maandag 9 december 2013

Top 5 – Loze Kloosterhofbeloften

Vrijdag werd bekend dat de Venlose voetbalclub VVV na vele jaren van allerlei wilde stadionplannen toch maar gewoon in de oude vertrouwde Koel blijft spelen.
Zaterdag werd bekend dat het Horster winkelcentrum Kloosterhof na vele jaren van allerlei wilde nieuwbouwplannen slechts wat wordt opgekalefaterd.
Gemene deler: branie, praatjes vullen geen gaatjes, hoogmoed komt voor de val, luchtfietsen, hoog van de toren blazen, dikdoen.

De verkopers van de gebakken lucht: Hai Berden (voorzitter van VVV) en Marc Janssen (directeur van Suyderland Holding BV, ‘een solide en dynamische speler in de markt van winkel- en bedrijfsvastgoed beleggingen en commerciële projectontwikkeling’).
Om het tot Kloosterhof te beperken: neem voor de aardigheid eens een kijkje op de website van Suyderland Holding BV. Leeslustbedervende zinnen vliegen je om de oren. ‘Wij hebben oog voor de maatschappelijke functies van het vastgoedproduct.’ ‘Door actief management is Suyderland continue in contact met haar huurders in Horst, met de gemeente, en met centrummanagement om de performance van de Kloosterhof te bewaken.’ ‘Door een dynamisch beheer van het vastgoedpakket realiseren wij een optimaal gebruik van het winkelbestand en bijpassende rendementen.’ Ach, niet om malen, zal wel bij dat wereldje horen. Veelzeggender is waarschijnlijk de mededeling onder het kopje ‘actueel’: ‘Suyderland verhuurt aan Reggefiber in Horst’. Actueel? Bijna drie jaar geleden zul je bedoelen.
Wie de de afgelopen jaren in de lokale en regionale media verschenen artikelen over de plannen voor Kloosterhof tot zich neemt, ziet al het aanvankelijk voorgespiegelde moois geleidelijk verschrompelen. Erg verrassend was het bericht daarom niet, afgelopen zaterdag in Dagblad De Limburger, dat Suyderland afziet van de bouw van een nieuw Kloosterhof. Origineel is wel de verklaring voor de mislukking: het gebrek aan vervangende winkelruimte gedurende de bouw. Marc Janssen: ‘In Horst is bijna geen leegstand, waardoor we de winkels niet tijdelijk kunnen verplaatsen.’ Tja, op die manier gaat Horst ten onder aan z’n eigen succes.
De Horst-sweet-Horst top 5 van loze Kloosterhofbeloften:

5. Een gebouw van twee lagen met spitse kap tussen het atrium van de Sint-Lambertuskerk en Marskramer (bron: Hallo Horst aan de Maas 5 mei 2011).
Werkelijkheid: niks gebouw van twee lagen met spitse kap.
4. Als winkelcentrum Kloosterhof helemaal af is, heeft Horst er een winkelstraat bij met zijstraatjes en een passende uitstraling (bron: Hallo Horst aan de Maas 5 mei 2011).
Werkelijkheid: niks nieuwe winkelstraat met zijstraatjes.

3. Een plein op de plek waar nu Bruna en Jan Linders zijn gevestigd waardoor vrijer zicht op de Sint-Lambertuskerk ontstaat. ‘Dit past in de stedenbouwkundige visie die samen met de gemeente voor dit gebied is ontwikkeld’ (bron: Hallo Horst aan de Maas, 5 mei 2011).
Werkelijkheid: niks nieuw plein, niks vrijer zicht op Sint-Lambertuskerk.

2. Zeven koopwoningen ‘in het middensegment’ boven de winkels aan de Kerkstraat, met allemaal een daktuin van tien meter diep (bron: Hallo Horst aan de Maas 7 maart 2013).
Werkelijkheid: niks woningen boven de winkels aan de Kerkstraat, laat staan daktuinen van tien meter diep.
1. Een parkeergarage, een parkeerkelder en een parkeerplaats op het dak van de nieuwe locatie van supermarkt Jan Linders (bronnen: Dagblad De Limburger 10 februari 2011, Hallo Horst aan de Maas 5 mei 2011).
Werkelijkheid: niks parkeergarage, niks parkeerkelder, niks parkeerplaatsen op dak, niks nieuwe locatie voor Jan Linders.

Hors catégorie: ‘We hebben gekozen om te investeren in kwaliteit, in de lijn van de zogenoemde Horster maat maar niet te bescheiden’ (Marc Janssen in Hallo Horst aan de Maas van 7 maart 2013).

maandag 2 december 2013

Klein mysterie 507– Leesplankje (2)

Het stukje van vorige week over het Horster leesplankje heeft via verschillende media tot een aantal prachtige en bruikbare reacties geleid. Dank daarvoor!
Het lijkt me wel zinnig hier nog eens de reacties op een rijtje te zetten van mensen die zijn ingegaan op de betekenis en hun gebruik van de achttien woorden voorkomend op het Horster Laesplaenkske. Hier komen ze: 

Roel van den Bekerom: ‘Ik heb ze allemaal weleens gehoord maar gebruiken doe ik alleen wek, vrommes, kwakel, zoebele, piers en kieps. Best wal sund eigelijk.’
Sef Coppers: ‘Slaat gebruik ik nooit dat is slaaj voor mij net als dat een taffeltrek gewoon een laaj is. Kierke en iëmer gebruik ik evenmin dat is een bag en een emmer. En jiets gebruik ik zelden omdat dan bijna niemand lijkt te begrijpen wat je bedoelt. Een mol is daarin tegen wel een moêtwöärm. Maar een molshoop een molshoëp. Haelpe in plaats van liste is mij dan weer totaal onbekend. Zou meteen begrepen hebben wat bedoeld wordt maar het woord zelf is mij onbekend. Bretels zou ik serieus over na hebben moeten denken om op het woord te komen. Meeste gebruikte woorden zijn ongetwijfeld vrommes (zonder de in andere ons omringende dialecten negatieve bijklank), kieps, wek, zoebele, kwakel de rest komt gewoon minder voor in het dagelijkse gebruik maar worden doorgaans gebruikt zoals ze ook op het plankje staan.’
Franka Jakobs: ‘Moer, dat zeiden we vroeger thuis inderdaad. “De moer opzette.” Nu heb ik geen moer meer en gebruik het woord ook niet meer. Ik heb wel enne liter, ook handig om water in te koken. Kappes, herken ik als kool, vroeger ooit wel gebruikt, maar nu zeg ik koël. Hetzelfde geldt voor kwekvoars, ik herken het, maar nu is het kwekker voor mij. Jiets, kwakel en moelbaer, geen toelichting nodig. Al krijgt bij mij de koarezeiker vaker voorrang ôppe jiets, ik gebruik ze allebei. Má ut blauwmenke zingt mooier, tenminste zolang de maerklaf eum neet in de gate haet, assie zekdöämpels zit te aete.
Kierkes, ja dat was als ze net geboren waren, en dat zeiden wij vroeger altijd. Als ze groter werden, dan werden het baggen. Ik zie niet zoveel kierkes en baggen meer (wel vrachtwagens vol met gemeste vaerkes) en gebruik het daarom ook nauwelijks nog. Vrommes, taffeltrek en piers, ik sluit me bij jou aan. Al werd bij ons vroeger trek wel gebruikt als lade in het algemeen. (“Kiek márres in de trek”). Zoebele idem wat je schrijft. Iëmer, herken ik, werd thuis wel eens gebruikt, maar is bij mij een emmer geworden. Moêtwöärm, gebruik ik, ma d’r zit al jaore gennen molshoeëp mier in mienen hoaf. Mijn vader had altijd liste ánne bôks en de kieps óp. Geen bretels/pet voor mij. Snuutje, ken ik, maar gebruik(te) het nooit. Slaat ken ik niet, ik zeg sla, soms slaaj. Wek gebruik ik nog steeds, maar ook mik. (“Kwekwek verrek mit ówwe wek”, Um & Um).’
Erwin Smits: ‘Ik ken ze allemaal (tuurlijk, anders krijg ik een wats om m’n oëre van ózze pap). Maar moer, kappes, kierke, vrommes, taffeltrek, iëmer, moêtwöärm, liste en snuutje gebruik ik nooit. De meeste daarvan gebruik ik in het Nederlands trouwens ook nooit omdat de gelegenheid óm ze te gebruiken er nooit is. Fluitketel? Biggetje? Tafellade? Bretels? Zie ik ze nog? Bestaan ze nog? Vrommes vind ik niet meer van deze tijd, daar klinkt wat van minachting uit. Iëmer is gewoon emmer of nemmer (“ennenemmer”). Snuutje was vroeger thuis al een kusje. Slaat zeggen ze volgens mij meer richting de Afhang, Meterik. Maar jiets, kwakel, kieps, wek ... prachtig toch! Net als merling, taes, taelder en schóttelslet.’

Voorlopige conclusies:
-          jiets, kwakel, vrommes, kieps en wek zijn nog het meest bekend en in gebruik;
-          moer zegt alleen Franka iets;
-          kappes, iëmer en slaat kent iedereen wel, maar worden door niemand gebruikt;
-          ook kierke en taffeltrek lijken hun beste tijd te hebben gehad;
-          een wisselend beeld bij piers, zoebele, moêtwöärm, liste en snuutje;
-          over de al dan niet negatieve bijklank van vrommes lopen de meningen ver uiteen;
-          hoogst opmerkelijk (althans voor mij): niemand schijnt nog kwekvoars te gebruiken;
-          nog opmerkelijker: alleen Franka maakt melding van moelbaer. Ik mag toch hopen dat voor de andere reagerdeers moelbaer zo’n doodgewoon Horster woord is dat ze het niet eens de moeite waard vonden eraan te refereren?
Voor definitieve conclusies is het nog te vroeg, daarvoor zijn meer reacties nodig. Dus nogmaals: laat van u horen!

Intermezzo – Big Air Package

Vrijdag – in bijzonder aangenaam gezelschap – enkele mooie uren beleefd bij Big Air Package van Christo in de Gasometer in Oberhausen.

Deze zin behoeft enige uitleg. Om achteraan te beginnen: wat is Oberhausen? Oberhausen is een wat trieste stad met iets meer dan 200 duizend inwoners in het noordwesten van het Ruhrgebied, op een klein uur rijden van Horst.
Wat is de Gasometer? De Gasometer is een immense voormalige gashouder met een hoogte van 117,5 meter en een doorsnee van 67,6 meter. In 1929 in gebruik genomen, bleef de Gasometer tot 1988 zijn oorspronkelijke functie behouden. Daarna werd de Gasometer omgetoverd in een unieke tentoonstellingshal, met (bijna) jaarlijks één grote tentoonstelling.
Wie is Christo? Christo is een in 1935 in Bulgarije geboren kunstenaar die samen met z’n echtgenote Jeanne-Claude (1935-2009) vanaf de jaren zestig vooral wereldfaam verwierf door objecten te omhullen met stof. Hun bekendste ‘verpakkingen’ zijn waarschijnlijk die van de Pont Neuf in Parijs (1985) en de Reichtstag in Berlijn (1995).
Wat is Big Air Package (foto Wolfgang Volz © 2013 Christo)? Big Air Package (‘grote luchtverpakking’) is een installatie van Christo die nagenoeg de hele binnenruimte van de Gasometer vult. Misschien valt Big Air Package wel het beste te omschrijven als een gigantische luchtballon: hoogte meer dan negentig meter, doorsnee vijftig meter, inhoud 177 duizend kubieke meter, gewicht 5,3 ton, de wanden opgebouwd uit meer dan 20 duizend vierkante meter lichtdoorlatend weefsel en 4500 meter zeil. Twee ventilatoren zorgen voor de benodigde luchtdruk waardoor het omhulsel niet in elkaar dondert. Big Air Package is zowel van de buitenkant (onder meer in de panoramalift) als van binnen te aanschouwen (foto Wolfgang Volz © 2013 Christo). 
Maar ik kan uitleggen, omschrijven en beschrijven wat ik wil, je moet Big Air Package vooral ervaren. In Big Air Package beleef je licht, ruimte en geluid zoals je ze nooit eerder hebt beleefd. ‘Alsof je op de bodem staat van een reusachtig glas melk’, schreef Nell Westerlaken in De Volkskrant. Zelf waande ik me eerder in een buitenproportionele iglo, maar dat kan misschien komen doordat het ijzig koud was in de Gasometer. Iets sacraals heeft Big Air Package ook wel. Het mooie is trouwens dat je van Christo alle ruimte krijgt om een betekenis toe te kennen aan zijn werken. Naar eigen zeggen is hij er slechts op uit iets moois te creëren, zijn scheppingen hebben geen boodschap: ‘For me, anything that has meaning is propaganda.’ De onder meer door de recensent van Dagblad De Limburger geuite suggestie dat Christo met Big Air Package de kwetsbaarheid van de atmosfeer onder de aandacht wil brengen, wees hij dan ook resoluut van de hand.
Welgemeend en dringend advies: begeef u (gewapend met muts en handschoenen) met gezwinde spoed naar Oberhausen, want na 30 december is het gedaan met Big Air Package (klik op de pijl om het filmpje te starten).
Ik kan er niets aan doen, maar het ervaren van Big Air Package en het bekijken van de tentoonstelling over het werk van Christo en Jeanne-Claude (op de begane grond van de Gasometer) leidde bij mij onwillekeurig tot de gedachte hoe fantastisch het zou zijn als zo’n man ook eens in Horst aan de Maas aan de slag kon gaan. Een Big Air Package in de Mèrthal (Maerthal), een ingepakt klooster in Tienray, een muur van olievaten in de Peperstraat in Sevenum, ingepakte wandelpaden in de Schadijkse Bossen of een over haar hele lengte met doek overspannen Molenbeek. Geweldig! Maar natuurlijk veel te ver out of the box gedacht in een gemeente die al jaren geen budget meer heeft voor beeldende kunst.

Klein mysterie 506 – Ruzie

Hebt u het al gehoord, dat Reinier Derix binnen een uur tot vier keer toe is gemolesteerd?

Natuurlijk hebt u dat niet gehoord: de molestaties van Reinier Derix vonden een kleine twee eeuwen geleden plaats. Het proces-verbaal waarin is opgetekend wat Reinier op 9 mei 1832 naar eigen zeggen geschiedde, kwam ik vorige week tegen in het gemeentearchief van Horst (archieven 1579-1939, inventarisnummer 5118; klik op de afbeelding om haar te vergroten).
Ik geef het hier enigszins ingekort en hertaald in hedendaags Nederlands weer.
Reinier Derix, een boer uit Horst, bevindt zich op de bewuste dag ’s avonds rond half tien in de herberg van Matthijs Hoogers. Daar wordt hij door Jan Cox, een knecht van Pieter Jan Jenniskens, bij z’n kiel gegrepen en op z’n borst geslagen. Reiniers knecht Gerard van den Boom schiet hem daarop te hulp. Voor boerenzoon Antoon van de Pas is dit aanleiding om Van den Boom op z’n rug te slaan en naar buiten te werken, terwijl Van de Pas Reinier ondertussen uitmaakt voor ‘ongezonden beest’.
Omstreeks tien uur verlaat Reinier de herberg en gaat hij op weg naar huis, in het gezelschap van onder meer Jan Cox en Antoon van de Pas. Nauwelijks buiten slaat iemand – Reinier weet niet wie – Reinier z’n hoed van z’n hoofd. Weer een stuk verder, bij de tuin van Jan Peeters, grijpt Jan Cox Reinier voor de tweede maal bij z’n kraag, waarna ze allebei op de grond vallen. Antoon van de Pas slaat Reinier vervolgens op z’n hoofd en deelt hem enkele trappen uit. Reinier raakt daardoor gewond. Als hij om hulp begint te roepen maken beide daders zich uit de voeten. Bij het bosje van de weduwe Rouffs staan ze Reinier echter alweer op te wachten. Cox grijpt Reinier vast en voegt hem toe: ‘Gij moet mij mijnen kiel vergoeden welke gij gescheurd hebt, of ik maak u kapot op de plaats.’ En Antoon van de Pas dreigt: ‘Wanneer gij den kiel niet vergoed, dan steek ik u op de plaats dood.’ Cox en Van de Pas slaan Reinier daarna opnieuw en gooien hem in de sloot. Als Reinier andermaal om hulp begint te roepen, gaan Cox en Van de Pas er wederom vandoor. Reinier keert vervolgens terug naar het dorp. Ernstig bebloed arriveert hij in de herberg van Jan Hoogers, waar hij zich wast.
Wie zei daar dat het er hier vroeger allemaal zo vredig aan toeging? Maar ondanks het slaan, het schoppen en de doodsbedreigingen hebben de lotgevallen van Reinier óók iets slapstickachtigs: wat Antoon en Jan hem ook aandoen, telkens krabbelt hij weer op. En alle ellende ten spijt is dat ‘ongezonden beest’ natuurlijk meesterlijk. Je hóórt het Antoon gewoon sissen: ‘Geej, fieze, fieze, óngezónden biëst!’
De vraag is verder of bovenstaande een correcte weergave van de werkelijkheid is. We lezen alleen Reiniers visie op de zaak. Ongetwijfeld zullen Antoon en Jan een heel andere kijk op het gebeurde hebben gehad. Er moet toch een bepaalde aanleiding voor de gewelddadigheden zijn geweest? Niet uitgesloten is overigens dat in het Regionaal Historisch Centrum Limburg in Maastricht meer over de zaak te vinden is. Als ik bij gelegenheid nog eens in Maastricht kom, daar toch eens even langsgaan, want ik ben eigenlijk wel benieuwd naar het vervolg.
Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: in het Horster gemeentearchief bevinden zich tal van vergelijkbare aardige, intrigerende, treurige, inzicht verschaffende en tot de verbeelding sprekende documenten over (de geschiedenis van) Horst die het waard zijn aan de vergetelheid te worden ontrukt. Jammer dat dat zo weinig gebeurt. 

Intermezzo – Facebook (2)

‘’t Faceboeken moet ik nog ’n beetje ler’n’, schreef ik op 15 juli. Inmiddels zijn we bijna vijf maanden en 187 likes voor de Facebookpagina van Horst-sweet-Horst verder. Toch ben ik nog altijd niet uitgeleerd. Waarom reageren lezers bijvoorbeeld niet of bijna niet op een weblogstukje en waarom reageren ze wel als hetzelfde stukje op Facebook staat? Waarom zijn reacties op een weblogstukje vaak anoniem terwijl op Facebook iedereen zich schijnbaar zonder enig bedenken blootgeeft?

‘Het zou me niet verbazen als de conclusie is dat ik te asociaal ben voor Facebook’, schreef ik op 15 juli eveneens. Het lijkt erop dat dit een verkeerde inschatting is geweest. Zonder zelf vrienden te maken, zonder zelf veel te liken, zelfs zonder mezelf veel op Facebook te begeven, blijkt de Facebookpagina van Horst-sweet-Horst zich toch in een groot lezerspubliek te mogen verheugen (veel groter zelfs dan het weblog Horst-sweet-Horst). De liefde komt duidelijk van één kant – niet van de mijne.
Op Facebook kunnen zaken ineens onverwachte en van tevoren onbedachte wendingen nemen. Dat meisje uit Haren en Trijntje Oosterhuis kunnen u daar alles over vertellen. Ondergetekende intussen ook. Zo plaatste ik vorige week zaterdag een foto op Facebook van een even eerder vóór de plaatselijke Lidl opgeraapt, moeilijk leesbaar boodschappenbriefje. Daaraan gekoppeld was een verzoek me te helpen bij het ontcijferen van het briefje. Binnen een dag was het bericht door meer dan achthonderd mensen gelezen, hadden veertig mensen het geliked en had het tot 22 reacties geleid. Op de koop toe was het boodschappenbriefje volledig ontcijferd. ‘Wat wil je nog meer?’, zou je denken – een praktijkvoorbeeld van de kracht van sociale media.
Wat ik compleet over het hoofd had gezien, was de mogelijkheid dat de schrijver of schrijfster van het boodschappenbriefje ontmaskerd zou worden. Toch gebeurde dat. Gelukkig had ik niets onaardigs gezegd over briefje en/of schrijfster, gelukkig toonde de schrijfster zich niet vertoornd en gelukkig bevatte het briefje geen boodschappen die de schrijfster in verlegenheid konden brengen. Desondanks heb ik m’n lesje geleerd: volgende keer (nog) beter nadenken over de mogelijke uitwerkingen van het publiceren van zo’n berichtje.

Tenslotte iets waar ik nog steeds niet helemaal uit ben: kan ik het ten opzichte van de trouwe webloglezers eigenlijk wel maken om op Facebook berichten te plaatsen die niet op het weblog verschijnen? Voelt toch een beetje als verraad. Van de andere kant zou het sowieso al goedgevulde weblog behoorlijk vervuild raken als óók de veelal vluchtige en korte Facebookstukjes er nog aan werden toegevoegd. Bovendien is alles wat verschijnt op de Facebookpagina van Horst-sweet-Horst ook voor niet-Facebookers heel eenvoudig te vinden. Maar om het u allemaal nog gemakkelijker te maken heb ik in het menu in de linkerkolom de rubriek ‘Horst-sweet-Horstberichten op Facebook’ toegevoegd. Die bevat directe links naar berichten die wél op de Facebookpagina zijn verschenen, maar niet op het weblog. Onderaan in die lijst de oudste berichten, bovenaan de meest recente. 

dinsdag 26 november 2013

Actualisatie – Populieren

Populieren

Men noemt het ruischen, maar zijn ’t geen stemmen?
En waren ’t stemmen, is er dan geen mond
Om één keer te zwijgen in dit beklemmende
Aanzwellen, dat, aanvangverloren, geen einde vond?

De kussen die zij buigende elkaar toedragen
Strijken niet verder, gaan niet naar omlaag, en rustig-
    koel
Blijven de stammen zonder eenig bindend doel
Hun eeuwig kozende kronen schragen.

S. Vestdijk, 1931 
Drie weken geleden bracht ik hier een ode aan het prachtige populierenbosje aan de Rotvenweg in Horst. Ik vergeleek het - in navolging van Pier Paolo Pasolini - met een kathedraal en riep Horster filmers op de filmische potentie van de populiergaard te benutten. Welnu, Horster filmers kunnen camera en statief onberoerd laten: een uur of vier geleden ontdekte ik dat de populiergaard vandaag voor de helft ten prooi is gevallen aan de kettingzaag (klik op de pijl om het filmpje te starten). 
Morgen zal ongetwijfeld de andere helft van de ‘eeuwig kozende kronen’ volgen.
‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’, schijn je in dergelijke omstandigheden te moeten zeggen. Zal best, maar mij troost je er niet mee. Quelle horreur.
Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

H. Marsman, 1936

maandag 25 november 2013

Klein mysterie 505 – Leesplankje (1)

Een leesplankjestentoonstelling in Roermond was een mooie aanleiding m’n Horster Laesplaenkske weer eens tevoorschijn te halen. Het naar schatting dertig jaar geleden door sportclub UVB uitgegeven leesplankje is een bezit dat ik koester (klik op de afbeelding om haar te vergroten).
Je kunt het vanuit allerlei invalshoeken benaderen, maar ik beperk me hier en nu tot de vraag in hoeverre ik de achttien woorden van het Horster Laesplaenkske ken en gebruik (en het zou fijn zijn als u hetzelfde deed). Daar gaan we:   

Moer (fluitketel; volgens de Horster woordenlijst È maes inne taes trouwens geschreven als ‘moêr’). Nooit gebruikt, mij zelfs volslagen onbekend.

Kappes (volgens È maes inne taes een ‘rónde witte koël’. Klopt dat? Of zijn alle kolen kappese?). Ken het wel, gebruik het nooit en niet alleen omdat ik geen wittekooleter ben. Kool is bij mij koël.
Jiets (huismus). Frequent gebruiker, hoewel minder dan vroeger. Waarom? Omdat je tegenwoordig veel minder jietse ziet. Verdreven door de merlinge? Koarezeiker, het minstens even mooie equivalent van jiets, is mij eveneens bekend; ik bezig het ook wel eens, alleen te weinig. Verbeterpuntje.

Kwekvoars (kikker). Horstenaar zijn en ‘kikker’ zeggen? Onmogelijk! Kwekker (volgens È maes inne taes een equivalent van kwekvoars) gebruik ik daarentegen nooit. Is even afstotelijk als het dier waarvoor het de benaming is.

Kwakel (dennenappel). ‘Wat heb je vanmiddag gedaan?’ ‘Kwakels … euhh … dennenappels geraapt.’ Typisch zo’n woord waarbij je moet zoeken naar de Nederlandse vertaling omdat het er al van jongs af aan zit ingebakken dat kwakels kwakels zijn.

Moelbaer (bosbes). Klassieker, veel Horsterder kan het niet worden.

Kierke (big). Zegt me niets, excuses. Bag, wat hetzelfde betekent, wel. Toch is een big bij mij in het Horster een biggetje. Triest, ik weet het, maar het is niet anders.
Vrommes (vrouw). Ken het, gebruik het eigenlijk alleen als ik een beetje interessant wil doen. Ik verkeerde ook in de veronderstelling dat het altijd een een negatieve bijklank had: ‘Daat is meej toch en akelig vrommes!’

Taffeltrek (tafellade). M’n opa en oma hadden een tafel met taffeltrek. Dus ik ken het woord, weet wat het betekent, maar geloof niet dat ik het de afgelopen twintig jaar ook maar één keer heb uitgesproken. ‘Tafellade’ trouwens evenmin.

Piers (perzik). Zouden er Horstenaren zijn die géén piers zeggen?
Zoebele (sabbelen). Natuurlijk zegt zoebele mij wat! Wat wil je ook als je tot je tiende op je doem hebt gezoebeld? Weer zo’n woord dat eigenlijk onvertaalbaar is. In het Nederlands mag het dan sabbelen of zabbelen zijn, voor mijn gevoel is dat toch heel iets anders dan zoebele.

Iëmer (emmer). Ken het wel, gebruik het nooit. Een emmer is bij een emmer.

Moêtwöärm (mol). Echt zo’n woord waarover je aarzelt om het in het dialect uit te spreken omdat je bang bent dat je niet begrepen wordt. Ken het dus, gebruik het zelden. En een molshoop? Is voor mij een molshoeëp. Moêtwöärmhoeëp heb ik nog nooit gehoord. Bestaat het wel?
Liste (bretels). Ken het wel, gebruik het nooit, heb het nooit gebruikt. Zou je me vragen ‘Wat is het Horster woord voor bretels?’, dan zou ik antwoorden: ‘Haëlpe.’ Maar dat zijn volgens Zò bót as en hiep, de andere Horster woordenlijst, ‘liste die âchter ánne bóks vâst genaejd zitte’.

Snuutje (kusje). Ken het, gebruik het ook, alleen in een andere betekenis: als verkleinwoord van ‘mond’. Daat jungske haet en verrekes vies snuutje. Van hetzelfde laken een pak bij muulke: gebruik ik eveneens als verkleinwoord van ‘mond’, terwijl È maes inne taes het vertaalt als ‘kusje’.

Kieps (pet). Hoewel zelf geen kiepsendraeger meer, een woord dat tot m’n dagelijkse vocabulaire behoort. Leeft Kiepsen Ties eigenlijk nog?

Slaat (sla). Ken het, gebruik het nooit, heb het nooit gebruikt. Slaaj evenmin. Sla is bij mij sla.
Wek (brood). Ken het, gebruik het nooit (behalve in klöntjeswek), heb het zelden gebruikt. Hetzelfde geldt voor mik. Ik heb over m’n opvoeding weinig te klagen, maar op wek/mik-gebied hebben m’n ouders steken laten vallen.

Mijn score: van de 18 woorden ken ik er 16 en daarvan gebruik ik er 9 min of meer regelmatig. Waar ik nu zo benieuwd naar ben: welke van de achttien woorden kent u (niet)? Welke gebruikt u (niet)? Laat het me weten! Laat het elkaar weten! Door te reageren op dit bericht, door te reageren op het Facebookbericht of door een e-mail (horstsweethorst@gmail.com) te sturen naar Horst-sweet-Horst.

Klein mysterie 504 – Floriade (6)

‘De statuten en overeenkomsten boden geen eenduidig inzicht in de rolverdeling, rechten en plichten van de verschillende partijen en met name de Stichting. Mogelijkheden om deze rolverdeling te verhelderen werden niet benut.’ (p. 70)
‘Onthutsend’, zo omschreef het Gennepse D66-gemeenteraadslid Paul Wessels donderdag het rapport (klik hier) van de commissie-Hendrikx over de Floriade. De commissievoorzitter zelf achtte het eerder ‘onthullend’. En ik? Voor deze ene keer ben ik het met Paul Wessels eens.

‘De statuten en overeenkomsten boden geen eenduidig inzicht in de vereiste informatievoorziening richting het Stichtingsbestuur, de colleges, de raden en de Nationale Tuinbouwraad.’ (p. 72)

Het minst onthutsend is eigenlijk nog het geleden verlies (omstreeks 9 dan wel omstreeks 5 miljoen euro). Daarvan waren we immers al geruime tijd op de hoogte. Onthutsend zijn wel de machtsspelletjes die het rapport aan het licht brengt. Onthutsend zijn de intimidaties links en rechts. Onthutsend is hoe de diverse gremia elkaar naar het leven stonden. Onthutsend is hoe gemaakte afspraken niet werden nagekomen. 
‘De hoogte en dekking van de gemeentelijke financiële bijdrage aan de Floriade 2012 was niet volledig transparant voor de gemeenteraden ten tijde van de kandidaatstelling. Daarnaast werden belangrijke ontwikkelingen in de financiële kaders en risico’s van het Floriade-project niet actief gecommuniceerd naar de raden.’ (p. 73)

Maar het meest onthutsend is toch wel het opereren van de vijf gemeenten die aan de basis van de Floriade stonden (Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray) en later vertegenwoordigd waren in de Stichting Regio Venlo Floriade 2012. Onthutsend is de incompetentie van de gemeenten die uit het rapport spreekt. Onthutsend is hoe volstrekt ontoereikend de informatievoorziening aan de gemeenteraden was (zie enkele van de cursief bij dit stukje weergegeven conclusies uit het rapport). Onthutsend is hoe gemakkelijk de gemeenteraden zich daarbij neerlegden.
‘Geconcludeerd wordt dat het Stichtingsbestuur zich onvoldoende bewust was van haar formele rechten, bevoegdheden en positie ten opzichte van de Floriade-BV. Hierdoor hebben de gemeenten het uitgangspunt van “voldoende invloed en toezicht op de Floriade-organisatie” onvoldoende waar kunnen maken.’ (p. 75)

Onthutsend was ook het optreden van de Venlose burgemeester Antoin Scholten tijdens de presentatie van het rapport aan de gemeenteraden, afgelopen donderdag. Waar je in het licht van bovenstaande een deemoedige burgemeester zou verwachten, was het tegendeel het geval: hij wist de Floriade te verkopen als een Goed Nieuws Show en ging gemakshalve voorbij aan de snoeiharde conclusies van de commissie over het gemeentelijk optreden.   

‘De informatievoorziening aan de gemeenten binnen de Regio Venlo voldeed niet volledig aan de formele afspraken en sloot tot 2011 qua kwaliteit onvoldoende aan op de informatiebehoefte van de gemeenten in hun rol als garantsteller. Daarnaast werden raden, colleges en ambtelijke adviseurs beperkt geïnformeerd over de (financiële) voortgang van de Floriade.’ (p. 79)
Onthutsend vind ik tenslotte dat de bespreking van het rapport van de commissie Hendrikx één van de in totaal achttien agendapunten is van de Horster gemeenteraadsvergadering van 17 december. Een rapport dat zoveel feilen openbaart en tot onmiddellijke consequenties zou moeten leiden voor allerlei (regionale) projecten waarbij de gemeente op dit moment betrokken is, doe je niet in een vloek en een zucht af. Voor de bespreking van een confronterend rapport over een evenement waarin de overheid voor tientallen miljoenen heeft geïnvesteerd neem je royaal de tijd in een aparte bijeenkomst.  

‘Het ontbreken van formele kaders en instrumenten voor de regionale samenwerking, de “dubbele petten” van regionale bestuurders in het Floriade-project, de beperkte inzet van geschillenprocedures en een gebrekkige overdracht tijdens bestuurlijke en ambtelijke wisselingen hebben geresulteerd in trage regionale besluitvorming. Hierdoor zijn financiële risico’s onnodig lang blijven openstaan en bleef noodzakelijke sturing uit op cruciale momenten binnen het Floriade-project. Tenslotte heeft de sterke financiële verbondenheid van regionale projecten geresulteerd in een gebrek aan “accountability” van betrokken partijen.’ (p. 81)

Wat mij vooralsnog niet onthutst (omdat ik de reden niet ken), maar wel bevreemdt is dat de voormalige Horster gemeentesecretaris Harry van de Loo wel was uitgenodigd voor een gesprek met de commissie maar aan die uitnodiging geen gehoor heeft gegeven (p. 92).

Klein mysterie 503 – Fiets (4)

Dit is mijn fiets (trouwe Horst-sweet-Horstlezers zullen ’m ongetwijfeld herkennen):
Een Batavus Bato. Geschatte leeftijd: een jaartje of 35, ik heb ’m geërfd van m’n vader. Die kocht ’m ooit bij Tweewielerhuis Beckers (hoeveel rijwielen van Beckers Piet zouden er nog rondfietsen in Horst?).
Geen hippe fiets, wel een fiets die ondanks een voor de helft ontbrekende kettingkastbeschermer doet waarvoor ie bedoeld is: fietsen. Lange tijd had ie onder mijn bewind een rustig leven. Dat veranderde toen ik een klein jaar geleden autoloos werd. Sindsdien heeft de fiets er ettelijke honderden kilometers op de – niet functionerende – teller bij gekregen. Met dank ook aan m’n zwager, moet ik daar meteen aan toevoegen, want mankeert er eens iets dan is hij altijd bereid reparatiewerkzaamheden te verrichten. Vitale onderdelen als verlichting, trappers, zadel, rem en banden zijn dan ook tiptop in orde.
Afgelopen donderdag bracht m’n trouwe tweewieler me weer zonder haperen naar station Horst-Sevenum, waar ik om half drie op de trein richting Venlo diende te stappen. Bij de fietsenstalling waren twee politieagenten druk bezig. Ah, de fietslabelactie natuurlijk! Eerder die dag had ik op InHorst gelezen over het gezamenlijk initiatief van gemeente en politie om wees- dan wel zwerffietsen uit de stationsfietsenstallingen te verwijderen. Want: ‘Al deze verwaarloosde fietsen komen de toegankelijkheid en uitstraling van het station niet ten goede.’ Nou kom ik zeer regelmatig op het station, heb daar last gehad van veel en van alles, maar met de toegankelijkheid heb ik nooit enig probleem gehad. En doen die paar fietswrakken afbreuk aan de uitstraling van het station? Ik zou eerder zeggen dat al die de afgelopen jaren gekapte bomen in de omgeving van het station de uitstraling niet ten goede komen. Maar waar zeur ik over? Met mijn tiptop in orde zijnde fiets had ik immers niets te vrezen van de opruimactie.
Om vier uur arriveer ik met de trein uit de richting Venlo weer op het station. Ik loop doodgemoedereerd naar de fietsenstalling. Hé, wat is dat?
Het zal toch niet? Jawel hoor!
Een grove belediging voor mij, m’n fiets en vooral m’n zwager.
Tegelijkertijd hoor ik van alle kanten kreten van ontzetting en verbijstering van andere treinverlaters met een fiets in de stalling. Allemaal hetzelfde overkomen! Nadere inspectie leert dat tientallen fietsen van een label zijn voorzien. Een grove belediging voor al die eerzame fietsbezitters (klik ook hier).
Is het nou echt zo moeilijk het kaf van het koren te scheiden? En waarom niet het Handboek weesfietsen gevolgd (zie de Horst-sweet-Horst top 5 van instructies uit het Handboek weesfietsen waaraan bij de ‘Opruimactie zwerffietsen station Horst-Sevenum’ geen gevolg is gegeven)?
En dat ook nog in een week waarin ik me toch al godsgruwelijk aan de Horster politie had geërgerd vanwege de ‘zigeunertypes’ die weer eens figureerden in twee politietweets (klik hier, hier en hier; klik hier voor mijn reactie). Nee, voorlopig komt het niet meer goed tussen de Horster politie en mij. 

