maandag 8 februari 2016

Intermezzo – Franz Clemens von Fürstenberg (1)

De laatste bewoner van kasteel Huis Ter Horst was Franz (Frans) Clemens von Fürstenberg (1755-1827). Over Frans Clemens doen allerlei verhalen de ronde. Zo ontdekte hij op zekere dag tijdens een wandeling langs zijn weilanden dat paarden en koeien door elkaar liepen. Dit tot zijn grote ongenoegen. Daarom trok hij met z’n wandelstok een streep in de wei en schreeuwde dat de paarden aan de ene kant van de streep dienden te blijven en de koeien aan de andere kant. Dieren die hieraan geen gehoor wensten te geven, zou hij persoonlijk overhoop schieten.
Frans Clemens was naar verluidt ook gek op rijstepap. Op een dag gaf hij de vrouw van de pachter van boerderij de Campsplaats (gelegen aan de huidige Tienrayseweg) opdracht rijstepap voor hem te maken. Toen hij genoeg had, moest de vrouw de resterende pap in de kelder zetten. Frans Clemens beloofde haar het restant een volgende keer op te eten. Pas weken later herinnerde hij zich deze toezegging. Hij liet daarop de vrouw de intussen geheel beschimmelde pap uit de kelder halen. Frans Clemens gaf geen krimp en verorberde de pap met smaak.
Over het almaar voortgaande verval van het kasteel maakte Frans Clemens zich geen zorgen: zodra het ene vertrek door verwaarlozing onbewoonbaar was geworden, verhuisde hij naar het andere. Nadat zo het hele kasteel aan de beurt was geweest, nam hij uiteindelijk zijn intrek op de Campsplaats.
In oktober 1810 bracht Caspar von Weichs de Wenne een bezoek aan Frans Clemens. Daarna schreef Caspar: ‘Mijn pen is te zwak om voor u zijn leven, doen en handelen te beschrijven. Hij heeft hier te lande bij iedereen achting en geduld verloren. Hij wordt bespot, uitgelachen.’ Frans Clemens ging in Horst dan ook door het leven als ‘de gekke graaf’.
Deze week onthulde Dagblad De Limburger dat de contouren van het voormalige kasteel door middel van een stalen constructie weer zichtbaar moeten worden gemaakt, dat naast het kasteel een nieuwe hoeve moet verrijzen, dat die hoeve als onderdeel van de Sportzone plaats moet bieden aan binnensport (denk aan judo), een overnachtingsmogelijkheid en een gezondheidscentrum en dat de gemeente Horst aan de Maas dit alles ‘een mooi plan’ vindt (klik hier).
Soms lijkt het er verdomd veel op alsof de geest van de gekke graaf nog altijd rondwaart in Horst.

Top 5 – Graffiti op en in de schuur in het niemandsland tussen Westsingel, Schoolstraat en Almeweg

Hoewel ik er m’n hele leven hemelsbreed nooit verder dan een kilometer vandaan heb gewoond, had ik haar nog nooit opgemerkt, de schuur aan de rand van de akker tussen Westsingel, Schoolstraat en Almeweg. Waarom ze me vrijdag dan wel ineens opviel? Omdat er rond omheen grootschalige snoei- en kapwerkzaamheden gaande waren. Wat tevens verklaart waarom mijn oog nooit eerder op de schuur was gevallen: ze moet altijd verscholen tussen het groen hebben gestaan.
Te voorschijn kwam een vrij rechttoe rechtane schuur. Niets bijzonders, ik zou er verder geen acht op hebben geslagen als de buitenmuren geen graffiti hadden bevat. Dit schreeuwde uiteraard om nadere inspectie. Op korte termijn bovendien, want al die activiteiten rondom de schuur konden slechts in één richting wijzen: afbraak. Dus terwijl de rest van Horst zich op de Hôrster Carnavals Parade bevond, besloot ik me zaterdagmiddag schuurwaarts te begeven. Van alle besluiten die ik zaterdag heb genomen, was dat het op een na beste.
Mijn enige bedoeling was de graffiti op de buitenmuren te fotograferen. Maar wat doe je als op de plaats waar ooit een deur of poort zat, nu een gapend gat lonkt? Juist: je besluit in dat lonkende gat te stappen. Van alle besluiten die ik zaterdag heb genomen, was dat zonder enige twijfel het beste. Het gat verleende toegang tot een grote, volkomen lege ruimte, waarvan alle vier de muren van boven tot beneden bleken te zijn volgespoten met graffiti.
Een regelrecht graffitiwalhalla, waar de crème de la crème van de Horster graffitisten zich de afgelopen tijd moet hebben uitgeleefd. Helaas geen kunstzinnige muurschilderingen, wél een groot aantal bijzonder fraai uitgevoerde (master)pieces.
Hier komt-ie, zonder verdere omhaal van woorden, de Horst-sweet-Horst top 5 van graffiti op en in de schuur in het niemandsland tussen Westsingel, Schoolstraat en Almeweg:

5.

4.

3.

2.

1.
Natuurlijk op 1, de op het moment meest actieve graffitist van Horst aan de Maas (denk ik).

Klein mysterie 691 – Gasthoês (12)

‘Een uitbreiding van cultureel centrum ’t Gasthoês is voor de gemeenteraad van Horst aan de Maas geen bezwaar. De coalitiepartijen CDA, Essentie en PvdA steunden gisteravond dit plan.’
Aldus Dagblad De Limburger afgelopen woensdag. Hallo Horst aan de Maas – dat een week eerder nog kopte ‘Raad wil geen aanbouw ’t Gasthoes’ – trok min of meer dezelfde conclusie uit het debat (klik hier):
Zelf had ik uit de anderhalf uur durende beraadslagingen heel andere conclusies getrokken. Bijvoorbeeld dat het CDA verantwoordelijk wethouder Ger van Rensch carte blanche geeft. Maar bijvoorbeeld ook dat de PvdA en met name Essentie vooralsnog grote vraagtekens zetten bij de geplande aanbouw en nadrukkelijk overtuigd dienen te worden van nut en noodzaak. En bijvoorbeeld ook dat er nog heel wat water door de Maas moet stromen wil met name Essentie over enkele maanden steun geven aan het héle renovatieplan voor ’t Gasthoês. Hoe serieus deze kritische geluiden genomen dienen te worden, valt nog te bezien, maar ik meende ze nu in elk geval heel duidelijk te horen.
Toch ging ik na lezing van Dagblad De Limburger en Hallo Horst aan de Maas ernstig aan mijn oordeelsvermogen twijfelen. Misschien had ik niet geconcentreerd genoeg geluisterd of het allemaal verkeerd geïnterpreteerd – ik ben beslist niet onfeilbaar. Vrijdag bleek die zelftwijfel ongegrond. Weggestopt in een hoekje op een linkerpagina erkende Dagblad De Limburger twee dagen eerder de plank finaal te hebben misgeslagen:
‘In het artikel “Steun voor uitbreidingsplan ’t Gasthoês in Horst” van 3 februari staat dat alle coalitiepartijen het plan steunen om het cultureel centrum met 700 vierkante meter uit te breiden. Essentie ziet de noodzaak daar echter niet van in. PvdA sluit de uitbreiding niet uit, maar wil wel dat eerst ook alternatieven in kaart gebracht worden. Het CDA zal akkoord gaan als de ruimte straks multifunctioneel gebruikt wordt.’
Dat lijkt me een aanzienlijk correctere weergave van de feiten, die een aanzienlijk prominentere plaats in de krant had verdiend. Het zal me benieuwen hoe Hallo Horst aan de Maas dit varkentje komende week gaat wassen.
Intussen is de hele exercitie om de gemeenteraad tussentijds te laten oordelen over de nog onvoldragen Gasthoêsplannen uitgelopen op een faliekante mislukking. Zoals viel te verwachten sprongen de meningen alle kanten uit en bereden de partijen elk voor zich hun eigen stokpaardjes. De wethouder kan er naar believen uitpikken wat hem van pas komt. Positief was in elk geval dat de raad zich door de wethouder geen medeverantwoordelijkheid voor de plannen liet aanpraten. En het heeft er warempel ook een beetje de schijn van dat in dit bijzondere geval het algemeen belang zwaarder gaat wegen dan het coalitiebelang en het persoonlijk belang. Al kan het zijn dat ík nu de plank volledig mis sla. 

