maandag 18 maart 2013

Klein mysterie 433 – Trapveldje (4)

Als onbezoldigd en zelfbenoemd inspecteur van de afdeling Horst van de NVIVT (Nederlandse Vereniging tot Instandhouding en Verbreiding van Trapveldjes) wil ik vanaf deze plaats graag mijn waardering uitspreken voor de inzet van Roy Bouten voor het trapveldje (of wat daarvoor moet doorgaan) in Hegelsom.
Middels een gloedvol, met lichtbeelden ondersteund betoog (klik hier en klik vervolgens door naar 11.25 minuten) confronteerde het PvdA-PK-raadslid z’n mederaadsleden en het gemeentebestuur afgelopen dinsdag met de gebreken van het Hegelsomse veldje. Ik zag wenkbrauwen die werden opgetrokken, monden die openvielen, gezichten die bleek wegtrokken en tranen die opwelden. Ook bij Ger van Rensch bleek het raadslid de juiste snaar te hebben geraakt. De verantwoordelijk wethouder, die het veldje betitelde als ‘zwemveldje’, verklaarde immers: ‘Het spreekt voor zich dat dit niet acceptabel is. Een trapveldje moet gebruikt worden. Dus we moeten zien wat er precies aan de hand is en hoe we dat op kunnen lossen. Da’s logisch.’ Mooi, dat afsluitende, verhulde eerbetoon aan Johan Cruijff waarmee de wethouder aantoont z’n klassieken te kennen. Maar nog mooier is uiteraard dat er weer hoop gloort voor het trapveldje.
Een klein smetje op het geheel was wel dat de wethouder meedeelde dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de problemen met het veldje al tot het verleden behoorden. Dat impliceert dat de wethouder zowel de tweets van Buis077 en Roy Bouten als Horst-sweet-Horst niet zou (laten) volgen. Uiterst ongeloofwaardig! Is hetzelfde als dat hij zou zeggen dat hij niet op de hoogte is van het vele goede werk dat de NVIVT verricht. Zou toch ook geen mens geloven?

Intermezzo – Hondentoilet

Voor wie zich altijd al afvroeg hoe het toch gesteld is met het hondentoiletbeleid van de gemeente Horst aan de Maas bood de gemeenteraadsvergadering van vorige week dinsdag uitkomst (klik hier en klik vervolgens door naar 50.07 minuten):
Burgemeester Kees van Rooij: ‘Aan de orde is brief nummer 14: hondentoilet Kempkesstraat. Het woord is aan de heer Hendrix.’
Gemeenteraadslid Bram Hendrix (Essentie): ‘Hondenpoep, een heel actueel onderwerp. Moeten wij als gemeente de oplossing aanbieden in de vorm van toiletten? Is dit een kerntaak van de gemeente of gewoon een verantwoordelijkheid van het baasje van de hond?’
Burgemeester Van Rooij: ‘De heer Van der Weegen.’
Gemeenteraadslid Richard van der Weegen (PvdA-PK): ‘De heer Hendrix stelt hier een terecht vraagstuk aan de orde. Wie is verantwoordelijk? Moeten wij dat doen? Of moet het baasje van de hond dat doen? Van de andere kant is hondenpoep een groot probleem. We hebben in het verleden een handige oplossing bedacht in de vorm van hondentoiletten. Op termijn zou je een gedragsverandering teweeg moeten brengen bij de burger. Dan zouden we weer afscheid moeten nemen van de hondentoiletten. Die lijn die deel ik. Alleen: op dit moment zijn we daar nog niet aan toe. Dat zal nog een aantal jaren nodig hebben. Toch zijn onze baasjes en onze honden al erg goed opgevoed, want in de hondentoiletten liggen vaak de drollen in een zakje. Dat roept de vraag op: heb je het toilet nog nodig of kun je daar een eenvoudige bak neerzetten? Maar vooralsnog willen wij vasthouden aan de lijn om hondentoiletten te plaatsen. Als we deze casus bekijken, dan lijkt de locatie naast een speelveldje niet de meest geschikte locatie voor een dergelijke voorziening. De komst van het toilet voor de deur kán een niet-in-mijn-achtertuineffect oproepen. Al moeten we oppassen het daarmee altijd af te doen.’
Burgemeester Van Rooij: ‘Het woord is aan de wethouder hondentoiletten.’
Wethouder Paul Driessen (Essentie): ‘In principe hebben we geen actief beleid meer met betrekking tot het plaatsen van nieuwe hondentoiletten. We hebben wel vanuit het verleden nog een paar hondentoiletten liggen, die we op verzoek van een buurt of dorpsraad soms nog ergens plaatsen. In dit geval is uiteindelijk besloten dat in Kronenberg geen hondentoilet wordt geplaatst. Om terug te komen op de vraag van de heer Hendrix: is het een primaire taak van ons? Nee, vanuit zelfredzaamheid en dergelijke zou je mogen verwachten dat de burger zelf het initiatief oppakt en dat wat de hond achterlaat, opruimt en op de geschikte plek deponeert. Maar nogmaals: dit is een bewustwordingsproces, we zullen bekijken of we daar een nog iets actiever beleid in kunnen voeren.’

donderdag 14 maart 2013

Top 5 – Tjolk Hekkingfoto’s van Guy Frints

Dinsdag zwarte rook – woensdag witte rook – donderdag groene rook: Guy Frints is de opvolger van Leon Litjens!
De kardinalen in het Vaticaan hadden twee dagen nodig voor het kiezen van een opvolger van Benedictus; het CDA alhier had exact twee maanden nodig voor het kiezen van een opvolger van Leon Litjens.
De kardinalen sloten zichzelf op in de Sixtijnse kapel; het CDA heeft waarschijnlijk aan de stamtafel bij Boëms Jeu gezeten.
De kardinalen voerden een fascinerend toneelstuk op rond de bekendmaking van de naam van de nieuwe paus; het CDA gaf de regie uit handen, waardoor een journalist met de (aanvankelijk fout gespelde) naam van de nieuwe wethouder aan de haal kon gaan.
Jorge Bergoglio wordt alom beschouwd als een tussenpaus; Guy Frints wordt alom beschouwd als de eindpaus die hier het CDA-licht uit zal doen.
De eerste woorden van Franciscus I na zijn uitverkiezing: ‘Fratelli e sorelle, buonasera’; de eerste woorden van Guy I na zijn uitverkiezing: ‘Het is een eervolle taak die me ten deel valt.’ Met ‘Dreumels en Dreumelinnekes, alaaf!’ had Guy zich natuurlijk meteen onsterfelijk kunnen maken, maar wat Horst-sweet-Horst het meest betreurt aan de nieuwe wethouder is dat hij in tegenstelling tot z’n voorganger (én de paus) niet twittert. Of althans niet meer: z’n laatste tweet dateert van 31 mei 2010. Misschien moet iemand Guy vertellen dat politiek in Horst aan de Maas gewoonlijk per tweet wordt bedreven (met de gemeenteraadsvergadering van afgelopen maandag als uitzondering die de regel bevestigt). 

Iets anders. Op zaterdag 22 mei 2010 was ik ongenode gast bij de opening van het campagnehuis dat het CDA in de Kerkstraat speciaal voor kandidaat Tweede Kamerlid Raymond Knops had ingericht. Toen ik na thuiskomst de gemaakte foto’s bekeek, viel me op dat tussen hotshots als Raymond Knops, Camiel Eurlings en Ger Driessen ook telkens iemand figureerde die ik niet thuis kon brengen. Een wethouder Hekkingtype.
Ik hield het maar op een verdwaalde ober en stond er verder niet meer bij stil. Tot ik zojuist de foto’s zag van onze nieuwe wethouder. Bijna drie jaar later valt het kwartje alsnog! Guy Frints! Stond zich daar op 22 mei 2010 al warm te draaien voor z’n nieuwe functie terwijl niemand er nog weet van had!

Mijn top 5 van Tjolk Hekkingfoto’s van Guy Frints (klik erop om ze te vergroten, want als Tjolk Hekking in de dop was Guy op dat moment nog niet zo bedreven in het zich onnadrukkelijk op de voorgrond plaatsen):

5.

4.

3.

2.

1.  

N.B. Rechtzetting d.d. 15 maart:

Zoals Marieke Vullings terecht opmerkte klopt mijn bovenstaande bewering dat ‘een journalist met de (aanvankelijk fout gespelde) naam van de nieuwe wethouder aan de haal kon gaan’ niet (helemaal): voor zover ik het kan reconstrueren twitterden zowel Leon Janssen (Dagblad De Limburger) als Els Hekkenberg (Hallo Horst aan de Maas) vrijwel tegelijkertijd dat het CDA een beoogd opvolger voor Leon Litjens had gevonden. Leon Janssen noemde hem aanvankelijk Guy Vrinds; Els Hekkenberg had het met Guy Frints meteen goed. 1-0 voor Hallo – moet ik mijn mening over het journalistiek gehalte van het Horster nieuwsblad dan toch gaan herzien?  

maandag 11 maart 2013

Klein mysterie 432 – Bestuurlijke waarheid

De Volkskrant van zaterdag bevatte een memorabel interview van Jan Tromp met Tom Pauka, onder meer politiek adviseur van Joop den Uyl, Wim Kok en Wouter Bos. Aanleiding was het verschijnen van Pauka’s boek Het geluk van links.
In het interview bewierookt hij Joop den Uyl en maakt hij gehakt van Wim Kok. Trouwe lezers weten dat je dan bij mij al niet meer kapot kunt. Maar er is meer. Tromp vraagt op een gegeven moment of in de politiek niet altijd het rendement, het resultaat, voorop staat, óók als dat ten koste gaat van de waarheid. Het antwoord van Pauka laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Tegenwoordig is authenticiteit een kwaliteit op zich in de politiek. En je kunt het ook moreel bekijken en zeggen dat er een aparte kwaliteit steekt in de waarheid spreken.’
Tromp: ‘Maar wat als de waarheid nul zetels oplevert?’
Pauka: ‘Als de waarheid nul zetels oplevert en je kunt iets bedenken dat wél rendement geeft, zou ik opstappen. Aan zoiets moet je niet meewerken, vind ik.’
Verstandige woorden. De gehele waarheid en niets dan de waarheid. Niet je oren laten hangen naar wat (je denkt dat) kiezers denken, maar opvattingen en uitgangspunten (‘beginselen’) hebben en die aan de man proberen te brengen.
Ik las het interview met Tom Pauka zaterdagochtend. Enkele uren later twitterde wethouder Leon Litjens dat we er weer bijna 71 parkeerplaatsen bijhebben in Horst. Gratis! ‘Hoezo gratis?’, reatwitterde (klik hier en hier) de Venrayse burgemeester Hans Gilissen: ‘Bij gratis parkeren betaalt gemeente (=eigen inwoners, incl. vele niet-gebruikers) de jaarlasten van aanleg+beheer. De lokale belastingbetaler betaalt gemak van alle klanten.’ Waarop Leon Litjens weer reageerde met: ‘Echter klant ervaart t anders en ziet t als een voordeel. Het gaat er om wat de klant vind en niet de bestuurlijke waarheid.’
‘Het gaat er om wat de klant vind en niet de bestuurlijke waarheid.’ Choquerend en ontluisterend, iets anders kan ik er niet van maken. En dan bedoel ik niet het armoedige Nederlands.
Ik weet het: elke gemeente krijgt de bestuurders die ze verdient. Maar wat hebben wij in godsnaam misdaan dat ons dit moet overkomen?   

Klein mysterie 431 – Kraanvogels

Afgelopen dinsdag, toen het er ineens de schijn van had dat het tegen alle verwachtingen in toch nog ooit lente zou worden, kwam er ’s ochtends tot drie keer toe een peloton kraanvogels overvliegen. Ik vond dat om de een of andere reden indrukwekkend. Alleen kom ik er maar niet achter wélke reden. Dagelijks vliegen er vogels over en slechts zelden vind ik dat indrukwekkend. Waarom in het geval van de kraanvogels dan wel? Ik vermoed dat het een combinatie is van hun statige vlucht, de formatie waarin ze vliegen, het typische van grote afstand hoorbare geluid dat ze produceren én de aankondiging van de lente die in hun overvliegen besloten ligt. Ik sluit niet uit dat ook de onvergetelijke Russische filmklassieker Als de kraanvogels overvliegen op de achtergrond nog een rolletje speelt, maar helemaal de vinger er op leggen kan ik toch niet. Wat zou het ook, waarom zou je alles moeten kunnen verklaren?
Nog iets met betrekking tot kraanvogels: de uitspraak van hun naam in het dialect. Ik zeg, en heb altijd gezegd kroenekrane. Dat klinkt zo:

In mijn naaste omgeving vertoeft echter ook iemand die zegt kroënekrane. Dat klinkt zo:

Een wezenlijk verschil dunkt me.

Ik dacht steun te vinden bij E maes inne taes, het Horster woordenboek. Helaas pindakaas, bladzijde 48:
‘Logisch’, aldus die iemand die in mijn naaste omgeving vertoeft: kraanvogels hebben immers een kroon (kroën) van rechtopstaande kruinveren.
‘Helemaal niet logisch’, aldus ondergetekende: er zijn inderdaad twee soorten kraanvogels met een kroon van rechtopstaande kruinveren (de Balearica regulorum en de Balearica pavonina), maar die komen alleen in Afrika voor. De Europese kraanvogel (de grus grus) heeft geen kroon. Derhalve is er geen enkele reden om hier in Horst kroënekrane te zeggen. Waarom dan wel kroenekrane? Doodeenvoudig omdat de vogels een trekroep voortbrengen die klinkt als kroe. Luister hier maar (klik op ‘geluid’). Een onomatopee als verklaring voor het eerste deel van het woord. Zo klaar als een klontje.

Wat zegt ú eigenlijk? Ik zou het eigenlijk wel op prijs stellen als ik een aantal steunbetuigingen voor mijn theorie zou mogen ontvangen. Kan ik die die iemand die in mijn naaste omgeving vertoeft mooi onder de neus wrijven. 

Top 5 – Patronaatspatronen

Steeds sterker worden de aanwijzingen dat het Horster winkelcentrum Kloosterhof over een jaar van de aardbodem zal verdwijnen. Geen al te groot verlies, ben ik geneigd te zeggen.
Alleen zo jammer dat we vervolgens weer een jaartje of vijftig zitten opgescheept met zo’n wangedrocht à la De Smidse.
Wat met de afbraak van Kloosterhof vermoedelijk eveneens van de aardbodem zal verdwijnen, is de huidige bestrating van de Kerkstraat, tussen het pleintje voor het Patronaat en de doorgang naar de parkeerplaats van Kloosterhof. En dat nu zou wél een groot verlies zijn.
Te midden van alle eenheidsworst dien je te koesteren wat uniek is. Gratis parkeerplaatsen hebben ze overal, Intertoys hebben ze overal, dertien in een dozijn straatmeubilair hebben ze overal, de Hema hebben ze overal, reclameborden waarover je struikelt hebben ze overal. Maar de bestratingspatronen vóór het Patronaat en Kloosterhof hebben ze nergens. Dat is nu weer typisch zoiets dat Horst onderscheidend doet zijn, dat Horst tot Horst maakt, dat Horst … euhh … op de kaart zet.
Stratenmakers hebben hier de afgelopen decennia al hun creativiteit en vakmanschap mogen botvieren. Met een verbluffend resultaat, mogen we wel zeggen. En dat nota bene in het zo aangeharkte Horst! Onbegrijpelijk dat dit de media tot dusverre is ontgaan. Hopelijk dat dit stukje bij kan dragen tot meer bekendheid voor het grootse werk dat hier is verricht. Het is trouwens ook de hoogste tijd dat kunsthistorici zich eens gaan buigen over de mogelijke diepere betekenislagen van de patronen.
Anyway, hier komt-ie, mijn top 5 van Patronaatspatronen:

5.
Als neergedaald uit de hemel liggen ze daar, de twaalf lichtgrijze betontegels. Vormen ze een brug, een barrière een trait d’union? Ik gok op een combinatie van drieën. 

4.
Gebakken klinkers in keperverband, een gootje, (fragmenten van) donkergrijze betontegels, een aantal frivole driehoekjes van gebakken klinkers, vijf lichtgrijze betontegels: het oogt misschien wat chaotisch, maar ik verzeker u: hier steekt iets achter.

3.
Voor de afwisseling ook een werk met enkele driedimensionale elementen. Let vooral op de speelse wijze waarop gebakken klinkers (in wisselende verbanden) en betontegels elkaar afwisselen. Ook de onnadrukkelijke markering van de driedimensionale elementen door hun plaatsing in een vlak van gebakken klinkers is grandioos.  

2.
En dan ineens zo’n strook met gewassen grindtegels. Dat noem ik nou lef hebben! Mooi contrast ook tussen de gewassen grindtegels en de betontegels, waartussen heel subtiel dat lijntje gebakken grindtegels figureert. En wat dacht u van dat putdeksel, dat de strakke ordening dan weer magistraal doorbreekt?

1.
Meesterlijk hoe hier de straatkolk tot centrum van de voorstelling is gemaakt. Dit uit zich bijvoorbeeld in het aanvankelijk breed uitwaaierende vlak betontegels dat zich naar de kolk toe versmalt. De licht meanderende goot staat bol van de symboliek. Ongekend is ook het aantal verbanden waarin de gebakken klinkers zijn gelegd.   

Klein mysterie 430 – Voetbalplaatjes (2)

Het stukje over de Wittenhorstvoetbalplaatjes sloot ik vorige week af met de mededeling dat ik er vermoedelijk pas na een eurootje of vijfhonderd aan boodschappen bij de Plus achter zou zijn of mijn voetballende neefje is afgebeeld op plaatje nummer 127 dan wel nummer 128. Intussen mag u van dat bedrag minimaal een eurootje of vijf aftrekken. Vrijdag maakte Plus namelijk bekend dat ‘naar aanleiding van reacties van klanten’ is besloten de plaatjes in het vervolg gratis weg te geven bij elke tien euro aan boodschappen. Dit terwijl je aanvankelijk een dubbeltje diende bij te lappen voor een zakje voetbalplaatjes bij elke tien euro aan boodschappen.
Gunstig dus voor de klant en nog gunstiger voor de voetbalplaatjesverzamelaar, want gegarandeerd dat er nu gigantisch veel meer plaatjes in omloop komen.
Resteert de vraag hoe gunstig deze ontwikkeling voor Wittenhorst is. Plus verzekerde ons in een eerder stadium dat de opbrengst van de actie volledig naar Wittenhorst gaat. Maar wat is de opbrengst? Ik leefde in de veronderstelling dat al die dubbeltjes per zakje ten goede zouden komen aan Wittenhorst. Maar die inkomstenbron is inmiddels dus opgedroogd, zodat het geld ergens anders vandaan moet komen. Uit de los verkrijgbare zakjes voetbalplaatjes à vijftig cent? Of uit een percentage van de extra omzet die wordt gegenereerd met de plaatjesactie? Met andere woorden: moet ik meer boodschappen doen of moet ik meer voetbalplaatjes kopen om Wittenhorst te steunen?  

maandag 4 maart 2013

Klein mysterie 428 – Urilift (1)

Nu al enkele weken word ik gekweld door de vraag hoe het eigenlijk toch zit met onze Horster urilift. De urilift dook op 20 december 2011 (kijk bij agendapunt 18) als donderslag bij heldere hemel ineens op tijdens een gemeenteraadsvergadering. Aan de orde was het Integraal Veiligheidsplan 2012-2015. Daarin stond de urilift genoemd als een prioriteit die het veilig uitgaan in Horst-centrum dient te bevorderen en het verloederen van de openbare ruimte moet tegengaan. Ondanks die prioritaire status was er op dat moment geen geld voor de aanschaf van zo’n verzinkbare zeikton. Want het ding kost wel mooi 55 duizend euro. Hoewel burgemeester Kees van Rooij verzekerde dat de urilift niet op de lange baan zou worden geschoven, heb ik sterk de indruk dat precies dat is gebeurd.
De urilift werd enkele weken geleden plotseling weer actueel toen uit de Hufterkaart van Nederland van RTL bleek dat Horst aan de Maas een serieus wildplasprobleem heeft. Hetgeen hier nog eens werd bevestigd door die schokkende ingezonden bijdrage van een notoire en nog altijd actieve Horster wildplasser.
Afgelopen week kwam er uit onverdachte hoek impliciete steun voor de urilift. Weekblad Hallo Horst aan de Maas bood politieagent Hans van Vulpen alle ruimte om de lezers te waarschuwen voor de misdadige babbeltrucs van criminelen. Gelukkig leverde Hans ook tips om de babbeltrucanten te weren. Zoals daar zijn: vertrouwen op je buikgevoel, een ketting op de deur houden, de deur openen met een kierstandhouder, het vragen naar een legitimatiebewijs en – nou komt ie – het verwijzen van de babbeltrucant naar een openbaar toilet. Nou weet ik wel dat er in elk geval in de Plus Supermarkt een openbaar toilet is, maar  zelfs iemand waarvan je het buikgevoel hebt dat het een babbeltrucant is, heeft er toch recht op kosteloos zijn of haar gevoeg te doen? En mocht een babbeltrucant daar geen recht op hebben dan wij als eerzame Horster burgers toch zeker wel?
Kan die urilift s.v.p. weer van de lange baan worden afgeschoven? Of nog beter: worden doorgespoeld en vervangen door een volwaardig gratis openbaar toilet? Of nog beter: worden vervangen door volwaardige – dat wil zeggen: gratis – openbare toiletten? Horst hoeft zich toch niet alleen door die eeuwige gratis parkeerplaatsen te onderscheiden van andere regionale winkelcentra? En die buikgevoelens moeten toch ook ergens een uitweg vinden?

