maandag 4 november 2013

Klein mysterie 496 – Zwembad (1)

Hoewel in het trotse bezit van drie diploma’s heeft zwemmen nooit tot mijn favoriete bezigheden behoord. Een verklaring daarvoor ligt mogelijk juist in die diploma’s. A en B waren geen probleem en behaalde ik al op zevenjarige leeftijd. Daarna begon het gezeik. Onderdeel van zwemvaardigheidsdiploma I (in de volksmond ‘C’) was het opduiken van rubberen bordjes van de bodem van het zwembad. Voor mij een onoverkomelijke opgave, hoe goed ik ook m’n best deed. Misschien wel zes keer examen gedaan, telkens waren de bordjes het struikelblok.
Hoe ik uiteindelijk op 9 december 1975 toch in het bezit van het diploma ben gekomen, is me een raadsel. Vermoedelijk zal de examinator een oogje dicht hebben geknepen, hoewel zwembadtypes doorgaans geen oogjesdichtknijpers zijn. Manipulatie van mijn kant acht ik uitgesloten. Groter is de kans dat mijn vader met steekpenningen in de weer is geweest. In elk geval heb ik na deze lijdensweg weinig zwemwater meer van dichtbij gezien. Het schijnt dat je het nooit verleert en daar vertrouw ik dan maar op, mocht ik onverhoopt nog eens in de Kabroeksebeek belanden.
Ondanks bovenstaande heb ik enkele weken geleden mijn handtekening gezet onder de oproep ‘’t Zwembad mòt bliéve’. Daar was wel enige overredingskracht van een SP-activist voor nodig. Waarom zou een gemeente van 42 duizend inwoners namelijk wel een zwembad moeten hebben, maar geen overdekte schaatsbaan, schouwburg, casino, voetbalstadion of bioscoop? ‘Omdat een zwembad in tegenstelling tot de andere dingen die je opnoemt een basisvoorziening is, net als bijvoorbeeld een bibliotheek’, aldus de SP’er. Na nog wat tegengesputter, vooral voortkomend uit mijn hekel aan zwemmen, moest ik hem daarin uiteindelijk toch gelijk geven, met de handtekening als logisch gevolg.
Met het argument dat het zwembad een basisvoorziening is, verkeren de SP en ik overigens in onverdacht gezelschap. Verantwoordelijk wethouder Ger van Rensch zei een jaar geleden in Hallo Horst aan de Maas precies hetzelfde: ‘Het zwembad is een basisvoorziening en dat willen we graag zo houden.’ Toch gaf het gemeentebestuur (inclusief diezelfde wethouder) ongeveer tegelijkertijd opdracht tot een onderzoek naar één regionaal zwembad voor de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo. Dat roept de vraag op wat het gemeentebestuur verstaat onder ‘basisvoorziening’. Mag je een regiobad in Venlo of Panningen nog een basisvoorziening voor de inwoners van Horst aan de Maas noemen? ‘Ja’, zegt het gemeentebestuur – anders had het de opdracht voor het onderzoek niet verstrekt. ‘Nee’, zeg ik. Het woord is binnenkort aan de raden van de opdrachtgevende gemeenten. Het rapport wordt woensdag namelijk gepresenteerd. Maar de uitkomsten liggen nu al op straat. Eén, volstrekt voorspelbare conclusie: één regiobad is aanzienlijk goedkoper dan drie lokale.
De Venlose wethouder Ramon Testroote liet Dagblad De Limburger weten benieuwd te zijn of politici met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht durven te kiezen voor een regiobad. Daar ben ik eveneens razend benieuwd naar. Waar ik nog benieuwder naar ben: of Testroote met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht nog steeds zou durven te kiezen voor een regiobad mocht blijken dat het Horster industrieterrein of de omgeving van het AC Restaurant in Sevenum meer geschikt zijn voor vestiging van het regiobad dan de door hem geopperde Venlose locaties (Floriade- of Kazerneterrein).  

Intermezzo – Straatschrift Tienray

Ze moeten elke inwoner van Horst aan de Maas wel eens zijn opgevallen, de in gele of witte verf op het wegdek gekalkte nummers. Erfenis van de glasvezelkabelaanleg. Ook meer dan een jaar na dato houden ze op veel plaatsen dapper stand. Desondanks zal de tijd ooit z’n werk doen. En de herinnering aan de nummers vervagen. Behalve in Tienray dan.

Op 11 oktober twitterde beeldend kunstenaar en architectonisch vormgever Erik van Maarschalkerwaard uit Tienray: ‘Publicatie straatschrift tienray vandaag in kleine oplage verschenen (editie 2012-08 nrs. 13 t/m 22).’ Z’n tweet ging vergezeld van deze foto:
Hoewel de inhoud me nog volslagen duister was, trad ik als verzamelaar van Horstensia uiteraard terstond met Erik in contact om een exemplaar te bestellen. Dat bleek nog niet zo eenvoudig: ‘Vanwege het experimentele en lokale karakter van deze publicatie is besloten buiten de uitgeefinstituties, registratiebanken en grootschalige verspreidingskanalen, in te zetten op kleinschaligheid, isbn-loosheid en bol.com te laten voor wat het is. Er is voor gekozen digitaal gearchiveerd materiaal als basis te gebruiken om een papieren uitgave in een oplage van 2 stuks te maken. Uiteraard is de publicatie Straatschrift Tienray voor eenieder die er interesse in heeft in te zien (en zelfs verkrijgbaar) en desgewenst te huldigen, af te kraken, te recenseren of gewoon voor gezien aan te nemen.’ Van de vier genoemde opties koos ik voor de derde: recenseren – hetgeen tevens de opties 1 (huldigen) en 2 (afkraken) niet uitsloot.
De opzet van het woordloze Straatschrift Tienray is doodsimpel: op de rechterpagina’s steeds een op het wegdek geschilderd nummer (oplopend van 13 tot en met 22), op de linkerpagina’s een tegen een muur gedrapeerde opgerolde oranje glasvezelkabel. Inclusief voor- en achterzijde 22 foto’s, dat is het hele boekje. ‘Saai, wat moet ik hier nu mee?’, zullen 99 van de 100 mensen zeggen. Laat ik nu net de honderdste zijn … Bij mij zet het doorbladeren van Straatschrift Tienray juist van alles in werking.
Had de glasvezelaar behalve sleuvengravers ook aparte nummers-op-wegdek-aanbrengers ingehuurd?
De nummers zijn in het boekje opeenvolgend. Zijn ze dat in werkelijkheid ook?
Hoeveel manieren zijn er wel niet om de 1 te schrijven?
20 is het enige nummer in het boekje waarvan beide cijfers met elkaar zijn verbonden. Zou dat bij andere tientallen eveneens het geval zijn?
Zou de kabelspaghetti op de bladzijde naast nummer 19 ooit zijn ontward?
De kabel verdwijnt bij de ene muur in een oranje slangetje en bij de andere in een zwart. Waarom?
In Horst kom ik ook veel witte nummers tegen, in Straatschrift Tienray zijn ze allemaal geel. Heeft dat kleurverschil iets te betekenen en zo ja wat?
Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan, maar ik neem aan dat u uit het voorgaande al kunt opmaken dat ik Straatschrift Tienray fantastisch vind. Mijn enige bezwaar is de kleinschaligheid, de isbn-loosheid en het laten van bol.com voor wat het is. 99 van de 100 mensen mogen het dan achteloos terzijde schuiven, dat betekent tegelijkertijd dat duizenden het fascinerend zullen vinden. Die laatsten blijven nu verstoken van dit juweeltje.

De meest intrigerende foto vind ik overigens deze:
Mijn verklaring: Tadeusz Koplin, de godvruchtige huisschilder uit het Mazurische Szczytno die tijdelijk door Gebroeders Van der Donk was ingehuurd als nummers-op-wegdek-aanbrenger heeft de verleiding niet kunnen weerstaan zijn handtekening achter te laten in Mariabedevaartsoord Tienray. De pijl duidt op de richting die hij wenst in te slaan nadat hij z’n laatste levensadem heeft uitgeblazen.

Klein mysterie 495 – Ruëpe

‘Doa ginge weej vroeger duk ruëpe.’
Een zin die ik vrijdag opvang als een conversatie gaande is tussen drie Melderslose mannen die de pensioengerechtigde leeftijd te boven zijn. 
‘Ruëpe? Nog nooit van gehoord!’ Daar begrijpen ze alle drie niets van. Ruëpe is toch een doodnormaal Horster woord? Gevraagd naar de betekenis vallen ze desondanks een beetje stil: ‘Ruëpe … struëpe …’ Is ruëpe dan gewoon hetzelfde als struëpe (stropen)? Nee, beide begrippen liggen wel in elkaars verlengde, maar identiek zijn ze niet. Verder doorvragen leidt tot de conclusie dat ruëpe ‘vlaegelechtiger’ is dan struëpe. Ruëpe is nog net binnen de wet, struëpe er ver buiten.
Thuisgekomen natuurlijk meteen È maes inne taes en Zò bót ás en hiëp erop nageslagen. Géén ruëpe, struëpe trouwens evenmin. Maar het betreft hier dan ook eerder woordenlijsten dan woordenboeken. Het dialekt van de gemeente Meerlo-Wanssum van Th. van de Voort is  wel een echt woordenboek, toch komt ruëpe ook daarin niet voor.
In de Lottumse en Sevenumse internetwoordenlijsten staat het evenmin vermeld. Het Venrays woordenboek van W. Schols en G. Linssen dan? Zowaar, bladzijde 389:
Alleen is dit wel een heel andere betekenis dan onze drie Melderslose vrienden eraan toekennen. Met googlen komen we ook al niet veel verder. Eén resultaat slechts, uit een Overloonse woordenlijst: ‘ruëpe (geruëpt), struinen’. Daar zeggen wij volgens mij dan weer schupe tegen, hoewel È maes inne taes dat omschrijft als ‘ván hoês goan en óp zeuk ziën nár iets’.  
Dit laat een aantal opties open. Ik neem ze even met u door:
-          ruëpe is een normaal Horster woord met een betekenis die in het verlengde ligt van struëpe;
-          ruëpe is een normaal Horster woord met een betekenis die niet in het verlengde ligt van struëpe, maar in het verlengde van het Overloonse dan wel Venrayse stru(u)ëpe;
-          ruëpe is een woord dat in de gemeente Horst aan de Maas alleen in Melderslo wordt gebezigd en een betekenis heeft die in het verlengde ligt van struëpe;
-          ruëpe is een woord dat in de gemeente Horst aan de Maas alleen in Melderslo wordt gebezigd en een betekenis heeft die niet in het verlengde ligt van struëpe, maar in het verlengde van het Overloonse dan wel Venrayse stru(u)ëpe;
-          ruëpe is geen Horster woord en al helemaal geen Meldersloos woord. De drie Melderslose mannen die de pensioengerechtigde leeftijd te boven zijn hebben me gewoon wat op de mouw gespeld, zijn gniffelend naar huis gegaan en zien in mijn onnozelheid het definitieve bewijs van de superioriteit van de Melderslonaar ten opzichte van de Horstenaar.
Wie brengt licht in de duisternis?

Intermezzo – Populieren

Onlangs (op Arte) Teorema gezien, een film van Pier Paolo Pasolini uit 1968. Anderhalf uur genoten, hoewel ik er nog niet de helft van begreep (klik om ’m hier te bekijken – Engelse ondertiteling).

Dankzij Tante Pollewop meteen daarna ook het (bijna) gelijknamige boek gelezen. Even prachtig, al zou ik ook daarvan nog niet de helft weten te duiden.
In T(h)eorema barst het van de populieren. Niet dat ze een hoofdrol spelen, wel een belangrijke bijrol. Film en boek zijn doordrenkt van melancholie en Pasolini lijkt de populieren te gebruiken om die melancholie te verzinnebeelden. Ze staan bijvoorbeeld nooit in de volle zon, altijd in een flets, omfloerst licht.
‘De populieren die als doorschijnende kathedralen tegen de asgrauwe, nog ijzig koude lucht afsteken.’ (p. 70)
‘Op de achtergrond wordt het platteland zichtbaar, een trillend doorschijnend panorama van populieren waarvan de eerste blaadjes de aarzelende kleur van de aarde hebben, en de weinige knoppen nog zijn opgekruld als dorre bladeren.’ (p. 97)
‘Er zit iets onnatuurlijks in het onnoemelijke aantal populieren dat velden en hemel links, rechts, voor en achter omlijst; lijsten van populieren, zo weids als exercitiepleinen of oosterse esplanaden, of ook smal en afgemeten als grondvlakken van kathedralen. De ene doorzichtige rij na de andere tot in het oneindige: een schuine rij schijnt door een rechte rij heen; een rechte rij schijnt door een andere rechte heen, die er parallel aan loopt; en die schijnt weer door een volgende, die er loodrecht op staat.’ (p. 97-98)
‘De kathedralen van populieren volgen elkaar doorschijnend op maar lopen al snel vast op een muur van stilhangende mist.’ (p. 141)
‘Dan komt ze langs een kleine populiergaard waar de bomen dicht op elkaar staan in regelmatige, onafzienbaar lange rijen die verzweven in de droevig stralende zon.’ (p. 142)
Voor een top 5 van Horster populiergaarden is het nog wat vroeg. Wel zou ik alvast een lans willen breken voor het populierenbosje aan de Rotvenweg. Hooguit een hectare groot, desondanks filmische potentie van heb ik jou daar.
Pasolini beschouwt als ik het wel heb elke afzonderlijke populier als een kathedraal. Ik zou de populiergaard aan de Rotvenweg in z'n geheel als kathedraal willen bestempelen. Hoofdingang aan de Rotvenweg; priesterkoor daar recht tegenover, te bereiken via een breed middenpad; verder een imposant schip en machtige gewelven. Het prachtige ellipsvormige silhouet laten we dan nog buiten beschouwing (evenals de foeilelijke boerderette die het vrije zicht daarop belemmert).
Wat Pasolini links laat liggen is het ruisen van de populieren. Terwijl dat toch evenmin te versmaden is. Ook daarvoor kun je aan de Rotvenweg terecht, zowel in de zomer
als in de herfst (beluister het verschil door op beide pijltjes te klikken).
Welke Horster cineast gaat de filmische potentie van de populiergaard aan de Rotvenweg benutten? Mochten de heren (zijn er ook filmende Horster dames?) nog verlegen zitten om inspiratie dan kan ik ze behalve Theorema ook Novecento aanraden (ga naar 47.00 minuten; ook als het geen populieren mochten blijken te zijn blijft de scène geweldig):
En anders wel The Suspended Step of the Stork, een van de meesterwerkjes van de Griekse grootheid Theo Angelopoulos:

maandag 28 oktober 2013

Klein mysterie 494 – Herinneringsbank

Op vakantie in Praag verbaasde ik me twee jaar geleden over de commercie die de stad in haar greep had. Ik kende de stad nog uit de communistische tijd. Niet dat dat zo’n pretje was, maar dit was wel het andere uiterste. Toppunt van die doorgeschoten commercialisering vond ik de met reclame behangen (zit)banken. Ik troostte me met de gedachte dat zoiets bij ons volstrekt ondenkbaar is.
Woensdag nam burgemeester Van Rooij bij het Sint-Annakapelletje aan de St. Annaweg een bank in gebruik. Stond daar dan nog geen bank? Jawel hoor:
Deze kwam ervoor in de plaats:
Naar mijn smaak allebei geen wonderen van schoonheid, maar daar gaat het nu even niet om. De nieuwe bank is een zogeheten herinneringsbank. Herinneringsbanken zijn een initiatief van de Vereniging Innovatief Platteland. Ze worden, tegen betaling, geplaatst door particulieren, ondernemers en overheden als ‘emotionele investering in het mooie platteland van Noord-Limburg om zich daar als het ware een eigen plek te veroveren’. Zo kunnen ‘mooie herinneringen aan familieleden of bijzondere gebeurtenissen worden gekoesterd en gedeeld met de toevallige voorbijganger, met recreanten of buurtbewoners’. Daarmee is de koek bepaald nog niet op: de banken moeten bijvoorbeeld ook bijdragen aan de vitalisering van het buitengebied, de binding van burgers met het omliggende platteland vergroten, ‘vanuit positie ondernemers’ de identiteit van de regio versterken en de belangstelling voor en overdracht van de streekgeschiedenis bevorderen. Het is maar goed dat de banken duurzaam (‘cradle to cradle’) zijn, anders zouden ze beslist bezwijken onder de last van alle goede bedoelingen. Eenvoudig even zitten is er tegenwoordig niet meer bij.
Terug naar de bank bij het Sint-Annakapelletje. Die is geplaatst door de firma Mertens BV, die in 2013 haar zestigjarig bestaan viert. Mooie mijlpaal, goed dat het bedrijf zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Met de locatie is ook al niets mis. Als je tenminste niet achterstevoren op de bank gaat zitten. Doe je dat wel, dan zit je oog in oog met een lelijk industrieterrein. Van de weeromstuit zou je dan ook nog het tekstbordje op de rugleuning gaan lezen. Moet je dus vooral niet doen. De kans dat je steil achterover slaat is namelijk levensgroot. Waar je hoogstens iets als ‘Geschonken door Mertens BV bij gelegenheid van het 60-jarig bestaansjubileum’ zou verwachten, staat in werkelijkheid dit (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
De Praagse banken zijn schaamteloos en onverhuld commercieel. Deze bank is ogenschijnlijk ideëel maar in feite even commercieel. Ik weet eigenlijk niet wat ik liever heb. 
P.S. Op www.bankvertelt.nl gaat de reclamespot voor Mertens BV ongegeneerd verder. En dat allemaal over de rug van die arme Anna. 

Intermezzo – Vottetaes

Het heeft er alle schijn van dat Johan (klik hier, hier en hier) als Horster nieuwscommentator van het toneel is verdwenen. Vermoedelijk heeft z’n toetsenbord het uiteindelijk dan toch begeven. In Oet Hors heeft Johan een waardig opvolger. Richtte Johan zijn pijlen vooral op het gemeentelijk afvalbeleid, bij Oet Hors zijn migranten steevast het mikpunt. Op een bericht op InHorst over de aanhouding van een ‘Slavische vrouw’ (is dat hetzelfde als een Balkantype?) wegens zakkenrollerij reageerde Oet Hors deze week bijvoorbeeld zo:
‘Ja ja zo gaat dat tegenwoordig met die open grenzen dat volk komt hier maar stelen roven en weet ik wat niet allemaal meer geef os eiguh hors mar terug zodat je de knip weer in oow achtertes kaan stoppuh dat volk opsluiten en terugsturen naar oa siberie. Slim he overheid om de grenzen open te stellen jaren geleden en nu in januari voor dat ander zooitje dan zal dit steeds vaker voorkomen grrrrr’
Hoe verwerpelijk van inhoud ook, dat bijna complete ontbreken van interpunctie maakt het ook wel weer een beetje grappig (Oet Hors noemt zijn commentaren zelf overigens ‘kolderiek’). Wat evenwel absoluut niet door de beugel kan is dat ‘achtertes’. Het aan elkaar plakken van een Nederlands en een dialectwoord zou nog te vergeven zijn als het Horster dialect geen woord kende voor ‘achterzak’ of ‘kontzak’. Oet Hors zou beter moeten weten. Hij doet z’n schuilnaam in elk geval geen eer aan, want het Horster dialect heeft wel degelijk een prachtig woord voor achterzak/kontzak: vottetaes.
Nu het woord vottetaes eenmaal is gevallen, is het misschien ook goed meteen maar te refereren aan een Horster voetballer van enkele decennia her: voor je het weet gaan anderen met zijn verhaal aan de haal en dat is niet de bedoeling. Welnu, er was eens een Horster voetballer. IJverig, gezegend met bepaalde kwaliteiten, maar ook behept met de nodige beperkingen. Geen hemelbestormer, wel bruikbaar op het niveau waarop Wittenhorst destijds acteerde (derde en vierde klasse). Al vrij snel zocht hij zijn heil elders. Hij zou al lang in de vergetelheid zijn geraakt als daar niet zijn vottetaes was. De vottetaes van zijn voetbalbroekje. Altijd gevuld met een zakdoek, bedoeld om zijn door transpiratievocht beslagen brillenglazen mee te poetsen.
Zijn claim to fame berust dan ook niet zozeer op zijn voetbalcapaciteiten als wel op de vottetaes en de zakdoek die daaruit bungelde. Hetgeen sommigen gelukkig regelmatig in herinnering brengen. 
Toen sportkledingfabrikanten voetbalbroekjes op een gegeven moment niet langer uitrustten met een vottetaes, ging het rap bergafwaarts met zijn loopbaan. Zou die eeuwige zakdoek soms een prestatiebevorderende substantie hebben bevat?

Klein mysterie 493 – St. Josephstraat (2)

‘Ik verheug me al op protestdemonstraties, posteracties, sit downs, bezettingen van het gemeentehuis, kraaienpoten op het wegdek en wat dies meer zij.’ Drie weken geleden geschreven in reactie op de verontwaardiging van de St. Josephstraatbewoners over het gemeentelijk voornemen het doorgaand verkeer uit het centrum van Horst voortaan via hun straat te leiden. Vol verwachting begaf ik me de afgelopen weken op gezette tijden naar de St. Josephstraat. Telkens keerde ik ernstig teleurgesteld huiswaarts. Géén protestdemonstraties, géén posteracties, géén sit downs, géén bezettingen van het gemeentehuis, géén kraaienpoten op het wegdek. En je zult het altijd zien, sla je één dag over, hangt de hele straat ineens vol protestaffiches en krijgt InHorst de primeur.
Al mijn moeite voor niets! Wéten die bewoners dan niet dat Horst-sweet-Horst óók altijd graag bereid is een vuurtje op te poken?
Volgens InHorst hebben de buurtbewoners ook nog een alternatief plan bedacht. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten: de St. Josephstraat blijft de slaapstraat die ze altijd was en desondanks leidt het plan tot ‘een betere en veiligere verkeersafwikkeling’. Vier maatregelen kunnen dat bewerkstelligen:
1. het verkeer moet vanaf de rotonde Venrayseweg – Meterikseweg rechtstreeks naar de Westsingel worden geleid;
2. vanaf de Westsingel moet het verkeer via de kortste weg naar het centrum en weer terug worden geleid;
3. de onoverzichtelijke kruising Herstraat – Americaanseweg – Kloosterstraat moet worden aangepast;
4. de parkeerproblemen bij zwembad en sporthal en aanpalende straten moeten worden opgelost.
Ik zou de voorstellen van de St. Josephstraatbewoners willen karakteriseren als een geslaagde poging de rekening op andermans bordje te leggen. Zelf de dans ontspringen en de bewoners van Meterikseweg, Westsingel, Americaanseweg en Kloosterstraat opzadelen met het probleem (met als logisch gevolg dat de bewoners van die straten uiteraard op hun beurt beginnen te klagen, enz. enz.).
Morgen staat het Centrumplan Horst en de daarmee samenhangende verkeersproblematiek op de agenda van de gemeenteraad. Hoe dat zal gaan? Een gokje: raadsbreed medeleven met de St. Josephstraatbewoners gaat gepaard met de roep om nader onderzoek, hetgeen de verantwoordelijk wethouder zonder dralen toezegt met de restrictie dat ‘weliswaar alles nog eens tegen het licht zal worden gehouden, maar nadrukkelijk alle opties open blijven’. Oh ja, en om de St. Josephstraatbewoners helemaal te contenteren komen er meer parkeerplaatsen rond zwembad en sporthal (want als we iets goed kunnen in Horst aan de Maas, is het wel parkeerplaatsen aanleggen). Kou weer voor even uit de lucht, gemeenteraad tevreden, wethouder tevreden, St. Josephstraatbewoners tevreden. Wat wil je nog meer?
De ware oplossing ligt natuurlijk in ontmoediging van het autogebruik, onder meer door invoering van betaald parkeren. Enige probleempje: dáár wil niemand aan. Wel de lusten, niet de lasten.
Als autoloze sla ik het hele gedoe overigens geamuseerd gade. En mocht het nodig zijn dan kom ik er wel tussendoor fietsen. 

Intermezzo – Burgemeestersrace

De wereld hield z’n adem in, internet barste uit zijn voegen, Twitter ontplofte … en ik? Ik was donderdagavond helaas niet in de gelegenheid de burgemeestersrace tijdens de avondwielervierdaagse in Well bij te wonen. Gelukkig deden de heren en vooral hun hondstrouwe paladijnen (met in hun kielzog de regionale media) via Twitter minutieus verslag van deze gebeurtenis die de aardbol op zijn grondvesten deed daveren:
Lucien Peeters (wethouder gemeente Venray): ‘Team Venray Bloeit is er klaar voor, vanavond regioburgemeestersrace in MFC de Buun te Well!’
Hans Gilissen (burgemeester gemeente Venray): ‘Straks deelnemen aan avondwieler4daagse Well voor het goede doel. Wielershirt zit strak als corset, maar dat hoort zo zegt Lucien Peeters.’
Lucien Peeters: ‘Aërodynamische burgemeester!’
Jos Teeuwen (wethouder gemeente Venlo): ‘4 burgemeesters Antoin Scholten, Kees van Rooij, Hans Gilissen klaar voor avond wieler 4 daagse in Well.’
Harry Smeets (strategisch beleidsadviseur/bestuursadviseur gemeente Venlo): ‘3 regionale kopmannen!’
Wilma Delissen (burgemeester gemeente Peel en Maas): ‘Ha ha, wel sportieve collega’s in bijzondere kledij!’
Petra Dassen-Housen (burgemeester gemeente Beesel): ‘Zet ’m op mannen!’
Lucien Peeters: ‘Voor de avondwieler4daagse in MFC De Buun zijn burgemeesters Antoin Scholten, Kees van Rooij, Hans Gilissen, Herr Francken topfit!’
Gemeente Horst aan de Maas: ‘Wethouder Paul Driessen coacht burgemeester Kees van Rooij naar overwinning in prominentenrit avondwielervierdaagse Well. Topevenement voor het goede doel!’
Hans Gilissen: ‘Ondanks uitmuntende coaching Lucien Peeters moest ik buigen voor overmacht van collega’s Kees van Rooij, Antoin Scholten, Ulrich Franken.’
Kees van Rooij: ‘Collega’s dank voor de sportieve krachtmeting voor regionale goede doelen!’
Gemeente Horst aan de Maas: ‘Burgemeester Horst aan de Maas verslaat collega’s van Venray, Venlo en Weeze.’
Streekomroep Reindonk: ‘Reindonk Nieuws: Kees van Rooij verslaat collega-burgervaders in Wieler Vierdaagse.’
InHorst: ‘Kees van Rooij verslaat collega’s op de fiets.’
Marlies Janssen-Kusters (gemeenteraadslid Horst aan de Maas): ‘Sportieve prestatie :-)’
Hans Gilissen: ‘Complimenten voor perfecte organisatie Wielervierdaagse Well. Leuke opzet, geweldige sfeer. Volgend jaar weer van de partij!’

woensdag 23 oktober 2013

Klein mysterie 492 – Raymond (3)

‘Plasterk is voorstander van metamorfose Zwarte Piet’, lees ik op Nu.nl. Een jaar, een maand, een week, een dag, zelfs een uur geleden nog maar zou ik geërgerd hebben verder geklikt op zoek naar echt nieuws. De minister van Binnenlandse Zaken als de zoveelste in een onafzienbaar lange rij van mensen die zich roeptoeterend menen te moeten profileren ten koste van een ook mij bijzonder dierbaar Nederlands fenomeen. Alsof er niks belangrijkers is om je druk over te maken.
Sinds een uur weet ik wel beter. Sinds een uur ben ik zelf gemetamorfoseerd. Sinds een uur besef ik dat Zwarte Piet wel degelijk óók met racisme van doen heeft. Wie me tot dit inzicht heeft gebracht? Raymond Knops. Hoe vaak heeft het Hegelsomse CDA-Tweede Kamerlid me de afgelopen jaren al niet tot razernij weten te brengen? En wéér is het hem gelukt. Maar ditmaal ben ik hem voor de verandering óók dankbaar. Dankbaar voor het feit dat hij me de ogen heeft geopend. Dankbaar voor het feit dat hij me van m’n dwaalspoor heeft afgebracht.
Gisteravond twitterde een zekere Ronald van Vuuren: ‘VN stuurt waarnemers naar Nederland’. Deze tekst ging vergezeld van een foto van vijf zwarte VN-soldaten met een gefotoshopte veer op hun helm (klik hier). ‘Humorrr, dit mag ik mijn volgers niet onthouden’, zal Raymond hebben gedacht en hij retweette de tweet van Ronald van Vuuren.
‘Zwarte Piet heeft helemaal niets met racisme te maken’,  schreeuwt bijna heel Nederland in koor. De (re)tweet van Raymond en de bijbehorende foto – die ik een uur geleden onder ogen kreeg – hebben me doen inzien dat het tegendeel het geval is. Stereotypen waarvan je hoopte dat ze allang uitgeroeid zouden zijn, worden er juist in bevestigd.
Stel nu eens dat dat Sinterklaas geen Zwarte Pieten als knechtjes had, maar Limbo’s. Onnozelaars met een bijkans onverstaanbaar brabbeltaaltje, afkomstig uit een achtergebleven gebied in de periferie. Raymond zou er geheid op hoge toon Kamervragen over stellen, waarin gegarandeerd woorden als ‘smakeloos’, ‘onnodige bevestiging van vooroordelen’, ‘minachting’ en ‘discriminatie’ zouden opduiken. Nee, kom me vooral niet aan mijn Limburgers. Misschien nog wel terecht ook. Maar Raymond is toch van het CDA? En dat heeft toch iets met de Bijbel? Viel daarin niet ergens te lezen ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’?

maandag 21 oktober 2013

Klein mysterie 491 – Roze hartje

‘Wil je misschien dit mysterie oplossen? Wie neemt nu op een wandeling door de Moelbaerebos roze verf mee om een hartje in de oude beuk te verven? Succes ermee.’ Zo luidde de tekst van een vorige week ontvangen e-mail. Bijgevoegd was een foto:
 Terwijl ik mezelf eerder beschouw als iemand die vragen oproept, zijn er blijkbaar ook mensen die mij zien als iemand die vragen kan beantwoorden. Streelt ontegenzeggelijk mijn ego. Dat ‘Moelbaerebos’ kon me eveneens wel bekoren – zou er ‘Kasteelpark Ter Horst’ hebben gestaan, dan had ik de e-mail rücksichtslos terzijde geschoven.
‘Wie neemt nu op een wandeling door de Moelbaerebos roze verf mee om een hartje in de oude beuk te verven?’ In eerste instantie denk je dan aan iemand die op een niet alledaagse manier zijn of haar liefde aan zijn of haar partner wil betonen. Maar kan het niet evengoed onderdeel zijn van een speurtocht door het bos? Of wijst het gebruik van roze verf in combinatie met een hartje misschien in de richting van de zoveelste provocatie in de recent ontbrande strijd tussen Nederland en Rusland?
Even overwoog ik de vragensteller terug te mailen met de mededeling dat ik z’n vraag gezien het overschot aan mogelijke antwoorden helaas niet kon beantwoorden. Totdat me ineens iets te binnenschoot. Zou dat hartje misschien zijn aangebracht op …? Ik spurtte naar de Moelbaerenbos. En jawel hoor:
Het hartje is inderdaad aangebracht op een markante beuk langs het paadje dat vanaf de splitsing Wittebrugweg-Nachtegaallaan naar de Herenbosweg leidt. Met die wetenschap in het achterhoofd vallen alle puzzelstukjes vervolgens snel in elkaar. De beuk is namelijk de laatste van drie monumentale beuken die in een nog niet eens zo heel grijs verleden op deze plaats stonden.
Door iemand die het kan weten, heb ik me een tijdje geleden laten vertellen dat ‘De Drie Beuken’ eertijds een begrip waren. Ze vormden een oriëntatiepunt. Jongens die na schooltijd óp schuup gingen, verzamelden zich bij De Drie Beuken. Maar ook voor amoureuze ontmoetingen werd afgesproken bij De Drie Beuken. Toen Kasteelpark Ter Horst enkele jaren geleden zo nodig in de markt gezet moest worden, kwam iemand op het onzalige idee de ene nog resterende beuk De Liefdesboom te noemen. Mijn zegsman vermoedt daarin de hand van een voormalig wethouder (nee, niet LL). Maar zoals de benaming Kasteelpark Ter Horst nooit ingang heeft gevonden, zo heeft De Liefdesboom dat ook nooit gedaan, de vermelding op informatiepanelen ten spijt (klik op de afbeelding om haar te vergroten).
Bij toeval ontmoette ik mijn zegsman zaterdag langs de lijn bij een voetbalwedstrijdje. Ik vertelde hem van de e-mail die ik had ontvangen. Samen kwamen we al snel tot de conclusie dat het ongetwijfeld de voormalige wethouder moet zijn geweest die gewapend met mesje, kwast en rozeverfblik het hartje moet hebben aangebracht en beschilderd in een tot mislukken gedoemde poging De Liefdesboom alsnog echt op de kaart te zetten. 

Intermezzo – Jukeboxjournalistiek

‘Jukeboxdemocratie’ is een weinig gebezigd begrip waarmee wordt uitgedrukt dat de burger iets vraagt en de politicus dat verzoek inwilligt. Gebaseerd op het aloude Frans Nienhuysprincipe ‘U vraagt, wij draaien’.  

‘Jukeboxjournalistiek’ is als we Google moeten geloven (hoewel daar steeds minder aanleiding voor is, stel ik voor dat we dat in dit geval toch doen) een nog nooit gebezigd begrip. Ik wil het echter bij dezen ten doop houden. Naar analogie van jukeboxdemocratie wordt met jukeboxjournalistiek uitgedrukt dat de burger iets vraagt en de journalistiek dat verzoek inwilligt. Gebaseerd op het aloude Frans Nienhuysprincipe ‘U vraagt, wij draaien’.
Afgelopen week werd in ons eigenste Horst aan de Maas een fraai staaltje jukeboxjournalistiek ten beste gegeven. Horst-sweet-Horst wierp vorige week maandag de interessante vraag op wat er toch was geworden van de ooit met zoveel bombarie in Horst gedropte centrumstewards. De vraag ging vergezeld van een sneer naar ‘de journalistiek of wat daar voor door moet gaan’. Die had zich immers nooit om dezelfde vraag bekommerd. Blijkbaar voelden zowel InHorst als Streekomroep Reindonk zich hierdoor aangesproken. Beide media berichtten donderdag dat de stewards hun activiteiten ruim een half jaar geleden hebben gestaakt. ‘Hiertoe heeft het centrummanagement besloten omdat de centrum stewards in praktijk niet de toegevoegde waarde voor het centrum betekende die vooraf was verwacht. Zo geeft voorzitter Jan Nabben van het centrummanagement Horst desgevraagd aan.’
Het blijft jammer dat Centrummanagement Horst en Jan Nabben deze opheldering niet uit zichzelf verschaften. Ook had de verklaring wat mij betreft best wat minder summier gemogen. Zo zou enige informatie over wat in deze kringen ongetwijfeld ‘het kostenplaatje’ heet, niet hebben misstaan. En wat zou er na de stopzetting van het project toch zijn gebeurd met de groene poloshirts en vesten van de stewards? Maar goed, laat ik niet teveel klagen: beter iets dan niets.    
Ik moet zeggen dat ik het wel zie zitten als deze proeve van jukeboxjournalistiek een vervolg zou krijgen: Horst-sweet-Horst verzint de vragen wel, de lokale en regionale media gaan ermee aan de slag, kunnen ermee scoren en Horst-sweet-Horst prijst ze vervolgens de hemel in. Is dat geen mooie deal? Zullen we maar meteen beginnen? Ja? Oké, dan is de vraag van deze week: wat is er toch geworden van de verzinkbare Horster urilift?
Ons in 2011 in het kader van het Integraal Veiligheidsbeleid 2012-2015 al met enig aplomb door het gemeentebestuur in het vooruitzicht gesteld, is er sindsdien niets meer vernomen van deze aanwinst voor Horst-centrum. Terwijl ik – en naar ik aanneem velen met mij – toch zo reikhalzend uitkijk naar de ongetwijfeld magische momenten waarop de urilift majestueus uit de bestrating oprijst dan wel er na gedane zaken weer in verdwijnt.