zaterdag 6 februari 2016

Intermezzo – Horstensia (4) / ’t Dreumelriek

Object: carnavalssjaal
Materiaal: polyester
Afmetingen: 118 x 20,5 cm.
Gewicht: 43 gram
Datering: 2016
Gekocht: 5 februari 2016 bij Jan Linders Horst
Prijs: € 1
‘Ieder dorp zijn eigen sjaal.’ Dixit Jan Linders. ’t Dreumelriek dus. Steekt toch wat magertjes af bij Puinesjöddersland, Soppersrijk, Vlikkelandj of Dwèrsklippelgat. Riekt ook iets teveel naar een mestvork. Waar is het trema of de accent circonflexe op de laatste e? Bij ’t Kujeldreiersrieëk en ’t Louverriêk kan het wel. Heeft een Venraynaar ons hier een hak proberen te zetten? Nee, ‘de gebruikte carnavalsnamen komen van officiële carnavalwebsites’, dekt Jan Linders zich in.
Geen carnavalist, wel chauvinist? Geen nood, gewoon omdraaien die sjaal. Hoars, Hôrs of Hóóóórs had natuurlijk ook gekund. Al zou dat het weer carnavalistischer hebben gemaakt.
Het blauw lijkt net een tint blauwer dan het verkeersblauw (RAL 5017) van het officiële plaatsnaambord. Ultramarijn (RAL 5002) misschien? Nachtblauw (RAL 5022)? Kobaltblauw (RAL 5013)? Foutje? Of een bewuste, onderscheidend carnavalistische keuze van Dock4 Studios – ‘Promotional concepts & inventive solutions’ – uit het Verkeskopperiek?
‘Made in China’, meldt de etiketsticker op de verpakking. Had specifieker gemogen. Changsha? Shijiazhuang? Handan? Benxi? China mag dan misschien geen carnavalistische traditie hebben, ze zullen er toch wel chauvinistisch zijn? Mannen, vrouwen, misschien zelfs kinderen, die met hart en ziel aan dit sjaaltje hebben gewerkt en trots zijn op dit product uit hún stad, bestemd voor mannen, vrouwen, kinderen aan het andere eind van de wereld? Of hebben ze geen beroepstrots? Is het gewoon veertien uur per dag buffelen in een snikhete loods zonder daglicht? Vandaag carnavalssjaaltjes voor Nederland, morgen Boca Juniors-sjaaltjes voor Argentinië en overmorgen Nelson Mandela-sjaaltjes voor Zuid-Afrika? Weten ze dat dit een carnavalssjaaltje is? Weten ze wat carnaval is?

maandag 1 februari 2016

Klein mysterie 690 – Gasthoês (11)

‘Tweede Kamer: lam of leeuw?’, zo vroeg toenmalig Kamervoorzitter Anne Vondeling zich in 1976 af. Morgen vergadert de Horster gemeenteraad over renovatie van cultureel centrum ’t Gasthoês. Een renovatie die binnen de muren van het bestaande gebouw diende te geschieden, zo eiste de gemeenteraad verleden jaar. ‘Kan niet’, zegt het gemeentebestuur nu: een aanbouw van ruim een miljoen euro is absoluut noodzakelijk. Gemeenteraad: lam of leeuw?
Twee weken geleden schreef ik nog (klik hier): ‘Het lijkt me niet al te gewaagd te voorspellen dat de gemeenteraad op 2 februari een streep zal zetten door die aanbouw.’ Een commissievergadering en een reeks al dan niet sociale media-uitingen verder ben ik daar niet meer zo zeker van. Dit in tegenstelling tot Hallo Horst aan de Maas, dat vorige week kopte (klik hier):
Anders dan Hallo heb ik uit de commissievergadering helemaal niet opgemaakt dat het CDA wil vasthouden aan de vorig jaar door de gemeenteraad gestelde voorwaarde (géén aanbouw). Veeleer heb ik aan die commissievergadering de indruk overgehouden dat het CDA juist niet zo heel zwaar tilt aan die voorwaarde, zeker zo lang er geen gedetailleerde kostenramingen zijn. Anders gezegd: het CDA lijkt het – in zijn beste tradities – allemaal nog eens even te willen aankijken.
Wat ook meespeelt: een njet van het CDA zal Ger van Rensch, de verantwoordelijke CDA-wethouder die sowieso al niet zo heel stevig in het zadel zit, ernstig in de problemen brengen. 

Maar de gemeenteraad telt toch meer partijen, het CDA heeft toch geen absolute meerderheid meer? Klopt. Desondanks is het CDA in dezen leidend. Zegt het CDA nee tegen de aanbouw dan lijdt het geen twijfel dat de coalitiepartijen Essentie en PvdA daarin mee zullen gaan. Zegt het CDA daarentegen ‘We kijken het nog eens even aan’ dan zullen Essentie en PvdA kleur moeten bekennen: vasthouden aan de verleden jaar gestelde raadsvoorwaarde (met alle mogelijke gevolgen van dien) dan wel schoorvoetend het CDA volgen. Ik voorspel dat het laatste gebeurt.
Misschien is het ook goed om in het achterhoofd te houden dat de vraag over een al dan niet noodzakelijke aanbouw (die bestemd is voor de bibliotheek) nu helemaal niet had gespeeld als de gemeenteraad toenmalig burgemeester Léon Frissen en z’n kornuiten ruim tien jaar geleden meer tegenspel had geboden bij de ontwikkeling van de veel te dure Librije.
Wie kwaad wil (Horst-sweet-Horst wil dat natuurlijk niet), zou overigens ook nog kunnen denken dat die hele aanbouw slechts een Spielerei is, met de vooropgezette bedoeling om de bibliotheek een kopje kleiner te maken.
De Horster gemeenteraad: lam of leeuw? Morgen weten we meer.

Intermezzo – Jan Duijf (Kloosterstraat Horst)

‘Als het konijn hangt, zet mijn vader een aantal stappen achteruit, neemt het konijn als een beeldhouwer in ogenschouw, steekt een Virginia Cross sigaret aan, rookt die rustig en kalm op, trapt de peuk op de grond uit, loopt vervolgens vastberaden terug naar het dier en zet een eerste weloverwogen snee.’
Carnaval voor en carnaval na, dezer dagen in de lokale en regionale media. Waardoor het echte nieuws hopeloos ondergesneeuwd raakt. Zoals? Zoals het feit dat een kort verhaal van Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) is gepubliceerd in de bundel Raadselige Roos 2015. Een niet te onderschatten prestatie: de Raadselige Roos is een jaarlijkse schrijfwedstrijd, georganiseerd door het Literair Café Venray, waarvoor ditmaal 38 verhalen werden ingezonden (klik hier). Slechts acht daarvan haalden de bundel, waaronder ‘Onderweg naar het kerstdiner’ van Jan.
Onderweg naar het kerstdiner zijn een kerstkonijn, een vader en een nog vrij jeugdige zoon (de ik-figuur). Alle drie verliezen ze iets: het kerstkonijn het leven, de vader een beetje van zijn gezag en de zoon een beetje van zijn onschuld. Sleutelzin in dit verband: ‘Een knagende twijfel aan de autoriteit van vader en godsdienst sluipt, nog onbegrepen, mijn leven binnen.’ Maar het zijn wat mij betreft vooral de beeldende beschrijvingen – zoals die waarmee dit stukje opent – die het ’m doen. Voor trouwe lezers van Horst-sweet-Horst kan dit nauwelijks een verrassing zijn (zie in de rechterkolom onder het kopje ‘Ingezonden door Jan Duijf’). Voor trouwe bezoekers van Café De Verbeelding nog minder: de afgelopen maanden heeft Jan daarin tot twee keer toe met veel succes een kort verhaal van eigen hand voorgedragen. 
Resteert de vraag waarom de Venrayse vakjury Jan geen prijs heeft toegekend voor zijn verhaal. Niet uit te sluiten valt dat in de kleine lettertjes van het reglement staat vermeld dat deelname aan de wedstrijd weliswaar openstaat voor Horstenaren maar dat ze zijn uitgesloten van de prijzen (al heeft de jury in 2007 en 2014 dan wel tegen die regel gezondigd door respectievelijk Marieke Vullings en Stefan Hoeijmakers een prijs toe te kennen). Wat ook wel eens een belemmering kan zijn geweest is dat de deken van Venray, Harrie Smeets, zitting had in de jury. En dan helpt het uiten van geloofstwijfel niet bij het in de wacht slepen van een prijs. Of zou het dan toch zo zijn dat Jan is afgerekend op de voetbaldaden van zijn vader Lei (op de foto met karakteristieke haarband), die namens Wittenhorst in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zoveel Venraynaren pijn heeft gedaan?
N.B. De bundel Raadselige Roos 2015 met daarin het verhaal van Jan is voor 10 euro verkrijgbaar bij boekhandel Van den Munckhof, Kaffee Met en boekhandel Koops.

Actualisatie – Petatte mit handvatte

Nee, talrijk waren ze niet, de reacties op de oproep van twee weken geleden om mij, en daarmee anderen, in kennis te stellen van verzonnen Horster etenswaren en gerechten (klik hier). Die weinige reacties leverden ook nog eens geen nieuwe verzonnen Horster etenswaren en gerechten op. En toch was ik er bijzonder mee in m’n sas.

Laten we beginnen met Erwin Smits. Hij schreef: 
‘Geen verzonnen etenswaar of gerecht. Wel iets wat er min of meer mee te maken heeft, want “kroêt keumt’r âchter oêt”!’ 
Ik kende ’m niet, maar hij is geweldig! Zelf geen eter van kroêt (= stroop) zijnde, kan ik niet instaan voor de feitelijke juistheid van dit gezegde. Misschien kunnen kroêteters mij (ons) deelgenoot maken van hun ervaringen?
Opmerkelijk genoeg gaat min of meer hetzelfde op voor de reactie van Geertje Janssen: 
‘Geen gerecht, en zeker ook niet exclusief Horster, meer een bereidingswijze: “Mit sokker en goj botter makte stroont nag lekker.” En zo is het.’ 
Minstens zo mooi als die van Erwin! Wat me wel intrigeert aan de reactie van Geertje is die laatste zin. Die impliceert dat ze ervaringsdeskundige is. Zelf ben ik dat niet, maar ongetwijfeld zijn er lezers die de bewering van Geertje kunnen onderschrijven dan wel ontkrachten. 
Geertje refereerde ook nog aan de titel van een gedicht van Jan Verheijen, alias Jan ván Teng. Evenmin een gerecht, maar daarom niet minder heerlijk: ‘Waart ôw vur en die zich benaan op de bôtram deut’. Want ‘en die zich benaan op de bôtram deut’ die ‘lut ôw de Kennedy-mars pântere (…), voort ôw âf en toe mit en bitje ketchup op roëije kappes, di ge greun môt aete (…), lut ôw aloaves de veut i kâlt water poelieje’. Het volledige gedicht is te vinden in de in 1995 verschenen bundel Einstein vur ôs sorte. Het is ook gepubliceerd in Wiedeweg ’t schonst uit 2010, maar daarin heeft het de veel minder mooie titel ‘Pas op vur en die zich benaan op de bôtram deut’.
De laatste reactie is van Peter Janssen: 
‘Ik herinner me de term “pik in blik”. Geen etenswaren of gerecht, maar zo noemden we eind jaren 70 of begin jaren 80 de politie die in een busje of auto voorbij reed. Ik kan er op internet echter nergens iets over vinden. Zou dat een typisch Horster uitdrukking zijn, of eentje die we toen zelf verzonnen hadden?’ 
Inderdaad geen etenswaren of gerecht (of misschien ook wel?), maar prachtig is ie. De vraag van Peter (een typisch Horster uitdrukking of een eigen verzinsel?) leg ik maar op uw bordje, mij was de pik in blik in elk geval volkomen onbekend.
Natuurlijk blijven verzonnen Horster etenswaren en gerechten welkom. Ter inspiratie tien voorbeelden (in het Nederlands) van antwoorden op de vraag ‘Wat eten we vandaag?’ (afkomstig uit Dooddoeners en stoplappen van Inez van Eijk uit 1987): hanenpoepstippels, vraagneuzen met kiezelstenen, kachelpijpen met roetsaus, gemalen spijkertjes met poppenstront, snoders met peuders, gebraden vensterbankjes, poep met peren, wasem met gestampt glas, snottebellen met suiker, paardenlippenpap.

Intermezzo – Anton Rooskens

Vrijdag ook naar de Jan Schoonhoven-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam geweest (klik hier). Even geweldig als die in het Prinsenhof in Delft (klik hier). Ik weet nu wel zeker dat de curator van de tentoonstelling in Delft niet heeft overdreven met haar bewering dat Schoonhoven de belangrijkste Nederlandse kunstenaar van de tweede helft van de twintigste eeuw was.
Een andere keer misschien meer over of naar aanleiding van Schoonhoven. Nu aandacht voor een andere kunstenaar waarvan in Schiedam twee werken hangen in de semipermanente tentoonstelling Ik hou van Holland (klik hier): Anton Rooskens (1906-1976).
Rooskens was een van de oprichters van CoBrA, de groep kunstenaars die de moderne beeldende kunst tussen 1948 en 1951 een enorme impuls gaf. Karel Appel, Constant, Corneille en Lucebert genieten vandaag de dag de grootste bekendheid als Nederlandse vertegenwoordigers van CoBrA; Rooskens – en met hem Eugène Brands, Theo Wolvecamp, Jan Nieuwenhuys en Jan G. Elburg – is wat in de vergetelheid geraakt. Ten onrechte zou ik denken: de twee in Schiedam getoonde werken (Danse macabre en Compositie) kunnen de vergelijking met andere CoBrA-schilders beslist doorstaan.
Rooskens, had die niet iets met Horst? Was hij nu hier geboren of had hij een deel van zijn jeugd in Horst doorgebracht? En was er geen connectie met de familie Van den Bekerom? Of verwisselde ik Anton Rooskens met Daan Wildschut? Een tekstbord in de tentoonstelling leek opheldering te brengen (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
In 1906 geboren in Griendtsveen, tot 1935 in ‘zijn Limburgse dorp’ blijven wonen, om vervolgens naar Amsterdam te verkassen. Mooi niet dus, bleek toen ik het na thuiskomst verifieerde: wel in 1906 in Griendtsveen geboren, maar al in 1914 met zijn ouders en zijn drie broers en twee zussen verhuisd naar Tegelen. Na de LTS werd hij instrumentmaker bij gloeilampenfabriek Pope in Venlo. Daar moedigde zijn chef Leo Grothauzen hem aan om te gaan schilderen. Nadat hij zich in 1935 in Amsterdam had gevestigd, maakte hij geleidelijk naam als schilder.
En die connectie met de familie Van den Bekerom? Die was er inderdaad! Loe Derix heeft het gedetailleerd beschreven in zijn onvolprezen Oud Horst in het nieuws (deel 4, bladzijde 204-205). Samengevat: Anna Bruijsten, de moeder van Anton, was een kleindochter van Jan van den Bekerom (omstreeks 1791-1843). De banden tussen de families Van den Bekerom en Rooskens bleven altijd bestaan. Dit leidde ertoe dat Anton in 1936 de aan de huidige Afhangweg gelegen boerderij van Willem van den Bekerom (‘Dentjes Wullem’) schilderde. Een foto van dit werk siert het omslag van deel 4 van Oud Horst in het nieuws. Bovendien staat op bladzijde 204 een prachtige foto waarop de schilder aan het werk is, omringd door een aantal trots poserende kinderen uit de buurt.
Zou het trouwens niet eens tijd worden voor een naar Anton Rooskens vernoemde straat in Griendtsveen of desnoods De Afhang?  

