dinsdag 1 september 2026

Intermezzo – Vogelverschrikker

Het Michelinmannetje ademde nog luchtigheid, joie de vivre, een Tour-de- France-gevoel. De maanmannetjes stonden symbool voor het veronderstelde, schier onbegrensde vermogen van de mens. De kentering kwam in 1992 met de Bijlmerramp. Sindsdien hebben mannen in witte pakken hun onschuld verloren.

Lang voordat het woord gewasbescherming werd opgestoten in de vaart der volkeren om begrippen als ‘bestrijdingsmiddelen’ en ‘gif’ – die het beestje bij de naam noemen – te doen vergeten, bestonden er al gewasbeschermers in de ware zin des woords. Die gewasbeschermers noemen we vogelverschrikkers. Voor het merendeel kerels. Stoer, afschrikwekkend, soms aandoenlijk of karikaturaal. Maar aan vogelverschrikkers kleeft vaak óók iets lugubers. Haveloze kleren, onderontwikkelde ledematen, gehavend of zelfs ontbrekend gezicht, stokstijf staand of hangend in het lege land.

Fietsend onderweg naar Lottum sloeg ik twee weken geleden op de Denenweg in Melderslo rechtsaf naar de Losbaan. Zag ik dat nou goed? Had zich daar in de verte, op die kale akker aan mijn rechterhand, een man in een wit pak verhangen? Nee dus, bleek bij nadere inspectie. De man in wit pak was een vogelverschrikker. Toppunt van luguberte: vogelverschrikkers in witte pakken, hangend aan een paal.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten