Loitering. Mij was dit Engelse begrip onbekend, totdat wethouder Eric
Beurskens het eergisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering in de mond nam.
Aan de orde was een motie om Horst aan de Maas op te tuigen met openbare
toiletunits. De wethouder bleek daar geen voorstander van, onder meer vanwege ‘misstanden
in het kader van drugs en loitering’. Loitering? ‘Gewoon, verblijf in zo’n toilet’,
voegde hij er meteen aan toe. Aha! Rondhangen!
Geen toiletunits dus. Wel eiste de voltallige gemeenteraad een onderzoek naar potentiële
openbare toiletlocaties in bestaande voorzieningen, inclusief kerken en
publieke gebouwen. Verder kreeg de wethouder opdracht de vindbaarheid van
bestaande openbare toiletten te vergroten, ook voor inwoners die geen gebruik
maken van digitale middelen, wat mij (en ook de wethouder) nog niet zo eenvoudig
lijkt. Aanleiding voor dit alles: de vette onvoldoende (2,7) en beschamende 222e
positie van Horst aan de Maas in de MDL Fonds-ranglijst van toiletvriendelijke
gemeenten in 2025 (klik hier) en de uiterst magere voldoende (5,7) en iets
minder beschamende 110e positie van Horst aan de Maas in de Hoge Nood-ranglijst
van toiletvriendelijke gemeenten in 2025 (klik hier).
Wethouder Beurskens achtte het uitgesloten dat de resultaten van het onderzoek en
de conclusies binnen een half jaar bekend zouden zijn, zoals de raad vroeg. Dit
leidde bij mij tot visioenen van de lange baan en herinneringen aan de urilift en
permanente plaskruisen (klik hier, hier en hier). Hoewel de gemeenteraad tussen
2011 en 2017 met grote regelmaat sprak over deze verzinkbare zeiktonnen, zijn
ze er nooit gekomen. Hoe anders was het een eeuw eerder: nadat hierover eind
1913 een besluit was genomen stond er binnen een half jaar een urinoir op de Veemarkt.
En in 1916 kreeg ook het huidige Sint-Lambertusplein een urinoir (mocht iemand
foto’s bezitten of kennen van deze urinoirs dan houd ik me aanbevolen).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten