zondag 12 juni 2022

Intermezzo – Het leven der insecten in de Heere Peel

Je moet er wat bramenschrammen, insectenbeten en brandneteljeuk voor overhebben, maar de beloning is er ook naar: de Heere Peel zoals je ‘m nooit eerder hebt beleefd en zoals je ‘m hierna nooit meer zúlt beleven. Wel zaak om er snel bij te zijn: na vandaag is het gedaan met de pret die Drift Away heet.


Agata Siwek, kunstenaar uit Evertsoord, is een van de deelnemers aan Drrifft, een expositie van kunstenaars uit Horst en omstreken in de Heere Peel in America, te zien tot en met 30 oktober. Als extraatje heeft Agata dit weekend een route door de Heere Peel uitgezet. Die Heere Peel wordt alom aangeprezen als ‘natuurgebied’. Vreemd: veel kunstmatiger en aangeharkter dan hier valt natuur nauwelijks te beleven. De wandelpaden zijn zelfs voor het grootste deel verhard.


Op de route van Agata, Drift Away genaamd, ervaar je hoe natuur echt is en zelfs in de Heere Peel kan zijn: grillig, pijnlijk, lieflijk, gestructureerd, keihard, teder, monsterlijk, ongestructureerd, irritant. Desoriënterend is Drift Away vooral. Ook als je het gebied(je) goed kent, vraag je je telkens af waar je bent. Het gaat dan ook kriskras, kruip-door-sluip-door, slalommend door bosschages, steppes en drooggevallen slootjes en scherend langs ontwortelde bomen, eikenprocessierupsnesten en bramen- en brandnetelzeeën. Brekebeentjes kunnen beter thuisblijven.


Alsof dit allemaal niet genoeg is heeft Agata de route ook nog eens op zeventien plaatsen verrijkt met aan bomen bevestigde scheurkalenders. Die bevatten citaten uit Het leven der insecten, een boek van prof. dr. Konrad Günther. De citaten heeft ze zelf voorzien van tekeningen. Afscheuren van harte aanbevolen!


Ook al dateert Het leven der insecten uit 1938, het is uitermate pakkend en toegankelijk geschreven. Betoverend soms zelfs, romantiek is Günther niet vreemd. Lees bijvoorbeeld wat hij over ‘den stekelvader’ – het stekelbaarsmannetje, Günther houdt het niet bij insecten – schrijft:
‘Onvermoeid zwemt het trouwe, bezorgde diertje om zijn eieren heen en stormt met opgezette stekels en met de schitterendste kleuren, wanneer hij driftig wordt, op elken visch, die nadert, los en ook wel op de wijfjes van zijn eigen geslacht, want juist dezen eten de eieren graag. Waterinsecten, die komen aangekropen, pakt hij, draagt ze weg en laat ze een eind uit de buurt weer vallen.’

Aanschouw en ervaar het allemaal met eigen ogen, vandaag nog de hele dag in de Heere Peel, Lorbaan 9A in America!

P.S. Nadat ik gisteren de wandeling had voltooid, kon ik het, thuisgekomen, niet laten prof. dr. Konrad Günther te googlen. Geboren in 1874 in Riga, overleden in Freiburg in 1955. Zoöloog. Tal van publicaties, waaronder in 1922 Insektenleben, in 1938 in Nederland uitgebracht onder de titel Het leven der insecten. Maar dan: in 1937 lid geworden van de NSDAP. En drie jaar eerder al een tekst waarin hij zegt dat ‘Deutschheit’ en ‘Naturverbundenheit’ onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en dat natuurbescherming noodzakelijk is voor behoud van het Duitse ras. Zum kotzen. En zoals altijd de vraag: kan, mag je de persoon en zijn/haar werk los zien van elkaar?

woensdag 8 juni 2022

Intermezzo – Maert

Dinsdag, marktdag.
In Horst althans.
Maert.
De markt is om te zien, te ruiken, te proeven.
Je ziet grijze golvers.
Je ruikt spruitjes.
Je proeft belegen kaas.
Toch moet je de maert in Horst vooral horen. Hier, in dit reservaat voor pensionado’s, regeert het dialect. Favoriete gespreksonderwerp, vooral bij vrouwen, de medische stand van zaken bij deze en gene. Dokters, behandelingen, aandoeningen, operaties zijn nooit ver weg.
‘Hedde ‘t ál gehuürd?’
‘Nae, toch!’
Onderwijl knaoje de mannen over het weer en spreken ze schande van de gemaent. Vergeetachtigheid valt niet altijd te onderdrukken.
‘Verrek, hoe schrieft di zich ok alwaer?’
‘Zo begint het’, hoor je de vrouwen denken.
De marktkooplui, overwegend goedgemutste Brabo’s, laten zich het dialect aanleunen.
‘Wat zal het zijn?’
‘Twië duëskes esbaere en enne zak petatte, gaer.’
‘Dat is dan vijf euro vijftig.’
‘Asteblif!’
‘Bedankt! Fijne dag nog.’
‘Hojje wah!’
De accordeonist ondermijnt de couleur locale. En tegelijkertijd versterkt hij haar. Getolereerd worden is zijn beloning. En zijn lot.
Ni dá?

dinsdag 7 juni 2022

Ingezonden – Een betere politiek begint bij onszelf

Horst-sweet-Horst deed toch niet meer aan ingezonden bijdragen? Maar ooit (klik hier) heb ik geschreven dat bijdragen van ex-wethouders te allen tijde welkom zijn. Leon Litjens is ex-wethouder van de gemeente Horst aan de Maas. Hij kreeg de vraag morgen in OJC Niks deel te nemen aan het panelgesprek over het boek De Vriendenreünie. Daar ziet hij van af. In plaats daarvan reflecteert hij met deze ingezonden bijdrage op De Vriendenreünie (en meer).

Een betere politiek begint bij onszelf

Ik ben gevraagd te reflecteren op het boek De Vriendenreünie. Ik heb daar geen zin in omdat dit net als de sms’jes van Rutte een symptoom is van een veel groter vraagstuk. Daarover later meer.

We hebben in Nederland, maar ook in de rest van de wereld, zeer grote uitdagingen: klimaatadaptie, energietransitie, biodiversiteit, opwarmen van de oceanen etc. Daar komen in Nederland ook nog stikstof, grondwaterstand en  beschikbaarheid en de kwaliteit van het water bij.

Het is tien over twaalf. We lopen achter de feiten aan:

  • we hebben te weinig tijd om aan gemaakte internationale afspraken te voldoen;
  • er is een groot tekort aan mensen om de transitie te bewerkstellingen;
  • proceduretermijnen zijn te lang;
  • er is veel weerstand als een besluit gevolgen heeft voor de eigen directe omgeving met allerlei bezwaar- en beroepsmogelijkheden;
  • rechterlijke uitspraken dwingen ons om op korte termijn te komen tot daadwerkelijke oplossingen;
  • allerlei randvoorwaardelijke wetgeving moet nog worden geregeld.

Het is ook niet eenvoudig om de vraagstukken op te lossen omdat het een systeemdiscussie betreft. Normaliter komen grote systeemveranderingen alleen tot stand via revoluties en oorlogen. Laten we niet hopen dat het zo ver moet komen. Dit kan alleen als we het systeem begrijpen* en van binnenuit gaan veranderen.

Daarbij: naast urgentie is een wenkend perspectief noodzakelijk om veranderingsprocessen tot een succes te maken. Niemand laat zich naar de slachtbank leiden maar wel naar een perspectiefvolle toekomst. De traditionele sectoren waarmee wij als regio ons inkomen verdienen gaan fundamenteel veranderen. Dus waar gaan we als samenleving ons inkomen verdienen? Hoe ziet onze toekomstige samenleving eruit? Dit vraagt een wenkend perspectief.

Maar naast urgentie en een wenkend perspectief moeten we het met elkaar ook eens worden over die koers en richting. Deze besluiten moeten we nemen in een democratisch proces. Lukt dat niet dan zal er zoveel spanning in het systeem gaan ontstaan dat die spanning op een andere manier tot uitbarsting komt.

In het huidige tijdsgewricht is echter eerder sprake van meer polarisatie dan van consensus. Dit baart mij zorgen en dit is voor mij dan ook het hoofdvraagstuk – niet een boek of gewiste sms’jes. Een boek of gewiste sms’jes zijn uitingen van het hoofdprobleem. Ik denk dat de huidige politieke leiders op alle niveaus weten dat het anders moet. Maar krijgen ze ook de ruimte om tot oplossingen te komen? Ik denk dat dit het hoofdprobleem is en gezien de vraag aan mij om te reflecteren zoom ik daarbij meer in op de rol van de media in dezen. Daarbij besef ik terdege dat ook andere actoren (waaronder wij de burger) een grote verantwoordelijkheid hebben om te komen tot een klimaat waarin consensus kan worden bereikt.

Iedereen die ik ken gaat de politiek in vanuit idealisme. Iedereen wil vanuit zijn of haar eigen overtuiging de wereld een beetje beter maken. Om een flink salaris te verdienen kun je beter naar het bedrijfsleven gaan. De functie van (burger)raadslid, wethouder, burgemeester is keihard werken. Je bent ‘vrij wild’, iedereen mag iets van je vinden met terechte maar ook met onterechte en op de man gespeelde kritiek en persoonlijke bedreigingen. Waar het vroeger een respectabele functie was, is het tegenwoordig voor de meeste politici lastig om na hun carrière aan een baan te komen. Dus wie wil er nog in de politiek of werken bij een overheid? Terwijl er juist behoefte is aan goede en voldoende mensen om de vraagstukken tot een oplossing te brengen.

Er moet dus een politiek klimaat ontstaan waarbij mensen en partijen elkaar de hand gaan reiken in plaats van elkaar voor rotte vis uit te maken. Hiervoor is een andere omgangsnorm/politiek klimaat nodig: niet verwijten, terugkijken en hijgerig reageren op berichten en een andere ‘tone of voice’.

Een van mijn leermeesters zij altijd ‘De baas krijgt de mensen die hij verdient’. De baas van Nederland is niet de politiek maar dat zijn wij allemaal. Dus als we op deze wijze met elkaar omgaan dan krijgen we ook de politiek die daar bij past. Dus we moeten niet naar de politiek wijzen maar naar onszelf. Oftewel: een betere politiek begint bij onszelf. Ik vind het dan ook zeer goed dat het nieuwe gemeentebestuur van Horst aan de Maas cultuurverandering en het samen doen als belangrijk uitgangspunt neemt voor de nieuwe bestuursperiode.

Dus de oplossing begint bij onszelf. Wij bepalen zelf welke ‘baas’ we willen hebben. Oftewel: een betere politiek begint bij onszelf.

De media spelen in dit geheel ook een belangrijke rol. De scheiding der machten wordt ook wel trias politica genoemd. Dat betekent dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht in een land bij verschillende instellingen moeten liggen. Daarbij hebben de media de belangrijke rol te vervullen om de macht te controleren. Persvrijheid is een groot goed en het is zeer belangrijk dat dit behouden blijft. Maar ‘macht’ brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Het is wel zaak dat media zorgen dat ze volledig zijn en dat feitelijk klopt wat ze schrijven en zeggen. Zeker omdat bij onzorgvuldige en onvolledige berichtgeving mensen geruïneerd en geestelijk kapot gemaakt kunnen worden. Ook kunnen beelden worden gecreëerd die eerder polariseren dan dat ze leiden tot een klimaat waarin consensus kan worden bereikt. Ik schrijf dit bewust op omdat ik gedurende mijn functie in het openbaar bestuur maar ook daarna voorbeelden heb gezien waarbij aantoonbaar de media niet zorgvuldig en/of volledig zijn geweest.

Waar ik mij zorgen over maak is dat media steeds meer geconcentreerd in handen komen van enkele bedrijven en buitenlandse investeerders. Ik lees dagelijks meerdere kranten. Als ik De Limburger heb gelezen dan heb ik ook de helft van De Telegraaf gelezen. In het verleden had elke zuil zijn eigen krant en journalisten. Dit zorgde ervoor dat zaken vanuit diverse perspectieven werden beschreven. Ik vind deze ontwikkeling zorgelijk. Daarbij worden de mediaconcerns gedreven door ‘shareholder-value’. Dus oplagen en kijkcijfers. Komt dit de kwaliteit en de onafhankelijkheid en daarmee de controlerende taak van de media ten goede? Zonder uitgemaakt te willen worden voor communist heb ik de volgende vragen:

  • is vrije, onafhankelijke kwalitatieve pers die de macht kan controleren in een wereld waar we geconfronteerd worden met fake-nieuws, juice-kanalen en de opkomst van technologie – waarmee je fake-nieuws qua geloofwaardigheid een enorm betrouwbaar uiterlijk kunt geven – niet dermate van belang dat we dat los moeten gaan koppelen van ‘shareholders-value’ en buitenlandse investeerders (eventjes los van de vraag hoe we dat gaan doen)?;
  • moeten we willen dat journalisten tegen een vergoeding optreden in een tv-programma c.q. hun artikelen commercieel gaan verwaarden door het schrijven van een boek? Dit omdat er dan een financieel en commercieel belang gaat ontstaan dat op gespannen voet kan staan met de controlerende taak.
  • moet brononderzoek op school niet meer aandacht krijgen: wie schrijft welk artikel en met welk belang zodat kinderen meer in staat zijn fake-nieuws van echt nieuws te onderscheiden?

Een betere politiek begint bij onszelf. Bij mij en jou.

Leon Litjens

Om de verandering te bewerkstelligen moeten we kijken naar de ‘drivers’ van het systeem. Een voorbeeld (er zijn meer voorbeelden te noemen maar ik neem dit omdat ik toevallig veel kennis en ervaring in dit segment heb):

De schaalvergroting in de landbouw wordt met name gedreven door globalisering, het wegnemen van handelsbarrières en machtsconcentratie aan de afnemerszijde. Hieraan ten grondslag ligt een politiek van economische groei. Ik snap de focus op economische groei. Ik vind namelijk dat het niet kan dat in Nederland iemand met één baan zijn gezin geen fatsoenlijk leven kan bieden. Economische groei kan dus ook die groep meer welvaart bieden. Met grote schaamte hoor ik dat op radio en tv reclame wordt gemaakt voor de website secondjob.nl. Ik vind dit te triest voor woorden. Het is wel zaak dat de voordelen van de groei terechtkomen bij de juiste mensen. Daarbij moet meer werken voor een parttimer lonen. Dus daar moeten positieve prikkels in zitten.

Maar globalisering, het wegnemen van handelsbarrières en machtsconcentratie aan de afnemerszijde zorgen voor een prijsdrukkend effect voor de agrarische producten. Als een bepaald agrarisch product in Nederland een paar cent duurder is dan haalt de supermarktorganisatie het product uit een ander land. Dus een eerlijk verdienmodel voor de agrariër lossen wij niet in Nederland op. Net zoals we belastingontduiking van de grote techbedrijven alleen op mondiale schaal kunnen oplossen.

Zolang wij als consument (en dat zijn wij allemaal) in het weekend op de fiets een mooi landschap willen zien, met bloemrijke akkers, mooie landschapselementen, stromende beekjes, koetjes in de wei, maar vervolgens bij de supermarkt toch weer kiezen voor het goedkoopste product, zal dit leiden tot schaalvergroting. Als wij het anders willen dan moeten we niet ‘de agrariër’ de schuld geven maar zorgen dat we meer en eerlijk gaan betalen voor voedsel (en mensen met minder inkomen in staat stellen dat te betalen) en zorgen dat we de groene-blauwe-landschapsdiensten die de agrariër verricht voor de maatschappij eerlijk betalen. Hoe werkt het nu? Voorbeeld: de 7de nitraatrichtlijn schrijft voor dat agrariërs een deel van hun land moeten onttrekken aan productie ten behoeve van andere maatschappelijke doelen. Hier staat geen opbrengst tegenover – wel extra kosten. Daarom is het niet gek dat de agrariër die 24/7 met zijn bedrijf bezig is voor een schamel loon wel gedwongen is te kiezen voor schaalvergroting. We moeten kijken naar het systeem en de ‘drivers’ en daarop ingrijpen in plaats van te ‘blamen’.

Het bovenstaande is niet te wijten aan één politieke partij in een coalitieland, één bank of welke andere organisatie dan ook. Dit is een gevolg van een systeem dat wij zelf als maatschappij aanjagen en in stand houden.

zaterdag 4 juni 2022

Intermezzo – Disselhoff

disselhoff


voorheen houthandel mol
gereduceerdd
tott
ontwikkelwaarr
doorr
medeklinkerverdubbelaarr

raarr

woensdag 1 juni 2022

Intermezzo – De Vriendenreünie

Ik las De Vriendenreünie, het onlangs verschenen boek van Joep Dohmen en Paul van der Steen over de Limburgse bestuurscultuur in de afgelopen twee decennia. Bladzijde na bladzijde waaide een geur van bederf me tegemoet. Het stinkt in Limburg. In Maastricht. In Echt. In Susteren. In Roermond. In Horst aan de Maas. In Venray. En als het er nu niet meer stinkt, stonk het er, lang en heftig.


Nee, veel spectaculaire nieuwe onthullingen bevat De Vriendenreünie niet. De meeste in het boek beschreven bestuurlijke strapatsen waren al genoegzaam bekend. Die aan het licht gebrachte ontsporingen verspreidden destijds telkens een luchtje. Verzameld in het boek verspreiden al die luchtjes samen nu een ondraaglijke stank. Ontluisterend en verontrustend.


De arrogantie van de macht spat er vanaf. Net als de decadentie van de macht. En de zelfgenoegzaamheid van de macht. Maar wat vooral bijblijft na het lezen van De Vriendenreünie: de klefheid van de Limburgse macht. Het ons kent ons, het elkaar baantjes en opdrachten toespelen, het ritselen, het elkaar dekken, het samen in de kroeg regelen van wat niet geregeld zou mogen worden, het jij-doet-wat-voor-mij-dan-doe-ik-wat-voor-jou. En dat allemaal gecombineerd met het deprimerende aroma van nestgeur vermengd met spruitjeslucht.  


Het regent nu afleidingsmanoeuvres. Ger Driessen, Raymond Knops, Ger Koopmans, Jan Loonen: allemaal schreeuwen ze moord en brand over de berichtgeving en het boek van Dohmen en Van der Steen. Terecht? Daar moet de rechterlijke macht zich maar over uitspreken. Maar ook als er geen vuur mocht zijn: er is wel rook. Heel veel rook. En ook rook stinkt. Dat is misschien nog wel het meest verontrustende dat uit het boek spreekt: een slecht functionerend of zelfs geheel ontbrekend moreel kompas bij veel Limburgse bestuurders. ‘Alles wat niet verboden is, mag’, luidt de titel van een van de hoofdstukken. Het had ook de titel van het boek kunnen zijn. Het gebrek aan moreel besef, gekoppeld aan een gebrek aan tegenmacht en tegenspraak, leidt ertoe dat een grootgrondbezitter wethouder kon worden met grondzaken in zijn portefeuille, dat een gedeputeerde commissaris kon zijn bij een baggerbedrijf dat opdrachten krijgt van de provincie.


Laat je niet afleiden door de afleidingsmanoeuvres. Vraag je af waar deze bestuurscultuur vandaan komt. Bedenk wat eraan te doen valt. Waag je aan een bespiegeling over de vraag of dit slechts het topje van de ijsberg is. Koop dat boek. Zet een wasknijper op je neus. Lees dat boek.


Of kom volgende week woensdag, 8 juni, naar OJC Niks in Horst (Doolgaardstraat 34). Daar gaat filosoof en schrijver Lotte Spreeuwenberg namelijk met Joep Dohmen en Paul van der Steen in gesprek over De Vriendenreünie. Daaraan voorafgaand houdt commissaris van de koning Emile Roemer een inleiding over de Limburgse bestuurscultuur. Verdere gasten op deze door BiblioNu georganiseerde avond zijn voormalig SP-raadslid Michael van Rengs uit America en Teun Heldens uit Meijel, lid van Provinciale Staten en gemeenteraadslid in Peel en Maas namens de VVD. 

De gratis toegankelijke avond begint om 20.00 uur. De zaal is open vanaf 19.30 uur. Vanwege de beperkte capaciteit is aanmelding noodzakelijk: klik hier.

(Een ingedikte versie van dit stukje verscheen vandaag in Via Horst-Venray)

zondag 29 mei 2022

Intermezzo – Dendron

Zes jaar geleden kwam ik ineens tot de ontdekking dat Horst een fraai staaltje land art rijk is. Ik was er altijd achteloos aan voorbijgegaan, niet beseffend dat het om kunst ging. Toen dat besef ten langen leste was doorgedrongen, schreef ik een stukje over het kunstwerk (klik hier). Daarin wierp ik allerlei vragen op. Antwoorden bleven uit. Tot deze week. In de collectie krantenknipsels die ik ontving uit de nalatenschap van een vroegere bewoner van de Oranjestraat kwam ik een artikel tegen dat antwoord geeft op bijna al m’n vragen van zes jaar geleden.


Het gaat om de schuinstaande bomen voor het Dendron College die samen drie driehoeken vormen. En het gaat om een artikel van Bert Albers uit Dagblad De Limburger van 14 juni 2000, toen het kunstwerk nagenoeg was voltooid. Zó heerlijk dat het artikel mijn meest prangende vragen van toen stuk voor stuk beantwoordt!


Wat zijn het voor bomen?
‘Zilverlinden.’


Wie is de maker van deze land art?
‘René Ziedses des Plantes.’


Wat waren zijn of haar bedoelingen ermee?
‘Dendron is het (oud-)Griekse woord voor boom. Maar bomen zijn op het terrein van het schoolcomplex dun gezaaid. Dus bedacht tekendocent René Ziedses des Plantes het bomenproject. Kunst en natuur die samen voor een spraakmakende aankleding van de school zorgen. Drie driehoeken op de grond, met daarin een aantal bomen.’


