maandag 13 februari 2012

Actualisatie – Moelbaerenbosser schuilhutten

Je hoort er nooit iemand over, maar waar het ook heel slecht mee gaat zijn de Moelbaerenbosser schuilhutten. Door het grote publiek onopgemerkt heeft zich een ware slachting voltrokken onder deze toevluchtsoorden voor jong en oud. Eens de trots van het bos, nu de paria van de periferie.
Gravend in mijn geheugen kom ik tot de conclusie dat er alleen al in het gebied rondom de visvijver en de dierenweide ooit minstens vijf schuilhutten moeten hebben gestaan. Daarvan is er anno 2012 welgeteld één over:
Met pijn en moeite kon ik in augustus 2008 nog een top 5 van Moelbaerenbosser schuilhutten samenstellen. Dat zou me nu zelfs met opzichtig foetelen niet meer lukken.
Al kort na publicatie van de top 5 kwam er een einde aan het bestaan van nota bene de nummer 1. (Alsof alleen al het nummer 1 zijn in een top 5 van Horst-sweet-Horst niet voldoende reden zou zijn iets voor eeuwig te behouden.)
‘Je waant je in een Zwitserse Alpenwei’, schreef ik er destijds over en daar neem ik geen woord van terug.

Tot m’n ontzetting ontdekte ik onlangs dat ook de Moeder aller Moelbaerenbosser schuilhutten, de hut bij het Eendenkuulke (nummer 3 in de top 5),
van de aardbodem is verdwenen.
Waren (zijn) die schuilhutten dan zo mooi? Nee, integendeel. Toch hoorden (horen) de schuilhutten bij de Moelbaerenbos zoals ik ’m al vanaf m’n jeugd ken: overzichtelijk, aangeharkt, een beetje opgedirkt en vooral kneuterig. Een bos op het breukvlak van natuur en cultuur. Een bos dat worstelt met de keuze tussen rust en recreatie. Een bos dat het net niet helemaal heeft. Wel willen, maar niet kunnen. In dat plaatje pasten (passen) die schuilhutten dus perfect.
Het zou me niet verbazen als vandalisme ten grondslag ligt aan de verdwijning van de schuilhutten. Die (doorhalen wat niet van toepassing is) jeugd / Polen / bejaarden / PSV’ers / brildragers / middenstanders / theelepelvrouwtjes / CDA’ers van tegenwoordig ook. Beroven me zo maar van een van de zekerheden van m’n leven.
Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan? Waar komt die rotzooi toch vandaan?

maandag 6 februari 2012

Klein mysterie 315 – Twin Domes (2)

‘Gezichtsbedrog’, dacht ik aanvankelijk. ‘Niks gezichtsbedrog’, besefte ik toen ik een tweede en voor de zekerheid ook nog maar derde keer ging kijken. De twee gezichtsbepalende gigantische koepels van de jongste uitbreiding van varkensbedrijf Ashorst aan de Veld-Oostenrijk (waarover ik drie weken geleden schreef)
waren er daadwerkelijk ineens vier geworden. De wonderbare koepelvermenigvuldiging.
Mijn met zoveel zorg bedachte bijnaam kan meteen de mestvaalt op – Quadruple Domes bekt niet lekker. Waar ik wel nieuwsgierig naar ben is naar de landschappelijke inpassing van de koepels. ‘Landschappelijke inpassing’ is de toverspreuk die altijd weer opduikt in deze gemeente als het gaat om nieuwbouw en uitbreiding van kassen en intensieve veeteeltbedrijven: de geplande nieuwe megastal of -kas mag er komen, mits ie landschappelijk wordt ingepast. Ideaal wisselgeld om tegenstanders te apaiseren: die wanstaltige agrarische kolos komt er wel, maar ben maar niet bang dat je er iets van ziet, we moffelen ’m mooi weg achter wat bomen en struiken.
Het rare is dat dergelijke praatjes nog voor waar worden aangenomen ook, terwijl Horst aan de Maas vergeven is van de stallen en kassen die staan te pronken met hun lelijkheid. Met als meest prangende voorbeeld de Voor-Americaanse Muur.
Maar ook bij de nieuwe intensieve veehouderijen aan de Losbaan springen de tranen je nog altijd in de ogen. Ja, met enige moeite ontdek je her en der wat schaamgroen dat de gedrochten dient te camoufleren.
‘Je moet het ook even de tijd geven.’ Zelfs als dat zo zou zijn, dan blijft nog het nog zo dat bomen slechts de helft van het jaar in blad staan. Gemakshalve vergeten we dan nog maar dat, landschappelijke inpassing of niet, de oorspronkelijke aanblik van dit gebied, waarin juist openheid de bepalende factor was, voor eeuwig naar de galemiezen is geholpen. Het zij zo als dat de prijs is die voor vooruitgang moet worden betaald, maar wind er dan geen doekjes om.

Een zelfde verhaal kun je ophangen over deze megastal aan de Mackayweg.
Geprezen om z’n zorgvuldige vormgeving, z’n fraaie geleding en z’n herkenbare maat en schaal. Ja, ammehoela.
Hoe die koepels aan Veld-Oostenrijk rechtgepraat zullen worden? Vermoedelijk door ze te bestempelen als ‘halve ellipsoïden van Vaticaanse allure’ of iets dergelijks. Ik hoop dat u er geen bezwaar tegen heeft als ik het houd bij ‘een staaltje horizonvervuiling van zelfs voor Horst ongekende dimensies’.

Actualisatie – Boodschappenbriefje (2)

Inderdaad, van je lezers moet je het maar hebben. Roep ik op overtollige doppen bij mij in te leveren om mijn droom van een rolstoel van flessen en verpakkingen waar te kunnen maken, zijn er twee weken later exact nul (0) doppen afgegeven. Roep ik op mij op de hoogte te brengen van de precieze betekenis van het Horster scheldwoord ‘pisbloas’, zijn er twee weken later exact nul (0) reacties binnengekomen. Roep ik op mij ten behoeve van m’n neefje Plus-voetbalplaatjes te doen toekomen, heb ik twee weken later exact nul (0) voetbalplaatjes in ontvangst mogen nemen.
Gelukkig zijn er ook nog lezers die zich wel van hun taak kwijten en graag hun steentje bijdragen aan het oplossen van de intussen honderden kleine Horster mysteries (of Horster kleine mysteries). Joost Claassens is zo iemand; Peter Janssen eveneens. Van de laatste ontving ik afgelopen week de volgende reactie op het stukje over het Poolse boodschappenbriefje:
‘Op je boodschappenbriefje staat een vraagteken. In eerste instantie dacht ik dat er “kiskat” stond, en dat het misschien om Kitkat (chocoladereep) of Kitekat (kattenvoer) ging. Die “t” die er achter stond bleek, nadat ik het vergroot had, echter een kreukel in het briefje te zijn. Kiska dus. En dat is een soort Poolse worst. Erg smakelijk ziet het er niet uit, maar ik heb toch een foto in de bijlage toegevoegd. Nog een linkje: http://www.polishpierogi.com/kiska-p-19.html
Volg die link en je komt inderdaad uit op een site waarop kiska wordt aangeprezen als ‘een ware traktatie’. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ie het lieve sommetje van $ 8,99 kost. Persoonlijk zou ik er van gruwen als ik kiska kreeg voorgezet, maar ik ben dan ook een typische representant van de bekrompen school van volgers van het adagium ‘wat een boer niet kent, dat eet hij niet’. Blijkbaar ben ik in het geval van kiska niet de enige, want waarom zou genoemde site anders de mededeling ‘No one stole our kiska!’ bevatten? Een boodschap die er trouwens vanaf kan, want ik heb besloten de kiska te stelen, zodat we ook kunnen zien waarover we het hebben:
Peter berichtte verder dat hij ook nog eens bij z’n Poolse schoonzus zou informeren. Dat deed hij gisteren, waarop ik vanmiddag deze e-mail van ’m ontving:

Hallo Wim,

Nog even een update over die Kiska: de maakster van het briefje heeft een spelfout gemaakt. Het is eigenlijk kiszka, met een z er tussen. In het Nederlands is dat dan “bloedworst”. Dat verklaart dan ook meteen het verschil met de “gewone” worst op het briefje, denk ik. De laatste twee artikelen, butka en tarta, zijn geen brood en taart.
Die twee woorden horen bij elkaar, en het zijn blijkbaar broodjes waar je kruimels (als een soort paneermeel) van kunt schaven.

Veel duidelijker wordt het er dus niet op met een Poolse schoonzus die alleen een beetje Engels en Duits spreekt, maar alle beetjes helpen.

Groeten, Peter


Had ik inderdaad maar meer van zulke lezers, dan waren alle kleine mysteries snel de wereld uit, om te beginnen uit Horst.

Klein mysterie 314 – Hoëgers huuske (2)

Het ‘Hoëgers huuske’ een Wehrmachthuisje?
Welgeteld één reactie ontving ik op het stukje van vorige week over het vermeende ‘Hoëgers huuske’ aan de Bloemvenweg in America. Maar zoals altijd gaat het niet zozeer om de kwantiteit als wel om de kwaliteit. En die was dik in orde bij de reactie van Joost Claassens. Ze bevat één constatering en twee suggesties:
1. ‘Een huisnummer op een gebouwtje zonder menselijke bewoning komt meer voor, zoals bijvoorbeeld Broekhuizerdijk 55: weliswaar heeft dat goddelijke bewoning, maar het is verder een eenvoudig gebouwtje zonder stroom, water of riolering.’
2. ‘Er is in die buurt een schijnvliegveld geweest om geallieerde “intrudors” te misleiden. Het ontbreken van ramen kan dan bewust zijn als bescherming tegen bommen & granaten.’
3. ‘Zou het een soort van Wehrhuisje kunnen zijn geweest?’

De constatering over het huisnummerbordje klopt als een bus. Had ik als bijna-buurman van een kapelletje ook behoren te weten.
Verder: wat een goddelijke omschrijving, ‘goddelijke bewoning’! En om later een keer op terug te komen: wat zijn de criteria om een gebouw(tje) een huisnummer te geven?

Dan Joost z’n suggestie dat het gebouwtje onderdeel van een Duits schijnvliegveld is geweest. Interessant genoeg om er een beperkt literatuur- en internetonderzoekje op los te laten. Daaruit concludeer ik dat het zéér onwaarschijnlijk is dat zich in America tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits schijnvliegveld heeft bevonden. Het naar het zich laat aanzien enige schijnvliegveld in Noord-Limburg bevond zich in Schandelo (een buurtschap bij Velden). Het diende om verwarring te zaaien bij geallieerde piloten die de enkele kilometers verderop gelegen Fliegerhorst Venlo als doelwit hadden.
Is het raamloze gebouwtje aan de Bloemvenweg dan misschien een Wehrmachthuisje geweest, zoals Joost oppert? Na enig oppervlakkig bureauonderzoek zou ik die suggestie beslist niet rücksichtslos terzijde willen schuiven. Wehrmachthuisjes werden direct na de Duitse inval in 1940 gebouwd. Soldaten bedienden er zoeklichten waarmee het luchtruim werd afgespeurd naar geallieerde vliegtuigen. Uit het onvolprezen Oud Horst in het Nieuws blijkt dat de Duitse autoriteiten in 1940 en 1941 diverse malen bouw- en weiland in de gemeente Horst vorderden voor het plaatsen van Wehrmachthuisjes, onder meer in America. Niet te vroeg juichen, want wat dan weer niet helemaal in die kraam past, is dat de Americaanse jeugd in april 1942 ruiten van het ‘schijnwerpershuis der Duitse Weermacht’ (Oud Horst in het Nieuws deel 5, p. 201) ingooide.
En de windwijzer met het jaartal 1943 dan? Die duidt toch ook niet op een Wehrmachthuisje? Ogenschijnlijk niet, nee. Maar misschien ook weer wel. De bezetters gaven (blijkens Oud Horst in het Nieuws deel 6, p. 17) in het voorjaar van 1943 namelijk het in 1940 en 1941 voor de bouw van Wehrmachthuisjes gevorderde bouw- en weiland weer vrij aan de eigenaren. Is het dan heel vreemd om te veronderstellen dat het jaartal 1943 op het windvaantje verwijst naar het jaar waarin de eigenaar z’n rechtmatige eigendom terugkreeg? Maar de verschijningsvorm dan, is die wel typisch voor een Wehrmachthuisje?
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan met het opwerpen van vragen. Zoveel is duidelijk: behalve de optie ‘Hoëgers huuske’ verdient ook de optie Wehrmachthuisje serieuze bestudering. Nog meer suggesties? Mail ze! Intussen ga ik alvast proberen of ik nog een keer in het gemeentelijk archief terecht kan.

