zaterdag 28 november 2020

Intermezzo – Van blindheid genezen

2 februari Maria Lichtmis, 29 juni Petrus en Paulus (want dan zijn de moelbaere rijp), 15 augustus Maria Hemelvaart, 4 oktober Franciscus van Assisi, 28 november Oda. Voor een niet-katholiek mag mijn kennis van de katholieke feestdagen en de heiligenkalender er best zijn, dacht ik – tot vandaag. Al heel lang was ik voornemens hier een stukje te publiceren over Van blindheid genezen, het in augustus verschenen boek over de Sint-Odakerk in Melderslo. Ten langen leste besloot ik dat stukje als eerbetoon aan Oda te publiceren op 28 november, haar naamdag.  Maar wat blijkt, godverdegodver? Ik ben een dag te laat: 27 november is de naamdag van Oda. Mea culpa, mea maxima culpa, lieve Oda, uitverkoren vat van heiligheid, blanke lelie van zuiverheid, schitterende roze van liefde Gods, wonder van edele standvastigheid, onafscheidelijke bruid van Jezus Christus.


Mijn miskleun is een teken des tijds: steeds minder mensen kennen de Bijbel, zijn op de hoogte van de betekenis van de rooms-katholieke rituelen, weten de naam en functie van objecten die zich in kerken bevinden. Of zulke kennis ooit weer tot de algemene ontwikkeling gaat behoren, valt te betwijfelen. Alleen al daarom is het goed dat in Van blindheid genezen alle, zoals de auteurs Pierre van Rijswick en Jörgen Dinnissen het noemen, ‘leestekens’ in de Sint-Odakerk in Melderslo worden verklaard en daarmee voor het nageslacht worden bewaard.


Eind volgend jaar is het honderd jaar geleden dat Melderslo een eigen kerk kreeg. Met een beetje geluk heeft het gebouw dan ook nog de bestemming van kerk. Toch nadert het einde: al enkele jaren is een zoektocht gaande naar een passende nieuwe functie. De auteurs: ‘Voordat het kerkgebouw wellicht aan de eredienst wordt onttrokken en een andere bestemming krijgt, waarbij de huidige inrichting voor altijd verdwijnt, is het van belang in beeld en geschrift vast te leggen hoe het was. Daarna wordt dit onachterhaalbaar. In die behoefte hebben wij willen voorzien.’


Van de haan op de kerktoren tot de altaarschel, van de miswijn tot de biechtstoel en van de kazuifels tot het Portugese Mariabeeld dat halverwege de jaren negentig tot een dorpsoorlog leidde: het staat er allemaal in, het wordt mooi in beeld gebracht en het wordt uiterst gedetailleerd beschreven. Daarbij ligt de nadruk nu eens niet op de kunsthistorische betekenis van de objecten (die in de meeste gevallen sowieso niet zo groot is), maar op de functie, de betekenis en de symboliek ervan. Juist dit laatste maakt het boek ook voor niet-Melderslonaren interessant.


Van blindheid genezen kost 21,50 euro. Klik hier voor bestelinformatie en ook voor een digitaal inkijkje in het boek.


Wist u trouwens waarom Oda (circa 680 – 726) patroonheilige van Melderslo is? Omdat zij van haar blindheid genas na een bezoek aan het graf van de heilige Lambertus van Maastricht. Lambertus, de patroonheilige van de parochie Horst, waartoe Melderslo tot 1921 behoorde.

vrijdag 20 november 2020

Klein mysterie 792 – Persvrijheidsberoving

Niels van Rens, redacteur van Hallo Horst aan de Maas, schrijft wel vaker opmerkelijke columns, maar die van gisteren (klik hier en klik vervolgens onder het kopje ‘Horst aan de Maas’ op week 47)  is er een van het wel héél opmerkelijke soort. Onder de titel ‘Sprookjes bestaan’ schrijft Niels dat hij het idee heeft ‘dat mijn persvrijheid de laatste tijd wordt verslonden door de grote boze wolf’. Iets verderop wordt duidelijk wie hij bedoelt met die grote boze hongerige wolf: ‘Onlangs beroofde de grote boze wethouderwolf Rudy Tegels mijn persvrijheid.’


Aanleiding voor de persvrijheidsberoving is Afslag 10, ‘momenteel één van de meest politiekgevoelige onderwerpen in deze gemeente’, zoals Niels terecht constateert. Het onbegrip en de onduidelijkheid die heersen over Afslag 10 wilde hij verwoorden in een ‘simpel, begripvol’ artikel. Niels: ‘Maar nee, de grote boze wolf houdt mij tegen. Wat is dit? Ik mag niet meer schrijven over een onderwerp? De reactie was: “Het is nu niet het goede moment.”’  


Beknotting van de persvrijheid is nogal iets – beroving van de persvrijheid nog veel meer. Wat me intrigeert en wat me niet helemaal duidelijk wordt uit de column, is hoe die persvrijheidsberoving er precies heeft uitgezien. Heeft de wethouder gedreigd met hel en verdoemenis? Met een publicatieverbod? Met juridische stappen? Met iets in de trant van ‘Als je publiceert, kan dat heel vervelende gevolgen voor je hebben’? Allemaal hoogst kwalijk en onacceptabel, dunkt me.


Of ligt het allemaal net een tikkeltje anders? Hallo Horst aan de Maas van deze week bevat wel degelijk een artikel van Niels van Rens over Afslag 10. Afsluitende zin: ‘Wethouder Rudy Tegels wil na meerdere verzoeken niet reageren op deze kwestie.’ Van deze weigering van de wethouder om te reageren kun je van alles vinden, variërend van ‘bijzonder slim’ tot ‘hoogst onverstandig’. Maar dat een wethouder ergens geen commentaar op wenst te geven, lijkt me zijn goed recht.


Wat ik me nu afvraag: is het uitsluitend de weigering van de wethouder om te reageren die Niels betitelt als persvrijheidsberoving? Of is er meer aan de hand?

Wie het weet, mag het zeggen.

donderdag 19 november 2020

Intermezzo – It’s the economy, stupid!

Mijn eindexamenpakket op het Boschveldcollege bestond uit zes talen en geschiedenis. Wat meteen verklaart waarom ik nooit rijk ben geworden. Wat vervelend zou zijn geweest mocht ik ooit de ambitie hebben ontwikkeld om rijk te worden. Maar zover is het nooit gekomen. Van een ambitie om enig verstand van geld te hebben was ik destijds eveneens verstoken. Wat verklaart waarom ik op Boschveld nooit ook maar één uur economie heb gehad. Waarmee ik achteraf bezien iets minder gelukkig ben. Waarom niet, al was het maar voor een jaartje, dat vreselijke Frans (nee, meer die vreselijke leraren Frans) ingewisseld voor economie? Waarom me niet vervoegd bij toenmalig new kid on the block Bert Kersten, ergens weggestopt in een noodlokaal (052 als ik me niet vergis), om me door hem althans de grondbeginselen van de economie te laten bijbrengen?


Mijn gemis aan enige economische scholing doet zich geregeld gevoelen. Bijvoorbeeld als de zoveelste megavarkensboer, megatuinder of megadistributeur het blijde nieuws verspreidt dat hij zich in de regio vestigt. Politiek gejuich over een impuls voor de regionale economie, banenwinst en het aanjagen van het Noord-Limburgse bedrijfsleven is dan nooit ver weg. Als eenvoudig talenmannetje sta ik dan met de mond vol tanden. Draagt een megastal waar nauwelijks mensen werken daadwerkelijk bij aan een florerende regionale economie? Of toch vooral aan het inkomen van de ondernemer? Is er daadwerkelijk sprake van banenwinst als de groenten en het fruit in de megakas en op de mega-akkers uitsluitend worden geoogst door uit Oost- of Zuid-Europa geïmporteerde werknemers? Hoeveel dragen de megadistributeurs met hun megahallen daadwerkelijk bij aan het bruto Noord-Limburgs product? Weegt de economische betekenis van zulke megabedrijven op tegen het dierenleed dat ze veroorzaken? Tegen de vermindering van het woongenot? Tegen de schade aan flora en fauna? Tegen de aantasting van het landschap? Wat levert het ons, Noord-Limburgers, nu precies op als de provincie een megagroenteverwerker een lening van dertien miljoen euro verstrekt?

Ik zou willen dat ze het me eens allemaal kwamen uitleggen, die dames en heren juichpolitici. Graag in Koëbus- en Drika-taal en onder overlegging van harde en zelfs voor een talenmannetje begrijpelijke cijfers. En ik beloof: ik serveer koffie en vlaai. Al dan niet gepensioneerde economiedocenten zijn trouwens ook van harte welkom.

(Dit stukje verscheen gisteren in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

zondag 15 november 2020

Ingezonden – Een typische Horster maat politieke maand

Horst-sweet-Horst ontving de volgende ingezonden bijdrage van Andries Brantsma naar aanleiding van de gemeenteraadsvergadering van afgelopen dinsdag en de raadsvergadering die daaraan vooraf ging. 


Een typische Horster maat politieke maand

In de voorbereidende gemeenteraadsvergadering van 27 oktober werd het voorspel gespeeld. Twee hoofdzaken: als eerste de exorbitant dure sporthal in Meterik en als tweede het, zoals later blijkt, vanuit de provincie aangestuurde project Californië 2 om een innovatieve vulfabriek neer te zetten van met groentesnijsel gevulde plastic zakken. De natte droom voor Henk Weijs.

In deze voorbereidende vergadering werd het voorstel van wethouder Han Geurts voor de sporthal afgekraakt. Te weinig overleg, slecht uitgewerkt en eenzijdige bevoordeling van voetbalvereniging Meterik. Duidelijk en eigenlijk de enige mogelijke conclusies: ofwel de wethouder definitief afserveren of het plan terug naar de tekentafel. De rol van adviseur (CDA) in het SAAM project, de CDA dominantie in de dorpsraden van Hegelsom (zie ook uitspraken van Alex Janssen) en Meterik en de CDA-wethouder zouden zijn enige redding kunnen zijn.


Het gehele proces rond het project in Californië werd afgekraakt, de buurt was niet gehoord, het bedrijf hoorde op die plek niet thuis en er werd één bedrijf echt bevoordeeld. En hoe innovatief was dit bedrijf nu eigenlijk? En alles in het diepste geheim. De lijn van aansturing was weer duidelijk. De CDA-gedeputeerde had al veel leningen toegezegd, de oud-wethouder/CDA-adviseur had zijn provisie al binnen en de CDA-wethouder had gewoon te doen wat hem verteld werd. De conclusies konden alleen maar zijn om het plan terug naar de tekentafel te sturen en een fatsoenlijk proces te starten of de wethouder naar huis te sturen.

En toen kwam afgelopen dinsdag de besluitvormende vergadering. En dus was het speelveld heel anders. Het door de wethouder verziekte project van de sporthal werd aangepast in die zin dat een opblaas ballentent niet mocht worden geplaatst en dat de wethouder een minimum en maximum uitvoering van het project moest uitwerken tot een bedrag van 8,1 miljoen. Zowel minimum als maximum. Hoe veel gekker had Alex Janssen (hoe toevallig ook CDA) dit niet kunnen vertellen. Daarbij had de wethouder ook nog geprobeerd via vuile spelletjes een raadslid in diskrediet te brengen. Hoe Horsters vanuit de macht.

En dus werd het gezicht van de wethouder volgens de Horster maat gered. Liegen over een oplevertijd van het Gasthoês was al geen probleem, laat staan deze Meterikse wanprestatie. Zo leert de wethouder nooit dat zijn ambt wel macht levert, maar absoluut geen waarborg is voor wijsheid.


Bij de zaak Californië liep het in wezen niet anders. Weliswaar werden er moties en amendementen aangenomen die de directe macht van het college iets inperkt, maar die ook makkelijk genoeg later weer aangepast kunnen worden. Vergelijkbaar met kaders die de raad regelmatig vaststelt zoals bv voor het zwembad. De werkwijze was hierbij wat anders. De wethouder werd in feite in de weken na de voorbereidende vergadering buitenspel gezet en de besluiten werden door andere collegeleden en de provincie genomen en voorbereid. Vervolgens was de raad onder aanvoering van Henk Weijs heel trots op wat er allemaal in Horst gebeurde (zijn Horster maat) en sloten de andere partijen zich hierbij aan. Een bedrijf dat veel werkgelegenheid zou bieden, maar tegelijk elders veel werkgelegenheid zal vernietigen zal met risicokapitaal van de provincie (van u dus) geplaatst worden op een plek en met voorzieningen die daar niet thuis horen. Reden genoeg om de wethouder door gebrek aan sturing naar huis te sturen of het plan terug te brengen naar de tekentafel. Maar dat is niet de Horster maat. Hier gaat dat anders en blijft de grootste brekebeen met steun van het CDA altijd zitten.

