maandag 21 april 2014

Klein mysterie 557 – Christus’ lendendoek

De lendendoek van Christus is ook zo’n fenomeen dat me blijvend intrigeert. In de hele Bijbel lees je er bij mijn weten niets over en toch kun je geen gekruisigde Christus tegenkomen of hij heeft wel een lendendoek om. Een schemerig zaakje, als je het mij vraagt.
Niet beperkt door een gedetailleerde Bijbelse omschrijving van het ding, kunnen kunstenaars hun eigen fantasie inzetten bij de weergave en vormgeving van de lendendoek. En dat doen ze maar al te graag, ook in Horst aan de Maas. Eerder zijn hier al eens de exotische kleurvariaties van de lendendoek van de corpussen van Sevenumse veldkruisen ter sprake gekomen. Vandaag een enkel beschouwend woord over de lengte, de bevestigingswijze en de plooival van de lendendoek van de corpussen van een aantal andere Horster veldkruisen.

1. De lengte.
De artistieke vrijheid manifesteert zich misschien nog wel het meest in de lengte van de lendendoek. Je komt wat tegen tijdens een tochtje langs Horster kruisen! Van wat je bijna een driekwartsbroek mag noemen, zoals bij het kruis bij café ’t Kruuspunt aan de Americaanseweg
tot iets wat angstig dicht een tangaslip benadert (over waardigheid gesproken!), zoals bij het kruis aan de Kogelstraat in Hegelsom: 
Een stelling die ik op basis van enkele tientallen Horster corpuslendendoeken wel aandurf: hoe langer, hoe hobbezakkeriger. Illustratief in dit verband is het kruis bij de rotonde Westsingel – Stationsstraat:

2. De bevestigingswijze.
Een conditio sine qua non voor de lendendoek is dat ie wordt gefixeerd: geen bestaansrecht voor de lendendoek zonder fixatie. Ook hier zijn de mogelijkheden schier eindeloos. Bijzonder populair is de knoop. Die kan zowel centraal- als heupgeoriënteerd zijn, met daarbij dan ook nog eens de keuze tussen de linker- en de rechterheup en tussen een ferme (zoals bij het kruis aan de Dijkerheideweg)
en een wat lossere knoop (zoals bij het kruis op de kruising Schadijkerweg – Dr. Droesenweg in Meterik).
Een bevestigingswijze die nogal afwijkt van de knoop is de zogeheten Melderslose variant: een touw om het middel waar de doek omheen wordt gedrapeerd, zoals bij dit kruis op de hoek Vlasvenstraat – Steegstraat:

3. De plooival.
Bij de plooival is het vrij overzichtelijk: overwegend verticaal of overwegend horizontaal. Knoop en plooival hangen nauw met elkaar samen. Bij een centraal georiënteerde knoop zul je zelden een horizontale plooival aantreffen, bij een heupgeoriënteerde knoop slechts zelden een verticale. Persoonlijk bevalt de overwegend horizontale plooival (zoals hier bij het Gortmolenkruis)
me wat beter dan de verticale, die het corpus vaak een wat opgedirkte indruk verleent, zoals bij het kruis aan de Witveldweg:
Maar goed, zoals altijd is het ook een kwestie van smaak: iemand anders zal de verticale plooival misschien juist als ‘elegant’ of ‘sierlijk’betitelen.

Overigens zijn lastige kwesties als de lengte, de knoop en de plooival van de lendendoek te vermijden door wat abstracter te werk te gaan. Iemand die zich op dit pad heeft begeven, is Peter Hermans en dat heeft aan de Kogelstraat in Hegelsom tot dit prachtige resultaat geleid:
Met afstand het mooiste kruis van Horst aan de Maas.

Intermezzo – Bertus Aafjes (1)

Op 12 mei is het honderd jaar geleden dat Bertus Aafjes werd geboren. Zeg je ‘Bertus Aafjes’ dan zegt iedereen: Voetreis naar Rome. Wie in deze regio woonachtig is, voegt er dan ook nog vaak ‘Swolgen’ aan toe, de plaats waar de schrijver de laatste twintig jaar van zijn leven doorbracht. En dan houdt het op. Ook bij mij, ik kan me niet herinneren ooit een van zijn werken tot me te hebben genomen, zelfs niet Voetreis naar Rome. Niet iets om trots op te zijn, maar het is niet anders.
Aafjes mag dan al in 1993 zijn gestorven en nauwelijks nog gelezen worden, dat wil niet zeggen dat z’n honderdste geboortedag ongemerkt voorbijgaat. Zo heeft Meulenhoff onlangs een groot deel van z’n werk heruitgegeven als e-book. Verder opent op 8 mei in het Letterkundig Museum in Den Haag een speciaal aan hem gewijde tentoonstelling. Tegelijkertijd verschijnt de door Rob Molin geschreven biografie In de schaduw van de hemel. Dit laat volgens de uitgever ‘de neergang zien van een ooit vermaard dichter en schrijver en ook van de daarachter schuilende mens Aafjes’. Molin werpt, aldus de uitgever, ‘een nieuw licht op de figuur en ontsluit de weg naar herwaardering’.
Aafjes en diens biografie zouden me betrekkelijk koud hebben gelaten als ik een week of drie geleden niet was gevraagd een (kleine) bijdrage te leveren aan een Aafjesavond op 12 mei in Horst. Hoewel dus bepaald geen Aafjeskenner heb ik graag mijn medewerking toegezegd: elk initiatief gericht op de culturele verheffing van Horst aan de Maas verdient steun.
Om toch nog een beetje beslagen ten ijs te komen, heb ik de afgelopen weken – voor een prikje – enkele werken van Aafjes aangeschaft en er wat in gebladerd. Alleszins leesbaar, moet ik zeggen. Misschien hier en daar een tikkeltje gedateerd, maar wat wil je ook? Waarover ik helaas niets tegenkwam en ook op internet weinig vind, zijn Aafjes’ Swolgense jaren. Niet z’n meest productieve jaren, weet ik inmiddels. En toch had ik gehoopt op een verslag van een wandeling door de lokale bossen, een karakterschets van de Swolgense volksaard of ontboezemingen over de emoties die de laatmiddeleeuwse beelden van de plaatselijke Sint-Lambertuskerk bij hem opriepen.
Dat iemand die honderden bladzijden schreef over Zuid-Limburg (waar hij ook lange tijd woonde) niets over Swolgen en directe omgeving zou hebben geschreven, lijkt me stug. Misschien is het er wel, maar is het niet gepubliceerd.
In de inleiding van Limburg, dierbaar oord  uit 1976 excuseert Aafjes zich min of meer voor het feit dat de nadruk in het boek op Zuid-Limburg ligt, ‘alhoewel ik in Noord-Limburg reeds vele jaren een werkhuis bezit’. En dan: ‘Nochtans hoop ik met mijn “Brieven van een heremiet” in de toekomst nog een afdeling aan dit boek toe te voegen, waarin de nadruk meer valt op het noordelijk deel van de provincie Limburg.’ Brieven van een heremiet  is als ik het wel heb nooit als ‘afdeling’ aan Limburg, dierbaar oord  toegevoegd. Wat uiteraard niet wil zeggen dat het niet geschreven is. Hopelijk brengt de biografie van Rob Molin opheldering. Of misschien nog wel mooier: de Horster Aafjesavond.
De Aafjesavond op 12 mei vindt plaats in de aula van het Dendron College, begint om half acht en eindigt omstreeks negen uur. De entree is gratis, wel is het noodzakelijk uw komst vóór 23 april per e-mail aan te kondigen: hej@dendron.nl (Jan Hesen). Klik voor meer informatie hier.

Klein mysterie 556 – Ria

Die Jeroen Lenaers mag dan nog zo’n kanjer zijn, Ria zal hij natuurlijk nooit kunnen doen vergeten.
Ria! Wat een machtige tijden hebben we niet met haar beleefd. Graag roep ik de Europese verkiezingen van vijf jaar geleden in herinnering, toen la Oomen in haar kekke rode mantelpakje heel Limburg opfleurde.
Tijdens die verkiezingscampagne groeide een heel fijn contact tussen de sympathieke Maasbrachtse en Horst-sweet-Horst. En sindsdien zijn de banden er alleen maar nauwer op geworden. Het begon allemaal met een fietsroute van dertig kilometer die Horst-sweet-Horst tijdens de vorige campagne voor de Europese verkiezingen uitstippelde (klik hier). Die route voerde langs achttien locaties waar de charmante Europarlementariër het mooie Horster land verfraaide. Ria was daar zeer door aangedaan en kreeg er extra energie door, zo verklaarde ze destijds tegenover verslaggever Hans Goossens van Dagblad De Limburger:
Daarna mocht ik Ria met de regelmaat van de klok in Horst begroeten, waarbij ze de overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs altijd op waarde wist te schatten. En tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2009 bleek ze graag bereid exclusief voor Horst-sweet-Horst verhelderend commentaar te geven op tal van zaken die hier speelden. Zo staat haar vurige pleidooi voor behoud van De Knip in Grubbenvorst me nog altijd helder voor de geest: ‘Vent het uit, wrijf het de bezoekers onder de snot, maak er een toeristische attractie van.’ Dat ze niet terugschrok voor kritiek op haar eigen partij (‘Ik mis aandacht voor de C van onze fantastische partij’) maakte haar er alleen maar geloofwaardiger op.    
Toen vier jaar geleden in Horst een opvanghuis voor uitgerangeerde CDA-politici werd geopend, kwam ook Ria een kijkje nemen. ‘Ik vrees dat dit ook mijn voorland is, zo eerlijk moet ik zijn, ik huiver nu al bij de gedachte’, fluisterde ze me bij die gelegenheid toe. Maar dat uitgerekend Horst als locatie voor dat opvanghuis was uitverkoren, stemde haar dan toch weer een beetje vrolijk: ‘Horst voelt voor mij als een warm bad.’
Welnu, deze laatste opmerking bracht mij op een idee. Het is natuurlijk nog veel te vroeg voor Ria om een plekje te zoeken in dat opvanghuis voor uitgerangeerde CDA-politici (dat is sowieso al overvol en er is een wachtlijst van hier tot gunder), maar er is wel een andere manier om haar naar Horst aan de Maas te lokken, namelijk door haar wethouder te maken. Aan de joyeuse entrée van onze heldin is slechts één voorwaarde verbonden: de bereidheid bij Ger van Rensch dan wel Bob Vostermans om zich op te offeren. Kom op heren, Horst-sweet-Horst rekent op jullie! Doe het voor Ria, voor ons, voor Horst aan de Maas!

maandag 14 april 2014

Intermezzo – De strijdbaarheid van H.G. ter Voert

Over de strijdbaarheid van de jaren zeventig ging het hier drie weken geleden. En de strijdbaarheid van nu, die veel minder lijkt. Wat niet wil zeggen dat er tegenwoordig helemaal geen strijdbaarheid meer is: strijdbaarheid is iets van alle tijden. Ter illustratie van die stelling nu aandacht voor de strijdbaarheid van Heinrich Gerhard ter Voert (1905-1984), hoofdonderwijzer te Griendtsveen van 1935 tot 1970.
Ter Voert schreef in juli 1939 een pamflet waarin hij op ongezouten wijze zijn beklag doet over zijn werkomstandigheden. Hij liet het op eigen kosten drukken en bezorgde het bij alle Horster gemeenteraadsleden. 
Het pamflet is een van de meer schrijnende documenten uit de Horster geschiedenis. Pijnlijk gedetailleerd beschrijft Ter Voert de wantoestanden die heersten op de openbare lagere school in Griendtsveen. Enkele citaten:
‘Is het niet belachelijk, dat je staat te praten over hygiëne in een school, waar in de naden van de vloer in ieder lokaal 15 dm3 stof zit? Waar de privaten op de speelplaats stank verspreiden; in een school zonder gordijnen, zonder verlichting; in een school waar de vochtplekken op de muur van het plafond af tot bijna op de grond reiken?’
‘Geef maar onderricht in hygiëne als de kinderen in wrakke, versleten banken schots en scheef moeten gaan zitten om hun werk te maken. Praat maar over orde en netheid als de schoolinrichting duidelijk de sporen van verwaarlozing draagt. Als gebroken tegels en kapstokhaken niet worden vervangen; als deuren van privaten en waterplaatsen schuren over de drempels, als deurklinken stuk zijn, als raampjes niet meer gesloten kunnen worden, als zolderingen boven privaten verrot zijn, als de muren der privaten in heugelijke tijden geen beurt meer hebben gehad, als het benedenste gedeelte van die muren niet met water gereinigd kan worden, als vloeren bestaan uit hobbelige bakstenen.’
‘Praat maar over orde en netheid als de kinderen met vuile inkt moeten schrijven of de inktkokers met deksels van schoensmeerdoosjes moeten afsluiten. Praat maar over orde en netheid als deksels van W.C.’s zijn gebroken of kromgetrokken en als een nieuw deksel met een zakmes (of weet ik waar mee) uit een stuk triplex wordt gesneden.’
Ter Voert richtte zijn grieven tegen het gemeentebestuur van Horst, dat in zijn ogen ernstig nalatig was en veel te weinig geld beschikbaar stelde voor lager onderwijs. Pikant, omdat Ter Voert daarmee feitelijk in opstand kwam tegen zijn werkgever: het gemeentebestuur was tevens schoolbestuur. Hij was zich terdege van bewust van de moeilijkheden die hij zich met het pamflet op de hals kon halen: ‘Voor het belang van de school ben ik bereid de waarheid te publiceren, hoe onaangenaam ’t voor sommige personen ook moge zijn en hoe onaangenaam de gevolgen voor mij zelf ook kunnen zijn.’ Maar had hij een andere keus? ‘Nooit zal ik mij neerleggen bij deze ellendige toestand. Nooit.’
Het pamflet lijkt geen negatieve gevolgen voor Ter Voert te hebben gehad: hij bleef tot aan z’n pensionering schoolhoofd in Griendtsveen. Veel effect had het ook niet, de gemeenteraad besloot slechts tot een marginale verhoging van de financiële middelen. Wrang genoeg zorgde pas de Tweede Wereldoorlog voor daadwerkelijke verbeteringen. Op de dag van de Duitse inval, 10 mei 1940, werd Griendtsveen geëvacueerd. Ook de in het dorp gelegerde Nederlandse militairen verlieten het dorp. Bij hun aftocht wierpen ze versperringen op en richtten vernielingen aan. Van de school bleken alleen de buitenmuren nog het behouden waard. Enkele maanden later stelde de gemeenteraad achtduizend gulden beschikbaar voor herbouw en modernisering van de school.
En Ter Voert? Die bleef strijdbaar. Ruim dertig jaar later, op 22 januari 1971 stuurde hij mijn vader, die in de gemeenteraad tevergeefs had gepleit voor meer financiële armslag voor de Horster lagere scholen, het pamflet (‘geschriftje’ noemde hij het zelf) uit 1939 toe. Citaat uit zijn begeleidend briefje: ‘Als ik niet gepensioneerd was, zou ik nog graag meevechten: de strijdlust laait weer op!’

(Klik voor meer informatie over het pamflet hier en ga vervolgens naar bladzijde 21.)

Klein mysterie 555 – (Cham)pignons

Tja, nu zelfs ministers het veroordelen als je niet ‘actief naar buiten’ treedt met je zonden, wordt de grond me te heet onder m’n voeten. Daarom bij dezen een openbare schuldbekentenis, een actief naar buiten treden met míjn begane zonde.

