maandag 12 maart 2012

Klein mysterie 322 – Platanen

Hoewel ik het pas voor de helft heb gelezen, kan ik iedereen nu al Vroeger is ook mooi van harte aanbevelen. In deze bundel zijn essays en lezingen van Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, samengebracht. In de helft die ik gelezen heb, is een van de centrale thema’s het gebrek aan historisch besef in Nederland. Ja, er zijn lichtpuntjes. Maar wat staat daar tegenover? ‘Sloop, desinteresse, praatjes voor de vaak, sensatiebeluste historie, kneutergeschiedenis, oplichting, verkitsching van de historie, geschiedenis als pretpark en kermisattractie.’
Ik zou hier zo tien citaten kunnen aanhalen die me uit het hart zijn gegrepen. Toch doe ik dat niet. Het effect is denk ik groter als het wapen Marita Mathijsen gedoseerd wordt ingezet. Op het moment dat ik op zoek ben naar een autoriteit die mijn beweringen van een geleerd sausje kan voorzien, zal ik voortaan bij haar te rade gaan. Voor nu wil ik volstaan met een citaat (bladzijde 58) waarin ze fulmineert tegen een bepaald soort straatnamen:
‘Kom je in een nieuwbouwwijk waar je zonder tomtom radeloos wordt, draai je van de Akeleidreef naar de Windroosakker, kom je op de Kalmoesgaarde uit. Er staan gezellige woonerven aan de Peerenbongerd en het Pruimenveld, maar er is geen fruitboom te bekennen, laat staan een bongerd. Altijd hebben de nieuwe woonwijken positieve namen, leuk naar het verleden verwijzend maar schaamteloos vergetend dat het verleden juist weggebulldozerd is.’
Vervang de genoemde straatnamen door Tuinderslaan, Groentestraat, Dentjesweg, Fruitweg en Kassenstraat en je bent in de Horster nieuwbouwwijk De Afhang.
Had ik twee weken geleden weet gehad van deze passage, dan had ik haar zonder enige twijfel opgenomen in het stukje over Den Doolhorst. Maar ze is evengoed van toepassing op tal van andere locaties in Horst aan de Maas. Bijvoorbeeld op Hof te Berkel, de nieuwe woonwijk die moet verrijzen in het gebied tussen Dr. Van de Meerendonkstraat, Venloseweg en Antoniuspark.
Enige tijd geleden zijn de voorbereidende werkzaamheden daartoe in gang gezet. Afgelopen week zijn op de parkeerplaats van verpleeghuis Elzenhorst een stuk of tien platanen geveld en daarna weggebulldozerd.
De platanen moesten wijken voor een bouwplan dat bestaat uit zeven vrijstaande villa’s.
Hoe dat nieuwe villawijkje gaat heten? Eh … De Platanen.

Intermezzo – Betonnen paaltje

Vrijdag ter voorbereiding op Roda-VVV naar Aken geweest. Onder meer een bezoek gebracht aan het Ludwig Forum. Dit Museum für zeitgenössische Kunst is gehuisvest in een prachtige, in Bauhausstijl gebouwde voormalige paraplufabriek aan de rand van de stad. Daarmee hebben we het prachtigs wel zo’n beetje gehad. Ik was namelijk de enige bezoeker. En dus werd ik tot speelbal van de in ruime mate aanwezige suppoosten. Die maakten er een sport van me in het hele museum zo opvallend onopvallend mogelijk opvallend onopvallend te blijven volgen. In hoge mate irritant – als je nog geen achtervolgingswaanzin had, zou je het hier vanzelf krijgen. Wat het leed nog verergerde, was dat het geëxposeerde me maar matig kon bekoren.
Typisch zo’n tentoonstelling met veel objecten en installaties waarvan onduidelijk is of ze er nou bij horen of dat het toevallig hier neergekwakte onderdelen zijn van de Klimaanlage die in reparatie is.
Tegenvallend of niet, toch is zo’n expositie altijd wel ergens goed voor. Bij mij leidde het ertoe dat m’n oog een dag later – nota bene tijdens een rondje rennen – plotseling op dit paaltje viel.
Het staat aan de Schengweg. Hoewel ik er tientallen keren aan voorbij moet zijn gefietst of gerend, had ik er nooit eerder acht op geslagen. Een nutteloos geworden betonnen paaltje, zoals er zoveel nutteloos geworden paaltjes zijn, al dan niet van beton.
Totdat ik me, ongetwijfeld onder invloed van de Akense tentoonstelling, ineens afvroeg of dat paaltje er nou bij hoort. Hoort dat paaltje bij de omgeving? Had het hier, voordat het nutteloos werd, een bepaalde functie? Of is het een wezensvreemd, later toegevoegd element? Een element dat ergens symbool voor staat? Moet dat paaltje je met al z’n lelijkheid misschien aan het denken zetten over de omgeving waarin het staat? Wil het je opmerkzaam maken op die ondanks de haag niet te camoufleren kippenstal die een uur in de wind stinkt?
Wil het je wijzen op die kassen die het onmogelijk maken dat je blik zoals vroeger reikt tot de kilometers verderop gelegen molen van Meterik?
Wil het je bewust maken van het feit dat die stallen, die kassen en die opzichtige groene hekken het Gortmolenkruis en die monumentale eik helemaal hebben ondergesneeuwd?
Staat kortom dit betonnen paaltje met z’n slierten schrikdraad, met z’n algenuitslag en met z’n bungelende isolatoren symbool voor de verrommeling die juist in dit gebied zo genadeloos heeft toegeslagen?

maandag 5 maart 2012

Intermezzo – Diederik was here

Donderdagmiddag omstreeks half vijf moest ik ineens aan Fons van der Stee denken. Ik herinner me Fons van der Stee (1928-1999) als Brabander, als CDA’er, als Bourgondiër, als minister van Landbouw, als minister van Financiën. Maar bovenal herinner ik me Fons van der Stee om de karakteristieke wijze waarop hij met een vet Brabants accent het woord ‘lef’ uitsprak in het zinnetje ‘Wat dit land nodig heeft is lef’. Van Kooten en De Bie hebben het ooit nog eens meesterlijk gepersifleerd.
Aan dat lef van Fons van der Stee moest ik dus denken toen ik donderdagmiddag omstreeks half vijf Hallo Horst aan de Maas uit de brievenbus haalde. Het wakkere weekblad berichtte namelijk glashard dat Diederik Samsom, samen met vier anderen kandidaat-voorzitter van de PvdA-Tweede Kamerfractie,
een bezoek had gebracht aan Horst. Terwijl het bezoek op dat moment nog plaats moest vinden. Dat noem ik dus lef hebben: verslag doen van iets dat (nog) niet is gebeurd. Vernieuwende journalistiek.
Gelukkig voor Hallo was er geen file, geen spoeddebat in de Tweede Kamer, geen plotseling opgekomen racekak of ander malheur dat roet in het eten gooide. En dus maakte Diederik even na vijven z’n opwachting in OJC Nix. Ten overstaan van zo’n twintig belangstellenden, waaronder uw verslaggever (géén PvdA-lid, laat dat duidelijk zijn), beantwoordde hij drie kwartier lang (vooral sociaaleconomische) vragen van de aanwezigen. Wat ’m, dat dient gezegd, bijzonder vlot afging.
Zo heel veel nieuws stak ik van de bijeenkomst niet op. Ik noteerde wel dat tussen de regels door Job Cohen het moest ontgelden. Want als je zegt dat onder jouw leiding de PvdA weer duidelijke keuzes (populair of impopulair) zal gaan maken en een heldere koers zal varen en dat de huidige fractie talentvoller is dan haar voorgangers maar dat ze haar talenten tot dusver onvoldoende ten toon heeft gespreid, zijn dat impliciete verwijten aan Job Cohen – anders kan ik het niet uitleggen.

Veel vragen bleven ongesteld. Zo hangt nog altijd boven de markt van welke voetbalclub Diederik fan is. Heb ook maar eens het lef naar zoiets triviaals te informeren als het over gewichtige zaken als begrotingstekorten, coalitievoorkeuren en arbeidsmarktparticipatie gaat.
Dat lef had zelfs Roy Bouten, onbezoldigd (neem ik aan) Horster propagandist van Diederik, niet. Dus moest hij zaterdag op de per tweet aan hem gestelde vraag van Léon Frissen of Diederik Ajaxfan is (je vraagt je af waarmee onze voormalige gouverneur eigenlijk bezig is; hij zal toch niet opnieuw zitten te knutselen aan een FC Limburg?), antwoorden: ‘Geen idee.’
Iemand trouwens wel enig idee van welke club Fons van der Stee aanhanger was?