Intermezzo – Alaaf! (1)

Leon: ‘Nu onderweg naar Horn om Rabo Maashorst-directeur Rob Knoops te feliciteren als Prins Rob I van Horn’
Kees: ‘CV De Krey, Broekhuizen viert 5x11 jarig jubileum. Nu naar de receptie.’
Ger van R: ‘Op naar de Pronkzitting van D'n Dreumel.’
Petra: ‘Luister 'Krutjuu', cd van de toddezek: knats Valse Wals: geweldig nummer. De rest ook natuurlijk. Carnaval in aantocht.’
Leon: ‘Nu bij Alde Knoeper van D'n Dreumel met daarbij optreden van mijn favoriete 'De Two Petjes' #altijdleuk’
Leon: ‘Naar de receptie geweest van prins Frank van de Vöskes in Meerlo’
Kees: ‘Nu @loeswijnhoven naar Ezelskop, @GervanRensch naar Turftreiers, @LeonLitjens mee naar De Peg en daarna halve college bij @dreumelhorst.’
Leon: ‘Met @keeshcvanrooij naar de Zittingsavond v CV D'n Ezelskop. Avondje Balken! Altijd leuk ’
Ger van R: ‘Op naar prins Henry I van de #Turftreiers.’
Leon: ‘Nu met @keeshcvanrooij naar receptie van de prins v d Peg in Lottum en daarna naar prinsenproclamatie van de Dreumels’
Raymond: ‘Vanavond naar uitkomen Prins @dreumelhorst. Megafestijn in merthal. Nu beluisteren @Reindonk met Prins Sandor van d'n Tuutekop van d'n Diek.’
Annemie: ‘Vanavond naar proclamatie nieuwe dreumelprins horst. En wer hebbe weej nag noeijts zonne gooje gehad. :-)’
Raymond: ‘Superoptreden als voorbereiding op recordpoging bij @TVL van @carnavalsband bij @dreumelhorst’
Kees: ‘Halleluia met Rene van Wegberg tijdens Prinsenproclamatie!’
Ger D: ‘50 tigste prins van d'n Dreumel met gastoptreden van Renee van Wegberg.’
Raymond: ‘En nu Horster musicalster @reneevanwegberg op eigen bodem.’
Petra: ‘In de merthal. Guido en Edwin zijn binnen,die worden het denk niet!’
Leon: ‘Zo pauze. Nu naar achter het podium en gereed maken voor de act’
Petra: ‘@LeonLitjens hahahaha!’
Petra: ‘@LeonLitjens grapjas aangetrokken?’
Petra: ‘Guido is niet meer op zijn plekkie....’
Petra: ‘luc en Guido gonzen rond! Gaat nu beginnen! Spannend!!!’
Petra: ‘Guido!!!!’
Ger D: ‘Guido Ernst prins van de Dreumels!’
Annemie: ‘Guido ernst 50ste prins vaan den dreumelprins.’
Marlies: ‘Vanmiddag receptie Jeugdprinses met Adjudante en Jeugdprins met Adjudant. Bij de jeugdcarnaval zijn jongens en meisjes gelijk.’
Petra: ‘Vanmiddag uitkomen jeugdprins en jeugdboerenbruidspaar. Merthal weer gezellig! Prachtig aangeklede hal trouwens.’
Annemie: ‘Vanmiddag naar uitkomen jeugdprins dreumes Horst en uitkomen jeugdboerenbruidspaar.’
Leon: ‘Vanavond als beschermheer Moandaagavondclub aanwezig bij uitkomen Zomerprins. Ook @keeshcvanrooij is hierbij aanwezig’
Leon: ‘Via de raam wordt de nieuwe prins vd moandagavondclub naar binnen gebracht. Echter wie is het?’
Leon: ‘Nieuwe prins zomercarnaval: Prins Ger I (voorzitter schutterij sint lucia)’
Annemie: ‘#lvk kijken vanavond. Heel limburg in eijsden of voor de buis.’
Kees: ‘Op weg naar Margraten, finale LVK.’
Annemie: ‘Horst aan de Maas heeft goed gescoord bij #lvk. Noordlimburg nog beter. Winnaar weej dreej Venlo’
Ger van R: ‘Na gezellige receptie van prins René van de Krey in Brokeze een heerlijke lange wandeling door America en de Peel’
Leon: ‘Gisteren de receptie van Dreumelprins Guido nu bij de Vlaskop van prins Marcel’

En dan zijn er nóg mensen die durven te beweren dat het CDA niet (radicaal) midden in de samenleving staat. Spontane plaatsvervangende compassie met de geplaagde dames en heren welt in me op.

Intermezzo – Sneeuw (3)

Ondanks de meeste hoogachting voor Gé Peeters en z’n dochter(tje) blijf ik vooruitkijken toch mooier vinden dan achteromkijken:
Vorwärts und nicht vergessen! – ook in de Horster sneeuw.

Noteer overigens dat voetstappen in de sneeuw als 28e zijn geëindigd in de Natuurgeluiden Top 40 van Vroege Vogels.

maandag 30 januari 2012

Intermezzo – Waak voor inbraak

Altijd lonend connecties te hebben in alle segmenten van de samenleving. Zo kwam het deze week mooi van pas dat dit medium op goede voet staat met Johnny de V., alias Kleppo.
De V. is voorzitter van de Regio Limburg-Noord van het Langvingerig Gilde. Exclusief voor Horst-sweet-Horst was hij bereid enkele vragen te beantwoorden over de borden die de gemeente Horst aan de Maas deze week plaatste om inbrekers af te schrikken.
Zo, Kleppo, die borden moeten binnen jullie Gilde als een mokerslag zijn aangekomen. Of vergissen we ons?
‘Mokerslag? Ben je nou helemaal gek zeg! We zijn er zelf medeverantwoordelijk voor.’
Het Langvingerig Gilde medeverantwoordelijk voor borden die inbrekers moeten afschrikken? Dat moet je toch even uitleggen.
‘Simpel. De laatste tijd is in onze regio Boris Boef actief. Dat is een wilde bond, niet erkend door het Koninklijk Nederlands Genootschap van Ongenode Gasten. Die borden zijn louter en alleen bedoeld als een waarschuwing aan het adres van Boris Boef. Die jongens verzieken hier de boel voor ons.
Daarover hebben we bij de politie ons beklag gedaan. In het convenant staat heel uitdrukkelijk dat wij als Regio Limburg-Noord van het Langvingerig Gilde als enige in dit gebied actief mogen zijn.’
Convenant?
‘Ja, het convenant dat we enkele jaren geleden met politie en gemeente hebben gesloten. Moet ik nou verdorie alles uitleggen?’
Wat staat er dan in?
‘Dat wij jaarlijks garant staan voor een minimum aantal inbraken. Als we dat braakquotum halen, staat daar een mooie vergoeding tegenover. Dus reken maar dat we ’m van jetje geven. Dinsdag hebben we nog vier kraken gezet in Horst en Melderslo.’
Hoe is dat convenant eigenlijk ontstaan?
‘De boel was hier enkele jaren geleden qua inbraken zo ingekakt dat mensen zich weer veilig begonnen te wanen. En dat is natuurlijk wel het laatste waar de politie op zit te wachten, daar houden ze graag een naam hoog als boevenvangers. Ze zijn toen met ons in overleg getreden en daar is dit convenant uitgerold. Zo is het spel, zo zijn de regels.’
Er gaat een wereld voor ons open …
‘Wisten jullie trouwens dat de tekst op die borden van ons afkomstig is? De politie en de gemeente kwamen aanzetten met teksten als ‘Inbrekers lopen hier een blauwtje’ en ‘Inbrekers vissen hier achter het net’. Geloof je gewoon niet, zó duf, zó clichématig. Daarop zijn wij op de proppen gekomen met ‘Inbrekers vangen hier bot’. Dat is ten minste een tekst die afschrikt.’
Wa…
‘Excuses, maar ik moet het hierbij helaas laten. Plicht roept, ik moet het braakquotum weer wat gaan opvijzelen.’
Geen probleem, Kleppo. Bedankt voor je medewerking.
‘By the way, hebben jullie toevallig enig idee hoeveel zo’n bord doet?’

