Carnaval. Dat betekent gewijzigde winkelopeningstijden. En dat betekent een briefje op het winkelraam. En dat betekent keuzes maken.
Tussen de c
en de k.
Tussen ‘de’
en geen ‘de’.
Tussen Nederlands
en dialect.
Tussen ‘vasteloavend’
en ‘vastenaovend’.
Tussen hoofdletter
en kleine letter.
Tussen aan elkaar
of los.
Tussen handgeschreven
en getikt.
Tussen sober
en frivool.
Tussen diagonaal
en met een kromming.
Tussen fijn,
geweldig
en prettig.
Tussen een afsluiting met
of zonder punt.
Maar laat alsjeblieft één ding duidelijk zijn:
Horst aan de Maas liefdevol, verontwaardigd, uitdagend, kritisch en verwonderd beschouwd
maandag 20 februari 2012
Actualisatie – Officieuze straatnamen (8)
Carnaval, dus een mooie gelegenheid iets te doen aan een enorme achterstand op het gebied van melding maken van officieuze straatnaamborden. Eerst maar eens een officieus officieus straatnaambord. Officieus officieus of niet, het is wel het grootste straatnaambord ooit door mij in Horst aan de Maas waargenomen. Waarschijnlijk nog een dag of twee te vinden nabij de splitsing Jacob Poelsweg – Griendtsveenseweg in America:Dan over naar de officiële officieuze straatnaambordjes. Daarbij doet zich het wonderlijke feit voor dat de buurdorpen Meerlo en Tienray beide beschikken over een Thiesenpedje. In Meerlo verbindt het de Hoofdstraat met de Julianastraat; in Tienray ligt het in het verlengde van de Kerkhoflaan.Vader en zoon? Twee broers? Zou wel heel onwaarschijnlijk zijn. Wie het weet, mag het wat mij betreft zeggen.
In Grubbenvorst ligt te midden van enkele naar heide vernoemde straten ’t Heideröndje,door mij in eerste instantie aangezien voor ’t Helderöndje, een benaming die wat meer ruimte tot interpretatie had geboden. Noteer trouwens op de achtergrond weer die voor Horst aan de Maas zo kenmerkende combinatie van gewaagde land art en fantasieloze notariswoningarchitectuur.
Volgende in het rijtje van vergeten officieuze straatnaamborden is de gelegen aan het Raaieind, eveneens in Grubbenvorst. Oogt verdacht officieel, is het echter niet. Over de vraag of op de y geen puntjes thuishoren zou je nog kunnen discussiëren. Buiten kijf staat dat ‘laan’ aan ‘Kleinraay’ vastgeplakt zou moeten worden. Of bezie ik het dan allemaal teveel door een officiële bril?
Verder naar het in Broekhuizenvorst. Lees hier hoe Leopold in 1993 min of meer bij toeval pastoor in Broekhuizenvorst werd. Het opmerkelijke aan het straatnaambordje is dat het de voornaam van de zeereerwaarde heer bevat. Bij mijn weten uniek voor naar geestelijken vernoemde (officiële dan wel officieuze) straten in Horst aan de Maas.
Zo, althans een beetje van de achterstand is hiermee ingelopen. Want, nee, we zijn er nog lang niet. Ik heb hier bijvoorbeeld nog tips liggen van Chrétien, Ger en Peter. Eeuwenoud, maar ik moet er nog altijd achteraan. Wanhoop niet, heren, eens komt het moment. Biedt misschien ook de kans stil te staan bij een onlangs verdwenen officieus straatnaambordje.
In Grubbenvorst ligt te midden van enkele naar heide vernoemde straten ’t Heideröndje,door mij in eerste instantie aangezien voor ’t Helderöndje, een benaming die wat meer ruimte tot interpretatie had geboden. Noteer trouwens op de achtergrond weer die voor Horst aan de Maas zo kenmerkende combinatie van gewaagde land art en fantasieloze notariswoningarchitectuur.
Volgende in het rijtje van vergeten officieuze straatnaamborden is de gelegen aan het Raaieind, eveneens in Grubbenvorst. Oogt verdacht officieel, is het echter niet. Over de vraag of op de y geen puntjes thuishoren zou je nog kunnen discussiëren. Buiten kijf staat dat ‘laan’ aan ‘Kleinraay’ vastgeplakt zou moeten worden. Of bezie ik het dan allemaal teveel door een officiële bril?
Verder naar het in Broekhuizenvorst. Lees hier hoe Leopold in 1993 min of meer bij toeval pastoor in Broekhuizenvorst werd. Het opmerkelijke aan het straatnaambordje is dat het de voornaam van de zeereerwaarde heer bevat. Bij mijn weten uniek voor naar geestelijken vernoemde (officiële dan wel officieuze) straten in Horst aan de Maas.
Zo, althans een beetje van de achterstand is hiermee ingelopen. Want, nee, we zijn er nog lang niet. Ik heb hier bijvoorbeeld nog tips liggen van Chrétien, Ger en Peter. Eeuwenoud, maar ik moet er nog altijd achteraan. Wanhoop niet, heren, eens komt het moment. Biedt misschien ook de kans stil te staan bij een onlangs verdwenen officieus straatnaambordje.
maandag 13 februari 2012
Top 5 – Toekomstige CDA-vergaderlocaties
Mensen zijn van nature geneigd altijd het slechte te denken. Zo krijg ik vaak de vraag voorgelegd waarom ik zo anti-CDA ben. ‘Ik anti-CDA?’, is dan steevast mijn reactie. Werkelijk onbegrijpelijk. Als er één partij is die m’n sympathie kan wegdragen, is het het CDA wel. Echt, ik heb het beste voor met de christendemocraten. Zit men in de problemen, dan ben ik vaak de eerste (en niet zelden de enige) die verschillende oplossingsrichtingen aandraagt. Op dit weblog zijn daarvan tal van voorbeelden aan te wijzen.
Mijn affiniteit met de partij hoeft me er uiteraard niet van te weerhouden haar kritisch te volgen. Het aloude Duitse gezegde Was sich liebt, das neckt sich doet hier weer eens opgeld. Ook dat valt aan de hand van vele bijdragen op Horst-sweet-Horst te illustreren.Dat voor het goede begrip even vooraf. Dan nu over naar de actualiteit. Afgelopen vrijdag en zaterdag hield het CDA z’n halfjaarlijkse fractieweekend in Horst. Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, Gerd Leers, Ruth Peetoom, Maxime Verhagen, Sybrand van Haersma Buma, Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner: allemaal waren ze van de partij. En laten we vooral ook de local heroes Raymond Knops en Ger Koopmans niet vergeten. In de beste CDA-tradities kwam ook de Horster carnavalsprins Guido I nog even langs om wat onderscheidingen uit te reiken. In zijn gezelschap: de local heroes Leon Litjens en Kees van Rooij. À ge ma leut het.
Terwijl Kamerleden en bewindslieden zich met het hier en nu verpoosden, was ik, immer constructief meedenkend, alweer bezig met de toekomst. Want hoe moet dat bij het volgende CDA-fractieweekend in Horst? Nu was het Parkhotel nog de plaats van handeling, maar wat als de CDA-Tweede Kamerfractie – laten we vooral de realiteit onder ogen zien – na de volgende verkiezingen is gedecimeerd tot een clubje van een man of vier, vijf? Dan zou een fractieweekend in het Parkhotel slechts getuigen van grootheidswaanzin. Dus heb ik me, uit liefde voor de partij, de afgelopen dagen het hoofd gebroken over toekomstige Horster CDA-vergaderlocaties. Regeren is immers vooruitzien.
Mijn top 5 van toekomstige Horster CDA-vergaderlocaties:
5. Het vermeende ‘Hoëgers huuske’ aan de Bloemvenweg in America.
Donker genoeg om duistere zaakjes te regelen, groot genoeg om het hele prinselijk gezelschap van de Turftreiers in te ontvangen.
4. Het Risseltkapelletje aan de Gastendonkstraat in Horst.Terug naar de wortels. Misschien ook wel de ideale manier om van die steile protestanten af te komen.
3. Trafohuisje aan de Schadijkerweg in Meterik.
Ideaal om al het geritsel eens flink te laten knetteren.
2. Jachthut aan de Blaktdijk in Kronenberg.
Mocht Henk Bleker tot de blijvertjes behoren (ik heb m’n twijfels) dan is deze locatie beslist aan te raden omdat hij hier het nuttige met het aangename kan verenigen.
1. Telefooncel aan de Hoebertweg in America.
Transparantie verzekerd en de varkensstallen op de achtergrond staan garant voor een oude vertrouwde geur.
Mijn affiniteit met de partij hoeft me er uiteraard niet van te weerhouden haar kritisch te volgen. Het aloude Duitse gezegde Was sich liebt, das neckt sich doet hier weer eens opgeld. Ook dat valt aan de hand van vele bijdragen op Horst-sweet-Horst te illustreren.Dat voor het goede begrip even vooraf. Dan nu over naar de actualiteit. Afgelopen vrijdag en zaterdag hield het CDA z’n halfjaarlijkse fractieweekend in Horst. Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, Gerd Leers, Ruth Peetoom, Maxime Verhagen, Sybrand van Haersma Buma, Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner: allemaal waren ze van de partij. En laten we vooral ook de local heroes Raymond Knops en Ger Koopmans niet vergeten. In de beste CDA-tradities kwam ook de Horster carnavalsprins Guido I nog even langs om wat onderscheidingen uit te reiken. In zijn gezelschap: de local heroes Leon Litjens en Kees van Rooij. À ge ma leut het.
Terwijl Kamerleden en bewindslieden zich met het hier en nu verpoosden, was ik, immer constructief meedenkend, alweer bezig met de toekomst. Want hoe moet dat bij het volgende CDA-fractieweekend in Horst? Nu was het Parkhotel nog de plaats van handeling, maar wat als de CDA-Tweede Kamerfractie – laten we vooral de realiteit onder ogen zien – na de volgende verkiezingen is gedecimeerd tot een clubje van een man of vier, vijf? Dan zou een fractieweekend in het Parkhotel slechts getuigen van grootheidswaanzin. Dus heb ik me, uit liefde voor de partij, de afgelopen dagen het hoofd gebroken over toekomstige Horster CDA-vergaderlocaties. Regeren is immers vooruitzien.
Mijn top 5 van toekomstige Horster CDA-vergaderlocaties:
5. Het vermeende ‘Hoëgers huuske’ aan de Bloemvenweg in America.
Donker genoeg om duistere zaakjes te regelen, groot genoeg om het hele prinselijk gezelschap van de Turftreiers in te ontvangen.
4. Het Risseltkapelletje aan de Gastendonkstraat in Horst.Terug naar de wortels. Misschien ook wel de ideale manier om van die steile protestanten af te komen.
3. Trafohuisje aan de Schadijkerweg in Meterik.
Ideaal om al het geritsel eens flink te laten knetteren.
2. Jachthut aan de Blaktdijk in Kronenberg.
Mocht Henk Bleker tot de blijvertjes behoren (ik heb m’n twijfels) dan is deze locatie beslist aan te raden omdat hij hier het nuttige met het aangename kan verenigen.
1. Telefooncel aan de Hoebertweg in America.
Transparantie verzekerd en de varkensstallen op de achtergrond staan garant voor een oude vertrouwde geur.
Intermezzo – IJspret
De afgelopen dagen de schaatsfanaat in mezelf weer eens wakker gekust. Viel om de drommel nog niet mee. Normaalgesproken huist er in mijn binnenste namelijk een schaatshater. Een godsgloeiende hekel heb ik aan de volstrekt buitenproportionele aandacht hier te lande voor deze marginale sport. De Blauhúster Dakkapel en die gekmakende collectieve Elfstedenhysterie maken het al helemaal lastig om warme gevoelens voor schaatsen aan de oppervlakte te laten komen.
En toch is het gelukt. Vrijdag bond ik voor het eerst in jaren de ijzers weer eens onder (in mijn geval letterlijk te nemen)
en al na enkele slagen besefte ik wat ik al die tijd gemist had, gelukkig zonder te weten dat ik het miste. Wat dat schaatsen nu tot zo’n heerlijke bezigheid maakt? Ik geloof niet dat ik dat onder woorden kan brengen zonder in clichés te vervallen, dus met uw goedvinden laat ik die vraag vooralsnog onbeantwoord.
Zondigend tegen de zaterdag in De Volkskrant geformuleerde stelregel van Meindert Fennema (‘Als jij in Holland woont, ga dan lekker in Holland schaatsen. En als jij in Drenthe woont, ga je in Drenthe schaatsen.’) ben ik vrijdag, zaterdag en zondag over de Helenavaart op en neer geschaatst van het Limburgse Griendtsveen naar het Noord-Brabantse Helenaveen. Waarschijnlijk als straf van god knapte op Noord-Brabants grondgebied tot twee keer toe een leertje van mijn schaats, met als gevolg twee keer een valpartij en één keer een lange wandeling terug naar het startpunt. Ik ben nog zoekende naar een verklaring voor het feit dat hoe verder je Noord-Brabant in kwam, des te talrijker en des te dieper de scheuren in het ijs werden. Het zou me niet verbazen als een god hier om de een of andere reden ook de hand in heeft gehad.
Wat ik evenmin kan verklaren, is waarom de nummer 1 van mijn top 5 van rustieke Horster houten bruggetjes
plaats heeft moeten maken voor dit geval:
Een voor schaatsers meer dan hinderlijke barrière, die verdacht veel lijkt op een ophaalbruggetje. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan vraag je je af waarom niemand de moeite heeft genomen de brug op te halen. Maar goed, als tweehonderd meter verderop iemand in een aftands Volkswagenbusje ‘biologische snert’ staat te verkopen, ben je op slag weer een stuk milder gestemd.
En Eduard? Eduard keek het allemaal eens aan en Eduard zag dat het goed was.
En toch is het gelukt. Vrijdag bond ik voor het eerst in jaren de ijzers weer eens onder (in mijn geval letterlijk te nemen)
en al na enkele slagen besefte ik wat ik al die tijd gemist had, gelukkig zonder te weten dat ik het miste. Wat dat schaatsen nu tot zo’n heerlijke bezigheid maakt? Ik geloof niet dat ik dat onder woorden kan brengen zonder in clichés te vervallen, dus met uw goedvinden laat ik die vraag vooralsnog onbeantwoord.
Zondigend tegen de zaterdag in De Volkskrant geformuleerde stelregel van Meindert Fennema (‘Als jij in Holland woont, ga dan lekker in Holland schaatsen. En als jij in Drenthe woont, ga je in Drenthe schaatsen.’) ben ik vrijdag, zaterdag en zondag over de Helenavaart op en neer geschaatst van het Limburgse Griendtsveen naar het Noord-Brabantse Helenaveen. Waarschijnlijk als straf van god knapte op Noord-Brabants grondgebied tot twee keer toe een leertje van mijn schaats, met als gevolg twee keer een valpartij en één keer een lange wandeling terug naar het startpunt. Ik ben nog zoekende naar een verklaring voor het feit dat hoe verder je Noord-Brabant in kwam, des te talrijker en des te dieper de scheuren in het ijs werden. Het zou me niet verbazen als een god hier om de een of andere reden ook de hand in heeft gehad.
Wat ik evenmin kan verklaren, is waarom de nummer 1 van mijn top 5 van rustieke Horster houten bruggetjes
plaats heeft moeten maken voor dit geval:
Een voor schaatsers meer dan hinderlijke barrière, die verdacht veel lijkt op een ophaalbruggetje. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan vraag je je af waarom niemand de moeite heeft genomen de brug op te halen. Maar goed, als tweehonderd meter verderop iemand in een aftands Volkswagenbusje ‘biologische snert’ staat te verkopen, ben je op slag weer een stuk milder gestemd.
En Eduard? Eduard keek het allemaal eens aan en Eduard zag dat het goed was.
Actualisatie – Top 5 Vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, streken, gebouwen en wijken (2)
Ja hoor, we hebben er weer eentje te pakken. Als u ten minste zo coulant wilt zijn mij toe te staan dat ik aan de vergelijkingen van Horster plekken, gebouwen en wijken met archetypische plaatsen, streken, gebouwen en wijken ook pleinen toevoeg. Nee, het Schutroedeplein is niet vergeleken met het San Marcoplein in Venetië. En het Valkplein evenmin met Trafalgar Square. Of het Van der Horstplein met de Dam.