Intermezzo – Babbeltrucs

Het moet een jaar of tien geleden zijn geweest. Een zaterdagmorgen aan het einde van de lente. Het is warm. De bel gaat. Aan de deur staat een jongeman, op het oog begin twintig. Hij draagt een grote zwarte map van naar schatting 1,50 bij 0,75 meter.
‘Goedemorgen, ik ben student aan de kunstacademie en wil graag wat werk laten zien.’
‘Wat een eer! Kom binnen.’
‘Graag. Ik loop al een uur te zeulen met die map, maar niemand die me binnenlaat. Geen buurt hier van grote kunstliefhebbers, geloof ik.’
‘Zou je wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar wat kan ik je te drinken aanbieden? Koffie? Thee? Iets fris?’
‘Graag iets fris. Het is zó warm.’

De jongeman blijkt student te zijn aan Akademie St. Joost in Breda. Eenmaal per jaar worden de studenten met een busje in een willekeurige woonwijk gedropt om buurtbewoners hun werk te tonen. Niet zozeer om dat werk te verkopen als wel om mensen te confronteren met hedendaagse kunst. Z’n map blijkt om en nabij de dertig schilderijen en tekeningen van een aantal medestudenten te bevatten. Abstract, figuratief, geometrisch, surrealistisch, naïef, noem maar op. Variërend van bagger tot niet onaardig. Wat volgt is een geanimeerd gesprek van meer dan een uur over kunst, kunstbeleving, de jongeman z’n ambities, z’n opleiding, bezochte tentoonstellingen enzovoort. Het doet ’m zichtbaar goed z’n verhaal nu eindelijk eens kwijt te kunnen aan een geïnteresseerde.

Toch maar eens informeren of de werken die hij bij zich heeft niet te koop zijn. Als student zal hij het niet breed hebben en dan ook nog in deze hitte met zo’n zware map overal bot moeten vangen.
‘Zestig euro per tekening of schilderij.’
Oei. Toch een heel bedrag. Al staat daar wel een kunstwerk tegenover van iemand die later misschien uitgroeit tot een beroemdheid. Toch maar doen, óók vanwege die aardige jongeman? Goed dan. Dit wordt het:
Na nog een laatste glas fris vertrekt hij, niet nadat hij omstandig z’n dank heeft betuigd voor de aankoop.
Wacht, hij heeft de naam van de maker helemaal niet genoemd! Snel op de fiets gesprongen, maar geen spoor meer van de jongeman, z’n medestudenten of het busje. Dan later maar eens informeren bij Akademie St. Joost, eerst het schilderij laten inlijsten.

Drie dagen later. Bij lijstenmakerij (en galerie en kunstuitleen) IROK.
‘Ha ha! Er ook al in getrapt! Ik had jullie toch hoger ingeschat!’
Die aardige jongeman aankomend kunstenaar? Nee hoor, hij beoefent een heel andere stiel: het aan de hand van lulverhaaltjes verkopen van weliswaar originele, ergens in het Verre Oosten voor een habbekrats vervaardigde kopieën van bestaande kunstwerken. Ook een vak.
‘Toch inlijsten?’
‘Tja. Ach, waarom ook niet?’

Tien jaar later heeft het schilderij, ingelijst en wel, nog altijd een prominente plaats. Zie het als eerbetoon aan het vakmanschap van de bedreven oplichter. En een heel klein beetje als permanente waarschuwing voor een teveel aan naïviteit.
(Bovenstaande als tegenwicht voor alle waarschuwingen van de politie (klik bijvoorbeeld hier en hier) voor zogeheten babbeltrucs. Nodeloze bangmakerij! Een goede babbeltruc is toch iets om respect voor te hebben? Bovendien confronteert slachtoffer worden van een babbeltruc je met je eigen gebreken. Waarom zou dat geen geld mogen kosten? Ik geef u op een briefje dat een divansessie bij de psychiater duurder is.)

