zondag 1 september 2024

Intermezzo – Californische gronddeal (3)

Woensdag behandelt de gemeenteraad van Horst aan de Maas een rapport van Bureau Necker over de omstreden gronddeal in glastuinbouwgebied Californië. U weet wel, die deal waarbij Lodewijk Burghout, de directeur van Californië BV, als privépersoon ver beneden de marktprijs grond kocht van zijn eigen werkgever. Het rapport van Necker werd op 3 juli aangeboden aan de gemeenteraadsleden, maar wordt pas woensdag openbaar gemaakt. De gemeente legde op 4 juli uit waarom: ‘Hiermee wordt voorkomen dat in het zomerreces over het rapport in de pers en sociale media al veel meningsvorming ontstaat, waar de raad(sleden)en college(leden) niet op kunnen reageren, omdat de openbare behandeling pas later plaatsvindt.’ 


Met het rapport gebeurde wat altijd gebeurt met zulke rapporten: het werd gelekt naar de pers. Gisteren citeerde De Limburger eruit. Logisch gevolg: toch meteen voortijdige meningsvorming in de sociale media en nu ook op Horst-sweet-Horst.

Eerst over die geheimhouding: waarom is het zo erg als er meningsvorming ontstaat in pers en sociale media? In het geval Californië komt alle eer toe aan pers en sociale media. Zonder hun feitenonderzoek en meningsvorming zou het nooit tot een onderzoek zijn gekomen. De gemeenteraad zou ook dankbaar moeten zijn voor reacties in pers en sociale media op het rapport. Die zouden de raad juist kunnen helpen bij zijn eigen meningsvorming. En dat raadsleden en collegeleden niet zouden kunnen reageren blijkt onzin te zijn: burgemeester Ryan Palmen veegde gisteren al zijn straatje schoon in De Limburger.


Aan de Californië-deal kleven juridische en morele aspecten. Over de juridische aspecten schrijft De Limburger: ‘Volgens het Necker-rapport is de vergunningverlening volgens de regels gegaan en hebben ambtenaren en politici niks fout gedaan.’ Journalist Rob Cox noemt dat ‘een matige conclusie’ omdat iedereen op het gemeentehuis zich in allerlei bochten wrong om vergunningen te regelen voor Burghout. Zit iets in lijkt me, maar als we voor het gemak toch even aannemen dat Necker gelijk heeft, resteren de morele aspecten.


Dat een bedrijf ver onder de prijs grond verkoopt aan zijn eigen directeur is op zich al verwerpelijk, maar wat het tot een niet te verteren zaak maakt is dat overheden, waaronder de gemeente Horst aan de Maas, indirect aandeelhouder zijn van dat bedrijf. Volgens De Limburger zegt Burghout in het rapport: ‘Sinds 2019 wist iedereen dat ik achter de plannen zat.’ Iedereen? Volgens burgemeester Palmen drong dit besef pas in mei 2021 door op het gemeentehuis. Zelfs als dit zo is, blijft de vraag waarom het gemeentebestuur ook daarna de rode loper voor Burghout bleef uitleggen en waarom het de gemeenteraad niet meteen op de hoogte bracht. Omdat het de integriteitsverdenking niet rond had, volgens burgemeester Palmen. Dat kan zo zijn, maar niets stond het gemeentebestuur in de weg om de deal in het openbaar als laakbaar te kwalificeren en om de rode loper in te ruilen voor een spijkerbed. Dit gebeurde niet. In plaats daarvan bleef het gemeentebestuur maar halfslachtig handelen en de gemeenteraad afschepen.  


Dat het morele kompas van het gemeentebestuur in elk geval in deze zaak niet functioneerde, is hoogst verontrustend. Her en der wordt de verwachting uitgesproken dat woensdag koppen gaan rollen. Die verwachting heb ik zelf niet. Zelfreinigend vermogen ontbreekt in de Horster politiek. En het is de gemeenteraad die de koppen zou moeten laten rollen, maar een grote raadsmeerderheid heeft in deze zaak vanaf het begin alles voor zoete koek geslikt. Het zou daarom ongeloofwaardig zijn als de raad nu ineens wel een hoge toon zou aanslaan.

donderdag 29 augustus 2024

Intermezzo – Schume

Graaiend in de grabbelton die dialect heet, stuitte ik een dezer dagen op het werkwoord schume. Als de zomer op z’n laatste benen loopt, breken namelijk de hoogtijdagen van het schume aan. Althans voor mijn gevoel en althans vroeger.


Beeld dat onmogelijk uit mijn geheugen is te griffen: appels schume eind jaren zeventig uit de grote boomgaard aan de Vliegert, in het buitengebied van Castenray. Veel bedreven bezigheid door uit Horst en omstreken afkomstige leerlingen van Boschveldcollege en Jeruzalem in de eerste weken na de grote vakantie. Maar niet door mij. Waarom niet? Lafjes zou ik kunnen zeggen dat de smaak van het aldaar geteelde ras appels me niet aanstond. Of dat mijn vaste route van en naar Boschveld via de destijds nog onverharde Oosterbosweg verliep. Maar het eerlijke antwoord is dat ik te braaf was om appels te schume.    


Schume is een woord dat voorkomt in de dialectwoordenboeken van zowel Horst (schume) als Meerlo-Wanssum (schümme) als Sevenum (schûme) als Venray (schume). Betekenis? ‘Kleine diefstal’ volgens het Venrays woordenboek. Het dialekt van de gemeente Meerlo-Wanssum zegt ‘stelen op kleine schaal, b.v. appels en kersen door jongens’. Zou best eens kunnen kloppen dat vooral jongens zich eraan bezondigen. ‘Stelen’ of ‘diefstal’, zoals al die woordenboeken zeggen, zal het volgens de letter der wet ongetwijfeld zijn. Toch zie ik schume eerder als een sport om te ontkomen aan de grijpgrage handen van de eigenaar van de fruitbomen. Om het fruit zelf is het de schumers veel minder te doen, vermoed ik. Beschouw het als een vorm van baldadigheid, iets dat irritant kan zijn maar waar je verder niet al te dramatisch over moet doen.


Wordt er tegenwoordig nog geschuumd? Weinig, naar mijn idee. Wordt er tegenwoordig nog illegaal fruit geplukt in boomgaarden? Evenveel als vroeger lijkt me. Wat is dan het verschil? Dat het werkwoord schume – ‘schuimen’ is trouwens het Nederlandse equivalent – vandaag de dag nauwelijks nog wordt gebruikt. Is dat jammer? Ja, in mijn ogen is de teloorgang van het dialect een verarming, het dialect is een factor die mede onze identiteit bepaalt. Maar soms gaan dingen zoals ze gaan. Tegen bepaalde ontwikkelingen is het nagenoeg onmogelijk weerstand te bieden. Ik vrees dat dat ook voor het dialect geldt, alle subsidies en speciale stimuleringsprogramma’s ten spijt. De verarming van het dialect zal in steeds hoger tempo voortgaan totdat het over enkele generaties is verworden tot folklore.

Wie nog wil gaan schume kan daar maar beter niet te lang meer mee wachten.  

(Dit stukje verscheen gisteren ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 27 augustus 2024

Intermezzo – Pompstation Lottum (3)

Vanochtend bij het ontbijt lees ik op Horst Online dat het pompgebouw van het in Lottum gelegen waterpompstation over twee jaar wordt gesloopt (klik hier). Hoewel dit bericht er al een hele tijd zat aan te komen, verslik ik me toch bijna in m’n bammetje. Eenmaal bekomen van de eerste schrik dringt tot me door: over twee jaar! Dat betekent dat er nog zo’n zevenhonderd dagen resten om de sloop van dit iconische gebouw te voorkomen!


Het pompstation aan de Broekhuizerweg moet omstreeks 1965 in gebruik zijn genomen. Dat maakt het pompstation en mij tot leeftijdgenoten. Gedurende mijn hele leven ben ik het regelmatig gepasseerd. Onbegrijpelijkerwijs duurde het tot mei 2015 voordat ik het echt ontdekte. Ik wijdde er destijds twee stukjes aan (klik hier en hier).


Een ‘fantastisch gebouw’ noemde ik het. En ik verwoordde wat me aansprak in het gebouw, of beter gezegd het ensemble van gebouwen (het pompstation is namelijk meer dan het pompgebouw): ‘In de eerste plaats die grotendeels glazen voorgevel van het hoofdgebouw met zijn strakke ritme, die het de allure van een grootstedelijke flat verleent. Jammer dat alleen de derde horizontale rij ramen van boven daadwerkelijk een inkijkje biedt. Alle overige ramen zijn voorzien van een melkachtig glas. Kan onmogelijk de bedoeling zijn, lijkt me. In mijn herinnering was het vroeger ook anders.’


Wat me nog meer aansprak? ‘De hermetische, rode bakstenen achtergevel van het hoofdgebouw, een verschil van dag en nacht met de voorgevel. Achter: ongenaakbaar en streng; voor: open en uitnodigend. Ook mooi: de stilistische eenheid tussen hoofdgebouw en bijgebouwen. En laat ik vooral ook de architectonische detaillering en de beplanting niet vergeten. Aan alles valt af te lezen dat dit complex uiterst zorgvuldig is vormgegeven en dat bij de bouw niet op een gulden meer of minder hoefde te worden gekeken.’


Het pompstation is een van de elf gebouwen in de gemeente Horst Horst aan de Maas die staan vermeld in het uit 2000 daterende Architectuur in Noord- en Midden-Limburg 1900-2000: ‘Het pompstation, waarvan de architect niet is te achterhalen, kenmerkt zich door een rijke zoniet overdadige detaillering. Het is een poging om dit utilitaire gebouw omzichtig in te bedden in de omgeving.’


Dat het bericht van de sloop eraan zat te komen, werd me in november van het afgelopen jaar duidelijk. Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) destijds op haar website: ‘Ondanks dat het pompstation enkele keren is gerenoveerd, zijn het gebouw en de winputten aan vervanging dan wel renovatie toe. WML gaat fasegewijs nieuwe winputten boren, een deel van de installatie renoveren en op hetzelfde terrein een nieuw pompstation bouwen.’


Het pompstation in Lottum is het zoveelste prominente gebouw in Horst aan de Maas uit de wederopbouwperiode dat verloren dreigt te gaan. Je kunt niet alles bewaren. Maar de veronachtzaming van architectuur uit de eerste naoorlogse decennia neemt geleidelijk wel buitensporig rigoureuze vormen aan. Als de gemeente Horst aan de Maas nu eindelijk eens serieus werk gaat maken van inventarisatie en behoud van wederopbouwarchitectuur is er misschien nog hoop voor het pompgebouw in Lottum.

vrijdag 23 augustus 2024

Intermezzo – Vuurwerk (2)

Het feestje morgen gaat dus niet door! Dat wil zeggen, ik vermoed dat het besloten feestje wel doorgaat maar de geplande vuurwerkshow (klik hier) niet. Omdat de gemeente Horst aan de Maas er op het allerlaatste moment een stokje voor heeft gestoken.


‘Naar aanleiding van een melding door de Provincie Limburg van een vuurwerkshow op Kasteellaan 1 hebben wij de melding nader bekeken’, meldt de gemeente vandaag (klik hier). Zou het echt zo zijn gegaan? Of zou dit de waarheid dichter benaderen: ‘Naar aanleiding van de commotie die is ontstaan over een voorgenomen vuurwerkshow in de Kasteelse Bossen hebben we ons nog eens achter de oren gekrabd’? De melding van de provincie dateert namelijk al van 19 juli, ruim een maand geleden. Waarom zou je het nader bekijken van die melding dan uitstellen tot het allerlaatste moment?


De gemeente meldt verder: ‘Op basis van de ligging en de mate van overlast hebben wij besloten niet mee te werken.’ In De Limburger voegt ze daaraan toe: ‘Wij vinden vuurwerk op basis van de ligging – in de buurt van de snelweg A73 en met een grote vleermuizenkolonie in het kasteel* – niet wenselijk.’ Inderdaad! Maar je mag toch hopen dat dat al sinds 19 juli het geval was? Waarom heeft de gemeente dan niet eerder actie ondernomen?


De gemeente zegt ook dat ze er pas na het nader bekijken van de melding achter is gekomen dat het vuurwerk niet zou worden afgestoken bij Graaf ter Horst (Kasteellaan 1) maar op de voorburcht van de ruïne van kasteel Huys ter Horst (Kasteellaan 2), een gemeentelijk eigendom. ‘Wij hebben voor deze locatie geen toestemming gegeven, en gaan dit ook niet doen, om vuurwerk af te steken op zaterdag 24 augustus.’ Dit suggereert dat de gemeente machteloos had moeten toekijken als de vuurwerkshow bij Graaf ter Horst zou hebben plaatsgevonden. Maar ook dan had de gemeente de show zowel op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) als op grond van de Gemeentewet kunnen verbieden. Hetgeen eens te meer doet vermoeden dat de publieke verontwaardiging de ware aanleiding vormt voor het afblazen van de show. 

* Lees de reactie hierop van bioloog Wim Heijligers: 'Vleermuizenkolonie? 's Winters ja, en dan is rust op de plek waar ze overwinteren nodig om verstoring te voorkomen. Maar in de zomer huizen de vleermuizen elders in holle bomen e.d. Dus een oneigenlijk argument. Maar wellicht zijn er andere, wel valide argumenten om hier geen vuurwerkshow te willen.'

maandag 19 augustus 2024

Intermezzo – Vuurwerk (1)

Wie het Horster nieuws een beetje volgt kan het moeilijk zijn ontgaan: komende zaterdag vindt in de Kasteelse Bossen op een besloten feestje een vuurwerkshow plaats. De melding hiervan door Omroep Horst aan de Maas (klik hier) en Nu Horst aan de Maas (klik hier) leidde tot hevige verontwaardiging op de sociale media. En die leidde op haar beurt weer tot hevige verontwaardiging over de hevige verontwaardiging.


Beide media meldden dat de organisatoren van het evenement ‘bij de kasteelruïne in Horst’ hen hadden laten weten dat het vuurwerk overlast voor dieren met zich mee kan brengen. Omroep Horst aan de Maas citeerde het persbericht:
‘Denkt u er aan eventueel aanwezige dieren (honden, katten, konijnen, kippen etc.) tijdelijk op te hokken of binnen te halen. Als tip geven wij u mee uw radio iets harder te zetten zodat dieren minder last hebben van het geluid dat een vuurwerkshow mogelijk met zich meebrengt.’
Een tip voor overlast die mensen zouden kunnen ervaren werd helaas niet meegegeven. Onder de tafel kruipen misschien? Of een vinger dan wel zakdoek in de oren stoppen? Excuses op voorhand zijn er wel:
‘Mocht u ondanks deze kennisgeving toch hinder van onze show ondervinden of hebben ondervonden; daarvoor onze excuses.’
Kan het schijnheiliger?


Wie het feestje organiseert, wie verantwoordelijk is voor de vuurwerkshow en wat de aanleiding daarvoor is, vermeldden beide media allemaal niet. Waarom niet? Nu Horst aan de Maas tagde wel Caffero, een bedrijf dat vuurwerkshows verzorgt. Wat doet vermoeden dat Caffero ook verantwoordelijk is voor de vuurwerkshow in Horst. En misschien ook wel voor het verzenden van het persbericht. (Detail: Caffero wordt op zijn website aangeprezen door Etienne van den Elzen, twee jaar geleden coördinator van de crisisnoodopvang voor asielzoekers in de Kasteelse Bossen.)  


Wie het feestje organiseert, wordt ook niet duidelijk op de website van de provincie Limburg. De provincie is verantwoordelijk voor het verstrekken van een vergunning voor een vuurwerkshow. Op de website van de provincie valt sinds 19 juli wel te lezen (klik hier) dat Gedeputeerde Staten een vuurwerkmelding hebben ontvangen. Dit betekent dat maximaal twintig kilo pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of tweehonderd kilo consumentenvuurwerk tot ontbranding mogen worden gebracht. Hiervoor volstaat een melding. Die ligt niet ter inzage en het indienen van een bezwaarschrift of zienswijze is niet mogelijk. Verder valt te lezen dat de melding betrekking heeft op Kasteellaan 1. Kasteellaan 1? Dat is niet ‘bij de kasteelruïne’ maar dat is Graaf ter Horst – ook een subtiel verschil is een verschil…


Best opmerkelijk allemaal. Aanleiding voldoende voor Omroep Horst aan de Maas en Nu Horst aan de Maas om er wat dieper in te duiken, zou je denken. Maar nee hoor, allebei bewijzen ze weer eens dat ze in de eerste plaats als doorgeefluiken van berichten moeten worden beschouwd en niet als media die journalistiek bedrijven. 

donderdag 25 juli 2024

Intermezzo – Bergen, woestijnachtige heuvels en vulkanen

Gerede kans dat u dit stukje leest op een of andere Zuid-Europese camping, gezeten op een klapstoel, met een majestueus uitzicht op lonkende Alpentoppen of lieflijke Toscaanse heuvellandschappen. Of anders wel met een ontzagwekkende vulkaan als de Etna, de Stromboli of de Vesuvius binnen handbereik.


Ik schrijf dit stukje gewoon thuis, gezeten aan mijn bureau. Met uitzicht op lonkende bergtoppen, woestijnachtige heuvellandschappen en machtige vulkanen. Heus, ik heb geen stimulerende middelen tot me genomen. Echt niet. Evenmin kijk ik onder het schrijven naar de televisie. En ik heb al helemaal geen bergen- of vulkanenbehang.  


Wat dat panorama dat ik elk moment van de dag voorgeschoteld krijg dan in godsnaam behelst? Welnu, die bergtoppen, heuvellandschappen en vulkanen, onderling losjes verbonden door woestijnen, bevinden zich op de trottoirs rondom mijn huis. Daar bevindt zich een stoeptegelidylle met Sahariaanse trekjes. Niet gecreëerd door de hand van god, niet door de mens, maar door insecten. Wespen vooral, graafwespen, ook wel zandwespen genoemd. Waarvan in Nederland meer dan honderdvijftig soorten leven.


Stoeptegels houden zonnewarmte vast. Graafwespen graven elk hun eigen ondergrondse nest. Die twee gegevens maken de groeven tussen stoeptegels tot een bij uitstek geschikte nestlocatie voor graafwespen. Het zand dat ze afgraven blijft aan de oppervlakte liggen.


Zo vormen zich afhankelijk van de diepte van het nest – die kan variëren van vijf centimeter tot een meter – hoopjes, heuvels of bergen. De vulkaanaanblik ontstaat doordat sommige soorten hun graafwerkzaamheden afsluiten met het maken van een gat in de ontstane zandhoop.


Graafwespen voeden hun larven met insecten. Dat verklaart hun tot de verbeelding sprekende namen als vliegendoder, spieswesp, groefbijendoder, bijenwolf en grote snuittordoder. Graafwespen kunnen dus wel een vlieg kwaad doen, maar de mens doen ze geen vlieg kwaad. Andersom is dat wel het geval. Als je googelt op ‘graafwesp’ voeren websites over plaagdierbestrijding de boventoon. Vanwaar toch altijd dat koersen op de automatische verdelgingspiloot, zelfs als het om niet stekende insecten gaat? Het eeuwige netheidssyndroom? Bekijk graafwespen met een andere blik en de kruispunten van stoeptegels rondom je huis in Griendtsveen, Swolgen of Kronenberg bezorgen je het ultieme vakantiegevoel.


(Dit stukje verscheen gisteren ook in Via Horst-Venray)

woensdag 24 juli 2024

Intermezzo – Bos en Strand

Zonder dat het vooraf was gepland gistermiddag in het Design Museum in Den Bosch beland. En daar beland bij De Grote Vakantietentoonstelling, een expositie over de designgeschiedenis van de Nederlandse vakantieganger. Tot mijn aangename verrassing trof ik daar een groot, ingelijst schetsplan aan van ‘Recreatieoord am.erica’. Gedateerd 18 april 1969 en vervaardigd door het gerenommeerde architectenbureau Van den Broek en Bakema Architecten.

Zomaar op een expositie in Den Bosch een schetsplan van het recreatiepark aan de Laagheideweg in America dat we tegenwoordig kennen onder de naam Het Meerdal. In het plan staan 91 ‘kampeerhuisjes’ ingetekend en verder twee parkeerplaatsen voor vierhonderd auto’s, een terrein voor tenten en caravans met toiletgebouw, drie personeelswoningen, een restaurant, een zwemvijver, een beestenweide, een speelweide en een speeltuin.  


Het recreatiepark ging uiteindelijk in 1971 niet open als Am.erica maar als Bos en Strand. In huize Moorman werd Bos en Strand al snel verbasterd tot Bos en Stront. Vraag me niet waarom. En ja, doorgaans gedijden we beter bij wat fijnzinniger humor.


Bos en Stronders bewogen zich die eerste jaren voort op donkergroene vouwfietsen van een vrij primitief type. Op dinsdagen begaven ze zich in groten getale naar de weekmarkt in Horst. Daarbij passeerden ze ook huize Moorman, inclusief de weelderige voortuin. Die werd door lokalo’s veelal denigrerend afgedaan met ‘waat ennen drek’. Hoe anders reageerden de Bos en Stronders: ‘Oh kijk daar, wat een prachtige botanische tuin!’


De naam Bos en Strand hield slechts enkele jaren stand. De bezoekersaantallen vielen die eerste jaren namelijk nogal tegen. Wikipedia: ‘Uit uitgevoerd marktonderzoek blijkt dat de naam Bos en Strand mensen doet denken aan een winderig oord.’ Het Meerdal werd de nieuwe naam. Die raakte al snel ingeburgerd. Maar niet in huize Moorman: daar bleef Bos en Stront in zwang.

Foto overgenomen uit America in oude foto's en ansichten (Zaltbommel 2006)
Van Het Meerdal hangt in de expositie een ansichtkaart:



Ten slotte een fragment uit een treffende tekst bij het tentoonstellingsonderdeel over recreatieparken:
‘Door de verstedelijking is het natuurlijke landschap in Nederland beperkt. Daarom ontvluchten veel Nederlanders de drukte van de stad door recreatieparken te bezoeken. (…) Uiteindelijk is het ontsnappen uit de stad echter een illusie, aangezien het recreatiepark zelf een ministad is.’

vrijdag 19 juli 2024

Intermezzo – Boerenleenbank

Ik herinner me een rode hardplastic spaarpot die ik op gezette tijden aan de hand van mijn vader of moeder ging legen, waarna het gespaarde bedrag werd bijgeschreven in mijn Spaarboekje. Ik herinner me doorzichtige buizen waarin papiergeld van de ene naar de andere bankmedewerker werd getransporteerd. Ik herinner me dat de kassier Marcellis heette en naast de bank woonde.


Het pand Jacob Merlostraat 11 in Horst was al ruim 25 jaar geen bank en al ruim vijftig jaar geen Boerenleenbank meer. Toch was het voor mij altijd ‘de Boerenleenbank’ gebleven. Ook de laatste restanten van dit instituut zijn nu bijna gesloopt. Het voelt als het einde van een tijdperk. En: wéér een toonbeeld van wederopbouwarchitectuur in Horst naar de gallemiezen. Zonder slag of stoot. Triest.


De Boerenleenbank en de aanpalende kassierswoning werden in 1958 ontworpen door J.J. Margry. Diens ontwerp kwam op de algemene ledenvergadering in maart 1959 ter sprake. Het Dagblad voor Noord-Limburg noteerde: ‘Directeur Versleyen waarschuwde degenen, die het ontwerp te revolutionair vonden, dat het bankgebouw in een zich snel ontwikkelende kern komt te staan en ook over vijftig jaar nog bruikbaar en acceptabel zal moeten zijn.’   


‘Modern landhuis’ en ‘Florissante nieuwbouw’ noemde het Dagblad voor Noord-Limburg de Boerenleenbank bij de opening in 1959. De directeur van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank in Eindhoven verrichtte op woensdag 16 december de openingshandeling, waarna deken Debye het gebouw inzegende.


Uit het Dagblad voor Noord-Limburg van 28 november 1959: ‘Dit moderne pand is een waardige bijdrage tot het algemeen architectonisch beeld van Horst. Dit nieuwe bankgebouw heeft niets van een bastion van bankgeheimen, het staat vanwege het vele glas en het revolutionaire ontwerp dichter bij een modern landhuis.’ Negen loketten telde het gebouw. Tot de inventaris behoorde – in de woorden van de krant – ‘een hypermoderne Amerikaanse boekhoudmachine’ die twintigduizend gulden had gekost. ‘Ten gerieve van het publiek is er in de ruime hal een telefooncel geplaatst.’


Twee jaar na de opening bracht de Horster beeldend kunstenaar Bert Coppus een muurschildering aan in het bankgebouw. Die verdween bij een van de latere uitbreidingen van de bank. Een eerste ingrijpende verbouw vond plaats in 1971, opnieuw onder auspiciën van architectenbureau J.J. Margry. Het betrof vooral een interne verbouwing die nauwelijks gevolgen had voor aanzien en karakter van het gebouw.


