Soms geloof je je ogen niet. Lopend door de Schadijkse Bossen nabij het
noordelijke uiteinde van de Silvesterweg meende ik enkele jaren geleden honderden
meters verderop een wit ree of hert te zien. Ik geloofde m’n ogen niet. Op de
foto die ik met m’n telefoon maakte was niet meer dan een vage schim te zien.
Te grote afstand, te slechte telefoon. Ik hield het erop dat m’n ogen me hadden
bedrogen, te meer omdat uit enig gegoogel bleek dat witte reeën of herten uiterst
zeldzaam zijn.
Fietsend van America richting Meterik over het fietspad langs de Meteriksebaan geloof ik vanmorgen om twaalf uur opnieuw m’n ogen niet. Twee naar het wit neigende hert-achtigen op een meter of vijf afstand, grazend aan de bosrand. Kan toch niet? Zijn het niet twee opgeschoten honden? Nee. Ook op het tweede gezicht zijn het hert-achtigen. Van de eerste verbazing bekomen stap ik af, in de verwachting dat de dieren nog voordat m’n voeten de grond hebben geraakt, verdwenen zullen zijn in het bos. Dus niet. Onaangedaan grazen ze verder. Foto.
Terwijl twee fietsende dames naderen, maken ze aanstalten om de Meteriksebaan
over te steken. Foto.
Doodgemoedereerd kuieren ze over het fietspad, de dames zijn inmiddels
afgestapt. Foto.
Even doodgemoedereerd kuieren ze over de Meteriksebaan richting de bosrand aan
de overzijde. Foto.
Een auto passeert stapvoets. Foto.
Langzaam verdwijnen ze uit beeld. Foto.
Het tafereel duurt nauwelijks een minuut. De vredigheid, de sereniteit, het al
dan niet vermeende wegvallen van alle geluiden blijven me nog wel een tijdje
bij. Betoverende, droomachtige sfeer, die me doet denken aan On body and
soul, een van mijn favorietste films. Twee herten spelen er een belangrijke
bijrol in. Andere gedachte die opkomt: was het wel gezichtsbedrog,
enkele jaren geleden aan de Silvesterweg?
Ik fiets verder. ‘Gelukt met de foto’s?’, vraagt een van de dames als ze me elektrisch aangedreven inhaalt.
‘Volgens mij wel.’
‘Was bijzonder.’
‘Kan je wel zeggen, ja. Ze waren absoluut niet schuw, misschien zijn het exotische dieren die zijn ontsnapt uit een hertenweide.’
‘Zou je bijna denken, ja.’
Misschien iemand een andere, betere verklaring?
Fietsend van America richting Meterik over het fietspad langs de Meteriksebaan geloof ik vanmorgen om twaalf uur opnieuw m’n ogen niet. Twee naar het wit neigende hert-achtigen op een meter of vijf afstand, grazend aan de bosrand. Kan toch niet? Zijn het niet twee opgeschoten honden? Nee. Ook op het tweede gezicht zijn het hert-achtigen. Van de eerste verbazing bekomen stap ik af, in de verwachting dat de dieren nog voordat m’n voeten de grond hebben geraakt, verdwenen zullen zijn in het bos. Dus niet. Onaangedaan grazen ze verder. Foto.
Ik fiets verder. ‘Gelukt met de foto’s?’, vraagt een van de dames als ze me elektrisch aangedreven inhaalt.
‘Volgens mij wel.’
‘Was bijzonder.’
‘Kan je wel zeggen, ja. Ze waren absoluut niet schuw, misschien zijn het exotische dieren die zijn ontsnapt uit een hertenweide.’
‘Zou je bijna denken, ja.’
Misschien iemand een andere, betere verklaring?






Geen opmerkingen:
Een reactie posten