vrijdag 15 januari 2021

Intermezzo – Persvrijheid

De ‘zaak Loonen’ én de druk van de Venrayse burgemeester Luc Winants op weekblad Peel en Maas om daarover niet te publiceren, zijn intussen al een week lang landelijk nieuws. Zo ook vandaag, zie het paginagrote artikel in de Volkskrant:


Zoals vorige week al geschreven (klik hier): je kunt zeggen ‘Oh dat is Venray, dat raakt ons in Horst aan de Maas niet, zulke dingen gebeuren hier niet’. Maar het raakt ons in Horst aan de Maas wel degelijk en ook hier morrelt de politiek aan de onafhankelijke journalistiek. Vooralsnog voor zover bekend slechts uit één (CDA-)hoek, maar toch. In november hadden we al de column van Niels van Rens, redacteur van Hallo Horst aan de Maas, over een intimidatiepoging van wethouder Rudy Tegels (CDA) (klik hier).


Daarna, in december, kreeg Loes Wijnhoven, fractievoorzitter van het CDA in de Horster gemeenteraad, de gelegenheid haar beklag te doen in Hallo Horst aan de Maas:


En gisteren deed Alex Janssen, gemeenteraadslid voor het CDA en zelfbenoemd Doener in Passie, er in het Haegelsums Bledje nog maar eens een schepje bovenop:
‘De media hebben steeds meer invloed en de snelheid waarmee dat gaat, heeft op veel zaken invloed hoe dingen voor het daglicht gebracht worden. Zeker als veel zaken niet altijd op feiten gebaseerd zijn, dan wordt het soms lastig om als volksvertegenwoordiger de boodschap goed over te brengen. (…) Het raakt mij bijvoorbeeld hoe dat in de Hallo continue podia geboden wordt aan mensen die veel schreeuwen vanaf de zijlijn en uiteindelijk zelf niet met oplossingen komen. Vaak zijn stukken ook nog echt op de persoon gericht, wat mij als volksvertegenwoordiger vaak alleen maar strijdlustiger maakt. Jullie kennen mij hopelijk als iemand die gaat voor het algemeen belang, en in de politiek zit om goede dingen voor de mensen te doen.’

Deze week bevat Hallo Horst aan de Maas geen ingezonden stukken van ‘mensen die veel schreeuwen vanaf de zijlijn en uiteindelijk zelf niet met oplossingen komen’. Je vraagt je dan toch af of dat toeval is of dat ook Hallo Horst aan de Maas is bezweken onder de CDA-druk.

woensdag 13 januari 2021

Top 5 – Van top 5’en van meer of minder memorabele uitspraken gedaan tijdens de gemeenteraadsvergadering van 12 januari 2021

De exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van top 5’en van meer of minder memorabele uitspraken gedaan tijdens de voorbereidende gemeenteraadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas van 12 januari 2021:

5.


4.

3.

2.

1.

zaterdag 9 januari 2021

Intermezzo – Gronddeal

De gemeente Venray en het Waterschap Limburg gaan onderzoek doen naar de rechtmatigheid van een grondaankoop voor privédoeleinden door de Venrayse wethouder Jan Loonen (CDA). Dit naar aanleiding van een publicatie vandaag in NRC Handelsblad. Die is gestoeld op speurwerk van zowel NRC als het Venrayse weekblad Peel en Maas. Je kunt denken ‘Oh, dat is Venray, dat raakt ons hier in Horst aan de Maas niet’. Maar dat is fout gedacht. En wel hierom:


1. De gronddeal werd beklonken door Ger Driessen, inwoner van Horst aan de Maas, toenmalig voorzitter van het Waterschap Limburg, voormalig Horster wethouder en voormalig Limburgs gedeputeerde. ‘Ik zie elk onderzoek met vertrouwen tegemoet’, aldus Driessen in NRC. Kan ik me goed voorstellen: als ervaringsdeskundige in dit soort akkefietjes heeft Ger nog nooit op de blaren hoeven zitten. Slim als hij is, zal hij er in juridisch opzicht ook ditmaal wel weer ongeschonden vanaf komen. Alleen heb je als publiek functionaris een verantwoordelijkheid die verder reikt dan het puur juridische aspect. Denk aan het ethische, het morele aspect. En aan de vraag of je het gemeenschappelijke belang wilt dienen of het individuele. Waar rook is, is niet altijd vuur. Maar je moet behalve vuur ook rook zien te voorkomen. Dat lijken Ger, Jan, die andere Ger, Raymond en noem nog zo maar wat CDA’ers op, niet altijd te beseffen.


2. De Venrayse burgemeester Luc Winants (CDA) heeft druk uitgeoefend op Peel en Maas om het artikel over wethouder Loonen afgelopen donderdag niet te publiceren. De gemeente Venray is de belangrijkste adverteerder in Peel en Maas. Dat verklaart waarschijnlijk mede waarom uitgever Christ van den Munckhof is gezwicht voor Winants. Dat een burgemeester zich bemoeit met de inhoud van een weekblad is op zich al hoogst verwerpelijk, maar helemaal als hij ook nog eens een machtpositie heeft. Juist een burgemeester, juist een gemeente dient pal te staan voor persvrijheid. Wat dit van doen heeft met Horst aan de Maas? Hier is de gemeente de belangrijkste adverteerder in Hallo Horst aan de Maas. Onlangs werd wethouder Rudy Tegels (CDA) in het weekblad beschuldigd van aantasting van de persvrijheid (klik hier). Die beschuldiging hangt bij mijn weten nog steeds boven de markt en dat maakt mijn vertrouwen in een volledig onafhankelijke verslaggeving door Hallo er niet groter op.   


3. Burgemeester Winants in NRC: ‘Ik steek mijn hand voor Jan Loonen in het vuur.’ En in De Limburger: ‘Desondanks zullen we als gemeente een intern onderzoek doen om alle twijfels weg te halen.’ Het onderzoek moet nog worden verricht, maar de uitkomst staat al vast. Precies dezelfde burgemeesterlijke reflex als in Horst aan de Maas vorig jaar bij publicaties over een gronddeal van Raymond Knops (klik hier). Voor Jan Loonen geldt wat voor Raymond Knops gold: alleen een onafhankelijk extern onderzoek kan de lucht klaren. Dat dit in Horst aan de Maas niet is gebeurd, is uitermate triest. Dat Winants in De Limburger verklaart bereid te zijn tot een extern onderzoek als de fractievoorzitters daarom vragen biedt voor Venray en Jan Loonen nog een sprankje hoop. Aan de Venrayse fractievoorzitters om te tonen of ze meer mans zijn dan hun Horster collega’s.

vrijdag 1 januari 2021

Intermezzo – Onnozele hals

Vrijdag 1 januari 2021, 15.03 uur, Saarweg te America (klik op pijltje om film te starten):

donderdag 31 december 2020

Intermezzo – Gooje roetsj en de beste wensen

Wat corona en lockdown ook allemaal op hun geweten hebben, het is hen niet gelukt een einde te maken aan de fijnedagenterreur. Sterker, ondanks alle gesloten winkels heb ik stellig de indruk dat ‘fijne dagen’ dit jaar nog meer werd gebezigd dan in andere jaren. Eérder ook, was mijn stellige indruk: ik kreeg de eerste ‘fijne dagen’ al half december naar m’n hoofd geslingerd. Verder routinematigheid troef. Alsof er niets aan de hand was. Business as usual. Of hebt u soms iemand horen zeggen ‘In dit zo bijzonder speciale jaar wens ik u nóg fijnere dagen dan andere jaren’?


Nu de fijne dagen er weer opzitten, wacht ons vandaag de ‘gooje roetsj’. Naar schatting een jaar of vijftien geleden is de ‘gooje roetsj’ via Duitsland bij Kerkrade het land binnengedrongen. Daarna veroverde hij binnen de kortste keren Zuid-Limburg en begon de ‘gooje roetsj’ aan een onstuitbare opmars richting noorden. Ook hier weer dat plichtmatige. Als het dan toch moet, waarom de ‘gooje roetsj’ dan niet aangepast aan het dialect? Wij in Horst aan de Maas roetsjen immers niet, nee, wij roetsen. ‘Ik waens ow enne gooje roets.’ Je kunt iemand trouwens ook ‘en gooj roets’ toewensen. Besef dan wel dat je daarmee de hoop uitspreekt dat hij of zij in het bezit komt van ‘en hiël vlotte meid’.


Hebben we vanavond de ‘gooje roetsj’ erop zitten, dan volgt vanaf morgen de debestewensendictatuur. Dictatuur ja, want tegen ‘de beste wensen’ valt niet te strijden. Schier onmogelijk om je eraan te onttrekken. Of lukt het u wel? Ik heb het jarenlang volgehouden, hoor, stoïcijns reageren met ‘zalig nieuwjaar’ op ‘de beste wensen’. Meewarige blikken vielen me steevast ten deel, ook nadat ik, ten einde raad, ‘zalig’ had vervangen door ‘gelukkig’. Ik werd aangezien voor een curiosum, een wandelend anachronisme. Zo wil je natuurlijk niet te boek staan. Veel meer dan het koesteren van herinneringen aan zalignieuwjaarversjes zit er vandaag de dag helaas niet meer niet in.

Zalig neejjoar
de kat schiet hoar
d’n hoand schiet stroant
maerge dreit de werreld roand



Zalig neejjoar
mit de kop vol hoar
mit de moand vol tand
en de waffel in de hand


Voor vanavond trouwens een gooje roetsj (of desgewenst en gooj roets) en voor 2021: de beste wensen!

(Dit stukje verscheen gisteren in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 29 december 2020

Intermezzo – Smulderslust

‘Relaxcentrum’, ‘sexcentrum’, ‘eroscentrum’, ‘relax-gelegenheid’, ‘club’, ‘etablissement’: het beestje kan maar een naam hebben. En dat was dan nog slechts het eerste deel van de naam. Het was vooral het tweede deel dat tot commotie leidde in America: Smulderslust.


Gerard Smulders was een inwoner van America die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat. 26 jaar oud werd hij op 19 augustus 1944 in Kamp Vught gefusilleerd. Na de oorlog werd in America een straat naar hem vernoemd. In die straat opende eind 1973 Smulderslust zijn deuren. ‘Een etablissement waar men zogenaamd gezellig kan relaxen’, aldus het Dagblad voor Noord-Limburg.


America, de familie Smulders voorop, stond op z’n achterste poten omdat Gerard werd onteerd door de naam Smulderslust. Het Americaanse gemeenteraadslid Geurts verzocht het gemeentebestuur dan ook om in actie te komen. Maar dat verklaarde zich niet bevoegd tot optreden, hoewel wethouder Claassens liet weten dat het gemeentebestuur ‘met walging’ had kennisgenomen van advertenties voor Smulderslust.


De familie van Smulders liet het er niet bij zitten en diende een aanklacht in bij de officier van justitie in Roermond. Op zijn beurt was de exploitant van het eroscentrum weer verontwaardigd dat de familie geen contact met hem had opgenomen. De echtgenote van de exploitant verklaarde in dagblad Trouw: ‘Ze zijn achter onze rug onmiddellijk naar de gemeente en de rechtbank gestapt in plaats van aan ons te vragen of wij de naam van de zaak wilden veranderen. Dat hadden we zeker gedaan. Wij wisten niets af van die verzetsstrijder, die was doodgeschoten. Ik kan me wel voorstellen dat de familie het akelig vindt dat wij die naam gebruiken voor onze zaak.’ Of haar man de naam dan ging veranderen? ‘Nou, ik weet het niet. Als ze eerst naar ons waren toegekomen en het hadden gevraagd, hadden we het zeker gedaan, maar nu ze direkt naar de rechtbank zijn gestapt, weet ik het niet. Dan heeft hij ook een harde kop.’ Overigens vermoedde de vrouw dat de weerstand van de dorpsbewoners ook voortkwam uit ongemak over de aard van het etablissement. Daarvan was ze niet onder de indruk: ‘Ze zijn hier niks gewend.’


Dat van die harde kop bleek te kloppen: de naam bleef zoals ie was. Daarop stelde de politierechter in Roermond de familie Smulders in het voorjaar van 1974 in het gelijk en veroordeelde de exploitant wegens belediging. Die uitspraak kwam alleen als mosterd na de maaltijd: Smulderslust was op 27 februari 1974, Aswoensdag (!), tot de grond toe afgebrand en zou niet meer worden opgebouwd.


(Bronnen: Dagblad voor Noord-Limburg, Peel en Maas, Trouw en Het Parool)

zondag 27 december 2020

Top 5 – Bepalingen uit de Algemene Politieverordening voor Horst uit 1932

Waarschijnlijk is ze afkomstig uit de erfenis van mijn opa van vaders zijde. Jarenlang moet ze al in m’n boekenkast staan. Nooit acht op geslagen. Tot vandaag. Waar de kerstperiode al niet goed voor is.   


Bij een herordening van m’n boekenkast viel ze vanmorgen op de vloer. Ze oogt dodelijk saai, de Algemene Politieverordening voor de gemeente Horst, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 augustus 1932, afgekondigd door burgemeester Esser en gemeentesecretaris Kellenaers op 2 september 1932, bevattend 189 artikelen, gedrukt op 82 bladzijden. Die ogenschijnlijke saaiheid verklaart vermoedelijk waarom ik er nooit acht op heb geslagen. Onvergeeflijk. Na nog geen halve minuut was ik al verkocht. Rode oortjes? Nee, dat niet. Maar wat een ongekend fraai en veelzijdig tijdsbeeld krijg je hier zomaar in de schoot geworpen.


Eén foto mag misschien meer zeggen dan duizend woorden, toch valt ook de algemene politieverordening niet te onderschatten. Die bestrijkt het hele leven, van aanplakken (artikel 21) tot zwemmen (124) en van de zweep (24) tot aanwijzingsborden (4). Mensen van vlees en bloed komen er niet in voor. Desalniettemin: blader er doorheen en je waant je in het Horst van een kleine eeuw geleden. Je ziet de ‘bestuurders van trekdieren’ door de straten rijden, je ruikt de beerputten en mestvaalten, je voelt de invloed van de kerk, je hoort kwajongens belletje trekken, je proeft de benepenheid. Je kijkt op van het verbod om binnen de bebouwde kom vliegers op te laten (artikel 24). Je vraagt je af of het nog steeds verboden is op of aan de openbare weg ‘een misvormd of verminkt lichaamsdeel te kijk te stellen’ (artikel 46 lid c). Je komt woorden tegen waarvan je de betekenis niet kent, zoals gonje en windroer.


De verleiding is groot om zo nog een hele tijd door te gaan. Maar de zelfopgelegde plicht roept: de Horst-sweet-Horst top 5 van bepalingen uit de Algemene Politieverordening voor de gemeente Horst uit 1932. Komt ie:

5. Artikel 24, lid c en lid e


Dat Wittenhorst vanaf eind jaren veertig aan een enorme opmars begon, kan maar één ding betekenen: het straatvoetbalverbod (lid c) kreeg weinig navolging. De vraag of hetzelfde geldt voor het onnodig met de zweep klappen verdient nader onderzoek.

4. Artikel 121


Want er zou maar eens iets oneerbaars gebeuren (deze bepalingen golden overigens niet voor bloedverwanten en gehuwden).  

3. Artikel 149


Over mannen geen woord.

2. Artikel 160, lid 1


Wist u wél dat ‘kreng’ ook ‘dood dier dat reeds min of meer tot bederf is overgegaan’ (Van Dale) betekent?  

1. Artikel 157, lid b


Niet mogen poepen of plassen op de openbare weg daar valt nog in te komen. Maar mattenkloppen?  

vrijdag 25 december 2020

Intermezzo – Horster olifantenpaadje van het jaar

Hoe lang zou het er al zijn? Weken? Maanden? Jaren? Maanden sowieso: voor weken is het al te diep uitgesleten. Bovendien duidt de kromming ter hoogte van de laag overhangende tak erop dat het moet zijn ontstaan in een periode dat er nog bladeren aan de bomen zaten. Toonbeeld van bladerdakongemakontwijkingsgedrag.


Zelf ken ik dit Horster olifantenpaadje, dat de Almeweg en de gloednieuwe Van den Bekeromstraat met elkaar verbindt, pas sinds enkele weken. Vanaf begin oktober tot afgelopen zaterdag waren het laatste stuk van de Schoolstraat en het begin van de Afhangweg vanwege werkzaamheden afgesloten. Dat betekende vrijwel dagelijks een flinke omweg. Het zal een week of vier geleden zijn geweest dat ik tijdens een ongenadig stevige regenbui, komende vanuit het centrum van Horst, van op een afstandje iemand richting Almeweg zag fietsen via een traject dat me tot dan volledig onbekend was. Liep daar langs die voormalige volkstuintjes dan een pad? Een weg? Een pad, zo bleek toen ik de eenzame fietser achterna fietste. Een olifantenpaadje. En wat voor een.


Vanaf de Van den Bekeromstraat is het wat lastig te detecteren en nauwelijks herkenbaar als olifantenpaadje. Vanaf de Almeweg is het andere koek. Zoals het een olifantenpaadje van enige allure betaamt, begint het met een kromming: afsnijden wat af te snijden valt, luidt het adagium van elke ware olifantenpaadjesgebruiker.


Na de kromming vanwege de overhangende tak gaat het tussen bomen (links) en bouwhekken (rechts) wel honderd meter door in rechte lijn richting het centrum van Horst. En dan, net voorbij een berg zand ter rechterzijde, buigt het pad, met aan de horizon de Westsingel, naar rechts af en gaat het op in het pad dat naar enkele voormalige volkstuintjes leidt.


De krommingen, de voor Horster begrippen gigantische lengte, de terreinwinst die ermee te boeken valt, de vanzelfsprekendheid, de functionaliteit: alles klopt aan dit olifantenpaadje. Hoe zonde dat het waarschijnlijk geen lang leven beschoren is. Woningbouw ligt in het verschiet, een toekomst als betegeld pad lijkt het maximaal haalbare. Koesteren nu het nog kan. Horster olifantenpaadje van het jaar.

vrijdag 18 december 2020

Intermezzo – Megazeen

Horst aan de Maas: megahallen, megastallen, megakassen. Maar vanaf zondag ook: Megazeen. 


Over megahallen, megastallen en megakassen gaat het hier al vaak genoeg. Hoewel ik er het afgelopen jaar honderden uren in heb gestoken, is het hier nog nooit over Megazeen gegaan. Dat heeft een reden: ik houd er niet zo van om te schrijven over projecten waar ik nauw bij betrokken ben. Zelfverheerlijking, ijdeltuiterij en eigenliefde liggen dan al snel op de loer. En dat is niet de bedoeling. Toch wil ik dolgraag over Megazeen schrijven. Over de totstandkoming ervan, gepaard gaand met alle gemoedstoestanden tussen pure euforie en doffe ellende, zou ik zelfs een boek kunnen schrijven. Maar dat eventueel later. Nu vooral over wat Megazeen is en wie eraan hebben bijgedragen.


Wat is Megazeen? De eerste editie van een jaarlijks magazine van kunstenaarsvereniging Zeen uit Horst aan de Maas. Samengesteld door Sanne Aben, Aukje van Dijk, Frank Schijven en ondergetekende. Jan Van der Sterren ondersteunde ons op organisatorisch vlak. Aukje is verantwoordelijk voor de prachtige vormgeving. In totaal hebben een kleine veertig mensen, afkomstig uit Horst aan de Maas en de rest van de wereld, een bijdrage geleverd aan Megazeen 2020. Dat telt 108 bladzijden, oogt als een boek en staat bomvol met verhalen, foto’s, gedichten, collages, tekeningen, bespiegelingen, interviews.


Megazeen is een expositie op papier
Megazeen is plat met diepgang
Megazeen is uitdagend ingetogen en ingetogen uitdagend
Megazeen is concrete vaagheid en vage concreetheid
Megazeen is verontrustend ongewoon en gewoon verontrustend
Megazeen is wrijving zonder glans
Megazeen is verrassend onbegrijpelijk en onbegrijpelijk verrassend
Megazeen is vragen beantwoorden en antwoorden bevragen


Megazeen is óók Weisterbeek en Dendron. Elk van de vierhonderd exemplaren is namelijk uniek omdat de twee middelste bladzijden een bijdrage van een leerling van basisschool Weisterbeek of het Dendron College bevatten. De afgelopen weken hebben we vijf dagen op beide scholen doorgebracht om de leerlingen te begeleiden bij hun opdracht (‘Vang 2020 in beeld en/of woord’). Vijf onvergetelijke dagen. Diep onder de indruk van de leerlingen, hun bijdragen en hun docenten. Misschien dat ik er een dezer dagen nog een afzonderlijk stukje aan wijd.


Horst-sweet-Horst gaat in de eerste plaats over Horst aan de Maas. Het liefst zou ik uitpakken over de bijdrage van elke Horstenaar aan Megazeen. Maar daarvoor ontbreekt me de tijd en de ruimte en daarvoor zijn het er ook teveel. Ik volsta met een opsomming, die onder meer duidelijk maakt hoe divers dat gezelschap in velerlei opzicht is: Afterpartees, Gemma Baltussen, Safia Boulghalgh, Jeu van Helden, Mathieu Knippenbergh, Wiek Lenssen, Marian Litjens, Erwin Michielsen, Helmie van de Riet, Ine Schriever, Roel Vennekens, Agata Siwek en Anniek Verheijen. Voeg daar nog de bijna- of ex-Horstenaren Eric van Grootel, Jacqueline Hanssen, Harm Rutten, Kirsten Schoeber en Lotte Spreeuwenberg aan toe en je hebt een indrukwekkend rijtje.


Maanden geleden al is 20 december 2020 vastgesteld als datum voor de presentatie van Megazeen. We bedachten een programma, maar corona en Mark Rutte haalden ons in. Niet eenmaal, maar drie-, viermaal. Deze week voor het laatst. Waardoor alles weer op losse schroeven kwam te staan. Megazeen lanceren zonder presentatie is onze eer te na. In allerijl zijn we nu een presentatievideo aan het maken. Die gaat zondag om exact 15.00 uur in première via een livestream. Ook jij kunt daarvan getuige zijn! Hoe? Door zondag op deze link te klikken: http://www.twitch.tv/livestreamsessies. Bereid je voor op een verrassende reis van een half uur door de doldwaze wereld van Megazeen.


Megazeen is trouwens volledig lockdownproof: je hoeft er je deur niet uit om het te ontvangen! Bestel het nu hier en als je inwoner bent van Horst aan de Maas heb je het gegarandeerd vóór kerst in huis.


Check voor meer informatie en een voorproefje trouwens ook hier de webpagina van Megazeen.

donderdag 17 december 2020

Top 5 – Jachttips

Jawel hoor, daar is ie weer, de oude bekende die we nooit meer hoopten te ontmoeten: de lockdown. Hoe gaan we die vijf lange, lange weken overleven? Misschien met behulp van de Horst-sweet-Horst top 5 van jachttips ter overleving van de komende vijf weken? Toen Mark Rutte in maart de intelligente lockdown uitriep, publiceerde ik al eens een ‘Top 5 van overlevingstips voor de komende twee maanden’. Dat die een bijzonder heilzame werking heeft gehad, blijkt uit het feit dat u nu dit stukje aan het lezen bent. In de hoop op een identiek effect daarom vandaag de Horst-sweet-Horst top 5 van jachttips ter overleving van de komende vijf weken. Die is zowel geschikt voor waaghalzen als voor angsthazen omdat je de tips zowel in de boze buitenwereld als in je knusse thuispaleisje (met Streetview) kunt najagen. Komen ze:  

5. Ga op graffitijacht! Geef graffiti eindelijk eens de aandacht die ze verdienen. Bewonder hun originaliteit of erger je aan hun banaliteit. Probeer je eens te verplaatsen in de maker en vraag je af welke motieven hij /zij kan hebben voor zijn/haar tekening.


4. Ga op lendendoekenjacht! Overal in het buitengebied tref je ze aan: kruisbeelden. Ze lijken allemaal hetzelfde, ze zijn allemaal verschillend. Zie bijvoorbeeld de weergave van de wonden van Christus. Veel spannender: vergelijkend lendendoekonderzoek, met speciale aandacht voor de lengte van de doek en de plooival.   


3. Ga op industrieterreinenjacht! Je hebt paradepaardjes en verschoppelingen. Industrieterreinen behoren tot de tweede categorie. Wie er niet hoeft te zijn, mijdt ze. Waarom eigenlijk? Bloeien op de mestvaalt niet de mooiste bloemen? Nee? Ga dan op zoek naar koning Eenoog.


2. Ga op garageboxenjacht! Nog zo’n volkomen ten onrechte veronachtzaamd jachtgebied. Duik in de duistere zaakjes die er plaatsvinden. Minder avontuurlijk aangelegd? Sta dan versteld van het ritme van de boxen. Maar sta er ook niet van te kijken als je een dissonant aantreft die de uniformiteit teniet doet. Voor je het weet heb je trouwens ook je hart verpand aan garageboxdeurklinken.


1. Ga op olifantenpaadjesjacht! ‘Blijf zoveel mogelijk thuis’, luidt het adagium. Toch valt er soms niet aan te ontkomen huis en haard te verlaten. De kortste weg van A naar B valt dan te prefereren. Olifantenpaadjes zijn per definitie de kortste weg. Geen olifantenpaadje voorhanden? Creëer het dan zelf!  

(Dit stukje verscheen gisteren in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray.)

zaterdag 12 december 2020

Intermezzo – Gunda

‘Gunda is pure cinema. This is a film to take a bath in - it’s stripped to its essential elements, without any interference. It’s what we should all aspire to as filmmakers and audiences - pictures and sound put together to tell a powerful and profound story without rush. It’s jaw dropping images and sound put together with the best ensemble cast and you have something more like a potion than a movie.’

Paul Thomas Anderson

Afgelopen zondag voor het eerst in tijden weer eens een film gezien in de bioscoop, de Nieuwe Scene in Venlo. Ik had me er behoorlijk op verheugd, de laatste keer was door toedoen van C ook alweer zó lang geleden. Waarschijnlijk daardoor was ik vergeten dat elk bioscoopbezoek een aanslag is op mijn appreciatie van de menselijke soort in het algemeen en 65-plussers heel in het bijzonder. Omdat ik er niet op voorbereid was kwam de klap des te harder aan. Aanwezig waren slechts een kleine dertig mensen, overwegend boomers. 93 minuten duurde de film en 93 minuten lang vulde hun gewauwel de zaal. De onbeschoftheid ten top, je reinste terreur. Geloof me, zo gaat het altijd en overal. En maar zitten klagen over de jeugd van tegenwoordig.


Het ging nota bene om een film die schreeuwde om eerbiedig stilzwijgen. Uit schaamte over wat de menselijke soort behalve gewauwel in bioscopen allemaal nog meer aanricht. Niet dat er ook maar één mens te zien is in Gunda, een documentaire van Victor Kossakovsky. Nee, de film wordt uitsluitend bevolkt door dieren. De absolute hoofdrol is weggelegd voor zeug Gunda, moeder van twaalf biggetjes. Bijrollen zijn er voor kippen – de beelden van een eenpotige kip staan voor eeuwig op m’n netvlies gebrand – en koeien.


De in zwartwit geschoten documentaire is opgenomen op een arcadische boerderij in Noorwegen waar de dieren alle ruimte hebben. Alles is gefilmd vanuit hun perspectief, op hun ooghoogte. Dat leidt ertoe dat je als kijker opgaat in hun wereld, je bijna onderdeel wordt van hun dagelijks leven, je gezellig meescharrelt in het stro van hun intieme houten hok. Een commentaarstem ontbreekt, je moet het doen met de natuurlijke geluiden. Waardoor je net zo hard schrikt van een overvliegende buizerd die plotseling begint te miauwen als de kippen.


Als vanzelf ga je menselijke gevoelens projecteren op de dieren. Ten onrechte? Mwah, ik weet niet. Is het dan géén totale radeloosheid waardoor Gunda wordt bevangen als er door menselijk ingrijpen ten slotte toch een einde komt aan de idylle? Een andere vraag die de film oproept: waaraan ontlenen wij mensen het recht ons zo verheven te voelen boven collega-aardbewoners? En wat geeft ons het recht een hiërarchie aan te brengen in diersoorten? Ook altijd weer de vraag: waarom behandelen we de miljoenen kippen, koeien en varkens in onze regio niet hetzelfde als onze honden en katten?

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

zondag 6 december 2020

Intermezzo – Selfiestick | Selfiemuseum

Ik zou niet van mezelf durven te beweren dat ik hip ben. Nooit geweest ook. Evenmin zou ik van mezelf durven te beweren dat ik handig ben. Nooit geweest ook. En toch heb ik ooit een selfiestick aangeschaft en daar met mijn twee linkerhanden ook nog foto’s van een aanvaardbare kwaliteit mee weten te maken. Zonder dat mijn fototoestel onherstelbare schade opliep. Achteraf bezien ben ik daar best trots op: het fototoestel in het wankele houdertje klemmen was een vrij delicate zaak.


Overigens gebruikte ik mijn selfiestick niet voor het maken van zelfportretten maar voor een bredere blik op de wereld. Voor mij was het ding vooral een soort verlengde arm, ideaal om objecten mee te fotograferen waar ik op een andere manier niet bij kon. Zo herinner ik me dat ik het uitsluitend en alleen aan mijn selfiestick te danken heb dat ik enkele intrigerende graffiti langs de spoorlijn in Lottum kon vastleggen (klik ook hier).


De selfiestick lijkt me een typisch voorbeeld van een rage, een modegril. Kind van de opkomst van de digitale camera, slachtoffer van de opkomst van de telefoon met selfiefunctie. ‘Selfiestick’ werd verkozen tot Van Dale Woord van het Jaar 2014 in de categorie sport & amusement. Zes jaar geleden nog maar. Daarna was het snel gedaan met de pret. ‘Selfiestick’ is bijgezet bij de nostalgiewoorden, woorden die het goed doen op feesten en partijen waar mensen van een bepaalde leeftijd herinneringen aan vroeger ophalen.


Het woord dus afgevoerd naar de nostalgiewoorden, nu nog zien af te komen van het ding zelf. ‘Rijp voor het museum’, zou je zeggen. Wat wil het gelukkige toeval? Venray is sinds 27 november een tijdelijk Selfiemuseum rijker, ‘Appie’ genaamd. ‘Daat velt as stroant in en mendje’, zeggen we dan in Horst. Misschien moet ik gewoon de gemeentegrens oversteken en me daar vandaag of een van de twee komende weekenden – het is nog geopend van 11 tot en met 13 december en van 18 tot en met 23 december – eens gaan vervoegen. Wie weet zijn de organisatoren wel genegen mijn selfiestick een ereplaatsje te gunnen in het museum. Bijkomend voordeel: heb ik als oudere jongere meteen ook een alibi om in Appie tussen de ongetwijfeld talrijke jongere jongeren wat rond te neuzen in een aantal – aldus de website – ‘kleurrijke, creatieve ruimtes’. En om daar ‘door de felle kleuren heen te kijken en op zoek te gaan naar een dieperliggende boodschap’. In het ontdekken van dieperliggende boodschappen ben ik dan weer minder goed. Maar wtf? (Zei ik dat ik niet hip ben?) Dit zou iedereen naar Appie moeten doen hollen: ‘Hier voel je je weer eventjes kind.’

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)