Dat was wel het geval met de ingrijpende verbouwing aan het begin van de jaren tachtig. De kassierswoning verdween. Ervoor in de plaats kwam een in mijn ogen volstrekt detonerende aanbouw die het oorspronkelijke karakter van het pand volkomen teniet deed.


Pas bij de recente sloopwerkzaamheden kreeg het gebouw, dat sinds 1998 een niet-bancaire bestemming had, weer heel even iets van zijn vroegere glorie terug.

woensdag 17 juli 2024

Trapveldjesvoetballers (5)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Omar Al Baghdadi, Bureij, Gaza, overleden 9 juli 2024, 12 jaar oud


De twaalfjarige Omar Al-Baghdadi was vorige week dinsdag samen met drie vriendjes op straat aan het voetballen vlakbij zijn huis in vluchtelingenkamp Bureij, toen een Israëlische luchtaanval plaatsvond. Omar was een van de dodelijke slachtoffers. Bureij is al sinds 1949 een vluchtelingenkamp in het centrale deel van de Gazastrook. Toen vorig jaar de oorlog tussen Israël en Hamas uitbrak, telde het kamp een kleine vijftigduizend vluchtelingen. Het actuele aantal mensen dat er verblijft is niet duidelijk.

De zojuist gestorven Omar in de armen van zijn vader Nael Al-Baghdadi (foto AP Photo/Abdel Kareem Hana)
Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas. Ditmaal dat aan de Kamplaan in Hegelsom. Klik hier voor de bron voor dit stukje. 

maandag 8 juli 2024

Intermezzo – Briefje

Briefjesopraper zijn is doorgaans geen bijzonder aantrekkelijk bestaan. Neem alleen al de besmeuring van het opgeraapte briefje met hondenpoep. Of kattenpis. Of allebei. Denk ook aan de verkeersgevaren die je dient te trotseren bij het oprapen. Beeld je de teleurstelling in als je iets speciaals meent te hebben gevonden en het vervolgens een ordinair kassabonnetje van de Action blijkt te zijn. Nog erger: een blanco blaadje. Maar heel af en toe ligt er op het wegdek, het trottoir, de parkeerplaats of in de heg een mooie beloning te wachten op de noest volhardende briefjesopraper. Ik smaakte dat genoegen gisteravond rond een uur of zeven. In de heg naast het verbindingspad tussen Afhangweg en Dentjesweg in Horst lag een verfrommeld briefje dat ik heel even aanzag voor de aankondiging van een buurtbarbecue. Voor de zekerheid raapte ik het toch op. Ik ontvouwde daarna dit juweeltje:


Eerst even over het aanzien van het briefje. Kan bijna niet, maar het lijkt wel alsof de auteur van dit briefje (een jongetje – boven elke discussie verheven) zijn kleurenpalet heeft afgestemd op het kleurenpalet van Xerox. Volmaakte eenheid.


Dan de inhoud. Gesneden koek voor iemand als ik die misschien nog wel meer voetbalplaatjesspaarder is dan briefjesopraper.



Zo moet het zijn gegaan: toen het jongetje nog maar elf van de 108 plaatjes miste uit zijn EK-voetbalplaatjesalbum van Lidl, besloot hij de ontbrekende nummers en de daarbij behorende namen maar eens te noteren op een blaadje. Twee ruilsessies met vriendjes en vriendinnetjes maakten dat hij twee keer vier nummers en namen kon wegstrepen: na de ene sessie de nummers 13, 16, 51 en 99; na de andere 14, 28, 48 en 74. Waardoor hij alleen nog de nummers 40 (Benjamin Sesko), 56 (Stanislav Lobotka) en 74 (Xherdan Shaqiri) dient te verkrijgen.


Zou het bij ruilsessies nog steeds gaan zoals in mijn jeugd? ‘Heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik niet! Heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik niet! Heb ik… heb ik… heb ik… heb ik niet! Heb ik… heb ik… heb ik niet! Heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik… heb ik niet!’


Inmiddels heb ik met grote dank aan vele vrienden en bekenden mijn eigen EK-voetbalplaatjesalbum van Lidl al voor twee derde gevuld (wat een gruwelijke bezigheid trouwens om die plaatjes in het juiste vakje gefrot te krijgen). En ben ik ook in het gelukkige bezit van de nummers 40 en 74. Mocht het jongetje die nog steeds missen, dan sta ik ze met alle liefde en plezier aan hem af.