Het is een nog vrij verse zonde: ik beging haar afgelopen zaterdag, 12 april 2014, tussen 16.39 en 16.41 uur, aan de Peelheideweg in America, iets voorbij de kruising met de Gerard Smuldersstraat en de Lorbaan. Daar ligt het voormalige Proefstation voor de Champignoncultuur, van Horst uit gezien aan de linkerkant van de weg. Ik passeerde het op de fiets, komend vanuit westelijke richting. Hoewel ik het voormalige Proefstation wel vaker fietsend passeer, viel nu ineens mijn oog op dit aan een verroeste paal bevestigde bordje:
Een vrij curieus bordje, zo bleek me bij nadere inspectie:
Het bordje bevatte de met twee grijze gleufschroeven bevestigde restanten van wat ongetwijfeld ooit een Art. 461-bordje was geweest. Het bijzondere was dat onder de restanten van dat Art. 461-bordje een ander bordje schuilging. Een bordje met een slechts gedeeltelijk zicht- en leesbaar opschrift. En dat slechts gedeeltelijk zicht- en leesbare opschrift prikkelde mijn nieuwsgierigheid zodanig, dat ik na een minutenlange innerlijke worsteling (‘Gij zult zelfs restanten van verweerde Art. 461-bordjes onaangeroerd laten’), in kleine stapjes mijn zonde beging.  



‘Verkoop van champignons’, zult u zeggen. Lijkt op het eerste gezicht inderdaad voor de hand te liggen. Maar als er daadwerkelijk ‘Verkoop van champignons’ op het onderliggende bordje had gestaan, zou het er ongeveer zo hebben uitgezien:
Hoewel ik op het gebied van bordjes-met-opschrift al heel wat heb meegemaakt, zou dat qua vlakverdeling toch wel heel erg kras zijn. Wie weet is het bordje wel gemaakt door een vrij formeel iemand en stond er dit:
Andere optie: de medewerkers van het voormalige Proefstation waren het moe dat mensen de godganse dag kwamen vragen of ze de champignons ook verkochten. Om van het gezeik af te zijn hingen ze op een gegeven moment dit bordje op:
Al is het natuurlijk ook mogelijk dat het voormalige Proefstation, toen het al wat slechter ging, een verkoper van fietsonderdelen onderdak heeft geboden:
Terwijl ik verwachtte dat mijn burgerlijke ongehoorzaamheid tot duidelijkheid zou leiden, heeft ze het raadsel slechts vergroot. Boontje komt om zijn loontje – berouw komt na de zonde. Wat rest is de hoop op genade van Hem.

Klein mysterie 554 – Sint-Lambertusplein (3)

In Hallo Horst aan de Maas – opmerkelijk genoeg door hele volksstammen ‘de Hàllo’ genoemd, met de klemtoon op de eerste lettergreep – deze week aandacht voor de aanstaande herinrichting van het Horster Sint-Lambertusplein (klik hier). Dat verandert de komende maanden in een ‘evenementen-, sport- en spelplein’, aldus Thijs Hermans, de ‘ontwerp adviseur openbare ruimte van gemeente Horst aan de Maas’. Er komen een fontein van tien bij tien meter en (demontabele) spelelementen. ‘Ook bomen en bankjes moeten eraan bijdragen dat er meer beleving en activiteit op het plein komt.’ Thijs Hermans: ‘Het is nu heel doods.’
Enkele jaren geleden (klik hier) leek voor het Sint-Lambertusplein nog een rol te zijn weggelegd als ‘plek waar bezoekers Limburg tot in de haarvaten kunnen beleven’. Het plein moest gaan bijdragen aan ‘de opschaling van de verkoop van streekproducten’ en dienen ‘als hét landmark voor heel Limburg’. Vaagtaal waar sindsdien gelukkig nooit meer iets van is vernomen.
Wat ik me afvraag bij alle plannenmakerij: is ook ooit overwogen niets te doen? Ik bedoel: is ooit de optie voorbijgekomen het plein te beklinkeren, te bekiezelen of te besplitten en er verder met de handjes van af te blijven? Waarom moet er per se ‘beleving en activiteit’ op het plein zijn? Waarom mag een plein niet eens een keer leeg zijn? Omdat dat ‘doods’ is? Wat is er dan tegen op doodse pleinen? Noem het ‘een verstild plein’ en je kunt er pr-matig nog mee scoren ook. Want u wilt me toch niet vertellen dat u op vakantie in Toscane een volgens uw reisgids ‘verstild plein’ links laat liggen?  
Als het Sint-Lambertusplein nu een afzichtelijk plein was, zou het misschien nog allemaal anders zijn. Maar het plein heeft meer dan genoeg intrinsieke kwaliteiten om het zonder tralala af te kunnen. Bovendien zou een leeg Sint-Lambertusplein een mooi tegenwicht vormen voor de terrasterreur op dat andere grote plein in het centrum van Horst, het Wilhelminaplein.
Het heeft er alle schijn van dat de horror vacui  heeft toegeslagen. Horst staat in deze angst voor de leegte overigens bepaald niet alleen. Zo verkeer ik wekelijks in Maastricht en ik kan u verklappen: minstens de helft van het jaar is het Vrijthof – een plein dat misschien nog wel mooier is dan het Sint-Lambertusplein – volgeplempt met wanstaltige bouwsels. Is het niet voor het Preuvenemint, dan wel voor André Rieu. Is het niet voor Magisch Maastricht, dan wel voor een lichtspektakel.
En zo is het overal. Maar ach, ik ben slechts een roepende op een leeg plein.

Klein mysterie 553 – UTA

Een bijzonder fraai ensemble van borden bevindt zich op de kruising Zwarte Plakweg – Midden Peelweg in America. (En dan te bedenken dat er hele oorlogen hebben gewoed over dat ene lullige doek van Behoud De Parel, maar dit terzijde.)
Over elk van deze vier borden (vijf met het hekwerkbordje erbij, en zelfs zes als we het tijdelijke asperges-en-aardbeienbordje ook meetellen)
valt een heel verhaal te vertellen. In het geval van het Golfhorstbordje heb ik dat in het verleden al eens gedaan. Tankstation, DKV en Atent komen een andere keer wellicht aan de beurt. Voor nu wil ik me concentreren op UTA. Je komt het wel vaker tegen in de buurt van tankstations. Tot gisteren wist ik niet wat UTA betekent. Google bood zoals altijd uitkomst: UNION TANK Eckstein GmbH & Co. KG. UTA is (naar eigen zeggen): ‘De toonaangevende tank-en servicekaartenleverancier voor het goederen- en personentransport. Met een compleet pakket bieden wij al meer dan 50 jaar een merkongebonden service voor de transport in Europa. UTA behoort tot één van de beste firma’s in de branche met meer dan 48.000 acceptatiepunten in 39 Europese landen.’ Ja, ja. Het zal wel weer aan mij liggen, maar ik begrijp er geen hout van. Maakt ook niet uit, het gaat eigenlijk helemaal niet over UTA. En eigenlijk toch ook weer wel.
Ik mocht dan onbekend zijn met de betekenis van dit UTA, UTA-bordjes vallen me wel altijd op. Komt door Willem van Hanegem. Dit zit zo: Willem van Hanegem speelde van 1968 tot 1976 bij Feyenoord. Dat wint op 6 mei 1970 als eerste Nederlandse club de Europa Cup I. Op 9 september van datzelfde jaar volgt ook nog de Wereld Cup. Een week later, op 15 september, treedt Feyenoord in de eerste ronde van de volgende editie van de Europa Cup I in De Kuip aan tegen de kampioen van Roemenië, het nietige UT (‘Uzina Textilă’) Arad. De wedstrijd eindigt in een schamel gelijkspel (1-1), maar de algemene verwachting is dat de op dat moment beste club van de wereld op 30 september in Arad over de Roemenen heen zal walsen. Mooi niet dus: 0-0! De Europees en wereldkampioen uitgeschakeld! Tegen het nietige UT Arad! Ofwel UTA!
En nu komt Willem van Hanegem weer om de hoek kijken. In dit uit 1974 daterende boekje openbaart Van Hanegem dat telkens als hij aan een tankstation met zo’n UTA-bordje voorbijkomt, oude wonden worden opengereten.
Dat wil zeggen: ik was er heilig van overtuigd dat Van Hanegem die openbaring in dit boekje deed. Ik heb het de afgelopen dagen zes keer van voor naar achter en van achter naar voor doorgebladerd, maar niets. Hetzelfde heb ik gedaan met mijn andere Van Hanegemania.
Ook niets. Om je kapot aan te ergeren. Om gek van te worden. Gaat geheid leiden tot oude wonden die worden opengereten telkens als ik aan een tankstation met zo’n UTA-bordje voorbijkom.   

