maandag 15 mei 2017

Klein mysterie 741 – Verval (2)

Als betrokken lid van de Vereniging tot Instandhouding van het Verval beleefde ik vorige week dinsdag een zwarte dag. De gemeenteraad van Horst aan de Maas ging die dag namelijk bij hamerslag akkoord met het bestemmingsplan ‘Bondserf ongenummerd’ te Meterik. ‘WTF!’, zou u kunnen denken. Dat mag. Maar misschien reageert u wat genuanceerder als ik u vertel dat dit besluit het einde inluidt van een van de fraaiste staaltjes van verval in Horst aan de Maas.
‘Bondserf ongenummerd’ is een perceel van ongeveer achthonderd vierkante meter in het centrum van Meterik. Hoofdbestanddeel van het perceel is een champignonkelder die jaren geleden buiten werking is gesteld. Daarna heeft geen mens meer omgekeken naar het perceel. Dit heeft geresulteerd in een paradijsje. In oktober 2013 nam ik er voor het eerst een kijkje (klik hier). Wat ik toen zag? 
‘Ik zag jarenlange verwaarlozing die hier een klein paradijs heeft geschapen. Ik zag planten, struiken en bomen die zonder menselijk ingrijpen gewoon hun gang zijn kunnen gaan. Ik zag de grip die de tand des tijds langzaam begint te krijgen op de opstallen van de voormalige champignonkwekerij. Ik zag een gedroomd decor voor buitendingen, een gedroomd decor voor jongeren die zich voor even willen onttrekken aan het ouderlijk gezag, een gedroomd decor voor belevingstheater. Ik zag kortom fantastisch verval. In de Romantiek zouden ze er een moord voor hebben begaan.’
En nu, terwijl het er alleen maar mooier op is geworden, moet dit paradijsje wijken voor een paar woningen. Tot onuitsprekelijke vreugde van de Spießbürger. In het bestemmingsplan (klik hier) heet het: ‘Bovendien is het perceel in de loop der jaren verrommeld en een doorn in het oog voor de omgeving. Het slopen van de aanwezige bebouwing en het verwijderen van het ongewenste groen is een aanzienlijke verbetering voor de omgeving.’ Ook de Dorpsraad Meterik kraait van plezier: ‘De dorpsraad is erg blij dat er nu eindelijk daadwerkelijke stappen worden gezet om te komen tot het opruimen van deze lelijke puist.’
Zucht. Ik kan alleen maar herhalen wat ik in oktober 2013 schreef: ‘Erken nou verdorie toch eens dat ook in verval schoonheid kan schuilen. Omarm het verval, koester het! Verval hoort nu eenmaal bij de Werdegang van dingen. Waarom zou je je daarvoor schamen? Waarom zou je het verbergen? Is zo’n perceel in staat van ontbinding niet veel spannender, uitdagender, prikkelender dan de zoveelste steriele tuin, fantasieloze woning of eenvormige parkeerhaven?’
Intussen zet de Vereniging tot Instandhouding van het Verval haar strijd voor behoud van het verval onverminderd voort. Kent u nog vervallen plekjes in Horst aan de Maas die worden bedreigd in hun voortbestaan? Meld het via horstsweethorst@gmail.com en ik zorg ervoor dat uw melding op de juiste plaats belandt. 

zondag 14 mei 2017

Klein mysterie 740 – Martin Bom

Voor de afwisseling weer eens een duikje in het verleden. Het altijd boeiende verleden. Om de een of andere reden heeft geschiedenis de naam stoffig en saai te zijn. Volkomen ten onrechte: geschiedenis is net zo stoffig en saai als je het zelf maakt. Geschiedenis prikkelt de verbeelding en als je er oog voor hebt ligt op elke hoek de emotie voor het oprapen. Oók het archief van de gemeente Horst aan de Maas bevat tal van documenten die het leven van soms honderden jaren geleden dichtbij brengen, welhaast tastbaar maken. Zoals het proces-verbaal, opgemaakt na het overlijden van Martin Bom, en diens overlijdensakte (klik op de afbeeldingen om ze te vergroten).*
Woensdag 12 juni 1833. Om zeven uur ’s avonds verschijnt boer Antoon de Bijl bij Leonard Neujean, assessor (een functie enigszins vergelijkbaar met de huidige wethouder) van de gemeente Horst en Sevenum. De Bijl verklaart dat hij die middag ‘in de Peel’ een van turf gemaakte hut heeft zien afbranden. Daarbij is een dodelijk slachtoffer gevallen: de omstreeks tien jaar oude Martin Bom, ‘welke in genoemde hut zich te slapen had nedergelegd’. 
Om zeven uur de volgende ochtend begeeft Neujean zich samen met de veldwachters Jan Hermans en Pieter Peeters naar de plek van de afgebrande hut. Neujean: ‘Aldaar gekomen zijnde, hebben wij hetzelve [kind] zoodanig verbrand gevonden, dat het ons noodzakelijk scheen om hetzelve dadelijk ter aarde te doen bestellen.’ Neujean spreekt vervolgens met de dagloners Jan Dings (31) en Jakob Buijssen (58) en boer Theodor Christiaens (31). Zij zijn alle drie getuige geweest van de brand, maar kunnen het ontstaan ervan niet verklaren. 
Nog diezelfde dag komen Pieter Weijs (63) en Jan de Bijl (21), allebei dagloner en allebei het schrijven niet machtig, bij Neujean aangifte doen van het overlijden van hun buurjongen. Uit de overlijdenakte blijkt dat Martin een dag eerder omstreeks drie uur moet zijn overleden, slechts 11 jaar oud. Wat Antoon de Bijl omschreef als een van turf gemaakte hut in de Peel heet in de overlijdensakte ‘het huis gelegen aan den Oostenrijk in deze gemeente’. 
Al te veel fantasie is niet benodigd om je dit drama voor ogen te kunnen toveren. Daarnaast is er ook het nodige om aan de verbeelding over te laten. Hoe is de brand ontstaan? Waarom legt een 11-jarige jongen zich om drie uur ’s middags te ruste? Waarom duiken de ouders van Martin, Pieter Bom (1778-1848) en Petronella van Kempen (1786-1844), niet in het verhaal op? Worden ze gekweld door zelfverwijten? Zijn ze de klap van het overlijden van hun tweede kind (dochter Maria Petronella was in 1818 negen dagen na haar geboorte overleden) nog te boven gekomen? 

* De genoemde documenten bevinden zich in de archieven van de gemeente Horst (1579-1939) in de inventarisnummers 5118 en 5887. 

zaterdag 13 mei 2017

Top 5 – Horster zadelhoesjes

Tot dusverre altijd onbesproken gebleven op Horst-sweet-Horst: zadelhoesjes. 
Moet er nu eindelijk maar eens van komen. Te meer omdat zadelhoesjes wel eens een verdwijnend cultuurfenomeen zouden kunnen zijn. Wanneer regent het heden ten dage immers nog? Loont zich amper de moeite voor die hoogst enkele keer een zadelhoesje aan te schaffen. Alhoewel ‘aanschaffen’: zadelhoesjes zijn een geliefd gratis verstrekt reclameobject. 
Of zijn de hoogtijdagen van de gratis zadelhoesjes ook alweer voorbij? Want de opmerkelijkste conclusie van wekenlang zadelhoesjesspotten op station Horst-Sevenum: het merendeel van de Horster zadelhoesjes is zelffabrikaat!
Zadelhoesjesspotten is overigens lang niet altijd een onverdeeld genoegen. Ik wil niet verhelen dat me bij tijd en wijle de tranen in de ogen sprongen bij het aanschouwen van de totale vormeloosheid van veel zelffabrikaten. 
Enig esthetisch gevoel is bij menig zadelhoeszelffabrikant ver te zoeken.
Nog zo’n wijdverbreid fenomeen: de snelbinder die het zadelhoesje op z’n plaats moet houden. Kan het triester?
Maar het aller-, allerirritantste van allemaal zijn de zadelhoesjes met door inferieure reclamebureaus bedachte guitige slogans waarin gespeeld wordt met het werkwoord zitten. 


Dit laat allemaal onverlet dat op Horster zadelhoesjesgebied ook heel veel moois valt te beleven. Lang verwacht, eindelijk gekomen: de Horst-sweet-Horst top 5 van Horster zadelhoesjes: 

5.
Hoogwaardig zelffabrikaat. Want probeer het maar eens: een plastic zak zó strak om je zadel bevestigen, zonder gebruikmaking van hulpmiddelen als elastiekjes of een snelbinder. Jammer van die uitstulping linksboven. Waar dan weer een weloverwogen kleurstelling tegenover staat. 

4.
Geen zelffabrikaat, geen reclame. Kortom een klassieke zadelhoes. Vandaag de dag een zeldzaamheid. 

3.
Voor het broodnodige kleuraccent in een grauwe massa. En daar bovenop bevestiging van de local pride.

2.
Kun je zo gehecht raken aan je zadelhoesje dat het je moeite kost er afstand van te doen? Lijkt er verdacht veel op. Talloos zijn de voorbeelden van zadelhoesjes die, gemeten naar objectieve maatstaven, al lang naar een andere wereld zouden moeten zijn geholpen, maar desondanks in ere worden gehouden. Fraaiste exponent van deze zadelhoesliefde is dit verkleurde, bekraste en van een aantal scheurtjes voorziene exemplaar. Heeft recht op een ereplek in het zadelhoesjesmuseum. 

1.
‘Sooo zeg, wat heb jij daar aan je zadel hangen?’
‘Een Christo!’

maandag 8 mei 2017

Intermezzo – Intensieve veehouderij

Morgen vergadert de gemeenteraad van Horst aan de Maas voor de verandering weer eens over de intensieve veehouderij. In Hallo Horst aan de Maas van deze week (klik hier) nam het CDA bij monde van raadslid Henk Weijs alvast een voorschot op de discussie:
‘Het CDA wil bij de kern blijven: wettelijke eisen en voorwaarden om volksgezondheid en milieu te beschermen. Daar moeten veehouders zich aan houden. Over de keuze van ondernemers voor grootschalige of kleinschalige bedrijvigheid, gaan wij als raad niet. Dat is aan de markt. We moeten ook de voordelen van grootschaligheid willen zien.’
De bijdrage van Henk Weijs is getiteld ‘Moeilijke discussie vraagt heldere kijk’. Een titel die de lading dekt. De kijk van het CDA is namelijk volstrekt helder: we leggen de rode loper uit voor de intensieve veehouderij en kijken verder lijdzaam toe. Wordt voldaan aan de wettelijke eisen en voorwaarden? Ja? Dan vort met de geit!
Behalve een heldere kijk is de kijk van het CDA ook een simplistische kijk. En een beperkte kijk. Namelijk een puur economische kijk, waaraan andere kijk-en ondergeschikt zijn. Zoals de ruimtelijke inrichtingskijk. En de landschappelijke kijk. En de esthetische kijk. En de cultuurhistorische kijk. En de dierenwelzijnskijk. En de ethische kijk.
Moeten we de voordelen van grootschaligheid willen zien? Akkoord. Maar wat had het CDA ervan gedacht om dan tegelijkertijd ook de nadelen in ogenschouw te nemen? En waarom zou je je willoos neerleggen bij de (vermeende) dictatuur van de markt? Als het zelfs Wakker Dier lukt de markt te beïnvloeden, dan moet dat voor het CDA toch helemaal een fluitje van een cent zijn?
Het CDA zegt niet te kunnen en willen tornen aan de grootte van bedrijven. Maar op de ligging van bedrijven kan het CDA, ook lokaal, wel degelijk invloed uitoefenen. Niets – geen wettelijke eisen en voorwaarden, geen markt – staat het CDA in de weg om eindelijk eens een halt toe te roepen aan de almaar voortwoekerende aantasting en dichtslibbing van het Horster landschap. En wanneer komt het CDA eindelijk eens tot het inzicht dat landschap iets fundamenteel anders is dan natuur en dat ook landschap bescherming behoeft?
Ach, zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Ik wens de andere partijen in de gemeenteraad morgenavond een bredere kijk toe op de intensieve veehouderij dan het CDA.

Klein mysterie 739 – Pinautomaten

De Rabobank sloot op 28 april tijdelijk de geldautomaten in America, Grubbenvorst en Sevenum. Aanleiding: het toenemend aantal plofkraken van geldautomaten en de daarmee gepaard gaande risico’s voor de veiligheid van direct aanwonenden. De gemeenteraadsfractie van de PvdA stond op haar achterste benen (klik hier):
‘De noodzaak om per direct, zonder een fatsoenlijk alternatief, circa 14.000 van onze inwoners kilometers te laten rijden om bij hun eigen geld te komen ontgaat ons volledig. Schadelijk voor de leefbaarheid, milieu en in de centrumdorpen Sevenum en Grubbenvorst ook voor de economie.’
De PvdA wil nu van het gemeentebestuur weten of de Rabobank de sluiting vooraf heeft besproken met de gemeente. En ook of het gemeentebestuur mét de PvdA vindt ‘dat sluiting van deze geldautomaten zonder een volwaardig alternatief volstrekt onacceptabel is’. Zo ja, dan vraagt de PvdA of het gemeentebestuur er bij de bank op gaat aandringen dat ‘op de kortst mogelijke termijn’ weer gepind kan worden in America, Grubbenvorst en Sevenum.
Ik ben geen Raboklant en koester ook geen bijzonder warme gevoelens voor de Rabobank. Toch keek ik vreemd op van de PvdA-verontwaardiging. En wel hierom:

1. Hoe komt de PvdA aan de wetenschap dat er geen noodzaak was de automaten per direct te sluiten?

2. De noodzaak voor 14 duizend inwoners van Horst aan de Maas om kilometers te rijden om bij hun geld te komen, ontgaat me volledig. Ze kunnen toch ook lopend, fietsend, skeelerend, nordic walkend, kruipend, hinkelend, hinkstapspringend of op een andere niet-milieubelastende manier aan hun geld komen?
3. Waarom zou de Rabobank de sluiting vooraf met de gemeente moeten hebben besproken? De Rabobank is toch geen staatsbank, maar een autonome private onderneming? De gemeente is hierin toch geen partij?

4. Waarom zou de gemeente de sluiting van de geldautomaten zonder volwaardig alternatief ‘volstrekt onacceptabel’ moeten vinden? Een bank is toch niet anders dan een buurtsuper, een bakker, een frietkraam of een café? Van de sluiting van zulke particuliere bedrijven kan de gemeente van alles vinden (doodzonde, ergerlijk, begrijpelijk), maar juist niet dat het onacceptabel is: leuk of niet, de gemeente heeft het te accepteren, ze heeft er geen donder over te zeggen.

5. Als de gemeente de Rabobank zou aanspreken op de tijdelijke sluiting, moet ze dan niet tegelijkertijd ook andere banken aanspreken op het feit dat die zich überhaupt niet vertonen in de meeste kernen van Horst aan de Maas? En Kruidvat op het feit dat het geen vestiging in Lottum heeft? En Albert Heijn op het feit dat het niet in Kronenberg zit?
6. Als de PvdA in dezen dan toch een rol voor de gemeente ziet weggelegd, waarom informeert ze dan niet of de gemeente voornemens is de pijn voor inwoners van de getroffen dorpen te verzachten (denk aan gratis pendeldiensten vanuit het rampgebied naar pinautomaten)? 

7. ‘Wij blijven ons inzetten voor de voorzieningen in onze dorpen!’, belooft de PvdA ten slotte op haar Facebookpagina. Mooie belofte. Maar ook een belofte om met een korreltje zout te nemen, in de wetenschap dat de PvdA bijvoorbeeld verklaard voorstander was van de sluiting van de bibliotheken in Grubbenvorst en Sevenum (bibliotheken: voorzieningen waar de gemeente juist wél van alles over te zeggen heeft en die misschien nog wel meer bepalend zijn voor de leefbaarheid dan pinautomaten).

zondag 7 mei 2017

Intermezzo – Kasteelboerderij (9)

‘Wordt dus vervolgd’, schreef Andries Brantsma op 28 december van het afgelopen jaar in een ingezonden bijdrage over de verkoop van de Kasteelboerderij (klik hier). Nu, enkele maanden later, heeft hij het hele verhaal op een rijtje. Hij heeft het verwoord in een totaaloverzicht dat de gemeenteraad in de loop van deze week krijgt aangeboden. Vooruitlopend daarop staat Andries Brantsma Horst-sweet-Horst te woord.
Waarop is het totaaloverzicht gebaseerd?
Op gegevens uit raadsinformatiebrieven, De Limburger en Hallo Horst aan de Maas, ambtelijke informatie en collegeadviezen, mailverkeer en enkele gesprekken met kennisdragers. Bovendien heb ik uitvoerig gesproken met Frank Kuijpers, die tot 2015 uitbater was van de Kasteelboerderij. Hij heeft me ook inzage gegeven in delen van het omvangrijke dossier dat hij over de Kasteelboerderij heeft samengesteld. In 2015 wilde hij, murw geslagen door het geweld van de gemeente en de koper, met niemand praten. Aan het eind van zijn Latijn heeft hij in die tijd alles getekend wat hem werd voorgelegd. Dit in de wetenschap dat hij toch failliet zou gaan.’
De gemeente verkocht de Kasteelboerderij in 2015 voor twee ton aan Eric Janssen. Dat leidde tot gefronste wenkbrauwen. Hoe valt die geringe verkoopsom te verklaren?
‘Niet! Frank Kuijpers heeft in 2008 een bod van vier ton gedaan aan de wethouder. De feiten wijzen uit dat de waarde van de Kasteelboerderij ook in 2015 nog altijd minimaal vier tot vijf ton bedroeg. De koopprijs bedroeg overigens geen twee ton, maar 135 duizend euro plus een erfpacht afkoopsom van 65 duizend euro. Die afkoopsom is nooit op de rekening van Frank gestort en, na zijn faillissement, ook niet op de rekening van de curator. Het is noodzakelijk dat hierover volledige helderheid komt.’
De gemeente voerde achterstallig onderhoud aan als een van de argumenten voor de lage verkoopprijs. Was dat dan een ongeldig argument?
‘Er was zeker sprake van achterstallig onderhoud, maar de omvang daarvan werd sterk overdreven en rechtvaardigt de lage verkoopprijs absoluut niet. De WOZ-waarde bedroeg 397 duizend euro. In dat bedrag was de staat van het pand verdisconteerd. En de wethouder had het over 167 duizend euro aan achterstallig onderhoud, terwijl kort daarvoor bijna overeenstemming was bereikt over een bedrag van ruim 35 duizend euro.’
Frank Kuijpers trof het verwijt dat hij te weinig ondernam. Ten onrechte?
‘Zoiets is altijd persoonlijk. Het klopt dat hij zich meer richtte op cultuur en maatschappelijke bijeenkomsten. Als je daar niet bij was, zag je dat niet of nauwelijks. Maar het was er wel. Bovendien heeft Frank wel degelijk allerlei plannen aangedragen, alleen waren dat geen plannen voor grote feesten voor iedereen, met enorme alcoholomzetten. Ondanks positieve ambtelijke rapporten over zijn ondernemerschap en plannen heeft de gemeente hem vanaf 2004 steeds laten bungelen en hem geen enkele zekerheid voor de langere termijn willen geven. Dat maakte het hem onmogelijk te investeren in de toekomst. Het contrast tussen de medewerking die Frank van de gemeente kreeg en de medewerking die Eric Janssen kreeg, is groot. Schrijnend om te lezen.’
Hoe valt die handelwijze van de gemeente verklaren?
‘Bij dit college, dat zoveel mogelijk geheim verklaart en ook via raadsinformatiebrieven vaak geen of halve antwoorden en waarheden geeft, weet je het nooit. Wat ik denk? De gemeente lijkt welbewust een beeld te hebben willen scheppen van een ondernemer die niets ondernam en een historisch pand liet verkrotten. Met het optrekken van dit rookgordijn en door sterk de nadruk te leggen op de grote kansen die de Kasteelboerderij bood, probeerde de gemeente de aandacht af te leiden van andere zaken.’
Zoals?
‘Zoals de lage verkoopprijs en de voorkeursbehandeling van één ondernemer. Maar ook dat ze niet pas in 2015 met Eric Janssen in gesprek raakte, zoals de wethouder meerdere keren heeft verklaard, maar al in 2011. De gemeente heeft ook nooit gepolst of er andere gegadigden waren en het bod van Frank gemakshalve maar vergeten. Vanaf het begin heeft ze aangestuurd op verkoop aan Eric Janssen. Het achterstallig onderhoud was een stok waarmee geslagen moest worden en die in 2012 plotseling opdook.’
Hoe nu verder?
‘Het  totaaloverzicht wordt deze week aangeboden aan de gemeenteraad. Er waren na 2015 veel te veel losse eindjes overgebleven, die echt uitgezocht moesten worden. Een deel is te vinden in dit overzicht, voor de rest is de raad aan zet.’
Wordt dus vervolgd?
‘Wordt vervolgd!’

maandag 1 mei 2017

Top 5 – Op 19e-eeuwse borduurpatronen geïnspireerde hedendaagse kunstwerken in de expositie Bloemen bloeien op papier in Museum De Kantfabriek

Een van de mooie dingen aan Museum De Kantfabriek is dat het niet als kunst bedoelde scheppingen uit het verleden regelmatig aan hedendaagse kunst weet te koppelen.

Een zin die wat stijfjes klinkt en vraagt om nadere uitleg. En waarom zou ik die nadere uitleg niet geven aan de hand van de gisteren geopende expositie Bloemen bloeien op papier? Centraal daarin staan negentiende-eeuwse handgekleurde borduurpatronen met als hoofdmotief bloemen. Ongetwijfeld mooi, opmerkelijk en interessant. Desondanks weet ik zeker dat ik deze expositie geen blik waardig zou hebben gekeurd als het daarbij was gebleven. Wat het voor mij boeiend maakt, is het extraatje: de werken van zestien hedendaagse kunstenaars die zich hebben laten inspireren door de borduurpatronen van bloemen. Door die verbinding te leggen met het heden wint de expositie enorm aan diepte, betekenis en zeggingskracht.
Voor de hedendaagse kunstwerken had Museum De Kantfabriek een wedstrijd uitgeschreven. (Ik ben geen groot aanhanger van het idee van kunstwedstrijden, maar dat laat ik voor het gemak nu even buiten beschouwing.) Van de honderdvijftig (!) inzendingen selecteerde een jury er zestien voor de expositie. Voor de makers van de volgens de jury drie beste werken was een – uiterst bescheiden – geldprijs weggelegd. 
Aan de wedstrijd is ook een publieksprijs verbonden: bezoekers van de expositie kunnen een stem uitbrengen op hun favoriete kunstwerk. (Ik ben geen groot aanhanger van het idee van publieksprijzen voor kunstwerken, maar dat laat ik voor het gemak nu even buiten beschouwing.) Waarop ik heb gestemd? Laat ik u dat eens duidelijk maken aan de hand van de Horst-sweet-Horst top 5 van op negentiende-eeuwse handgekleurde borduurpatronen met als hoofdmotief bloemen geïnspireerde hedendaagse kunstwerken in de expositie Bloemen bloeien op papier in Museum De Kantfabriek. Komt-ie (en bedenk daarbij dat de foto’s de kunstwerken in de meeste gevallen absoluut geen recht doen):

5.
Betty de Vries, Levend plastic

4.
Arlette Princen, In wording (nummer 1 van de jury)

3.
Nellie de Mulder, Tot iemand ons los maakt

2.
Myrthe Verdonk, Stadstuintje 2016

1.
Erik van Maarschalkerwaard, Dissection HK11049-16pix1/9L
De nummer 2 van de jury. Uit het juryrapport:
‘Op basis van het verrassende concept is een negende deel van het werk gemaakt van kleine gezaagde blokjes hout, met een nadrukkelijke rol voor de tussenruimte en de houtnerven. De beschildering van enkele bovenzijden van de blokjes refereert aan kleuren uit het bloempatroon. Hiermee wordt letterlijk doorgeborduurd of beter doorgezaagd op het ruitjespatroon en afstand genomen van het bloemmotief.’
Hoogst intrigerend werk dat speelt met en vragen oproept over de begrippen ordening, herordening en wanordening (dit laatste is geen begrip, maar u begrijpt hopelijk wat ik bedoel) en de manier waarop we daarmee omgaan. Mogelijk door de maker niet zo bedoeld maar ik zie er ook een aanklacht in tegen de alomtegenwoordige dictatuur van het ‘het moet wel aangeharkt en netjes zijn’.
N.B. Trek u van mij niks aan en ga vóór 9 oktober zelf een oordeel vellen in Museum De Kantfabriek.

zondag 30 april 2017

Intermezzo – Grandorse

Het is een beetje ondergesneeuwd in het geweld van de vernoeming van de Amsterdam Arena naar Johan Cruijff, maar we hadden afgelopen week natuurlijk ook nog de hernoeming van onze eigen sportarena. Het perdjesspeul in Kronenberg dat tot nu toe door het leven ging als ‘hippische zone’ kreeg een nieuwe naam. En die naam is … [aanzwellend tromgeroffel] … Grandorse!
‘Wà bende gai an ut doeoen?’
‘Má ziede gai dà dan nie? Ik ben ut gran an ut dorse!’

 Je ziet het helemaal voor je: door statige beuken omringde akker midden in het bos, geen vleugje wind, verzengende hitte, onweer in aantocht, gerimpeld Brabants keuterboertje, klak op z’n kop, eeuwige sigarenstomp bungelend in z’n rechter mondhoek. Boertje dat de onnozele voorbijganger even aan z’n verstand peutert dat boertje ‘ut gran an ut dorse’ is. Met rollende r’en uiteraard.
Het gran dat ons keuterboertje an ’t dorse is, is vanzelfsprekend haver. Haver: paardenvoer bij uitstek. Ziedaar de naamsverklaring voor Grandorse. Een geniale, gelaagde, welhaast filosofische naam, die het grote klein en het kleine groot maakt, teruggaat naar de bron, iets aan de verbeelding overlaat en een onbestemd verlangen in zich bergt.
De werkelijkheid blijkt helaas weer eens aanzienlijk minder poëtisch. Dagblad De Limburger van afgelopen maandag:
‘Een marketing- en communicatiebureau bedacht de naam Grandorse. Afgeleid van de woorden grand, horse en endorse. Volgens wethouder Paul Driessen (Essentie) van Horst aan de Maas heeft het gebied nu een internationaal herkenbare merknaam die gebruikt kan worden in de communicatie met buitenlandse partijen.’ 
Uit een persbericht van Grandorse:
‘Grandorse staat voor groots, voor grandeur, voor internationale allure, voor verbindingen, voor ambities, voor de paardensport waar elegantie en kracht centraal staat.’
Tja.

Maar als je dan toch dik wilt doen, doe het dan ook meteen helemaal goed. Had er dan Grand’orse van gemaakt. Nog net iets potsierlijker, bovendien met gouden glans.

Is het trouwens de Grandorse of het Grandorse?

donderdag 20 april 2017

Klein mysterie 738 – De Limburger

Tien jaar geleden, op 14 september 2007, publiceerde Dagblad De Limburger een artikel over de ontruiming van een woning in een van de zestien kernen van Horst aan de Maas. ‘Het huis en twee schuren zaten tot de nok vol met troep, etenswaren, speelgoed en bouwmaterialen’, aldus de krant. Deze zin vormde de inleiding op een artikel waarin de betreffende journalist, Leon Janssen, de bewoners van de woning op even genadeloze als gênante wijze te kijk zette. Nieuwswaarde had het allemaal niet, het stuk leek louter te zijn geschreven om de sensatiezucht van de lezers te bevredigen. 
Ik heb altijd gedacht dat dit artikel niet te overtreffen viel. Niet te overtreffen in schunnigheid, niet te overtreffen in het overschrijden van grenzen, niet te overtreffen in het aantasten van de privacy van mensen. Sinds gisteren weet ik dat het toch te overtreffen valt. Dat het nog erger, nog schaamtelozer kan. En wéér was het De Limburger, ditmaal in de persoon van Daan de Hulster. Zijn artikel op de voorpagina van het regiokatern gaat over een rechtszaak tegen een 20-jarige jongeman die vorig jaar in Horst zijn moeder zou hebben verkracht. Persoonlijk ontgaat me de noodzaak om hieraan een krantenartikel te wijden. Toch kan ik me voorstellen dat sommigen daar anders over denken. Maar als er dan zo nodig over geschreven moet worden, doe het dan alsjeblieft op een integere manier. Doe het dan in godsnaam niet door expliciet en tot in het intiemste detail (en als ik zeg ‘intiemste detail’ dan bedoel ik ook intiemste detail) te beschrijven wat er zou zijn voorgevallen. Doe het dan in godsnaam ook niet door de – niet bepaald alledaagse – voornaam van de jongeman te vermelden. Dan ontaardt het in een ongehoorde schending van de intimiteit en de privacy – van het slachtoffer, maar evenzeer van de verdachte. En dat is dus precies wat er is gebeurd.

Nog iets: in het artikel staat vermeld dat de verdachte in een bepaald Afrikaans land is geboren. Ook hiervan ontgaan me de noodzaak en de relevantie. Stel dat de verdachte in Horst was geboren, zou dat dan ook het vermelden waard zijn geweest? Nee? Waarom is het feit dat de verdachte in een bepaald Afrikaans land is geboren dan wel het vermelden waard? En stel dat de verdachte in Horst was geboren, zou de beschrijving van het voorgevallene dan even expliciet zijn geweest?

Wat heeft De Limburger ertoe gebracht dit artikel te publiceren? Hoe is het eigenlijk gesteld met het morele kompas van de krant? 

maandag 17 april 2017

Top 5 – Ideeën om de kermis op het terrein van de voormalige ruïne van kasteel Ter Horst helemaal compleet te maken

‘Das ist meine Kasteelruïne nicht mehr’, schreef ik op 12 juli 2008 over de ruïne van kasteel Ter Horst in een van de eerste stukjes op Horst-sweet-Horst ooit (klik hier). Drie jaar later schreef ik (klik hier): ‘De kasteelruïne is de afgelopen tien jaar zo tot op het bot verkamezöld dat ze me niet meer kan boeien. Ze doen er maar mee wat ze willen, mij interesseert het niet langer.’ 
Maar nu,

nu de kasteelruïne definitief Schnee von gestern is,
nu de kruistocht om deze plek van zijn ziel te beroven glansrijk is geslaagd,
nu de missie om hier alles te vernietigen wat nog authentiek was nagenoeg is voltooid,
nu elk vleugje romantiek dat nog rond de ruïne hing zorgvuldig is weggepoetst,
nu het verlangen om hier niets meer aan de verbeelding over te laten ten langen leste heeft gezegevierd,

nu dit allemaal achter de rug is, nu is mijn interesse toch weer gewekt. En wel door een artikel in Hallo Horst aan de Maas van deze week (klik hier). Daarin wordt onder meer geopenbaard dat aan de voormalige ruïne een ‘beweegbox’ zal worden verankerd, een kubus met ‘ruimte voor interactief sport en spel’. Voorzitter Jos Jenniskens van Stichting Kasteel Huys Ter Horst in Hallo: ‘Denk aan tennisspelen tegen je favoriete tennisheld en voor jongere kinderen kun je er ook allerlei leuks mee verzinnen.’
De beweegbox als je van het? Om het lot van de voormalige kasteelruïne definitief te bezegelen? Met alle respect, maar dat kan beter. Veel beter. De Horst-sweet-Horst top 5 van ideeën om de kermis op het terrein van de voormalige ruïne van kasteel Ter Horst helemaal compleet te maken:
5. Maak er een Formule 1-racecircuit in kasteelachtige sferen van waaraan Monaco nog een puntje kan zuigen. Ook helemaal in de geest van de sportzone.   

4. Bouw het voormalige kasteel weer helemaal op en zet het vervolgens op z’n kop. Wat iets verderop bij Het Maasdal kan, moet hier ook kunnen, maar dan op veel grotere schaal.

3. Maak er een megastal van. Horst aan de Maas heeft immers een naam hoog te houden als het gaat om Schweinerei.

2. Maak er een psychedelisch paleis van. De PvdA lanceerde deze week het voorstel om op het Floriadeterrein een wietfarm te beginnen. Maar als je toch bewustzijnsverruimend bezig wil zijn, doe het dan meteen goed.

1. Doe eens helemaal gek en maak er weer een ruïne van.