Intermezzo – Sneeuw (2)

Knetterverse sneeuw, de eerste van het seizoen. Is het dan vreemd dat ik op zo’n dag als vandaag aan m’n moeder en Martin Bril moet denken? Grotere sneeuwliefhebbers waren er bij mijn weten niet.
M’n moeder had een hele hoop voor op Martin Bril (die ik overigens alleen van z’n werk en mediaoptredens ken), maar al had ze nog duizend jaar geleefd, het zou haar vermoedelijk nooit zijn gelukt het genot van verse, nog onbetreden sneeuw zo mooi onder woorden te brengen als Martin Bril: ‘Ik zette mijn eerste voetstap. Ach, hoe schitterend kraakte en knerpte de sneeuw onder mijn schoen. Nog een stap, en nog mooier was het geluid, lieflijk, maar ook stoer. Een geluid uit duizenden. Ik begon te lopen, duizelig van stom geluk.’ (De Volkskrant 26 november 2008, klik hier voor een langer citaat uit hetzelfde stukje.)
Mijn eigen versesneeuwgenot weet ik vrij aardig achter een masker van nuchterheid te verbergen. Daarom bent u hier aan het verkeerde adres voor lyrische bewoordingen waarin ik de verrukkingen van verse sneeuw probeer te vangen. Wel heb ik, ter verhoging van de sneeuwpret en als eerbetoon aan m’n moeder en Martin Bril, iets anders proberen te vangen. Namelijk het geluid van verse Horster sneeuw. Preciezer: het geluid van voetstappen in verse Horster sneeuw. M’n eigen voetstappen. Leek me nog niet zo’n heel eenvoudige exercitie omdat het geluid van de A73 alom en permanent tegenwoordig is in Horst. Maar gelukkig zit niet altijd alles tegen. Dus laat spijs en drank aanrukken, draai de volumeknop helemaal open, vlei u neer op de bank en laat u betoveren door het magische geluid van mijn voetstappen in de verse sneeuw van de Kasteelse Bossen:
(Zo, zijn die wandelaars die zich tijdens de opnamen bezorgd afvroegen wat er met me aan de hand was ook meteen gerustgesteld.)

Klein mysterie 312 – Hoëgers huuske (1)