Top 5 – Versierde hondendrollen

Wat moet het leven toch eenvoudig zijn als je gelooft in het bestaan van een god. Dan constateer je op een nevelige donderdagmorgen in de Kasteelse Bossen dat zomaar ineens alle hondendrollen er van een kek doorschijnend zilvergrijs kroontje zijn voorzien,
dan hoef je slechts te denken ‘Kijk, Hij heeft weer eens een prachtig werk verricht’ en dan kun je je de rest van de dag onbezorgd bezighouden met de dingen die er werkelijk toe doen.

Anders is het als je zegt:
Dan ben je het aan jezelf verplicht naar een verklaring te zoeken voor dat curieuze verschijnsel. Je de rest van de dag onbezorgd bezighouden met de dingen die er werkelijk toe doen, kun je dan wel op je buik schrijven. Het ongeluk wil natuurlijk weer dat ik tot deze laatste categorie behoor.

Mijn top 5 van verklaringen voor het feit dat alle hondendrollen in de Kasteelse Bossen op donderdagochtend 1 maart 2012 zomaar ineens van een kek doorschijnend zilvergrijs kroontje waren voorzien:
5. Het betreft hier een actie van de gezamenlijke Horster bakkers om aan te tonen dat ze in tegenstelling tot andersluidende berichten wel degelijk in staat zijn een toefje slagroom aan te brengen op de taart.

4. Dit feit moet worden geïnterpreteerd als een welgemeende afscheidsgroet van Koning Winter, die iedereen op deze manier wil bedanken voor het ook dit jaar weer in hem gestelde vertrouwen.

3. We hebben hier te maken met een door de Horster politie aangebrachte hondenlekkernij als kleine blijk van waardering voor alle honden die zich de afgelopen weken hebben omhangen met de welbekende felgele Waak voor Inbraakhondenpenning.

2. Het gaat hier om een eerbetoon in het kader van Nationale Complimentendag van een anonieme Horster VVV-fan aan de nieuwe ster aan het Noord-Limburgse voetbalfirmament: Ton Lokhoff.

1. Het betreft hier een onderdeel van de campagne Herwaardering voor de Bolus van de stichting BF (Bolus Forever) die met lede ogen moet toezien hoe de welgevormde hondendrol het in de strijd om de publieke waardering voor dierlijke excrementen steeds vaker moet afleggen tegen de muggenscheet.

Klein mysterie 321 – Reclameborden (2)

De strijd over een reclamebord langs de A73 tussen vereniging Behoud De Parel en de gemeente Horst aan de Maas doet me denken aan armpje drukken: een fascinerend schouwspel met een buitensporig machogehalte dat adrenalineverhogend werkt, maar uiteindelijk nergens over gaat.
Voor de toeschouwer is zo’n spelletje pas leuk als ie zich kan identificeren met een van de deelnemers en daarmee partij kan kiezen. Bij het conflict om het reclamebord wil me dat al meer dan een half jaar niet lukken. Uiteraard ligt mijn eerste sympathie bij de underdog (Behoud De Parel), maar om nou iemand louter en alleen op basis van z’n blauwe ogen te vertrouwen? Ik zou ook bij god niet weten hoe ik een keuze moest maken tussen appels met peren vergelijken en oog om oog, tand om tand (Behoud De Parel) en meten met twee maten (gemeente).
Eerst die appels, peren, ogen en tanden. Volgens Behoud De Parel wil de gemeente niet optreden tegen een illegaal varkensbedrijf aan de Laagheideweg en daarom zou de gemeente ook geen actie mogen ondernemen tegen het bord van Behoud De Parel. Dus als de politie niet optreedt tegen voetbalvandalisme zou ze ook hardrijders niets in de weg mogen leggen? Lijkt me geen redenering die heel lang stand houdt. Bovendien: als iemand anders iets illegaals doet dat niet wordt bestraft, wil dat dan automatisch zeggen dat jij op jouw beurt ook iets illegaals mag doen?

Daartegenover staat dus meten met twee maten. Waarom langs de ene autosnelweg wel reclameborden of zelfs –masten toestaan en langs de andere niet?
Waarom zijn reclameborden langs de autosnelweg wel landschapontsierend en reclameborden langs gemeentelijke of provinciale wegen niet?
Waarom wel optreden tegen reclameborden langs de autosnelweg en niet tegen reclameborden in dorpscentra?
Dit zou je natuurlijk allemaal af kunnen doen met de dooddoener dat ik zelf appels met peren aan het vergelijken ben. Geloof ik niets van, maar zelfs dan zou iemand me toch eens uit moeten leggen op grond van welke wetten, regels of argumenten deze recent langs de A73 aangebrachte reclame voor kloosterhotel Sint-Joseph in Tienray wel zou mogen blijven staan.
Maakt het me misschien wat eenvoudiger eindelijk toch eens partij te kiezen in de wedstrijd armpje drukken.

Intermezzo – Jachthut (20)

In het stukje van vorige week over Het Overkwartier bleef nog een merkwaardigheid onvermeld: een jachthut. De ervaring heeft me zo langzamerhand wel geleerd dat elk Horster bos van enige importantie over een jachthut beschikt. Nieuw was dat ook bossen zonder enige importantie het blijkbaar niet zonder jachthut kunnen stellen. Waarbij dient opgemerkt dat de hut in Het Overkwartier een vreemde eend in de bijt is – en zo model staat voor het hele bos.
Wat is het geval? De betreffende hut is de eerste toegangsloze Horster hut waarmee ik tot dusverre in aanraking ben gekomen. Geen trap, geen touwladder, geen ankers in de boom.
Hetgeen het vermoeden doet rijzen dat de jager van dienst wel eens een naaste verwant van Karlsson (‘världens bästa Karlsson’) zou kunnen zijn – in dit bos moet je niets voor onmogelijk houden.
Nu we het er toch over hebben, meteen ook maar drie recente toevoegingen aan de onderhand lange lijst van Horster jachthutten. In de Paes, van Horst uit gezien ter linkerzijde van de Grensweg, stond enkele weken geleden deze sleephut:
Intussen bewijst ze vermoedelijk elders goede (dan wel ‘goede’) diensten; hier is ze alweer verdwenen.

Ook in de Paes, maar dan langs het beekje dat ter hoogte van Ashorst de Veld Oostenrijk passeert, trof ik deze, wat lastig te onderscheiden Leitersitz aan:
De meest recente ontdekking deed ik zaterdag in het bosje ten westen van het onverharde deel van de Dijkerheideweg.
Eveneens een Leitersitz, maar in zoverre atypisch dat dit exemplaar zich midden in het bos bevindt, terwijl je jachthutten doorgaans juist aan de randen van het bos tegenkomt.
Op circa honderd meter voor de hut: een voederplaats met maïskolven, bieten en brokjes.
Niet om de dieren stuk voor stuk af te schieten, wel – zo leerde jager J. me vorig jaar – om het wild beter te kunnen beoordelen (aanspreken) op leeftijd en conditie. Maar da’s logisch.
Minder goed, of beter gezegd helemaal niet, kon ik de omgewoelde aarde pal naast de voederplaats verklaren. Sowieso had ik geen lust die aarde met de hand op te gaan graven (ik had m’n schop weer eens thuis laten liggen), maar toen ik er ook nog eens de resten van de vacht van een dier op zag liggen, kon ik de verleiding al helemaal eenvoudig weerstaan. Probleem is alleen dat ik daardoor nog nieuwsgieriger ben geworden naar wat er begraven kan liggen. Is er geen lezer die zich wil opofferen om het mysterie te ontraadselen?

maandag 27 februari 2012

Klein mysterie 320 – Den Doolhorst

Toch weer even wennen gisteren, een zondagavond zonder Van Kooten en De Bie sloegen weer toe! Na de eerste aflevering stelde televisierecensent Jean-Pierre Geelen in De Volkskrant van 6 februari voor een plein naar het duo te vernoemen, ‘grenzend aan de Cor van der Laaklaan, de Aad van der Naadstraat en het Mémien Holboogsteegje’. Opwindend idee, zeker als je in een gemeente woont die qua straatnaamgeving op morsdood spoor is beland. Je zult maar aan de
of de
wonen.
En dan zitten de Groentestraat en de Kassenstraat er nog aan te komen. Namen die je associeert met spruitjeslucht, sanseveria’s, sleutelkinderen, kunstgras, houten schuttingen, draadjesvlees, tuinkabouters, vitrage en bordjes met het opschrift ‘Verboden te voetballen’.
Dood in de pot. Nee, dan inderdaad de Louc Hobbemakade, de Gebroeders Temmeslaan, de Vieze Manplaats, het Mehmet Pamukhofje, het Hekkingplantsoen en het Meneer Foppeplein. Bruisend, enerverend, spannend, uitdagend. De ook in Horst aan de Maas ingestorte woningmarkt zou er danig van opfleuren, zoveel is wel zeker.

Maar toch: laten we in dit opzicht vooral niet te hard oordelen over Horst aan de Maas. Noem mij namelijk één andere gemeente, één andere plaats met een naar een personage van Wim de Bie vernoemd appartementencomplex. Het vreemde is alleen dat hier nooit ruchtbaarheid aan is gegeven. Minstens zo vreemd is dat het geen type betreft dat behoort tot ons collectieve televisiegeheugen. Dus geen Diana Charitéstaete, Walter de Rochebrunedomein of Tedje van Eshove.
Nee, om duistere redenen hebben de naamgevers gekozen voor iemand uit het post-Van Kooten en De Bietijdperk. Iemand uit de solocarrière van Wim de Bie. Iemand die juist is gewist uit ons collectieve televisiegeheugen. Want wees eens eerlijk: herinnert u zich nog wie of wat professor A.I. den Doolhorst was? Ik zal u helpen. Professor A.I. den Doolhorst kwam regelmatig voorbij in het in 2000 en 2001 uitgezonden De Bühne van De Bie. Oud-hersenonderzoeker Den Doolhorst leed aan p.d. – pseudo-dementie. (Den Doolhorst was bijgevolg een collega van de zaterdag door Youp van ’t Hek in NRC Handelsblad als zwaar dement neergezette professor Tulleken.) Z’n vileine dochter Rutke Krans-den Doolhorst praat hem levensmoeheid aan, probeert hem een euthanasieverklaring op te dringen en regelt z’n begrafenis met ’m zonder dat hij weet waarover het gaat. Naar die professor Den Doolhorst is in Horst dus een appartementencomplex vernoemd.
Jemig de pemig.

Top 5 – Horster keten

Citaat uit het weblog van wethouder Leon Litjens van donderdag 9 februari: ‘Als gemeente willen wij onze vergunningen- en ruimtelijke ordeningsprocessen sterk gaan dereguleren. Dit willen we gaan doen door de principes van ‘Supply Chain Management’ toe te gaan passen. Uitvoering moet samen met de keten gebeuren en daarom willen we deze aanpak bespreken met de Regieraad.’ Ook na tien keer lezen is de portee van deze woorden me volstrekt onduidelijk. Eenvoudiger gezegd: ik begrijp er geen snars van. Het enige wat wel vaststaat is dat de Regieraad en de keten een belangrijke rol in het hele verhaal moeten gaan spelen.
Met het oog daarop kan het lijkt me geen kwaad vandaag met een top 5 van Horster keten te komen. Want dat ‘de keten’ uit het citaat van de wethouder klinkt me iets te algemeen. Hij weet toch ook wel dat Supply Chain Management staat of valt bij de keuze van de juiste keten? Anders blijft zo’n Regieraad ook veel te veel in het luchtledige hangen.
Meer dan genoeg geouwehoer vooraf, zur Sache: mijn top 5 van Horster keten:

5. Schoolstraat, Horst:
Les 1 uit het ketenhandboek: een keet hoort te allen tijde op wielen te staan. Beter één keet op wielen in de hand dan tien wielloze keten in de lucht.

4. Leopold Haffmansstraat, Horst:
Behalve wielloos dient een keet ook reclameloos te zijn. De Regieraad zou al z’n geloofwaardigheid verliezen als hij zaken zou doen met van opzichtige reclame voorziene keten.

3. Schadijkerweg, Meterik:
Keten en mobiele eenpersoons toiletcabines zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De fijngevoeligheid en het reukorgaan zijn er evenwel bij gebaat dit gegeven niet al te letterlijk te nemen. Kijk, dit oogt al meteen een stuk beter (Bloemvenweg, America):

2. A73, ter hoogte van Witveldweg, Grubbenvorst:
Voorzitter André Vollenberg van Behoud De Parel deze week in Hallo Horst aan de Maas: ‘Op de plaats waar Behoud De Parel tot nu toe een groot billboard langs de A73 had geplaatst, is een schaftkeet geplaatst.’ Jammer dat hij niet weet dat je een keet niet dieper kunt beledigen dan door haar ‘schaftkeet’ te noemen. Dan nog liever ‘bouwkeet’. Als je toch per se van een voorvoegsel gebruik wilt maken, is ‘directiekeet’ een aardig alternatief, waarbij het niet ter zake doet of de directie ooit daadwerkelijk in de keet vertoeft. Maar een keet wordt pas echt recht gedaan door haar als ‘salonwagen’ te betitelen.

1. Schengweg, Horst:
Eén keet is géén keet.