donderdag 15 januari 2026

Intermezzo – Openbaar toiletteren

Loitering. Mij was dit Engelse begrip onbekend, totdat wethouder Eric Beurskens het eergisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering in de mond nam. Aan de orde was een motie om Horst aan de Maas op te tuigen met openbare toiletunits. De wethouder bleek daar geen voorstander van, onder meer vanwege ‘misstanden in het kader van drugs en loitering’. Loitering? ‘Gewoon, verblijf in zo’n toilet’, voegde hij er meteen aan toe. Aha! Rondhangen!


Geen toiletunits dus. Wel eiste de voltallige gemeenteraad een onderzoek naar potentiële openbare toiletlocaties in bestaande voorzieningen, inclusief kerken en publieke gebouwen. Verder kreeg de wethouder opdracht de vindbaarheid van bestaande openbare toiletten te vergroten, ook voor inwoners die geen gebruik maken van digitale middelen, wat mij (en ook de wethouder) nog niet zo eenvoudig lijkt. Aanleiding voor dit alles: de vette onvoldoende (2,7) en beschamende 222e positie van Horst aan de Maas in de MDL Fonds-ranglijst van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier) en de uiterst magere voldoende (5,7) en iets minder beschamende 110e positie van Horst aan de Maas in de Hoge Nood-ranglijst van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier).


Wethouder Beurskens achtte het uitgesloten dat de resultaten van het onderzoek en de conclusies binnen een half jaar bekend zouden zijn, zoals de raad vroeg. Dit leidde bij mij tot visioenen van de lange baan en herinneringen aan de urilift en permanente plaskruisen (klik hier, hier en hier). Hoewel de gemeenteraad tussen 2011 en 2017 met grote regelmaat sprak over deze verzinkbare zeiktonnen, zijn ze er nooit gekomen. Hoe anders was het een eeuw eerder: nadat hierover eind 1913 een besluit was genomen stond er binnen een half jaar een urinoir op de Veemarkt. En in 1916 kreeg ook het huidige Sint-Lambertusplein een urinoir (mocht iemand foto’s bezitten of kennen van deze urinoirs dan houd ik me aanbevolen).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten