maandag 5 mei 2014

Top 5 – Horster aspergesadresjes

De afgelopen weken hebben we de postume deconfiture van Martin Bril beleefd. Vijf jaar na z’n overlijden kwam ineens naar buiten dat de gevierde columnist wel eens wat kreeg toegeschoven als hij in een stukje de naam van een bepaald bedrijf liet vallen. Hij werd neergesabeld door de spraakmakende gemeente, die deze gelegenheid ook maar meteen aangreep om gehakt te maken van het hele oeuvre van de bij z’n overlijden door diezelfde spraakmakende gemeente nog zo bewierookte Bril.
Nou wil het er bij mij niet in dat er enig verband bestaat tussen het noemen van de naam van een bedrijf en de kwaliteit van een stukje, maar journalistieke speurneuzen stellen er geheid een eer in ook andere columnisten te ontmaskeren die zich schuldig maken aan dezelfde praktijken als Martin Bril. En na de columnisten zijn ongetwijfeld de bloggers aan de beurt. En dan is Horst-sweet-Horst dus goed nat. Want heeft u zich wel eens afgevraagd waarom hier zo vaak de loftrompet wordt gestoken over die overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs? Waarom die verrukkelijke lambada’s van Aardbeienland hier telkens zo de hemel in worden geprezen? Waarom die advertenties van slagerij Joosten hier zo dikwijls worden bejubeld? Omdat die vlaai, die aardbeien en dat vlees zo lekker zijn, zegt u? Dacht u dan werkelijk dat de vlaai van bakkerij Derix, de aardbeien van Van Enckevort en het vlees van slagerij Koppens minder zijn? En hoe dacht u dat die top 5’en van appeladresjes, bessenadresjes, kersenadresjes, notenadresjes en pompoenenadresjes tot stand zijn gekomen?
Nee, ik vrees dat er weinig aan te ontkennen valt. Maar het is helaas niet anders, ook in huize Horst-sweet-Horst moet de schoorsteen roken. Het leek me wel goed een en ander even te melden alvorens we overgaan tot de bekendmaking van de Horst-sweet-Horst top 5 van Horster aspergesadresjes:

5. Dwarsweg, Meterik:
Altijd lastig: is het nou asperge of asperges? Ook de aspergesverkoper aan de Dwarsweg moet met deze vraag hebben geworsteld, getuige de andere zijde van het aspergebordje:

4. Venloseweg, Sevenum:
Een wel heel originele manier om van het netelige asperge/asperges-probleem verlost te zijn, is het ophangen van een vlaggetje op een bijzonder strategische positie.

3. Kranestraat, Horst:
Mooi stukje huisvlijt. Als de a van asperges ook schuin had gestaan, had er misschien nog wel een tweede plaats in gezeten ook.

2. Klassenweg, Sevenum:
Het verband tussen asperges en deze oosters aandoende vrouw-met-bloemenpracht ontgaat me ten enenmale, maar de vraag is of je alles moet willen verklaren.

1. Witveldweg, Grubbenvorst:
Mooier kom je ze echt niet tegen: een kar, een ijskast, een geprint wit briefje (‘verse asperge’), een handgeschreven groen briefje en een kabel die van de koelkast via de brievenbus naar de woning leidt.

Klein mysterie 558 – Bibliotheek (12)

‘De gemeente streeft ernaar de kernfuncties voor de bibliotheek van de toekomst in deherontwikkeling van ’t Gasthoês op te nemen.’
Afspraak 14 in het ‘sociaal domein’ uit het Coalitieakkoord 2014-2018 Horst aan de Maas
‘Het ideaalplaatje’, noemde PvdA-fractievoorzitter Birgit op de Laak het vorige week in Dagblad De Limburger, de voorgenomen verhuizing van de restanten van de Horster bibliotheek naar ’t Gasthoês. ‘Het ideaalplaatje.’ Politiek is niet voor bange mensen en zo bezien is de beoogd wethouder uitstekend op haar plaats. Want het getuigt natuurlijk van lef, om na 25 jaar van onnavolgbaar bibliotheekbeleid nog te durven reppen van een ideaalplaatje.
Twee jaar geleden heb ik die bibliotheekchicanes al eens bondig samengevat, dus ik hoef ze niet opnieuw te memoreren (lees het stukje desgewenst hier na). Wat ik hier wel opnieuw wil memoreren is de oproep waarmee ik het stukje destijds afsloot: ‘Een met een parlementaire enquête vergelijkbaar instrument loslaten op het Horster bibliotheekhuisvestingsbeleid van de afgelopen twintig jaar.’ De noodzaak van zo’n onderzoek lijkt me de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Laat ’m maar verantwoording komen afleggen, toenmalig burgemeester Léon Frissen, die in 2002 verklaarde dat snelheid de enige afweging was om de bibliotheek in De Librije te huisvesten. Laat haar maar verantwoording komen afleggen, toenmalig wethouder Marcella Dings-Polderman, die in 2006 alle zorgen over de enorme kosten die de nieuwe huisvesting van de bibliotheek met zich meebracht, vrolijk wegwuifde. Laat ’m maar verantwoording komen afleggen, toenmalig VVD-gemeenteraadslid en huidig Essentie-gemeenteraadslid Eric Beurskens die al ruim tien jaar pleit voor huisvesting van de bibliotheek in ’t Gasthoês, maar toen het er in 2005 op aankwam uit politieke overwegingen doodleuk voor De Librije als nieuwe bibliotheeklocatie stemde.
Mocht het zover komen (wat niet bepaald in de lijn der verwachting ligt), zou zo’n onderzoek dan iets opleveren? Te vrezen valt dat de hoofdrolspelers vakkundig hun eigen straatje zouden schoonvegen. Maar als politiek werkelijk niet voor bange mensen is, dan lopen de dames en heren toch ook jaren na dato niet weg voor een kritische evaluatie van hun eigen handelen? En zijn ze – ook zonder zo’n onderzoek trouwens – toch ook bereid om schuld te bekennen? Kom op zeg, geef nou toch gewoon ruiterlijk en in het openbaar toe dat verkeerde keuzes zijn gemaakt. Alleen al zo’n erkenning zou mijn wat de bibliotheek betreft danig geschonden vertrouwen in de politiek behoorlijk kunnen opkrikken (mijn vergevingsgezindheid is groot). Is dat nu werkelijk teveel gevraagd? 

Intermezzo – Karin Slaughter

Stel dat Lionel Messi het in z’n hoofd zou halen naar Nederland af te reizen, bereid zou zijn tot een handtekeningensessie bij zeven verschillende voetbalclubs her en der in den lande en dat mede dankzij uw inspanningen uw vereniging een van de zeven uitverkorenen zou zijn. Zou u dan trots zijn of zou u dan trots zijn?
Een vergelijkbare trots proefde ik afgelopen zaterdag toen de boekverkoopster van de lokale Bruna me toevertrouwde dat Karin Slaughter voor een signeersessie naar Horst komt. Want Dagblad De Limburger mocht diezelfde dag dan wel berichten dat de thrillerschrijfster op 24 mei Sittard zal aandoen,
ze komt toch echt éérst naar Horst. De Horster Bruna is een van de zeven Nederlandse Bruna-vestigingen waar Slaughter een signeersessie houdt. Waarom juist Horst? Vanwege de aardige mensen? De asperges? De overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs? Omdat het op de route ligt? Het zal waarschijnlijk allemaal meespelen, maar wat zeker ook een rol heeft gespeeld zijn de inspanningen van de boekverkoopster en haar collega’s, zoveel werd me zaterdag wel duidelijk, de bescheidenheid van de boekverkoopster ten spijt.
Dat het binnenhalen van Slaughter voorwaar iets is om trots op te zijn, drong pas echt goed tot me door toen ik me na thuiskomst overgaf aan enig gegoogle. Want veel meer dan dat Karin Slaughter een gevierd thrillerschrijfster is, wist ik nu ook weer niet: ik heb geen letter van haar werk gelezen – trillers zijn nu eenmaal niet my cup of tea.
Er zijn een hele hoop manieren om literatuur te beoordelen, maar als je louter op de cijfers afgaat, mag je Slaughter (Atlanta 1971) gerust de ‘Messi van de thriller’ noemen. Zo zijn alleen al in Nederland meer dan twee miljoen exemplaren van haar werken verkocht. En er hoeft maar een nieuw boek van haar hand te verschijnen of het staat binnen de kortste keren hoog genoteerd op de bestsellerlijsten. In het afgelopen decennium belandden zelfs tien van haar boeken op enig moment in de top 5 van de Nederlandse Bestseller 60. Opdat u er maar van overtuigd bent dat het een absolute grootheid is die Horst op 24 mei met een bezoek vereert.
Karin Slaughter, Aafjesavond: als je niet beter wist zou je warempel nog gaan denken dat het wat wordt met de literatuur in Horst. Maar het eeuwige gedoe met de bibliotheek en de steeds beperktere sortering van de plaatselijke Bruna (ongetwijfeld ook tot leedwezen van genoemde boekverkoopster en haar collega’s) zetten je weer met beide benen op de grond.