maandag 25 januari 2016

Top 5 – Norbertuswijkse trottoirkolkdeksels

Een bezoek aan de fantastische tentoonstelling Kijk, Jan Schoonhoven in Museum Prinsenhof in Delft (klik hier) heeft me doen beseffen dat een van mijn grote tekortkomingen is dat ik putdeksels hier schromelijk verwaarloos.
De curator van de tentoonstelling noemde Jan Schoonhoven (1914-1994) zonder enige aarzeling de belangrijkste Nederlandse kunstenaar van de tweede helft van de twintigste eeuw (Mondriaan die van de eerste helft van de twintigste eeuw). Alleen al op basis van wat ik in Delft heb gezien ben ik geneigd haar daarin gelijk te geven. En dan te bedenken dat ik De werkelijkheid van Jan Schoonhoven, de expositie die tegelijkertijd loopt in het Stedelijk Museum Schiedam, nog moet doen.  
Schoonhoven is vermaard om zijn witte reliëfs van papier-maché en karton. Je zou het misschien niet meteen zeggen, maar die reliëfs zijn gebaseerd op architectonische details in de binnenstad van Delft, waar hij zijn hele leven woonde en werkte. Tot zijn inspiratiebronnen behoorden luchtroosters, galmgaten van kerken, hekjes, stoeptegeltjes en paaltjes. En, niet te vergeten, putdeksels.
Vier jaar geleden heb ik al eens een top 5 van Horster putdeksels gepubliceerd (klik hier). Ik schreef toen dat ik daar rijkelijk laat mee was. Nu zeg ik: ‘Ik was veel te vroeg.’ Want die top 5 weerspiegelt in geen enkel opzicht de oneindige rijkdom in putdeksels die Horst aan de Maas kent. Een nieuwe top 5, die meer recht doet aan de variatie in putdeksels in deze gemeente, is derhalve in de maak. Voor het zover is, eerst aandacht voor een subsubcategorie: de Norbertuswijkse trottoirkolkdeksels. Heel strikt genomen zijn trottoirkolkdeksels geen putdeksels, maar ik neem gevoeglijk aan dat de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van Putdekselfilie mij dit niet euvel zal duiden. We strijden immers voor dezelfde zaak: het onder de aandacht brengen van de volkomen ten onrechte veronachtzaamde schoonheid van utiliteitsdeksels.
Dat er alleen al van de Norbertuswijkse trottoirkolkdeksels een top 5 valt samen te stellen, duidt er al op dat de trottoirkolkdeksels in variatie bepaald niet onder doen voor de putdeksels. Voor de goede orde zij ook nog vermeld dat deksels van kolken die een combinatie vormen van een straatkolk en een trottoirkolk buiten beschouwing zijn gebleven. Dat we daar dus maar geen gezeik over krijgen.
Genoeg geouwehoerd, hier komt-ie, de Horst-sweet-Horst top 5 van Norbertuswijkse trottoirkolkdeksels, als klein eerbetoon aan Jan Schoonhoven:

5. Wittenhorststraat

4. Gebroeders Van Doornelaan

3. Prins Bernhardstraat

2. Prinses Beatrixstraat

1. Wittenhorststraat