Waarom drie driehoeken? Waarom drie driehoeken met een verschillend aantal bomen?
‘Ze moeten de ontwikkeling van de schoolbevolking symboliseren: eerst met z’n velen, dicht opeen, nog een beetje beschermd. In de volgende hoeken staan minder bomen, krijgen ze meer ruimte.’


Waarom wijzen ze, net als de driehoeken, naar het zuiden? (Met andere woorden: waarom staan ze scheef?)

‘Het meest bijzondere aan die bomen is dat ze schuin in de grond staan. Dat staat volgens Ziedzes des Plantes voor de dynamiek van het groeiproces en de ontwikkeling naar volwassenheid. De linden wijzen schuin richting centrum van het dorp.’


In 2016 schreef ik ook: ‘Bovendien stonden er, als mijn geheugen me niet bedriegt, jarenlang veelkleurige palen – ook die heb ik wel gezien, maar nooit bekeken – bij die bomen.’ Mijn geheugen bedroog me niet, blijkt uit het artikel.
‘Op het gazon voor school is een groepje van ongeveer twintig Dendron-leerlingen met verf en kwast in de weer. Ze leggen de laatste hand aan hun werkstukken; een rechtopstaande paal, die een schuin geplante zilverlinde de eerstkomende jaren voor verdere verzakking moet behoeden. Over een jaar of zes tot zeven zullen ze verdwijnen.’ (Wat ook meteen een antwoord is op mijn vraag hoe men erin was geslaagd de bomen allemaal uit het lood te laten groeien.)


Bert Albers schetst in zijn artikel overigens ook prachtig de sfeer onder de leerlingen die bezig zijn met het beschilderen van de palen. Daarover een dezer dagen meer. Dan ook meer over het aantal bomen. En de palen. En René Ziedses des Plantes.

Klik hier en hier voor het vervolg.

donderdag 26 mei 2022

Intermezzo – Maaspark Ooijen-Wanssum (3)

Nog maar eens over Maaspark Ooijen-Wanssum. Omdat ik het niet begrijp.


Meer dan tien jaar is gewerkt aan Maaspark Ooijen-Wanssum. Meer dan tweehonderd miljoen euro is erin geïnvesteerd. Het resultaat mag er zijn. Ontstaan is een gebied van een kleine vijfhonderd hectare dat bijdraagt aan de bescherming tegen Maasoverstromingen. Op de koop toe is ook nog eens een natuur- en landschapsparadijsje gecreëerd om je vingers bij af te likken. Een mes dat aan meerdere kanten snijdt. Beter kun je het niet hebben. Zuinig op zijn. Zou je denken.


Op de website van het Maaspark valt nog steeds te lezen dat de provincie Limburg, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer zorgen voor het natuurbeheer in het gebied: ‘Zij gaan samen het gebied als één grote begrazingseenheid beheren zoals in de plannen is vastgelegd.’ Of dat inderdaad zal gebeuren is inmiddels twijfelachtig. De machtige boerenlobby heeft namelijk bij de provincie Limburg weten af te dwingen dat ook boeren in aanmerking komen voor beheer van het gebied. Waarmee de in de plannen vastgelegde begrazingseenheid ineens op losse schroeven is komen te staan.


Stichting Maaspark Ooijen-Wanssum reageert ‘met ongeloof en verbijstering’ op de provinciale koerswending. Ze vreest versnippering van het gebied en definieert nog maar eens het begrip ‘beheer’: ‘Beheer is meer dan een paar dieren door een boer laten grazen. Het gaat ook om toezicht en handhaving, educatie, excursies, promotie, georganiseerde wandelingen, of wel het “'beleefbaar”' maken van dit unieke natuurgebied.’


Over de aard van het boerenbeheer hoeven we ons weinig illusies te maken. Provinciale Statenlid  Herman Nijskens (VVD), die zich zo’n beetje heeft ontpopt als spreekbuis van de boeren, zei onlangs al in De Limburger: ‘Ik kan me voorstellen dat je een bepaalde vorm van bemesting toestaat. Dat zou interessant kunnen zijn voor een grote teler van vleesvee.’ Het kind met het badwater weggooien. Of in de woorden van Keesjan van den Herik, vijftien jaar lang omgevingsmanager van het gebied: ‘Dan zet je de hele filosofie van dit gebied bij het grofvuil. Het gebied is af, geliefd en heeft zijn waarde in alle opzichten bewezen. Wat is dan je motief om de belevingswaarde, de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteiten om zeep te helpen? En hoe leg je uit dat het belastinggeld dat we hier in hebben gestopt voor niets is geweest?’


Inderdaad, hoe leg je het allemaal uit? Valt het wel uit te leggen? Ik begrijp er in elk geval geen snars van.


Overigens: uiteindelijk beslist de provincie Limburg over het beheer, de gemeente Horst aan de Maas heeft er geen zeggenschap in. Toch was het verheugend wethouder Eric Beurskens (Essentie) afgelopen dinsdag tijdens de raadsvergadering in reactie op vragen van de grote voorvechtster van Maaspark Ooijen-Wanssum, Eveline Baas (D66/GroenLinks), te horen zeggen:
‘Wij vinden dat het beheer uniform dient te gebeuren en dat het natuurdoeltype rivier- en moeraslandschap in stand moet worden gehouden. Het liefst hebben we ook één beheerpartij. Wel juichen we het toe als agrariërs een deelbeheer krijgen onder de paraplu van de grote regisseur van het gebied.’
Toch een duwtje in de juiste richting.

(Een kortere versie van dit stukje verscheen gisteren in Via Horst-Venray)

vrijdag 20 mei 2022

Intermezzo – De kaders

‘Dit plan zou moeten voldoen aan de kaders.’
‘We zijn scherper geworden op de kaders.’
‘De kaders moeten worden meegenomen.’


Inderdaad, de lucht was weer eens zwanger van de kaders, vorige week dinsdag tijdens de vergadering van de Horster gemeenteraad.


Ook in het concept van het coalitieakkoord van Horst aan de Maas is het kaders voor en kaders na. Afschrikwekkend voorbeeld: ‘Wel formuleren we heldere ambities en kaders aan de voorkant, in lijn met de afspraken uit het Masterplan Wonen.’


‘Heldere kaders aan de voorkant’: typisch zo’n moedeloos makende frase die je doet vermoeden dat althans in Horst aan de Maas ook in de komende periode de kloof tussen overheid en burger niet zal worden overbrugd. Maar dat geheel terzijde. Terug naar de kaders. Van Dale omschrijft een kader omslachtig als ‘wat iets als en tot een geheel omsluit’. Daar tegenover staat het synoniem dat Van Dale geeft voor kader: ‘raam’. Verhelderend: stel je een kader, dan is buiten de lijntjes kleuren er niet bij.


Je denkt: zo is het spel, zo zijn de regels. Maar niet in Horst aan de Maas. Daar kan het gemeentebestuur naar believen binnen of buiten de door de gemeenteraad gestelde kaders kleuren. Hoe vaak hebben we Horster wethouders de voorbije periode niet tegen de gemeenteraad horen zeggen ‘Ik zou het ook graag anders willen, maar het past nu eenmaal niet binnen de kaders die u heeft gesteld’? Vorige week dinsdag ging het plotseling andersom. Aan de orde was nieuwbouwplan Disselhof aan de Venloseweg (voormalig terrein houthandel Mol). Daarvoor gelden onder meer als kaders: bepaald percentage sociale huurwoningen, bepaalde hoeveelheid openbaar groen, maximaal toegestane bouwhoogte, maximaal toegestane geluidsbelasting. Maar verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) had in dit geval ineens lak aan al die kaders. En hij waarschuwde ook maar meteen: ‘Het gaat vaker voorkomen dat we moeten afwijken van de kaders.’  


Je denkt: de gemeenteraad voelt zich geschoffeerd door deze opgestoken wethouderlijke middelvinger richting de kaders. Maar niet in Horst aan de Maas. Daar likt een grote meerderheid van de gemeenteraad aan de opgestoken wethouderlijke middelvinger als was het een overheerlijke lolly. Van je gemeenteraad moet je het maar hebben.


Wat staat er trouwens in het concept van het nieuwe coalitieakkoord? ‘We versterken de kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol van de Raad.’

Om je te bescheuren.

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray)

woensdag 11 mei 2022

Intermezzo – Tegelwippen

Je kunt niet alles weten. Toen begin maart, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, in Sevenum banners verschenen met het opschrift ‘Tegels eruit, groen erin’, beschouwde ik dat als een originele verkiezingsleus, refererend aan CDA-lijsttrekker Rudy Tegels en de behoefte aan een groener beleid in Horst aan de Maas. Niet meer en niet minder. Twee maanden later is Tegels eruit (dat wil zeggen: er zelf uitgestapt) en ben ik er inmiddels achter dat ‘Tegels eruit, groen erin’ veel meer is dan een originele verkiezingsleus.


‘Tegels eruit, groen erin’ is een slogan van een beweging die vanuit Amsterdam langzaam Nederland aan het veroveren is. Een beweging die ook wel bekendstaat onder de naam Operatie Steenbreek. Leidende gedachte erachter: minder stoeptegels leiden tot een groener, gezonder, biodiverser en klimaatbestendiger land. Waaraan ik graag zou willen toevoegen: minder stoeptegels leiden ook tot meer olifantenpaadjes, tot minder gebruik van het onzalige Roundup, tot minder van die gekmakende azijnstank in trottoiromgevingen. Allemaal liever vandaag dan morgen.


Onder het motto ‘Elke tegel telt’ zijn de afgelopen jaren overal in den lande initiatieven ontstaan om tegenwicht te bieden aan de verregaande verstoeptegelingsdwang die Nederland al vele decennia lang teistert. Sinds vorig jaar is er zelfs een heus Nederlands Kampioenschap Tegelwippen. Deelname staat open voor zowel gemeenten als particulieren. Op de lijst van deelnemende gemeenten ontbreekt de naam van Horst aan de Maas. Zoals alle gemeenten die de Gezondste Regio vormen schitteren door afwezigheid.


Gebeurt er hier dan helemaal niets op tegelwipgebied? Toch wel: vorig jaar organiseerde Groengroep Sevenum een Actie Steenbreek in Sevenum, Evertsoord en Kronenberg. En twee weken geleden begon Wijkplatform Noord-West in samenwerking met Wonen Limburg in Venray een Actie Tegelwippen. Als eerste werd de Bevrijdingsweg onder handen genomen. Hoe toepasselijk. Als aardoppervlak eindelijk bevrijd zijn van die ellendige stoeptegels boven je hoofd.


Op het moment zijn overal in Noord-Limburg nieuwe coalities in de maak. Minst gewild is traditiegetrouw de post Wethouder van Scheefliggende Stoeptegels. Het aanzien van deze wethouder zou in één klap een enorme boost krijgen als aan diens takenpakket voortaan ook het beleidsterrein Te Wippen Stoeptegels zou worden toegevoegd.


Alle stoeptegels de wereld uit, om te beginnen uit de Gezondste Regio. 

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 10 mei 2022

Intermezzo – Han

Iemand laten vallen als een baksteen betekent volgens Van Dale ‘onverwacht zijn handen ervan aftrekken, geheel in de steek laten’. Het CDA Horst aan de Maas heeft zijn wethouder Han Geurts laten vallen als een baksteen, zo werd gisteren bekend. En dat komt keihard aan. De wethouder schrijft zelf op zijn Facebookpagina: ‘Ik kreeg van het CDA de mededeling dat ze mijn kandidatuur als wethouder niet steunen. Ik ga niet over het besluit, maar dat de CDA-raadsleden dit besluit genomen hebben zonder eerst met mij in gesprek te gaan, doet me erg veel pijn.’ Van je vrienden moet je het maar hebben. Politiek is niet voor watjes, inderdaad. Maar politiek hoeft toch ook niet over lijken te gaan?  


Vier jaar lang liep Han zich het vuur uit de sloffen als wethouder namens het CDA. Wagonladingen vol kritiek kreeg hij over zich uitgestort, niet in de laatste plaats van mij. Omdat ik hem een zwak bestuurder vond, zoals ik op deze plaats regelmatig heb laten blijken. Kijk de laatste voorbereidende raadsvergadering terug en je begrijpt meteen wat ik bedoel. Ondanks alle kritiek bleef het CDA steeds achter zijn wethouder staan. En nu, twee maanden na de verkiezingen, serveert het CDA hem ineens af als kandidaat-wethouder. Broedermoord. Schunnig.


Weet je, dat het CDA het voor de buitenwacht deed voorkomen alsof het alle vertrouwen in Han had, terwijl het dat in feite niet had, kan ik nog enigszins begrijpen. Maar was de afgang die hem nu ten deel valt per se nodig? Had dit niet eleganter kunnen worden opgelost? Tuurlijk wel. Als het CDA Han ruim voor de verkiezingen in bedekte termen had laten weten dat zijn politieke rol was uitgespeeld, dan zou hij de stille wenk ongetwijfeld hebben begrepen. Knarsetandend, zeker, maar ernstig gezichtsverlies zou hem bespaard zijn gebleven.


Vooral het moment van afserveren roept vragen op. Zou het soms een vlucht naar voren zijn van het CDA? Han ligt al maanden onder vuur van een groot deel van de gemeenteraad over het beheer van gemeenschapshuis De Wingerd in Sevenum. Drie weken geleden werd hem tijdens de voorbereidende raadsvergadering de pis behoorlijk lauw gemaakt over De Wingerd. Niet uit te sluiten valt dat Han hierover binnenkort, wellicht vanavond al, in grote politieke moeilijkheden komt. Door zijn handjes al bij voorbaat van Han af te trekken, blijft het CDA salonfähig zal de gedachte zijn. Een onzinnige gedachte: een partij in verregaande staat van ontbinding heeft absoluut niets in het gemeentebestuur van Horst aan de Maas te zoeken. Zoals op 24 maart al geschreven: ‘Het CDA heeft heel veel betekend voor Horst aan de Maas, maar moet nu even de tijd worden gegund zijn wonden te likken, te reflecteren en te herbronnen.’ 

woensdag 4 mei 2022

Intermezzo – In America

Aan de wandel in het buitengebied. Hollandse hits klinken op uit een luidsprekertje. Drie dametjes van een jaar of tien zitten aan een tafeltje, een hondje aan hun voeten. Op mijn nadering beginnen ze te scanderen. ‘Bloe-men te koop! Bloe-men te koop! Bloe-men te koop!’

‘Wilt u ook bloemen?’
‘Dat is eigenlijk niet zo handig want ik ben pas aan het begin van mijn wandeling. Maar misschien blijven ze wel goed in mijn rugzakje.’ 
Gegrijns.
‘Ik hoop wel dat ik geld bij me heb.’
Stilte.
‘Oh ja, gelukkig wel.’
Gegrijns.
‘Dit zijn de duurste.’
‘Hoe duur zijn die dan?’
‘Twee euro.’
‘Dat is precies wat ik bij me heb. Dus dan wil ik die bloemen graag. Ze zijn ook heel mooi.’
Gegrijns.
‘En hebben jullie er al veel verkocht?’
‘Ja, héél veel.’
‘Mooi zo! Komen ze uit jullie eigen tuin?’
‘Ja. Vanmorgen hebben we nieuwe geplukt.’ 
‘Jullie zijn goed bezig!’
‘Die witte zijn lelietjes-van-dalen.’
‘Die ruiken toch heel lekker, dacht ik?’
‘Ja, héél lekker!’
‘Zo, dan loop ik weer eens verder.’
Stilte.
‘Veel succes nog!’
Gegrijns.

Nu alleen nog op een verantwoorde manier van die bloemen af zien te komen, mijn rugzakje wordt hun dood.
Gepeins.
Wacht eens. 4 mei. America. Griendtsveenseweg. Verzetsmonument.

Held.
Op sokken.

donderdag 28 april 2022

Intermezzo – Aldi (4)

Drie weken geleden vroeg ik lezers om verdere informatie over het pand in de Loevestraat dat oorspronkelijk zuivelfabriek St. Lambertus herbergde en daarna achtereenvolgens ketelfabriek Hocon, autogarage Janssen en supermarkt Aldi. Die oproep (klik hier) leidde tot drie mooie reacties.


Van Mart van den Munckhof ontving ik de vijf geweldige foto’s die dit stukje sieren. De enige context die Mart bij de foto’s wist te verschaffen was dat hij ze had gevonden in de papieren van z’n twee jaar geleden overleden vader. Op bovenstaande foto staan achterop twee stempels: ’10 mei 1954’ en ’30 mrt 1956’. 1954 of 1956? Afgaand op de vrachtwagen uiterst rechts op de foto zou ik denken in elk geval ergens in de jaren vijftig.


Of de foto’s van melkboer, melkkar en melkpaard eveneens uit de jaren vijftig dateren? Zou kunnen. Maar als iemand zou zeggen ‘jaren dertig’ zou ik het ook geloven. Vast staat dat ze op het Wilhelminaplein zijn gemaakt: op één foto is (rechts) nog net een fragment van het postkantoor te zien. De twee andere foto’s zijn gemaakt voor het pand waarin nu Blok 10 is gevestigd. Iemand misschien enig idee wie de melkboer is?


Van Jan Janssen ontving ik een verslag van een op 13 maart 1957 gehouden vergadering van coöperatieve zuivelvereniging Noord-Limburg. Daarin kwam de sluiting van de melkfabriek aan de orde:
‘Behalve het feit dat de nieuwe melkinrichting in Venlo (…) groot genoeg is om de hele productie van Horst over te nemen, heeft mede een rol gespeeld het feit dat de vermindering in de aanvoer van boerenmelk in Horst niet enkel een tijdelijk verschijnsel mag worden genoemd, maar wel degelijk een verschijningsvorm is van een pertinente structuurverandering. Een verdere terugloop van de boerenmelkaanvoer vanuit het gebied Horst ligt dan ook in de lijn der verwachtingen. (…) Het plan is nu dan ook om zodra het bedrijf in Venlo in werking zal zijn getreden (…) over te gaan tot het overbrengen van de gehele aanvoer en verwerking van de Horster melk naar Venlo.’

Jan voegde hier nog aan toe dat de melkproductie een jaar later naar Venlo werd verplaatst, maar dat delen van het complex daarna waarschijnlijk nog zijn gebruikt voor opslag van melkproducten.


Na de stillegging van de melkproductie nam ketelfabriek Hocon zijn intrek in het pand. Van Wiel Keijsers ontving ik hierover de volgende informatie:

‘In het woonhuis dat vroeger achter de Aldi stond woonde, eind jaren ’50, begin jaren ’60, de familie Vullings, eigenaar van de ketelfabriek e.d. Begin jaren ‘60 verhuisden bedrijf (met de naam Hocon) en familie naar de Industriestraat. Eigenaar Ger Vullings was nogal klein van postuur en werd daarom ‘Girke’ genoemd. Hij was in die tijd ook lid van de brandweer in Horst.’


Mart, Jan en Wiel: zeer hartelijk dank voor jullie foto’s en informatie! Reacties blijven welkom via horstsweethorst@gmail.com

woensdag 27 april 2022

Intermezzo – Ooijen-Wanssum (2)

Schrijf over boeren en je bent verzekerd van respons uit agrarische hoek. Vorige week schreef ik (klik hier) dat het me niet raadzaam leek het natuurbeheer in het gebied Ooijen-Wanssum in handen te geven van boeren. Omdat boeren nu eenmaal boeren zijn en geen natuurbeheerders – voor brood ga je doorgaans ook naar de bakker en niet naar de slager.


Inderdaad stroomden de reacties binnen. ‘Ik denk dat de boeren in het verleden altijd aan natuurbeheer hebben gedaan.’ ’De boeren hebben al eeuwen bewezen dat ze meer verstand hebben van natuur dan Staatsbosbeheer.’ ‘Agrariërs zijn zeker wel in staat om een gebied goed te beheren.’ Enzovoort.


Zoals altijd is het óók een kwestie van definitie. Van Dale definieert natuur als ‘wat de mens om zich heen ziet en wat beschouwd wordt als nog niet door de mens gewijzigd’. Als er één beroepsgroep is die door de eeuwen heen juist wel heeft gewijzigd ‘wat de mens om zich heen ziet’, dan zijn het wel boeren. Opgelet, potentiële reaguurders, dit is een constatering en geen veroordeling: de noodzaak voor de mens om voeding tot zich te nemen houdt automatisch in dat de mens ingrijpt in ‘wat de mens om zich heen ziet’.


Toch zou je kunnen zeggen dat natuur en cultuur eeuwenlang min of meer in balans waren. De introductie van kunstmest, ruim een eeuw geleden, heeft alles veranderd. Sindsdien is de landbouw steeds grootschaliger en intensiever geworden. Dit ging ten koste van natuur, ook als je natuur wat ruimer definieert dan Van Dale. De biodiversiteit is er minder op geworden, het milieu slechter, het landschap onaantrekkelijker. Meer monoculturen, verarming en uitputting van de grond, een veel minder gevarieerde flora en fauna, meer stikstof, grotere en zwaardere machines, immense bedrijfsgebouwen. Je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat deze ontwikkeling ondanks groeiende weerstand nog steeds geen halt is toegeroepen.


Allemaal de schuld van boeren? Nee, de schuld van ons, mensen, de maatschappij. Boeren voeren uit wat wij, de maatschappij, van ze vragen. En onze vraag leidt doorgaans tot aantasting van natuur. In het geval Ooijen-Wanssum betreft onze vraag nu voor de verandering eens geen aantasting van natuur, maar beheer van natuur. Ineens gaan we boeren vragen iets te doen dat indruist tegen hun natuur. Ik blijf het vreemd vinden dat juist de aantasters van natuur de eerst aangewezenen zouden zijn om natuur te beheren. Sowieso heeft natuur in de strikte betekenis van het woord helemaal geen beheer nodig. Echte natuur beheert zichzelf. Natuurbeheer is een correctie van de mens op de gevolgen van het handelen van de mens ten behoeve van de mens.

Een ingedikte versie van dit stukje verscheen vandaag in Via Horst-Venray.