Welk plein dan wel ten prooi viel aan een archetypische vergelijking? Het Wilhelminaplein. Staat in de volksmond bekend als Klein Vrijthof, zo betoogde CDA-fractievoorzitter Rudy Tegels afgelopen dinsdag in de lange tijd slaapverwekkende vertoning genaamd ‘gemeenteraadsvergadering’: ‘We hebben vernomen dat het Wilhelminaplein in de volksmond al “het klein Vrijthof” wordt genoemd.’ Waaruit maar weer eens blijkt dat het CDA inderdaad midden in de samenleving staat. Dit in tegenstelling tot ondergetekende – want hem had dit geluid uit de volksmond nog niet bereikt.
Het Wilhelminaplein dus als Klein Vrijthof. ‘Welk Vrijthof?’ is dan de eerste vraag. Tik op Google Maps ‘Vrijthof’ in en je krijgt acht Vrijthoven: in Echt, Hilvarenbeek, Maastricht, Nunhem, Oirschot, Steenwijk, Vierlingsbeek en Vleuten. Een beetje flauw natuurlijk, want al zou Nederland 43 Vrijthoven tellen, er is slechts één echt Vrijthof, namelijk dat van Maastricht.
Het Wilhelminaplein vergelijken met het Vrijthof van pak ’m beet Steenwijk zou hetzelfde zijn als het oranje van Wittenhorst vergelijken met het oranje van Leunen in plaats van met het oranje van het Nederlands elftal.
Belangrijker: kan het Wilhelminaplein de vergelijking met het Maastrichtse Vrijthof doorstaan? Een retorische vraag, hoeven we verder niet al te lang over uit te weiden. Ja, als je uitsluitend de aaneenrijging van horecagelegenheden als maat der dingen neemt, dan zou de vergelijking misschien nog hout kunnen snijden.
Overigens blijf ik die vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, streken, gebouwen, wijken en nu dus ook pleinen zien als uitingen van een minderwaardigheidscomplex. Daarom voor alle duidelijkheid: ik heb dit weekend níet geschaatst in het Giethoorn van het Zuiden
en de Hollands Venetiëtocht (over archetypische vergelijkingen gesproken) vond gisteren plaats in het Griendtsveen van het Noorden.
Welk plein dan wel ten prooi viel aan een archetypische vergelijking? Het Wilhelminaplein. Staat in de volksmond bekend als Klein Vrijthof, zo betoogde CDA-fractievoorzitter Rudy Tegels afgelopen dinsdag in de lange tijd slaapverwekkende vertoning genaamd ‘gemeenteraadsvergadering’: ‘We hebben vernomen dat het Wilhelminaplein in de volksmond al “het klein Vrijthof” wordt genoemd.’ Waaruit maar weer eens blijkt dat het CDA inderdaad midden in de samenleving staat. Dit in tegenstelling tot ondergetekende – want hem had dit geluid uit de volksmond nog niet bereikt.
Het Wilhelminaplein dus als Klein Vrijthof. ‘Welk Vrijthof?’ is dan de eerste vraag. Tik op Google Maps ‘Vrijthof’ in en je krijgt acht Vrijthoven: in Echt, Hilvarenbeek, Maastricht, Nunhem, Oirschot, Steenwijk, Vierlingsbeek en Vleuten. Een beetje flauw natuurlijk, want al zou Nederland 43 Vrijthoven tellen, er is slechts één echt Vrijthof, namelijk dat van Maastricht.
Het Wilhelminaplein vergelijken met het Vrijthof van pak ’m beet Steenwijk zou hetzelfde zijn als het oranje van Wittenhorst vergelijken met het oranje van Leunen in plaats van met het oranje van het Nederlands elftal.
Belangrijker: kan het Wilhelminaplein de vergelijking met het Maastrichtse Vrijthof doorstaan? Een retorische vraag, hoeven we verder niet al te lang over uit te weiden. Ja, als je uitsluitend de aaneenrijging van horecagelegenheden als maat der dingen neemt, dan zou de vergelijking misschien nog hout kunnen snijden.
Overigens blijf ik die vergelijkingen van Horst en omgeving met archetypische plaatsen, streken, gebouwen, wijken en nu dus ook pleinen zien als uitingen van een minderwaardigheidscomplex. Daarom voor alle duidelijkheid: ik heb dit weekend níet geschaatst in het Giethoorn van het Zuiden
en de Hollands Venetiëtocht (over archetypische vergelijkingen gesproken) vond gisteren plaats in het Griendtsveen van het Noorden.
Abonneren op:
Posts (Atom)