donderdag 6 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (13) | Bart Vissers

Voor de derde keer in deze reeks wandelingen iemand die ik niet ken. Spannend! Eindelijk eens iemand die me ongezouten de waarheid onder m’n neus zal wrijven? Die in het avonddonker van de eerste maandag van het nieuwe jaar de kachel aan gaat maken met mij en Horst-sweet-Horst? Nope. Binnen een halve minuut is me al duidelijk dat ik niets te vrezen heb van Bart Vissers (39), afkomstig uit Horst, woonachtig in Meerlo en werkzaam bij Sulzer in Lomm.



We parkeren onze fietsen bijna tegelijkertijd naast het Horster gemeentehuis.
Bart: ‘Jij moet Wim zijn!’
Ik: ‘Dan moet jij Bart zijn!’
Bart: ‘Ik lees al jaren jouw stukjes en nu wil ik eindelijk wel eens weten wie jij bent. Jij mag de route bepalen.’
Ik: ‘Mwah. Ik had gehoopt dat jij dat zou doen!’
Bart: ‘Maar eerst wil ik naar de muur der Horster muren. Of waar ooit de muur der Horster muren stond.’


De muur der Horster muren? Wat kan Bart daar in godsnaam mee bedoelen? Wacht! Wow! Ineens besef ik dat Bart refereert aan een stukje dat ik ruim tien jaar (!) geleden op Horst-sweet-Horst heb gepubliceerd (klik hier) over de kort tevoren afgebroken muur aan het begin van de Herstraat, tussen pand Stroucx en pand Seuren. Die verdwenen muur bestempelde ik destijds tot Muur der Horster muren.
Bart: ‘Hier woonden mijn opa en oma!’
Ik: ‘Schoenmaker en schoenverkoper Breur Stroucx! Die eigenlijk Arie Vissers heette!’
Bart: ‘Precies!’   


Door de ramen naar binnen glurend verbaast Bart zich erover dat aan de indeling van de woning van z’n inmiddels overleden grootouders nauwelijks iets is veranderd. Maar ja, wel zonde van die verdwenen muur inderdaad. De huidige kan daar echt niet aan tippen. Ook zonde trouwens dat de werkplaats van z’n opa er niet meer is.


Hoewel nog niet eens begonnen, kan onze wandeling nu al niet meer kapot. Als ze al een doel heeft, dan is het elkaar leren kennen. We lopen kriskras door Horst, geen moment is wat we onderweg zien onderwerp van gesprek. Bart vertelt dat hij niet hecht aan status, hij heeft z’n auto bijvoorbeeld de deur uitgedaan. Hij heeft geleidelijk een steeds grotere afkeer gekregen van materialisme, van het altijd maar meer en altijd maar groter. Hij vraagt zich steeds meer af of de commerciële sector (hij is afgestudeerd aan de HEAO) nog wel bij hem past. Is hij wellicht meer op z’n plaats in de sociale sector?


Bart vraagt of ik geen mening heb over corona, omdat ik daar nooit over schrijf. Antwoord: ik heb wel een mening over corona, maar niet de behoefte die digitaal te uiten.

Bart vraagt waarom ik zo weinig over Meerlo schrijf. Antwoord: goeie vraag, weet ik niet goed, misschien omdat het zo ver, relatief dan, van Horst verwijderd is.

Bart vraagt of ik het buitengebied van Meerlo niet ken. Antwoord: jawel, maar misschien niet goed genoeg. Bart vraagt of we een keer in het Sohr zullen gaan wandelen. Antwoord: ja, graag!

Misschien kunnen we dan ook eens wat dieper ingaan op de vraag waarom hij sinds enkele jaren een seizoenkaart van NEC heeft, want dat zit me eerlijk gezegd niet helemaal lekker.

Bart zit trouwens ook iets niet helemaal lekker, laat hij me weten nadat ik hem het concept van dit stukje ter goedkeuring heb toegestuurd: ‘Je hebt normaal niets te vrezen van mij maar door 2 keer “nek” ipv van “eniesee” te zeggen zat je eigenlijk wel op het randje. ;)’ 


Dit was aflevering 13 van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt.

woensdag 5 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (12) | Henk Nellen

‘Gegeven het feit dat ik met vervroegd pensioen ben gegaan, heb ik wel tijd en zin om een keer met jou te gaan wandelen’, mailde Henk Nellen. Prima. En waar? ‘Mijn voorkeur gaat uit naar een wandeling bij de Castenrayse Vennen, “De Paes”, om eens te kijken wat de vorderingen daar zijn met de hernieuwde inrichting. We kunnen dan wellicht afspreken bij de Gortmeule en van daaruit vertrekken. Mocht jij andere ideeën hebben: ik wil hierin niet dwingend zijn.’ Fijn. Normaliter vind ik het niet fijn als mensen dwingend zijn. Maar in het geval van deze serie wandelingen juist wel. Dus ontmoeten we elkaar maandagmiddag bij De Gortmolen (‘Gortmeule’ klinkt beter). Henk (65) woont in Horst en werkte de laatste tien jaar voor zijn pensionering bij BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) in Roermond. We kennen elkaar.

Links Henk en rechts van hem Jacques Kelleners en Jan Poels

Henk vertelt dat hij minimaal één dagdeel per week actief is als vrijwilliger bij De Gortmeule. Hij steekt de loftrompet over alles wat de familie Hoeijmakers doet om de boerderij en haar omgeving in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Daar laten we het bij wat betreft De Gortmeule omdat Ton Hoeijmakers later deze week ook nog een medewandelganger van me is.


Op naar De Paes! Die inderdaad in staat van herinrichting is. De door het gebied stromende Lollebeek gaat namelijk meanderen en De Paes moet het water beter vasthouden. Zeker in dat laatste opzicht mag de herinrichting nu al een succes worden genoemd: we baggeren door de modder.


Door de ingrepen in het gebied hebben we soms moeite ons te oriënteren. Het oogt nog wat kaal, maar we hebben er het volste vertrouwen in dat het allemaal goedkomt. Intussen hebben we het over onze bezigheden in heden en verleden en onze beide families, zo goed kennen we elkaar nu ook weer niet. Henk haalt herinneringen op aan Lei Coppus (‘meister Coppus’), onderwijzer aan de Weisterbeekschool, die hele generaties Horster jongens liefde voor de natuur bijbracht. 


Op de ballastweg door De Paes krijgen we weer vaste grond onder de voeten. We houden halt op de Middelijkseweg bij een bankje langs de Lollebeek. Of ik misschien koffie of thee wil? Graag! Henk schenkt het theewater uit zijn thermoskan in een mok met een beeltenis van Stalin. Henk, de laatste nog levende Stalinist van Nederland? Nee, souvenir van een veertiendaagse busreis die hij ooit maakte naar Moskou en Sint-Petersburg, met ook nog tussenstops in Berlijn, Warschau en Novgorod.


We vervolgen onze route over de Grensweg. Henk onthult dat hij 25 jaar lang heeft gehockeyd. Ik: ‘Minpuntje!’ Henk: ‘In Horst is hockey nooit een elitesport geweest.’ Wist ik eigenlijk ook wel en blijkt ook uit de Horster hockeyers die vervolgens de revue passeren. Corona komt, uiteraard, ook ter sprake. Henk mist vooral de historische reizen en lezingen.


Op de Molengatweg onthult (nee, ik wist dat al, maar had het verdrongen) Henk dat hij tegenwoordig golft. Ik: ‘Minpuntje.’ Henk: ‘Golf is niet meer de elitesport die het ooit was.’ Wist ik eigenlijk ook wel. Misschien toch eens sommige van mijn vooroordelen gaan heroverwegen.


Voordat we weer bij De Gortmeule arriveren haalt Henk nog herinneringen op aan de afgelopen jaar overleden Chrit Hoeijmakers, broer van Ton, even innemend als Ton, groot vakman, groot verteller, groot gevoel voor humor, grote liefde voor mens en dier, hart op de goede plaats.  

Dit was aflevering 12 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

dinsdag 4 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (11) | Trees Collin-Moorman

Haar moeder zou ook heel graag hebben meegewandeld, zei Anne-Marie Collin vorige week tijdens de wandeling die ik met haar en haar kinderen maakte (klik hier). Maar helaas, haar moeder (en mijn tante), Trees Collin-Moorman, moest die dag naar de dagopvang. Misschien later een keer dan? Oh ja, graag. We spreken of op zondag om twee uur bij het Hôrster Hundje. Behalve Trees (81) heeft Anne-Marie ook haar hond Bashir (‘Bassie’) meegenomen.

We staan bij het Hôrster Hundje.