Top 5 – Mij voorheen onbekende Sevenumse kunstwerken

Dit weekend nog eens een aantal uren in Sevenum doorgebracht. Niet altijd fijn om in Zaerum te zijn, maar ditmaal wel. Aanleiding was de verschijning van Zaerumse kunst en monumentjes met een verhaal.
In deze 84 bladzijden tellende gids beschrijft Nel Verstegen-Maessen beknopt meer dan vijftig Sevenumse ‘objecten die het waard zijn om nader bekeken te worden’. Ze maakt daarbij geen onderscheid tussen rijp en groen en tussen kunst met een grote k en kunst met een kleine k. En juist dat maakt de gids onweerstaanbaar. ‘Officiële’ kunst als Brugwachters  van Helmie van de Riet
krijgt evenveel aandacht als de nestkastjes van basisschoolleerlingen. En Winkelend publiek  van Lies van Aarle-Kurvers (op de parkeerplaats van supermarkt Jumbo) hoeft echt niet op meer ruimte te rekenen dan de historische grenspaal tussen de voormalige gemeenten Horst en Sevenum tweehonderd meter verderop. Ontheiliging van de Kunst? Ach, in zekere zin misschien wel. Maar heeft echte kunst dan een heiligverklaring nodig? En de gids is vooral ook heel erg behulpzaam bij het scheiden van het kaf van het koren. Verder getuigt Zaerumse kunst en monumentjes met een verhaal  vooral van de onbedwingbare behoefte van de Sevenummer de openbare ruimte te verfraaien.
Veel van wat in de gids aan bod komt, kende ik al. Maar veel ook nog niet. Met het oog op dat onbekende bracht ik dit weekend een aantal uren in Sevenum door. Dat heeft weer geleid tot een top 5 van mij voorheen onbekende Sevenumse kunstwerken:

5. Lies van Aarle-Kurvers, Hè, hè, efkes vanne bieën aaf. 2012. Sevenheym, Maasbreeseweg.
Nooit geweten dat ook Sevenum een social sofa heeft. Het zal ongetwijfeld als chauvinisme worden opgevat, maar de Horster bankjes kunnen me meer bekoren: minder braaf, levendiger,  humoristischer. 

4. Noud Visser, Nu. 1999. Raadhuisplein.
Me altijd afgevraagd wat dit is. Dankzij de gids weet ik het nu: een kunstwerk! Een granieten bank, geflankeerd door twee kolommen die het verleden en de toekomst symboliseren. In de bronzen ‘composities’ op de zuilen bevinden zich briefjes van basisschoolleerlingen met toekomstwensen. Ik ben er niet echt kapot van, wat ook te maken zal hebben met het afschrikwekkende decor. De bakstenen muurtjes slopen en het fietsenrek verwijderen zou het er al een stuk beter op maken.

3. Ruud van der Beele, Het geheim van ’t Hetje. 2009. Langs pad vanaf Venloseweg (tegenover Koekersestraat) naar de Molenbeek en ’t Hetje.
We zijn in Sevenum dus Ruud van der Beele mag niet ontbreken. Zou Ruud soms een knoop in ’t Hetje verloren zijn? Let trouwens op dat u de tekst aan de voet van de knoop niet over het hoofd ziet of, erger, vertrapt.

2. Millenniumput. 1999. Markt.
Deze herontdekte oude waterput werd in 1999 opnieuw opgemetseld. Op de bodem werd een beeldbuis aangebracht die via een webcam live uitzicht bood op een straat in Dunedin, een Nieuw-Zeelandse stad precies aan het andere einde van de aardbol. Nel schrijft (bladzijde 31): ‘Maar helaas, de attractie bleek een kort leven beschoren. Het mechanisme bleek niet “hufterproof” te zijn.’ En dus ligt de put er nu wat wezenloos en afgedekt bij. Wat eeuwig zonde is, want het idee om live met de andere kant van de aardbol in contact te staan, is natuurlijk geweldig. Waarom laat Sevenum zich eigenlijk de les lezen door een stelletje hufters? Gewoon in ere herstellen die webcam!

1. Guusje Houwen, De verleden tijd van 3. 2011. Op de westoever van de Molenbeek tussen Romerweg en Klassenweg.
Niet alleen op 1 vanwege de geweldige titel en de fantastische locatie, maar ook vanwege de vele vragen die het oproept. Hóórt die condensvorming of maakt die het juist onmogelijk het werk te begrijpen?
Wat hebben de stoffen achter het glas te betekenen? En verwijst die 3 uit de titel naar de 3 compartimenten waaruit de glazen kast bestaat, naar de 3 staalconstructies en naar de 3 staven die naar de kast leiden (waarvan er overigens slechts twee de plaats van bestemming bereiken)? Intrigerend, prikkelend – kunst met een grote K.

Zaerumse kunst en monumentjes met een verhaal kost tien euro (exclusief verzendkosten) en is te bestellen bij de auteur: nelverstegen@kpnmail.nl

maandag 28 april 2014

Intermezzo – Harrie Driessen

‘Na Den Bosch reed de trein langzaam verder, richting Nijmegen. In de buurt van Oss lieten zeven gevangenen zich zakken door een gat dat zij in de bodem van een der wagons hadden gemaakt met een zaag die in Den Bosch naar binnen was gesmokkeld. Enkelen hunner werden door de SS’ers gezien en de trein stopte. Zes wisten te ontkomen, de zevende werd gepakt, ernstig mishandeld en naar de trein teruggesleept. De leider van het transport, SS-Hauptscharführer Johann Schweiger, berucht al door zijn optreden in de Cellenbarakken en vervolgens in het ‘SD’-Lager te Vught, klom toen in de goederenwagon waaruit de ontvluchting was ondernomen naar binnen en gelastte de gevangenen diepe kniebuigingen te maken. Daarbij schoot hij in het wilde weg, trof een gevangene, een student, dodelijk in het hoofd – een tweede, een bejaarde man, kreeg een kogel in een van zijn handen. Uit die wagon werden alle levensmiddelen weggenomen, het lijk bleef liggen, de gewonde moest maar zien hoe hij zich redde.’
L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 10a: Het laatste jaar 1, eerste helft (’s-Gravenhage 1980), 234
Een van de naar schatting tweehonderdduizend Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog was Horstenaar Harrie Driessen, de doodgeschoten student uit bovenstaand fragment (nummer 5 op onderstaande kaart met afbeeldingen van gevallen Noord-Limburgse verzetsstrijders).
Wie was Harrie Driessen?
Een jongeman uit Horst, geboren op 21 november 1921. Student, vier broers, één zus en tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken in het ouderlijk huis aan de Loevestraat, waar zijn ouders een drogisterij bestierden.

Waaruit bestonden zijn illegale activiteiten?
Vooral uit het verspreiden van verzetskranten, in het bijzonder Vrij Nederland. Maar hij was ook betrokken bij de hulp die een vanaf de Zwarte Plak in America opererende verzetsgroep bood aan gestrande geallieerde piloten.

Hoe raakte hij in Duitse handen?
Op 29 juli 1944 verrichtten (Nederlandse) medewerkers van de Arbeitskontrolldienst (AKD) uit Venlo her en der huiszoekingen in Horst. Harrie verliet daarop de ouderlijke woning en liep naar de nabijgelegen tuin van bakker Houwen. Toen de AKD’ers hem ontwaarden, openden ze het vuur, waarbij een kogel Harrie in de rug trof. Na zijn gevangenneming volgde opname in het Horster ziekenhuis, maar nog diezelfde dag werd hij naar concentratiekamp Vught gebracht.
Hoe lang verbleef hij in Vught?
Ruim twee maanden. Rond Dolle Dinsdag (5 september 1944) heerste in kamp Vught een chaotische toestand. Tal van gevangenen werden doodgeschoten, anderen werden vrijgelaten, weer anderen werden op transport gesteld naar concentratiekamp Sachsenhausen. Harrie Driessen behoorde tot deze laatste groep. Op woensdagochtend 6 september werden goederenwagons van de NS volgeladen met mensen: zieken en gewonden door elkaar, vrouwen in aparte wagons. De trein met Driessen aan boord zette zich om vijf uur in beweging. Een overlevende schreef later: ‘Met gesmoorde stemmen hieven wij een krachtig Wilhelmus aan. Vele mannen weenden.’

Verloor Harrie in Vught zijn strijdbaarheid?
Als we deze passage uit een artikel in Noord-Limburg  (een voorloper van De Echo van Noord-Limburg) van 23 juni 1945 mogen geloven niet:
Hoe kwam hij om het leven?
Zie boven.

Wie was SS-Hauptscharführer Johann Schweiger?
Een SS-onderofficier die zich in 1933 in München bij de SS had aangemeld en naar eigen zeggen binnen de SS altijd werd gediscrimineerd vanwege zijn geringe lengte. Hij bekleedde functies in de gevangenissen in München en Brno en werd in 1941 tweede man van de beruchte Polizeigefängnis  (het ‘Oranjehotel’) in Den Haag. Later werd hij overgeplaatst naar Vught. De Jong omschrijft Schweiger als ‘een brood-Nazi en bovendien corrupt, een felle antisemiet en een bruut’.         

Kon Harrie Driessen na de oorlog allerwegen op bewondering rekenen?
Dat toch ook weer niet, getuige een passage uit de oorlogsmemoires van Mathieu Smedts (klik op de afbeelding om haar te vergroten):  

(Geraadpleegde literatuur: A.P.M. Cammaert, Het verborgen front  (Leeuwarden-Mechelen 1994) 317, 318, 592; Loe Derix, Oud Horst in het nieuws  (Horst 1994) 215; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 8: Gevangenen en gedeporteerden, eerste helft (’s-Gravenhage 1978), 252; Bert Poels en Jan Derix, Vriend en vijand  (Venlo 1977) 130-131, 178-180; Mathieu Smedts, Waarheid en leugen in het verzet  (Maasbree 1978) 175)

Top 5 – Motto nieuwe gemeentebestuur

Waar zijn de tijden gebleven dat ons regionale dagblad er zelf nog wel eens op uit trok om nieuws te vergaren? Tegenwoordig zijn het de social media die agenda en inhoud van de krant bepalen. Dat leidt tot waanzinnige, de voorpagina van het regiokatern halende artikelen over het gebroken fietsframe van een wethouder, over al dan niet toeterende vrachtwagenchauffeurs en over de vraag of een gemeenteraadslid supporter van een voetbalclub mag zijn.
Over dingen die er werkelijk toe doen lees je dan weer niets. Zo hult de krant zich al weken in stilzwijgen over de vorming van een nieuw Horster gemeentebestuur. Hoe verlopen de onderhandelingen? Wie met wie? Waar wringt het nog? Wie zijn de beoogde wethouders? Wanneer denken ze eruit te zijn? Hoeveel wethouders? Hoe is de stemming bij de oppositie? Lijken me stuk voor stuk interessante en relevante vragen, desondanks geeft de krant niet thuis. ‘Die vervelende dames en heren politici laten er potdomme ook niets over los’, zou de tegenwerping kunnen zijn. Zal best, maar de journalistiek is er toch (ook) om tegels te lichten?
Horst-sweet-Horst bedrijft geen journalistiek en is geen nieuwsmaker. Toch heeft Horst-sweet-Horst uit doorgaans betrouwbare bron vernomen dat de coalitievorming twee weken geleden al op een oor na gevild was. Sindsdien verkeren de onderhandelingen echter naar het schijnt in een impasse. Oorzaak: onenigheid over het motto van het nieuwe gemeentebestuur. Want u weet, zonder motto kun je het tegenwoordig wel schudden. Waarover de onderhandelaars wel overeenstemming zouden hebben bereikt, is dat het een motto in dialect behoort te zijn. Dit met het oog op de aanraakbaarheid van het nieuwe college. Tal van opties zijn al gewikt en gewogen, maar ook weer afgeschoten. Inmiddels zou er nog een tiental motto’s in de running zijn, zo heeft Horst-sweet-Horst opgevangen. Waarmee de weg is geopend naar een top 5 van kandidaat-motto’s van het nieuwe Horster gemeentebestuur:

5. Dwársliggers hálden ut spoar raecht
Om de oppositie de indruk te geven dat ze er echt toe doet.
4. As ut hárd waejt, sloape de verkes ut best
Ben gerust: Behoud De Parel mag nog zoveel rechtszaken aanspannen, dat Nieuw Gemengd Bedrijf komt er echt wel.

3. Kóm de schaaj enne kiër trughale, má ut deut gennen hast
Jullie kunnen ons altijd aanspreken op ons beleid, maar het zou fijn zijn als jullie daar een jaartje of tien mee willen wachten. 
2. Enne gójjen bessem is álles
Nieuwe bezems vegen schoon, er gaat écht iets veranderen in deze mooie gemeente.

1. Kwój biën en goj wîeve motte vánne stroat blîeve
Als de Horster vrouwen zich nou maar toeleggen op de mantelzorg komt het heus allemaal goed met die gevreesde decentralisaties. 

Ingezonden – Horse sweet Horse

Met Venraynaar Twan van Els kwam ik twee jaar geleden in contact naar aanleiding van de MIBO-magazijn-saga (klik bijvoorbeeld hier en hier). Enkele maanden later ontving ik nog een uitnodiging voor de presentatie van een door Twan geschreven boek en vervolgens verwaterde ons contact weer. Tot ik afgelopen week een e-mail van Twan ontving. Die bevatte een tekst die vergezeld ging van de volgende toelichting: ‘Onlangs vertelde ik aan mijn buurman bijgaand verhaaltje. Hij geloofde mij niet. Maar ik denk dat jij de waarheid zult bevestigen.’
Na lezing van het verhaaltje mailde ik Twan terug: ‘Ik ben altijd tot veel bereid, maar als je me vraagt om dit verhaal te bevestigen, vraag je me net iets te veel. Ik zou gelyncht worden – zo goed ken ik mijn collega-Horstenaren wel – en dat heb ik er nu ook weer niet over. Maar het is natuurlijk wél een mooi verhaal. Zo mooi zelfs dat ik het graag op Horst-sweet-Horst zou plaatsen, natuurlijk met vermelding van de naam van de auteur. Mag dat? Ik zal lezers dan oproepen het verhaal te bevestigen, zodat jouw buurman dan misschien door anderen kon worden overtuigd.’
Waarop Twan weer reageerde met: ‘Doe er mee wat je wilt. Maar je begrijpt, het is vooral bedoeld om Horstenaren een beetje te stangen. Dat is nu eenmaal een vervelende eigenschap van oude Venraynaren.’ Dat laatste zij oude Venraynaren (maar dan ook alleen oude Venraynaren) en zeker Twan vergeven, daarom hierbij het verhaaltje:

Horse sweet Horse

Zijn de Horstenaren Trojanen?

Onlangs kwam ik in contact met een Horstenaar die een wat houterige indruk maakte. We spraken over koetjes en kalfjes, maar ook het paard was onderwerp van gesprek. Hij bleek veel van dit nobele dier af te weten, en zijn houterigheid verdween als sneeuw voor de zon. Toen kwam de aap uit de mouw. Hij bekende een ware Sicamber te zijn, rechtstreekse afstammeling van de oorspronkelijke bewoners van het gebied tussen Rijn en Peel dat ten tijde van de Romeinen Sicambrië genoemd werd. De Sicambers waren een trots en heldhaftig volk dat, naar verluidt, oorspronkelijk afkomstig moet zijn uit het verre Troje, de stad van het beroemde paard.
Toen Troje voor de zoveelste maal met de grond gelijk werd gemaakt, trok de bevolking weg en vestigde zich in Hongarije, waar ze een nieuwe stad bouwden, Sicambria geheten. Maar ook deze plek moesten de Sicambers verlaten en uiteindelijk kwamen ze terecht in het gebied van Gelre, waartoe ook Horst behoorde. Nu wordt duidelijk, waar deze plaats zijn naam eigenlijk aan te danken heeft. Van horse natuurlijk, wat paard betekent. Voor alle zekerheid vroeg ik de man: ‘Waar kom je eigenlijk vandaan?’ ‘Oet Hòòòrs’, was het antwoord. ‘Hòòòrs-sweet-hòòòrs.’ Heel veel paarden dus.
De Hòòòrsman droeg zijn hand in het verband en op de vraag wat er was gebeurd, vertelde hij dat al jarenlang een houtsplinter zijn middelvinger kwelde en die was flink gaan ontsteken. ‘Maar gelukkig heb ik hem kunnen behouden’, deelde hij opgelucht mee. ‘Gelukkig maar’,  zei ik, ‘want zonder middelvinger kun je iemand niet echt goeie dag wensen’. ‘Nèè, de vinger is t’r aaf, maar ’t höltje heb ik kunne behalde. Het stamt aaf van dat höltere paerd, dat Troyan Horse, en is ieuwelang overgegaon van vader op zoon.’ Hij opende een doosje en daar lag op een fluwelen doekje een houtsplinter. Ik mocht er even aan ruiken. Het rook naar mest, paardenmest ...

De vraag is nu dus of er mensen zijn die dit verhaal willen bevestigen om de buurman van Twan te overtuigen. Zo ja, mail dan naar horstsweethorst@gmail.com, dan stuur ik uw e-mail wel door naar Twan.

Intermezzo – Roterende Meterikse ventilator

Dankzij Martijn Wijnands wisten de lezers van Horst-sweet-Horst al vier dagen eerder dan die van Hallo Horst aan de Maas dat de naam van het Meterikse jeu de boulespark (Herreijn) niet verwijst naar de naam van een boerderij die hier eeuwenlang zou hebben gelegen en evenmin naar de bijnamen van de bewoners van die boerderij, maar naar de voormalige eigenaren van de grond waarop het park gestalte heeft gekregen. Waar zo’n weblog al niet goed voor is.
Toen ik vorige week wat foto’s ging schieten van het jeu de boulespark, passeerde ik aan het Bondserf ook weer de vervallen schuur waarover ik een half jaar geleden al eens schreef (klik hier). Ze lag er gelukkig nog ongeschonden bij. Ze is er het afgelopen half jaar zelfs mooier op geworden: de langdurige verpaupering mist haar verfraaiende uitwerking bepaald niet.
Hoe vaak heb ik me de afgelopen maanden niet met knikkende knieën naar de Schadijkerweg begeven? Zou ze er nog staan, aanhangers van de het-is-niet-netjes-dus-moet-het-weg-beweging als burgemeester Van Rooij en de Meterikse dorpsraad ten spijt? En dan telkens weer die opluchting als ik op de kruising Schadijkerweg – Bondserf was gearriveerd: ja hoor, ze staat er nog!
Wat me ook kon bekoren, toen ik de schuur begin oktober vorig jaar voor het eerst nadrukkelijk in ogenschouw nam, was een ventilator in de schuur, die dankzij een verdwenen luik vanaf de straat zichtbaar was. Het ding draaide dat het een aard had. Een kinetisch kunstwerk van het zuiverste soort!
Daarna, het zal in november zijn geweest, viel de ventilator tot mijn leedwezen stil. Telkens als ik voorbijkwam aan het Bondserf keek ik even of ie niet uit de dood was herrezen, maar er zat geen enkele beweging meer in. Typisch gevalletje oud en der dagen zat. Tot ik vorige week foto’s ging schieten van het jeu de boulespark en tot de ontdekking kwam dat ie weer bewoog! Niet meer constant en niet meer met die moordende snelheid, maar hij bewoog!
Lang niet altijd is het gemakkelijk om uit te leggen waarom je een kunstwerk mooi of fascinerend vindt. Maar in het geval van de ventilator kost me dat geen enkele moeite. In de eerste plaats is er de ontroering van dat ene element dat heeft weten te ontsnappen aan het verval in een verder desolate omgeving. Daarnaast is er de verbeelding die in werking wordt gezet: het ligt voor de hand om te denken dat de ventilator machinaal wordt aangedreven, maar wie zegt dat daarbinnen niet hangjongeren, taakgestraften of uitgebuite Polen de ventilator handmatig aan de praat houden? En nu het ding niet meer continu draait, is er ook nog spanning bijgekomen: draait ie wel of draait ie niet? En als ie niet draait is ie dan definitief gestopt of begint ie weer? En wanneer dan?
Ontroering, verbeelding, spanning: grote kunst in Meterik! Gaat dat zien zolang de het-is-niet-netjes-dus-moet-het-weg-beweging nog niet heeft toegeslagen.  

maandag 21 april 2014

Top 5 – Naamsverklaringen voor het Meterikse jeu de boulespark

Gisteren is aan het Bondserf in Meterik een jeu de boulespark (top 5 van alternatieve schrijfwijzen: 5. jeu-de-boules park; 4. jeu-de-boules-park; 3. jeu de boules-park; 2. jeu-de-boulespark; 1. jeudeboulespark) met kruidentuin en schoolhoek geopend. Die kruidentuin en schoolhoek (whatever dit laatste dan ook may be) interesseren me niet. Het jeu de boulespark eigenlijk ook niet echt, ware het niet dat het zo’n raadselachtige naam heeft: Herreijn.
Mijn intussen haast spreekwoordelijke onnozelheid zal me wel weer eens parten spelen, maar ik heb werkelijk niet het flauwste idee wat Herreijn zou kunnen betekenen. Ik zou het de lokale jeu de boulers uiteraard kunnen vragen. Ongetwijfeld zullen ze graag bereid zijn opheldering te verschaffen. Maar aan speculeren over de naamsverklaring valt veel meer lol te beleven. Daarom bij dezen de Horst-sweet-Horst top 5 van mogelijke naamsverklaringen voor het Meterikse jeu de boulespark Herreijn:

5. Herreijn is de naam van de nieuwste bloesemremedie die is ontwikkeld door De 3 Vrouwen, de in Meterik gelegen winkel en salon van Bloesem Remedies Nederland die het jeu de boulespark mede mogelijk heeft gemaakt.
4. De naam is een eerbetoon aan de Franse handelsreiziger Jean Philippe Herreijn (1768-1843) die jeu de boules (‘petanque’) in 1827 in Nederland introduceerde tijdens een kortstondig verblijf in Eck en Wiel.

3. In Herreijn zijn de eerste letters verwerkt van de voornamen van de initiatiefnemers van het jeu de boulespark: Handrie, Erna, Reng, Rinus, Esmeralda, Ida, Jaan en Netje (en dan mag u raden wie van hen import in Meterik is). 
2. Herreijn verwijst naar de naam van de boerderij die hier eeuwenlang heeft gelegen (‘D’n Herreijn’) en naar de bijnamen van de bewoners van die boerderij (‘Herreijns Wum ziene Sjang’, ‘Truuj vaan d’n Herreijn’ etcetera).

1. De naam Herreijn is een verbastering van het Duitse ‘herein’ en is bedoeld om uitdrukking te geven aan de befaamde Meterikse gastvrijheid. Bitte, treten Sie herein in unserem reizvollen Jeu de Boulespark am Bondserf.

Klein mysterie 557 – Christus’ lendendoek

De lendendoek van Christus is ook zo’n fenomeen dat me blijvend intrigeert. In de hele Bijbel lees je er bij mijn weten niets over en toch kun je geen gekruisigde Christus tegenkomen of hij heeft wel een lendendoek om. Een schemerig zaakje, als je het mij vraagt.
Niet beperkt door een gedetailleerde Bijbelse omschrijving van het ding, kunnen kunstenaars hun eigen fantasie inzetten bij de weergave en vormgeving van de lendendoek. En dat doen ze maar al te graag, ook in Horst aan de Maas. Eerder zijn hier al eens de exotische kleurvariaties van de lendendoek van de corpussen van Sevenumse veldkruisen ter sprake gekomen. Vandaag een enkel beschouwend woord over de lengte, de bevestigingswijze en de plooival van de lendendoek van de corpussen van een aantal andere Horster veldkruisen.

1. De lengte.
De artistieke vrijheid manifesteert zich misschien nog wel het meest in de lengte van de lendendoek. Je komt wat tegen tijdens een tochtje langs Horster kruisen! Van wat je bijna een driekwartsbroek mag noemen, zoals bij het kruis bij café ’t Kruuspunt aan de Americaanseweg
tot iets wat angstig dicht een tangaslip benadert (over waardigheid gesproken!), zoals bij het kruis aan de Kogelstraat in Hegelsom: 
Een stelling die ik op basis van enkele tientallen Horster corpuslendendoeken wel aandurf: hoe langer, hoe hobbezakkeriger. Illustratief in dit verband is het kruis bij de rotonde Westsingel – Stationsstraat:

2. De bevestigingswijze.
Een conditio sine qua non voor de lendendoek is dat ie wordt gefixeerd: geen bestaansrecht voor de lendendoek zonder fixatie. Ook hier zijn de mogelijkheden schier eindeloos. Bijzonder populair is de knoop. Die kan zowel centraal- als heupgeoriënteerd zijn, met daarbij dan ook nog eens de keuze tussen de linker- en de rechterheup en tussen een ferme (zoals bij het kruis aan de Dijkerheideweg)
en een wat lossere knoop (zoals bij het kruis op de kruising Schadijkerweg – Dr. Droesenweg in Meterik).
Een bevestigingswijze die nogal afwijkt van de knoop is de zogeheten Melderslose variant: een touw om het middel waar de doek omheen wordt gedrapeerd, zoals bij dit kruis op de hoek Vlasvenstraat – Steegstraat:

3. De plooival.
Bij de plooival is het vrij overzichtelijk: overwegend verticaal of overwegend horizontaal. Knoop en plooival hangen nauw met elkaar samen. Bij een centraal georiënteerde knoop zul je zelden een horizontale plooival aantreffen, bij een heupgeoriënteerde knoop slechts zelden een verticale. Persoonlijk bevalt de overwegend horizontale plooival (zoals hier bij het Gortmolenkruis)
me wat beter dan de verticale, die het corpus vaak een wat opgedirkte indruk verleent, zoals bij het kruis aan de Witveldweg:
Maar goed, zoals altijd is het ook een kwestie van smaak: iemand anders zal de verticale plooival misschien juist als ‘elegant’ of ‘sierlijk’betitelen.

Overigens zijn lastige kwesties als de lengte, de knoop en de plooival van de lendendoek te vermijden door wat abstracter te werk te gaan. Iemand die zich op dit pad heeft begeven, is Peter Hermans en dat heeft aan de Kogelstraat in Hegelsom tot dit prachtige resultaat geleid:
Met afstand het mooiste kruis van Horst aan de Maas.