, ‘doch nader is gebleken, dat we er met f 4 wel komen’.
Om hoeveel adressen ging het?
In het eerste jaar, 1934, werd het huisvuil op 56 adressen opgehaald.
Dit aantal liep geleidelijk op tot zeventig in 1939 (klik op de afbeeldingen voor een vergroting).
Hoe moest het afval worden aangeboden?
In een bak of ander voorwerp.
Hoe vaak en waarmee werd het opgehaald?
Er kwam wekelijks een vuilniskar langs.
Wie was de eerste Horster vuilnisman?
Als laagste inschrijver kreeg Jozef Achten-Beelen het werk gegund.
Wat verdiende hij ermee?
Het eerste half jaar per adres vijf cent per keer. Vanaf 1 juli 1934 kwamen daar nog twee cent bovenop.
Leverde de vuilnisdienst de gemeente ook nog wat op?
Weinig. Zowel in 1934 als in 1935 kwam er aan inkomsten 212 gulden binnen. De uitgaven bedroegen respectievelijk 191,10 gulden en 190,19 gulden.
Was Jozef Achten-Beelen de eerste en de laatste Horster vuilnisman met een dubbele achternaam?
Dat is die ene vraag waarop ik u het antwoord schuldig moet blijven.
N.B. Mail me als u geïnteresseerd bent in de inventarisnummers van de bestudeerde documenten.

Top 5 – Limburgse CDA-afsplitsingsbenamingen

Terwijl het in het hele land de afgelopen dagen flink kouder werd, begon in Horst aan de Maas de temperatuur juist te stijgen. Ik geef toe dat het even duurde voordat ik dit opmerkelijke meteorologische verschijnsel kon duiden. Maar toen ik even de tijd nam om rustig na te denken, begon het me al snel te dagen. Het kan niet anders of deze lokale hittegolf wordt veroorzaakt door alle Horster CDA’ers die zich achter de coulissen warm aan het draaien zijn voor de Limburgse afsplitsing van hun ooit zo populaire partij. Als het zover komt – en geloof me, het komt zo ver – moeten ze zo goed zijn opgewarmd dat ze in de voorste gelederen te vinden zijn als straks de baantjes worden verdeeld. Le roi est mort, vive le roi.
Namen? Ach, u kent politici: zo lang niks zeker is ontkennen ze alles. Geen namen dus, maar als ik u vertel dat een voormalig CDA-gedeputeerde uit Horst deze week een notitie heeft rondgemaild, weet de goede verstaander ongetwijfeld genoeg.
Hoe gaat de Limburgse afscheidingsbeweging heten? Ook dat blijft voorlopig nog in nevelen gehuld. Uit doorgaans betrouwbare bron heb ik wel vernomen dat het woord ‘partij’ niet in de naam voor zal komen. Dit om te voorkomen dat noordelijke (‘purteej’) en zuidelijke (‘purtie’) leden elkaar meteen al bij het begin de koppen inslaan.
In het circuit doen intussen heel wat potentiële partijnamen de ronde. Mijn persoonlijke top 5 van Limburgse CDA-afsplitsingsbenamingen:
5. Limburg Allein. Nuchter bekeken de gedroomde naam. Alleen doet zich hier hetzelfde dilemma voor als bij het woord ‘partij’: door te kiezen voor ‘allein’ is het onvermijdelijk dat de nieuwe partij alle ‘alliën’-zeggers van zich zal vervreemden. De feiten zijn niet anders – Jo Erens draait zich om in z’n graf.

4. Forza Limburgia. Trots op Limburg zou te veel associaties oproepen met IJzeren Rita. Limburg mót blieve zou te veel herinneren aan die grandioze mislukking onder dezelfde naam van anderhalf jaar geleden. Dus waarom geen Forza Limburgia? Wie kent die Berlusconi nu nog? Was trouwens toch niks mis mee? En Limburgia was in 1950 toevallig wel de laatste Limburgse landskampioen!

3. Brónsgreun. Wél een woord met een provinciebreed min of meer identieke uitspraak. Refereert aan een Limburggevoel. Bovendien is de kleur dik in orde: groen en toch onderscheidend.

2. WWG (Wein, Weib und Gesang). Bevrijd van het bovenmoerdijkse calvinistische juk kunnen eindelijk alle remmen los. Waar zijn wij Limburgers goed in? Juist. En waarom zou dat niet in de naam van de partij door mogen klinken?

1. Island in the Sun. Zwitserlevengevoel, eilanddenken, Calimero, gezond chauvinisme: allemaal komt het samen in deze naam. Plak er de zoetgevooisde stem van Harry Belafonte onder en ik ben ervan overtuigd dat deze partij glorieuze tijden tegemoet gaat.