Klein mysterie 429 – Voetbalplaatjes (1)

Ik ben nog van de generatie die het voetbalplaatje moest verdienen. Kampioen worden, de beker winnen, het Nederlands elftal halen: allemaal leuk en aardig, je loopbaan was pas echt geslaagd als je het tot voetbalplaatje had weten te schoppen. Vraag het Bertus Bul. Vraag het Velibor Vasovic. Vraag het Piet Paternotte.
Zelf ben ik tussen de wal en het schip gevallen: weliswaar twee keer vereeuwigd in een Panini-album, alleen niet met een eigen plaatje, maar als onderdeel van een teamfoto. Toch meer een gevalletje net niet. Mission uncompleted.
De huidige generatie krijgt het voetbalplaatje zomaar in de schoot geworpen. De rechtsback van Hegelsom C2, de spits van Sporting ST F3, de linkshalf van Sparta’18 D4: ongeacht of ze nu talent hebben of er juist van gespeend zijn, eerder vroeger dan later krijgen ze allemaal hun eigen voetbalplaatje. Aan het begin van je carrière staan en dan al niets meer hebben om voor te spelen – wordt dus nooit wat met die jongens. De triest makende devaluatie van het voetbalplaatje. Bertus Bul, Velibor Vasovic, Piet Paternotte, ze draaien zich om in hun graf.
Dit jaar is de waanzin helemaal compleet. De ere-divisieplaatjes zijn vermomd als stompzinnige speelkaarten en voor het eerst sinds mensenheugenis is er geen ere-divisieplaatjesalbum. Ik ben principieel tegenstander van de doodstraf, maar overweeg voor de bedenker van dit concept (want dat zal het wel zijn) een uitzondering te maken.
En dan is er sinds vandaag ineens wel een Wittenhorstplaatjesalbum. Bij de Plus supermarkt. Met de bespottelijke naam ‘Lokale toppers’. 588 plaatjes. Vijftig cent per zakje van vijf plaatjes. Of een dubbeltje bij elke tien euro aan boodschappen. De opbrengst gaat volledig naar Wittenhorst, zegt Plus. Zal best en het is fijn voor Wittenhorst, maar uiteraard wel de omgedraaide wereld.
Je zou trouwens wel gek zijn als je extra gaat betalen voor plaatjes van, met alle respect (laat ik dat er vooral bij zeggen), tweederangsvoetballers. Tenzij, tenzij natuurlijk je negenjarige neefje tot de afgebeelde spelers behoort. Dan wordt alles anders. Nummer 127. Al kan het ook nummer 128 zijn. Maar daar kom ik dus waarschijnlijk pas een eurootje of vijfhonderd verder achter.

Intermezzo – Fijn langs de lijn

Na een winter waaraan geen einde leek te komen, begon zaterdag eindelijk het balletje weer te rollen. Oók bij Wittenhorst. En ik kan u verzekeren: het was weer fijn langs de lijn.
(Hardop uitspreken is aan te bevelen, zo mogelijk in dialect.)

Druk! Druk! Zet druk, Siem!
Leon, zak nou eens naar het middenveld!
Pieter en Ton, het heeft geen zin met twee man achterin te blijven hangen!
Breed! Hou het veld nou eens breed!
Lenny, gewoon doorlopen!
Mike, kom op, meelopen, je bent middenvelder!
Wíllen hebben!
Rik, felheid wil ik zien!
D’r bovenop, Lucas!
Ze kunnen aannemen!
Breed!
Tjalle, mid-midden! Je staat mid-midden!
Eerder geven, Job!
Druk! Druk! Nu!
Jari, niet zo ver! Zo hou je hier vrijheid!
En nu moet je het ook herstellen, Teun!
Joep, pass die bal dan ook eerder!
En druk, zet druk, Igor!
Arno, nooit door het midden uitverdedigen!
Breed houden, Stijn!
Goed uitgespeeld, Lars!
Sem, meelopen!
Kijk eens achter je, Stan!
Niet dromen, Tom, dat doe je vanavond maar in bed!
Opschuiven! Tien meter vooruit!
Luca, aansluiten!
Koen, eerder geven, duurt te lang!
Mario, breed houden! Hoe vaak moet ik dat nou nog zeggen?
Giel, kijk eens achter je!
Rob, ben je moe? Wil je wisselen?
Jordi, blijijijijijf!
Bob, willen hebben, dat ding!
Joris, het begint bij jou!
Leonardo, óp de bal, niet langs de bal!
Schakelen, Jesper!
Patrick, voor je houden!
Gezicht naar de bal, William!
Breed!
Eerder spelen, dat is het probleem, Timo!
Daar gaan we weer, Dennis!
Wereldactie, Jesse!
Ja, dát is druk zetten, Finn!
Jonas, méér druk! Niet half, héél!
Balverlies is dodelijk, Tijmen! 