Op 3 augustus 2008 maakte ik een aantal foto’s van dit als opslagplaats voor stro fungerend gebouwtje:
Het ligt geïsoleerd aan de rand van een akker aan de Bloemvenweg in America, even terzijde van de Zwarte Plakweg, van America uit gezien enkele honderden meters vóór golfbaan De Golfhorst. Het bouwsel intrigeerde me omdat ik het niet goed kon plaatsen: het wekt in eerste instantie in alles de indruk dat het ook als voorraadschuur, stal, een combinatie van beide of voor mijn part als garage is gebouwd, maar als je het wat beter bekijkt zijn er toch zaken die je doen twijfelen aan dat idee. Het relatief hoge zadeldak bijvoorbeeld dat het gebouwtje het aanzien van een woonhuis verleent. En vanwaar dat huisnummerbordje?
En is een windvaantje niet een wat al te grote frivoliteit voor een eenvoudige stal?
Maar welke andere functie kan het gebouwtje dan hebben gehad? Alleen al het ontbreken van ramen maakt het nagenoeg ongeschikt voor menselijke bewoning. En voor bijvoorbeeld een trafohuisje is het weer veel te groot. Kortom: twijfel. Ik besloot het voorlopig op een bijgebouw van een inmiddels verdwenen boerderij te houden en nam me voor er te zijner tijd een stukje over te schrijven.
In de zomer van 2010 werd ik aangesproken door Hay Mulders, voorzitter van de Werkgroep Oud America. Of ik wel eens gehoord had van de ‘Hoëgers huuskes’. Zei me helemaal niets. Hay had van horen zeggen dat dat huisjes (‘huuskes’) waren die de niet onbemiddelde familie Hoogers uit Horst in de eerste helft van de vorige eeuw her en der had gebouwd op grond die ze in de regio bezat. De functie van die huisjes was Hay onbekend. Wat hij wel wist, was dat beweerd werd dat een gebouwtje aan de Bloemvenweg in America een van die ‘Hoëgers huuskes’ was. Of ik dat misschien kende? En óf ik dat kende …
Ik beloofde Hay op zoek te gaan naar vergelijkbare huisjes in de omgeving. De zoektocht stokte bij een eveneens geïsoleerd liggend, wel van raampjes voorzien, met fraaie architectonische details opgesierd bakstenen gebouwtje dat in elk geval heden ten dage fungeert als stal,
gelegen net ten zuiden van de Deurneseweg (N270) in Venray en volgens de muurankers daterend uit 1930.
Daarbij bleef het. Tot ik afgelopen dinsdag een e-mail kreeg van Hay: hij had het huisje aan de Bloemvenweg onlangs nog eens wat grondiger bekeken en gefotografeerd en was daarbij tot de ontdekking gekomen dat op het windvaantje het jaartal 1943 vermeld staat:
De e-mail en foto van Hay hebben me doen besluiten dat na bijna drieënhalf jaar de onderste steen nu eindelijk maar eens boven moet. Hoogste tijd dus voor een speurtocht naar de oplossing van het mysterie van het huisje aan de Bloemvenweg in America. En weet u wat het mooie is? U kunt daarbij behulpzaam zijn! Hoe? Door me ook maar het kleinste beetje informatie dat u heeft over het gebouwtje en/of de ‘Hoëgers huuskes’ te mailen (HorstsweetHorst@gmail.com). Hay en ik zullen u dankbaar zijn.

Klein mysterie 313 – Boodschappenbriefje (4)

Mijn zondag in vier woorden samengevat: ein Wechselbad der Gefühle.

Laat me met de negatieve gevoelens beginnen, hebben we die tenminste gehad. Kort en krachtig: wat een aanfluiting daar in dat stervenskoude Waalwijk.
En als je érgens niet wil afgaan, is het uitgerekend in dat in- en intrieste Wolluk met dat in- en intrieste stadion met die in- en intrieste naam Mandemakers Stadion. Alleen Heracles uit was misschien nog erger. Hoogste tijd dunkt me om de verguisde voetbalgod Michael Uchebo uit de mottenballen te halen.
En ik was nog wel zo überglücklich naar de Langstraat afgereisd. Omdat ik ervan overtuigd was dat VVV eindelijk weer eens een uitwedstrijd zou winnen, maar vooral vanwege een ganz tolle vondst, eerder op de dag.

In mijn hoedanigheid van boodschappenbriefjesopraper had ik me al vaak afgevraagd hoe het nou toch mogelijk was dat hoewel Polen een niet onaanzienlijk deel van de Horster bevolking uitmaken, ik nog nooit een in het Pools gesteld boodschappenbriefje had gevonden. Schreven Polen geen boodschappenbriefjes of gooiden ze ze niet weg? Om leukerds voor te zijn: dat Polen het zonder briefje kunnen stellen omdat ze toch slechts één (bier) of twee (bier en sigaretten) boodschappen hoeven te onthouden, lijkt me in elk geval geen steekhoudende verklaring. De noodzaak van een verklaring is er gelukkig ook niet langer: er blijken warempel toch boodschappenbriefjesschrijvende Polen te zijn. Of op z’n minst één. Want zijn dan wel haar briefje vond ik gisterochtend onder de catalpa voor de ingang van de supermarkten Plus en Lidl.
Geen afkortingen, kraakheldere blokletters, tien of elf items, géén mary (bier) en geen papierosy (sigaretten). Wat dan wel?
Met behulp van diverse online-woordenboeken heb ik een en ander proberen te vertalen. Dat leidde tot het volgende resultaat:
Boter
Worst
Melk, koffiemelk
?, room
Vlees
Harde kaas
Boursin – kaas
Broodje, taart (?)


Beslist een briefje waarmee je voor de dag kunt komen. Was het in het Nederlands gesteld, dan had ik het vermoedelijk laten liggen: te veel dertien in een dozijn, te weinig dat er uitspringt. Te weinig gespecificeerd ook: wélk vlees? Wélke worst? Even dacht ik met die mij volstrekt onbekende ‘harde kaas’ toch iets buitenissigs gevonden te hebben. Blijkt ‘harde kaas’ een begrip te zijn dat ook in het Nederlands wordt gebruikt en ‘snijdbare kaas’ betekent. Maar dit alles deed niets af aan de opgetogenheid over de vondst van m’n eerste Poolse boodschappenbriefje. Daaraan kwam dus pas een (ruw) einde toen VVV zich in Waalwijk de harde dan wel zachte kaas (twardych i miękkich serów) van het brood (chleb) liet eten.
Ik zei het toch: ein Wechselbad der Gefühle (rollercoaster emocji – anglicismen hebben blijkbaar ook in het Pools hun intrede gedaan, dan klinkt ‘achtbaan van emoties’ toch beter).

maandag 23 januari 2012

Klein mysterie 311 – Pisbloas

Een niet nader te noemen persoon wiens voornaam met een P begint, hoorde ik de voorbije week een niet nader te noemen persoon wiens voornaam eveneens met een P begint, afserveren als ‘ennen pisbloas’. Van het vervolg van de conversatie kreeg ik weinig meer mee – ik bleef hangen bij die pisbloas. Lang geleden dat ik iemand dat woord had horen uitspreken. Misschien was m’n vijftien jaar geleden overleden vader wel de laatste geweest. Hij was een frequent pisbloas-gebruiker. Te stellen dat hij de wereld indeelde in pisbloaze en niet-pisbloaze zou overdreven zijn. Maar wilde je al z’n Horster pisbloaze de kost geven, dan diende je toch te beschikken over een klein fortuin.
Verder mijmerend vroeg ik me af of ‘pisblaas’ in het Nederlands eveneens wordt gebruikt als een negatieve kwalificatie voor een persoon. Maak ik me onsterfelijk belachelijk als ik iemand in een gezelschap ABN-sprekers bestempel als een pisblaas? Of zal er instemmend ‘ja’ worden geknikt dan wel afkeurend ‘nee’ worden geschud? De na thuiskomst geraadpleegde Van Dale komt niet verder dan de letterlijke betekenis (‘urineblaas, vlezige zak in de onderbuik waarin de urine opgezameld en enige tijd bewaard wordt vóór het lozen’). En tik op Google ‘pisblaas’ in en de eerste zestig resultaten hebben ook allemaal betrekking op bovenstaand onderdeel van het menselijk lichaam. Voorlopige conclusie: om serieus genomen te worden als Nederlands-spreker, is het niet aan te raden iemand te karakteriseren als ‘pisblaas’.
Wat betekent het woord in het Horster dialect eigenlijk precies? Ja, ‘vaerkesbloas’, zoals E maes inne taes zegt. Maar als diskwalificatie? Om even in de buurt van de pisblaas te blijven: is een pisbloas een zeikerd? Een klootzak? Een eikel? Een lul wellicht? Of toch eerder een azijnpisser?

Het kan natuurlijk ook zijn dat we het in een heel andere richting moeten zoeken. Toen leren ballen nog geen gemeengoed waren, werd de pisblaas van een varken vaak opgeblazen om dienst te doen als bal. Met die wetenschap in het achterhoofd kom je misschien eerder uit bij ‘blaaskaak’, ‘windbuil’ of ‘praatjesmaker’ als synoniem van pisbloas.
Daar zitten we dan. ‘Met de gebakken peren’, zou m’n vader zeggen. Hem kan ik helaas niet meer uithoren over de definitie van pisbloas. De beide Horster woordenboeken bieden evenmin uitkomst. U mogelijk wel?
Of dit nou allemaal zo belangrijk is? Vind ik wel, ja. Als je dan toch iemand uitscheldt, doe het dan ook meteen goed. Zoals je een hond geen kat noemt, maak je een lul niet uit voor klootzak en een pisbloas niet voor geitenneuker. Tenzij een pisbloas een geitenneuker is natuurlijk. Help!