maandag 7 april 2014

Top 5 – Horster golfbanen

Komend weekend weer de open golfdagen.
Heeft u er net zo verlangend naar uitgezien als ik? De open golfdagen luiden toch elke keer weer het heerlijke seizoen van het dolce far niente in. Aangenaam zonnetje, zorgen zijn voor morgen, polo, bermuda en softspikes aan, hup de cabrio in en op naar de course! En weet u wat het mooie is? Waar je vroeger stad en land moest afreizen er een te vinden, is nu zelfs Horst aan de Maas voorzien van een rijk geschakeerd aanbod aan banen. Die-Qual-der-Wahl-achtige taferelen liggen dan ook nadrukkelijk op de loer. Maar Horst-sweet-Horst zou Horst-sweet-Horst niet zijn als het u geen helpende hand zou bieden. Daarom hierbij de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horster golfbanen:

5. De Golfhorst, America
Landelijk gelegen baan met achttien holes en grote hoogteverschillen. Dit vereist wel een goed gedoseerde slag om naar een hoger gelegen green te spelen. Longhitters moeten zich beheersen of ze moeten er helemaal voor gaan, precisiespelers kunnen hun hart ophalen met goedgeplaatste approaches. Absoluut hoogtepunt is hole 3, een par 5 over 467 meter. De Golfhorst valt te prefereren boven De Peelse Golf in Sevenum, die een aanzienlijk minder toegankelijke indruk maakt.

4. Voetgolf, Sevenum
Gloednieuwe baan, achttien holes van tien tot honderd meter, met elk een verschillende afstand, par en hindernissen. Uiteraard te bespelen zonder GVB. De tees zijn gelukkig aangepast aan de grootte van de bal. Met adembenemende vergezichten op het voortrazende verkeer op de A67. Oordopjes zijn gratis bij het clubgebouw verkrijgbaar. Een tegenvaller is wel het ontbreken van een drivingrange en een stroke-index.

3. Boerengolf Maria-hoeve, America
De greenkeeper geniet hier ongetwijfeld al vele jaren van zijn pensioen, al doet dit niets af aan de charme van deze baan die misschien nog het best kan worden omschreven als ‘robuust’. Het meenemen van een spotter is wel een absolute must. De eveneens aan te bevelen neusknijpers zijn in ruime mate voorhanden in het clubgebouw. Handicarts dienen over een behoorlijk motorvermogen te beschikken.

2. Boeren- en frisbeegolf ’t Brugeind, Meerlo
Het boerengolf verschilt hier niet wezenlijk van dat bij Maria-hoeve, al zijn de roughs bij ’t Brugeind misschien nog wel mooier. Frisbeegolf heeft als voordeel dat de club thuisgelaten kan worden. Daar staat dan weer tegenover dat een helm onontbeerlijk is omdat het target nog wel eens wil worden gemist. Pitchen is hier een ware sensatie, droppen moet als het even kan worden vermeden.    

1. Schrobbergolf, Melderslo
Horst-sweet-Horst durft gerust de stelling aan dat je nergens ter wereld beter kunt schrobbergolfen dan op de spic-and-span-baan van camping D’n Eykelenbosch. De greens zijn hier werkelijk om door een ringetje te halen en de fairways zijn eveneens onberispelijk. Pluspunt is ook de chipping green, waar de chips kunnen worden geoefend: chippen is zoals bekend een van de moeilijkste onderdelen van schrobbergolf. Neem wel uw eigen schrobber mee (bij voorkeur een Kärcher PS 40 Power), want met de Gardena Cleansystem Comfort die je bij het clubhuis krijgt aangereikt, is het bijzonder lastig faden.