Trees: ‘Ik had een andere Wim verwacht.’
Anne-Marie: ‘Ik had toch gezegd dat het deze Wim was.’
Trees: ‘Ik vergeet soms dingen.’
Ik: ‘Dat maakt toch niet uit?’
Trees: ‘Je bent wel grijs geworden.’ 

We lopen de Loevestraat in.
Trees: ‘Daar woonde Van der Beele. Woont die daar nog?’
Ik: ‘De winkel is vorig jaar gesloten.’
Trees: ‘Daar Duijf. Woont die daar nog?’
Ik: ‘Dat weet ik niet. Lijkt me niet.’

We zijn ter hoogte van De Buun.


Trees: ‘Daar zat de slager, Soberjé.’
Ik: ‘Hing daar geen …’
Trees: ‘Daar hing een varkenskop boven de deur.’
Ik: ‘Ja, dat herinner ik me ook nog.’
Trees: ‘En daar woonde Oude Nijhuis.’
Ik: ‘En daarnaast?’
Trees: ‘Euhh … dat weet ik niet meer. Ik vergeet veel.’
Ik: ‘Dat valt wel mee, hoor.’

We staan tegenover haar ouderlijk huis in de Loevestraat.


Trees: ‘Kijk, daar rechts bij dat raam, daar was mijn slaapkamer.’
Anne-Marie: ‘Ik dacht dat jullie met meer op één kamer lagen?’
Trees: ‘Nee, ik had een eigen kamer.’
Ik: ‘Trina van mevrouw hoe schreef die zich eigenlijk?’
Trees: ‘Euhh … Keijsers dacht ik.’

We lopen verder door de Loevestraat.
Trees: ‘Daar links was Freriks, de bakker. Woont die daar nog?’
Ik: ‘Nee, al een hele tijd niet meer.’
Trees: ‘Ik vergeet ook alles.’
Ik: ‘Dat maakt toch niet uit.’
Trees: ‘Ik vind dat vervelend.’

We lopen richting het Risseltkapelletje.
Trees: ‘Loopt die zandweg hier niet meer?’
Ik: ‘Nee, die is al een tijdje weg. Hier is een hele nieuwe wijk gekomen.’
Trees: ‘Van Bronckhorststraat … waar komt die naam vandaan?’
Ik: ‘Heeft denk ik iets met het kasteel te maken.’
Trees: ‘Loopt die zandweg hier niet meer?’
Ik: ‘Nee, die is weg.’
Trees: ‘Van Bornestraat … daar woonden Theo en Maria in Blerick.’
Ik: ‘Klopt.’
Trees: ‘Loopt die zandweg hier niet meer?’
Ik: ‘Nee, die is weg.’
Trees: ‘Averbodeplein … in Blerick is een Averbodestraat.’
Ik: ‘Klopt! Volgens mij kwamen de pastoors van zowel Horst als Blerick uit Averbode.’

We zijn bij het Risseltkapelletje.


Trees: ‘We moesten hier altijd gaan bidden. Vooral als iemand examen had.’
Ik: ‘Jammer dat je er niet in kunt.’

Trees rammelt aan de deur. De deur gaat open. Ze kijkt. Ze leest. Ze knielt. Ze staat op. Ze begint te zingen. ‘O, Sterre der Zee.’

Trees: ‘Stonden voor het kapelletje geen banken?’
Ik: ‘Dat zou kunnen.’
Trees: ‘Hier gingen we altijd bidden.’
Ik: ‘Ja, dat zei mijn vader ook wel eens.’
Trees: ‘Vooral bij examens. Maar stonden hier geen banken?’
Ik: ‘Dat weet ik niet. Zou kunnen.’

We lopen richting het kerkhof.
Trees: ‘Van Bocholtzstraat … waar komt die naam vandaan?’
Ik: ‘Dat heeft volgens mij iets met het kasteel te maken.’
Trees: ‘Van Schaesbergstraat … waar komt die naam vandaan?’
Ik: ‘Dat heeft volgens mij iets met het kasteel te maken.’
Trees: ‘Van der Horstplein … waar komt die naam vandaan?’
Ik: ‘Dat heeft volgens mij iets met het kasteel te maken.’
Trees: ‘Maar een Moormanstraat is er niet!’
Ik: ‘Daar begrijp ik ook niets van!’
Anne-Marie: ‘Ik ook niet! Maar er is wel een Jun Moormanplein.’

We zijn op het kerkhof en lopen naar het graf van vader/opa en moeder/oma Moorman. Met Anne-Marie en haar kinderen zijn we daar vorige week ook al geweest.


Ik: ‘Het lijkt wel alsof die steen de afgelopen dagen is schoongemaakt.’
Anne-Marie: ‘Dat was ik me ook net aan het afvragen. Misschien heeft iemand het stukje gelezen en daarna actie ondernomen.’

We lopen naar de Doolgaardschool. We maken foto’s van het straatnaambordje ‘Jun Moormanplein’.


Trees spreekt op het Jun Moormanplein vier jongens van een jaar of tien aan die staan te kijken.
Trees: ‘Weten jullie wie dat was?’
Jongens: ‘Nee, mevrouw.’
Trees: ‘Dat was mijn broer.’
Jongens: ‘Oh.’
Trees: ‘Hebben jullie hem gekend?’
Jongens: ‘Nee, mevrouw.’
Anne-Marie: ‘Kom, mam, we gaan.’
Trees: ‘Weten jullie wie dat was, Jun Moorman?’
Jongens: ‘Nee mevrouw.’
Trees: ‘Dat was mijn broer. En zijn vader.’
Ik: ‘Zitten jullie hier op school?’
Jongen: ‘Wij twee wel. Zij twee zitten op de Weisterbeek.’
Trees: ‘Weten jullie wie dat was?’
Anne-Marie: ‘Kom, mam, we gaan.’

We lopen weer terug naar het centrum. We kopen koffie en wafels bij Passi en gaan buiten op een bankje zitten. Trees geeft Bashir een stukje van haar wafel. Anne-Marie zegt dat dat niet de bedoeling is. Trees geeft Bashir een stukje van haar wafel.


Dit was aflevering 11 van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

Intermezzo – Wandelgang (10) | Thijs Lenssen

Tweede wandeling van deze zondag, tweede wandeling van deze zondag met een gemeenteraadslid, tweede wandeling van deze zondag met een gemeenteraadslid met Hegelsom in de hoofdrol. Hij heeft de hele nacht wakker gelegen over de te wandelen route en wat hij gaat vertellen, zegt Thijs Lenssen net niet helemáál gekscherend als ik heb aangebeld bij zijn woning aan de Snellenstraat in Hegelsom. Thijs (63) is materials researcher en bedrijfskundige bij Canon CPP (voorheen Oce) in Venlo. Daarnaast zit hij sinds acht jaar in de Horster gemeenteraad. Enkele maanden geleden heeft hij zich afgesplitst van de fractie van D66+GroenLinks en is hij onder de naam Perspectief Horst aan de Maas doorgegaan als eenmansfractie. We kennen elkaar.


Thijs valt met de deur in huis: 2021 is voor hem een bijzonder jaar geweest. Ga maar na: veertig jaar in dienst bij dezelfde werkgever (hij begrijpt niet dat mensen niet begrijpen dat je veertig jaar voor dezelfde baas werkt), veertig jaar lid van VV Hegelsom, opgestapt bij D66+GroenLinks. Dit laatste is hem zwaar gevallen, zijn stemming was een tijd lang ver beneden peil.


Via Fleursstraat, Reysenbeckstraat en Holstraat wandelen we naar de Bosstraat, naar Thijs z’n ouderlijk huis. Kleine tuinders te midden van kleine tuinders waren ze, zijn ouders. Hard pezen voor een schamel loon. En dan ook nog vijf studerende kinderen. Dat die thuis meewerkten was desondanks vanzelfsprekend. Wat niet wil zeggen dat Thijs daar als puber niet tegen in opstand kwam. Hij verhaalt over de solidariteit tussen de buurtbewoners. ‘De Hei’ heette het hier in de volksmond en dat was niet bepaald bedoeld als een positieve kwalificatie.


We lopen de Bosstraat helemaal af tot de Spoorweg. Op de splitsing blijven we lang staan. Dit was de mogelijk beoogde locatie voor een nieuw sportpark voor America en Meterik en misschien in de verre, verre toekomst Hegelsom. Thijs heeft mensen op het spoor gezet. Het kwam er niet van, mede door allerlei gekonkel. Kom je met een levensvatbaar plan, wordt het achteloos terzijde geschoven. Frustrerend.


Aan de overzijde van het spoor ligt in de verte de Heesbeemden (’De Bengd’). Thijs vertelt over plannen om het gebied tussen spoor en Heesbeemden tot in America vol te bouwen met kassen. Het zal toch niet? Hij hekelt de almaar voortgaande aantasting van het landschap en de dominantie van het economisch belang. Ook op gemeentelijke schaal is het mogelijk daar weerstand aan te bieden, maar dan moet je wel willen.


Via Langstraat, Tongerloseweg, Spoorweg, Stationsstraat en Asdonckerweg belanden we weer in het centrum van Hegelsom. We houden halt bij de lagere school, zíjn lagere school. De school van ‘meister Wiene’, gelukkig behoed voor sloop.


En dan zijn we na 7,28 kilometer weer terug in de Snellenstraat. ‘Nog iets drinken?’ Nee, mijn volgende wandelafspraak dient zich alweer aan, de derde van deze zondag. 


Dit was aflevering 10 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

maandag 3 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (9) | Annemie Craenmehr-Hesen

‘Ik wil ok waal wandele mit oow ma da waal smerges vroeg.’ Ook dat kan geregeld worden. Dus ontmoeten Annemie Craenmehr-Hesen en ik elkaar op zondagmorgen stipt om negen uur onder een zwaarbewolkte hemel bij het beeld van het paard voor het gemeentehuis. Annemie (62) is directieadviseur bij de precies twee dagen oude gemeente Land van Cuijk. Ze zit sinds twaalf jaar in de gemeenteraad van Horst aan de Maas namens het CDA. We kennen elkaar.


Annemie heeft de wandeling al helemaal in haar hoofd zitten. Het wordt een replica van een wandeling die ze maakte op nieuwjaarsdag 1970 of 1971. Het gezin Hesen wilde oma in Hegelsom gelukkig nieuwjaar gaan wensen. Alleen: er lag een enorm pak sneeuw. Per fiets of auto naar Hegelsom was uitgesloten. Er zat niets anders op dan door de sneeuw te banjeren. Annemie kan er ruim vijftig jaar later nog steeds van nagenieten.

Anna van Egeren als leerling van de Zustersschool in Sevenum, tweede van links in de tweede rij van beneden (foto overgenomen uit Oud Horst in het nieuws deel 3)
Maar wacht eens even, behoorde haar oma niet tot de groep Belgische kinderen die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Horst en Sevenum als vluchteling onderdak vond? Annemie staat er versteld van dat ik dat nog weet. Zó vreemd is dat nu ook weer niet: als je het tragische verhaal van die Belgische vluchtelingenkinderen eenmaal hebt gehoord, verdwijnt het niet snel meer uit je hoofd. Annemie vertelt dat haar in 1906 in Antwerpen geboren oma, Anna van Egeren (‘Bels An’), in 1915 samen met haar broertje Jos op station Horst-Sevenum arriveerde. Daar werden broer en zus van elkaar gescheiden. Hoewel ze allebei in Sevenum terechtkwamen, zouden ze elkaar jaren later pas weer terugzien. Anna werd opgenomen in een pleeggezin in het buurtschap Berghem. Op school werd ze genegeerd door de (Duitse) nonnen. Na de Eerste Wereldoorlog keerde Anna eerst terug naar Antwerpen. Vervolgens ging ze in 1923 weer naar Sevenum. Daar trouwde ze tien jaar later met Jac Janssen. Over haar traumatische kinderjaren liet ze daarna weinig meer los.


Intussen zijn we op de Melatenweg beland. Daar komen we de twee vriendinnen tegen met wie Annemie normaliter op zondagochtend wandelt. Via Rotvenweg, Parallelweg en Holstraat betreden we Hegelsom. Centraal gespreksthema gedurende de rest van de wandeling is de lokale politiek. De sfeer tijdens de raadsvergaderingen is er niet beter op geworden gedurende deze raadsperiode, aldus Annemie (wat ik als trouw volger van de gemeenteraad kan bevestigen). Te veel kansloze amendementen en moties, te veel overbodige vragen, met als gevolg irritaties. Toch gaat ze in maart voor een vierde periode als raadslid. Eyeopener voor mij: ze vindt de raadsvergaderingen misschien wel het minst leuke onderdeel van het raadswerk. Wat Annemie dan het leukste onderdeel vindt? De fractievergaderingen en de bezoeken aan verenigingen en ondernemers.  


In het centrum van Hegelsom wijst Annemie me op de Kruisstraat, waar haar oma woonde. De plaatselijke winkel – ‘ván de köster’ – is onlangs afgebroken. In opdracht van haar oma moest ze er ooit ‘mosterdpikkels’ halen. Mosterdpikkels? Niemand had een idee. Navraag bij haar oma leerde dat het om piccalilly mosterd ging.


Annemie roemt de Hegelsomse gemeenschapszin. Wat dat dan precies is? Daar komen we ook samen niet uit. Via Hagelkruisweg en Pastoorsveld zijn we weer in Horst beland. Op het Wilhelminaplein nog een koffie en thee to go. Daarna keer ik terug naar Hegelsom waar de volgende wandelaar alweer staat te wachten.


Dit was aflevering 9 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

Intermezzo – Wandelgang (8) | Frank Schijven

25 december
Frank: ‘Ik meld me aan.’

30 december
Frank: ‘Ik heb  iets speciaals bedacht voor de wandeling.’
Ik: ‘Benieuwd!!! Op nieuwjaarsdag zou kunnen.’
Frank: ‘1-1 is wel een mooie dag voor een wandeling.’

1 januari
Ik: ‘Hoe laat wil je gaan wandelen? En waar spreken we af?’
Frank: ‘Agata vraagt of we bij haar een nieuwjaarsborrel komen drinken. Van 2 tot 4 wandelen en om 4 uur bij Agata?’
Ik: ‘Strak plan! Maar waar wil je wandelen?’
Frank: ‘Bij Aagje achter het Haagje? Rondje Evertsoord.’
Ik: ‘Is goed. Is dat het speciale dat je had bedacht voor de wandeling?’
Frank: ‘Nee. En dat speciale is nou ook niet zo speciaal dat je het speciaal mag noemen. Het is eerder het tegenovergestelde van speciaal. Waar vertrekken we?’
Ik: ‘In Evertsoord dacht ik?’
Frank: ‘Waar precies? Evertsoord is groot!’
Ik: ‘Ik dacht bij Agata, maar we kunnen ook bij de kerk afspreken.’
Frank: ‘Ok. Misschien kun je je stukje van tevoren schrijven, dan hebben we een scenario.’

Frank Schijven (64) is kunstenaar (maar dat had u waarschijnlijk al gedacht), woont in Melderslo en is deeltijd-Spanjaard in de dop. We kennen elkaar (maar dat had u waarschijnlijk al gedacht).

We starten bij het door de gevangenis omsloten kerkje van Evertsoord. Snowy, de hond van Frank, wandelt ook mee. Ik heb het stukje niet van tevoren geschreven, dus we hebben geen scenario – denk ik dan nog. Ik ben benieuwd naar het speciaals dat Frank heeft bedacht. We slaan rechtsaf de Driekooienweg in. We hebben het over de aflevering van Wintergasten met Marina Abramovic. We slaan linksaf een veldweg in. Ik maak een foto van een markant schuurtje.



Frank wil ook een foto maken en komt tot de ontdekking dat hij z’n telefoon in de auto heeft laten liggen. Hij wil terug, ondanks mijn tegenwerping dat je als dief wel gek zou zijn om een telefoon uit een auto te stelen onder het oog van de talloze bewakingscamera’s van een gevangenis. We wandelen terug. Deel 1 van de wandeling zit erop.


Frank wil elders in Evertsoord wandelen. Ik moet zeggen waar. Oké. We rijden naar de Kerkkuilenweg, stappen uit en lopen rechtsaf de Mariapeel in. Beschermd natuurgebied, daarom veel wandelaars. Tot ongenoegen van Frank: hij wil een pleidooi houden waarbij hij geen toehoorders kan gebruiken. Dus discussiëren we maar wat over de vraag of in steden percentueel gezien meer progressieve mensen wonen dan op het platteland. Intussen vraag ik me af wat Frank in godsnaam kan bedoelen met zijn pleidooi.


Als er geen andere wandelaars meer te bekennen zijn, waagt Frank het erop. En begint aan zijn pleidooi. Het Pleidooi voor het Fluiten. Frank heeft geconstateerd dat vandaag de dag amper nog fluitend wordt gewandeld. Dit tot zijn leedwezen: fluitend wandelen zorgt voor opgewektheid bij de fluiter en tovert bij toehoorders minimaal een glimlach op het gezicht. Franks gemoed is merkbaar opgeklaard nu hij sinds anderhalve maand dagelijks fluitend wandelt.


Frank begint te fluiten.
Ik begin te lachen.
Frank blijft fluiten.
Ik blijf lachen.
Frank stopt met fluiten.
Is het niet zo dat dat lachen ophoudt bij droevige deuntjes, vraag ik.
Frank zegt dat je ook van droevige deuntjes vrolijk wordt.
Frank begint een droevig deuntje te fluiten.
Ik moet lachen.
Frank vraagt me om ook te fluiten.
Ik wil niet.
‘Ah, kom op!’
Ik fluit iets.
Frank begint te lachen.
Ik begin ook te lachen.
Frank geeft me complimentjes over mijn fluiten. Hij hoort er iets Oostenrijks in.
Dat ook nog.
‘Zullen we nu samen fluiten?’
Nee, dat wil ik niet.
‘Ah, kom op.’
Waar ik ook kijk: geen andere wandelaars te bekennen. ‘Oké dan.’ 

(klik op pijl om filmpje te starten; afspelen met geluid)



Fluitend lopen we terug naar de auto. Althans zo lang we buiten het gehoor van anderen blijven. Díe schaamte ben ik nog niet voorbij.


Dit was aflevering 8 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

zondag 2 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (7) | Gé Peeters

Sommige van de wandelingen in deze serie zou je ook in Tietjerksteradeel of in Kats kunnen maken. Bij die wandelingen gaat het louter om het gesprek en niet om de locatie. Bij andere wandelingen is de locatie juist leidend. Zo ook op deze lauwwarme donderdagavond. ‘Ik vind het wel leuk om door ‘t neej dörrep te wandelen’, heeft Gé Peeters gemaild. Ik ook, wandelen door de Norbertuswijk alias Neej Dörrep alias Sjemdörrep is altijd leuk. Gé (59) is docent. Hij woont in Venray maar heeft zijn jeugd, net als ik, grotendeels doorgebracht in ’t Neej Dörrep. We kennen elkaar.


We hebben afgesproken bij de werkplek van Gé, het Dendron College. Meteen is duidelijk dat Gé de route voor vanavond helemaal in z’n hoofd heeft zitten – wat dat betreft lekker achteroverleunen voor mij. We slaan linksaf de Paulus Potterstraat in en betreden daarmee de schildersbuurt van de Norbertuswijk. Gé vraagt zich af waaraan Paulus Potter die straatnaam te danken heeft. Zó’n bekende schilder was hij nu toch ook weer niet?



Bij het trapveldje tussen Rubensplein en Noordsingel (‘Achter Trilli’) vertelt Gé dat hij daar tijdens het WK van 1978 uit het niets (of misschien toch niet helemaal) van een niet nader te noemen persoon een klap voor z’n kop heeft gekregen. Gé veronderstelt dat ik daarvan getuige ben geweest, maar dat was niet het geval: ik frequenteerde in die tijd andere Horster trapveldjes.



Gedurende de wandeling ontdek ik iets dat ik nooit achter Gé had gezocht: een fascinatie voor straatnamen en de ligging van straten. Of althans een fascinatie voor de straatnamen en straten in ’t Neej Dörrep. Waarom heet de Steffensstraat Steffensstraat? En waarom ligt die middenin de Oranjebuurt? Had die niet van plek moeten ruilen met de Emmastraat? Waarom is het wel Prinses Beatrixstraat en niet Koningin of Prinses Julianastraat? Wie of wat was Westerholt? Is de Jan van Eechoudstraat geen vreemde eend in de bijt tussen Wittenhorststraat en Westerholtstraat? Sommige van deze prangende vragen kan ik beantwoorden, bij andere tast ook ik in het duister.


Gé verbaast zich (met mij) over de vreemde knik in de Wittenhorststraat ter hoogte van de Prinses Beatrixstraat. Ontwerpfout? Gaandeweg ontdekken we ook hiaten in ons Neej Dörrepgeheugen: wie woonde nu precies waar in de Oranjestraat? Was er aan de linkerkant van de Prinses Irenestraat behalve de kas van Nollen Hay nog meer bebouwing? Heeft op het binnenterrein tussen Meterikseweg en Wittenhorststraat ooit ’t Ostenriekske gelegen?



Geen haperend geheugen als we in de Westerholtstraat zijn: Gé somt feilloos de namen op van alle jongens met wie hij naar het Boschveldcollege fietste. Vast verzamelpunt was een lantaarnpaal voor de woning van de familie Sommerdijk. Vreemd genoeg herinnert Gé zich de soort van binnenpleintjes achter de woning van de familie Sommerdijk dan weer niet. Mooie plek om te wonen, iets wat hij eerder ook in de Vermeerstraat (vernoemd naar de schilder, niet de keeper) heeft gezegd.


Shit, de vierhonderd woorden alweer ruimschoots overschreden. Terwijl er nog zoveel te schrijven viel. Nou ja, jammer dan, het verslag is ondergeschikt aan de wandeling. De meest grillige wandeling tot dusver zie ik later op mijn telefoon:  


Dit was aflevering 7 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

zaterdag 1 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (6) | Lotte Spreeuwenberg

‘Het lijkt me leuk als niet ik, maar jíj de route bepaalt.’ Shit. Het was nu juist zo heerlijk om verlost te zijn van die loden last telkens zelf een route te moeten verzinnen. Zal ik even de autoritaire leider gaan uithangen? Zit niet zo in me. Bovendien moet ik m’n zegeningen tellen: als de allereerste 40-minner zich meldt om met me te gaan wandelen, is nederigheid gepast. Dus bel ik donderdagmorgen om tien uur op de Meterikseweg aan bij Lotte Spreeuwenberg. Lotte (30) is filosoof, is geboren in Melderslo, heeft gestudeerd en gewoond in onder meer Tilburg en woont sinds kort in Horst. We kennen elkaar.


Ik heb bepaald dat de route voert langs alle plaatsen waar ik heb gewoond, in chronologische volgorde – dat mijn complete woongeschiedenis zich afspeelt in Horst is in dit geval wel een voordeel. Maar goed, over mijn woonverleden misschien een andere keer meer. Vanaf nu ligt de nadruk op Lotte en ons gesprek. Dat gaat, zoals altijd, vooral over politiek en allerlei maatschappelijke vraagstukken. Inderdaad, er bestaan mensen die daar uren aan een stuk over kunnen lullen – wij behoren tot die zeldzame soort. In een groter gezelschap wordt het er met zulke gespreksonderwerpen doorgaans niet gezelliger op, maar nu we toch met z’n tweeën zijn en er niemand is om vermoeid te zuchten of ‘gaap gaap’ te roepen, nemen we het er ook maar van. De details zullen we u besparen.


Regelmatig terugkerend gespreksthema tijdens de wandeling: in hoeverre wil je bereid zijn je levensgeluk op te offeren aan je strijd voor een betere wereld? Sylvana Simons, voor wie we allebei groot respect hebben, zien we bijvoorbeeld als iemand die welbewust haar persoonlijk welzijn opzij schuift in haar streven haar idealen te realiseren. Zó ver is Lotte niet bereid te gaan, al knaagt dat wel. Omdat voor jezelf kiezen, ook al is het maar voor een beetje, voor Lotte voelt als een concessie.


Als we om het Dendron College heen wandelen blijkt warempel dat we ondanks het grote leeftijdsverschil dezelfde gymleraar hebben gehad, Lotte op het Dendron, ik op het Boschveldcollege in Venray. Nog een overeenkomst: we hadden allebei de pest aan deze man. Nog een overeenkomst: we hadden allebei een gruwelijke hekel aan gymnastiek. Geen overeenkomst: Lotte wilde nog wel eens spijbelen, ik, brave borst, niet. Geen overeenkomst: ik vond school verschrikkelijk, Lotte denkt ondanks die gymleraar met veel plezier terug aan het Dendron. Ze heeft er veel vrienden en bekenden aan overgehouden. En die vormen een van de redenen voor haar terugkeer naar Horst aan de Maas. Dat die terugkeer de ontwikkeling van haar carrière misschien in de weg zit, deert haar niet echt: ze krijgt er gezelligheid, humor en niet te vergeten het Horster dialect voor terug.


Als we weer terug zijn op de Meterikseweg blijkt dat we 9,24 kilometer hebben afgelegd, een recordafstand voor deze serie. Dat samenvatten in een paar honderd woorden is ondoenlijk. Ik pik er nog één puntje uit: twee jaar geleden schreef Lotte een artikel over haar beide grootmoeders. Dat heeft haar inzicht gegeven, haar doen beseffen hoe goed het is om te weten waar je wortels liggen en hoezeer die persoonlijke geschiedenis en de omgeving waarin die zich heeft afgespeeld, bepalen wie je bent. Onbegrijpelijk dat hiervoor in het onderwijs niet meer aandacht is, vinden we allebei. 


Dit was aflevering 6 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!