maandag 25 februari 2013

Klein mysterie 427 – Participatiecontract

Vorige week stuurde minister Asscher (PvdA; Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zijn visie op integratie (klik op ‘Kamerbrief agenda integratie’) naar de Tweede Kamer. Wat in de hiermee gepaard gaande golf van publiciteit onderbelicht bleef, is dat de minister zijn integratieagenda meteen ook voor alle Nederlandse gemeenten naar lokaal niveau heeft vertaald. Voor Horst aan de Maas heeft dit geresulteerd in een document van zes bladzijden, waarop Horst-sweet-Horst de hand heeft weten te leggen. Exclusief op Horst-sweet-Horst de voornaamste passages daaruit:  

‘Voor succesvolle integratie is het nodig dat wij kunnen bouwen op een fundament van gedeelde kernwaarden. Wie er voor kiest in Horst aan de Maas een toekomst op te bouwen moet niet alleen kennisnemen van de kernwaarden van de Horster samenleving, maar deze ook verinnerlijken.’
‘Wat zijn dan die gedeelde Horster kernwaarden die samen de Horster maat vormen? Eerst en vooral dat alles ondergeschikt is aan geldelijk gewin. Een ander kenmerk van de Horster maat is dat eenvoudig boerenverstand altijd prevaleert. Leidraad daarbij is het gezegde ‘Wat een boer niet kent dat vreet hij niet’, hetgeen in de praktijk betekent: bejegen buitenstaanders altijd met een flinke dosis wantrouwen. Een andere voorwaarde voor deelname aan de Horster samenleving is een bedrevenheid in het bedekken van veel en van alles met de mantel der liefde.’
‘De culturele integratie van Hollanders in de Horster samenleving hapert, er is zelfs sprake van achteruitgang in de manier waarop met name Zeeuwse en Utrechtse Horstenaren aankijken tegen balgooien, tegen Sintermerte, tegen kerstbesslingeren. Duidelijker moet worden gemaakt wat Horst aan de Maas zo fantastisch maakt: de vrijheid jezelf te zijn binnen de door ons bepaalde grenzen.’
‘Er zijn weinig gemeenten in de wereld waar het beter is om op te groeien dan in Horst aan de Maas. Kinderen moeten worden opgevoed met het oog op hun toekomst hier, waarbij motivatie, optimisme en het stellen van grenzen centraal horen te staan. Het kan niet zo zijn dat jongeren zich niet op hun plek voelen in Horst aan de Maas, ongemotiveerd zijn over hun toekomst of afwijzend staan ten opzichte van de Horster kernwaarden. We mogen jongeren aanmoedigen het beste van hun leven te maken. Van hen wordt daarom verwacht dat ze actief participeren in de lokale zoëpketencultuur en zich deze snel eigen maken en verinnerlijken. Ook is het wenselijk dat ze hun aandeel in de narcoticaconsumptie opkrikken.’
‘Te vaak ook doet zich het fenomeen voor van Hollandse Horstenaren die als ze ‘nee’ zeggen ook ‘nee’ bedoelen, hetgeen in flagrante tegenspraak is met de Horster kernwaarden.’
‘Het baart zorgen dat het integratieproces bij een deel van de inwoners van Horst aan de Maas te langzaam gaat of stokt. Zo neemt het aantal carnavalsmijders onder met name de Friese en Gelderse Horstenaren hand over hand toe.’
‘We moeten voorkomen dat het integratieproces van voor af aan begint met ouders die achterstanden doorgeven aan hun kinderen. Er mag niet opnieuw een generatie van jonge kinderen ontstaan die het Horster dialect niet spreekt en zo met een achterstand begint. Wie binnen een jaar het zinnetje ‘Di luëpse schoëjer sliët daat vrommes mit en röäkelîezer op ur batse’ niet onberispelijk kan uitspreken, wordt uitgesloten van verdere deelname aan de Horster samenleving.’
‘Ook moeten we oog hebben voor mogelijk nieuwe integratieproblemen door de toenemende migratie van binnen Limburg en met name de verwachte instroom uit Leunen en Siebengewald. Er zijn grenzen aan de instroom van dergelijke laagopgeleide en slecht toegeruste migranten die een samenleving kan verwerken. Daarom is een restrictief migratiebeleid nodig.’

Maar nu even serieus: kan iemand mij en mijn lezers misschien uitleggen hoe het in godsheresnaam mogelijk is dat iemand die van ouders verlangt dat ze hun kinderen opvoeden tot optimistische wezens die niet ongemotiveerd mogen zijn over hun toekomst niet stante pede voor eeuwig is geroyeerd als lid van de PvdA?