Top 5 – Instructies uit het ‘Handboek Weesfietsen’ waaraan bij de ‘Opruimactie zwerffietsen station Horst-Sevenum’ geen gevolg is gegeven

Soms prijs je je gelukkig in Nederland te leven. Bij mij was dit gisteravond weer eens het geval. Ik was voornemens een top 5 van Horster stationsweesfietsen samen te stellen. Omdat ik als altijd goed beslagen ten ijs wilde komen, oriënteerde ik me op het internet eerst op het begrip ‘weesfiets’. Ik stuitte meteen op de website van Fietsberaad, ‘kenniscentrum voor fietsbeleid’.
Is een kenniscentrum voor fietsbeleid op zich al iets om helemaal gelukkig van te worden, toen ik het Handboek weesfietsen (onderdeel van de website) had geopend, wist ik ineens weer waarom het zo geweldig is om in Nederland te leven. Kent u één ander land met een Handboek weesfietsen? Kent u één ander land waar in 29 pagina’s alles wat je (niet) wilt weten over weesfietsen over je uit wordt gestort? Van ‘juridisch kader’ tot ‘het fietsdepot’ en van ‘labels & beschikkingen’ tot ‘communicatie’: het staat er allemaal in! Bovendien gegoten in prachtige zinnen! ‘Als het om weesfietsenbeleid gaat is de beleidsvorming beperkt van omvang.’ Ook een hele mooie: ‘Het verdient de voorkeur de uitvoeringsorganisatie centraal te stellen.’ Nog een toppertje: ‘Aangezien ook de depotfunctie overbodig is, kan het traject van het fietswrak er in de praktijk volledig anders uitzien dan dat van de weesfiets.’ Uiteraard ontbreekt ook een definitie van het begrip ‘weesfiets’ niet: ‘Een weesfiets is een fiets die op openbaar terrein gestald staat en al langere tijd niet meer is gebruikt. Ze zijn niet direct opvallend of hinderlijk, ze blokkeren de doorgang niet en ze ontsieren het straatbeeld niet, ze zijn niet eens op het eerste gezicht herkenbaar.’
Je zou zeggen: ‘Als er dan toch zo’n Handboek weesfietsen bestaat, maak er als politie en gemeente dan ook gebruik van.’ Maar niet in Horst aan de Maas. Aanleiding voldoende om de geplande top 5 van Horster stationsweesfietsen nog even uit te stellen ten faveure van de Horst-sweet-Horst top 5 van instructies uit het Handboek weesfietsen waaraan bij de ‘Opruimactie zwerffietsen station Horst-Sevenum’ (klik hier en hier) geen gevolg is gegeven:
5. Instructie: ‘De maximale stallingsduur moet worden aangekondigd bij de betreffende stallingsplaatsen. In een stationsomgeving zijn al gauw meerdere borden nodig.’
De praktijk op station Horst-Sevenum: geen bord te zien.

4. Instructie: ‘De labeling moet zo gebeuren dat de fiets niet kan rijden zonder dat het label wordt verbroken. Het moet dus zowel om een spaak als om een vast deel van de fiets worden bevestigd.’
De praktijk op station Horst-Sevenum: de labels zijn uitsluitend aan vaste onderdelen van de fiets bevestigd, overwegend aan het stuur, in enkele gevallen aan de bagagedrager.
3. Instructie: ‘Kies altijd een label dat bij verwijdering moet worden stukgescheurd, zodat grappenmakers het niet opnieuw om een andere fiets kunnen bevestigen.’
De praktijk op station Horst-Sevenum: het label is eenvoudig los te maken zonder het stuk te hoeven scheuren.   

2. Instructie: ‘Het labelen gebeurt op momenten dat er weinig fietsen staan gestald. De avonden op werkdagen zijn over het algemeen het meest geschikt. Veel fietsen die worden gebruikt zijn dan weg, zodat het percentage weesfietsen maximaal is.’
De praktijk op station Horst-Sevenum: het labelen gebeurt op een moment waarop het aantal gestalde fietsen zo ongeveer op z’n hoogst is, namelijk op een donderdag aan het begin van de middag, buiten vakantietijd.
1. Instructie: ‘Een goed label is opvallend van kleur (bijvoorbeeld geel, oranje, rood).’
De praktijk op station Horst-Sevenum: het gebruikte label is bruin, de schutkleur bij uitstek in een stationsomgeving.