En roept dat verbazing op? Niet bij mij, dit is een typische Horster maand met een typische Horster maat.

Andries Brantsma

woensdag 11 november 2020

Intermezzo – Elfvaanelf

11 november vandaag. Elfvaanelf. Ik zou hier een potje kunnen gaan zitten janken over het niet doorgaan van allerlei carnavalsactiviteiten, vandaag en de komende maanden. Alleen: waarom zou ik? Ergens over gaan zitten janken is me heus wel toevertrouwd, maar mijn geloofwaardigheid zou definitief naar de gallemieze zijn als ik me zou beklagen over het missen van iets dat ik niet als een gemis ervaar. Hoewel ik al mijn hele leven in een hoogst besmettelijke omgeving verkeer, ben ik nooit aangestoken door het carnavalsvirus. Of dat nog ooit zal gebeuren? Lijkt me sterk, al weet je het met die virussen van tegenwoordig natuurlijk nooit. 


Elfvaanelf is voor mij vooral de dag ná Sintermerte. Wat enigszins vreemd is omdat 11 november de naamdag is van Martinus van Tours alias Sint Martinus alias Sint Maarten alias Sintermerte. Maar Sintermerte wordt hier in Horst nu eenmaal sinds jaar en dag gevierd aan de vooravond van de feestdag. Behalve dit jaar dan. U mag raden waarom.


Herinneringen tuimelen over elkaar heen.
Sintermertesveugelke / Háj en roëj keugelke / Háj en blauw stertje / Huupsa Sintermerte.
De lampion waaraan je in de voorafgaande weken zo nijver had geknutseld en die op de avond zelf binnen vijf minuten in de fik vloog dan wel verkamezöld werd door een plotse windvlaag.
Schuimpjes in je plastic tas (van rugzakjes nog geen sprake) geworpen krijgen die een jaar lang hadden gerijpt in een niet goed afgesloten snoeptrommel.
Tiere liere liere / Hee woënt enne giere / Di wil ôs niks gaeve / Hi-j zal ni lang miër laeve (of was het ‘gere’, zoals het volgens de dialectnazi's hoort?) 
Van die ongelooflijk verantwoord bezig zijnde mensen, van wie je geen snoep maar een gerimpeld mandarijntje kreeg of, nog erger, een blokje kaas en een partje van een gerimpeld mandarijntje aan een cocktailprikker.
Als het even kan de Noordsingelflat meepikken in het kader van kleine moeite, groot plezier. 
Daags erna op school een deel van de oogst moeten inleveren ten behoeve van minder goed bedeelde kinderen. 
Van later: de teloorgang van Sintermertesveugelke en de opkomst van een Nederlandstalig iets met de frase ‘de koeien hebben staarten’. 


Zei ik dat Sintermerte in Horst sinds jaar en dag aan de vooravond van de feestdag wordt gevierd? Dat is niet helemaal waar. In 2012 viel 10 november op een zaterdag, elfvaanelf vanzelfsprekend op een zondag. Maar de elfvaanelfactiviteiten vonden in Horst al op zaterdagavond plaats. Volstrekt onlogisch gevolg: Sintermerte werd verplaatst naar 9 november (klik ook hier). Ik kan me er acht jaar later nog steeds kwaad over maken. Wat bewijst dat een potje janken me best is toevertrouwd.

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

maandag 9 november 2020

Intermezzo – Sporthal Meterik vs Sportpark Bosstraat

2 uur, 12 minuten en 15 seconden sprak de gemeenteraad twee weken geleden over bestemmingsplan Californië 2 (klik hier). Tijdens diezelfde oriënterende vergadering sprak de raad 1 uur, 36 minuten en 50 seconden over de bouw van een sporthal in Meterik (klik hier en ga naar 3.49.00 minuten). De lange duur van de bespreking was niet de enige overeenkomst tussen beide agendapunten. Andere parallellen waren dat de meeste raadsfracties de onderbouwing van het raadsvoorstel onvoldoende vonden én dat de verantwoordelijke wethouder, Han Geurts (CDA) in het geval van de sporthal in Meterik, vragen van een volstrekt ontoereikend antwoord voorzag en geen enkele flexibiliteit toonde. Nog een overeenkomst was dat een aantal fracties ervoor pleitte het voorstel niet in de raadsvergadering van morgen te behandelen. 


Wat is er aan de hand? In 2017 begonnen de voetbalclubs van America en Meterik, ook op aandringen van het gemeentebestuur, aan besprekingen om tot een fusie te komen. Een aantal locaties voor een nieuw sportpark passeerde de revue. Zonder uitzondering leden ze schipbreuk. Uiteindelijk bleef sportpark De Vonckel in Meterik over als enige geschikte locatie. Althans volgens gemeentebestuur en RKSV Meterik. AVV America bestreed dit en de fusiebesprekingen belandden in een impasse.


Nu stelt het gemeentebestuur voor 8,5 miljoen euro uit te trekken voor de bouw van een sporthal op het huidige sportpark De Vonckel in Meterik en een opblaasbare sporthal (‘air dome’) op een nader te bepalen locatie. De sporthal is behalve voor de basisscholen van Hegelsom en Meterik vooral bestemd voor VC Trivia, de volleybalclub die in 2017 ontstond uit een fusie tussen de volleybalclubs van America, Hegelsom en Meterik.


VC Trivia en RKSV Meterik zijn uiteraard in hun nopjes met het voorstel, AVV America aanmerkelijk minder. Geheel op eigen initiatief ontwikkelde de Americaanse voetbalclub een alternatief plan dat voorziet in een sportpark ter hoogte van de kruising van Bosstraat en Spoorweg. Dit zou niet alleen plaats bieden aan de nieuwe fusievoetbalclub (eventueel in een later stadium aangevuld met VV Hegelsom) maar ook aan een sporthal en daarmee aan VC Trivia.


