vrijdag 10 november 2023

Intermezzo – muZeen

Oude meesters en jonge goden.
Hondjes en leeuwtjes.
Pentekeningen en ansichtkaarten.
Hoop en verlangen.
Willie Donderkop en Johan van Wittenhorst.
Een boot vol schoenen en een Schmitz Mini-Kipper.
Wol en porselein.
Dr. Dadja Altenburg-Kohl en Bettina Steinbrügge.
Blote konten en geamputeerde benen.
Een jas en jurken.
Horst en Sevenum.
Messing en olieverf.
Angst en geborgenheid.
Blooker’s cacao en een kers op de taart.
Een planeet en een wolk.
Bomen en appelhout.
Nostalgie en harde werkelijkheid.
Culture House Korundi en Mishkat Interactive Center.
Fotoprints en videoloops.
Een kartonnen doos en een schupke.
Woudenberg en Pionki.
Koortsdromen en gouden bergen.
De Mariapeel en het Sint-Lambertusplein.
Liefde en geweld.
Foumban en Thanjavur.  
Een thuishaven en een vlag.
Voetbal en spelevaren.
Unox Cup-a-Soup en Calvé pindakaas.
Een collage en een maquette.
Evenwicht en instabiliteit.
Encaustiek en cyanotype.
Een zweterige berg en een boottocht op de Molenbeek.
Gaza en de Maas.
Vogels en schelpen.
Papier en cortenstaal.
Beweging en stilstand.
De Volksklant en The Independent.


En dit is dan nog maar een fractie van wat het muZeen allemaal te bieden heeft. Het muZeen? Ja. Een gloednieuw museum dat voor tien dagen neerstrijkt in kasteel Huys ter Horst (Kasteellaan 2 in Horst). Om te vieren dat kunstenaarscollectief Zeen uit Horst aan de Maas vijf jaar bestaat. Het muZeen herbergt een kleine vijftig werken van 36 kunstenaars en ontwerpers* die een connectie hebben met Horst aan de Maas. Nooit eerder is het werk van zoveel kunstenaars en ontwerpers die in Horst aan de Maas wonen of hebben gewoond samengebracht in een expositie.


Het muZeen is van 11 tot en met 19 november dagelijks geopend van 11.00 tot 17.00 uur. Het is gratis toegankelijk. De muZeenshop heeft een aantrekkelijk aanbod van publicaties, originele kunstwerken en hebbedingetjes van de deelnemende kunstenaars en ontwerpers, voor schappelijke prijzen. In het muZeencafé kun je terecht voor koffie, thee en vlaai.


Met de Kunstschatten-bingo worden muZeen-bezoekers uitgedaagd het bijzondere in het alledaagse te ontdekken. Bijna dagelijks zijn er gratis workshops, rondleidingen en talkshows in het muZeen. Kijk voor het actuele programma op www.zeen.online Vergeet vooral niet om je van te voren aan te melden via kunstencultuurhadm@gmail.com als je aan een activiteit wilt deelnemen of ergens bij aanwezig wilt zijn.


* De exposanten:
Sanne Aben
Ruud van der Beele
Kris Berden
Safia Boulghalgh
Gerard Cieraad
Marijke Cieraad
Herman Coppus
Aukje van Dijk
Sjors Driessen
Harrie Eijkemans
Jules van Eijs
Guus van Enckevort
Eric van Grootel
Jacqueline Hanssen
Jeu van Helden
Herman van den Heuvel
Ingrid Janssen
Robin Kersten
Edwin de Klein
Mathieu Knippenbergh
Marian Litjens
Erik van Maarschalkerwaard
Monique van Maasakker
Wim Moorman
Nellie de Mulder
Margo Nelissen
Jack Poels
Helmie van de Riet
Harm Rutten
Frank Schijven
Ine Schriever
Piet Siebers
Agata Siwek
Studio ASKP
Liesbeth Sterrenburg
Willem Verhaeg
Malou Weijs

zondag 5 november 2023

Intermezzo – Gaza (2)

Onderweg in de trein naar de Palestina-demonstratie in Venlo raken we afgelopen zondag in gesprek met een uit Syrië gevlucht echtpaar, nu woonachtig in Horst aan de Maas. Zijn ze Syrische Palestijnen? ‘Nee, gewoon Syriërs’, vertelt de vrouw. Haar man: ‘Mijn ouders en grootouders waren tot de Zesdaagse Oorlog in 1967 boeren op de Golanhoogvlakte. Die oorlog veranderde alles. Israël veroverde het grootste deel van de Golan op Syrië, waardoor mijn ouders naar Damascus moesten vluchten.’ Vijftig jaar later dwong de burgeroorlog in Syrië de man en zijn vrouw op hun beurt weer uit Damascus te vluchten.


’s Avonds thuis lees ik op internet dat door de Zesdaagse Oorlog in 1967 naar schatting 131 duizend Syriërs, onder wie zeventienduizend Palestijnen, van huis en haard zijn verdreven. En ook dat de tot op de dag van vandaag voortdurende bezetting van de Golan door Israël volkenrechtelijk gezien illegaal is.

Maandag hoor ik een journalist in een podcast praten over de bommenregen tijdens het weekend op de Gazastrook: honderd Israëlische straaljagers tegelijkertijd die bommen afwierpen op het gebied. ‘Wat we nog niet weten, is wat de impact daarvan op burgers is geweest: hoeveel doden er zijn gevallen, hoeveel huizen zijn verwoest.’


Ik probeer vat te krijgen op de schokkende woorden van het echtpaar en die van de journalist. En doe m’n best me voor te stellen hoe ik erover zou denken als mijn ouders en samen met hen de hele bevolking van Noord-Limburg verjaagd zouden zijn naar Amsterdam en nooit de kans hadden gekregen om terug te keren. Ook ben ik op zoek naar houvast bij de wetenschap dat de gemeenten Horst aan de Maas en Venray samen precies even groot zijn als de hele Gazastrook. En tracht me in te denken hoe ik, iemand met al een angstkeutel in z’n broek bij ook maar één oefenende straaljager van vliegbasis Volkel, eraan toe zou zijn als honderd straaljagers tegelijkertijd bommen zouden afwerpen op Horst aan de Maas en Venray.


Ik moet denken aan m’n oom die onlangs op z’n negentigste verjaardag vertelde over de bommen op Horst en de evacuatie van de familie Moorman aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een evacuatie naar Melderslo, amper een kilometer verderop. Voor een week. Daarna kon het gezin ongeschonden weer terug naar zijn ongeschonden huis. Eind goed, al goed. Toch heeft het op mijn oom een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Hoe zou het zijn met de gemoedstoestand van die tienduizenden, misschien wel honderdduizenden onschuldige Palestijnen die uit hun huizen zijn verjaagd, wier gezinnen wel zijn geschonden, die zich afvragen of hun huizen er überhaupt nog zijn en zo ja of ze er ooit kunnen terugkeren?

(Dit stukje verscheen in iets ingekorte vorm afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray)

woensdag 1 november 2023

Intermezzo – Gaza (1)

Aan Gaza valt dezer dagen niet te ontkomen. Ook voor Horst-sweet-Horst niet. Al was het maar omdat er een bijzondere overeenkomst is tussen enerzijds Horst aan de Maas en Venray en anderzijds de Gazastrook: hun oppervlakte. Die hele Gazastrook, die nu al bijna een maand het gesprek van de dag is, is, geloof het of niet, nagenoeg even groot als de gemeenten Horst aan de Maas en Venray samen: 360 om 357 vierkante kilometer.


Deze wetenschap helpt me enorm bij het vormen van een beeld van de Gazastrook. Wat daarbij ook helpt is het feit dat in de Gazastrook 24 keer meer mensen wonen dan in Horst aan de Maas en Venray samen: 2,1 miljoen om 86 duizend. Probeer het je eens voor te stellen: 2,1 miljoen mensen die wonen in het gebied tussen ruwweg Vredepeel, Wanssum, Grubbenvorst en Evertsoord in plaats van 86 duizend.


Behalve de inwoneraantallen zijn er nog meer verschillen. Zo krijgen wij geen bommenregens op ons dak en worden we niet gedwongen om te vluchten. Zo hebben wij hier ook de vrijheid om te gaan en staan waar we willen. We kunnen vrijelijk de grenzen met Land van Cuijk, Bergen, Venlo, Peel en Maas en Deurne passeren – we merken het niet eens. De Gazanen daarentegen zitten opgesloten in hun eigen gebied (‘de grootste openluchtgevangenis ter wereld’). Voor hen is het vrijwel onmogelijk de grens met zowel Israël als Egypte te overschrijden.


Een ander wezenlijk verschil is dat wij doorgaans over voldoende voedsel, water en elektriciteit beschikken. In de Gazastrook is dit onder ‘normale’ omstandigheden (in feite zijn de omstandigheden er altijd abnormaal) al geen vanzelfsprekendheid, maar sinds een maand helemaal niet meer omdat Israël de toevoer van voedsel, water, elektriciteit en ook benzine heeft geblokkeerd.


Verder hebben de Gazanen te kampen met een extreem hoge werkloosheid, een gezondheidszorg die gebrekkig functioneert en een buitensporig hoog percentage mensen met psychische klachten, vooral kinderen. Ja, ook in Horst aan de Maas en Venray zijn mensen werkloos, functioneert de gezondheidszorg niet altijd zoals we zouden wensen en is het aantal inwoners met depressieve klachten te hoog. Toch ben ik geneigd om te denken dat wij enorme geluksvogels zijn.

(Dit stukje verscheen vorige week in een andere vorm ook in Via Horst-Venray)

woensdag 18 oktober 2023

Intermezzo – Greenport

Uren en uren vergaderde de gemeenteraad van Horst aan de Maas twee weken geleden over het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein in Greenport Venlo. Wat me daarvan het meest is bijgebleven is een uitspraak van wethouder Eric Beurskens (Essentie): ‘We hadden nooit verwacht dat wij bedrijven zouden krijgen die zo groot zijn als die nu in Greenport staan. Ik denk dat we een beetje zijn overvallen in de loop der jaren door wat daar allemaal gebeurde.’ Eerlijk? Jazeker! Maar vooral toch schokkend.


Greenport Venlo is de naam voor het gebied tussen Venlo en Venray. Een enigszins verhullende naam: zoveel groen resteert er niet tussen beide plaatsen. Mede debet daaraan is Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, de beheerder en ontwikkelaar van Greenport Venlo. Aandeelhouders van het Ontwikkelbedrijf zijn de gemeenten Horst aan de Maas, Venlo en Venray en de provincie Limburg.


‘Ruimte voor ontwikkeling’ voert het Ontwikkelbedrijf als slogan. Wat je ook op het Ontwikkelbedrijf aan kunt merken, die slogan heeft het dubbel en dwars waargemaakt. Zo heeft het ruim baan geboden aan de ontwikkeling van Trade Port Noord. Onder regie van het Ontwikkelbedrijf is dit gebied van vierhonderd hectare tussen Blerick, Grubbenvorst en Sevenum het afgelopen decennium volgeplempt met gigantische bedrijfshallen. De menselijke maat is er ver te zoeken. Van het oorspronkelijke open landschap is niets meer over. ‘Natuur’ is hier gereduceerd tot schaamgroen, schaamschapen, schaamwallen en schaamwater.  


Berouw komt na de zonde. De binnenkort afzwaaiende directeur van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, Ruud van Heugten, verklaarde twee jaar geleden schaamteloos dat hij voorstander was van strengere richtlijnen voor de bouw van gigantische distributiecentra. En zich achter z’n oren krabbend realiseert Eric Beurskens zich nu ineens dat de slokop met de naam Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo misschien wel eens teveel ruimte kan hebben gekregen en dat we nu met z’n allen met de gebakken peren zitten.


‘We stonden erbij, we keken ernaar en we lieten het maar gebeuren’, zeggen de directeur en de wethouder in feite. Waarom lieten we het maar gebeuren? Hoe kan dat, nota bene bij een bedrijf waarvan drie gemeenten en de provincie de aandeelhouders zijn? Was de almaar voortdenderende trein echt niet te stoppen? Waarom heeft niemand z’n mond open gedaan? Heeft iedereen, bestuurders en gemeenteraden voorop, collectief zitten slapen? Zijn ze gevallen voor mooie praatjes?

(Dit stukje verscheen vorige week woensdag ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 10 oktober 2023

Intermezzo – Liegbeest

Liegbeest! Onsterfelijk gemaakt door de onovertroffen Stratemakeropzeeshow (wat prijs ik me gelukkig dat ik uitgerekend ten tijde van de Stratemakeropzeeshow kind was):

Mijn broer loopt harder dan jouw broer
En later wordt hij kap'tein
Mijn vader was vroeger piloot
En ik krijg voor mijn verjaardag een grotemensen boot

refrein:

Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen

Mijn oom heeft auto's bij de vleet
Mijn tante heeft er nog meer
In onze tuin zat gisteren een aap
En mijn vader heeft gevochten, met een hele grote beer

enz.



Iemand zou eens aan Hans Dorrestijn, Wieteke van Dort of Joost Prinsen moeten vragen of zij zich nog herinneren wie model stond voor dat liegbeest. Prins Bernhard? Niet onmogelijk. Liegbeest bij uitstek. Hij kwam er nog mee weg ook.

Kan dat bordje geen permanente status krijgen?


En dit ook?


En dit ook?


Hier hangt geen verklarend bijschrift. Te hoog misschien voor de ophanger(s) van die andere drie bordjes? Hoewel? Merk op dat het straatnaambord niet in de richting van de Prins Bernhardstraat wijst maar in de richting van de Westerholtstraat. Een leugenachtig straatnaambord. Hoe toepasselijk.

woensdag 4 oktober 2023

Intermezzo – Werelddierendag

4 oktober vandaag. Feestdag van Sint Franciscus van Assisi, erkend dierenvriend. Daarom is 4 oktober óók Werelddierendag. In Nederland sinds 1930, in enkele andere landen al een jaar eerder. De feestdag der dieren is tevens een hoogtijdag der hypocrisie. Op geen enkele dag van het jaar namelijk komt de hiërarchie die de mens heeft aangebracht in de dierenwereld zo duidelijk tot uiting als juist op Werelddierendag.


Werelddierendag is de dag bij uitstek waarop de mens de schapen van de bokken scheidt, met de mate van aaibaarheid als voornaamste criterium. ‘Jij wel, maar jij niet.’ ‘Jij staat vandaag speciaal in het zonnetje, maar jij ziet ook op deze feestdag geen daglicht.’ ‘Jij mag vandaag naar de huisdierenzegening, maar jij wordt vandaag van je staart beroofd.’ ‘Jij krijgt vandaag een extra knuffel, maar jij gaat vandaag naar de slachtbank.’


Ik ben beslist niet de eerste of enige die er zo over denkt. Het verraste me wel om in het Venrayse weekblad Peel en Maas al in 1932 een artikel aan te treffen waarin naar aanleiding van Werelddierendag het begrip dierenbescherming uitermate kritisch tegen het licht wordt gehouden (klik hier). Fragment uit dat artikel, weliswaar lang maar zeer lezenswaardig:

‘Dierenbescherming op zich is een prachtig werk, maar ze wordt o.i. in vele gevallen geschaadt door valsche sentimenten. Veel dierenbescherming is niet anders dan menschelijke zelfkoestering. Omdat we van hond, kat, paard enz. de trouw en aanhankelijkheid kennen, ja, omdat we van den roep en oogopslag, in het algemeen: van de reacties dier beesten iets verstaan of meenen te verstaan, daarom verdragen we het niet als ze slecht worden behandeld. Als die huisdieren worden gekweld, dan wordt ons gemoed geweld aangedaan en vooral dat laatste kunnen we heel moeilijk ondergaan. Daarom werpen velen zich voor Dierenbescherming op. We onderscheiden dieren en dieren. Dagelijks liggen millioenen garnalen, schollen, botten en andere visschen levend op wagens en in manden te spartelen in een doodstrijd van uren; aal wordt levend gestroopt, mosselen komen levend op het vuur. Edele herten worden geschoten, prachtig gevogelte wordt met moordend lood omlaag gehaald. Koningen van de woestijn worden levenslang in ellendige dierentuin-hokken opgesloten.’

‘We onderscheiden dieren en dieren.’ Ergens op de achtergrond meen ik instemmend geloei, geknor, gekakel, gemekker en geblaat te horen van de miljoenen koeien, varkens, kippen, geiten en schapen in deze regio voor wie het bestaan ook vandaag op deze Werelddierendag even uitzichtloos is als op willekeurig welke andere dag.

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

zondag 1 oktober 2023

Intermezzo – Raadsavond

Raadsavond gemeente Horst aan de Maas, 26 september 2023

anders krijgen we een enorm termijnenspel
we zien wel dat zodra de avonden weer vroeger invallen er een hausse aan vragen komt

dat is echt een andere kwaliteit dan de bouwbesluitwoningen die de flexwoningen zijn
dat kunnen we doen door een buitenplanse omgevingsactiviteit in de omgevingswet
die fase wordt doorlopen in de hub
we hebben geen kpi’s afgesproken op niet-gecontracteerd aanbod

we hebben op de regietafel afgesproken dat de provincie dan wel een rol pakt

volgens mij heb ik een aantal tips in de rugzak gestopt

als ik ‘m zo op mag pakken, dan ga ik graag met deze tip aan de slag

donderdag 28 september 2023

Intermezzo – Horst, Iain Matthews, John Schoorl en een hondje

‘Iain Matthews, de 77-jarige muzieklegende, loopt door het winkelhart van Horst aan de Maas, de gemeente die zich afficheert met een pissende hond. Hij weet te vertellen dat ijssalon Passi al twee keer de Gouden IJsspatel heeft gewonnen, en dat in de twintig jaar dat hij hier nu woont alle banken en platenzaken zijn opgedoekt.’


Wat ontzettend fijn dat De Volkskrant de grote John Schoorl had afgevaardigd voor het maandag in de krant verschenen grote Iain Matthews-interview. Bovenstaande opening alleen al. Meesterlijk. En vrij dodelijk voor Horst aan de Maas.


De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik beter bekend ben met het werk van John Schoorl dan met dat van Iain Matthews. Geen enkele bezoeker van café Cambrinus kan het zijn ontgaan dat we hier in Horst een muzieklegende in ons midden hebben. Ook mij niet. Toch heb ik nooit een concert van Iain in Cambrinus bijgewoond. En toch ben ik ondanks alle loftuitingen van zijn lokale adepten nooit gevallen voor zijn muziek. En toch is mijn eerste associatie bij het horen van de naam Matthews nog altijd ‘Stanley’ en geen ‘Iain’.  


Hoe anders is het met John Schoorl. Als langjarig abonnee van De Volkskrant ben ik maar al te goed bekend met zijn werk. Ook al interesseert het onderwerp me geen zak, artikelen van John Schoorl vreet ik. Omdat ze zijn geschreven door John Schoorl. In zijn geheel eigen John Schoorl-stijl, waarvoor ik wél ben gevallen. Na het beluisteren van het interview dat Kunststof onlangs met hem had (klik hier) overweeg ik zelfs zijn boek over ondernemersverhalen aan te schaffen.
‘Je probeert er een beeld van te krijgen, van tevoren, hoe Iain Matthews resideert in Horst, sedert 2001 opgegaan in Horst aan de Maas en gedurende het carnaval Dreumelrijk geheten.’
‘… en gedurende het carnaval Dreumelrijk geheten.’ Dat bedoel ik nou: dat Horst gedurende het carnaval Dreumelrijk heet, lijkt een overbodige toevoeging, maar geeft richting bij het vormen van een beeld van de wereld waarin Iain terecht is gekomen.

‘Weet je, zegt Matthews, voordat hij in cultureel centrum ’t Gasthoês zijn tanden zet in een kersenvlaai, Neil Young is ook maar een gewone gast.’
Stuk, John! Niet ‘een kersenvlaai’, maar een stuk kersenvlaai. Een stuk vlaai in het Dreumelrijk. En John? Ik gok een stuk rijstevlaai met slagroom. Voor Neil ongetwijfeld een stuk abrikozenvlaai. Ruutjes natuurlijk, gewone gast tenslotte.
‘Matthews steekt uitgelaten zijn hand op naar een voorbijganger en heeft een kort gesprek met een jonge kennis, in het Engels, zijn moedertaal. Lopend langs Kruidvat en Scapino zegt hij geen enkele ambitie te hebben om zich het Nederlands eigen te maken. Als hij op een verjaardag zit, in zo’n onvermijdelijke kring, en de conversatie collectief overschakelt naar het Nederlands, voelt dat voor hem als een verlossing.’

John kennende een bewuste keus om Iain langs Kruidvat en Scapino te laten lopen en niet langs Gember en Natuurwijzer. Horst is natuurlijk ook meer Kruidvat en Scapino dan Gember en Natuurwijzer. Nog even dan.
‘Matthews vervolgt zijn weg door het winkelgebied, tot zijn afschuw omgeven met vlaggen met afbeeldingen van een pissende hond, lokaal bekend als het Hôrster Hundje, en het rijmpje: Heb je dorst? Dan ga je naar Horst. Daar zit een hondje. Dat plast je in het mondje!’

Worden we even mooi te kijk gezet. Intussen breek ik nog steeds m’n hoofd over de vraag welke andere platenzaken dan Mikroshop hier in de afgelopen twintig jaar nog meer zijn opgedoekt.

donderdag 21 september 2023

Intermezzo – Poels Mien

Poels Mien.
IJzersterke naam.
Spruitjesgeur. Bloemetjesbehang. Perzische tapijtjes op tafel. Heerlijk helder Heineken.
Gezellig zitje. Prima dranken. Stemmingsmuziek.


Bij mijn weten ben ik er nooit geweest: te laat geboren, geen kroegtijger.
Ook geen kermisklant. De Peelzwervers. Theo Rijs met zijn Cabalero’s. The Venlona Band. Limburgia Zusjes. The Revano’s. The Flying Boys. The Playing Boys. Aan hun namen kan het niet hebben gelegen.
Allemaal moeten missen, met terugwerkende kracht enorme spijt.


Dromen van weggekropen in een hoekje bij de kachel op kermismaandag meegenieten van de zang van Wout van Osch en de stemmingsmuziek van De Closter Mheters – ook al zo’n goddelijke naam.


Jaren vijftig- en zestigvermaak bij Poels Mien.
Hoe voelde het? Hoe smaakte het? Hoe klonk het?
Gemoedelijkheid troef?
Of katjes die in het gezellig zitje in het donker werden geknepen?
Leidden de prima dranken tot gebral, tot kermisruzies?
Kon het er onaangenaam worden door duistere figuren uit de stad met ennen kwaojen drónk?
Zinloze vragen, nader tot Poels Mien kom ik er toch niet door.


Poels Mien is niet meer.
Poels Mien was al tientallen jaren niet meer.
Mien transformeerde via enkele tussenstations tot Ramses.
Shoarma. Grillroom. Pizzeria. Döner kebab.
Bij mijn weten ben ik er één keer geweest: geen shoarmist, geen grillroomboy, geen kebabist.
Ramses is niet meer.
In elk geval voorlopig niet meer.
Getroffen door brand, nota bene op kermismaandag.


Weerklinkt daar ergens in de verte gegrom van Poels Mien? (Poels Mienen snikken niet, Poels Mienen zijn wars van sentimenteel gedoe.)
Wat moet er in godsnaam worden van de smalste zijgevel van Horst aan de Maas?


(De advertenties, uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, zijn afkomstig uit het Dagblad voor Noord-Limburg)

donderdag 14 september 2023

Intermezzo – Sloop

In de categorie ‘Belangrijk regionaal nieuws dat ik door een verblijf van twee maanden in het buitenland niet de aandacht heb kunnen geven die het verdient maar graag alsnog wil memoreren’ nu svp even uw aandacht voor een gebouw waarvan ik me pas op betrekkelijk hoge leeftijd heb gerealiseerd dat het een architectonische schepping was. Wat het voormalige Boschveldcollege in Venray eerder voor mij dan wel was? Een middelbare school, een instituut, een leerfabriek, een moloch. Maar vooral: iets waaraan ik een grondige hekel had, een angstaanjager.

Als leerling, ruim veertig jaar geleden, heb ik het Boschveldcollege in elk geval nooit beschouwd als een gebouw met esthetische of architectonische waarde. Nee, het was er gewoon en dat was al erg genoeg. Het heeft decennia geduurd voordat ik het Boschveldcollege, inmiddels Raaylandcollege geheten, óók kon zien als een waardevolle toevoeging aan de Venrayse openbare ruimte met architectonische kwaliteiten. Met zijn strakke horizontale geleding, witte gevels, platte dak en gebrek aan opsmuk was het in 1968 door de Venrayse architect Piet Lerou ontworpen gebouw een typerende representant van de wederopbouwarchitectuur.

En nu, terwijl ik buitenslands vertoefde, is het voormalige Boschveldcollege dus gesloopt. En vind ik dat zonde. Houdt het in Venray dan nooit op met het verkwanselen van naoorlogs architectonisch erfgoed? Na onder meer Inalfa, busstation en postkantoor opnieuw een naoorlogs gebouw dat is opgeofferd aan iets waarvan je je kan afvragen of het vooruitgang valt te noemen. Ik besef maar al te goed dat niet alles kan worden bewaard, maar enige prudentie is hopelijk toch niet teveel gevraagd?

Intussen dreigt in Horst aan de Maas sloop voor een ander markant voorbeeld van naoorlogse architectuur: Zonnehof. Dit wooncomplex in Tienray bestaat uit twee cirkels waaromheen in beide gevallen 22 woningen zijn gebouwd, respectievelijk in 1969 en 1973. In elk van beide cirkels staat in het midden een boom. De bouw van de woningen in een rond hofje en de binnentuin voor collectief gebruik bevorderen het gemeenschapsgevoel. De echtgenote van toenmalig commissaris der koningin Charles van Rooy verrichtte op 4 mei 1971 de officiële opening van het eerste deel van Zonnehof. Aanvankelijk woonden in de in grijze betonstenen met bitumen dakbedekking gebouwde woningen uitsluitend bejaarden, inmiddels mensen van alle leeftijden.


De huidige bewoners krijgen steeds meer en steeds duidelijker signalen dat eigenaar Wonen Limburg van plan is Zonnehof binnen afzienbare tijd te slopen. Ook in dit geval: zonde. Niet voor niets noemt Erik van Maarschalkerwaard, architectonisch vormgever en inwoner van Tienray de bouwwijze van Zonnehof ‘afwijkend en vrij uniek in zijn soort’. Toch vrees ik dat ook Zonnehof niet meer te redden valt.

Wanneer gaan Venray en Horst aan de Maas nu eindelijk eens echt serieus werk maken van inventarisatie en behoud van wederopbouwarchitectuur?

P.S. 1 Dit stukje verscheen in ingedikte vorm gisteren ook in Via Horst-Venray
P.S. 2 De twee foto’s van Zonnehof bij dit stukje zijn gemaakt door Erik van Maarschalkerwaard, de eerste in 2009, de tweede recentelijk. Voor het gebruik ervan en ook voor zijn aanvullende informatie over Zonnehof dank ik hem hartelijk.
P.S. 3 Binnenkort meer op Horst-sweet-Horst over Zonnehof

woensdag 6 september 2023

Intermezzo – Tochtsluis

Foeilelijk inderdaad, die recent aan ’t Gasthoês toegevoegde uitstulping. Maar over de esthetiek van de tochtsluis ging het gisteravond niet in de Horster gemeenteraad. Evenmin over de vraag hoe het mogelijk is dat bij de renovatie van de cultuurtempel blijkbaar over het hoofd is gezien dat het in Nederland wel eens waait. Waarover de gemoederen gisteravond dan wél zeldzaam hoog opliepen? Over de vraag of het aanbrengen van die 120 duizend euro kostende tochtsluis aangemerkt dient te worden als preventief onderhoud of als een investering in een nieuw onderdeel van het gebouw.


Je zou kunnen denken: ‘What the fuck! Wat maakt het nu uit of het onderhoud of een investering is? Als dat ding er maar komt!’ Maar zo eenvoudig is het niet. Als het een investering betreft, dient de gemeenteraad goedkeuring te verlenen. Bovendien moet in het geval van een investering een openbare aanbesteding plaatsvinden. Bij het kwalificeren van de tochtsluis als ‘onderhoud’ staat de gemeenteraad buitenspel en zijn de werkzaamheden onderdeel van het onderhoudscontract met de aannemer van ’t Gasthoês.

Verantwoordelijk wethouder Elbert Joosten (CDA) hield ook gisteren bij hoog en bij laag vol dat het om onderhoud ging. Enkele gemeenteraadsfracties zetten daar vraagtekens bij. Joep Peeters (VVD) hield de wethouder voor dat een uitspraak van de Hoge Raad er wel degelijk op duidt dat het om een investering gaat. De wethouder deed dit vervolgens enkele malen veel te luchtig af als een woordspelletje. Ook vragen over een aanzienlijk lagere offerte voor de tochtsluis van een andere aannemer wenste hij niet serieus te nemen. Evenmin leek hij onder de indruk van de vraag van Joep Peeters of de gemeente met haar handelwijze mogelijk wettelijk in overtreding is.


Eind van het liedje was dat de wethouder met overduidelijke tegenzin alsnog beloofde te zullen nagaan of de tochtsluis mogelijk toch als een investering moet worden gezien. Maar op dat moment was het bijna veertig minuten durende debat (klik hier en ga naar 1.14.08) al volledig ontspoord. Vooral nadat Kay Thijssen (Essentie), die zich eerder afzijdig had gehouden, zijn hart had gelucht (‘Ik zit zelf meer in de kaderstellende dan in de controlerende rol’), vlogen de bittere, al dan niet persoonlijk bedoelde verwijten over en weer door de raadszaal. Bepaald geen verheffend schouwspel.

Een keer gezellig met z’n allen stoom afblazen in een tochtsluis lijkt me geen overbodige investering.

zaterdag 8 juli 2023

Intermezzo – Petra van de Peel

Lange tijd is het helaas wat stilletjes geweest aan het front van de lange, lange reeks van vergelijkingen van locaties en gebouwen in Horst aan de Maas met archetypische plaatsen, streken, gebouwen en wijken – denk bijvoorbeeld aan Wageningen van het Zuiden, Eiffeltoren van Horst en Florence aan de Langevensche Loop (klik hier voor een langere lijst). Aan die enigszins verontrustende stilte komt nu gelukkig een einde met de lancering van Petra van de Peel.


Misschien goed om Petra eerst even te duiden: Petra is een woestijnstad in Jordanië. De vele eeuwen geleden aldaar in de rotsen uitgehakte woningen behoren tot de zeven wereldwonderen en vormen de grootste toeristische attractie van Jordanië.


Zoals blijkt uit bijgaande foto's heeft Horst aan de Maas sinds kort zijn eigen Petra. En wel aan de Kulbergweg in Kronenberg, gelegen tussen Peelbergen Equestrian Centre en de voormalige vuilstortplaats Zuringspeel in America. In de steile rotsen hier ter plekke zijn de afgelopen maanden enkele tientallen rotswoningen uitgehouwen die de vergelijking met Petra beslist kunnen doorstaan. Ze missen weliswaar nog een beetje de verfijning van hun Jordaanse equivalent, maar wat niet is zal zeker komen: Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd en de rotswoningen van Petra oogden tweeduizend jaar geleden ook aanzienlijk primitiever dan vandaag de dag.


Bovendien wordt nog steeds gebouwd aan de rotswoningen aan de Kulbergweg. Crisis in de bouw? Schaarste aan materialen? Gebrek aan personeel? Niet hier dan toch. Hier heerst een bedrijvigheid die haar gelijke niet kent. De ene bouwvakker is nog niet vertrokken of de andere arriveert alweer. En dat alles met een oogverblindende snelheid en een verfrissende blijmoedigheid.



Misschien komt het door de betrekkelijk recente totstandkoming, maar het Petra van de Peel heeft nog niet de erkenning gekregen die het verdient. Zelfs niet door de eigen gemeente, die er normaliter toch bepaald niet vies van is zichzelf positief op de kaart te zetten. 


Nooit te klein denken: als de Neder-Germaanse Limes, de Grachtengordel van Amsterdam en het ir. D.F. Woudagemaal – om maar eens een paar dwarsstraten te noemen – op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan, waarom dan niet het Petra van de Peel? Wie pakt de handschoen op?

dinsdag 4 juli 2023

Intermezzo – Chin. Ind. Restaurant New Fong Shou

I
‘De échte Chinees-Indische restaurants verdwijnen in rap tempo uit het straatbeeld. Ze worden omgebouwd tot sushi- of wokrestaurants, vervangen door hippe nieuwe horeca of simpelweg gesloten.’ Aldus Mark van Wonderen, auteur van Chin. Ind. Spec. Rest. Een verdwijnend Nederlands fenomeen.

II


Chin. Ind. restaurant New Fong Shou aan de Gebroeders van Doornelaan in Horst is niet omgebouwd tot sushi- of wokrestaurant en al evenmin vervangen door hippe nieuwe horeca. Het lijkt een tijdje geleden simpelweg gesloten. Het pand oogt haveloos. Het achterstallig onderhoud druipt ervan af. De vaalgrijze en vaalbeige gordijnen maken de aanblik nóg deprimerender.  

III
In 2018 stond New Fong Shou nog in volle glorie te shinen in het meesterwerk van Mark van Wonderen als nummer 999 van de 1090 Chinees-Indische restaurants die Nederland op dat moment nog telde.


Het wit was destijds aanzienlijk witter, het rood roder. Ook toen al die grijze gordijnen, op de begane grond zelfs fraai gedrapeerd. Drie oranjerode lampionnetjes. Ter verfraaiing waarschijnlijk, maar ongetwijfeld ook ter oproeping van de Chinees-Indische sfeer.


IV
Ja, ben wel eens in New Fong Shou geweest. Een enkele keer dan. Voor een afhaalmenu. Inrichting en ambiance zoals het een Chin. Ind. restaurant betaamt. Wachthoekje. Leesmap. Geen actieve herinnering aan het eten, ben sowieso geen groot liefhebber van de Chinees-Indische keuken. Desalniettemin betekent het verdwijnen van New Fong Shou een verschraling van het culinaire aanbod in Horst.

V
Enkele jaren geleden voor een of ander project in gesprek proberen te komen met de uitbaters. Het taalprobleem bleek onoverkomelijk. De argwaan misschien wel eveneens.
  
VI

‘De naam “Fong Shou” betekent “Goede Oogst”’(klik hier)

VII
Hoe lang zat New Fong Shou er al? Was er ook een Old Fong Shou? Of was er eerst Fong Shou en daarna New Fong Shou? Geen idee. Wel dat hier in elk geval al in 1980 een Chin. Ind. restaurant was gevestigd: China Garden. Daarna is het, denk ik, altijd een Chin. Ind. restaurant gebleven, zij het dus onder minimaal één andere naam.  

VIII
Jeugdherinnering, begin jaren zeventig, zelfde pand, vóór het Chin. Ind. restaurant: de snoepautomaat van Jac van den Munckhof. Die hier tevens een wasserette bestierde. En een snoeploket. Dat ook op zondagmorgen was geopend. Waar je tevens felroze waterijsjes met twee stokjes kon krijgen. En niet te vergeten de voetbalplaatjes van Van der Hout.

IX
‘Te huur’, valt op de ramen te lezen. Je zou het pand een nieuwe eigenaar gunnen. Die het opkalefatert. Die het weer laat stralen. Het is er eigenzinnig genoeg voor, met die donkergrijze bakstenen beneden, met die nadrukkelijk vormgegeven bovenverdieping, met die betonnen omlijsting en met dat balkon (waarvan ik me, zoals bij zoveel balkons, afvraag of er ooit iemand op heeft gezeten). Wie weet wie de architect is?