Terwijl Jelle Houben namens AVV America tijdens de raadsvergadering allerlei argumenten aandroeg voor het alternatieve plan, bleef wethouder Geurts halsstarrig vasthouden aan het gemeentelijk plan. Een gemeentelijk plan waarover Richard van der Weegen (PvdA) schamperde: ‘Ik heb nog nooit een raadsvoorstel gezien waarin we op basis van twee A4’tjes 8,5 miljoen uitgeven.’ Hij kwalificeerde het voorstel van AVV America, dat 19 bladzijden telt, dan ook als ‘duidelijker dan het raadsvoorstel’. Jeroen Brouns (Essentie) betichtte de wethouder van arrogantie; Jos Gubbels (D66+GroenLinks), Yvonne Douven (VVD) en Sonja van Giersbergen (SP) pleitten nadrukkelijk voor uitstel van de behandeling van het raadsvoorstel. Tevergeefs, zo lijkt het. Waarom eigenlijk? Op het eerste gezicht biedt het voorstel van AVV America een hele hoop voordelen. Kleven er dan geen nadelen aan? Jazeker, maar hetzelfde geldt voor het gemeentelijk voorstel.


Het proces om tot een (nieuw) sportpark en een nieuwe sporthal te komen duurt al een hele tijd. Het gaat dan ook om iets met behoorlijke financiële en maatschappelijke implicaties. Zijn een paar maanden extra voor een betere beoordeling van het plan van AVV America (nota bene een plan van onderop) dan echt teveel gevraagd?

vrijdag 6 november 2020

Intermezzo – Afval

‘Komend weekend wordt een weekend met veel reacties lezen’, schreef Roy Bouten vorige week vrijdag op zijn Facebookpagina (klik hier). De wethouder van afvalzaken voelde de bui al aankomen. Vrijdag maakte het gemeentebestuur namelijk bekend andere tarieven te willen gaan hanteren voor het ophalen van huisvuil. De wethouder heeft zich inderdaad niet hoeven te vervelen: de aankondiging leidde tot vele honderden reacties op diverse sociale media.


Hoezeer ik me ook over van alles en nog wat kan opwinden, dit thema laat me betrekkelijk koud. Eerlijk gezegd ben ik alleen maar blij dat ik zoiets onoplosbaars als het afvaltarievenprobleem niet hoef op te lossen. Voor elk zinnig argument valt wel een zinnig tegenargument te bedenken en met het oplossen van het ene probleem creëer je het volgende. Je doet het nooit goed, kunt het nooit goed doen.


Als je er zo relaxed in zit – om het maar eens populair uit te drukken – wordt het lezen van die stortvloed aan reacties vanzelf een feestje. Vanzelf ga je de reageerders ook indelen in categorieën. Zo heb je de alternatiefaandragers: ‘Maak een milieustraat’, ‘Laten ze eens beginnen om niet 2, maar 1 keer per week de die kleine groene kutemmetjes te laten ophalen’. Dan zijn er ook de defaitisten: ‘Dan kan men net zo goed alles bij elkaar gooien’, ‘Schandalig, dat vraagt om problemen door zwerfvuil’. De cynici zijn eveneens rijk vertegenwoordigd: ‘Zullen we nog meer rotzooi in de bossen gaan vinden. Goed bezig Horst aan de Maas.‘ Complotdenkers zijn er uiteraard ook: ‘Verbouwing gasthoes zal toch betaald moote weure. Zakkevullers!!!!’ Vergeet verder niet de we-gaan-er-meteen-maar-wat-andere-dingen-bijhalers: ‘En dan hebben ze het nog niet over die blauwe emmerdumpingen van drugsafval.’ Ook de we-worden-weer-eens-genaaiders ontbreken niet: ‘Het is net de belastingdienst hebben hebben hebben.’


Wat ik me altijd weer afvraag bij reacties op sociale media: hoe representatief zijn ze? Als reacties in overgrote meerderheid negatief zijn, betekent dit dan automatisch dat de gehele bevolking in overgrote meerderheid negatief is? Honderden reacties mag voor een gemeente als Horst aan de Maas een aanzienlijk aantal zijn, veel meer dan enkele procenten van de totale bevolking is het nu ook weer niet. Zal het die 95 procent die niet van zich laat horen worst wezen? Staan ze achter de plannen? Of hebben ze het moede hoofd in de schoot gelegd en denken ze ‘Mijn mening doet er toch niet toe’?

(Dit stukje verscheen eergisteren in iets andere vorm in Via Horst-Venray)

donderdag 5 november 2020

Intermezzo – Californië 2

2 uur, 12 minuten en 15 seconden. Zo lang sprak de gemeenteraad van Horst aan de Maas vorige week dinsdag over bestemmingsplan Californië 2. Zeker gezien de huidige situatie waarin vertier niet voor het oprapen ligt, zou ik u dringend willen adviseren die 2 uur, 12 minuten en 15 seconden uit te gaan zitten (klik hier en ga naar 1.33.05) en vervolgens zelf een oordeel te vellen. Hier alvast wat inleidende beschietingen.


Waar gaat het om? Californië 2 is een gebied van 68 hectare dat ruwweg wordt begrensd door Dijkerheideweg, Sint Jorisweg en Grubbenvorsterweg. Een grote groenteverwerker waarvan de naam niet mag worden genoemd, met een adviseur waarvan de naam niet mag worden genoemd, wil er een bedrijf vestigen. Dit gaat bestaan uit glastuinbouw, groenteverwerking en huisvesting van arbeidsmigranten. Voordat het zover is moet eerst een bestemmingsplan worden vastgesteld. Dit gebeurt in de raadsvergadering van komende dinsdag. Vorige week besprak de gemeenteraad het alvast oriënterend.


Verkeersafwikkeling, landschap, natuur, kwaliteit van werkgelegenheid, aantasting van woongenot, energievoorziening, huisvesting van arbeidsmigranten, verdozing: zo maar wat aspecten die buurtbewoners en gemeenteraadsleden te berde brachten. De wethouders Eric Beurskens (Essentie) en Roy Bouten (PvdA) beantwoordden de voor hen bestemde vragen naar genoegen van in elk geval de raadsleden. Hoe anders was het, andermaal, met wethouder Rudy Tegels (CDA). Om te beginnen zette hij de buurtbewoners weg als een onbetrouwbare gesprekspartner. Zelfs als dat al zo zou zijn (wat nog maar de vraag is, gezien de heftige reactie van de insprekende buurtbewoner) dan nog kun je je afvragen of een iets diplomatieker optreden uiteindelijk niet constructiever is.


Maar de wethouder schoffeerde ook de gemeenteraad door vragen niet of onvolledig te beantwoorden en door steeds weer argumenten voor zijn uitspraken achterwege te laten. Er kwamen geen adequate antwoorden op volstrekt legitieme vragen als ‘Kunt u uitleggen waarom dit bedrijf geen kwantitatieve maar een kwalitatieve toevoeging is?’, ‘Waarom kunnen de drie activiteiten van het bedrijf niet op drie verschillende locaties plaatsvinden?’, ‘Waarom wordt via een achterdeur mogelijk toch plaats geboden aan logistieke bedrijven in dit gebied?’, ‘Waarom kan dit plan niet op een later moment in behandeling worden genomen?’. De reactie van de wethouder kenmerkte zich telkens door een heel hoog we-doen-dit-zo-omdat-we-dit-zo-doen-gehalte. Verder bleef hij maar benadrukken dat het om een uniek bedrijf gaat.


De hele beschamende vertoning roept de vraag op wie hier eigenlijk de regie voert: de gemeente? Of de groenteverwerker waarvan de naam niet mag worden genoemd met de adviseur waarvan de naam niet mag worden genoemd?  


Kan de wethouder nu z’n borst nat maken voor de raadsvergadering van komende dinsdag? Mwah, dat valt nog te bezien. Hoezeer Kay Thijssen (Essentie) en Richard van der Weegen (PvdA) de wethouder ook onder vuur namen, ik ga er vanuit dat ze genoegen zullen nemen met hier en daar wat aanpassingen en toezeggingen. Voor de felste criticasters, Henk Kemperman en Thijs Lenssen (D66+GroenLinks), kon dat wel eens anders liggen. De SP stemt sowieso tegen lijkt me, CDA en VVD vóór. Komt dus wel goed voor de wethouder. Helaas.

donderdag 29 oktober 2020

Intermezzo – Huisartsenpost

In 1968 opende in Horst een gloednieuw ziekenhuis zijn deuren. In 1973, nauwelijks vijf jaar later, dreigde alweer sluiting. Horst en omgeving kwamen massaal in opstand. De actiegroep Ziekenhuis Horst Moet Blijven zag het licht, het ziekenhuis werd bezet, de gemeenteraad stond op z’n achterste poten, er werden tienduizend handtekeningen opgehaald (in een gemeente van vijftienduizend inwoners) en nagenoeg elke auto werd voorzien van protestleuzen. Baten deed het allemaal niet: per 31 december 1979 was het Horster ziekenhuis verleden tijd. 


Ook het ziekenhuis in Venray wacht een wisse dood. Het is al vele jaren bezig aan een tergend langzaam verlopend stervensproces. Tot overmaat van ramp staat nu de huisartsenpost in Venray ook nog op de nominatie om te verdwijnen. Net als destijds in Horst: commotie en hevige verontwaardiging alom, van de gemeenteraad en het gemeentebestuur tot de Tweede Kamer. Hallo Horst aan de Maas bericht vandaag dat ook de Horster politiek zich verzet tegen de sluiting van de huisartsenpost in Venray. Wethouder Roy Bouten: ‘Onze dorpen en wijken krijgen steeds meer uitdagingen. Daarom vindt het college dat kwalitatieve zorg dichtbij en bereikbaar moet worden georganiseerd. Daar hoort wat ons betreft een actieve huisartsenpost in Venray bij.’


Het mag duidelijk zijn: zeldzame politieke eensgezindheid. Het vervelende is alleen dat de politiek hier bitter weinig over te zeggen heeft. Ze heeft zelf het heft uit handen gegeven. Afgelopen zondag was Marcel Levi te gast in Buitenhof. Levi is arts, voormalig bestuursvoorzitter van het AMC en huidig CEO van University College London Hospitals. Hij hekelde de marktwerking in de zorg: ‘Een gemeenteraad heeft helemaal niets te vertellen over de sluiting van een ziekenhuis. Dat is het systeem dat we gebouwd hebben. In Nederland is niemand de baas over de gezondheidszorg. We hebben de verzekeraars en de ziekenhuizen en daarnaast een overheid die al jaren zegt “Wij gaan er niet over. De markt moet het maar oplossen.” In de tussentijd neemt niemand een beslissing.’ Levi pleitte voor minder markt en meer zeggenschap van burgers bij de inrichting van de zorg: ‘In Scandinavische landen is het heel anders georganiseerd, met veel meer inbreng van lokale en regionale overheden. Dat werkt daar prima.’


Of je het nu eens bent met de woorden van Levi of niet (ik wel), ze zijn niet van invloed op de toekomst van het Venrayse ziekenhuis en de huisartsenpost. Die toekomst is een uitvloeisel van het huidige systeem. De sleutel voor verandering van dat systeem ligt bij ons, burgers. Wij hebben de macht om de tucht van de markt een halt toe te roepen en de politiek de zeggenschap over de gezondheidszorg terug te geven. Hoe? Door op 17 maart volgend jaar op de juiste partijen te stemmen.

(Een kortere versie van dir stukje verscheen gisteren in Via Horst-Venray)

maandag 26 oktober 2020

Intermezzo – Unic

Soms heeft het ook voordelen als je op leeftijd begint te raken. Bijvoorbeeld als Peter Janssen je vraagt ‘Was er vroeger niet een winkel vooraan op de Schoolstraat die Unik of Unek heette?’ Peter kwam op die vraag nadat hij aan de Doolgaardstraat dit fraai tafereeltje had waargenomen:


Welnu, beste Peter, natuurlijk was er vroeger een winkel, een warenhuis zelfs, vooraan op de Schoolstraat die Unik of Unek heette! Unic namelijk. ‘De Unic’, beter gezegd. Tenzij ik me vergis meestal uitgesproken als ‘de Uniek’. Behalve door mijn oma, die het altijd had over ‘de Unik’.


De exacte details zijn me onbekend, maar vluchtig googlen leert me dat Unic-warenhuizen onderdeel waren van een gelijknamige Belgische winkelketen. Het assortiment bestond voornamelijk uit textiel, levensmiddelen en huishoudelijke artikelen. De filialen werden uitgebaat onder franchise. Uitbater van de Horster Unic was de familie Van Nieuwenhoven-Mooren, ik vermoed vanaf 1960. In dat jaar verkasten de broers Jan en Jef Mooren met hun winkel van de Schoolstraat naar hun ‘winkelpaleis’ aan de Groenewoudstraat (later in de volksmond ‘Twin Towers’ geheten). Het vrijkomende winkelpand vooraan de Schoolstraat onderging een verbouwing. Daarna werd, aldus De Echo van Noord-Limburg, ‘de vroegere branche met vele artikelen op ander terrein uitgebreid’. Mijn veronderstelling is dus dat dit het begin was van de Horster Unic. Maar wie het beter weet, moet het beslist zeggen. 


Aan het einde van de jaren zestig trok Unic zich terug uit Nederland omdat er te grote verschillen bleken te zijn tussen de Belgische en de Nederlandse smaak. De Horster Unic werd een filiaal van MiWaCo, een afkorting die, denk ik, stond voor Middenstands Warenhuizen Coöperatie. De naamsverandering was voor vele Horstenaren geen beletsel om nog jarenlang ‘de Uniek’ of – mijn oma – ‘de Unik’ te blijven zeggen. (Zoals ik nu nog altijd naar boekhandel Willems ga, terwijl die toch al vijftien jaar Bruna heet.)


Erg levendige herinneringen aan de MiWaCo heb ik eerlijk gezegd niet. Ik vermoed dat de winkel een jaar of tien heeft bestaan. Of er toen ook nog levensmiddelen werden verkocht? Dacht het niet, maar heel zeker ben ik daar niet van. Wat me misschien nog wel het meest helder voor de geest staat is de vreselijke radeloosheid die me bekroop als ik in de MiWaCo op zoek was naar een verjaardags- of Sinterklaascadeau. Hier dat lelijke prul kopen of toch eerst nog maar eens bij Geerlings of Siebers kijken?

In het middelste pand zetelden ooit Unic en MiWaCo

Heeft u andere herinneringen? Deel ze aub!

dinsdag 20 oktober 2020

Intermezzo – Behoud De Parel

Als je als lokaal politicus, van welke partij dan ook, tegenwoordig een beetje mee wilt tellen moet je elke andere zin het woord ‘duurzaamheid’ laten vallen. Ook ‘leefbaarheid’ is zo’n containerbegrip waarmee je altijd goed zit. Iedereen is immers voor leefbaarheid. Of hebt u ooit iemand horen zeggen dat hij of zij de leefbaarheid wil verminderen? Nee, de leefbaarheid dient altijd te worden bevorderd. 


Nog zo’n begrip dat politici altijd in de mond ligt bestorven, is ‘burgerparticipatie’. Lees de verkiezingsprogramma’s er maar op na, van links tot rechts worden ze omarmd, de burgers die zich ‘van onderop’ willen inzetten voor hun omgeving, voor de medemens, voor de samenleving. Totdat ineens blijkt dat die participerende burgers zich verzetten tegen de plannetjes van de politiek. Omdat ze die plannetjes zien als een bedreiging voor hun omgeving, voor de medemens, voor de samenleving. Dan worden die zo gekoesterde participerende burgers ineens weggezet als een stelletje querulanten, als spelbrekers die De Vooruitgang dwarsbomen en ondernemers het – vaak met vlees belegde – brood in de mond niet gunnen.


Burgerparticipatie is meer dan juichend achter overheidsplannetjes aanhollen. Burgerparticipatie is ook, of misschien nog wel méér, tegen plannetjes in het geweer komen. Zulk verzet mag misschien hinderlijk zijn, het vermindert wel de kans op zelfgenoegzaamheid, het scherpt de geest en het verbetert de politieke besluitvorming. Daarmee leidt het tot een nog betere samenleving.


In Horst aan de Maas is Behoud De Parel zo’n burgerinitiatief dat nooit de politieke erkenning heeft gekregen die het verdient. Al ruim tien jaar zet Behoud De Parel zich in voor het behoud van de leefbaarheid (!) in Grubbenvorst en omgeving. Terwijl andere initiatieven ‘van onderop’ op verschillende manieren werden gefaciliteerd door de gemeente, werd Behoud De Parel door een politieke meerderheid met de nek aangekeken. Het moest overal zelf zijn weg vinden, het moest alles zelf bevechten. Als je voornamelijk weerstand ontmoet, is het ook wel eens fijn waardering te krijgen. Dat overkwam Behoud De Parel twee weken geleden, toen het met zijn fijnstofmeetproject als voorbeeldig burgerinitiatief op de derde plaats belandde in de Duurzame 100 van dagblad Trouw (klik hier). Heel mooi natuurlijk. Nog mooier zou het zijn als de gemeente Horst aan de Maas Behoud De Parel nu eindelijk eens zou gaan koesteren.  

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray)

zaterdag 17 oktober 2020

Intermezzo – Ryan (4)

‘Horster burgemeester biedt excuses aan’, kopt dagblad De Limburger vandaag. Aanleiding voor de excuses was de corona-videoboodschap van de Horster burgemeester Ryan Palmen van afgelopen woensdag (klik hier). Ontvanger van de excuses was Antoin Scholten, voorzitter van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Waarvoor de burgemeester precies z’n excuses heeft aangeboden is me ook na vier keer lezen van het artikel niet helemaal duidelijk. Excuses voor wat hij heeft gezegd? Of excuses voor de commotie die zijn woorden hebben opgeroepen? Ik vrees eerlijk gezegd het laatste. Uit het artikel blijkt namelijk dat hij niets terugneemt van wat hij woensdag heeft gezegd.  


‘Palmen schaart zich volledig achter het coronabeleid van het kabinet’, zegt de krant. Zelf zegt hij: ‘Het is niet mijn intentie om de nieuwe coronamaatregelen van het kabinet in twijfel te trekken.’ Het mag misschien niet zijn intentie zijn de nieuwe coronamaatregelen in twijfel te trekken, hij deed het woensdag in zijn videoboodschap wel en hij doet het vandaag in de krant opnieuw. De Limburger: ‘Zo vraagt hij zich zelf ook af hoe logisch het is dat de koopavonden zijn geschrapt. Als winkels langer open zijn, is het gemakkelijker om klanten te spreiden, stelt de burgemeester.’ De burgemeester zelf: ‘Waarom mag er eigenlijk geen alcohol verkocht worden na acht uur ’s avonds? Ik kom elke dag mensen tegen die zeggen dat ze dit soort regels niet snappen. Ik kan de logica van sommige zaken ook niet zien.’


Als dit niet de nieuwe coronamaatregelen in twijfel trekken is, wat is het dan wel? Wat houden de excuses van de burgemeester dan eigenlijk in? En hoe oprecht zijn ze? Opnieuw verkondigt hij vandaag in de krant een dubbele boodschap. Daarmee zaait hij twijfel, wakkert hij onvrede aan, maakt hij zichzelf ongeloofwaardig en bevordert hij juist niet wat hij zegt te willen: ‘Dat iedereen de regels dient na te leven.’


Dat het ook anders kan, bewijst wethouder Roy Bouten. Ook hij schrijft op Facebook regelmatig over corona en coronamaatregelen. Hij weet doorgaans een goede balans te vinden tussen enerzijds begrip voor onbegrip en anderzijds de noodzaak van bepaalde maatregelen en de noodzaak om je aan die maatregelen te houden. Bij de burgemeester is die balans ver te zoeken.

vrijdag 16 oktober 2020

Ingezonden – De maat van onze burgemeester

 Horst-sweet-Horst uitte gisteren (klik hier) felle kritiek op de corona-videoboodschap van burgemeester Ryan Palmen van afgelopen woensdag. Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) vraagt zich in een ingezonden bijdrage af of ‘Wim zich niet teveel heeft laten meeslepen in zijn streven naar “sterk schrijverschap”.’


De maat van onze burgemeester

De uitlatingen van burgemeester Palmen over de nieuwe maatregelen ter bestrijding van het Coronavirus worden door Wim Moorman samengevat als een blijk van ‘zwak leiderschap’. Zijn eindconclusie over de boodschap van de burgervader luidt: ‘Kunt u zich niet verenigen met de inhoud van overheidsmaatregelen die u moet uitvoeren, ga dan niet in het openbaar zitten mokken, maar kras gewoon op.’ Blijkbaar voelt hij zich geroepen de burgemeester stevig de maat te nemen. De vraag is of dat terecht is; of Wim zich niet teveel heeft laten meeslepen in zijn streven naar ‘sterk schrijverschap’?

Zolang de angst regeerde, was er in de politiek en samenleving een grote bereidheid de overheidsmaatregelen te respecteren. Nu het virus al geruime tijd onderdeel is van ons dagelijks leven en het einde nog niet in zicht, neemt de bereidheid om de overheid in zijn beleid te volgen af. Daar komt bij dat de overheid niet constant met één mond spreekt: er moet heel wat werk worden verricht om landelijk, provinciaal en lokaal beleid zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Tot een definitieve afstemming zal het nooit kunnen komen, alleen al omdat het virus een grillig verloop kent. Dat gegeven veronderstelt een voortgaand proces van samenwerking, flexibiliteit en een voortdurend streven naar maximale consensus. Van een burgemeester mag worden verwacht dat hij of zij een positieve bijdrage levert aan die overeenstemming in zijn eigen gemeente en tegelijkertijd loyaal de maatregelen van de landelijke overheid uitvoert.

De burgemeester doet in zijn toespraak een poging de situatie van jongeren en middenstand/horeca in zijn gemeente op een empathische wijze te koppelen aan landelijk beleid: hij toont begrip voor hun lastige situatie door zijn eigen twijfels over het beleid kenbaar te maken, maar doet wel tegelijkertijd wel degelijk de oproep aan iedereen zich te houden aan de landelijke maatregelen ten einde het virus terug te dringen. Ik hoor in de rede een burgemeester praten die wat krampachtig probeert een brug te slaan tussen noodzakelijke maatregelen en burgers die de keiharde economische gevolgen ervan aan den lijve ervaren of in hun jeugdige vrijheid worden beperkt. De persoonlijke noot die burgemeester Palmen als uiting van zijn begrip toevoegt, is wellicht niet in alle opzichten gelukkig gekozen, maar rechtvaardigt bij lange na niet een oproep op te krassen. Wel moet dat virus opdonderen! Liefst doordat we allemaal zoveel mogelijk aan hetzelfde touw trekken.

Jan Duijf Kloosterstraat

donderdag 15 oktober 2020

Intermezzo – Ryan (3)

‘Op dinsdag 13 oktober maakte het kabinet de nieuwe maatregelen bekend om te strijden tegen het coronavirus. Een fors pakket aan maatregelen, dat er enorm inhakt weer. Helaas was dat nodig, volgens het kabinet. Ik moet zeggen dat ik daar hoe langer hoe meer mijn twijfels bij begin te krijgen. Want ook ik vraag me wel eens af van: is dit nou wel nodig? Gaat het niet veel te veel over hoe laat de horeca dicht moet? Of de horeca dicht moet? Waar welke kantine wel of niet open mocht blijven? In plaats van de fundamentele vraag die voorligt: is het wel logisch als er geen koopavond meer mag zijn? Want met koopavonden heb je meer tijd en zou je dus meer spreiding kunnen krijgen. En ik erger me ook wel eens aan het feit dat we mensen aan het beschermen zijn die er misschien in de supermarkt of op een andere plek niet per se blijk van geven dat zij zélf heel veel waarde hechten aan die regels. En ik zie ook wat het met onze jongeren doet die eigenlijk nergens meer terecht kunnen en dan maar op een andere plek toch hun vertier en hun gezelschap gaan zoeken. En tegelijkertijd is het wat het is. En hebben we ons gewoon te houden aan de regels die het kabinet ons oplegt. En mag u van mij verwachten en van de gemeente verwachten dat we u daarop aanspreken en dat we u aansporen om die regels te volgen. Dus heb geen twijfel. Ook hier denken we wel eens “Goh, moet dat allemaal wel zo? Is dit allemaal wel verstandig?” Maar we zijn er voor om samen te zorgen dat we corona onder controle krijgen.’


Aldus onze burgemeester, Ryan Palmen, gisteren in een videoboodschap, niet gepubliceerd op de gemeentelijke kanalen maar op zijn Facebookpagina (klik hier). Onze burgemeester begint zelf hoe langer hoe meer twijfels te krijgen en roept tegelijkertijd z’n burgers toe: ‘Heb geen twijfel.’ Jezelf het recht toe-eigenen om te twijfelen en je burgers datzelfde recht ontzeggen. Je moet maar durven.

Het mag dus niet meer, maar stel dat ik toch nog mocht twijfelen. Ik ben ervan overtuigd dat ik dan zou twijfelen of het al dan niet afschaffen van koopavonden inderdaad de fundamentele vraag is die nu voorligt. Is dat werkelijk waar het onder deze omstandigheden om gaat?   

Als ik toch nog mocht twijfelen, zou ik mezelf waarschijnlijk ook afvragen of dit de woorden zijn van een loyaal overheidsdienaar of van een burgervader die een wit voetje probeert te halen bij z’n kinderen. Ongetwijfeld zou ik ook twijfelen over de vraag of dit wel de juiste manier is om draagvlak voor de maatregelen te krijgen bij de bevolking.

Iets waar ik ook heel zeker over zou twijfelen (mijn leven bestond tot gisteren voor naar schatting negentig procent uit twijfelen) mits dat nog was toegestaan: moet ik dit stukje wel schrijven en publiceren? Maar nu het is wat het is en ik niet meer mag twijfelen zeg, schrijf en publiceer ik:

Beste burgemeester,

dat u als persoon vraagtekens zet bij sommige (onderdelen van) overheidsmaatregelen is logisch, u bent heus niet de enige. Alleen heeft u die maatregelen als hoogste lokale vertegenwoordiger van de overheid wel uit te voeren. Als u als burgemeester twijfels heeft, dan zijn er uiteindelijk drie mogelijkheden:
1. u schaart zich niet achter de maatregelen en handelt daarnaar door de bevolking op te roepen ze niet na te leven (burgerlijke ongehoorzaamheid);
2. u schaart zich achter de maatregelen, u roept de bevolking vol overtuiging op ze na te leven en maakt intussen de bevoegde autoriteiten deelgenoot van uw twijfels;
3. u schaart zich achter de maatregelen, u roept de bevolking vol overtuiging op ze na te leven en u doet verder niets.
De tussenweg die u steeds kiest (‘Ik ben het er niet mee eens, maar …’) ontbeert elke overtuiging en getuigt van zwak leiderschap. Kunt u zich niet verenigen met de inhoud van overheidsmaatregelen die u moet uitvoeren, ga dan niet in het openbaar zitten mokken, maar kras gewoon op.

donderdag 1 oktober 2020

Intermezzo – Venray – Horst

Drukke culturele zondag achter de rug: eerst op uitnodiging naar Venray voor de presentatie van de zogeheten Culttouren en de opening van de permanente expositie in het Venrays Museum. Daarna op uitnodiging naar Horst voor de onthulling van, jawel hoor, Ut Neeje Hôrster Hundje.


De bijeenkomst in Venray begint in de Sint-Petrus Bandenkerk. Allemaal op en top coronaproof, met gereserveerde plaatsen en drie verschillende kleuren lintjes voor drie verschillende groepen aanwezigen. Alleen: de groene lintjes ontbreken. Geen probleem voor de spreekstalmeester: ‘Jullie zijn groen. Maar groen is geen kleur.’ Grijs is wel een kleur. Grijs overspoelt de kerkbanken. Toespraakjes van de locoburgemeester, van de wethouder, van de verantwoordelijken voor de Culttouren en de expositie. Zoals dat gaat. ‘Het zet de stad Venray op de kaart.’ Beschaafd applaus. Hilariteit (en herinneringen aan het legendarische CDA-congres van 2010) als er na een uurtje toch onduidelijkheid ontstaat over de al dan niet gekleurde lintjes. Daarna alsnog genoeglijk gekeuvel in het Venrays Museum. Koffie en vlaai. Ons kent ons. Wellevendheid troef.


Vervolgens als de wiedeweerga naar de onthulling van het beeld van het nieuwe Hundje in Horst. Zal de stammenstrijd tussen aanhangers van het oude en het nieuwe pissende Hundje vanmiddag tot uitbarsting komen? Drukte op het Sint-Lambertusplein. Uitsluitend aanhangers van het nieuwe Hundje. Geen stammenstrijd vanmiddag. Coronaveiligheid is hier eigen verantwoordelijkheid. Laissez aller, laissez faire lijkt het motto. Ultrakorte toespraakjes van de initiatiefnemers (‘Dali-Gaudi-Bodhi’ – Bodhi is de voornaam van de jeugdige maker van het nieuwe Hundje) en de burgemeester. Allemaal in dialect. Onthulling van het beeld, kinderkoor dat het Hôrster Hundje Liedje zingt en hop, alles is binnen een minuut of twintig gepiept. Nu snel naar een aanpalend etablissement. Geen koffie en vlaai. Wel bier en nootjes. Ons kent ons mengt met ons kent ons niet. Ongedwongenheid troef.


Het stadse Venray, het dorpse Horst. Het formele Venray, het informele Horst. Het kille Venray, het gezellige Horst. In de twee bijeenkomsten zou je de al dan niet vermeende verschillen tussen Venray en Horst (aan de Maas) weerspiegeld kunnen zien. Is dat zo? Of maakt mijn Horster bril dat ik per definitie ongeschikt ben om een objectief oordeel te vellen? Zie, hoor, proef ik wat ik wil zien, horen, proeven? De vragen stellen is de vragen beantwoorden, dunkt me.

(Dit stukje verscheen gisteren in licht gewijzigde vorm in Via Horst-Venray.)